Van Ian McEwan las ik tot nu toe louter goede boeken, en dat dacht ik tot tien pagina's voor het einde ook van de roman Amsterdam, waar hij in 1998 de Booker Prize mee won. Net als in Boetekleed (leeslog juni 2006), Zaterdag (leeslog december 2005) en Ziek van liefde weeft McEwan een vaag web van verbanden; in die drie romans viel uiteindelijk alles op zijn plaats en werd je verbaasd door het ingenieuze plot. In Amsterdam wordt de door de twee hoofdpersonen afgesproken euthanasie wel zeer luguber uitgevoerd. McEwan, die zich normaliter voor zijn romans erg goed documenteert vergaloppeert zich in dit boek met zijn voorstelling van de Nederlandse euthanasiepraktijk. En dan mislukt zo'n plot, en heb je er als Nederlander nog een rare bijsmaak over ook. De eerste 165 pagina's zijn zeer overtuigend, in de resterende 25 gaat het mis.
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
30 december 2006
Amsterdam
Van Ian McEwan las ik tot nu toe louter goede boeken, en dat dacht ik tot tien pagina's voor het einde ook van de roman Amsterdam, waar hij in 1998 de Booker Prize mee won. Net als in Boetekleed (leeslog juni 2006), Zaterdag (leeslog december 2005) en Ziek van liefde weeft McEwan een vaag web van verbanden; in die drie romans viel uiteindelijk alles op zijn plaats en werd je verbaasd door het ingenieuze plot. In Amsterdam wordt de door de twee hoofdpersonen afgesproken euthanasie wel zeer luguber uitgevoerd. McEwan, die zich normaliter voor zijn romans erg goed documenteert vergaloppeert zich in dit boek met zijn voorstelling van de Nederlandse euthanasiepraktijk. En dan mislukt zo'n plot, en heb je er als Nederlander nog een rare bijsmaak over ook. De eerste 165 pagina's zijn zeer overtuigend, in de resterende 25 gaat het mis.
29 december 2006
Wijn (3)
Na zijn Leven als Gort in Frankrijk (zie leeslog 17 november j.l.) las ik van Ilja Gort het nog leukere Het wijnsurvivalboek. Het is een uiterst vermakelijk boekje, met heldere uitleg van de theorie (cq Gorts interpretatie ervan), en de nodige anekdotes uit de wijnwereld en belevenissen van Gort als wijnboer. Was Leven als Gort in Frankrijk af en toe iets te melig en te populair geschreven, in dit boekje is de toon precies goed getroffen. Achterin geeft Gort een uitleg van de belangrijkste termen waarmee wijn wordt gekarakteriseerd. Bij Finesse schrijft hij: Oei! Dat bofje hebben we helaas alleen als het een dure, tot zeer dure jongen betreft. Een complexe, verfijnde wijn met een lange, lange afdronk. Zo'n wijn komt binnen als een juwelendief met witte handschoenen, maar een seconde later vieren alle smaakpapillen tegelijkertijd feest. Zoet, zuur zout, en alle andere andere smaakkabouters leggen de handen op elkaars schouders en trekken in een joelende polonaise door uw mond. Tja, dan schiet ik in de lach. Hoogtepunt is het verslag van de 'Salon du vin', het jaarlijkse feest van de wijnboeren uit het dorpje in Bordeaux waar Gort ook zijn chateau heeft. Twee buurman-wijnboeren zijn tegen elkaar bijzonder hoffelijk wanneer ze elkaars wijn proeven. Maar zodra de een naar de wc is, zegt de ander: ' Zijn wijn is nog niet goed genoeg om je auto mee te wassen.' Een prima boekje!
26 december 2006
Arabische Opera
In 2003 kreeg pianist en componist Michiel Borstlap de opdracht om een opera te componeren voor de Emir van Qatar. Het stuk moest in een paar weken klaar zijn, waarna het in allerijl werd gerepeteerd. De twee uitvoeringen (eerst in het Engels, een week later in het Arabisch) waren al gepland en zouden door Al Jazeera live worden uitgezonden in veel arabische landen. Zowel het componeren als het voorbereiden van de uitvoeringen bleken een chaotische toestand. De beschrijving van dit alles door Borstlap in dit boekje Opera in Qatar is onderhoudende lectuur. Borstlap is geen schrijver, en bij het zichtbaar ontbreken van een goede redactie zijn er in de tekst de nodige slordigheden blijven staan. Maar goed, het boekje leest lekker weg.
Pamflet
Denkend aan Holland is een uitermate geslaagd pleidooi van Thomas Rosenboom voor verlegenheid, geduld en het zich inhouden. In tegenstelling tot buitenlandse kinderen worden Nederlandse kinderen opgevoed met het uitgangspunt dat de wereld om hen draait. En daar krijg je vervelende, verveelde en agressieve mensen van. Rosenboom pleit voor een algeheel schreeuwverbod voor alle onderwijsinstellingen en het beperken van het televisie-aanbod in gevangenissen tot louter een klassieke-muziekzender en National Geographic: het perfecte medicijn tegen een agressieve inborst. Rosenboom moet maar minister in het nieuwe kabinet worden, vind ik.
23 december 2006
Flaubert
Een heuse topper, deze nieuwe selectie brieven van Gustave Flaubert verschenen onder de titel Geluk is onmogelijk. Dit is nu de vierde vertaalde brievenbundel; hoeveel brieven liggen nog onvertaald te wachten? Wat mij betreft dient het nieuwe kabinet de vertaler een beurs te geven voor de tijd dat hij ermee bezig denkt te zijn om alles wat nog rest te vertalen. Want het lezen van Flauberts brieven is een van de meest gelukzalige bezigheden die er zijn. Ondanks het voorturende gekanker en gescheld van de schrijver. Zomaar wat citaten, dan begrijp je wat ik bedoel:- Als ik enige kennis omtrent het leven heb opgedaan, komt dat doordat ik in de gewone betekenis van het woord weinig heb geleefd, want ik heb weinig gegeten, maar heel wat herkauwd.
- De stijl schuilt evenzeer achter de woorden als in de woorden. Het is evenzeer de ziel als het vlees van het boek.
- Ik amuseer me al met al maar matig op deze planeet.
- Ieder van ons heeft in zijn hart een koninklijke kamer. Ik heb hem dichtgemetseld, maar niet gesloopt.
- Welk werk dan ook is voor mij een lange reis; ik aarzel om me in te schepen en ik ben al van tevoren misselijk. (Over het schrijven aan een nieuw boek.)
- Ik ben van leem wanneer het om het ontvangen van indrukken gaat, en van brons om ze te bewaren.
- ...het verplaatsen van mijn enorme individu omstreeks de ochtendstond is een titanenarbeid die boven mijn krachten gaat.
- ... ook mij hangt alles verschrikkelijk de keel uit en voornamelijk mijn eigen individu.
- ... werken hangt me geweldig de keel uit, ik ben luier dan een oude aap en triest als een doodskist.
- Ik heb in mijn leven alles opgeofferd aan de vrijheid van mijn intelligentie.
- Ik heb gisteren zestien uur lang gewerkt, vandaag de hele dag en vanavond heb ik eindelijk de eerste bladzijde voltooid.
- ... bovendien heb ik genoeg van begrafenissen en ik wacht vol ongeduld op de mijne.
- Het is mogelijk dat ik erin verzuip, maar als ik het red, is de aardbol het niet waardig mij te torsen. Enfin, je moet wel een stokpaardje hebben om je in dit hondenleven staande te houden. (Over zijn roman Bouvard en Pecuchet, die hij door zijn vroegtijdige dood niet meer zou voltooien.)
- U weet wel dat ik u niet uitnodig omdat u te onaangenaam bent met die allesoverheersende gedachte dat u gauw weer moet vertrekken. Als u korter dan een week blijft, wil ik u niet hebben!
Ach, hoe prachtig allemaal. Hieronder een fraaie foto van de Franse meester.
Wijn (2)
Een kleine maand geen updates toegevoegd - schande. Andere bezigheden hielden me van het lezen af. Nu dan toch weer twee nieuwe utigaven, te beginnen met wat eigenlijk geen boek is, maar een cursusmap. Het is de theorie van de wijncursus die M. en ik volgden: De drankenwereld, geschreven door Michel van Tuil. In januari volgt het examen, en dan ben ik hopelijk de trotse bezitter van het wijnbrevet, wat je er ook mee kunt. In deze cursusmap wordt eerst in nogal droge taal uitgelegd hoe het maken van wijn in zijn werk gaat en welke verschillende technieken hierbij worden toegepast. Daarna volgt een rondgang langs de belangrijkste wijnbouwgebieden van de wereld. Veel opsommingen, maar als naslagwerk zal het zeker nog zijn diensten bewijzen. Ik ben nu begonnen met het aarzelend opbouwen van een wijnvoorraad. Het kost allemaal een godsvermogen, maar ik moet erkennen dat ik me sinds kort hoofdschuddend afvraag waarom mensen bij de Albert Heijn zomaar een bulkwijntje meenemen, in plaats van zich te verdiepen in de rijke variatie aan gebieden, domeinen en druivensoorten. Ach ja, iedereen die zich met wijn bezighoudt ontkomt niet aan snobisme, dus vergeef me deze elitaire houding. Van de map kon ik geen omslag op het internet vinden, en hij is te groot om onder de scanner te leggen, dus daarom bovenstaand sfeerplaatje.
26 november 2006
Dramatisch slechte Haitink-biografie
Op 7 november j.l. was het precies 50 jaar geleden dat Bernard Haitink voor het eerst een concert gaf met met Concertgebouworkest. Dat gouden jubileum werd begin deze maand gevierd met een prachtig concert waarbij Haitink een droomprogramma dirigeerde: Mahlers Das Lied von der Erde en Vierde symfonie. Het concert was vele keren uitverkocht, maar ik was erbij. In september ontstond er een relletje. Bij dit jubileum zou aan Haitink het eerste exemplaar van een boek overhandigd worden waarin zijn relatie met het Concertgebouworkest beschreven werd. Haitink had een stukje uit het manuscript mogen lezen, en wees de inhoud af. Communicatief eigenaardig als Haitink altijd al is geweest verklaarde hij dat het boek niet bij het jubileum overhandigd mocht worden, anders zou hij niet komen dirigeren. Enfin, de directie van het Koninklijk Concertgebouworkest trok zijn handen van het boek af, en voldeed aldus aan Haitinks eis. Het concert ging gewoon door, en het boek verscheen een week later in alle stilte. Het is geschreven door Jan Bank en Emile Wennekes, getiteld De klank als handschrift. Bernard Haitink en het Concertgebouworkest.Afgelopen week las ik dit boek, en ik kan niet anders zeggen dan dat ik zelden zo’n dramatisch slecht boek gelezen heb. Het barst werkelijk van de fouten en slordigheden, is erbarmelijk geschreven, getuigt van haastwerk en lapt alle basisregels van het schrijven van een biografie aan zijn laars. Ik heb alles wat mij opviel in het boek aangetekend, en in een worddocument gezet. Dat telt meer dan tien pagina’s! Liefhebbers moeten maar even als ‘comment’ hun mailadres achterlaten, dan stuur ik het document toe. Het gaat aan het begin al helemaal mis. Op het omslag staat als ondertitel Haitink en het Concertgebouworkest. Op de titelpagina: Bernard Haitink en het Concertgebouworkest. Inhoudelijk misschien een peulenschil, maar boekenmakers gruwen van zo’n misser. Hoe moet het boek voortaan geannoteerd worden? Voorts: ook de eerste regels van het voorwoord zijn een overtreding van de normen en waarden van het (biografisch) boekenschrijven. Je grabbelt wat akkoorden bij elkaar op een piano, maar pas wanneer je voor een orkest staat, begint pas het echte werken. [voetnoot 1]. Zo ongeveer beschreef Bernard Haitink eens het repetitieproces. Het citaat van Haitink is te vinden in het boek Met musici van Jan Brokken, en werd oorspronkelijk in de Haagse Post gepubliceerd. De woorden van Haitink zijn per letter in twee (!) bronnen na te gaan als ook dat de publicatiedata van deze bronnen nauwkeurig zijn te herleiden. En wat zeggen de auteurs, beiden hoogleraar dus kenners van wetenschappelijk onderzoek: zo ongeveer beschreef Bernard Haitink eens… Op dezelfde pagina, bij de derde keer dat de naam van het onderwerp wordt genoemd: Hatink. De auteurs grossieren in tautologieën en pleonasmen. Wat te denken van constructies als: geleidelijk steeds meer, of: de discussie golfde heen en weer, of: internationale broederschap van musici over de nationale grenzen heen. En hoogleraren die het aantal toehoorders zeer te wensen overhield schrijven dienen subiet ontslagen en terugverwezen te worden naar de brugklas vmbo. Wie de zin De blazerssectie vormt doorgaans een toch elastisch en wendbaar accurate slagwerkgroep die als specie tussen de orkestgroepen aaneensmeedt. begrijpt en weet uit te leggen mag het zeggen en krijgt van mij een boekenbon.
Ik wil mezelf geen kenner van de carrière van Haitink noemen, maar heb wel sinds begin jaren tachtig veel over hem gelezen, en veel concerten van Haitink bijgewoond. Als amateur-liefhebber kan ik ettelijke fouten in dit boek aanwijzen. De twee auteurs zijn hoogleraar; Wennekes zelfs hoogleraar Muziekwetenschap. Ze dienen zich diep te schamen!
19 november 2006
Jaren zeventig
Van verschillende kanten werd ik een poosje terug geattendeerd op de boeken van Jonathan Coe, van wie ik nog nooit gehoord had. Ach ja, ik ben geenszins perfect. Daarom eerst begonnen met De Rotters Club, waarvan ook al een vervolg bestaat (De gesloten kring). Dat ga ik zeker lezen, want de inhoud van De Rotters Club is boeiend genoeg om te willen weten hoe het verder gaat met de hoofdpersonen. Dit boek speelt in de jaren zeventig; de hoofdpersonen zijn ongeveer even oud als ikzelf was in die tijd, ook al is dat de enige overeenkomst. Helemaal overtuigd van de opzet van dit boek ben ik niet. Van een (h)echte club is namelijk geenszins sprake. Bovendien ben ik niet overtuigd van de noodzaak om alles vanuit allerlei perspectieven te vertellen. Anders gezegd: mij werd niet duidelijk welk doel deze bonte verzameling perspectieven dient. Het komt me voor dat Coe teveel ineens wilde, want een heleboel verhaallijnen blijven onopgelost. Een slecht boek is dit echter niet; daarvoor heb ik het met teveel plezier gelezen en ook: de tijdgeest is goed te proeven. De onvoorspelbaarheid van die vele verhaallijnen is misschien wel het meest interessante aan het boek, maar als losstaand geheel voldoet het boek niet. Hopelijk biedt De gesloten kring helderheid...
17 november 2006
Generatie Einstein
Voor wie zich wel eens hoofdschuddend afvraagt hoe het ooit goed moet komen met de jeugd van tegenwoordig, is er nu een interessant boek verschenen: Generatie Einstein door Jeroen Boschma en Inez Groen. Het is een leerzaam en verrassend betoog waarin de eigenschappen van de jeugd geboren na 1985 wordt geanalyseerd en verklaard. De ondertitel Communiceren met jongeren van de 21ste eeuw slaat op het uitgangspunt dat het boek vooral bedoeld is voor beroepsbeoefenaren die veel met jongeren te maken hebben. In de laatste hoofdstukken van het boek komt de nadruk te liggen op hoe je als marketeer/reclamemaker de aandacht van jongeren kan trekken. Dat is niet het sterkste deel van het boek. Vooral de analyse van deze generatie (en de vergelijkingen die worden gemaakt met de vorige generaties X en babyboom) is erg boeiend. Enkele vergelijkingen:Babyboom: protest - bevlogen - identiteit los van ouders en autoriteit
Generatie X: negatief - relativeren - identiteit is erbij horen
Generatie Einstein: positief - serieus - identiteit is oprecht van jezelf
Volgens de auteurs is de huidige jeugd op zoek naar authenticiteit. Liever een saaie oude leraar die zichzelf blijft, dan een vlotte vent die in de smaak probeert te vallen. Het boek behandelt uiteraard ook de problemen van de allochtone jeugd en de rol van de media. Een uitputtende analyse is het zeker niet, en alleen de lange bronnenlijst achterin geeft het een wetenschappelijke verantwoording. Of het allemaal klopt zal de tijd moeten leren. Maar ik moet toegeven dat ik door dit boek een positievere kijk op jongeren heb gekregen dan ik oorspronkelijk had.
Evolutieleer
De thuisreis van India naar Nederland bleek een enorm drama; uiteindelijk deden we er van het hotel in Delhi tot thuis in Amsterdam precies 24 uur over. 8 lange rijen, een vertraagde vlucht, aansluiting in Londen gemist, stressen om nog met een ander toestel mee te mogen etc. Die dag kende één lichtpuntje en dat was het boekje Kaas & de evolutietheorie van Bas Haring, dat ik tijdens de vlucht van Delhi naar Londen in één keer uitlas. Het is een boek geschreven voor jongeren en legt uit hoe het leven ontstond en hoe soorten leven zich ontwikkelden. Kern van Harings betoog is dat soorten niet een bepaalde eigenschap of gedraging ontwikkelden omdat die zo handig bleek. Het is slechts pure selectie: soorten waarvan individuen opeens een bepaalde gedraging vertoonden, bleken beter te kunnen overleven dan soortgenoten die dat niet deden. Het is dan een kwestie van overdracht en tijd (de biologische kopieermachine) om die gedraging bij een soort erin te krijgen. Of door Haring kernachtig samengevat: Doordat alle miljoenen, miljoenen en miljoenen mislukte planten en dieren van de aardbodem verdwijnen en alleen de succesvolle overblijven, lijkt het alsof de planten en dieren door iets slims bedacht zijn. Leuk boekje hoor.
Nederlandse wijnboer
Soms lees je op vakantie een boek dat past bij de reis die je maakt, en soms helemaal niet. In India las ik ook Leven als Gort in Frankrijk van Ilja Gort. Deze van oorsprong componist van reclamemuziek gooide in de jaren '90 het roer om en kocht een verlopen wijnchâteau in de Bordeauxstreek, en wist er binnen een paar jaar een bloeiend en gerespecteerd bedrijf van de maken. In dit boekje doet hij verslag van deze operatie. De stijl is nogal van dik hout zaagt men planken: maandenlang keihard pezen, nahijgend van de stress, ik voelde me of ik de hoofdpersoon was in een vruchtbaarheidsrite van de Boeroeboeroestam in Papoea Nieuw-Guinea, ik kan bijna leunen tegen de overweldigende wolk aftershave die hem omhult. Maar de stijl past ook wel bij de aardigheid van het boekje, waarin je het nodige te weten komt over wijnmaken en de strenge regels waaraan dat moet voldoen. Ilja Gort is natuurlijk vooral een succesvol zakenman, en in dit verhaal smaakt dat succes naar vers stokbrood, rijke salades met olijven en knoflook en naar betaalbare maar perfecte rosé.
13 november 2006
De multiculturele samenleving
Het land van haat en nijd van VN-journalisten Margalith Kleijwegt en Max van Weezel leverde een poosje terug nogal wat ophef op omdat toenmalig minister van Justitie Donner in dit boek zegt dat het invoeren van de sharia in Nederland in principe mogelijk is, mits er voldoende meerderheid is bij kiezers en daarna parlement. De overdreven en hypercorrecte reactie van enkele politici op deze uitspraak tekent de spastische houding van autochtonen tegenover hun vreemde bevolkingsgroepen. Zolang de buren keurig netjes hun vuilniszakken op tijd langs de straatkant zetten en hun hegje netjes knippen, zijn we bereid ze te accepteren. (Ik moet toegeven: ik erger me ook aan onaangepast gedrag, maar dan vooral aan bellers in stiltecoupés in de trein en ouders die met 80 km per uur hun kinderen in de SUV naar school crossen). Dit boekje lees je in een vloek en een zucht uit, en biedt op zich aardige voorbeelden van de tegenstellingen tussen allochtonen en autochtonen, bekeken vanuit beider gezichtspunten. Wat me stoorde aan dit boek is de beperkte blik. Er zijn enkele mensen gevolgd, en die heten dan representatief voor de gehele problematek te zijn. En ook in dit boek is er steeds één partij die de schuld krijgt (PvdA) - zelfs bij Vrij Nederland is men bang om te links gevonden te worden. Wie durft nu eens te roepen dat de VVD toch ook alweer 12 jaar onafgebroken aan de macht is - als daar niet minstens ook een verantwoordelijkheid ligt... De ondertitel 'Hoe Nederland radicaal veranderde' wordt in het boek overigens niet verklaard, want er worden slechts voorbeelden van verandering gegeven, niet de achterliggende redenen ervan. Het boekje heeft me dus vooral ergernis opgeleverd; toch ook daarom was het lezen ervan geen verloren tijd.
12 november 2006
Het nut van geschiedenis
Al voor mijn vakantie in begonnen, en op een verstilde veranda ergens in Rajasthan uitgelezen: Heeft geschiedenis nut? van Maarten van Rossem. Het is een leesbare verzameling stukken over geschiedenis (oorlog), politiek, kunst en cultuur. Het langste stuk, waarin Van Rossem de Tweede Wereldoorlog samenvat, las ik ruim een jaar geleden ook al eens in een aparte uitgave. Het meest interessant zijn echter zijn korte stukjes (eerder in kranten verschenen) over cultuur en politiek. Hierin laat hij zich van zijn origineelste kant zien en word je getrakteerd op eigenzinnige visies die tot nadenken stemmen. Zijn verhandeling over het poldermodel is daarvan een goed voorbeeld. Het boek was bovendien perfect voor het doorkomen van de ellenlange vliegtuiguren. Voor een roman is de afleiding in zo'n aluminium koker vol onrustige mensen en voorbijhollende stewardessen te groot; een boek met korte stukjes over interessante onderwerpen is dan een perfecte match! Op zich een mooi onderwerp voor een aparte log: boeken lezen in verschillende vormen van (openbaar) vervoer. Wie weet.
In memoriam
Inmiddels alweer een hele week terug van vakantie, maar door alle drukte geen tijd en rust gehad om de inmiddels vijf gelezen boeken hier te beschrijven. Volgt snel. Maar toch eerst even aandacht voor Sammiepoes, die tijdens vele leesuren mijn schoot warmhield. Tijdens onze vakantie is hij overleden - hij werd 15 jaar. Hij had een kwaadaardig gezwel in zijn kop, en dat werd hem fataal. Gelukkig logeerde familie in ons huis, dus hij is tijdens zijn laatste dagen geen moment alleen geweest. Ik kreeg hem toen hij 3 maanden oud was, en hij ontpopte zich tot een eigenzinnige kameraad. Het was een fantastische tijd, samen. Hieronder zijn staatsieportret, uit 1999: hij ging er eens goed voor zitten!
20 oktober 2006
Zwevende politici
In navolging van het pamflet Regels zijn regels met daarin het interview dat Paul Witteman met Dorien Pessers had over de zogenaamde daadkracht van Rita Verdonk (zie mijn leeslog van 9 augustus j.l.) nu eenzelfde soort boekje met daarin een gedrukt interview van Witteman met André Rouvoet, onder de titel Zwevende politici. Het interview gaat vooral over het opportunisme van politici in Den Haag, maar ook over Rouvoets wijze van politiek bedrijven in relatie tot zijn bijbelvaste geloof. Geen onaardig boekje, en het leest makkelijk weg, maar ik had er eigenlijk wat meer van verwacht. Rouvoet blijft steken in fraai klinkende algemeenheden, zonder veel concrete voorbeelden met naam en toenaam te geven. En dan houdt het allemaal wat vrijblijvends. Ik ga bij de aanstaande verkiezingen zeker niet op Rouvoet stemmen (over een aantal fundamentele onderwerpen ben ik het zeer met hem oneens), maar ik vind zijn optreden in de Tweede Kamer zeerzeker interessant. Wanneer CDA en VVD geen meerderheid halen bij de verkiezingen (waar ik God op mijn blote knieën voor zal danken) kan de positie van de Christenunie bij de formatie opeens heel belangrijk worden. Rutte heeft de Christenunie al afgewezen als coalitiepartner, en het lijkt me ook onmogelijk dat Rouvoet ervoor gaat zorgen dat Verdonk vice-premier wordt. Maar hoe sterk zijn de principes in het zicht van de regeringsmacht...? In dit boekje zegt hij hier helaas niets over.Tot begin november even geen updates; ik ben tot dan met vakantie (met een stapeltje boeken).
15 oktober 2006
Wijn
M. en ik volgen sinds kort een wijncursus en rondom die cursus haal ik allerlei boeken over wijn in huis. Het meest prachtig en rijk is de Wijnatlas van Johnson en Robertson. Dat boek kost zo'n € 70,- maar als je het leest en doorbladert is dat eigenlijk spotgoedkoop. Uit de vertaalde reeks 'Bluff your way in...' las ik vandaag Bluffen over Wijn geschreven door Harry Eyres. Het is een klein boekje van (toch nog) 64 pagina's en bevat naast grappige opmerkingen over het snobisme dat de wereld van de wijn omgeeft ook een hoop goede informatie over druivensoorten, terminologie, wijnlanden en wijnhuizen. Eyres is een kenner die het kaf van het koren probeert te scheiden, en dat levert voor zo'n zondag dat verder in het teken staat van werk en een concert vanavond een smakelijk tussendoortje op.
11 oktober 2006
De nieuwe Grunberg
Ik las tot nu toe slechts twee boeken van Arnon Grunberg: Blauwe maandagen en De asielzoeker. De eerste vond ik vreselijk, waarna ik besloot nooit meer iets van Grunberg te lezen. Pas vorig jaar las ik dan toch De asielzoeker, en dat was al een stuk beter, ofschoon nog steeds geen meesterwerk. Van vriendin Maaike kreeg ik twee weken zijn nieuwste roman Tirza cadeau. En daarmee heb ik me heel goed vermaakt. Ik vind deze roman van ruim 400 bladzijden weliswaar 40 procent te dik en al dat quasi-diepzinnige verklaren van feitjes en gedachten voegen weinig toe aan de psychologische diepgang van het boek, maar ondanks deze twee kritiekpunten is het een geslaagd boek. Bij Grunberg valt helemaal niks te lachen en het wordt naarmate het boek vordert alleen maar ellendiger - ik las in een internetrecensie dat er veel lachwekkende scenes in het boek voorkomen. Ben ik nou zo'n zuurpruim...? Het is één en al noodlot in dit boek. De hoofdpersoon doet er ook helemaal niks aan om dat te voorkomen. Het boek leest trouwens als een trein; door drukke werkzaamheden heb ik het boek eigenlijk alleen in intercity's kunnen lezen. Leve het spoor!
30 september 2006
Geheim dagboek deel 18
Wanneer een nieuw deel van het Geheim Dagboek van Hans Warren verschijnt, ben ik altijd heel even volmaakt gelukkig. Dat genoegen zal ik nog drie keer mogen smaken, want dan is het compleet. Ik las de afgelopen week het onlangs verschenen Geheim Dagboek 1990-1992. De inhoud is alleszins vertrouwd: veel over kunst (Warren en Molegraaf kopen voor flinke bedragen bij antiquairs en veilingen, en bezoeken menig museum in binnen- en buitenland), over eten, over contacten met de uitgeverij en over de relatie met M. Op zich gebeurt er weinig schokkends. Maar waarom is het lezen van het dagboek iedere keer toch weer zo'n gelukzalige bezigheid? Ik denk dat het enerzijds ligt aan de vloeiende cadans van de schrijfstijl. Of de teksten overeenkomen met hoe Warren het in de cahiers opschreef zullen we pas weten nadat die eens tentoongesteld worden. In dit Dagboek zijn Warren en Molegraaf druk bezig met de voorbereiding van het 9e en 10e deel, en wat Warren daarover schrijft blijkt dat er wel degelijk flink geredigeerd en geschrapt wordt. Anderzijds zal het lezen van het Dagboek ook zo heerlijk zijn doordat je het leven van Warren en Molegraaf nagenoeg volledig krijgt voorgeschoteld. Het is een geschreven real life-soap, maar dan van de allerbeste soort.
22 september 2006
Sutcliffe
Ben je ervaren van de Engelse schrijver William Sutcliffe heeft het tempo en de stijl van een gemiddelde Giphart. Het gaat over een jong stel dat drie maanden gaat backpacken in India. Al in het vliegtuig treden de eerste haarscheurtjes in de relatie op die uiteindelijk tot een breuk leiden. Het boek is verder een vlotte vertelling over de verdere reiservaringen van de ik-figuur, vol ironische verwijzingen naar alles wat de gemiddelde backpacker typeert: spottende uitspraken over Het Boek (de lonely planet), de yoga- en meditatielessen die samenreizende meisjes nemen, het kopen van inheemse kleding etc. Weinig diepgravend allemaal, maar het boek leest lekker weg (twee treinreizen en een uurtje op het balkon) en als voorbereiding op mijn eigen reis best aardig. Geen meesterwerk, maar ik had eerlijk gezegd slechter verwacht. Vooruit dan maar.
20 september 2006
Lichamelijke oefening
Ik heb ruim twee weken gedaan over dit nieuwste boek van Midas Dekkers over Lichamelijke oefening. Normaliter lees ik hetzelfde aantal pagina's in een dag of vijf. Het lezen van dit boek vereist aandacht omdat het zo'n enorm rijk boek is. Daarnaast had ik ook wat minder tijd om te lezen. Dit lagere tempo zegt echter helemaal niks over de kwaliteit van deze studie: die is wederom hoog. Net als Dekkers' drie voorgaande studies (De vergankelijkheid, Lief dier en De larf) is dit boek een genot om te lezen en om te bekijken. De prachtige illustraties vormen een aanvulling op het betoog van Dekkers, waarin hij het nut en de gezondheidswaarde van sport en lichamelijke oefening ontkracht. 'Bestudeer je de statistiek van leven en dood, dan blijkt sport niet veel uit te maken. Je wordt er nauwelijks ouder van en de maanden die je wint, heb je besteed aan sport. Er zijn maar twee beproefde manieren om ouder te worden. De eerste is oude ouders te hebben. Een hoge leeftijd is erfelijk. Je kunt je vader en moeder niet zorgvuldig genoeg kiezen. Helaas is die keuze al voor je gemaakt. Rest de tweede methode, waarop je veel meer invloed hebt: leer. Volg onderwijs. Hoe meer hoe beter. Uit elke statistiek, vanwaar ook ter wereld, uit welke tijd dan ook, blijkt dat mensen met de hoogste opleiding het gezondst leven en het laatst sterven.' (En voor de duidelijkheid: gezond leven is niet per definitie sporten, maar veleer minder roken en drinken, gezonder eten enzovoort.) Tja, niks tegenin te brengen. Evenmin tegen heel veel andere uitspraken van Dekkers. De hele fitness-manie verwijst Dekkers overtuigend naar de prullenbak. Iets minder eten en met de fiets naar het postkantoor en de bakker is veel effectiever. Daardoor bespaar je noodzakelijke fitness- en sporttijd die je lekker kunt besteden aan luieren en boeken lezen. 'Gemiddeld gaat er jaarlijks duizend kilo eten in uw lichaam om. Om niet aan te komen of af te vallen moet daarvan precies evenveel tot je lichaam worden verbouwd als er wordt afgebroken. Een foutje van 25 gram per dag en je komt in een jaar tijd al negen kilo aan.' Naast dergelijke onverwoestbare meningen geeft Dekkers in aparte hoofdstukken fraaie lessen over de geschiedenis van sport, de Körperkultur in de eerste helft van de 20ste eeuw en de verschillen tussen mensen en dieren. Opvallend: dieren sporten nooit, wat al een sterk bewijs is voor de onzinnigheid ervan. Een verrukkelijk boek!
04 september 2006
Boekenkastproblemen (1)
Ik begin maar eens aan een feuilletonnetje: de boekenkastproblemen. Ik heb er een paar, dus ik kan gerust een (1) achter de titel zetten. Allereerst maar eens het eindeloos opschuiven van alle boeken. Ik heb een rechttoe rechtaan lundiakast van ruim 4,5 meter breed en ruim 2,5 meter hoog. Op de bovenste rij de verzamelde werken, en beginnend op de tweede rij de nederlandse literatuur, direct gevolgd door de buitenlandse/vertaalde literatuur. Daarna de non-fictie, geschiedenis, letterkunde, een qua hoogte ruime plank met boeken uit alle voorgaande genres die daar niet tussen pasten, gevolgd door steeds meer ongeregelde zooi, strips en onzinboekjes, eindigend bij de goudengids, de gemeentewijzer en de foldertjes van de afhaalchinees en de pizzaboer. Deze hele verzameling staat in mijn woonkamer. Daar staat ook nog een antieke kast met kookboeken en in tweevoud de complete Vondel: de wereldbibliotheekeditie in tien delen, en de ééndelige hertaling van Albert Verwey. Ach ja, Gerard Reve zei niet voor niks: 'Voor je het weet is het oorlog en zit je zo weer zonder.' In de studeerkamer staat nog een oude ikea-kavaljer met boeken over klassieke muziek, en naast de computer wat planken met reisgidsen, woordenboeken en fotoalbums.
Dit eerste probleem betreft echter louter de grote lundiakast, waarin het hart van mijn boekenverzameling staat. Het merendeel van de boeken die ik lees komen in die kast terecht. Het imponeert eenieder die hier op bezoek komt en om wederom met Gerard Reve te spreken: 'Je laat zien dat je niet van de straat bent.' In eerdere woningen had ik andere boekenkastsytemen, maar het probleem dat ik hier centraal wil stellen is van alle tijden: het regelmatig de hele inhoud van de kast stukken opzij moeten schuiven, omdat je anders een gelezen boek niet meer op zijn alfabetische plek kwijt kan. Uiteraard verzamel je dan aan de beide uiteinden van de rijen de nodige lucht (ongeveer een centimeter of dertig), in de hoop daarmee lange tijd vooruit te kunnen en voorlopig van dat eeuwige heen en weer schuiven van meters boeken verlost te zijn. Maar nee hoor, voor je er erg in hebt staan de boeken alweer muurvast tussen de steunen en moet je onderin ruimte scheppen en vervolgens zeven planken à 4,5 meter doorschuiven om je laatstgelezen boek van Jeroen Brouwers netjes zijn welverdiende plek te geven. Ik ken mensen die naast hun boekenkast tafeltjes hebben staan waarop recentelijk gelezen boeken in keurige stapeltjes neergelegd worden. Ik heb me lange tijd verbaasd waarom mensen zulke tafeltjes met stapeltjes boeken hadden, terwijl ze - zo dacht ik - die boeken toch ook gewoon in de kast konden zetten. Nu snap ik dat men op die tafeltjes boeken spaarde om tijdens een opruimactie alles op de juiste plek in de kast te zetten. Toch was mijn aanvankelijke verbazing te verklaren. Dikwijls zijn dat speciale, antieke tafeltjes, met kleedjes van ragfijne stof erop waarop de boeken ogenschijnlijk nonchalant zijn neergelegd, maar toch daar lijken opgestapeld als volgens een logisch patroon geordend. Ik heb niks met zulke tafeltjes. Bij mij zou de poes er meteen op gaan zitten en er een puinhoop van maken. Voorts horen boeken niet op stapeltjes, maar staand in de boekenkast. Alles zijn plek; je bewaart de aardappelen ook niet in je videomeubel, en je fotoalbums ook niet in de bijkeuken. Dus geen boeken op tafeltjes, maar in de boekenkast.
Tja, dat doorschuiven. Ik doe het al een jaar of twintig. De verzamelde werken op de bovenste plank bijven netjes op hun plaats. De uitersten links boven (Dag van gramschap in Pompeji van Bertus Aafjes) en rechtsonder (de foldertjes van de afhaalchinees en pizzaboer) zijn eveneens standvastig. Maar alles daartussen schuif ik periodiek heen en weer om ruimte te scheppen voor nog meer boeken.
Dit eerste probleem betreft echter louter de grote lundiakast, waarin het hart van mijn boekenverzameling staat. Het merendeel van de boeken die ik lees komen in die kast terecht. Het imponeert eenieder die hier op bezoek komt en om wederom met Gerard Reve te spreken: 'Je laat zien dat je niet van de straat bent.' In eerdere woningen had ik andere boekenkastsytemen, maar het probleem dat ik hier centraal wil stellen is van alle tijden: het regelmatig de hele inhoud van de kast stukken opzij moeten schuiven, omdat je anders een gelezen boek niet meer op zijn alfabetische plek kwijt kan. Uiteraard verzamel je dan aan de beide uiteinden van de rijen de nodige lucht (ongeveer een centimeter of dertig), in de hoop daarmee lange tijd vooruit te kunnen en voorlopig van dat eeuwige heen en weer schuiven van meters boeken verlost te zijn. Maar nee hoor, voor je er erg in hebt staan de boeken alweer muurvast tussen de steunen en moet je onderin ruimte scheppen en vervolgens zeven planken à 4,5 meter doorschuiven om je laatstgelezen boek van Jeroen Brouwers netjes zijn welverdiende plek te geven. Ik ken mensen die naast hun boekenkast tafeltjes hebben staan waarop recentelijk gelezen boeken in keurige stapeltjes neergelegd worden. Ik heb me lange tijd verbaasd waarom mensen zulke tafeltjes met stapeltjes boeken hadden, terwijl ze - zo dacht ik - die boeken toch ook gewoon in de kast konden zetten. Nu snap ik dat men op die tafeltjes boeken spaarde om tijdens een opruimactie alles op de juiste plek in de kast te zetten. Toch was mijn aanvankelijke verbazing te verklaren. Dikwijls zijn dat speciale, antieke tafeltjes, met kleedjes van ragfijne stof erop waarop de boeken ogenschijnlijk nonchalant zijn neergelegd, maar toch daar lijken opgestapeld als volgens een logisch patroon geordend. Ik heb niks met zulke tafeltjes. Bij mij zou de poes er meteen op gaan zitten en er een puinhoop van maken. Voorts horen boeken niet op stapeltjes, maar staand in de boekenkast. Alles zijn plek; je bewaart de aardappelen ook niet in je videomeubel, en je fotoalbums ook niet in de bijkeuken. Dus geen boeken op tafeltjes, maar in de boekenkast.
Tja, dat doorschuiven. Ik doe het al een jaar of twintig. De verzamelde werken op de bovenste plank bijven netjes op hun plaats. De uitersten links boven (Dag van gramschap in Pompeji van Bertus Aafjes) en rechtsonder (de foldertjes van de afhaalchinees en pizzaboer) zijn eveneens standvastig. Maar alles daartussen schuif ik periodiek heen en weer om ruimte te scheppen voor nog meer boeken.
Het psalmenoproer
De nieuwste roman van Maarten 't Hart over Het psalmenoproer dat in de jaren rond 1775 flinke opschudding veroorzaakte in veel (kerkelijke) gemeentes is geen pageturner, zoals het kostelijke Lotte Weeda wel was. Het tijdeigen taalgebruik vereist dat je als lezer volledig geconcentreerd moet blijven. Ook is het goed dat je de Van Dale bij de hand houdt; wanneer je uit de eerste 50 pagina's alle onbekende woorden trouw opzoekt, heb je daar tijdens de rest van het boek veel profijt van. Ondanks die extra moeite is dit wederom een geslaagd boek van 't Hart, die de laatste jaren louter voortreffelijke titels voortbrengt. Het historische verhaal gaat niet alleen maar over het psalmenoproer (de lange en korte zingtrant), maar evenzeer over de visserijproblematiek. De persoonlijke lotgevallen van de hoofdpersoon en zijn geheime liefde voor Anna lopen weliswaar als een rode draad door alles heen, maar deze vormen zeker niet de kern van het boek. Er zijn ook weer enkele heerlijke passages waarin 't Hart zijn bekende stokpaardjes berijdt (muziek, het aantonen van de onmogelijkheid van sommige bijbelverhalen, anti-roken etc.). En in welke Nederlandse roman krijgen beroemdheden als Mozart (ene Moot Sart), Beethoven (dit beest uit Bonn) en Napoleon en passant als personage een bijrolletje?
01 september 2006
Nieuwe boeken
Ik sta op het punt om te beginnen in Het psalmenoproer, de nieuwe roman van Maarten 't Hart. Vanochtend bezocht ik echter de boekhandel om een cadeau voor iemand te kopen, toen ik er twee boeken zag liggen waarover ik geen enkele seconde nodig had om erover na te denken of ik ze wel zou willen hebben: het nieuwste Geheim Dagboek van Hans Warren (1990-1992) en de vierde studie van Midas Dekkers, dit keer over Lichamelijke opvoeding. Het zijn zeldzaam gelukzalige momenten: boeken aantreffen waarbij je in een flits volstroomt met het zalige vooruitzicht ze te kunnen lezen. Ik begin toch maar gewoon met de nieuwe 't Hart, daar keek ik ook al een poos naar uit.
30 augustus 2006
Primo Levi (2)
In Het respijt vertelt Primo Levi over de periode na de bevrijding van Auschwitz-Birkenau, waarin hij via een enorme omweg naar huis terugkeerde. Die terugreis is als het wakker worden in een koud huis waarbij op het moment van ontwaken de verwarming aanslaat: langzaamaan zie je de schrijver zich realiseren dat er nog een leefbare wereld bestaat, waar het steeds minder onaangenaam wordt. Over de thuiskomst vertelt hij nagenoeg niets. Het boekje is naast een beschrijving van de omzwervingen ook een verzameling anekdotes. Zijn (tijdelijke) reisgenoten komen kleurrijk in beeld en de creativiteit die men aan de dag legt om in leven te blijven of zelfs wat geld te verdienen is boeiende leesstof. Samen met Is dit een mens grootse literatuur!Wat anders. Ik las Het respijt in de uitgave van het pockethuis van Meulenhoff. Natuurlijk, gebonden boeken zijn het fraaist, maar ik heb niets tegen pockets. Je kunt je afvragen of uitgeverijen er goed aan hebben gedaan om in de herdrukcyclus een goedlopend boek zo snel te laten afdalen van gebonden uitgave en paperback naar goedkope herdruk en daarna een pocket, maar dat is een ander verhaal. Nagenoeg alle grote literaire uitgeverijen hebben een pocketserie. Die van Meulenhoff is het lelijkst door die hopeloze quote op nota bene de rug: lezen is een belevenis. Ik kan me allerlei verkoopbevorderende elementen op voorplat, rug of achterplat van een boek voorstellen, maar deze quote is wel de meest idiote en mislukte die ik ken. Zou er één boekenkoper sneller tot aanschaf van zo'n pockethuispocket overgaan, ten koste van een rainbow, pandora, singelpocket waar die op auteur gerangschikt tussenstaat, vanwege dat lezen is een belevenis
24 augustus 2006
Primo Levi
Bij mijn log over het Dagboek van Anne Frank kreeg ik van drie bezoekers het advies om Is dit een mens van Primo Levi te lezen, en daarna Het respijt. Ik had nog nooit iets van Levi gelezen, dus bij zulk een krachtige aansporing bezocht ik meteen de boekhandel. Is dit een mens bleek niet leverbaar te zijn, maar via antiqbook spoorde ik het snel op; ik las het gisteren en vandaag. Het is een uitermate indringende beschrijving van zijn deportatie naar en gevangenschap in Auschwitz. Na zijn terugkeer in Italië schreef hij meteen dit boek, waarin hij niet alleen de feiten van wat hij meemaakte beschrijft, maar ook probeert te analyseren waar in het kamp de grenzen van het mens-zijn lagen. Ik schreef al eerder: de werkelijkheid is altijd aangrijpender dan een verzonnen verhaal. Dit boek is het beste bewijs voor die stelling. Ik ga dit boek hier niet analyseren; toelichting is eigenlijk overbodig. In het voorwoord schrijft Levi waarom hij dit boek geschreven heeft. Het eindigt met de beklemmende en onheilspellende opmerking: Het lijkt me overbodig hieraan toe te voegen dat geen enkel feit verzonnen is. Morgen vervolg ik Levi's verslag met Het respijt.
Kim
Verplichte kost voor wie naar India gaat is Kim van de Britse schrijver Rudyard Kipling (1865-1936). Kipling schreef het boek in 1901; in 1907 ontving hij de Nobelprijs voor de literatuur. Kim wordt overal en altijd geroemd om zijn beeldingskracht: je ruikt India, je proeft het eten, je hoort de straatgeluiden enzovoort. Daarnaast zit het boordevol spiritualiteit. Het jochie Kim reist immers met een Tibetaanse lama door het land, op zoek naar de Rivier van de Pijl. Tegelijkertijd wordt Kim ingeschakeld bij het opsporen van spionnen. Ogenschijnlijk een mooie mix, maar ik moet bekennen niet van het boek genoten te hebben. Het leest weliswaar vlot, maar mij ontging tegelijkertijd een hoop. Het boek bevat ontelbare inheemse termen die ik niet begreep. Bovendien wisselt de situatie in het verhaal zo vaak en zo abrupt, dat ik af en toe volledig de draad kwijt raakte. De verhaallijn en het perspectief in de roman zijn eigenaardig gestructureerd. Wanneer je op internet op zoek gaat naar beschrijvingen over dit boek, lees je uitsluitend lovende woorden. Helaas, ik heb niet zo kunnen genieten.
18 augustus 2006
Het zijn net mensen
Joris Luyendijk is een eigenzinnig journalist. In Het zijn net mensen lijkt hij zijn vijf jaar correspondentschap in het Midden-Oosten van zich af te schrijven. De berichtgeving uit het Midden-Oosten is gefilterd, vervormd en gemanipuleerd. Veel van het nieuws is voorgekookt door de grote internationale persbureaus. De meeste correspondenten in de regio spreken bovendien de taal niet, dus kunnen niet communiceren met de plaatselijke bevolking - vergelijk de situatie dat een Chinese correspondent die alleen Chinees spreekt voor de belangrijkste dagbladen en de staatstelevisie in China iedere dag het Nederlandse nieuws verslaat en zich alleen kan onderhouden met de vriendelijke, Chinees sprekende meneer van de Rijksvoorlichtingsdienst... Daarnaast: alle Arabische landen zijn dictaturen, waar mensen nooit vrijuit spreken, en waar je permanent iemand van de geheime dienst als begeleider om je heen hebt hangen. Tja, dan kom je vers in een land aan, camera's draaien en live in het 8 uur-journaal: 'En Joris, hoe is de sfeer?' Het boek staat vol onthullende inkijkjes in de wijze waarop wij geïnteresseerde kijkers en lezers het wereldnieuws voorgeschoteld krijgen. Je zou er cynisch van worden. Waar Israël en de Verenigde Staten op de meest professionele manier de media van informatie voorzien, presenteren de Arabische landen en de Palestijnen hun kijk op de zaak op de meest stuntelige manier. Daardoor wordt onze visie sterk beïnvloed. Toch maar even een citaat. Raakt een Arabische leider in conflict met een westerse regering, dan is hij 'anti-westers'. Westerse regeringen zijn nooit 'anti-Arabisch'. (...) Hamas is 'anti-Israëlisch', joodse kolonisten niet 'anti-Palestijns'. Palestijnen die geweld gebruiken tegen Israëlische burgers zijn 'terroristen', Israëliërs die geweld gebruiken tegen Palestijnse burgers 'haviken' of 'hardliners'. Israëlische politici die een geweldloze oplossing zoeken zijn 'duiven', hun Palestijnse tegenvoeters 'gematigd' - implicerend dat alle Palestijnen fanatiekelingen zijn. Je zag de twee maten het best als je het omdraaide: 'De gematigde jood Shimon Peres heeft met zijn anti-islamitische toespraak grote onrust gezaaid bij Palestijnse duiven.' Je wordt niet bepaald vrolijk van dit boek, maar je moet het gelezen hebben om hierna nog het idee te houden dat je ondanks alle manipulaties met onbevangen ogen naar de wereld om je heen kunt blijven kijken. Klik even op het omslag, dan verschijnt het in een apart scherm in groter formaat. De foto is al even onthullend... Lezen, dit boek!
India
In oktober gaan M., zijn tante A. en ik twee weken naar India. Het stond al lang op mijn verlanglijstje om daar eens naartoe te gaan en na twee jaar van uitstellen, afstemmen en de juiste reis en datum zoeken, gaat het binnenkort dan toch gebeuren. Het wordt een korte georganiseerde groepsreis naar het Golden Triangle-circuit in Rajasthan. Hoe kort en weinig diepgravend de reis wellicht ook is, ik verheug me er enorm op en ben van plan goed ingelezen op Schiphol te verschijnen. Als introductie las ik vorige week het deel over India uit de landenreeks van KIT Publishers, de uitgeverij van het Tropeninstituut. Het door Brigitte Ars geschreven boekje van 130 pagina's dateert van 2005 en behandelt in vogelvlucht maar met voldoende diepgang allerlei aspecten van dit enorme land: geschiedenis, politieke situatie, godsdienst, economische opkomst, Bollywood, verschillen tussen noord en zuid en arm en rijk, de positie van vrouwen enzovoort. Op het boekenplankje met nog te lezen boeken staan inmiddels boeken van Kipling, Forster en Rushdie dus als je je gaat afvragen waarom er opeens allerlei India-gerelateerde titels op deze leeslog verschijnen heb je hier het antwoord.
Groene versus witte spelling
Afgelopen week werd de nieuwe spelling officieel; tegelijkertijd verscheen een alternatieve woordenlijst. De Groene spelling versus de Witte spelling is al een poosje onderwerp van een belachelijke strijd tussen de Nederlandse Taalunie enerzijds en het Genootschap Onze Taal anderzijds. Daarnaast betoont het journaille zich weer van zijn meest bekrompen en betweterige zijde. In NRC Handelsblad van woensdag 16 augustus stond deze ingezonden brief die ik met volledig onderschrijf. Verdere toelichting overbodig. Om het krantenknipseltje goed leesbaar op je scherm te krijgen: klik eerst op het artikel, en daarna op het kruisteken dat onderaan verschijnt.
14 augustus 2006
Dagboek van Anne Frank
Tja, iedereen heeft zo zijn zwakheden; vanaf vandaag heb ik er eentje minder. Ik las namelijk Het Achterhuis uit, de dagboekbrieven van Anne Frank. Een hele boekenkast met gelezen boeken vol, maar dit boek las ik nog niet eerder. Een paar jaar geleden kocht ik wel de wetenschappelijke editie met de verschillende varianten, maar dat is bepaald geen uitgave die uitnodigt om te lezen. Sinds 2003 is gelukkig een leesversie beschikbaar gebaseerd op de wetenschappelijke editie en mét de extra bladen die pas na de dood van Otto Frank boven tafel kwamen. Over de kwaliteiten van dit dagboek hoef ik denk ik niet lang uit te weiden. Anne Frank was een vroegrijp meisje en een begaafd schrijfster. Als ze de oorlog zou hebben overleefd had ze het in de literatuur nog ver kunnen schoppen. Het heeft niet zo mogen zijn. Aan het lezen van dit dagboek hangen onlosmakelijk de emoties over het onrecht dat aan Anne Frank, haar mede-onderduikers en alle joden is aangedaan. De holocaust blijft niet te bevatten, hoeveel je er ook over leest. Vorig jaar kocht ik de twee heruitgegeven delen van Ondergang van Presser, maar mij ontbreekt de moed het te lezen. Van holocaust-verhalen raak ik altijd van slag, en kan ze niet anders een plek geven dan door te denken: arme mensen, ze leefden buiten hun schuld in de verkeerde tijd en op de verkeerde plek. Maar dat is een schrale troost.
11 augustus 2006
De eeuw van mijn oom en tante
Tijdens mijn leesvakantie in Zuid-Frankrijk las vriend J. de oorspronkelijke Engelse versie van Twee levens van Vikram Seth. Voor mijn verjaardag gaf hij me de vertaling cadeau. Seth beschrijft hierin het leven van zijn Shanti-oom en zijn tante Henny. Beiden werden geboren in 1908, leerden elkaar aan het begin van de jaren dertig in Berlijn kennen, maar trouwden pas in 1951. Henny overleed in 1989, Shanti-oom in 1998. Het boek is een uitermate toegewijde beschrijving van hun beider levens, hun karakter en de stormachtige tijd waarin ze leefden. Shanti-oom kwam uit India, studeerde in Duitsland, werd later tandarts in Londen, maar verbleef tijdens de oorlog als leger-tandarts aan geallieerde zijde in Noord-Afrika, en verloor een deel van zijn arm bij de strijd om Monte Cassino. Tante Henny was Duitse en jood. Van haar naaste familie was zij een van de weinigen die de oorlog overleefde. Als student woonde de schrijver enkele jaren bij zijn oom en tante in huis, waarna hij zich speciaal in hun levens is gaan interesseren. Pas na de dood van oom schreef hij dit boeiende en humane boek, dat een mengeling is van een (familie)biografie, memoires en bespiegelingen over de tijd waarin zij leefden. Het boek maakt duidelijk dat de werkelijkheid altijd interessanter en aangrijpender is dan een verzonnen verhaal.
09 augustus 2006
Regels zijn regels
Na het eerste Hirsi Ali-debat in de Tweede Kamer in mei j.l. interviewde Paul Witteman in Buitenhof Dorien Pessers, hoogleraar Rechtstheorie aan de VU in Amsterdam. Wat een toetsing van de uitspraken van Verdonk in het kamerbedat moest worden, werd een vlijmscherpe en pijnlijke analyse van een regeringsbeleid dat later als een heel zwarte bladzij in onze geschiedenis geboekstaafd [zal] worden. Geen enkele uitzending van Buitenhof ontving zoveel reacties, overigens nagenoeg allemaal positief. Het integrale interview (via de website van Buitenhof na te zien) is nu uitgegeven in een boekje Regels zijn regels, aangevuld met een nawoord van Pessers waarin ze een aantal uitspraken nader toelicht. Het boekje telt 44 bladzijden en kost nog geen 4 euro. Ik had hier al eerder laten doorschemeren dat ik geen fan van dit kabinet Balkenende ben, en als je dit boekje leest schaam je je diep dat wij in Nederland een regering hebben die een beleid voert dat knaagt aan de grondbeginselen van onze rechtsstaat. Door Balkenende en Verdonk (die als CDA en VVD na de verkiezingen verder kunnen regeren hoogstwaarschijnlijk vice-premier wordt!) worden grenzen overschreden die de vermeende sociaal-economische verdiensten van deze regering doen verbleken en waartegen slechts één remedie kan dienen: wegstemmen! Enfin, lees dit boekje maar.
04 augustus 2006
Spaanse Burgeroorlog
Het stond al een poosje op mijn verlanglijstje om een goed boek over de Spaanse burgeroorlog te lezen. Onlangs verscheen De strijd om Spanje. De Spaanse Burgeroorlog 1936-1939 van Anthony Beevor, van wie ik eerder boeiende boeken over Stalingrad en de ondergang van Berlijn in 1945 las. Ook deze pil boeit, al moet je soms flink doorbijten. De strijd ging officieel tussen de republikeinen en de nationalisten, maar vooral de linkse republikeinen waren een verzameling van vele soorten partijen, vakbonden en bondgenoten. Het duizelt je soms van de namen en afkortingen. De rechtse nationalisten waren aanvankelijk eveneens divers, maar Franco wist de boel snel te centraliseren, wat trouwens één van de belangrijkste pilaren onder zijn latere overwinning bleek. De republikeinen bleven tot op het eind verdeeld en waren soms meer met elkaar bezig dan met de tegenstander. Vooral de communisten probeerden zich de juiste uitgangspositie voor na de te winnen oorlog te verschaffen. De strijd was vanaf het begin ongelijk, ook al waren beide partijen wat betreft strijders getalsmatig in evenwicht. De republikeinen (die zich terecht erop beriepen de officiële en democratisch gekozen regering te vertegenwoordigen) kregen behalve van de Sovjetunie geen steun vanuit het buitenland, terwijl Franco flink profiteerde van de de hulp uit Duitsland en Italië. Door de incapabele republikeinse militaire leiders liepen vele onnodige veldslagen op een jammerlijke mislukking uit, zodat men zichzelf verzwakte. Nadat de nationalisten van Franco een stad of gebied hadden veroverd, startten zij er huiveringwekkende zuiveringen, waarbij vele tienduizenden voor het vuurpeloton moesten verschijnen. Het boek geeft geen antwoord op de vraag hoe het heeft kunnen gebeuren dat het westen tot de dood van Franco in 1975 (!) deze fascist ongestoord zijn gang heeft laten gaan. Maar daarvoor is dit boek ook niet bedoeld; het geeft uitputtend inzicht in het verloop van drie jaar burgeroorlog in een periode dat Hitler de aandacht in Europa voor zich opeiste. Beevor geeft ook enkele opvallende feiten. Terwijl ik het tegenovergestelde aannam, bleek Spanje al ver voor de oorlog het land te zijn met procentueel het minste kerkbezoek. De katholieke kerk steunde openlijk de nationalisten, en de paus feliciteerde Franco in 1939 met zijn overwinning. De kerk praatte gewelddaden tegen de republikeinen en republikeinse bevolkingsgroepen goed, en schreeuwde moord en brand wanneer de propaganda van Franco een misdaad tegen een priester meldde. Bij het bezoek van paus JHP 2 aan Spanje in 2003 noemde hij de niet eens bewezen moord op priesters door de republikeinen een geplande misdaad, maar repte met geen woord over de vele priesters die door de nationalisten zijn vermoord. Zou dat de reden zijn geweest voor de koele ontvangst door de huidige Spaanse premier van de nieuwe paus onlangs? Feit is in elk geval dat de Spaanse burgeroorlog de gemoederen in Spanje nog flink bezighoudt, vooral ook omdat men er pas ruim 30 jaar mee bezig mág zijn. Beevor maakt ook duidelijk dat de steun die de republikeinen uit verschillende landen kregen aan gevechtskracht weinig voorstelde. De hulp uit de Sovjetunie was weliswaar noodzakelijk om overeind te blijven, maar was onder de maat om de oorlog te kunnen winnen. Bovendien had Stalin niet zoveel belangstelling voor Spanje; hij had intern en met Hitler en Engeland wel andere zaken aan zijn hoofd. Enfin, een rijk en gevarieerd boek dat zich niet makkelijk laat lezen.
