05 december 2007

Finale Potter

Harry Potter en de relieken van de dood is het zevende en laatste deel van de Potter-serie waarmee J.K. Rowling zich in elk geval in financiële zin tot de meest succesvolle schrijvers ooit heeft gemaakt. Met genoegen heb ik me een jaar of zes geleden overgegeven aan de hype en de laatste delen kocht ik steeds op de dag van verschijnen. In dit laatste deel moesten de puzzelstukjes op hun plaats vallen, en dat doen ze ook. Uiteraard moest er ook een hoop spanning en rustmomenten in. Dat alles maakt dit geen eenvoudig deel: er wordt door de hoofdpersonen hier en daar flink getheoretiseerd om het oog van de naald te vinden. Dat het boek toch spannend en onderhoudend is, en ik de afgelopen twee gewone werkdagen toch ruim de helft van dit 540 pagina's dikke boek las tot het uit was, bewijst de kwaliteit ervan. De Potter-serie is een unieke en originele invulling van het thema over de strijd tussen goed en kwaad. De Potter-hype is natuurlijk overtrokken (dat geldt natuurlijk voor alle hypes), maar over de inhoud van de boeken geen negatief woord.

20 november 2007

Identiteit

Onredelijkheid van Bas Heijne is een essay over identiteit. In ruim honderd pagina's vertelt hij over de paradox tussen het zoeken naar eigenheid (door individuen en door groepen) versus globalisering en veralgemenisering. Hoeveel eigenheid verdragen we van anderen eigenlijk? Een niet helemaal geslaagd betoog, dat wel een aardig gezichtspunt opleverde: mensen en groepen hebben nooit één identiteit, maar meerdere en passen deze identiteiten naar omstandigheden aan cq zetten deze op scherp. Verder geen afgerond verhaal dat beklijft. Toch wel wat meer lezen van Heijne, hij lijkt me toch wel een slimmerd.
Nu aan de laatste Harry Potter...

19 november 2007

Lift

Vorige week las ik de jongste roman van Jeroen Brouwers (even scrollen...); meteen ook maar Zonsopgangen boven zee, zijn tweede roman uit 1977. Hiermee heb ik nu alle romans van Brouwers gelezen. Dat zal niet mijn favoriete roman van hem worden. De verhaallijn is kort: de ik-figuur komt met een jongere vriendin vast te zitten in een lift en dat is aanleiding voor allerlei bespiegelingen, associaties en gedachtes van deze ik-figuur. De scheiding tussen wat er nu echt gebeurt of wordt gezegd in die lift en wat de ik-figuur allemaal denkt vervaagt zienderogen. Bekende Brouwers-thema's (kostschool, geboorte kind, lulligheidsbesef) passeren de revue. Zoals in de vorige bespreking gezegd: ik houd meer van helderder verhaallijnen.

18 november 2007

Held

Ik lig alweer drie gelezen boeken achter, dus hup vooruit. Van Saskia de Coster had ik nog nooit gehoord, totdat kortgeleden in NRC Handelsbald een uiterst positieve recensie van haar vierde (!) boek Held stond. Het kon mij niet zo bekoren. Het verhaal van ruim honderd bladzijden bestaat uit twee delen: de ik-figuur in haar kind-tijd wanneer ze een autistisch vriendje krijgt en twintig jaar later wanneer ze hem als journaliste moet interviewen. In beide delen kijkt de ik-figuur anders dan anders tegen de werkelijkheid aan; de verhaallijn wordt slechts sporadisch en in flarden duidelijk. Er wordt vooral heel veel gedacht en geassocieerd. Op zich apart, maar ik houd liever van helderder verhaallijnen.

12 november 2007

De nieuwste Brouwers

De nieuwste roman van Jeroen Brouwers is een meesterwerk, en één van zijn beste boeken. Datumloze dagen is een roman die je eigenlijk niet snel wilt lezen. De zinnen zijn zo ontzettend fraai geschreven en de inhoud is zo prachtig gecomponeerd, dat je er langer over wilt doen dan de 186 pagina's voorschrijven. Deze roman is als een subliem gerecht in een sterrenrestaurant: je gaat er langzaam van eten om geen enkel smaakdetail te missen. Het verhaal ontroert en brengt je aan het lachen. De zin met de woorden 'in toestand van viscositeit' heb ik drie keer opnieuw gelezen vanwege zijn perfectie in vorm, inhoud en associatie. De Prijs der Nederlandse Letteren geweigerd of niet: Jeroen Brouwers is met afstand de beste Nederlandse schrijver. afth en grunberg hebben blijkbaar hun platvloerse achterbuurtburenruzie nodig om hun libelleliteratuur onder de aandacht te krijgen. Maar hier spreekt de ware meester!

02 november 2007

Onverschilligheid

Op de website van P.F. Thomése staat over zijn nieuwste roman Vladiwostok! het volgende pakkende interview:
Kunt u voor het gemak misschien in één woord samenvatten waar Vladiwostok! over gaat?
Onverschilligheid.
Punt uit?
Punt uit.

Eigenlijk is hiermee over het verhaal van het boek alles gezegd. Iedereen houdt elkaar voor de gek (uit onverschilligheid). Zelfs de aanprijzing op de achterflap (van Matthijs van Nieuwkerk) kun je in die context lezen. Hoe dan ook: het is een verrukkelijke roman met veel vaart geschreven, vol herkenbare ledigheid van geest en veel krachtige scenes. De opmerking van de auteur aan het begin van het boek (Fons, lul, bij deze!) zet de toon. Een heerlijke eigentijdse roman.

01 november 2007

Macro-economie

Jarenlang moest Alan Greenspan permanent letten op wat hij zei, op hoe hij het zei en op zijn mimiek: een verkeerd woord of gelaatsuitdrukking en de beurzen konden omhoog- of omlaagschieten. Er was zelfs een periode dat de dikte van zijn aktentas werd bijgehouden: een dunne tas betekende dat het goed ging; een dikke zou wijzen op een verhoging van de rentetarieven: de Briefcase Indicator. Greenspan was van 1987 tot 2006 voorzitter van de Federal Reserve Board, het orgaan waarin de centrale banken van de VS verenigd zijn. In deze memoires Een turbulente tijd. Een leven in dienst van de economie schudt Greenspan zijn bedachtzaamheid van zich af en praat hij vrijuit over zijn carrière. Het is een uitermate boeiend, en vooral leerzaam boek. De eerste helft is een chronologisch verhaal over zijn jonge jaren, studie en zijn carrière; vanaf het moment dat hij in Washington vooraanstaande posities bekleedde passeren alle Amerikaanse presidenten nauwkeurig de revue. Opvallend: als republikein heeft hij tussen de regels door de meeste waardering voor de democraten; met name Clinton wordt scherp geprezen. Vader en zoon Bush zullen niet blij zijn met dit boek. In de tweede helft behandelt Greenspan belangrijke macro-economische onderwerpen: de opkomst van de nieuwe economische grootmachten China, India en Zuid-Amerika, de invloed van de olieprijs op de economie, het effect van de pensionering van de babyboomers, enzovoort. Greenspans centrale stelling is die van het ultieme kapitalisme en liberalisme: geef mensen en bedrijven zoveel mogelijk vrijheid om te ondernemen en blijf zoveel mogelijk af van hun bezit. Hij toont aan dat dat tot de meeste welwaartsstijging leidt. Protectionisme en corruptie zijn per definitie slecht voor economische groei. Pas wanneer China aan de bevolking het ultieme recht op bezit erkent en bewaakt (zeer anti-communistisch natuurlijk), pas dan wordt China een heuse economische grootmacht. Enfin, allemaal uiterst interessant, ook al gaat het soms flink tegen mijn politieke overtuigingen in. Goed leesbaar bovendien, ofschoon soms wel wat theoretisch. Maar wie zich wil verdiepen in de krachten van de macro-economie heeft met dit boek een ideale leidraad.

04 oktober 2007

Begeerte

Tommy Wieringa was in het voorjaar van 2007 gastschrijver aan de Technische Universiteit van Delft en deed daar o.a. onderzoek naar het verband tussen begeerte, voortplaning en pornografie. Dit essay De dynamica van begeerte is een weerslag van zijn onderzoek. Het brengt Boeddha, Augustinus en porno bij elkaar; soms wat gezocht en quasi-filosofisch, maar ook wel aardig om te lezen. Precies goed voor een gemiddelde enkele reis per trein van of naar een provinciestad.

Poes

Ook ik ben getrapt in het trucje van De Bezige Bij en Remco Campert. Je laat een suffig verhaaltje onder de titel Dagboek van een poes verschijnen waar in principe honderdduizenden poezenbezitters vertederd door kunnen raken, zet er de naam boven van een erkend literator, geeft het fraai uit en ziedaar: vier drukken in twee maanden. Het verhaaltje is werkelijk helemaal niks. Doordeweekse gedachten van een huiskat, in de stijl zoals mensen denken dat katten eventueel zouden kunnen denken. Menselijke gedachten dus over kattengewoonten vanuit kattenperspectief geschreven. Geen opbouw, geen verhaallijn, gewoon flut.

Simon C

Gerard Reve schreef tussen 1971 en 1975 112 Brieven aan Simon Carmiggelt. Wellicht eerder en later meer brieven, maar deze 112 zijn in deze bundel opgenomen. Het is een kostelijke bundel; brieven van een kunstbroeder aan zijn collega-kunstbroeder. Veel over drank en het zich onthouden daarvan, over de kerk, wederzijdse bezoeken enzovoort. Anders dan de brieven aan zijn uitgevers Van Oorschot en De Groot weinig zakelijke onderwerpen. Des te meer emotionele en artistieke. Ik heb soms enorm moeten lachen, het is een kostelijke én meesterlijke bundel. En zoals Reve zelf soms schrijft: zijn proza biedt troost. Meer dan dat, zou ik zeggen.

Luyendijk in Egypte

Een goede man slaat soms zijn vrouw van Joris Luyendijk dateert van de tweede helft jaren negentig en is in feite een onderzoeksverslag van de student Luyendijk naar de normen, waarden, zeden en gewoonten van leeftijdgenoten in Egypte. Vreemde ontwikkeling eigenlijk: toen dit boek verscheen (ik wilde het al bij verschijning lezen, maar stelde dat dus tien jaar uit) was de hier beschreven (islamitische) moraal van de Egyptische jeugd bepaald nieuw en schokkend voor Nederlanders. De titel speelde daar in feite op in. Sinds 11 september 2001, Al-Qaida, Bin Laden, de boeken van Housseini enzovoort, verbaas je je er eigenlijk niet meer over, komt deze moraal je eerder als relatief gematigd voor. Wie deze normen, waarden, zeden en gewoonten wil leren kennen, lees dit boekje. Het geeft ook inzicht in hoe veel allochtonen denken en soms doen. Verbazingwekkend eigenlijk dat een grote groep Nederlanders zich aangetrokken voelt tot politici die roepen dat deze mensen met een bezem buiten de randjes van onze landsgrenzen moeten worden geveegd, en dat we dan van de problemen verlost zijn. Hoe simpel kun je eigenlijk zijn?

03 oktober 2007

Rare snuiters

Rare snuiters van Midas Dekkers is de leescatalogus van een tentoonstelling uit 2003 van foto’s van inwoners van nog onbekende landen, gemaakt door Nederlanders. De vroegste foto’s in dit boek dateren van kort na de introductie van de camera; er zijn ook recente foto’s bij. Ze hebben veelal een koloniale inslag. Dit alles schrijft Dekkers, die ook de tentoonstelling samenstelde, luchtig aan elkaar. Vroeger reisden fotografen voor je om te laten zien hoe het elders was (zelf ging je niet), nu vormen foto’s een verleiding om zelf te gaan kijken (en te fotograferen). Vroeger vergaapten mensen zich aan wat ze op foto’s zagen, nu vergapen de mensen zich in vreemde landen aan de hordes fotografen. Zodoende zorgde en zorgt de fotocamera voor de nodige kennismaking. Dekkers doorspekt zijn verhaal met allerlei biologie; het blijft een boeiend auteur.

27 september 2007

Een schrijver, zijn collega's en hun werk

Ik lig nog steeds vier gelezen boeken achter, dus wellicht wat kortere beschrijvingen hierna. Over het vak van Philip Roth las ik alweer een maand terug, nog tijdens de vakantie. Het is een interessant boekje waarin Philip Roth met een aantal collega-schrijvers gesprekken voert. Deels zijn deze door de gesprekspartners op papier uitgewerkt om een interview-karakter te vermijden, maar een echte gedachtewisseling te laten ontstaan. Veel mede-Joodse schrijvers, veel schrijvers die onderdrukt zijn, en veel over Kafka. Soms is Roth wat academisch, maar hij verleidt zijn gesprekspartners (waaronder Levi, Klíma, Singer, Kundera) tot interessante discussies en beschouwingen. Ik kreeg van dit boekje geen andere kijk op het schrijversschap in het algemeen, maar zal hier wel naar teruggrijpen wanneer ik een van deze schrijvers ga lezen.

08 september 2007

Geheim dagboek deel 19

Deel 18 verscheen minder dan een jaar geleden, en dit jongste deel Geheim dagboek 1993-1995 van Hans Warren lag eerder in de boekhandel dan ik onbewust verwachtte. Dus toen ik de zaterdag voor de vakantie in de boekhandel kwam en dit deel zag liggen was ik even van mijn a propos. Ik moest aan een medewerker vragen wanneer dit deel verschenen was opdat ik kon achterhalen of ik het niet al gelezen had... Het was al in mei uitgekomen, het laatste deel - wist ik - las ik in 2006, dus ja: dit was een nieuw deel! Ik las het boek, met zijn 400 bladzijden het dikste uit de hele reeks, tijdens de vakantie in minder dan twee etmalen. Mijn beschrijving over deel 18 (zie hier) past ook dit deel, dus ik houd het verder hierbij. Nog vijf ongepubliceerde jaren te gaan - ik schat in dat die in twee delen worden ondergebracht. Binnen twee jaar houdt hoogstwaarschijnlijk op waar ruim twintig jaar geleden mee begon: op 3 juli 1986 kocht ik deel 1 en 2 van het Geheim Dagboek... Alleen wie alle delen heeft 'mee'gelezen zal mijn voortijdige nostalgie begrijpen.

