
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
29 december 2012
Misstap

22 december 2012
Trein
Ik had nog niet eerder iets van Christiaan Weijts gelezen, terwijl ik dat wel al een poos voornemens was. Tijdens een boekpresentatie van een andere schrijver hield hij eens een prachtig betoog en ik wist ook dat zijn debuut uit 2006 zeer geslaagd zou zijn. Enfin, ik kocht dat debuut vorige week, en las het in twee dagen precies tijdens twee retourritten per trein naar Groningen uit. Art.285b biedt een klassiek liefdesverhaal, in aparte vorm gegoten. De hoofdpersoon wordt door een voormalige vriendin aangeklaagd wegens stalking. Die hoofdpersoon is pianist en van de lezer wordt de nodige kennis van en affiniteit met klassieke muziek verwacht, zeker van de pianomuziek van Scarlatti. Weijts kent zijn klassiekers en bouwde met deze roman een fraai mozaïek van allerlei thema's. Een heuse pageturner, en erg interessant leesvoer. Binnenkort meer van deze schrijver.
(Toevoeging op 26 december: als je in een goed geschreven roman ook nog eens twee van mijn meest favoriete Liszt-stukken aanhaalt - Bénédiction de Dieu dans la solitude & Les jeux d'eaux à la Villa d'Este - dan heb je echt mijn hart gewonnen. Lees dit boek, en beluister deze stukken.)
(Toevoeging op 26 december: als je in een goed geschreven roman ook nog eens twee van mijn meest favoriete Liszt-stukken aanhaalt - Bénédiction de Dieu dans la solitude & Les jeux d'eaux à la Villa d'Este - dan heb je echt mijn hart gewonnen. Lees dit boek, en beluister deze stukken.)
Nadagen
Het derde deel van de Reve-biografie van Nop Maas wacht nog om gelezen te worden. Tussen de auteur daarvan en Reve en vooral Joop Schafthuizen was het contact tijdens de laatste jaren van Reve en na diens overlijden niet goed. Journalist Ad Fransen kwam wel regelmatig in Machelen over de vloer, en zijn in het boekje Hoe Reve zijn verjaardag vierde gebundelde reportages van zijn bezoeken leveren een prachtig beeld op van de nadagen van de grote schrijver en zijn aftakeling. Integer geschreven, inzichtelijk en vooral erg mooi.
19 december 2012
Niet beter, wel heter
Ruim drie jaar geleden las ik van P.F. Thomése het mij niet geheel overtuigende J.Kessels: the novel (zie hier de weblog daarvan). Nu is er dan een opvolger, dat ik bij gebrek aan iets leesbaars in mijn tas in een opwelling bij de AKO op het station kocht, al op het perron begon te lezen en me er enkele dagen kostelijk mee vermaakte. Het bamischandaal is een verukkelijk fout boek in de goede zin van het woord, een jongensboek pur sang: vol scheten, boeren, vrouwonvriendelijke uitspraken, platte sex etc. Maar Thomése verpakt dit alles in een verhaal vol vaart, rijgt oneliner aan oneliner en levert alinea's die je puur voor de hilariteit drie keer herleest. Het verhaal is weinig essentieel, maar de setting is geweldig. De uitgever heeft op youtube een aardig promofilmpje gezet dat weliswaar van Japanse origine is, maar het idee is erg grappig (zie hier). Zeker geen topliteratuur, maar ik heb erg van dit boek genoten.
Waarom?
Precies een maand geen logs geschreven hier, maar wel flink gelezen: vier boeken te beschrijven. Te beginnen met de nieuwste roman van Tommy Wieringa; een flinke tegenvaller. Dit zijn de namen werd door sommige recensenten positief beoordeeld, maar de bespreking door Jeroen Vullings in Vrij Nederland (zie hier) verwoordt precies wat ik tijdens het lezen bedacht. De grootste vraag die door mijn hoofd speelde: waarom moest Tommy Wieringa dit eigenlijk schrijven? Het verhaal speelt zich af in een voormalige Sovjet-republiek, kent hoofdpersonen waar je als Nederlandse lezer nauwelijk verwantschap mee voelt en behandelt een uitheemse thematiek. Daar is allemaal niks op tegen natuurlijk, een schrijver heeft alle vrijheid, maar de lezer heeft de vrijheid er helemaal niks mee te hebben. Ik snap dit boek gewoonweg niet. Ik moest mezelf flink dwingen het boek uit te lezen, terwijl ik de drie hierna te beschrijven boeken weer op ouderwets hoog tempo uitlas.
