05 januari 2025

17 keer

Twee jaar geleden las ik een vuistdikke biografie van Giuseppe Verdi (hier de weblog), een van de componisten van wiens muziek ik geen genoeg kan krijgen. Ik hoorde zijn opera's Simone Boccanegra (weblog hier), Un ballo in maschera (hier) en vorige maand La forza del destino (hier) in de Scala van Milaan, en vele andere in Amsterdam, Verona en Lissabon. Die biografie gaf de feiten, maar niet de sleutel tot het mysterie van deze componist: hoe is het mogelijk dat iemand zulke vloeiende, aangrijpende en briljante muziek kan schrijven? Ik kreeg na die weblog over de biografie een aanbeveling de driedelige beschrijving door Julian Budden van alle Verdi-opera's te lezen. Ik kocht een jaar geleden het eerste deel van die drie. In The Operas of Verdi. Volume 1 - From Oberto to Rigoletto krijgen alle eerste 17 opera's van Verdi een uitgebreide analyse. Hier komen ze, achtereenvolgens: Oberto, Un Giorno di Regno, Nabucco, I Lombardi, Ernani, I Due Foscari, Giovanna d'Arco, Alzira, Attila, Macbeth, I Masnadieri, Jérusalem, Il Corsaro, La Battaglia di Legnano, Luisa Miller, Stiffelio, Rigoletto. En ik heb ze allemaal beluisterd dit jaar. Ik kocht ooit een cd-box met alle opera's van Verdi, vandaar. Ik las 's middags eerst die analyse, en 's avonds luisterde ik de cd-opname. Dat was soms verrassend, maar vaak ook teleurstellend. Nabucco, Ernani, Macbeth en Rigoletto zijn grandioze opera's, maar daaromheen componeerde Verdi ook veel moetjes en net niet geslaagde stukken. Enfin, het was soms hard werken, maar wat een productie: Verdi componeerde deze 17 opera's tussen 1839 en 1851, in 12 jaar dus... Hierna de volgende twee delen, met op een enkeling na alleen maar meesterwerken. En daarna misschien weer gewoon opnieuw bij het begin. 

Geen opmerkingen: