Begin vorig jaar las ik het eerste deel van de tweedelige biografie van Willem Mengelberg, de tweede chefdirigent van het Concertgebouworkest, zie hier de weblog. Anderhalf jaar later het tweede deel. Willem Mengelberg. Een biografie 1920-1951 beschrijft de carrière van Mengelberg op zijn hoogtepunt, maar zeker ook de diepe val die hij daarna maakte. Het eerste deel eindigt met het Mahlerfeest in 1920, dat Mengelberg en het Concertgebouworkest op de kaart zette als de combinatie voor de beste uitvoeringen van de symfonieën van deze in 1911 overleden componist. In de jaren daarna verlegde Mengelberg zijn werkterrein deels naar de Verenigde Staten. Hij werd er chef van het National Symphony Orchestra in New York dat al vrij snel fuseerde met de Philharmonic Society, in het New York Philharmonic Orchestra. Mengelberg was misschien wel de beste orkestpedagoog ooit: hij wist eerst het National Symphony Orchestra en daarna het fusieorkest New York Philharmonic te trainen, professionaliseren en tot kwaliteitsorkesten te maken. Iets wat hij eerder al vanaf 1895 met het Concertgebouworkest had gedaan. Toscanini nam al snel het stokje bij de New York Philharmonic over en werkte Mengelberg er definitief uit, waarna Mengelberg zich weer vaker in Amsterdam liet zien. En ja, toen kwamen in 1940 de Duitsers en vergaloppeerde Mengelberg zich volledig. In juli 1940, twee maanden na de Duitse inval in Nederland, dirigeerde Mengelberg de Berliner Philharmoniker in Berlijn, en gaf er een interview aan de uitgesproken nazi-krant Völkischer Beobachter die er niet om loog. Het kwam daarna niet meer goed. Mengelberg laatste concert was in Parijs, vlak na D-day: een concert voor Duitse soldaten die de dag erna richting Normandië werden gestuurd. Frits Zwart schreef ook met dit tweede deel een gedegen biografie van een groot orkestleider, die daarnaast vaak ziek in zijn Zwitserse chalet zat en die door onhandige beleggingen nauwelijks financieel van zijn sterstatus kon profiteren. Zwart laat geen detail onvermeld; dat maakt de biografie soms ook wat doorwrocht. Het proces over Mengelbergs houding tijdens de oorlog wordt van dag tot dag beschreven. De bijlagen bieden veel nuttige informatie, onder andere alle uitvoeringen van werken van Mahler. Opvallend is dat Mengelberg sinds het Mahlerfeest ieder jaar wel Mahler uitvoerde - hij wist zelfs tijdens het eerste jaar van de bezetting (in oktober 1940) nog twee keer Mahlers Eerste symfonie op het programma te zetten. Meer opvallend: hoe vaak hij ook Mahler dirigeerde, de Zesde symfonie dirigeerde hij volgens deze bijlages in de beide biografie-delen slechts twee keer. De reden daarvoor laat Zwart onvermeld. Ten slotte: op de website www.willemmengelberg.nl zijn al zijn opnames te beluisteren, waaronder twee opnames (in New York en in Amsterdam) van zijn échte lijfstuk: Ein Heldenleben van Richard Strauss. Of misschien was het dan toch de Matthäus Passion van Bach, die hij jaarlijks uitvoerde en daarmee de grondlegger van de Nederlandse Bach-passietraditie werd?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten