Van de Engelse schrijver Alan Hollinghurst las ik eerder drie romans, waarvan ik twee in deze weblog besprak (hier en hier). Hollinghurst neemt de tijd voor een nieuwe roman; dat tekent de goede schrijver. Dit keer nam hij zeven jaar voor Onze Avonden dat in het afgelopen najaar verscheen. In deze vijfhonderd pagina's weelderige roman vertelt Dave Win zijn levensverhaal. Van rijke mensen krijgt hij een beurs om aan een goede school te studeren, en hij ontwikkelt zich tot een bekende toneelspeler en tv-acteur. Hollinghurst strooit met titels van Engelse toneelstukken; alleen verstokte Engelse toneelliefhebbers zullen dat begrijpen. Dave werd verwekt in Birma waar zijn Engelse moeder iets kort met een Birmees had; als halfbloed en homoseksueel beleeft Dave ondanks zijn bekendheid de nodige racistische momenten. Net als in zijn eerdere romans schreef Hollinghurst een zeer lezenswaardig verhaal dat je moeilijk weglegt. Ik las het boek in een dag of vier. Er gebeurt van alles, er zijn meerdere lagen en het is daardoor geenszins eendimensionaal. Maar ik vind dat Hollinghurst er ook iets te veel in wilde stoppen: er zijn de nodige open eindjes. Met name de relatie met de zoon van die rijke ouders Giles, en toch ook zijn eigen coming out. Beide elementen hadden nog zo'n honderd pagina's meer verdiend. Desondanks een heerlijk boek met wat tekortkomingen dat ik niet had willen missen.
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
30 januari 2025
27 januari 2025
Betje
Het lezen van goede biografieën is verrukkelijk; ik denk er wel eens aan een heel jaar lang alleen maar biografieën te lezen. Die gaan veelal ook over de tijd waarin het onderwerp van de biografie leefde, dus het zijn beschrijvingen van een leven en de tijd(geest) ineen. Ik las de afgelopen jaren biografieën van onder andere Willem Mengelberg (hier en hier), Beethoven (hier), Schubert (hier), Lodewijk van Deyssel (het eerste deel hier - deel twee volgt nog), Jan Wolkers (hier) en Jacob van Lennep (hier). Deze laatste werd geschreven door Marita Mathijsen, en sindsdien wijdde ze - ver in de zeventig - ruim twee jaar aan een volgende biografie. Een vrije geest. Het uitzonderlijke leven van Betje Wolff is net als de Van Lennep-biografie een feest om te lezen. Betje Wolff, geboren Bekker (1738-1804) trouwde vroeg in de twintig met de veel oudere dominee Wolff, die haar vanuit Vlissingen meenam naar de klei/modder van de Beemster. Na zijn overlijden leerde ze Aagje Deken kennen en samen leefden ze nog zo'n veertig jaar samen. Betje overleed als eerste aan kanker, Aagje tien dagen later aan een gebroken hart. Het koppel is bekend door de (verrukkelijke) brievenroman Sara Burgerhart, maar ze schreven samen nog vele duizenden pagina's meer, vooral Betje. Na de dood van dominee Wolff gingen Wolff en Deken samenwonen in De Rijp, daarna Beverwijk en vervolgens trokken ze in 1788 naar het Franse Trévoux, ergens in de zuidelijke Bourgogne, waar ze de Franse revolutie ondergingen (en overleefden) en in 1797 weer naar Holland terugkeerden. Mathijsen brengt Betje Wolff tot leven als een eigenzinnige, vooruitstrevende vrouw die zich volledig op eigen kracht een prominente plaats in de laat-achttiende eeuwse Nederlandse letterkunde bezorgde. Het was een suffe tijd in Nederland, historisch gezien, maar Mathijsen maakt duidelijk dat toen de kiem werd gelegd voor grote veranderingen, en dat Betje Wolff daar een aandeel in had. Marita Mathijsen is emeritus-hoogleraar Nederlandse Literatuur en wat had ik graag college van haar gehad. Ze schrijft geweldig: zo wil je biografieën lezen. Ze maakt duidelijk scheiding tussen feiten en interpretatie, zoals het een wetenschapper betaamt, zonder dat het de leesbaarheid negatief beïnvloedt. Hoe simpel dit ook lijkt: het is een grootse prestatie! Mathijsen is inmiddels tachtig, en ik hoop dat ze nog zoveel jaren van gezond leven en werkkracht heeft dat ze nog meer mooie boeken kan schrijven.
20 januari 2025
Weelde
Het laatste boek van 2024: Geheim dagboek 1996-1998 van Hans Warren. Afgelopen augustus las ik het voorgaande deel (zie hier) en dit 20ste deel las ik voor de eerste keer in 2008 en toen had ik deze weblog ook al, zie hier. Ik heb aan die eerste beschrijving en die van het vorige deel weinig toe te voegen. Wel: Warren wordt 75 en krijgt een overzichtstentoonstelling in Middelburg, en zijn gezondheid gaat achteruit. Daar is hij zelf debet aan: hij laat lichamelijke problemen op zijn beloop om maar niet naar de dokter, tandarts etc. te hoeven. Hierna nog twee delen, die komen in 2025 zeker voorbij, en dan heb ik de hele serie voor de tweede keer gelezen.
05 januari 2025
17 keer
Twee jaar geleden las ik een vuistdikke biografie van Giuseppe Verdi (hier de weblog), een van de componisten van wiens muziek ik geen genoeg kan krijgen. Ik hoorde zijn opera's Simone Boccanegra (weblog hier), Un ballo in maschera (hier) en vorige maand La forza del destino (hier) in de Scala van Milaan, en vele andere in Amsterdam, Verona en Lissabon. Die biografie gaf de feiten, maar niet de sleutel tot het mysterie van deze componist: hoe is het mogelijk dat iemand zulke vloeiende, aangrijpende en briljante muziek kan schrijven? Ik kreeg na die weblog over de biografie een aanbeveling de driedelige beschrijving door Julian Budden van alle Verdi-opera's te lezen. Ik kocht een jaar geleden het eerste deel van die drie. In The Operas of Verdi. Volume 1 - From Oberto to Rigoletto krijgen alle eerste 17 opera's van Verdi een uitgebreide analyse. Hier komen ze, achtereenvolgens: Oberto, Un Giorno di Regno, Nabucco, I Lombardi, Ernani, I Due Foscari, Giovanna d'Arco, Alzira, Attila, Macbeth, I Masnadieri, Jérusalem, Il Corsaro, La Battaglia di Legnano, Luisa Miller, Stiffelio, Rigoletto. En ik heb ze allemaal beluisterd dit jaar. Ik kocht ooit een cd-box met alle opera's van Verdi, vandaar. Ik las 's middags eerst die analyse, en 's avonds luisterde ik de cd-opname. Dat was soms verrassend, maar vaak ook teleurstellend. Nabucco, Ernani, Macbeth en Rigoletto zijn grandioze opera's, maar daaromheen componeerde Verdi ook veel moetjes en net niet geslaagde stukken. Enfin, het was soms hard werken, maar wat een productie: Verdi componeerde deze 17 opera's tussen 1839 en 1851, in 12 jaar dus... Hierna de volgende twee delen, met op een enkeling na alleen maar meesterwerken. En daarna misschien weer gewoon opnieuw bij het begin.



