30 december 2021

Familie

Voormalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem was jaren voordat hij minister werd voorzitter van een commissie die de stand van het onderwijs in Nederland onder de loep nam. Hij had wel een band met het onderwijs: in zijn familie aan zowel vaders- als moederkant zijn velen leraar geweest cq zijn dat nog steeds. Aan de hand van de levensbeschrijvingen van al die familieleden schetst Dijsselbloem in De onderwijsfamilie een beeld van het Nederlandse onderwijs in de gehele 20ste eeuw en de 21ste tot op heden, met name het basis- en middelbaar onderwijs. Een beeld dat het onderwijs vooral aan grote verandering onderhevig was en hoe die veranderingen van invloed waren op de positie van de leraar en op de aard en kwaliteit van het onderwijs. Een lezenswaardig boek waarin de rode draad een beetje verzuipt in de lange lijst van beschreven familieleden. Het zijn er tientallen. In de epiloog beschrijft Dijsselbloem wat er volgens hem moet gebeuren om het Nederlandse onderwijs een kwaliteitsimpuls te geven; naar mijn mening een te vaag en te 'politiek' advies. 

20 december 2021

Fantastique

Eerder dit jaar las ik achter elkaar twee biografieën van Franz Schubert (zie hier de weblog) en in die weblog schreef ik dat ik wil lezen om het mysterie van de componist te proberen te begrijpen, en dat er maar weinig biografieën zijn waarin dat mysterie op zijn minst een beetje onthuld wordt. Gelukkig is er nog de autobiografie, en ofschoon de auteur daarin zichzelf meestal niet objectief portretteert, krijg je een indruk 'uit de eerste hand'. Er zijn niet veel componisten die een autobiografie schreven, maar die van Hector Berlioz is werkelijk grandioos. Ik herlas na ruim dertig jaar eindelijk het eerste deel: Mijn leven 1803-1834 uitgegeven in de privé-domein serie. Ik kocht en las het direct na verschijnen in juli 1987 - ik was toen 22 en kende nog niet veel meer van Berlioz dan zijn Symphonie fantastique, Les nuits d'eté en een enkel ander werk. Nu het merendeel van zijn composities, ook zijn opera's. En altijd als ik naar zijn muziek luister overheerst bewondering en vooral: verbazing. Berlioz is enorm eigenzinnig, heeft een volstrekt unieke en onconventionele stijl. Enfin, hoogste tijd om zijn autobiografie te herlezen. In dit eerste deel beschrijft hij zijn jonge jaren, en zijn strijd voor onafhankelijkheid. Zijn karakter zoals hij zichzelf beschrijft is als de Symphonie fantastique: meeslepend, heroïsch en romantisch. Maar tegelijkertijd: gecontroleerd. Geweldige conversaties met zijn tegenwerkende conservatorium-directeur Cherubini, die hij inclusief Italiaans accent te kakken zet. Maar ook: het medisch college anatomie (de ratten pikken hun graantje mee) en zijn voettocht terug vanuit Italië - het zijn prachtige beschrijvingen van een vroeg-negentiende-eeuws bestaan. Snel het tweede deel; Berlioz is 'fantastique'.

11 december 2021

Ongeloofwaardig

Ik had niet van de wereldwijde bestseller Middernachtbibliotheek van Matt Haig gehoord, totdat ik het cadeau kreeg. Hiervoor las ik vooral wat taaiere boeken, en was wel toe aan een soepel lezende pageturner. Helaas begon het me steeds meer te ergeren en ik las het boek met lange tanden uit. In de roman pleegt de hoofdpersoon zelfmoord en op de grens van leven en dood komt ze in een bibliotheek waar ze boeken kan inzien die een verhaal brengen over wat er met haar zou kunnen zijn gebeurd als ze tijdens haar leven op enig moment een andere keuze had gemaakt of een andere weg was ingeslagen. Een aardig gegeven waar iedereen weleens over nadenkt: hoe zou mijn leven eruitzien (of gegaan zijn) als ik toen en toen dat ene anders had gedaan: juist geen zzp'er was geworden, of wel met die Canadees was meegegaan, etc. De verzameling andere levens waar de hoofdpersoon uit kan kiezen zijn vermoeiend uiteenlopend, en maakt haar daardoor tot ongeloofwaardig karakter. Ik geloof stellig dat je leven er geheel anders uit had kunnen zien, maar ik geloof niet dat je dan ook een volledig ander persoon zou zijn geworden met een geheel ander karakter. En Haig laat zijn hoofdpersoon niet op een mentale twee- of driesprong staan, maar op een twaalf- of vijftiensprong die haar als karakter doet vervagen. Na een zestal levens weet je het wel, en dan is het boek nog lang niet uit.

05 november 2021

Apart

Ook over dit privé-domeindeel van Clarice Lispector deed ik lang, ruim een maand. Net verhuisd, vrienden en familie over de vloer, en ook een weerbarstig boek dat zich niet gemakkelijk laat lezen. De ontdekking van de wereld biedt een selectie uit de 'columns' die Lispector tussen 1967 en 1973 wekelijks voor een Braziliaanse krant schreef. En in die columns (die dus geen columns waren) ging ze alle kanten op. Ze schreef over heel persoonlijke gebeurtenissen, mijmerde over van alles en nog wat, haalde herinneringen op enzovoort. Alles bij elkaar krijg je een aardig beeld van deze schrijfster (van wie ook een dikke bundel korte verhalen in het Nederlands verscheen), maar het is vooral de poëtische stijl die dit boek bijzonder maakt. Reeds na enkele pagina's heeft Lispector je zoveel voorgeschoteld, dat je het boek moet wegleggen. Bepaald geen pageturner dit boek, maar dat is niet anders dan een compliment. 

28 september 2021

Bezorgd

Ik lees niet zo veel dezer maanden. Wat ik lees lees ik traag, en verder zijn er teveel andere zaken: een verhuizing naar mijn definitieve stek in Portugal, veel planten en enkele dieren die om onderhoud vragen, druivenpluk en wat dan ook. Heel geweldig allemaal, maar het lezen schiet er dan een beetje bij in. Of ik pak voor het slapengaan een dicionário voor Portugese brugklassers om wat alledaagse woordjes te leren. Maar goed, mondjesmaat toch ook wat 'gewoons'. Ik lig bovendien enkele te beschrijven boeken achter, dus meteen weer twee tegelijk in een weblog. In juli las ik twee essaybundels: De fundamenten van Ramsey Nasr en Groter denken, kleiner doen van Herman Tjeenk Willink. In De fundamenten drie essays die Nasr tijdens de lockdowns van de coronacrisis schreef en waarin hij betoogt dat het neo-liberale denken van deze tijd de aarde uiteindelijk kapotmaakt. Een verhaal over de klimaatcrisis dat vaker gehoord wordt, maar Nasr schrijft de boodschap helder op. Ik schrijf deze weblog kort nadat bekend werd dat ook de derde informateur (Remkes) geen mogelijkheden ziet om een kabinet te formeren. Herman Tjeenk Willink was de eerste van de drie, en zijn eindverslag bevat uitspraken die hij in Groter denken, kleiner doen uit 2018 breder bespreekt. Kortgezegd draagt hij de politiek en de overheid op de kloof met de burger te dichten, dienend en 'er voor de mensen' te zijn. Hoewel Nasr en Tjeenk Willink het over verschillende onderwerpen hebben, ligt hun boodschap wel in elkaars verlengde. Bovendien schrijft Tjeenk Willink meer vanuit het hoofd, en Nasr vanuit het hart. Goed dat het opgeschreven, uitgegeven en gelezen wordt.

29 augustus 2021

Boekenweek 2021

In tijden van corona is alles anders, zo ook de Boekenweek. Die werd pas eind mei/begin juni gehouden (normaal in maart), en er was ook geen boekenbal. Wel verschenen het boekenweekgeschenk en het boekenweekessay. Ik las beide boeken na elkaar. Het boekenweekgeschenk is zelden echt goed, zo ook Wat wij zagen van Hanna Bervoets niet, maar het is wel een lezenswaardig verhaal, waarin de duistere kant van het internet een rol speelt. De gelaagdheid - ik-figuur schrijft het geheel aan haar psycholoog, en naast het werk als speurhond naar duistere posts op internet is er ook nog een liefdesverhaal met een collega - oogt interessant, maar mist diepgang en noodzakelijkheid. Eigelijk hadden die liefdesperikelen eruit gekund, om meer gewicht aan het werk-thema te kunnen geven. Maar goed, het leest allemaal vlot weg.
De genoxidefax van Roxane van Iperen is eigenlijk een veel spannender verhaal; helaas volledig op feiten gebaseerd. Op 11 januari 1994 stuurde VN-commandant Romeó Dallaire een fax naar het hoofdkantoor van de VN in New York. In die fax luidt hij de alarmklok over de ontwikkelingen in Rwanda. Eigenlijk voorspelt hij daarin wat pas enkele maanden later werkelijkheid zou worden: de massaslachting van honderdduizenden Tutsi's door de Hutu's. Van Iperen beschrijft wat er in die maanden gebeurde, of meer: wat nagelaten werd. De VN, de Amerikanen en vooral ook de Belgen deden toen in Rwanda wat nu ook in Afghanistan gebeurde: de eigen mensen evacueren, en de boel de boel laten. Moge Afghanistan zo'n genocide bespaard blijven, maar niemand die het weet. De genocidefax heeft een indringende ondertitel: Wat doe jij als het erop aankomt? (Op de afbeelding erboven staat nog het woord werkelijk in die ondertitel, maar niet op mijn exemplaar.)

14 juli 2021

Schubert

Klassieke muziek en een aantal componisten liggen me zo na aan het hart dat ik me voortdurend afvraag hoe die muziek tot stand kwam, en hoe die componisten zulke geniale en ontroerende muziek konden schrijven. Ik las al wel een aantal biografieën maar dikwijls bleef die vraag in het vage. Jan Caeyers kwam met zijn Beethoven-biografie een eind in de goede richting (zie hier). Veel grote componisten om nog heel veel over te weten te komen trouwens. Al heel lang hoog op mijn wensenlijst: Franz Schubert. Leeftijdgenoot van Beethoven, althans hun laatste 30 jaar, maar Schubert was wel 27 jaar jonger. Ofwel: Beethoven overleed op 57-jarige leeftijd in 1827, Schubert anderhalf jaar later. Hij werd 31. En toch componeerde hij zo'n 1000 werken, waarvan veel liederen, maar ook pianomuziek, strijkkwartetten, opera's, missen en symfonieën. Beethoven verbaast door zijn structuren, vernieuwingsdrang en energie, Schubert is intiemer, lieflijker en tegelijkertijd tragischer, en: onvoltooid. In de laatste anderhalf jaar van zijn leven componeerde Schubert als een dolle, alsof hij wist dat zijn einde naderde. Pure onzin, want dat is wijsheid achteraf. Maar mocht hem nog een jaar of vijf extra gegeven zijn geweest; wat een enorme hoeveelheid extra meesterwerken hadden we dan cadeau gekregen. Helaas, het moest zo zijn. Niet voor niets werd een jaar na zijn dood op zijn grafmonument deze tekst gebeiteld: de Dood begroef hier een rijk bezit, maar nog schonere verwachtingen.
In ruim een jaar tijd verschenen twee Nederlandstalige biografieën; ik las ze achter elkaar. De Vlaming Yves Knockaert gaf zijn boek de titel Schubert. De biografie mee. Je moet maar durven. De verwachtingen die de titel wekt worden niet waargemaakt. Knockaert geeft vooral de droge feiten, en besteedt daarnaast veel pagina's aan het antwoord op de vraag of Schubert en Beethoven elkaar nu wel of niet persoonlijk hebben ontmoet. Maar hij onderneemt geen enkele poging het 'geheim' van Schubert te ontrafelen. Een teleurstellend boek. De Nederlander Robert Joost Willink gooit het over een geheel andere boeg. In Een onvoltooid leven. Franz Schuberts Schmerz en de schaduw van Beethoven worden al die feiten eveneens gepresenteerd, maar probeert Willink Schuberts muziek en de ontwikkeling daarin te analyseren, waar mogelijk in relatie tot de studie die Schubert van zijn beroemde stadgenoot maakte - en op een gegeven moment bewust een andere weg koos. Beethoven was in Wenen en daarbuiten een bekend en (financieel) succesvol componist, ook al trok hij zich door zijn totale doofheid in zijn laatste jaren volledig uit het openbare leven terug. Schubert bleef eigenlijk zijn hele leven onbekend; slechts een luttel aantal composities werden regelmatig uitgevoerd. In 1822 liep Schubert syfilis op - toentertijd een uiteindelijk dodelijke infectieziekte. Dat heeft hij geweten, maar hij hoopte dat hij het nog een poos kon uitzingen. Willink beschrijft deze feiten diepgaand, en brengt ze waar mogelijk in relatie tot Schuberts muziek. Ook probeert Willink een verklaring te geven voor de opvallende uitbarstingen in een aantal van Schuberts latere werken. Hoe opmerkelijk: in juist de langzame delen, waarin Schubert uitermate simpele maar even aangrijpende melodieën presenteert, komen halverwege die delen enorme uitbarstingen voor, alle remmen los, je houdt je hart vast: in het strijkkwintet, het tweede pianotrio, de negende/achtste ('grote') symfonie, de pianosonate D959, zelfs al in die prachtige tweede Moment musicaux D780 in As: tragische lieflijkheid, maar opeens onverwacht complete desoriëntatie, woede, of domweg een steek recht door je hart. Willink besteedt een apart hoofdstuk aan die uitbarstingen: eindelijk een biografie die probeert het muzikale geheim te ontrafelen. Dat kan natuurlijk nooit, maat dat is de kracht van muziek. Maar ach, arme Schubert: zoveel moois gegeven, maar zo te kort geleefd. 

10 juli 2021

Trans

Ik kreeg het van een vriend mee voor onderweg, en inderdaad, ik begon er bij de gate op Schiphol in te lezen en las het halverwege de vlucht terug naar Lissabon uit. Welkom bij de club is een lichtvoetig geschreven roman door Thomas van der Meer over een ik-figuur die als meisje geboren wordt maar bij wie het al snel duidelijk is dat ze een jongen is cq wil zijn. Met zevenmijlslaarzen loopt het verhaal door de tijd, want zowel de transitie als het tijdsverloop gaan razendsnel. Dat lijkt een zwakte, maar maakt het boek juist aantrekkelijk: geen zwaarwichtig gedoe, maar een soepele vertelling over een operatie en de aanvaarding door vrienden en collega's. Op de laatste bladzijde een vrolijk lachende auteur met het onderschrift dat hij met de opbrengst van het boek de verbouwing van zijn badkamer hoopt te kunnen financieren. Een opmerking die de sfeer van het boek treffend weergeeft.

30 april 2021

Scheepsrecht

Deze eerste maanden in Portugal lees ik niet veel. Werk, huizenkoop en autoimport houden me uit de stemming om regelmatig uren achtereen geconcentreerd te lezen. Ik lees wel, maar het zijn slechts een tiental pagina's zo af en toe. Wel nog drie boeken te beschrijven, dus geheel hopeloos is het ook niet. Over een maand betrek ik mijn nieuwe huis, en na een periode van inrichten zal er in het najaar wel weer wat meer rust komen. Enfin, ik las in april Weduwe voor een jaar, dat ik al zeker vijftien jaar onuitgelezen in de kast had staan. Ik begon er ooit twee keer eerder in maar stopte na een pagina of honderd. Nu dan wel helemaal gelezen, en met groot genoegen. Voordat ik in 2006 deze weblog startte las ik enkele andere bekende titels van John Irving, steeds in sneltreinvaart: garp, hotel new hampshire, owen meany en regels ciderhuis. Die vier kenden een enorme vertellerskracht, en in Weduwe voor een jaar is dat iets minder sterk. Eigenlijk bevat de roman twee delen met elk een eigen atmosfeer en Irving moet iets teveel toeren uithalen om alles logisch aan elkaar te verbinden. Maar verder is hij ook in deze roman ouderwets op dreef door zonder schaamte alles erbij te betrekken wat er te betrekken valt; geen ingrediënt is hem teveel, en dat is gewoon lekker lezen, zo'n bont-barok verhaal. De Nobelprijs zal hij wel nooit krijgen, maar Irving is een unieke schrijver met een eigen thematiek en stijl.

