Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
31 oktober 2012
Als vanouds
Over de laatste roman van Jeroen Brouwers Bittere Bloemen was ik niet heel enthousiast (zie hier de weblog daarvan), maar in het eerder deze maand verschenen negende deel Feuilletons Restletsels is Brouwers als polemist en literair scherpslijper weer helemaal op dreef. Boeiende stukken over Hermans en Mulisch, en verrukkelijke aanvallen op Brusselmans, Siebelink, het Letterkundig Museum en andere personen en instanties die zich met literatuur bezighouden: het staat er allemaal in. In het achtste feuilletonsdeel Sisyphus' bakens (hier de weblog) rekent Brouwers af met de taalunie; in Restletsels doet hij er nog een schepje bovenop en treedt hij in Cato's voetsporen door op meerdere plaatsen in dit boek aan te geven dat hij van mening is dat de taalunie opgedoekt mag worden. Hoogtepunt vind ik zijn stuk over Jan Siebelink (vanaf blz. 224); ronduit kostelijk. Moge Brouwers ondanks zijn kwalen waar hij hier ook over schrijft nog vele jaren gegeven zijn en die jaren stevig doorschrijvend besteden.
Geheime dienst
Schijf, piramide of zandloper
Dieetboeken
zijn er in overvloed, en ofschoon ik al jaren - met wisselend resultaat -
verwoede pogingen doe om mijn gewicht in toom te houden, heb ik me nooit aan
diëten overgegeven. Meer bewegen, minder eten: dat is het devies. De voedselzandloper van de Vlaamse arts Kris Verburgh is daarentegen een interessant boek over het veranderen
van het voedingspatroon; volgens Verburgh zijn diëten in principe heel slecht. Het primaire doel van zijn adviezen is om het
verouderingsproces van het lichaam af te remmen; dat daar ook een afslankende
werking van uitgaat is een prettige bijkomstigheid, aldus de auteur. De aloude
schijf van vijf (ook wel als piramide voorgesteld) moet het flink ontgelden. Met name brood, pasta, rijst,
aardappelen en zuivel zijn volgens Verburgh te ontraden. Havermout bij het ontbijt,
veel groente en fruit, noten en vette vis, dat zou de kern van de dagelijkse
maaltijden moeten zijn. Verburgh baseert zich hierbij op wetenschappelijke studies
uitgevoerd door onderzoekers die hun sporen hebben verdiend en die gepubliceerd
zijn in de grote wetenschappelijke tijdschriften van naam. Zijn boek heeft desondanks in medisch-wetenschappelijke kringen de nodige kritiek gekregen, en wie gelijk heeft zal de tijd moeten
leren. Ik ben te nuchter om een overtuigend opgeschreven verhaal tot absolute
waarheid te bombarderen. Maar dit boek is het lezen en overwegen zeker waard.
Abonneren op:
Posts (Atom)