31 juli 2006
Stefan Brijs
Na zo'n mislukte thriller is het heerlijk om meteen daarna een goed boek te lezen: De engelenmaker van Stefan Brijs. Het is een meeslepend verhaal over een arts die terugkeert naar het huis van zijn vader in een Belgisch dorpje vlak bij het drielandenpunt; hij heeft drie misvormde baby's bij zich. Via flashbacks en beschrijvingen over hoe dorpsbewoners tegen deze vraamde zaak aankijken, kom je langzaam te weten hoe de vork in de steel zit. Daarna ontspint zich een macabere ontknoping. Het boek is goed, geen meesterwerk. Daarvoor is het ondanks de verwikkelingen en de boeiende ontknoping toch te eendimensionaal. Maar het rechtlijnige proza, de verweving van gedachten, feiten en vermeende feiten maken het wel een overtuigend boek, waarin je als lezer bovendien alle ruimte krijgt om zaken aan elkaar te knopen. Knap gedaan hoor.
30 juli 2006
Grisham
Ik was een weekje in Zuid-Frankrijk, alwaar M. en ik met twee vrienden een fraai huis hadden gehuurd. Het huis was van alle gemakken voorzien, alsook van een ruime tuin met ligstoelen en grote bomen die veel schaduw boden. Enfin, tijdens deze week vooral datgene gedaan wat ik wilde doen: lezen. Op zich niet eens zoveel titels gelezen (slechts tweeëneenhalf), maar wel veel pagina's. Allereerst Het Vonnis van John Grisham. Ik las al eens eerder twee boeken van hem en die bevielen me best goed. Maar deze pil van bijna 600 pagina's viel (uiteindelijk) flink tegen. Het is een goed geconstrueerd verhaal waarin de spanning langzaam opgevoerd wordt en waarbij je na zo'n 400 pagina's gaat uitzien naar dat ene feitje of die ene gebeurtenis waardoor het verhaal kantelt en de verhaallijn explodeert. Dat gebeurt dus niet. Uiteindelijk wordt datgene waartegen al die tijd juridisch gestreden wordt simpelweg uitgevoerd. Een flinke afknapper, temeer het verhaal wel de mogelijkheid bood om er een echt spannende en onvoorspelbare draai aan te geven (want de echte moordenaar blijft vrij rondlopen en was binnen handbereik). Als je voor de reguliere verhaallijn al 600 bladzijden nodig hebt, ben je als schrijver niet voldoende competent. Voor mij geen Grisham meer.
18 juli 2006
2 x Simenon
Bij de Slegte voor de naderende boekenleesvakantie een stapeltje Simenon-pockets gekocht. Twee daarvan inmiddels uitgelezen: Het bloedspoor in de sneeuw en Maigret op reis. Het bloedspoor in de sneeuw is een roman (geen maigret-detective!) over een jongen tijdens de bezetting die terloops iemand vermoordt en aan een roofoverval meedoet, en daarna wordt opgepakt. Het is een merkwaardig opgebouwd en in koele stijl geschreven boek waarin de barse natuur van de jongen wordt ontleed. Een rare maar aparte roman, wat ik niet achter Simenon gezocht had. Maigret op reis is een typische Maigret-detective: een beetje ironisch, snel opgezet en niet echt spannend, maar wel onderhoudend. Voor langs het zwembad resteren er nog een paar, ook al twijfel ik nog steeds of ik niet gewoon aan Proust of zo moet beginnen...
12 juli 2006
Baldwin
Giovanni's kamer van James Baldwin uit 1956 is één van de eerste romans waarin expliciet de liefde tussen mannen centraal staat - en de problemen die die liefde allemaal oplevert. Baldwin schreef echter tegelijkertijd een meesterwerk in compactheid en broeierigheid. Het verhaal is zwaarmoedig en geladen, er hangt voortdurend een bepaalde dreiging. Tegelijkertijd is de stijl bijzonder vloeiend: het verhaal leest als een trein. Knap als je dat zo kunt schrijven!
09 juli 2006
Harry Bosch-thriller
Zo lees je drie boeken in een week, en zo een hele poos niks. Drukte op het werk en een mislukte poging om door Mogelijkheid van een eiland van Houellebecq heen te komen zorgden ervoor dat het alweer ruim twee weken geleden is dat ik een boek uitlas. Tot vandaag. Vorige week trof ik in de Slegte een pocket van Michael Connelly, van wie ik jaren geleden eens met veel genoegen in het Engels zijn Angels Flight las. Nu dan zijn thriller Kofferdood, waarin eveneens rechercheur Harry Bosch de hoofdrol speelt. Het is een ingenieus verhaal over een moord, de vermeende rol van de mafia, oude liefdes en interne conflicten bij de politie van Los Angeles en de FBI. Het lees allemaal heerlijk weg. Soms denk ik wel eens dat ik in plaats van die soms 'moeilijke' literatuur gewoon eens een poosje louter thrillers moet lezen. Pak de 5-sterren uit de VN-thrillergids en je bent lekker onder de pannen.
25 juni 2006
Im Westen nichts Neues
Misschien wel het fraaiste boek van een deelnemer aan een oorlog ooit geschreven: Van het westelijk front geen nieuws van de Duitse schrijver Erich Maria Remarque (Erich Paul Remark). Hij schreef het in 1927 en het boek werd een internationale bestseller. Remarque laat in 200 bladzijden zonder terughoudendheid, maar met haast objectieve blik de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog passeren. Het boek werd een aanklacht tegen de oorlog; Remarque ontpopte zich als een overtuigd pacifist - een nog dodelijker oorlog moest echter nog gevoerd worden. Wanneer hij in een hospitaal allemaal verminkte doden en gewonden ziet schrijft hij: 'Wat lijkt alles wat er ooit werd geschreven en gedacht zinloos wanneer zoiets mogelijk is! Dat kunnen toch alleen maar leugens zijn en onbeduidend gezwets wanneer een duizenden jaren oude beschaving niet eens in staat is om te voorkomen, dat er zoveel bloed wordt vergoten, dat er in die talloze oorden vol pijn en ellende zo wordt geleden. Pas in het hospitaal begrijp je wat oorlog is.' De stijl van Remarque is uitermate indringend en krachtig. Kun je de oorzaken van de Tweede Wereldoorlog nog redelijk goed begrijpen, de Eerste Wereldoorlog blijft een raadsel. En wanneer je dit boek leest snap je er nog minder van. Verplichte kost!Op internet kwam ik een onthullende website tegen (www.greatwar.nl) met een fraaie pagina over deze schrijver en dit boek: uitersten in niemandsland. Neem een kijkje en lees!
Ondergang
Het boek De ondergang van de Duitse geschiedschrijver Joachim Fest is vooral bekend geworden door de film die ervan gemaakt is. Het boek geeft een goed beeld van de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog in de bunker onder de Rijkskanselarij. De film focust vooral op de persoon Hitler; het boek vooral op het verloren realiteitsbesef van het opperbevel waar Hitler de baas van was. Enerzijds wist men dat de oorlog hopeloos verloren was; anderzijds legde men vertrouwen in divisies die niet eens bestonden, maar waarvan de doorbraak werd verwacht. Fest beredeneert overtuigend dat Hitler niet valt te vergelijken met alle andere machthebbers/dictators uit het verleden, van de Romeinen via Napoleon tot zelfs Stalin. Waar die in hun politiek - hoe verwerpelijk soms ook - in elk geval nog uitgingen van het scheppen van een bepaalde orde of levensovertuiging, was de politiek van Hitler uitsluitend en voortdurend gericht op vernietiging. Dat maakte ook dat hij bij voorbaat moest mislukken.Het merendeel van de inhoud van dit boek kende ik al door de Kershaw-biografie over Hitler en Beevors boek over Berlijn. Maar dit boek ontstond eerder dan deze twee andere boeken; de eer gaat naar Fest.
23 juni 2006
Soldaat van Oranje
Op de dag dat ik het boekje over Bruinsma uitlas, trof ik bij de Slegte Soldaat van Oranje, de klassieker van Erik Hazelhoff Roelfzema. De film heb ik, geloof ik, als zo'n keer of drie gezien, maar het boek had ik nog nooit gelezen. Dat bleek zeker geen straf. Het is een goed geschreven, coherent opgebouwd verhaal. Hazelhoff is meer dan alleen een avonturier; hij heeft een missie en laat zich daar door leiden. Ruwe bolster, blanke pit derhalve. Ik denk dat Hazelhoff met dit boek een belangrijke boodschapper was over de dubieuze rol van de Nederlandse regering in ballingschap. Het fraaist beschrijft hij de onmogelijkheid om direct na de bevrijding te kunnen communiceren met zijn ouders en vrienden die de oorlog in Nederland hebben moeten doorkomen. Hij voelde zich de bevrijder die zijn leven in de waagschaal stelde voor het vaderland, maar de achterblijvers kwamen uit een te grijze en dode wereld dat die daar totaal niet mee om konden gaan. Op zich een mooi onderwerp voor een psychologische roman. Fraai boek.
20 juni 2006
Bruinsma
Ik lig alweer drie gelezen boeken achter. Een kleine twee weken geleden De dominee van Bart Middelburg gelezen, een pocketboekje over de opkomst en ondergang van mafiabaas Klaas Bruinsma. Het is een prettig leesbaar, maar zeker niet al te diepgravend verhaal over deze drugshandelaar die in juni 1991 voor het Hiltonhotel in Amsterdam werd geliquideerd. Middelburg maakt duidelijk dat er in de jaren zeventig en tachtig een enorm gat bestond tussen de zgn. georganiseerde criminaliteit en de aandacht daarvoor van politie en justitie. Daardoor konden mensen als Bruinsma ongestoord hun gang gaan. Pas door de liquidatie van Bruinsma werd men wakker, maar daar gaat dit boekje niet over. Het gaat vooral over de persoon Bruinsma; na zijn dood is het verhaal ook meteen uit. Meest aardig feitje in dit boek gaat over iets heel anders. Bruinsma's vader was eigenaar van Raak-frisdranken. Eén van zijn vriendinnen uit een Amsterdamse volksbuurt bedacht - bij wijze van spreken aan de keukentafel - de leuze die het merk aan de man moest brengen: Drink maar Raak! Kijk, daar kan geen marketingbureau tegenop.
06 juni 2006
Alleman
Het nieuwste boek van Philip Roth is zeer lezenswaardig, ofschoon zeker niet zo goed als Het complot tegen Amerika dat ik vorig jaar las. Alleman begint met de begrafenis van de hoofdpersoon waarna een lange terugblik zijn leven onder de loep neemt. Het ouder worden, aftakelen en de vereenzaming spelen hierbij een belangrijke rol. Uiteindelijk overlijdt hij. Dit boek is vooral lezenswaardig door de fraaie stijl en de scherpe observaties. Roth wil genuanceerd en gedetailleerd zijn, en gebruikt daarom soms lange zinnen. Maar die hebben ook iets noodzakelijks. Geen absoluut meesterwerk, wel een fraaie roman.
04 juni 2006
Boetekleed
Ofschoon zijn roman Zaterdag nóg beter is (zie een eerdere log), blijkt Boetekleed een prachtig en bijzonder geslaagd boek van Ian McEwan. Pas helemaal aan het eind vallen alle stukjes in elkaar en wordt de kracht van het geheel duidelijk. Daarvoor heb je het idee eerst met een wat uitgebreid geschreven familieroman van doen te hebben, waar de lezer overigens regelmatig op het verkeerde been wordt gezet. Maar gaandeweg neemt de spanning toe, en ook dan heb je het als lezer voortdurend bij het verkeerde eind. Maar pas in de laatste 50 bladzijden vindt letterlijk en figuurlijk de ontknoping plaats. Een kunststukje. Het boetekleed dat Briony Tallis aantrekt, blijkt een fictief verhaal gebaseerd op ware feiten te zijn. Maar waar zij evenzeer gebruik maakt van de vrijheden die een schrijver heeft... Ach, lees dit boek nu maar, dan snap je wat ik bedoel.
28 mei 2006
Anoniem
Een vrouw in Berlijn van de schrijfster die als Anoniem wordt aangeduid biedt dagboekaantekeningen van april tot juni 1945. Op vrijdag 20 april 1945 begint ze met deze aantekeningen en maakt ze melding van de aanstormende oorlog: 'wat gisteren nog gerommel in de verte was, is vandaag aanhoudend trommelvuur'. Amper twee maanden later zijn de meeste Ivans (zoals de Sovjets worden genoemd) alweer uit het straatbeeld verdwenen. Maar in die twee tussenliggende maanden wordt de schrijfster een aantal malen verkracht, is het scharrelen om aan eten te komen en moet ze hard voor de Russen werken. Dit dagboek is één van de weinige overgeleverde documenten van inwoners van Berlijn aan het einde van de oorlog, van een vrouw bovendien, en biedt een huiveringwekkend, maar afstandelijk en haast objectief beschreven beeld van die belangrijke weken. Ik las het in twee leessessies uit; een imposant boek.
27 mei 2006
Wieringa's debuut
Vorige week las ik Alles over Tristan, de debuutroman uit 2002 van Tommy Wieringa, auteur van Joe Speedboot. Het is misschien geen meesterwerk, maar een alleszins leesbaar en goed geschreven roman over een biograaf die op zijn zoektocht naar feiten uit het leven van zijn onderwerp bijzondere ontdekkingen doet. Het leest ongeveer hetzelfde als Dooi van Peper, maar het slot is hier niet geforceerd en wél volstrekt natuurlijk. En zo'n zin als 'Deze Lucius zou worden veroordeeld wegens doodslag omdat hij de minnaar van zijn vrouw had omgebracht, een veelbelovende jonge schilder wiens talent nooit tot bloei kwam vanwege een bedrogen echtgenoot met een koperen paraplubak in zijn handen.' verraadt een groot stilist met humoristische trekjes.Voor ik aan dit boek begon was ik zo'n zestig pagina's gevorderd in De herfst zal schitterend zijn van Jan Siebelink; dat boek viel me zwaar tegen en heb ik dus onuitgelezen in de kast gezet. Daarna was deze Wieringa een weldaad.
21 mei 2006
Dooi
Vorige week al Dooi van Rascha Peper gelezen. Tot op drie bladzijden voor het einde meende ik met een goed boek te maken te hebben; daarna kwam ik van een koude kermis thuis. Want ik vind het slot (waar het verhaal naartoe werkt en dat ook de sleutel tot het verhaal biedt) volledig mislukt. Het kan ook zijn dat ik er niks van snap - ik begrijp het slot nu eenmaal niet. Het verhaal is snel verteld: een man van in de vijftig zit op een boot vast in het ijs en krijgt opeens bezoek van een schaatster. Hoewel het al flink dooit, en het ijs dagelijks onbetrouwbaarder wordt, blijft de jonge vrouw hem dagelijks bezoeken. En na een paar dagen duiken ze het bed in. De dag erna wordt de man en zijn boot door een ijsbreker ontzet en kan hij weer naar zijn thuishaven terugkeren. Na een paar maanden gaat hij op zoek naar de vrouw op wie hij toch verliefd geworden is, en dan blijkt ze al een jaar daarvoor overleden te zijn... Tenslotte wordt hij bezocht door de Dood, die hem komt halen, maar uiteindelijk gaat hij niet mee.De suggestie die wordt gewekt is dat de man alles verzonnen heeft (er zijn meer mysterieuze feitjes - zoals de kraaien - waarvoor geen echte verklaring is). Toch? Of mis ik een diepere duiding? Maar als ik het wel goed heb, vind ik het een flauwe en gemakzuchtige truc. Peper kan goed vertellen, kan een mooi verhaal opbouwen, maar de boel ook in twee bladzijden verpesten. Jammer.
09 mei 2006
Ufo's in Oost en West
Vandaag twee boeken per post thuisgestuurd gekregen die ik via marktplaats heb gekocht en hoogstwaarschijnlijk niet ga lezen: Ufo's in Oost en West van Ion Hobana en Julien Weverbergh. Deel 1 heeft als ondertitel Vliegende schotels een nieuwe visie en deel 2 Vliegende schotels boven het oostblok. Als liefhebber van Jeroen Brouwers mochten deze boeken niet in mijn verzameling ontbreken. Want ze zijn namelijk grotendeels door hem geschreven! Weverbergh had connecties in Roemenië, heeft er eind jaren zestig een paar keer voor langere tijd gezeten, en maakte daar kennis met een zeker Ion Hobana met wie hij het plan opvatte over ufo's een boek te schrijven. Terug in België betrok hij Manteau-collega Jeroen Brouwers bij het plan. Om kort te gaan: Hobana en Weverbergh leverden allerlei brokstukken aan, waar Brouwers een coherent verhaal van maakte dat uiteindelijk in 2 delen ondergebracht moest worden. En van zijn beloofde aandeel in de royalty's heeft Brouwers geen cent gezien. Er schijnen Engelse, Amerikaanse, Roemeense en wellicht ook Duitse edities te zijn - beide delen hebben van alle boeken die hij geschreven heeft het meeste succes.Aldus Jeroen Brouwers in Mijn Vlaamse jaren. Wie Brouwers op zo'n manier belazert, kan een aanklacht geschreven met een in gif gedoopte pen tegemoet zien. Alleen al om dat stuk bevestigd te zien wilde ik die boeken hebben. Ze zijn trouwens vrij makkelijk te krijgen, voor weinig geld. Prachtige gedateerde titels overigens!
Snelleestrein
Vandaag werd ik het slachtoffer van mijn eigen inschattingsfout: ik had te weinig leesvoer bij me. Ik dacht dat Het uur tussen hond en wolf van Maarten 't Hart mijn dinsdagse treinreis naar en van Zutphen mooi zou kunnen begeleiden. Maar toen de boemel vanochtend rond kwart over acht de IJsselbrug van dit stadje overdenderde resteerden er van de 141 pagina's nog slechts 10! Op de terugweg dus een beetje in het maart-nummer van Quote zitten lezen dat iemand in de trein had achtergelaten. Hoewel, lezen... wat een suf blad is dat zeg. Maar goed, het boekje van Maarten 't Hart veroorzaakte bij verschijnen in 1987 wat rumoer, omdat de roman op feiten gebaseerd is. Ik kocht onlangs de 5e druk dat net als de 1e druk uit oktober 1987 stamt. Het handelt over de moeilijkheden die 't Hart - als verhuurder van een pand in Amsterdam - met één van zijn huurders had. Die huurder (Hans Bakx) heeft zijn kant van het verhaal ook in een boekje vervat. Dat ga ik niet kopen, want de zaak is er te onbenullig voor. Maar het leest wel lekker weg, zo 's ochtends vroeg. En beter een wat mindere 't Hart dan zo'n Metro of Spits; ik weiger die flutdingen te lezen waarmee het volk zichzelf onbewust dom houdt. Als het gratis is zijn mensen dol op oppervlakkigheid.
Abonneren op:
Posts (Atom)