Ben je ervaren van de Engelse schrijver William Sutcliffe heeft het tempo en de stijl van een gemiddelde Giphart. Het gaat over een jong stel dat drie maanden gaat backpacken in India. Al in het vliegtuig treden de eerste haarscheurtjes in de relatie op die uiteindelijk tot een breuk leiden. Het boek is verder een vlotte vertelling over de verdere reiservaringen van de ik-figuur, vol ironische verwijzingen naar alles wat de gemiddelde backpacker typeert: spottende uitspraken over Het Boek (de lonely planet), de yoga- en meditatielessen die samenreizende meisjes nemen, het kopen van inheemse kleding etc. Weinig diepgravend allemaal, maar het boek leest lekker weg (twee treinreizen en een uurtje op het balkon) en als voorbereiding op mijn eigen reis best aardig. Geen meesterwerk, maar ik had eerlijk gezegd slechter verwacht. Vooruit dan maar.
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
22 september 2006
Sutcliffe
Ben je ervaren van de Engelse schrijver William Sutcliffe heeft het tempo en de stijl van een gemiddelde Giphart. Het gaat over een jong stel dat drie maanden gaat backpacken in India. Al in het vliegtuig treden de eerste haarscheurtjes in de relatie op die uiteindelijk tot een breuk leiden. Het boek is verder een vlotte vertelling over de verdere reiservaringen van de ik-figuur, vol ironische verwijzingen naar alles wat de gemiddelde backpacker typeert: spottende uitspraken over Het Boek (de lonely planet), de yoga- en meditatielessen die samenreizende meisjes nemen, het kopen van inheemse kleding etc. Weinig diepgravend allemaal, maar het boek leest lekker weg (twee treinreizen en een uurtje op het balkon) en als voorbereiding op mijn eigen reis best aardig. Geen meesterwerk, maar ik had eerlijk gezegd slechter verwacht. Vooruit dan maar.
20 september 2006
Lichamelijke oefening
Ik heb ruim twee weken gedaan over dit nieuwste boek van Midas Dekkers over Lichamelijke oefening. Normaliter lees ik hetzelfde aantal pagina's in een dag of vijf. Het lezen van dit boek vereist aandacht omdat het zo'n enorm rijk boek is. Daarnaast had ik ook wat minder tijd om te lezen. Dit lagere tempo zegt echter helemaal niks over de kwaliteit van deze studie: die is wederom hoog. Net als Dekkers' drie voorgaande studies (De vergankelijkheid, Lief dier en De larf) is dit boek een genot om te lezen en om te bekijken. De prachtige illustraties vormen een aanvulling op het betoog van Dekkers, waarin hij het nut en de gezondheidswaarde van sport en lichamelijke oefening ontkracht. 'Bestudeer je de statistiek van leven en dood, dan blijkt sport niet veel uit te maken. Je wordt er nauwelijks ouder van en de maanden die je wint, heb je besteed aan sport. Er zijn maar twee beproefde manieren om ouder te worden. De eerste is oude ouders te hebben. Een hoge leeftijd is erfelijk. Je kunt je vader en moeder niet zorgvuldig genoeg kiezen. Helaas is die keuze al voor je gemaakt. Rest de tweede methode, waarop je veel meer invloed hebt: leer. Volg onderwijs. Hoe meer hoe beter. Uit elke statistiek, vanwaar ook ter wereld, uit welke tijd dan ook, blijkt dat mensen met de hoogste opleiding het gezondst leven en het laatst sterven.' (En voor de duidelijkheid: gezond leven is niet per definitie sporten, maar veleer minder roken en drinken, gezonder eten enzovoort.) Tja, niks tegenin te brengen. Evenmin tegen heel veel andere uitspraken van Dekkers. De hele fitness-manie verwijst Dekkers overtuigend naar de prullenbak. Iets minder eten en met de fiets naar het postkantoor en de bakker is veel effectiever. Daardoor bespaar je noodzakelijke fitness- en sporttijd die je lekker kunt besteden aan luieren en boeken lezen. 'Gemiddeld gaat er jaarlijks duizend kilo eten in uw lichaam om. Om niet aan te komen of af te vallen moet daarvan precies evenveel tot je lichaam worden verbouwd als er wordt afgebroken. Een foutje van 25 gram per dag en je komt in een jaar tijd al negen kilo aan.' Naast dergelijke onverwoestbare meningen geeft Dekkers in aparte hoofdstukken fraaie lessen over de geschiedenis van sport, de Körperkultur in de eerste helft van de 20ste eeuw en de verschillen tussen mensen en dieren. Opvallend: dieren sporten nooit, wat al een sterk bewijs is voor de onzinnigheid ervan. Een verrukkelijk boek!
04 september 2006
Boekenkastproblemen (1)
Ik begin maar eens aan een feuilletonnetje: de boekenkastproblemen. Ik heb er een paar, dus ik kan gerust een (1) achter de titel zetten. Allereerst maar eens het eindeloos opschuiven van alle boeken. Ik heb een rechttoe rechtaan lundiakast van ruim 4,5 meter breed en ruim 2,5 meter hoog. Op de bovenste rij de verzamelde werken, en beginnend op de tweede rij de nederlandse literatuur, direct gevolgd door de buitenlandse/vertaalde literatuur. Daarna de non-fictie, geschiedenis, letterkunde, een qua hoogte ruime plank met boeken uit alle voorgaande genres die daar niet tussen pasten, gevolgd door steeds meer ongeregelde zooi, strips en onzinboekjes, eindigend bij de goudengids, de gemeentewijzer en de foldertjes van de afhaalchinees en de pizzaboer. Deze hele verzameling staat in mijn woonkamer. Daar staat ook nog een antieke kast met kookboeken en in tweevoud de complete Vondel: de wereldbibliotheekeditie in tien delen, en de ééndelige hertaling van Albert Verwey. Ach ja, Gerard Reve zei niet voor niks: 'Voor je het weet is het oorlog en zit je zo weer zonder.' In de studeerkamer staat nog een oude ikea-kavaljer met boeken over klassieke muziek, en naast de computer wat planken met reisgidsen, woordenboeken en fotoalbums.
Dit eerste probleem betreft echter louter de grote lundiakast, waarin het hart van mijn boekenverzameling staat. Het merendeel van de boeken die ik lees komen in die kast terecht. Het imponeert eenieder die hier op bezoek komt en om wederom met Gerard Reve te spreken: 'Je laat zien dat je niet van de straat bent.' In eerdere woningen had ik andere boekenkastsytemen, maar het probleem dat ik hier centraal wil stellen is van alle tijden: het regelmatig de hele inhoud van de kast stukken opzij moeten schuiven, omdat je anders een gelezen boek niet meer op zijn alfabetische plek kwijt kan. Uiteraard verzamel je dan aan de beide uiteinden van de rijen de nodige lucht (ongeveer een centimeter of dertig), in de hoop daarmee lange tijd vooruit te kunnen en voorlopig van dat eeuwige heen en weer schuiven van meters boeken verlost te zijn. Maar nee hoor, voor je er erg in hebt staan de boeken alweer muurvast tussen de steunen en moet je onderin ruimte scheppen en vervolgens zeven planken à 4,5 meter doorschuiven om je laatstgelezen boek van Jeroen Brouwers netjes zijn welverdiende plek te geven. Ik ken mensen die naast hun boekenkast tafeltjes hebben staan waarop recentelijk gelezen boeken in keurige stapeltjes neergelegd worden. Ik heb me lange tijd verbaasd waarom mensen zulke tafeltjes met stapeltjes boeken hadden, terwijl ze - zo dacht ik - die boeken toch ook gewoon in de kast konden zetten. Nu snap ik dat men op die tafeltjes boeken spaarde om tijdens een opruimactie alles op de juiste plek in de kast te zetten. Toch was mijn aanvankelijke verbazing te verklaren. Dikwijls zijn dat speciale, antieke tafeltjes, met kleedjes van ragfijne stof erop waarop de boeken ogenschijnlijk nonchalant zijn neergelegd, maar toch daar lijken opgestapeld als volgens een logisch patroon geordend. Ik heb niks met zulke tafeltjes. Bij mij zou de poes er meteen op gaan zitten en er een puinhoop van maken. Voorts horen boeken niet op stapeltjes, maar staand in de boekenkast. Alles zijn plek; je bewaart de aardappelen ook niet in je videomeubel, en je fotoalbums ook niet in de bijkeuken. Dus geen boeken op tafeltjes, maar in de boekenkast.
Tja, dat doorschuiven. Ik doe het al een jaar of twintig. De verzamelde werken op de bovenste plank bijven netjes op hun plaats. De uitersten links boven (Dag van gramschap in Pompeji van Bertus Aafjes) en rechtsonder (de foldertjes van de afhaalchinees en pizzaboer) zijn eveneens standvastig. Maar alles daartussen schuif ik periodiek heen en weer om ruimte te scheppen voor nog meer boeken.
Dit eerste probleem betreft echter louter de grote lundiakast, waarin het hart van mijn boekenverzameling staat. Het merendeel van de boeken die ik lees komen in die kast terecht. Het imponeert eenieder die hier op bezoek komt en om wederom met Gerard Reve te spreken: 'Je laat zien dat je niet van de straat bent.' In eerdere woningen had ik andere boekenkastsytemen, maar het probleem dat ik hier centraal wil stellen is van alle tijden: het regelmatig de hele inhoud van de kast stukken opzij moeten schuiven, omdat je anders een gelezen boek niet meer op zijn alfabetische plek kwijt kan. Uiteraard verzamel je dan aan de beide uiteinden van de rijen de nodige lucht (ongeveer een centimeter of dertig), in de hoop daarmee lange tijd vooruit te kunnen en voorlopig van dat eeuwige heen en weer schuiven van meters boeken verlost te zijn. Maar nee hoor, voor je er erg in hebt staan de boeken alweer muurvast tussen de steunen en moet je onderin ruimte scheppen en vervolgens zeven planken à 4,5 meter doorschuiven om je laatstgelezen boek van Jeroen Brouwers netjes zijn welverdiende plek te geven. Ik ken mensen die naast hun boekenkast tafeltjes hebben staan waarop recentelijk gelezen boeken in keurige stapeltjes neergelegd worden. Ik heb me lange tijd verbaasd waarom mensen zulke tafeltjes met stapeltjes boeken hadden, terwijl ze - zo dacht ik - die boeken toch ook gewoon in de kast konden zetten. Nu snap ik dat men op die tafeltjes boeken spaarde om tijdens een opruimactie alles op de juiste plek in de kast te zetten. Toch was mijn aanvankelijke verbazing te verklaren. Dikwijls zijn dat speciale, antieke tafeltjes, met kleedjes van ragfijne stof erop waarop de boeken ogenschijnlijk nonchalant zijn neergelegd, maar toch daar lijken opgestapeld als volgens een logisch patroon geordend. Ik heb niks met zulke tafeltjes. Bij mij zou de poes er meteen op gaan zitten en er een puinhoop van maken. Voorts horen boeken niet op stapeltjes, maar staand in de boekenkast. Alles zijn plek; je bewaart de aardappelen ook niet in je videomeubel, en je fotoalbums ook niet in de bijkeuken. Dus geen boeken op tafeltjes, maar in de boekenkast.
Tja, dat doorschuiven. Ik doe het al een jaar of twintig. De verzamelde werken op de bovenste plank bijven netjes op hun plaats. De uitersten links boven (Dag van gramschap in Pompeji van Bertus Aafjes) en rechtsonder (de foldertjes van de afhaalchinees en pizzaboer) zijn eveneens standvastig. Maar alles daartussen schuif ik periodiek heen en weer om ruimte te scheppen voor nog meer boeken.
Het psalmenoproer
De nieuwste roman van Maarten 't Hart over Het psalmenoproer dat in de jaren rond 1775 flinke opschudding veroorzaakte in veel (kerkelijke) gemeentes is geen pageturner, zoals het kostelijke Lotte Weeda wel was. Het tijdeigen taalgebruik vereist dat je als lezer volledig geconcentreerd moet blijven. Ook is het goed dat je de Van Dale bij de hand houdt; wanneer je uit de eerste 50 pagina's alle onbekende woorden trouw opzoekt, heb je daar tijdens de rest van het boek veel profijt van. Ondanks die extra moeite is dit wederom een geslaagd boek van 't Hart, die de laatste jaren louter voortreffelijke titels voortbrengt. Het historische verhaal gaat niet alleen maar over het psalmenoproer (de lange en korte zingtrant), maar evenzeer over de visserijproblematiek. De persoonlijke lotgevallen van de hoofdpersoon en zijn geheime liefde voor Anna lopen weliswaar als een rode draad door alles heen, maar deze vormen zeker niet de kern van het boek. Er zijn ook weer enkele heerlijke passages waarin 't Hart zijn bekende stokpaardjes berijdt (muziek, het aantonen van de onmogelijkheid van sommige bijbelverhalen, anti-roken etc.). En in welke Nederlandse roman krijgen beroemdheden als Mozart (ene Moot Sart), Beethoven (dit beest uit Bonn) en Napoleon en passant als personage een bijrolletje?
01 september 2006
Nieuwe boeken
Ik sta op het punt om te beginnen in Het psalmenoproer, de nieuwe roman van Maarten 't Hart. Vanochtend bezocht ik echter de boekhandel om een cadeau voor iemand te kopen, toen ik er twee boeken zag liggen waarover ik geen enkele seconde nodig had om erover na te denken of ik ze wel zou willen hebben: het nieuwste Geheim Dagboek van Hans Warren (1990-1992) en de vierde studie van Midas Dekkers, dit keer over Lichamelijke opvoeding. Het zijn zeldzaam gelukzalige momenten: boeken aantreffen waarbij je in een flits volstroomt met het zalige vooruitzicht ze te kunnen lezen. Ik begin toch maar gewoon met de nieuwe 't Hart, daar keek ik ook al een poos naar uit.
30 augustus 2006
Primo Levi (2)
In Het respijt vertelt Primo Levi over de periode na de bevrijding van Auschwitz-Birkenau, waarin hij via een enorme omweg naar huis terugkeerde. Die terugreis is als het wakker worden in een koud huis waarbij op het moment van ontwaken de verwarming aanslaat: langzaamaan zie je de schrijver zich realiseren dat er nog een leefbare wereld bestaat, waar het steeds minder onaangenaam wordt. Over de thuiskomst vertelt hij nagenoeg niets. Het boekje is naast een beschrijving van de omzwervingen ook een verzameling anekdotes. Zijn (tijdelijke) reisgenoten komen kleurrijk in beeld en de creativiteit die men aan de dag legt om in leven te blijven of zelfs wat geld te verdienen is boeiende leesstof. Samen met Is dit een mens grootse literatuur!Wat anders. Ik las Het respijt in de uitgave van het pockethuis van Meulenhoff. Natuurlijk, gebonden boeken zijn het fraaist, maar ik heb niets tegen pockets. Je kunt je afvragen of uitgeverijen er goed aan hebben gedaan om in de herdrukcyclus een goedlopend boek zo snel te laten afdalen van gebonden uitgave en paperback naar goedkope herdruk en daarna een pocket, maar dat is een ander verhaal. Nagenoeg alle grote literaire uitgeverijen hebben een pocketserie. Die van Meulenhoff is het lelijkst door die hopeloze quote op nota bene de rug: lezen is een belevenis. Ik kan me allerlei verkoopbevorderende elementen op voorplat, rug of achterplat van een boek voorstellen, maar deze quote is wel de meest idiote en mislukte die ik ken. Zou er één boekenkoper sneller tot aanschaf van zo'n pockethuispocket overgaan, ten koste van een rainbow, pandora, singelpocket waar die op auteur gerangschikt tussenstaat, vanwege dat lezen is een belevenis
24 augustus 2006
Primo Levi
Bij mijn log over het Dagboek van Anne Frank kreeg ik van drie bezoekers het advies om Is dit een mens van Primo Levi te lezen, en daarna Het respijt. Ik had nog nooit iets van Levi gelezen, dus bij zulk een krachtige aansporing bezocht ik meteen de boekhandel. Is dit een mens bleek niet leverbaar te zijn, maar via antiqbook spoorde ik het snel op; ik las het gisteren en vandaag. Het is een uitermate indringende beschrijving van zijn deportatie naar en gevangenschap in Auschwitz. Na zijn terugkeer in Italië schreef hij meteen dit boek, waarin hij niet alleen de feiten van wat hij meemaakte beschrijft, maar ook probeert te analyseren waar in het kamp de grenzen van het mens-zijn lagen. Ik schreef al eerder: de werkelijkheid is altijd aangrijpender dan een verzonnen verhaal. Dit boek is het beste bewijs voor die stelling. Ik ga dit boek hier niet analyseren; toelichting is eigenlijk overbodig. In het voorwoord schrijft Levi waarom hij dit boek geschreven heeft. Het eindigt met de beklemmende en onheilspellende opmerking: Het lijkt me overbodig hieraan toe te voegen dat geen enkel feit verzonnen is. Morgen vervolg ik Levi's verslag met Het respijt.
Kim
Verplichte kost voor wie naar India gaat is Kim van de Britse schrijver Rudyard Kipling (1865-1936). Kipling schreef het boek in 1901; in 1907 ontving hij de Nobelprijs voor de literatuur. Kim wordt overal en altijd geroemd om zijn beeldingskracht: je ruikt India, je proeft het eten, je hoort de straatgeluiden enzovoort. Daarnaast zit het boordevol spiritualiteit. Het jochie Kim reist immers met een Tibetaanse lama door het land, op zoek naar de Rivier van de Pijl. Tegelijkertijd wordt Kim ingeschakeld bij het opsporen van spionnen. Ogenschijnlijk een mooie mix, maar ik moet bekennen niet van het boek genoten te hebben. Het leest weliswaar vlot, maar mij ontging tegelijkertijd een hoop. Het boek bevat ontelbare inheemse termen die ik niet begreep. Bovendien wisselt de situatie in het verhaal zo vaak en zo abrupt, dat ik af en toe volledig de draad kwijt raakte. De verhaallijn en het perspectief in de roman zijn eigenaardig gestructureerd. Wanneer je op internet op zoek gaat naar beschrijvingen over dit boek, lees je uitsluitend lovende woorden. Helaas, ik heb niet zo kunnen genieten.
18 augustus 2006
Het zijn net mensen
Joris Luyendijk is een eigenzinnig journalist. In Het zijn net mensen lijkt hij zijn vijf jaar correspondentschap in het Midden-Oosten van zich af te schrijven. De berichtgeving uit het Midden-Oosten is gefilterd, vervormd en gemanipuleerd. Veel van het nieuws is voorgekookt door de grote internationale persbureaus. De meeste correspondenten in de regio spreken bovendien de taal niet, dus kunnen niet communiceren met de plaatselijke bevolking - vergelijk de situatie dat een Chinese correspondent die alleen Chinees spreekt voor de belangrijkste dagbladen en de staatstelevisie in China iedere dag het Nederlandse nieuws verslaat en zich alleen kan onderhouden met de vriendelijke, Chinees sprekende meneer van de Rijksvoorlichtingsdienst... Daarnaast: alle Arabische landen zijn dictaturen, waar mensen nooit vrijuit spreken, en waar je permanent iemand van de geheime dienst als begeleider om je heen hebt hangen. Tja, dan kom je vers in een land aan, camera's draaien en live in het 8 uur-journaal: 'En Joris, hoe is de sfeer?' Het boek staat vol onthullende inkijkjes in de wijze waarop wij geïnteresseerde kijkers en lezers het wereldnieuws voorgeschoteld krijgen. Je zou er cynisch van worden. Waar Israël en de Verenigde Staten op de meest professionele manier de media van informatie voorzien, presenteren de Arabische landen en de Palestijnen hun kijk op de zaak op de meest stuntelige manier. Daardoor wordt onze visie sterk beïnvloed. Toch maar even een citaat. Raakt een Arabische leider in conflict met een westerse regering, dan is hij 'anti-westers'. Westerse regeringen zijn nooit 'anti-Arabisch'. (...) Hamas is 'anti-Israëlisch', joodse kolonisten niet 'anti-Palestijns'. Palestijnen die geweld gebruiken tegen Israëlische burgers zijn 'terroristen', Israëliërs die geweld gebruiken tegen Palestijnse burgers 'haviken' of 'hardliners'. Israëlische politici die een geweldloze oplossing zoeken zijn 'duiven', hun Palestijnse tegenvoeters 'gematigd' - implicerend dat alle Palestijnen fanatiekelingen zijn. Je zag de twee maten het best als je het omdraaide: 'De gematigde jood Shimon Peres heeft met zijn anti-islamitische toespraak grote onrust gezaaid bij Palestijnse duiven.' Je wordt niet bepaald vrolijk van dit boek, maar je moet het gelezen hebben om hierna nog het idee te houden dat je ondanks alle manipulaties met onbevangen ogen naar de wereld om je heen kunt blijven kijken. Klik even op het omslag, dan verschijnt het in een apart scherm in groter formaat. De foto is al even onthullend... Lezen, dit boek!
India
In oktober gaan M., zijn tante A. en ik twee weken naar India. Het stond al lang op mijn verlanglijstje om daar eens naartoe te gaan en na twee jaar van uitstellen, afstemmen en de juiste reis en datum zoeken, gaat het binnenkort dan toch gebeuren. Het wordt een korte georganiseerde groepsreis naar het Golden Triangle-circuit in Rajasthan. Hoe kort en weinig diepgravend de reis wellicht ook is, ik verheug me er enorm op en ben van plan goed ingelezen op Schiphol te verschijnen. Als introductie las ik vorige week het deel over India uit de landenreeks van KIT Publishers, de uitgeverij van het Tropeninstituut. Het door Brigitte Ars geschreven boekje van 130 pagina's dateert van 2005 en behandelt in vogelvlucht maar met voldoende diepgang allerlei aspecten van dit enorme land: geschiedenis, politieke situatie, godsdienst, economische opkomst, Bollywood, verschillen tussen noord en zuid en arm en rijk, de positie van vrouwen enzovoort. Op het boekenplankje met nog te lezen boeken staan inmiddels boeken van Kipling, Forster en Rushdie dus als je je gaat afvragen waarom er opeens allerlei India-gerelateerde titels op deze leeslog verschijnen heb je hier het antwoord.
Groene versus witte spelling
Afgelopen week werd de nieuwe spelling officieel; tegelijkertijd verscheen een alternatieve woordenlijst. De Groene spelling versus de Witte spelling is al een poosje onderwerp van een belachelijke strijd tussen de Nederlandse Taalunie enerzijds en het Genootschap Onze Taal anderzijds. Daarnaast betoont het journaille zich weer van zijn meest bekrompen en betweterige zijde. In NRC Handelsblad van woensdag 16 augustus stond deze ingezonden brief die ik met volledig onderschrijf. Verdere toelichting overbodig. Om het krantenknipseltje goed leesbaar op je scherm te krijgen: klik eerst op het artikel, en daarna op het kruisteken dat onderaan verschijnt.
14 augustus 2006
Dagboek van Anne Frank
Tja, iedereen heeft zo zijn zwakheden; vanaf vandaag heb ik er eentje minder. Ik las namelijk Het Achterhuis uit, de dagboekbrieven van Anne Frank. Een hele boekenkast met gelezen boeken vol, maar dit boek las ik nog niet eerder. Een paar jaar geleden kocht ik wel de wetenschappelijke editie met de verschillende varianten, maar dat is bepaald geen uitgave die uitnodigt om te lezen. Sinds 2003 is gelukkig een leesversie beschikbaar gebaseerd op de wetenschappelijke editie en mét de extra bladen die pas na de dood van Otto Frank boven tafel kwamen. Over de kwaliteiten van dit dagboek hoef ik denk ik niet lang uit te weiden. Anne Frank was een vroegrijp meisje en een begaafd schrijfster. Als ze de oorlog zou hebben overleefd had ze het in de literatuur nog ver kunnen schoppen. Het heeft niet zo mogen zijn. Aan het lezen van dit dagboek hangen onlosmakelijk de emoties over het onrecht dat aan Anne Frank, haar mede-onderduikers en alle joden is aangedaan. De holocaust blijft niet te bevatten, hoeveel je er ook over leest. Vorig jaar kocht ik de twee heruitgegeven delen van Ondergang van Presser, maar mij ontbreekt de moed het te lezen. Van holocaust-verhalen raak ik altijd van slag, en kan ze niet anders een plek geven dan door te denken: arme mensen, ze leefden buiten hun schuld in de verkeerde tijd en op de verkeerde plek. Maar dat is een schrale troost.
11 augustus 2006
De eeuw van mijn oom en tante
Tijdens mijn leesvakantie in Zuid-Frankrijk las vriend J. de oorspronkelijke Engelse versie van Twee levens van Vikram Seth. Voor mijn verjaardag gaf hij me de vertaling cadeau. Seth beschrijft hierin het leven van zijn Shanti-oom en zijn tante Henny. Beiden werden geboren in 1908, leerden elkaar aan het begin van de jaren dertig in Berlijn kennen, maar trouwden pas in 1951. Henny overleed in 1989, Shanti-oom in 1998. Het boek is een uitermate toegewijde beschrijving van hun beider levens, hun karakter en de stormachtige tijd waarin ze leefden. Shanti-oom kwam uit India, studeerde in Duitsland, werd later tandarts in Londen, maar verbleef tijdens de oorlog als leger-tandarts aan geallieerde zijde in Noord-Afrika, en verloor een deel van zijn arm bij de strijd om Monte Cassino. Tante Henny was Duitse en jood. Van haar naaste familie was zij een van de weinigen die de oorlog overleefde. Als student woonde de schrijver enkele jaren bij zijn oom en tante in huis, waarna hij zich speciaal in hun levens is gaan interesseren. Pas na de dood van oom schreef hij dit boeiende en humane boek, dat een mengeling is van een (familie)biografie, memoires en bespiegelingen over de tijd waarin zij leefden. Het boek maakt duidelijk dat de werkelijkheid altijd interessanter en aangrijpender is dan een verzonnen verhaal.
09 augustus 2006
Regels zijn regels
Na het eerste Hirsi Ali-debat in de Tweede Kamer in mei j.l. interviewde Paul Witteman in Buitenhof Dorien Pessers, hoogleraar Rechtstheorie aan de VU in Amsterdam. Wat een toetsing van de uitspraken van Verdonk in het kamerbedat moest worden, werd een vlijmscherpe en pijnlijke analyse van een regeringsbeleid dat later als een heel zwarte bladzij in onze geschiedenis geboekstaafd [zal] worden. Geen enkele uitzending van Buitenhof ontving zoveel reacties, overigens nagenoeg allemaal positief. Het integrale interview (via de website van Buitenhof na te zien) is nu uitgegeven in een boekje Regels zijn regels, aangevuld met een nawoord van Pessers waarin ze een aantal uitspraken nader toelicht. Het boekje telt 44 bladzijden en kost nog geen 4 euro. Ik had hier al eerder laten doorschemeren dat ik geen fan van dit kabinet Balkenende ben, en als je dit boekje leest schaam je je diep dat wij in Nederland een regering hebben die een beleid voert dat knaagt aan de grondbeginselen van onze rechtsstaat. Door Balkenende en Verdonk (die als CDA en VVD na de verkiezingen verder kunnen regeren hoogstwaarschijnlijk vice-premier wordt!) worden grenzen overschreden die de vermeende sociaal-economische verdiensten van deze regering doen verbleken en waartegen slechts één remedie kan dienen: wegstemmen! Enfin, lees dit boekje maar.
04 augustus 2006
Spaanse Burgeroorlog
Het stond al een poosje op mijn verlanglijstje om een goed boek over de Spaanse burgeroorlog te lezen. Onlangs verscheen De strijd om Spanje. De Spaanse Burgeroorlog 1936-1939 van Anthony Beevor, van wie ik eerder boeiende boeken over Stalingrad en de ondergang van Berlijn in 1945 las. Ook deze pil boeit, al moet je soms flink doorbijten. De strijd ging officieel tussen de republikeinen en de nationalisten, maar vooral de linkse republikeinen waren een verzameling van vele soorten partijen, vakbonden en bondgenoten. Het duizelt je soms van de namen en afkortingen. De rechtse nationalisten waren aanvankelijk eveneens divers, maar Franco wist de boel snel te centraliseren, wat trouwens één van de belangrijkste pilaren onder zijn latere overwinning bleek. De republikeinen bleven tot op het eind verdeeld en waren soms meer met elkaar bezig dan met de tegenstander. Vooral de communisten probeerden zich de juiste uitgangspositie voor na de te winnen oorlog te verschaffen. De strijd was vanaf het begin ongelijk, ook al waren beide partijen wat betreft strijders getalsmatig in evenwicht. De republikeinen (die zich terecht erop beriepen de officiële en democratisch gekozen regering te vertegenwoordigen) kregen behalve van de Sovjetunie geen steun vanuit het buitenland, terwijl Franco flink profiteerde van de de hulp uit Duitsland en Italië. Door de incapabele republikeinse militaire leiders liepen vele onnodige veldslagen op een jammerlijke mislukking uit, zodat men zichzelf verzwakte. Nadat de nationalisten van Franco een stad of gebied hadden veroverd, startten zij er huiveringwekkende zuiveringen, waarbij vele tienduizenden voor het vuurpeloton moesten verschijnen. Het boek geeft geen antwoord op de vraag hoe het heeft kunnen gebeuren dat het westen tot de dood van Franco in 1975 (!) deze fascist ongestoord zijn gang heeft laten gaan. Maar daarvoor is dit boek ook niet bedoeld; het geeft uitputtend inzicht in het verloop van drie jaar burgeroorlog in een periode dat Hitler de aandacht in Europa voor zich opeiste. Beevor geeft ook enkele opvallende feiten. Terwijl ik het tegenovergestelde aannam, bleek Spanje al ver voor de oorlog het land te zijn met procentueel het minste kerkbezoek. De katholieke kerk steunde openlijk de nationalisten, en de paus feliciteerde Franco in 1939 met zijn overwinning. De kerk praatte gewelddaden tegen de republikeinen en republikeinse bevolkingsgroepen goed, en schreeuwde moord en brand wanneer de propaganda van Franco een misdaad tegen een priester meldde. Bij het bezoek van paus JHP 2 aan Spanje in 2003 noemde hij de niet eens bewezen moord op priesters door de republikeinen een geplande misdaad, maar repte met geen woord over de vele priesters die door de nationalisten zijn vermoord. Zou dat de reden zijn geweest voor de koele ontvangst door de huidige Spaanse premier van de nieuwe paus onlangs? Feit is in elk geval dat de Spaanse burgeroorlog de gemoederen in Spanje nog flink bezighoudt, vooral ook omdat men er pas ruim 30 jaar mee bezig mág zijn. Beevor maakt ook duidelijk dat de steun die de republikeinen uit verschillende landen kregen aan gevechtskracht weinig voorstelde. De hulp uit de Sovjetunie was weliswaar noodzakelijk om overeind te blijven, maar was onder de maat om de oorlog te kunnen winnen. Bovendien had Stalin niet zoveel belangstelling voor Spanje; hij had intern en met Hitler en Engeland wel andere zaken aan zijn hoofd. Enfin, een rijk en gevarieerd boek dat zich niet makkelijk laat lezen.
31 juli 2006
Stefan Brijs
Na zo'n mislukte thriller is het heerlijk om meteen daarna een goed boek te lezen: De engelenmaker van Stefan Brijs. Het is een meeslepend verhaal over een arts die terugkeert naar het huis van zijn vader in een Belgisch dorpje vlak bij het drielandenpunt; hij heeft drie misvormde baby's bij zich. Via flashbacks en beschrijvingen over hoe dorpsbewoners tegen deze vraamde zaak aankijken, kom je langzaam te weten hoe de vork in de steel zit. Daarna ontspint zich een macabere ontknoping. Het boek is goed, geen meesterwerk. Daarvoor is het ondanks de verwikkelingen en de boeiende ontknoping toch te eendimensionaal. Maar het rechtlijnige proza, de verweving van gedachten, feiten en vermeende feiten maken het wel een overtuigend boek, waarin je als lezer bovendien alle ruimte krijgt om zaken aan elkaar te knopen. Knap gedaan hoor.
30 juli 2006
Grisham
Ik was een weekje in Zuid-Frankrijk, alwaar M. en ik met twee vrienden een fraai huis hadden gehuurd. Het huis was van alle gemakken voorzien, alsook van een ruime tuin met ligstoelen en grote bomen die veel schaduw boden. Enfin, tijdens deze week vooral datgene gedaan wat ik wilde doen: lezen. Op zich niet eens zoveel titels gelezen (slechts tweeëneenhalf), maar wel veel pagina's. Allereerst Het Vonnis van John Grisham. Ik las al eens eerder twee boeken van hem en die bevielen me best goed. Maar deze pil van bijna 600 pagina's viel (uiteindelijk) flink tegen. Het is een goed geconstrueerd verhaal waarin de spanning langzaam opgevoerd wordt en waarbij je na zo'n 400 pagina's gaat uitzien naar dat ene feitje of die ene gebeurtenis waardoor het verhaal kantelt en de verhaallijn explodeert. Dat gebeurt dus niet. Uiteindelijk wordt datgene waartegen al die tijd juridisch gestreden wordt simpelweg uitgevoerd. Een flinke afknapper, temeer het verhaal wel de mogelijkheid bood om er een echt spannende en onvoorspelbare draai aan te geven (want de echte moordenaar blijft vrij rondlopen en was binnen handbereik). Als je voor de reguliere verhaallijn al 600 bladzijden nodig hebt, ben je als schrijver niet voldoende competent. Voor mij geen Grisham meer.
18 juli 2006
2 x Simenon
Bij de Slegte voor de naderende boekenleesvakantie een stapeltje Simenon-pockets gekocht. Twee daarvan inmiddels uitgelezen: Het bloedspoor in de sneeuw en Maigret op reis. Het bloedspoor in de sneeuw is een roman (geen maigret-detective!) over een jongen tijdens de bezetting die terloops iemand vermoordt en aan een roofoverval meedoet, en daarna wordt opgepakt. Het is een merkwaardig opgebouwd en in koele stijl geschreven boek waarin de barse natuur van de jongen wordt ontleed. Een rare maar aparte roman, wat ik niet achter Simenon gezocht had. Maigret op reis is een typische Maigret-detective: een beetje ironisch, snel opgezet en niet echt spannend, maar wel onderhoudend. Voor langs het zwembad resteren er nog een paar, ook al twijfel ik nog steeds of ik niet gewoon aan Proust of zo moet beginnen...
12 juli 2006
Baldwin
Giovanni's kamer van James Baldwin uit 1956 is één van de eerste romans waarin expliciet de liefde tussen mannen centraal staat - en de problemen die die liefde allemaal oplevert. Baldwin schreef echter tegelijkertijd een meesterwerk in compactheid en broeierigheid. Het verhaal is zwaarmoedig en geladen, er hangt voortdurend een bepaalde dreiging. Tegelijkertijd is de stijl bijzonder vloeiend: het verhaal leest als een trein. Knap als je dat zo kunt schrijven!
09 juli 2006
Harry Bosch-thriller
Zo lees je drie boeken in een week, en zo een hele poos niks. Drukte op het werk en een mislukte poging om door Mogelijkheid van een eiland van Houellebecq heen te komen zorgden ervoor dat het alweer ruim twee weken geleden is dat ik een boek uitlas. Tot vandaag. Vorige week trof ik in de Slegte een pocket van Michael Connelly, van wie ik jaren geleden eens met veel genoegen in het Engels zijn Angels Flight las. Nu dan zijn thriller Kofferdood, waarin eveneens rechercheur Harry Bosch de hoofdrol speelt. Het is een ingenieus verhaal over een moord, de vermeende rol van de mafia, oude liefdes en interne conflicten bij de politie van Los Angeles en de FBI. Het lees allemaal heerlijk weg. Soms denk ik wel eens dat ik in plaats van die soms 'moeilijke' literatuur gewoon eens een poosje louter thrillers moet lezen. Pak de 5-sterren uit de VN-thrillergids en je bent lekker onder de pannen.
25 juni 2006
Im Westen nichts Neues
Misschien wel het fraaiste boek van een deelnemer aan een oorlog ooit geschreven: Van het westelijk front geen nieuws van de Duitse schrijver Erich Maria Remarque (Erich Paul Remark). Hij schreef het in 1927 en het boek werd een internationale bestseller. Remarque laat in 200 bladzijden zonder terughoudendheid, maar met haast objectieve blik de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog passeren. Het boek werd een aanklacht tegen de oorlog; Remarque ontpopte zich als een overtuigd pacifist - een nog dodelijker oorlog moest echter nog gevoerd worden. Wanneer hij in een hospitaal allemaal verminkte doden en gewonden ziet schrijft hij: 'Wat lijkt alles wat er ooit werd geschreven en gedacht zinloos wanneer zoiets mogelijk is! Dat kunnen toch alleen maar leugens zijn en onbeduidend gezwets wanneer een duizenden jaren oude beschaving niet eens in staat is om te voorkomen, dat er zoveel bloed wordt vergoten, dat er in die talloze oorden vol pijn en ellende zo wordt geleden. Pas in het hospitaal begrijp je wat oorlog is.' De stijl van Remarque is uitermate indringend en krachtig. Kun je de oorzaken van de Tweede Wereldoorlog nog redelijk goed begrijpen, de Eerste Wereldoorlog blijft een raadsel. En wanneer je dit boek leest snap je er nog minder van. Verplichte kost!Op internet kwam ik een onthullende website tegen (www.greatwar.nl) met een fraaie pagina over deze schrijver en dit boek: uitersten in niemandsland. Neem een kijkje en lees!
Ondergang
Het boek De ondergang van de Duitse geschiedschrijver Joachim Fest is vooral bekend geworden door de film die ervan gemaakt is. Het boek geeft een goed beeld van de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog in de bunker onder de Rijkskanselarij. De film focust vooral op de persoon Hitler; het boek vooral op het verloren realiteitsbesef van het opperbevel waar Hitler de baas van was. Enerzijds wist men dat de oorlog hopeloos verloren was; anderzijds legde men vertrouwen in divisies die niet eens bestonden, maar waarvan de doorbraak werd verwacht. Fest beredeneert overtuigend dat Hitler niet valt te vergelijken met alle andere machthebbers/dictators uit het verleden, van de Romeinen via Napoleon tot zelfs Stalin. Waar die in hun politiek - hoe verwerpelijk soms ook - in elk geval nog uitgingen van het scheppen van een bepaalde orde of levensovertuiging, was de politiek van Hitler uitsluitend en voortdurend gericht op vernietiging. Dat maakte ook dat hij bij voorbaat moest mislukken.Het merendeel van de inhoud van dit boek kende ik al door de Kershaw-biografie over Hitler en Beevors boek over Berlijn. Maar dit boek ontstond eerder dan deze twee andere boeken; de eer gaat naar Fest.
23 juni 2006
Soldaat van Oranje
Op de dag dat ik het boekje over Bruinsma uitlas, trof ik bij de Slegte Soldaat van Oranje, de klassieker van Erik Hazelhoff Roelfzema. De film heb ik, geloof ik, als zo'n keer of drie gezien, maar het boek had ik nog nooit gelezen. Dat bleek zeker geen straf. Het is een goed geschreven, coherent opgebouwd verhaal. Hazelhoff is meer dan alleen een avonturier; hij heeft een missie en laat zich daar door leiden. Ruwe bolster, blanke pit derhalve. Ik denk dat Hazelhoff met dit boek een belangrijke boodschapper was over de dubieuze rol van de Nederlandse regering in ballingschap. Het fraaist beschrijft hij de onmogelijkheid om direct na de bevrijding te kunnen communiceren met zijn ouders en vrienden die de oorlog in Nederland hebben moeten doorkomen. Hij voelde zich de bevrijder die zijn leven in de waagschaal stelde voor het vaderland, maar de achterblijvers kwamen uit een te grijze en dode wereld dat die daar totaal niet mee om konden gaan. Op zich een mooi onderwerp voor een psychologische roman. Fraai boek.
20 juni 2006
Bruinsma
Ik lig alweer drie gelezen boeken achter. Een kleine twee weken geleden De dominee van Bart Middelburg gelezen, een pocketboekje over de opkomst en ondergang van mafiabaas Klaas Bruinsma. Het is een prettig leesbaar, maar zeker niet al te diepgravend verhaal over deze drugshandelaar die in juni 1991 voor het Hiltonhotel in Amsterdam werd geliquideerd. Middelburg maakt duidelijk dat er in de jaren zeventig en tachtig een enorm gat bestond tussen de zgn. georganiseerde criminaliteit en de aandacht daarvoor van politie en justitie. Daardoor konden mensen als Bruinsma ongestoord hun gang gaan. Pas door de liquidatie van Bruinsma werd men wakker, maar daar gaat dit boekje niet over. Het gaat vooral over de persoon Bruinsma; na zijn dood is het verhaal ook meteen uit. Meest aardig feitje in dit boek gaat over iets heel anders. Bruinsma's vader was eigenaar van Raak-frisdranken. Eén van zijn vriendinnen uit een Amsterdamse volksbuurt bedacht - bij wijze van spreken aan de keukentafel - de leuze die het merk aan de man moest brengen: Drink maar Raak! Kijk, daar kan geen marketingbureau tegenop.
06 juni 2006
Alleman
Het nieuwste boek van Philip Roth is zeer lezenswaardig, ofschoon zeker niet zo goed als Het complot tegen Amerika dat ik vorig jaar las. Alleman begint met de begrafenis van de hoofdpersoon waarna een lange terugblik zijn leven onder de loep neemt. Het ouder worden, aftakelen en de vereenzaming spelen hierbij een belangrijke rol. Uiteindelijk overlijdt hij. Dit boek is vooral lezenswaardig door de fraaie stijl en de scherpe observaties. Roth wil genuanceerd en gedetailleerd zijn, en gebruikt daarom soms lange zinnen. Maar die hebben ook iets noodzakelijks. Geen absoluut meesterwerk, wel een fraaie roman.
04 juni 2006
Boetekleed
Ofschoon zijn roman Zaterdag nóg beter is (zie een eerdere log), blijkt Boetekleed een prachtig en bijzonder geslaagd boek van Ian McEwan. Pas helemaal aan het eind vallen alle stukjes in elkaar en wordt de kracht van het geheel duidelijk. Daarvoor heb je het idee eerst met een wat uitgebreid geschreven familieroman van doen te hebben, waar de lezer overigens regelmatig op het verkeerde been wordt gezet. Maar gaandeweg neemt de spanning toe, en ook dan heb je het als lezer voortdurend bij het verkeerde eind. Maar pas in de laatste 50 bladzijden vindt letterlijk en figuurlijk de ontknoping plaats. Een kunststukje. Het boetekleed dat Briony Tallis aantrekt, blijkt een fictief verhaal gebaseerd op ware feiten te zijn. Maar waar zij evenzeer gebruik maakt van de vrijheden die een schrijver heeft... Ach, lees dit boek nu maar, dan snap je wat ik bedoel.
28 mei 2006
Anoniem
Een vrouw in Berlijn van de schrijfster die als Anoniem wordt aangeduid biedt dagboekaantekeningen van april tot juni 1945. Op vrijdag 20 april 1945 begint ze met deze aantekeningen en maakt ze melding van de aanstormende oorlog: 'wat gisteren nog gerommel in de verte was, is vandaag aanhoudend trommelvuur'. Amper twee maanden later zijn de meeste Ivans (zoals de Sovjets worden genoemd) alweer uit het straatbeeld verdwenen. Maar in die twee tussenliggende maanden wordt de schrijfster een aantal malen verkracht, is het scharrelen om aan eten te komen en moet ze hard voor de Russen werken. Dit dagboek is één van de weinige overgeleverde documenten van inwoners van Berlijn aan het einde van de oorlog, van een vrouw bovendien, en biedt een huiveringwekkend, maar afstandelijk en haast objectief beschreven beeld van die belangrijke weken. Ik las het in twee leessessies uit; een imposant boek.
27 mei 2006
Wieringa's debuut
Vorige week las ik Alles over Tristan, de debuutroman uit 2002 van Tommy Wieringa, auteur van Joe Speedboot. Het is misschien geen meesterwerk, maar een alleszins leesbaar en goed geschreven roman over een biograaf die op zijn zoektocht naar feiten uit het leven van zijn onderwerp bijzondere ontdekkingen doet. Het leest ongeveer hetzelfde als Dooi van Peper, maar het slot is hier niet geforceerd en wél volstrekt natuurlijk. En zo'n zin als 'Deze Lucius zou worden veroordeeld wegens doodslag omdat hij de minnaar van zijn vrouw had omgebracht, een veelbelovende jonge schilder wiens talent nooit tot bloei kwam vanwege een bedrogen echtgenoot met een koperen paraplubak in zijn handen.' verraadt een groot stilist met humoristische trekjes.Voor ik aan dit boek begon was ik zo'n zestig pagina's gevorderd in De herfst zal schitterend zijn van Jan Siebelink; dat boek viel me zwaar tegen en heb ik dus onuitgelezen in de kast gezet. Daarna was deze Wieringa een weldaad.
21 mei 2006
Dooi
Vorige week al Dooi van Rascha Peper gelezen. Tot op drie bladzijden voor het einde meende ik met een goed boek te maken te hebben; daarna kwam ik van een koude kermis thuis. Want ik vind het slot (waar het verhaal naartoe werkt en dat ook de sleutel tot het verhaal biedt) volledig mislukt. Het kan ook zijn dat ik er niks van snap - ik begrijp het slot nu eenmaal niet. Het verhaal is snel verteld: een man van in de vijftig zit op een boot vast in het ijs en krijgt opeens bezoek van een schaatster. Hoewel het al flink dooit, en het ijs dagelijks onbetrouwbaarder wordt, blijft de jonge vrouw hem dagelijks bezoeken. En na een paar dagen duiken ze het bed in. De dag erna wordt de man en zijn boot door een ijsbreker ontzet en kan hij weer naar zijn thuishaven terugkeren. Na een paar maanden gaat hij op zoek naar de vrouw op wie hij toch verliefd geworden is, en dan blijkt ze al een jaar daarvoor overleden te zijn... Tenslotte wordt hij bezocht door de Dood, die hem komt halen, maar uiteindelijk gaat hij niet mee.De suggestie die wordt gewekt is dat de man alles verzonnen heeft (er zijn meer mysterieuze feitjes - zoals de kraaien - waarvoor geen echte verklaring is). Toch? Of mis ik een diepere duiding? Maar als ik het wel goed heb, vind ik het een flauwe en gemakzuchtige truc. Peper kan goed vertellen, kan een mooi verhaal opbouwen, maar de boel ook in twee bladzijden verpesten. Jammer.
09 mei 2006
Ufo's in Oost en West
Vandaag twee boeken per post thuisgestuurd gekregen die ik via marktplaats heb gekocht en hoogstwaarschijnlijk niet ga lezen: Ufo's in Oost en West van Ion Hobana en Julien Weverbergh. Deel 1 heeft als ondertitel Vliegende schotels een nieuwe visie en deel 2 Vliegende schotels boven het oostblok. Als liefhebber van Jeroen Brouwers mochten deze boeken niet in mijn verzameling ontbreken. Want ze zijn namelijk grotendeels door hem geschreven! Weverbergh had connecties in Roemenië, heeft er eind jaren zestig een paar keer voor langere tijd gezeten, en maakte daar kennis met een zeker Ion Hobana met wie hij het plan opvatte over ufo's een boek te schrijven. Terug in België betrok hij Manteau-collega Jeroen Brouwers bij het plan. Om kort te gaan: Hobana en Weverbergh leverden allerlei brokstukken aan, waar Brouwers een coherent verhaal van maakte dat uiteindelijk in 2 delen ondergebracht moest worden. En van zijn beloofde aandeel in de royalty's heeft Brouwers geen cent gezien. Er schijnen Engelse, Amerikaanse, Roemeense en wellicht ook Duitse edities te zijn - beide delen hebben van alle boeken die hij geschreven heeft het meeste succes.Aldus Jeroen Brouwers in Mijn Vlaamse jaren. Wie Brouwers op zo'n manier belazert, kan een aanklacht geschreven met een in gif gedoopte pen tegemoet zien. Alleen al om dat stuk bevestigd te zien wilde ik die boeken hebben. Ze zijn trouwens vrij makkelijk te krijgen, voor weinig geld. Prachtige gedateerde titels overigens!
Snelleestrein
Vandaag werd ik het slachtoffer van mijn eigen inschattingsfout: ik had te weinig leesvoer bij me. Ik dacht dat Het uur tussen hond en wolf van Maarten 't Hart mijn dinsdagse treinreis naar en van Zutphen mooi zou kunnen begeleiden. Maar toen de boemel vanochtend rond kwart over acht de IJsselbrug van dit stadje overdenderde resteerden er van de 141 pagina's nog slechts 10! Op de terugweg dus een beetje in het maart-nummer van Quote zitten lezen dat iemand in de trein had achtergelaten. Hoewel, lezen... wat een suf blad is dat zeg. Maar goed, het boekje van Maarten 't Hart veroorzaakte bij verschijnen in 1987 wat rumoer, omdat de roman op feiten gebaseerd is. Ik kocht onlangs de 5e druk dat net als de 1e druk uit oktober 1987 stamt. Het handelt over de moeilijkheden die 't Hart - als verhuurder van een pand in Amsterdam - met één van zijn huurders had. Die huurder (Hans Bakx) heeft zijn kant van het verhaal ook in een boekje vervat. Dat ga ik niet kopen, want de zaak is er te onbenullig voor. Maar het leest wel lekker weg, zo 's ochtends vroeg. En beter een wat mindere 't Hart dan zo'n Metro of Spits; ik weiger die flutdingen te lezen waarmee het volk zichzelf onbewust dom houdt. Als het gratis is zijn mensen dol op oppervlakkigheid.
Abonneren op:
Posts (Atom)