19 november 2012
Vivat Bacchus
Ik ben een liefhebber van wijn. Ik drink het graag, bezit een redelijke collectie met van alles wat, bezoek bereisbare wijnstreken voor directe inkoop en mag er graag over lezen. Vorige week kocht ik een pas verschenen boek dat hier nooit besproken zou worden als ik mij aan de stelregel zou houden dat alleen boeken die ik daadwerkelijk van kaft tot kaft lees een recensie krijgen. Wine grapes. A complete guide to 1,368 vine varieties, including their origins and flavours is een ruim 1200 pagina's dikke bijbel van de druivensoorten, geschreven door Jancis Robinson, met ondersteuning van Julia Harding en José Vouillamoz. Er zijn weliswaar zo'n 10 duizend soorten druiven, maar de auteurs beperkten zich tot de 1368 waarvan op het moment van publiceren significante hoeveelheden verhandelbare wijn werd geproduceerd. Ja, we kennen Riesling, Syrah, Chardonnay, Sauvignon Blanc, Cabernet Franc en Cabernet Sauvignon, Merlot, Mourvèdre, Pinot Blanc/Gris/Noir, Nebbiolo, Sangiovese, en nog een dertig, veertigtal andere, maar die andere 1300...? Ooit gehoord van (en nu sla ik het boek van voor naar achter lukraak open): Carrega Branco, Freisamer, Madrasa, Plechistik, Sabrevois, Vital en Zeusz? Bij sommige soorten zijn complete stambomen (pedigrees) opgenomen, een enkele keer verspreid over drie, uitvouwbare pagina's. Verder is het boek verfraaid met een aantal tekeningen stammend uit een Frans magnum opus over druivensoorten, Ampélographie, verschenen tussen 1901 en 1910. De meeste originele tekeningen gingen bij een brand in 2006 verloren, maar via de bezitters van het oorspronkelijke zevendelige werk konden een aantal toch in dit prachtige boek een plek vinden.
Voor zover mogelijk beschrijft Robinson iedere druif volgens een vaste opbouw: kleur van de druif, afstamming, wijnbouwkundige eigenschappen, en gebieden waar de druif wordt verbouwd en smaak. Ik dronk ooit eens een paar flessen wijn van de Italiaanse druif Ruchè, waar een paar wereldvreemde wijnbouwers een paar rijen van hebben aangeplant, alles bij elkaar zo'n 50 hectare. En ja hoor, Robinson vult er bijna een hele pagina mee.
Gewoon via bol.com te koop, voor de spotprijs van ruim 100 euro. Te mooi om onbesproken te laten!
Voor zover mogelijk beschrijft Robinson iedere druif volgens een vaste opbouw: kleur van de druif, afstamming, wijnbouwkundige eigenschappen, en gebieden waar de druif wordt verbouwd en smaak. Ik dronk ooit eens een paar flessen wijn van de Italiaanse druif Ruchè, waar een paar wereldvreemde wijnbouwers een paar rijen van hebben aangeplant, alles bij elkaar zo'n 50 hectare. En ja hoor, Robinson vult er bijna een hele pagina mee.
Gewoon via bol.com te koop, voor de spotprijs van ruim 100 euro. Te mooi om onbesproken te laten!
17 november 2012
Gouwe ouwe
Af en toe een gouwe ouwe,
dat doet goed. Op weg naar het einde van Gerard Reve kun je eigenlijk altijd
wel (her)lezen; het behoort tot het allerbeste van de na-oorlogse literatuur en biedt
Reve op zijn best. De ellenlange zinnen, het ongebreidelde doorouwehoeren, maar
ondertussen ook de vertwijfeling en eenzaamheid, het bekritiseren van het
kunstbeleid van de overheid: het zit er allemaal in. Een boek om regelmatig ter
hand te nemen!
31 oktober 2012
Als vanouds
Over de laatste roman van Jeroen Brouwers Bittere Bloemen was ik niet heel enthousiast (zie hier de weblog daarvan), maar in het eerder deze maand verschenen negende deel Feuilletons Restletsels is Brouwers als polemist en literair scherpslijper weer helemaal op dreef. Boeiende stukken over Hermans en Mulisch, en verrukkelijke aanvallen op Brusselmans, Siebelink, het Letterkundig Museum en andere personen en instanties die zich met literatuur bezighouden: het staat er allemaal in. In het achtste feuilletonsdeel Sisyphus' bakens (hier de weblog) rekent Brouwers af met de taalunie; in Restletsels doet hij er nog een schepje bovenop en treedt hij in Cato's voetsporen door op meerdere plaatsen in dit boek aan te geven dat hij van mening is dat de taalunie opgedoekt mag worden. Hoogtepunt vind ik zijn stuk over Jan Siebelink (vanaf blz. 224); ronduit kostelijk. Moge Brouwers ondanks zijn kwalen waar hij hier ook over schrijft nog vele jaren gegeven zijn en die jaren stevig doorschrijvend besteden.