31 maart 2021

Achterhoek

In mijn overlevingsdoos met boeken die met de auto meeging naar mijn tijdelijke verblijf in Portugal stopte ik twee boeken van Jeroen Brouwers die ik in 2003 van allerliefste collega's cadeau kreeg en toen meteen las, en sindsdien direct hoog op mijn lijst van te herlezen boeken stonden. Nu dan het eerste boek: Kroniek van een karakter Deel 1 - 1976-1981 - De Achterhoek. Ik las die 400 pagina's toen in drie dagen, nu in drie weken, maar het genot was er geen spat minder om. Ik was in 2003 net begonnen om zoveel mogelijk van Brouwers te lezen, en de twee delen Kroniek van een karakter (hoe moeilijk antiquarisch toen al verkrijgbaar) waren noodzakelijk daarbij. Sindsdien las ik nog zeker een meter Brouwers, en met die bagage lees je dit eerste deel met nog meer genoegen. Hij schrijft dezer jaren de romans Zonsondergangen boven zee en Bezonken rood en legt de basis voor De laatste deur, Winterlicht en het boek over Hélène Swarth, boeken die ik alle eveneens met groot genoegen las. Nu weet ik pas de achtergrond van die peren uit Winterlicht! De meeste brieven zijn gericht aan Tom van Deel en Jaap Goedegebuure. Maar ook aan Maarten 't Hart, Angèle Manteau en Walter van den Broeck. Ik gaf ooit eens een handje aan 't Hart en Goedegebuure - ik ben er eentje verwijderd van Brouwers! In de Inleiding schrijft Brouwers over hoe de brieven zijn gepubliceerd, en dat hij het genre (brievenboeken) eigenlijk verafschuwt. Het vervolg bewijst het tegendeel. Ik gun Brouwers het eeuwige leven, maar de wetenschap dat hij tienduizenden brieven moet hebben geschreven en dat die nooit gebundeld zullen worden, vind ik een onuitstaanbare gedachte. Maar goed, dit eerste deel Kroniek van een karakter biedt de lezer het verrukkelijkste wat je in het Nederlands kunt lezen. Citeren doet afbreuk aan de context en het bouwwerk in dit boek. maar je lacht je tranen om de taalvariatie, rijker dan in welk brievenboek ook. Kan een cadeau ooit rijker zijn? Het tweede deel laat ik even liggen; op mijn leeftijd moet je het ultieme genot spreiden. Maar het volgt spoedig. De rest van Brouwers komt hopelijk spoedig uit de opslag naar Portugal - ik ga die ruime meter stellig ook herlezen. Maar eerst dat tweede deel van deze grandioze brievenbundel. 

22 maart 2021

Zang

Ik sprak met de eigenaars van mijn huurhuis in Portugal over boeken, lezen en klassieke muziek en werd me vervolgens een roman aanbevolen/opgedrongen van Ann Patchett, een mij onbekende Amerikaanse schrijfster die in Bel Canto een operazangeres centraal stelt. Deze eigenaars ontmoetten deze schrijfster eens tijdens een boottocht; enfin, ik kreeg het boek te leen, een door de schrijfster gesigneerd exemplaar. Ik lees zelden boeken in het Engels, maar nu ik permanent in het buitenland woon moet ik me maar over taalbarrières heenzetten, te beginnen met het Engels uiteraard. Een boeiend verhaal: een rijke Japanner op zakenreis in een onbenoemd Zuid-Amerikaans land geeft een party in de ambtswoning van de vice-president, waar zijn favoriete sopraan een paar liederen ten gehore brengt. Die sopraan is de absolute nummer 1 van de wereld, en was toevallig in de buurt. Tijdens de party bestormen guerrila's de ambtswoning en nemen iedereen in gijzeling. Alle vrouwen worden vrijgelaten, met uitzondering van de sopraan, en daarna volgt een wekenlange patstelling. Er vindt langzaamaan toenadering tussen de gijzelnemers en gijzelaars plaats, en dat is het sterke van deze roman: de subtiele verandering in de verhouding tussen de gijzelnemers en gijzelaars, maar ook tussen de vormelijke Japanner en zijn vertaler en de sopraan en anderen. Het is nergens spannend omtrent de afloop, maar daar gaat het in deze roman niet om. De afloop is desalniettemin een koude douche. Geen meesterwerk, maar wel een apart en boeiende roman, misschien iets te Amerikaans-eendimensionaal, maar alleszins het lezen waard.

16 maart 2021

(Geen) spijt

Na drie boeken over geld, reizen en wijn (hier en hier de weblogs erover) een andere bestseller van de Nijmeegse hoogleraar psychologie Ab Dijksterhuis. Hij heeft er ruim 300 pagina's voor nodig om de kern van geluk te beschrijven. Op naar geluk. De psychologie van een fijn leven heeft naar mijn idee teveel woorden nodig om die kern te beschrijven: je hebt zelden of nooit spijt van wat je doet, maar veel vaker of altijd van wat je niet doet (of niet hebt gedaan). Die kern kende ik al cq was ik zelf al achter gekomen, maar veel dieper gaat dit boek eigenlijk niet. Dijksterhuis strooit met onderzoeken die vanalles aantonen of ontkrachten, maar veelal betreffen het open deuren. Misschien ben ik te verlicht en zijn er velen die door dit boek hun ogen geopend hebben: ik gun het boek zijn succes. Maar in tegenstelling tot Dijkserhuis' boeken over geld, reizen en wijn las ik dit boek met moeite uit. 

13 maart 2021

Val


De drie eerdere romans, alsook zijn naam, waren me ontgaan, maar het in november j.l. verschenen Wildevrouw kreeg de nodige publiciteit die me de naam van Jeroen Olyslaegers in een uithoek van mijn geheugen deed postvatten. Daar had het nog steeds gezeten ware het niet dat ik vlak voor mijn migratie naar Portugal het boek cadeau kreeg van een Vlaamse vriend. Wij werkten ooit bij een Vlaamse uitgeverij die de naam draagt van een bekende drukker tijdens de tweede helft van de zestiende eeuw (het bedrijf van die drukker bleef overigens voortbestaan tot in de negentiende eeuw, waarna het een museum werd dat ik ooit als puber tijdens een schoolreis bezocht; het was mijn eerste kennismaking met letterbakken en loden zetsel). Plantijn komt zelf niet in deze roman voor, maar het speelt wel tijdens de jaren voorafgaand aan wat we in de geschiedenisles leerden als de val van Antwerpen (1585), maar wat eigenlijk het beleg van Antwerpen was, en dat beleg was ook weer een gevolg van langdurig religieuze twisten en strijd om heerschappij, vrijheid, onafhankelijkheid; enfin: onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog. Olyslaegers beschrijft vanuit de ik-figuur Beer (herbergier te Antwerpen, gevlucht naar Amsterdam en daar zijn herinneringen optekenend) een turbulente tijd ruim een decennium voorafgaande aan dat beleg, maar je voelt dat dat beleg en de val eraan zitten te komen. Beer verliest drie vrouwen aan geboorten, waarvan alleen bij de laatste het kind overleeft, en zijn schuldgevoel, vadergevoelens, hang naar onafhankelijkheid en overlevingsdrang maken hem een ideale eigenaar van een herberg waar het vrijheidsdenken welkom is. Vaste gast is onder andere Abraham Ortelius, kaartenmaker en naamgever van de straat in Amsterdam-Bos en Lommer waarin ik drie jaar heb gewoond. Olyslaegers schrijft in een archaïsche stijl, die weliswaar niet altijd even vloeiend leest maar je wel het gevoel geeft dat je daadwerkelijk in die zestiende eeuw bent. Een strenge winter voelt ook als uiterst lang, en de martelingen voorafgaande aan het ophangen van een tweetal overvallers voel je in lijf en leden. Olyslaegers biedt je eerder een tijdsbeeld dan een verhaal met een plot, maar dat doet hij uiterst weelderig: een unieke historische roman!