06 september 2007

Brieven van de Blanke Dichter van Stad en Land

Vandaag terug van twee weekjes vakantie; naast de vele toertochten ook 4 boeken gelezen. De komende dagen zal ik proberen mijn leeslog bij te werken. Te beginnen met het verrukkelijke Moedig voorwaarts. Brieven aan Bert en Netty de Groot 1974-1997 van Gerard Reve. Met zijn uitgevers Johan Polak en Geert van Oorschot onderhield Reve weliswaar boeiende, maar zeker niet altijd vriendschappelijke relaties. Polak en Van Oorschot waren minstens zo eigenzinnig als Reve, en dan wilde het wel eens botsen. Bert de Groot (eerst Elsevier, daarna Veen) was een zakelijker en evenwichtiger uitgever die minder de behoefte voelde markant te zijn; in de relatie tussen hem en Reve kwam nauwelijks een rimpeling. Is dit brievenboek daarom minder groots dan de correspondentie tussen Reve en Van Oorschot die twee jaar geleden verscheen: ja, dat wel. Maar deze nieuwe bundel is zeken niet te versmaden. In zijn brieven aan De Groot schrijft Reve fabelachtig fraai proza, en ze bieden mooi inzicht in de ontstaansgeschiedenis van de romans uit de jaren zeventig en tachtig. Van de typische Reve-uitspraken kan ik geen genoeg krijgen - hierna de brieven aan (en van?) Johan Polak...? Toch maar even de stijlmeester zelf aan het woord (brief dd. 3 mei 1977):
Volgens mij zit het zo: mijn werk, dat ik geschreven heb, blijft onveranderd wat het is, goed of niet goed, maar relatief neemt de kwaliteit toe, omdat er steeds minder schrijvers in Nederland zijn die schrijven kunnen. Het vakmanschap, de eruditie, de inzet, de persoonlijke visie, het vermogen om een eigen kosmos te scheppen inplaats van de Verrekijk en de rode kranten na te praten - het verdwijnt allemaal. Ik ga schaars worden als antiek, dat alleen nog maar meer gezocht en duurder kan worden. En die zondvloed van debuten, die geen van alle een 'belofte' inhouden, omdat het nog niet eens sympathieke puberteitsuitbarstingen zijn! Toch bedroeft en beangstigt het me niet weinig, dat geheel alleen staan: de enige romantische Nederlandse schrijver van formaat!

22 augustus 2007

Capote

De indrukwekkendste roman die ik in lange tijd gelezen heb: In koelen bloede van Truman Capote. Ik kende Capote vaag van een een zomergasten-fragment of zoiets, en toen ik het boek bij de boekhandel in de kast zag staan dacht ik: laat ik maar eens dit boek van hem lezen. Er is al zoveel over dit boek geschreven dat ik het nalaat om de feitelijke achtergronden hiervan te beschrijven, als ook de invloed die dit meesterwerk op het verdere leven van de schrijver had. De titel en de auteur in Google en je komt er alles over te weten. Ik beperk me tot wat voor mij dit boek zo prachtig maakt, en dat is het vertelperspectief. Natuurlijk: het verhaal en de zo feitelijk mogelijke beschrijving van de aanloop tot de moord, de moord zelf, de zoektocht naar de daders, hun ondervraging en berechting, hun wachten op de uitvoering van de doodstraf en tenslotte de voltrekking daarvan, dit alles vormt een boeiend geheel. Maar de wijze waarop Capote dit beschrijft, zoveel mogelijk opgetekend en opgeschreven vanuit de mond van de belangrijkste betrokkenen, is werkelijk fenomenaal. Ieder personage krijgt het karakter mee zoals Capote die persoon heeft ervaren, ook wanneer hij hen citeert en hun spreekwijze onverbloemd weergeeft. De twee moordenaars (of eigenlijk heeft slechts één van de twee de schoten gelost) krijgen uiteraard de meeste aandacht; sympathiek ging ik ze niet vinden, wel minder gruwelijk dan je op basis van hun daden zou verwachten. Nee, geen begrip, maar minder zwartwit. Er schijnen allerlei films over dit boek en over Capote te zijn; ik weet niet of ik die ga zien. Ik denk dat die niet meer inzicht in dit boek zullen geven, daarvoor is het uit zichzelf al krachtig en meesterlijk genoeg.

05 augustus 2007

Wijn (5)

Van de boeken die ik het afgelopen jaar over wijn las, is Over de tong van Nicolaas Klei de informatiefste. In bijna 50 hoofdstukjes behandelt Klei allerlei aspecten van wijn: druiven, kwaliteitsbenamingen, proeven, kopen en drinken (al dan niet bij eten). Veel wist ik inmiddels wel al, maar zeker nog niet alles, en de nuchtere toon van Klei draagt veel bij aan de lezenswaardigheid van het boekje. Wat wel begint op te vallen is dat alle wijnschrijvers steeds dezelfde mythes bestrijden: de duurste wijn is niet altijd de beste, de invloed van Robert Parker en zijn smaak voor 'hout' etc. Maar toch blijven dergelijke mythes bestaan, dan wel worden ze steeds weer opnieuw bestreden. Tenzij je veel vrije tijd hebt en je zelf op wijntocht naar die speciale (liefst biologische) wijnboeren kunt, zul je het moeten hebben van de kennis van de importeurs. Boodschap van Klei: zoek daar importeurs uit die leveren wat overeenkomt met jouw smaak en bestel daar je wijnen. In het boekje worden er een paar genoemd, inderdaad ook die importeurs waar ik mijn wijn vandaan haal. Overigens: in Duitsland zijn er een paar uitstekende internethandels die soms zelfs minder duur zijn (incl. verzendkosten) dan de speciale wijnhandels hier in Amsterdam!

02 augustus 2007

Spionage

Van vriend J. kreeg ik Rusteloos cadeau, een spionageverhaal van William Boyd. Het leest als een trein, zit met twee verhaallijnen in heden en verleden ingenieus in elkaar en is bovendien gebaseerd op feiten uit de Tweede Wereldoorlog die in de geschiedschrijving onderbelicht zijn gebleven: de verwoede pogingen van Engeland in de periode voor de Japanse aanval op Pearl Harbour om de Verenigde Staten bij de oorlog te betrekken. Met alle mogelijke middelen probeerde Engeland de publieke en politieke opinie in de VS te bewerken, waaronder ook via spionage. En die staat centraal in dit boek. Er is ook een verhaallijn die zich in het heden van het boek afspeelt; die had Boyd misschien wat beter kunnen uitwerken (er blijven een paar ontwikkelingen hangen), maar hij knoopt de hoofdzaken uiteindelijk prachtig aan elkaar. Goed geschreven en goed vertaald bovendien. Een heerlijk boek.

25 juli 2007

2x Hosseini

Ik ben over het algemeen niet zo'n hype-lezer. Wat iedereen leest zal vast niet deugen, denk ik met snobistisch en elitair gemoed. Vooral de gratis krantjes waar helemaal niks in staat en die toch iedereen pakt en leest geven me iedere dag weer een slechte indruk van de alfabetische medemens. Kluun? Dan Brown? Saskia Noort? Nog nooit wat van gelezen. Alleen bij verschijnen van de vertaling van de nieuwe Potter hol ik naar de winkel. Maar verder haal ik mijn neus op voor rages. En daarmee doe ik mezelf tekort, want eigenlijk zijn de meeste hypeboeken de moeite van het lezen waard. Van mijn moeder en schoonmoeder kreeg ik kort na elkaar de twee boeken van Khaled Hosseini cadeau: De vliegeraar en Duizend schitterende zonnen. Tja, dan zorg je ervoor dat je ze voor het volgende ouderlijk bezoek gelezen hebt. En dat bleek bepaald geen straf.

De vliegeraar is geschreven vanuit een ik-persoon die je al snel met de schrijver zelf associeert. Hosseini zal ongetwijfeld persoonlijke ervaringen en indrukken in zijn verhaal hebben verwerkt, maar het boek is verder een normale 'roman'. Het leest als een trein, ontroert door de ontelbare drama's en geluksmomenten en kent voor zover mogelijk binnen de setting een happy end. Een vriend van mij, leraar Engels en flink ingewijd in het Angelsaksische literaire erfgoed, vertelde me dat de opbouw van het boek typisch het product van een Amerikaanse writersschool is. Aan het slot vond ik de gebeurtenissen allemaal een beetje too much: teveel scherpe smaken op het bord. Maar het zijn slechts kanttekeningen bij een boek dat ik niet had willen missen.

Duizend schitterende zonnen vind ik nog net wat beter geslaagd. Dit boek is geschreven vanuit het perspectief van twee vrouwen die door dezelfde man worden gehuwd en uiteindelijk elkaars lotgenoten en vertrouwelingen worden. Ook hier veel afwisseling van blijdschap en treurigheid wat tot doorlezen dwingt. Het verhaal komt me hier als realistischer over dan dat van De vliegeraar.

Beide boeken boeien en raken je. Maar dat is niet waarom ik ze goed vind. Het is vooral de couleur locale die Hosseini in zijn boeken aanbrengt die deze beide boeken bijzonder maken; dan bedoel ik niet die storende inheemse termen die zowel uit het zinsverband als door de woordenlijsten achterin te begrijpen zijn. Hosseini geeft je wel een prima idee hoe het er de afgelopen decennia in Afghanistan eraan toe is gegaan en je kunt hierdoor goed voorstellen hoe gewone mensen zich alle omwentelingen hebben moeten laten welgevallen. Bij alle berichten over geweld en oorlog in landen als Afghanistan en Irak vergeet je haast dat de overgrote meerderheid van de inwoners van die landen hetzelfde wil als wij: gewoon leven, geld verdienen, je eigen gang (kunnen) gaan, samenleven met je geliefde, omgaan met familie en vrienden en jezelf op een vreedzame manier vermaken. Brood en spelen, kortgezegd. De media scheppen een ander beeld, en dan bieden boeken als die van Hosseini een welkome aanvulling op het dagelijkse nieuws.

14 juli 2007

Uien pellen

Ruim een maand geen updates, dat is ongebruikelijk lang. Er wachten weliswaar drie gelezen boeken op bespreking hier, maar feit is ook dat ik wat minder lees. Thuis kom ik er weinig aan toe; ik lees vooral in de trein. Soms verkies ik het dan om naar muziek te luisteren, te suffen of naar buiten te kijken. Tja, dan schiet het niet op.
Enfin in deze log meteen maar twee boeken, een dikke en een bijpassend dunnetje. Van Günter Grass las ik een paar jaar geleden eens zijn meesterlijke In krabbengang, verder nog niets. Nu dan zijn autobiografische roman De rokken van de ui. Het leidde vorig jaar bij verschijnen tot een rel omdat Grass erin onthult dat hij aan het einde van de oorlog bij de WaffenSS diende, en dat terwijl hij zelf een krachtig bestrijder van het zwijgen over het oorlogsverleden is geweest. In Duitsland een belangrijker onderwerp dan daarbuiten. Los van die discussie: De rokken van de ui is gewoon een erg goed boek over wat een opgroeiende jongen vanaf zijn elfde allemaal meemaakt: thuis, tijdens de oorlog en de chaos daarna, tijdens het zoeken naar een plek in de maatschappij die zelf ook zoekende was enzovoort. Grass probeert niet voor alles een verklaring te geven, soms tast hij openlijk in het duister waarom hij bepaalde keuzes maakte zoals hij ze maakte. Daarmee stelt hij zich kwetsbaar op. Dat en een prachtige stijl zijn de ingrediënten voor een groots boek.
Antoine Verbij stelde een bijpassend boekje Bij de rokken van de ui samen, waarin hij inzicht geeft in wat tijdens de 'affaire-Grass' speelde. Daarnaast ook het interview met de Frankfurter Allgemeine dat kort voordat het boek verscheen werd gepubliceerd en het begin van de affaire vormde.

09 juni 2007

Tachtigster

Het zal niet vaak voorkomen dat je een biografie leest omdat je minder geïnteresseerd bent in het onderwerp als wel door de auteur van de biografie. Wie weet dat ik een liefhebber van het werk van Jeroen Brouwers ben, begrijpt waarom ik toch ook zijn boek Hélène Swarth. Haar huwelijk met Frits Lapidoth 1894-1910 wilde lezen. Uit zijn brievenboeken Kroniek van een karakter wordt zijn gestoei met het onderwerp duidelijk, maar het is een prachtig boek geworden. Brouwers schrijft met liefde over deze meest getalenteerde dichter uit de beweging van Tachtig, maar ontziet haar niet wanneer hij haar eeuwige geklaag en haar grote opruimactie van brieven en andere persoonlijke documenten beschrijft. Centraal staan de 16 jaar dat ze getrouwd was met de toneel- en literatuurcriticus Frits Lapidoth, een opgewekte en vriendelijke man die het gezeur van zijn begaafde vrouw niet lang kon verdragen. Swarth nam regelmatig deel aan seances om geesten op te wekken of om in contact te komen met gene zijde van de alledaagse werkelijkheid, en hoe heerlijk beschrijft Brouwers dit allemaal. Licht ironisch, maar toch ook met eerbied voor zijn onderwerp. En dat allemaal in de prachtigste stijl. Tja, dan krijg je weer zo'n gaaf Brouwers-boek!

19 mei 2007

Oesters & de grote appel

Over een week ga ik een weekje naar New York (ik was er ooit eens twee dagen, meer niet) en ter 'voorbereiding' kocht ik onlangs in de boekhandel van Mark Kurlansky zijn boek met de intrigerende titel Oesters van New York, een stadsgeschiedenis. Ik werd erop geattendeerd door iemand in de trein die dit boek aan het lezen was; wat mooi toch dat je in de trein tot lezen wordt aangespoord! Aan de hand van de oesterteelt in de baai van New York en de enorme consumptie van oesters door de bewoners van de groeiende stad beschrijft Kurlansky het verhaal van het ontstaan en de groei van deze metropool. Hij springt daarbij van de hak op de tak, maar dat is nu juist het aardige van dit boek. Om op dezelfde bladzijde te beschrijven hoe Wall Street aan zijn naam komt en de voortplanting van de oester uit te leggen, moet je als schrijver een eigenzinnig perspectief hebben! Kurlansky brengt het allemaal erg overtuigend en innemend. Het boek bevat tevens zo'n 40 recepten waarin oesters zijn verwerkt - ik heb ze tot nu toe alleen rauw gegeten en vind ze zo onweerstaanbaar lekker. Misschien dat ik in New York eens een andere variëteit ga proberen. Een ander verband tussen eten en New York: onlangs las ik Hitte van Bill Bufford (klik hier voor de leeslog). Ik heb inmiddels een tafeltje in Babbo gereserveerd...

07 mei 2007

Stieren en boksen

De positieve recensie in NRC Handelsblad van Arjen Fortuin zette me aan om Morgen zijn we in Pamplona van Jan van Mersbergen te kopen en te lezen. Ik had nog nooit van deze auteur gehoord; dit is zijn vierde boek. Het verhaalt over een bokser die door een automobilist wordt opgepikt. De automobilist gaat naar Pamplona om daar bij het jaarlijkse evenement voor de stieren uit te rennen; de bokser heeft geen specifiek reisdoel. Fragmenten over de traag op gang komende interactie tijdens de autorit en flashbacks uit het leven van de bokser wisselen elkaar af. De stijl van Mersbergen is kortaf, de dialogen zijn van alle leestekens ontdaan. Goed geschreven, en goed geconstrueerd. En toch vind ik dit geen goed boek. De opgebouwde spanning vindt geen ontlading en daardoor blijkt de vermeende psychologische diepgang (er wordt vooral gezwegen, ogenschijnlijk verzwegen) van bordkarton. In zijn recensie schrijft Fortuin dat bij tweede en derde lezing het boek meer prijsgeeft. Dat zal vast zo zijn, maar bij eerste lezing gaf het mij te weinig om opnieuw te beginnen en eerlijk gezegd betwijfel ik of de dialogen en de bokstaferelen dan meer diepgang krijgen.

06 mei 2007

Huwelijksnacht

Aan Chesil Beach van Ian McEwan is een geslaagde novelle en laat in al zijn beknoptheid zien waar de kracht van deze schrijver ligt: het tot de kleinste vezel uitpluizen van situaties, relaties en gedragingen en die in een dwingende stijl opdienen. Haast iedere mededeling komt als noodzakelijk over, en dat leest heerlijk. De openingszin zet de toon: Ze waren jong, welopgevoed en allebei nog maagd op deze avond voor hun huwelijksnacht, en ze leefden in een tijd dat een gesprek over seksuele problemen ronduit onmogelijk was. McEwan beschrijft de voorgeschiedenis van Edward en Florence en daarna, haast van seconde tot seconde, wat er die avond gebeurt. Tenslotte raast hij in enkele pagina's door de daaropvolgende veertig jaar. Het lijkt schematisch, maar McEwan maakt daar wat goeds van.

05 mei 2007

Autowrak

Op andere weblogs had ik al eens iets positiefs over de geschriften van Jaap van Heerden gelezen, dus bij de boekhandel pakte ik onlangs voor de vuist weg zijn nieuwste bundel Uit het autowrak gezaagd. Van Heerden is hoogleraar psychologie en schrijft in deze verzameling stukken vooral over ontwikkelingen in zijn vak. Zulke zaken grijpen mij te hoog. Eerlijk gezegd raak ik niet zo geboeid door een semi-wetenschappelijk discours over hoe verschillende hooggeleerde psychologen tegen hun vak aankijken. Wanneer Van Heerden in andere stukken facetten van het menselijk gedrag probeert te duiden, dan ben ik weer bij. Ik geef het toe: geef mij maar simpele kost. Psychologie van de koude grond!

24 april 2007

Gerechtigheid


Mijn verzuchting aan het slot van mijn vorige leeslog lijkt verhoord: vandaag werd bekend dat aan Jeroen Brouwers de Prijs der Nederlandse Letteren wordt toegekend. Hulde!

19 april 2007

Zelfmoord in de literatuur

Het boek stond al twee jaar in mijn kast, maar pas nu las ik het: De laatste deur van Jeroen Brouwers. Ondertitel: Essays over zelfmoord in de Nederlandstalige letteren. Het is een groots boek, behorend tot het beste wat Brouwers publiceerde. Ruim de helft van het boek (van iets meer dan 500 bladzijden) besteedt Brouwers aan minibiografietjes en verhandelingen over schrijvers die de hand aan zichzelf sloegen. Daaronder bekendere schrijvers (Ter Braak, Haverschmidt, Emmens, Arends en T'Hooft), en ook veel onbekende. Hij schrijft met eerbied over hen, en ontkracht waar mogelijk de vele geruchten die over hen de ronde doen/deden. Maar soms schrijft Brouwers ook met ingehouden woede, zoals in het stuk over Dirk de Witte, die hij het flink kwalijk neemt dat hij voorafgaande aan zijn zelfmoord allerlei vage tekenen noteerde en uitsprak, en zo de nabestaanden opzadelde met een zoektocht naar een zogenaamde diepere waarheid die echter helemaal niet bestond. Hiernaast ruimt Brouwers veel plaats in voor allerlei essays over zelfmoord, de terminologie en het taboe rondom zelfmoord, de wijze waarop zelfmoord in jeugdliteratuur wordt weggemoffeld, enzovoort. Dit alles bij elkaar levert een meesterlijk boek op, met eruditie geschreven in een stijl die niet minder verheven is. Wat een gevarieerd en belangwekkend oeuvre heeft Brouwers toch op zijn naam staan. En nog steeds geen PC Hooftprijs... Schandalig!

06 april 2007

Reporter

In de NRC van vandaag kreeg het boek niet zo'n goede recensie, maar ik vond Reporter van de Amerikaanse journalist David Remnick een fantastisch boek. Het bevat reportages en portretten uit het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker; een dergelijke diepgang kennen we in de Nederlandse journalistiek niet (meer). Remnick portretteert Al Gore, Tony Blair, Philip Roth, Don Delillo, Vaclav Havel, Solzjenitsyn, Vladimir Poetin en Amos Oz; velen interviewde hij ook. Hiernaast ook prachtige reportages over de PLO, Hamas en de bokser Mike Tyson. De meeste stukken tellen meer dan 30 pagina's - tja, dan gaat het tenmiste ergens over. Ieder stuk lees je met de overtuiging dat Remnick je de kern van zijn onderwerp aandraagt. Hij observeert scherp bovendien. Een bijzonder goed boek!

30 maart 2007

Stadsbiograaf

Van Geert Mak verscheen onlangs de bundel met essays en toespraken De goede stad. Het is een aardige verzameling met interessante stukken over o.a. de stad als entiteit, geplaatst tegenover het platteland, maar ook als symbool van (verderfelijke) westerse levensstijl. Boeiend zijn vooral de toespraken die Mak hield als inleiding van heidagen van burgemeesters en wethouders van de grootste steden, of een brainstormbijeenkomst van een ministerie. Dan vertelt hij een verhaal waarin de boodschap is: regel nou gewoon datgene wat geregeld moet worden waar iedereen het over eens is, maar wat jullie blijkbaar niet kunnen of willen. Ik vind Mak af en toe iets teveel een zeurpiet die ondanks zijn sociologische, dus abstracte perspectief zijn eigen persoonlijke nostalgie teveel laat meewegen, wat hem onbedoeld een generatieschrijver maakt. Aan dat euvel lijden ook de boeken waar hij bekend mee werd: Een kleine geschiedenis van Amsterdam, De eeuw van mijn vader en In Europa. Zodra in die boeken de chronologie is aanbeland bij het punt waar hij zelf onderdeel van de tijd uitmaakt, verworden ze tot egodocumenten. En dat is niet Maks sterkste kant. Maar het moet gezegd: dit boek was eindelijk weer eens een goed leesbare Geert Mak.

19 maart 2007

Boekenweek 2007

Het boekenweekgeschenk en -essay blijken aardige lectuur voor een buiige zondagmiddag, maar ook niet meer dan dat. In De brug vertelt Geert Mak een soort minisociologie van de Galatabrug in Istanboel: verhalen van de vaste 'bewoners' van de brug, afgewisseld met een kort overzicht van de rol van Turkije in de geschiedenis als brug tussen west en oost. Lezenswaardig allemaal, maar niet diepgravend. De opzet en de stijl van het verhaal lijken sterk op de achtergrondreportages zoals die dikwijls in de periodieke zaterdagse kleurenbijlage van NRC Handelsblad staan. Dit boekenweekgeschenk is dit keer dus een ander product dan we de laatste jaren gewend waren: geen novelle of verhaal maar een journalistieke reportage.
In het boekenweekessay Op weg naar het schavot geeft Kees Fens een paar voorbeelden van humor (of ironie) in de literatuur; althans: voorbeelden die hem in zijn eigen leesgeschiedenis troffen. Een aardig boekje, maar na lezing blijven geen uitspraken hangen.

14 maart 2007

Haffner

Sinds een jaar of acht verschijnen bij uitgeverij Mets en Schilt vertalingen van boeken van de Duitse journalist en gelegenheidshistoricus Sebastian Haffner (pseudoniem voor Raimund Pretzel, 1907-1999). Zijn Het verhaal van een Duitser 1914-1933 is wellicht het bekendst, maar eigenlijk is ieder boek van Haffner een topper voor wie in de geschiedenis van Duitsland is geïnteresseerd. Zijn boeken tellen nooit meer dan 300 bladzijden (dikwijls eerder rond 200) en daarmee legt Haffner in heldere taal zijn kijk op een bepaald aspect van de Duitse geschiedenis bloot. De zeven doodzonden van Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog en Kanttekeningen bij Hitler zijn het meest geniaal: weinig woorden, maar complete duiding. Daar houd ik van. Een korte maar heftige buikgriep kon ik met de nieuwste vertaling draaglijk maken: Van Bismarck tot Hitler. Duitsland 1871-1945. In dit laatste boek van Haffner (uit 1987) betoogt hij dat het Duitse Rijk reeds bij zijn ontstaan in 1871 gedoemd was te mislukken. De ongelukkige omvang en de geografische ligging maakten het rijk een misbaksel. Anders gezegd: het was te groot om geen bedreiging te vormen voor de andere grote mogendheden en die grensden bovendien aan alle kanten aan Duitsland. In tien hoofdstukken geeft Haffner in chronologische volgorde een beschrijving van de binnenlandse en buitenlandse politiek van Duitsland tussen 1870 en 1945, met nadruk op Bismarck, de Eerste Wereldoorlog, Weimar en Hitler. In feite is dit boek daarmee een kort overzichtswerk geworden. Haffner is een uitmuntend historicus. Vooruit kijken was niet zijn sterkste kant. Op de laatste bladzijde schrijft hij: ...een hereniging waarbij de twee Duitslanden zoals zijn nu zijn, samengesmolten kunnen worden tot een goed functionerende staat, kan men zich niet voorstellen, zelfs niet theoretisch. Drie jaar na verschijnen van dit boek was de hereniging een feit, en bestaat het Duitse Rijk in omvang en geografische ligging weer ongeveer zoals het voorheen bestond. Daarmee is de hoofdstelling van Haffner in dit boek door de tijd ingehaald, maar dat is dan ook de enige kanttekening bij dit wederom geweldige boek.