Ik had nog nooit van Philip Snijder gehoord, maar kreeg voor mijn verjaardag een dikke bundel met drie van zijn romans cadeau. Eigen van elkaar. De familieromans is een werkelijk prachtige bundel met, in deze volgorde, Bloed krijg je er nooit meer uit (2016), Het geschenk (2012) en Het smartlappenkwartier (2020). In deze drie romans staan naast de ik-figuur respectievelijk zijn jongere zus, zijn vader en zijn moeder centraal. Het zijn alledrie tragikomische verhalen. De ik-figuur groeit op op het Bickerseiland in Amsterdam, in een volkser dan volkse familie; de halve buurt wordt bewoond door grootouders, tantes, ooms, neven en nichten. De ik-figuur kan goed leren en schaamt zich al snel voor zijn eigen familie. Maar hij komt er ook niet van los. Alledrie de romans zijn op dezelfde manier opgebouwd: hoofdstukken over het heden worden afgewisseld door hoofdstukken over het verleden, en gaandeweg krijg je als lezer meer en meer sympathie voor die volkse familieleden. Het boek bevat een aantal prachtige scènes, uit het leven gegrepen. Daarnaast schrijft Snijder vloeiend, zonder opsmuk; het boek leest als een trein. Een heuse ontdekking. Ik ga zeker meer titels van Snijder opsporen!
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
21 september 2025
11 september 2025
Water
Ik schreef het al vaker: af en toe een thriller is gewoon lekker. Ik had nog nooit van Mathijs Deen gehoord, maar een goede tip bracht me op zijn spoor. Hij schreef al eerder boeken, maar De Hollander is zijn eerste Waddenthriller, waarvan al enkele opvolgers zijn verschenen. Geweldig woord: Waddenthriller, een woord dat de lading van dit boek uitstekend dekt. Drie Duitse wadlopers staan centraal, en twee ervan gaan hun ultieme tocht over het wad maken, aan de Duitse kant van de Eemsmond. Een ervan wordt door de Nederlandse kustwacht dood gevonden op een zandbank waarover Nederland en Duitsland twisten tot welk land die zandbank behoort, en dus wie de afwikkeling van die moord voor zijn rekening mag nemen. Het verhaal komt lekker traag op gang, maar de puzzel wordt uiteindelijk stukje voor stukje gelegd. Deen schrijft mooi, met verstand van zaken van het wad, de zee, scheepvaart enzovoort. Op de auteursfoto op het achterplat zie je Deen met baard en in schipperstrui. Alles klopt! Ik ga de verdere delen zeker ook lezen.
06 september 2025
Nakomer
Mijn verjaardag in juli en bezoek aan het vaderland twee weken later bezorgden me mooie boekencadeaus van auteurs waar ik nog nooit van gehoord had. Ze komen de komende tijd hier voorbij. Van een vriendin kreeg ik van de Engelse schrijfster Barbara Trapido een pas onlangs in het Nederlands vertaalde roman cadeau, terwijl die in Engeland al in 1982 verscheen. De minder bekende broer van Jack is de (intrigerende) vertaalde titel van het oorspronkelijke Brother of the More Famous Jack. De vertaling kreeg juichende recensies als dat het een ontdekking van een vergeten roman was. Het is een pageturner over een ik-persoon Katherine die via haar filosofiedocent en een gezamenlijke kennis in het gezin van die docent wordt ingelijfd. Dat blijkt een vrolijk, boeiend en intellectueel huishouden van Jan Steen waar je aanvankelijk bij denkt dat je ook daarin had willen opgroeien, maar dat uiteindelijk ook zeer vermoeiend blijkt. Enfin, de oneliners vliegen je om de oren, en Trapido componeerde een heerlijk boek. Geen hoogvlieger, maar wel een boek waar je geen spijt van krijgt dat je het gelezen hebt.
01 september 2025
Boekenweek 2025
Het duurde even om het boekenweekgeschenk en en boekenweekessay van dit voorjaar hierheen te krijgen, maar uiteindelijk gelukt en gelezen. Gerwin van der Werf won de novellenwedstrijd met als prijs dat zijn inzending het boekenweekgeschenk van 2025 zou zijn. Ik schreef al eerder dat de voorraad interessante schrijvers voor het geschenk eigenlijk was uitgedroogd, en deze wedstrijd bleek een goed alternatief voor het vooraf aanwijzen van een schrijver die dan het geschenk mocht schrijven. De krater is een soepel lezend verhaal over een zus en twee broers die naar een krater van een meteorietinslag ergens in Duitsland reizen. Het graaft allemaal niet heel diep, maar het is zowel grappig als pakkend. Het zogenaamde redden van een van de broers van zelfmoord haalde ik eerlijk gezegd niet zo snel uit het verhaal, maar goed: vergeleken met het Chabot-boekje van vorig jaar (zie hier) bleek dit geschenk een hele vooruitgang.
Het essay werd geschreven door Paulien Cornelisse en gaat over de vele woorden zonder ogenschijnlijke betekenis die we te pas en te onpas door onze taaluitingen mengen. Hèhè, over wat we zeggen zonder dat we het doorhebben is eveneens erg leesbaar, maar uiteindelijk minder interessant en diepgravend dan het verhaal dat Cornelisse in een podcast met/van Adriaan van Dis vertelde. Ze probeert de nuances van hè(hè), eigenlijk, nou, soms, misschien et cetera weliswaar te doorgronden, maar het blijft allemaal net iets te veel aan de oppervlakte. Van een boekenweekessay kun je geen grondige studie verwachten; maar moge het dan wel de aanleiding daarvoor zijn.