06 maart 2021

Thuis

Het blijkt alweer ruim zes jaar geleden dat ik de eerste uitgave kocht van wat later een serie bleek te gaan worden. Carmiggelt gedundrukt bevatte een selectie Kronkels, fraai uitgegeven door Van Oorschot, zie hier de weblog. Er volgden andere schrijvers die ik al min of meer in Verzameld Werk in de kast heb staan of die ik even niet zo interessant vond/vind, maar nu Gerrit Komrij ook gedundrukt is kon ik de aanschaf niet laten. De ultieme vergaarbak is een fraaie bundel proza en poëzie die je doet schateren en soms ook vol onbegrip doorleest. Met zijn gedichten heb ik niet zoveel, en sommige prozastukken snap ik domweg niet, of doen me niets. Maar het merendeel van die prozastukken is grandioos, enorm goed geschreven en dikwijls uiterst vermakelijk. Ik schaterde soms de kalk van de muren, hier in mijn nieuwe tijdelijke huisje in Portugal. Voldoende stof om te citeren, maar koop en lees het boekje eigenlijk zo snel mogelijk zelf. Ik heb een haat-liefdeverhouding met dit soort verzamelbundels: ze bieden goede waar, maar ik weiger me ook neer te leggen bij de beperkte keuze van de samensteller(s). Publicatie van een Verzameld Werk zou ik zeer toejuichen en ook geheel lezen. Bepaald geen straf om dan af en toe iets te herlezen wat je al in deze verzamelbundel hebt gelezen.

27 februari 2021

Evenwicht

Het was het laatste boek dat ik uitlas in mijn Amsterdamse huis waar ik tien jaar woonde: het Geheim dagboek 1981-1982 van Hans Warren. Maar nu ruim anderhave maand later in Portugal lijkt het een eeuwigheid geleden en kan ik me er niet anders van herinneren dat Warren in deze twee jaren een gemoedelijk evenwichtig leven had met zijn jonge nieuwe liefde Mario. De bekende maar fijne elementen: een nieuwe reis naar Griekenland, veel op en neer-gereis naar Amsterdam naar Gerrit en Charles, goed eten, sex, kunstaankopen en klein-huiselijke strubbelingen. Tegelijkertijd ligt Nederland en Amsterdam opeens ver weg, maar dat zegt meer over mij dan over dit dagboekdeel. Warren in rustiger vaarwater, het was hem gegund!

21 februari 2021

Gif


Sinds de vorige post een hoop gebeurd: om kort te gaan verhuisd en geëmigreerd. Wel het nodige gelezen, inmiddels wachten er vijf boeken op beschrijving. Te beginnen met De rat van Amsterdam, de jongste roman van Pieter Waterdrinker. Misschien niet zo groots als Poubelle (zie hier), maar zeker beter dan Tsjaikovskistraat 40 (hier). Het is een lijvige roman waar Waterdrinker eens goed voor is gaan zitten. De ik-figuur schrijft in de gevangenis het hoe en waarom, en inclusief die passages over het heden in de gevangenis, maar natuurlijk vooral de opgeschreven herinneringen vormen een verrukkelijk verhaal. Breedsprakig, barok, en lekker giftig. De ik-figuur is eeuwig verliefd op een (oud)klasgenote en ondanks dat hij zelf flink in de smaak valt bij het damespubliek blijft die liefde eigenlijk min of meer onbeantwoord. Maar het verhaal bevat eigenlijk de gehele geschiedenis van geboorte tot heden van de ik-figuur en daardoor leest het tegelijkertijd als een spannend jongensboek. De verteldrift van Waterdrinker zit hem soms iets teveel in de weg, maar weinig hedendaagse Nederlandse romans die zo'n vertelplezier etaleren.

10 januari 2021

Drie

Een kleine drie jaar geleden las ik Noem me bij jouw naam van André Aciman (hier de weblog) nadat ik daarvoor naar de veelbezochte en -geroemde film Call me by your name was geweest, gebaseerd op dat boek. Het succes van de film en daarna (ruim tien jaar na verschijnen) het boek vroeg om een vervolg. En tja, daarvoor is Aciman teveel een eendagsvlieg om een goed vervolg te schrijven. De vader en de zoon uit Noem me bij jouw naam spelen in Vind me wederom, maar onafhankelijk van elkaar de hoofdrol, ofschoon ze beiden op slag verliefd raken op iemand met wie ze het daarna jaren gaan uithouden. Welja! In het slothoofdstuk is de vader inmiddels dood, en de zoon weer samen met de man die in het vorige boek zijn hart stal. De film gaat stellig volle zalen trekken, want couleurlocale (Rome, Parijs, Alexandrië) genoeg, maar literair helaas eendimensionaal.