Geheime dienst
Schijf, piramide of zandloper
Dieetboeken
zijn er in overvloed, en ofschoon ik al jaren - met wisselend resultaat -
verwoede pogingen doe om mijn gewicht in toom te houden, heb ik me nooit aan
diëten overgegeven. Meer bewegen, minder eten: dat is het devies. De voedselzandloper van de Vlaamse arts Kris Verburgh is daarentegen een interessant boek over het veranderen
van het voedingspatroon; volgens Verburgh zijn diëten in principe heel slecht. Het primaire doel van zijn adviezen is om het
verouderingsproces van het lichaam af te remmen; dat daar ook een afslankende
werking van uitgaat is een prettige bijkomstigheid, aldus de auteur. De aloude
schijf van vijf (ook wel als piramide voorgesteld) moet het flink ontgelden. Met name brood, pasta, rijst,
aardappelen en zuivel zijn volgens Verburgh te ontraden. Havermout bij het ontbijt,
veel groente en fruit, noten en vette vis, dat zou de kern van de dagelijkse
maaltijden moeten zijn. Verburgh baseert zich hierbij op wetenschappelijke studies
uitgevoerd door onderzoekers die hun sporen hebben verdiend en die gepubliceerd
zijn in de grote wetenschappelijke tijdschriften van naam. Zijn boek heeft desondanks in medisch-wetenschappelijke kringen de nodige kritiek gekregen, en wie gelijk heeft zal de tijd moeten
leren. Ik ben te nuchter om een overtuigend opgeschreven verhaal tot absolute
waarheid te bombarderen. Maar dit boek is het lezen en overwegen zeker waard.
24 september 2012
Wederzijds afhankelijk
Zo heel af en toe een managementboek, waarom ook niet. Je steekt er op zijn minst een aardige oneliner uit op die soms goed bruikbaar is. Ooit bezat ik een exemplaar van De zeven eigenschappen van effectief leiderschap, maar dat verdween om onduidelijke redenen uit mijn boekenkast. Omdat deze bestseller van Stephen R. Covey als beste managementboek ooit aangeprezen staat, besloot ik mijn leesdip met dit boek proberen vlot te trekken. Dat lukte niet helemaal; ik deed er ruim twee weken over terwijl ik normaliter in een week driehonderd pagina's stuksla. Enfin, toch wel een aardig geheel, deze 'must read' voor managers, ofschoon de oorspronkelijke titel (The seven habits of highly effective people) toch een bredere scope lijkt te hebben dan louter managers. Covey kauwt de zeven eigenschappen soms wel erg lang door, maar zijn keuze is alleszins te volgen. Soms is het allemaal wat te zoet-christelijk; gelukkig hangt hij zijn theorieën niet te openlijk op aan de Bijbel. Ik loop bij nogal wat organisaties rond, en soms snap ik niet of nauwelijk hoe mensen zich gedragen of hoe onmogelijke procedures toch zo hardnekkig volgehouden worden. Door dit boek van Covey snap ik dat nog steeds niet, maar is dat alles wel scherper te determineren. Zoals in veel managementboeken presenteert Covey zijn oplossingen als uiterst vanzelfsprekend, welhaast als een logische formule. Zo eenvoudig is het natuurlijk allemaal niet, maar het moet gezegd: sommige inzichten van Covey zijn best nuttig en goed toepasbaar. Het moest even, dit boek.
09 september 2012
Verjaring
Ik zit een beetje vast in een roman van Thomas Mann. Het is een meesterwerk, maar het leest niet bepaald vlot. Voor tussendoor had ik daarom behoefte aan iets lichts. De zaak Collini van de Duitse strafpleiter Ferdinand von Schirach leek mij aan deze behoefte tegemoet te komen. En inderdaad, ik las het in één keer uit. Het boekje houdt het midden tussen een literaire novelle en een thriller. Een net afgestudeerde advocaat wordt bij toeval als verdediger aangewezen van een man die een bejaarde industrieel heeft vermoord. De afwikkeling is verrassend en legt de vinger op een zere plek in de Duitse wetgeving. Fraai gecomponeerd, zonder opsmuk beschreven. John Grisham zou voor dit verhaal 500 bladzijden nodig hebben, maar dat het dus ook in 150 pagina's kan bewijst Von Schirach.
14 augustus 2012
Roda, Roda, los mar joa
Hoe gefascineerd ik ook meteen raakte (en ben) door de roman van Thomas Mann waarin ben begonnen te lezen, toen mijn boekhandel-om-de-hoek Het Martyrium aan de Van Baerlestraat allemaal sjawls en vaantjes van Roda JC in de etalage had hangen, en de boekenbijlage van NRC Handelsblad positief berichtte over de net uitgekomen roman Extra tijd van A.H.J. Dautzenberg, moest ik die verheven lectuur even onderbreken om dit nieuwe boek te lezen. Dat deed ik in twee dagen, dus nu weer verder met Thomas Mann. Tussen mijn zesde en zestiende woonde ik op 't Eikske, een wijkje aan de rand van de gemeente Schaesberg, tussen Heerlen en Kerkrade in, in de Oostelijke mijnstreek. Mijn twee oudere broers kozen als hun favoriete voetbalclub respectievelijk Feyenoord en Ajax; omdat ik toch ook niet kon achterblijven werd ik - pragmatisch als ik ben - fan van de dichtbijzijnde club: Roda JC, dat in de jaren 70 nog 'op Kaalheide' speelde. We gingen er vaak kijken; Jan Jongbloed in het doel, en met Theo de Jong, Pierre Vermeulen, Adri Koster en vooral: Dick Nanninga als grootse aanval - ik heb ze vele malen zien spelen. Dautzenberg is twee jaar jonger dan ik, en moet vlak bij mij om de hoek hebben gewoond. De wereld van zijn jeugd die hij in deze roman beschrijft was ook volledig de mijne. De roman gaat over het stervensproces van zijn vader, en dat proces wordt gekoppeld aan de strijd die zijn favoriete voetbalploeg Roda JC voert om degradatie te voorkomen. Veel staccato-teksten, compleet tegensteld aan Thomas Mann overigens, die zeker hun uitwerking hebben maar toch te weinig beklijven. Een goed geconstrueerd boek, er had echter veel meer ingezeten (de gedichten, het NSB-verleden, de confrontatie met de tante, de tweelingbroer etc.); nu blijft alles teveel aan de oppervlakte. Of beter: overstemmen het sterven van zijn vader en de na-competitie van Roda JC teveel te familiaire spanningen die er ook zijn. Maar goed, het boek haalde ook het nodige jeugdsentiment bij me boven.
10 augustus 2012
Scherp
Van de drie in de serie privé-domein uitgegeven selecties uit de dagboeken van Thomas Mann las ik in eerdere jaren de twee laatste - zie hier en hier de weblogs daarvan. De eerste is zogenaamd uitverkocht maar wel als printing-on-demand bij de uitgeverij te bestellen. Dagboeken 1918-1939 bevat een vijftigtal pagina's met dagboekaantekeningen uit 1918-1921, de periode waarin Duitsland verslagen uit de Eerste Wereldoorlog kwam en meteen een binnenlandse machtsstrijd tussen links en rechts inging. In deze jaren werkte Mann onder andere aan Der Zauberberg. De resterende 250 pagina's beslaan de jaren 1933-1939 en sluiten aan op de twee selecties dagboeken uit de jaren daarna. In deze vooroorlogse periode neemt Mann uiterst krachtig stelling tegen het nationaal-socialisme, zozeer dat hij al in februari 1933 zijn thuisland verlaat en in Zwiterland gaat wonen. Wanneer in 1939 de Tweede Wereldoorlog begint, neemt hij de wijk naar de Verenigde Staten. Zijn stellingname tegen de nazi's is helder en consequent, bijzonder intelligent en scherp. Ondertussen werkt hij aan nieuwe romans, schrijft brieven, geeft een tijdschrift uit en maakt reizen door Europa en naar de VS. Zijn zinnen zijn vol kracht en diepgang, het is groots lezen. Ik ben ondertussen begonnen aan een van zijn romans. Dat wordt een flinke inspanning. Maar Thomas Mann lezen voelt als 'essential reading'.
03 augustus 2012
Evenwichtskunst
Ruim een jaar geleden raadde een vriendin aan om Laat de aarde draaien van de mij onbekende Ierse schrijver Colum McCann te lezen. Ik kocht het boek toen wel al, maar pakte het pas deze week van mijn plankje met nog te lezen boeken. Ik las dit prachtige boek van ruim 400 bladzijden in drie dagen uit. Het is een vaker vertoonde literaire kunstgreep: het opvoeren van verschillende personages die op de een of andere manier iets met elkaar te maken hebben, zonder dat ze dat weten en zonder dat dat voor henzelf duidelijk wordt. In Laat de aarde draaien betreft het de 'artistieke misdaad van de eeuw': de Franse koorddanser Philippe Petit die in 1974 op 400 meter hoogte over een koord tussen de twee Twin Towers loopt. De personages zijn daar als toeschouwer getuige van of zijn anderszins gelinkt aan die gebeurtenis. McCann weeft zodoende een boeiend web van relaties, en vertelt ondertussen meerdere meeslepende levensverhalen die tezamen het karakter van de inwoners van New York trachten te vangen. Geen ultiem meesterwerk, maar wel een heerlijk boek om je helemaal in onder te dompelen.
27 juli 2012
Beetje vreemd
Twee jaar geleden las ik achter elkaar twee kleine verhalenbundels van de Israëlische schrijver Etgar Keret (zie hier de weblog daarvan). Eerder dit jaar verscheen de wat dikkere verhalenbundel Verrassing, en toen ik dat zag liggen bij de boekhandel kocht ik het 'voor erbij'. Ik las het uitgesmeerd over enkele maanden. Het is een aantrekkelijke bundel met veelal wat absurdistische verhalen. Ofschoon niet alle gebeurtenissen realistisch kunnen zijn, geeft Keret ongemerkt wel zijn, flink cynische, visie op de huidige (Israëlische) maatschappij. Aparte lectuur, dit boek; de titel dekt uitstekend de lading.
Onderduiker
Een jong echtpaar neemt tijdens de Tweede Wereldoorlog een wat oudere Joodse onderduiker in huis. Dat levert extra spanning op in de harmonieuze maar niet bepaald uitbundige relatie tussen Wim en Marie. En dan wordt de onderduiker ziek en sterft. Dit fraaie uitgangpunt werkte Hans Keilson uit in de bijzonder fraaie novelle Komedie in mineur. Niet zozeer de wederwaardigheden met de onderduiker als wel de verhouding tussen de jonge echtelieden maakt dit boekje zeer lezenswaardig. Keilson werd pas laat ontdekt; hij moest eerst honderd worden voordat hij erkenning kreeg. Ik las nog nooit iets eerder van hem, maar er volgen zeker meer titels van deze vorig jaar overleden schrijver.
19 juli 2012
Totale oorlog
Van Antony Beevor las ik eerder al goede boeken over Stalingrad, de slag om Berlijn en de Spaanse burgeroorlog. Onlangs verscheen van zijn hand een vuistdik boek over De Tweede Wereldoorlog. Uiteraard heb ik al veel over die oorlog gelezen, maar nog nooit een goed overzichtswerk. In bijna 900 bladzijden presenteert Beevor een geconcentreerde samenvatting van met name de militaire strijd. Hoe tekstrijk dit boek ook is, eigenlijk zou je over iedere alinea, en soms wel over aparte zinnen een heel boek willen lezen. Wanneer we het over de Tweede Wereldoorlog hebben, staat in ons collectieve bewustzijn Duitsland centraal, en bij velen de bezetting van West-Europa en de jodenvervolging. Maar de oorlog werd vooral in het oosten uitgevochten: in Rusland en in Azië. Veel feiten kende ik al, maar met name over de strijd in en rond de Grote oceaan, Noord-Afrika en Zuid-Europa had ik nog niet zoveel kennis. Beevor kon en wilde niet te gedetailleerd te werk gaan, maar de belangrijkste aspecten van deze oorlog worden helder en treffend beschreven. Het menselijk leed dat tussen 1939 en 1945 werd geleden, is eigenlijk met geen pen te beschrijven. Een mensenleven (als Jood, Chinees, Russische, Japanse of Duitse soldaat, Pool enzovoort) telde niet. Beevor laat de feiten zoveel mogelijk voor zich spreken; die zijn rauw genoeg. Over enkele aspecten laat hij wel duidelijk zijn mening doorschemeren, zoals de twijfel over het nut van de bombardementen op de Duitse steden, de kwaliteiten van Montgomery en de sluwheid van Stalin (en naïviteit van Roosevelt) tijdens de conferenties van Teheran en Jalta. Een boeiend en onthutsend, maar noodzakelijk boek.
27 juni 2012
Analyse
Mijn conclusie uit de vorige leeslog geldt bepaald niet voor Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? Ik kreeg deze zelfreflectie van Jeanette Winterson cadeau van de Vlaamse ex-collega die mij enkele maanden geleden opmerkzaam maakte van deze voor mij toen nog onbekende Engelse schrijfster, waarvan ik toen op haar aanraden Op het lichaam geschreven las (zie hier de weblog daarvan). Daar was ik toen nog niet helemaal overtuigd van, maar over haar nieuwste boek ben ik slechts vol lof. In feite is dit een 'soort van' autobiografie; beter: zelfanalyse over haar jeugd en oorsprong. Hoe confronterend en verzoenend kun je over je eigen jeugd schrijven; een jeugd die bepaald niet gemakkelijk was. Winterson werd als baby door haar biologische moeder afgestaan, kwam in een zwaar-christelijk milieu terecht waar de moeder een allesoverheersende positie innam, moest haar lesbische geaardheid een plek geven, enzovoort. In de Nederlandse literatuur zou zoiets direct leiden tot een 'afrekening met het verleden', maar dat is dit boek juist niet. En dat maakt dit tot een groots boek, confronterend en intens van zin tot zin. Prachtig.
Grote stappen, snel thuis
De nieuwste roman van Arnon Grunberg kreeg over het algemeen zeer
positieve recensies, maar ik vond het een flutterig en ongeïnspireerd geheel. De
man zonder ziekte lees je in een vloek en een zucht uit, en laat een
onbevredigd gevoel achter (18 euro voor zo'n slap verhaal? Blijkbaar had-i geld nodig voor iets.... Dat idee). Grunberg baseerde het boek op een waargebeurd
verhaal maar maakte van de hoofdpersoon een bijzonder ongeloofwaardige figuur.
Samarendra Ambani is volledig emotieloos, maakt geen enkele ontwikkeling door en denkt en
handelt als een robot. Tja, zo iemand kan zich in een land waar een
burgeroorlog heerst dan ook nauwelijks staande houden, en al helemaal niet in
een corrupt-dictatoriaal land waar een valstrik voor hem wordt opgezet. Zijn
houding tegenover de straf die hem uiteindelijk wordt opgelegd is al helemaal
onrealistisch. De stijl is kortaf, droog en afstandelijk. Spannend is het boek
geenszins. Ik zie niet in wat er nu zo goed is aan dit boek. Er zijn zoveel beter boeken waar je je kostbare tijd aan kunt spenderen. Ik lees graag boeken die geschreven moesten worden. De man zonder ziekte had ongeschreven kunnen en daardoor moeten blijven.
11 juni 2012
Inmenging
Ieder jaar lees ik wel een doorwrocht, dik boek waar ik langer over doe dan ik me voorneem en waarvan het uitlezen ervan het nodige doorzettingsvermogen vereist, maar dat ik niet had willen missen. Vorig jaar was dat de biografie van de stad Jeruzalem (zie hier de leeslog ervan), en nu die van een heel land. Congo. Een geschiedenis is een fascinerend boek over een enorm groot land dat zich in de laatste 150 jaar allerlei inmenging van buitenaf moest laten welgevallen. En als er dan al een eigen heerser was die op dat punt voor stabiliteit zorgde, roofde deze met zijn eigen kliek van binnenuit met nog verwoestender resultaat. Dit grootse werk van David van Reybrouck werd met lof overladen, bekroond met de AKO literatuurprijs en blijkt een bestseller. Het is bepaald geen pageturner, vereist concentratie en wekt be- en verwondering over zoveel journalistieke scherpslijperij. Ik heb wel een kleine kanttekening: stel dat er in Nederland een journalist vergelijkbare geschiedenis tot op het heden over Indonesië zou schrijven, in hoeverre zou deze dan van paternalisme beschuldigd worden...? Van Reybrouck had stellig zuivere redenen om dit boek te schrijven, maar hoe verhouden deze zich tot een latent schuldgevoel over wat het eigen oude vaderland de voormalige kolonie ooit heeft aangedaan? Ik had daar graag ook over gelezen, want zo toevallig is het niet dat een Belg een boek over Congo schrijft, dunkt mij. Laat duidelijk zijn: dit is een machtig interessante en prachtig uitgewerkte geschiedenis. Wij Nederlanders wachten vooralsnog op vergelijkbare boeken over Indonesië en Suriname...04 mei 2012
Verhalen
30 april 2012
Klein beginnen
Het boekenweekgeschenk Heldere hemel van Tom Lanoye was dit jaar zeer geslaagd (zie hier de weblog daarvan). Nu dan een begin van mijn voornemen om meer van Lanoye te lezen. Met Een slagerszoon met een brilletje debuteerde hij in 1985; het is een fraaie bundel met vier lange verhalen die min of meer een autobiografisch karakter hebben. Lanoye schrijft onderhoudend; ik las het boekje binnen 24 uur uit. Geen meesterwerk, maar wel een aardig begin. Meer volgt!Schaakmat
Ik schaak al jaren via een website met spelers waar dan ook ter wereld. Ik heb er inmiddels al duizenden partijen opzitten; iedere dag een zet tegen een twintigtal spelers. Ik ben geenszins een grootmeester, maar ik vind het een intrigerend spel. Schaaknovelle van Stefan Zweig analyseert op fraaie wijze de eigenschappen van het schaken, en laat zien wat het spel met iemand kan doen die aan schaakvergiftiging lijdt. Het is een meesterlijke novelle, perfect gedoseerd en treffend geschreven. Zeer boeiende gedachte: iemand zit in opsluiting en speelt schaak tegen zichzelf. Hij verdeelt zich in een Wit-ik en een Zwart-ik die ieder de tegenstander vijf zetten tracht te doorzien... 28 april 2012
Vader en kinderen
Met Bonita Avenue zette Peter Buwalda zich in één klap op de literaire kaart van Nederland, net zoals Tommy Wieringa dat met Joe Speedboot deed. Wieringa had toen al eerder boeken gepubliceerd, Buwalda was (en is) debutant. Bonita Avenue is inderdaad een erg goed geschreven en meeslepende roman, omspant het eerste decennium van de 21ste eeuw en barst van de energie. Er zijn meerdere hoofdpersonen die allemaal hun eigen verhaallijn hebben; door die verhaallijnen in brokjes aan te bieden en door het gebruik van flashbacks vertelt Buwalda stukje bij beetje wat er zich allemaal heeft afgespeeld met de familie Sigerius. Desondanks heeft het verhaal vaart. Buwalda maakte van zijn hoofdpersonen krachtige, zelfbewuste mensen, ook al begaan ze soms flinke misstappen. Buwalda weet waar hij over schrijft (o.k. vooruit: de snelweg A1 gaat niet langs Zwolle, en dat de Nederlandse en Belgische zieleknijpers van Aaron respectievelijk Haitink – ‘dirigente van zijn herstel’ – en Herreweghe heten is een beetje te erudiet). Het leest allemaal als een trein, het is een verslavend boek. Een meesterwerk is Bonita Avenue echter niet, zoals de omhooggevallen opiniemaker, presentator van DWDD, met zijn uitspraak op het omslag de koper wil doen geloven. Daarvoor is het boek soms te breedsprakig (veel scènes doen er niet echt toe) en zijn er nogal wat open eindjes; de cirkel wordt niet gesloten. Dat neemt niet weg dat Buwalda een begenadigd schrijver is. Ik las in een interview dat hij gedetailleerd te werk gaat; voor een volgende roman trekt hij weer meerdere jaren uit. Dat is een veelbelovend uitgangspunt.13 april 2012
Duistere decennia
Jaap Scholten was mij volledig onbekend. Zijn Kameraad baron kreeg ik vorige week van een vriendin cadeau; ik las het in enkele dagen uit. Het behandelt de eliminatie van de aristocratie van Roemenië en (deels ook) Hongarije door de communistische regimes die vanaf de Tweede Wereldoorlog tot 1989 beide landen aan een meedogenloze terreur onderwierpen. Scholten concentreert zich op Transsylvanië, maar neemt ook de Hongaarse aristocratie mee die voor de oprukkende Russen uit deels ook vanuit Transsylvanië in Hongarije een veilig heenkomen hoopte te vinden. In Roemenië werden in 1949 alle families van adel in één nacht van hun bed gelicht en gedeporteerd. De mannen kwamen dikwijls in werkkampen of gevangenissen terecht; vrouwen en kinderen werden ondergebracht in kelders en mochten de nieuwe stad waar ze moesten wonen niet verlaten. Scholten sprak vele slachtoffers of hun nazaten, en beschrijft vanuit hun levensverhalen in drie delen de voorbije wereld van de aristocratie van voor de Tweede Wereldoorlog, de communistische jaren van terreur en onderdrukking, en de wankele poging van enkelen die na de val van het communisme de oorspronkelijke draad weer probeerden op te pakken. Een helemaal consistent boek levert dat niet op. De persoonlijke verhalen zijn soms teveel van hetzelfde, en de persoonlijke impressies van het landschap doen er eigenlijk niet veel toe. Ogenschijnlijk heeft dit boek overeenkomsten met de journalistieke en toch ook persoonlijk gekleurde werkwijze van Frank Westerman, maar die construeerde zijn verhalen toch overtuigender en krachtiger. Desalniettemin levert dit boek een fraai inzicht in weinig vrolijk stemmende gebeurtenissen. En deze geschiedenis verdient het om gekend te worden!
Web
En nog maar een roman van Paul Auster. In zijn meest recente Sunset Park uit 2010 weeft hij een fraai web van allerlei familie- en vriendschapsrelaties, met de wat eigenzinnige Miles als centrale figuur. In zijn jeugd hebben enkele heftige gebeurtenissen zijn karakter gevormd (niet: misvormd). Het boek biedt aanvankelijk de historische achtergronden en, na een zevental jaren van afzondering, – in het heden – het herstel van het contact met zijn familie en vrienden. Daar zitten allerlei bonte soorten figuren tussen, die echter allemaal een min of meer herkenbare of begrijpelijke positie innemen. Een meesterwerk is dit boek niet, maar ik had enkele fijne verstilde leesuren. Auster schrijft gedetailleerd, betrokken, de zinnen doen ertoe. En daar houd ik erg van.
31 maart 2012
Meedogenloos
Na De weg dat ik enkele weken geleden las nu een tweede roman van Cormac McCarthy. In Geen land voor oude mannen staat het meedogenloze geweld centraal. Een van de hoofdpersonen vindt aan het begin in het verlaten grensgebied tussen Mexico en de VS tussen doorzeefde auto's en enkele lijken 2,5 miljoen dollar en besluit deze mee te nemen. In het vervolg van het boek wordt hij door allerlei figuren achternagezeten. En deze schuwen het geweld niet. Het bikkelharde verhaal wordt onderbroken door zelfreflecties van de sheriff die op zoek is naar het goede en het evenwicht, ter compensatie van wat hem tijdens de tweede wereldoorlog overkwam. Vooral de dialogen intrigeren: ze zijn kernachtig, onopgesmukt. Een boek dat ook nieuwsgierig maakt naar wat voor persoon die McCarthy is: net als De weg is dit bepaald geen warm of vriendelijk verhaal. Fascinerend, toch.
26 maart 2012
Boekenweek 2012
Ik heb wat in te halen! Ik las ooit, en dankzij mijn boekendagboek weet ik: begin oktober 1992, voor de eerste en laatste keer een boek van Tom Lanoye: Kartonnen dozen. Ik was er niet erg van onder de indruk weet ik nog, maar dat kan ook aan mij liggen. Nu dan zijn boekenweekgeschenk Heldere hemel, en wat een prachtig boekje is het! Goed geconstrueerd, vlot geschreven, op ware feiten gebaseerd en zeer onderhoudend. De internationale koude oorlog op zijn retour versus een familiaire oorlog in zijn heetste en prilste stadium. Met een onbemand vliegtuig als bindend element. Hoe Lanoye de strijd tussen een Amerikaanse democraat en republikein met de Belgische constitutionele situatie verbindt is ronduit subliem. Ik ga stellig meer van Tom Lanoye lezen.
Papoea Nieuw-Guinea
Van de in 2011 overleden F. Springer verscheen posthuum zijn debuutroman, die hij in 1963 vlak voor verschijnen terugtrok omdat hij het verhaal toen niet goed vond aansluiten bij wat hij eigenlijk over de voorbije Nederlandse overheersing van Nieuw-Guinea wilde vertellen. Kort voor zijn dood herzag hij die mening en maakte het boek alsnog voor verschijnen gereed. Dat maakte hij uiteindelijk niet meer mee, maar nu dan toch zijn echte debuut: Met stille trom. Een journaal. Het is een wat rommelig verhaal over de bestuursambtenaar Dekker (Springer zat er zelf vier jaar, en tja, als je dan toch een fictieve naam moet verzinnen...) die in een verlaten oord de chaos veroorzaakt door strijdende inheemse stammen moet zien te bestrijden. Vooral veel gekeuvel tussen de aanwezige ambtenaren zonder dat het verhaal een lijn lijkt te volgen. De ondertitel is dan zeker goed gekozen! Maar goed, ondanks dat het boek voor het merendeel niet echt krachtig overkomt, verraadt de openingszin van hoofdstuk 8 die typische Springer-kwaliteit van latere boeken: Het eerste bericht over vijandelijkheden aan de boven-Wes bereikte Zakar in het middaguur, toen Dekker, Vuurmans en Bouwes met een aantal politieagenten aan het volleyballen waren op het sportveld.
Toekomst
Eind 2010 woonde ik een workshop bij waarbij Wim de Ridder, futuroloog en hoogleraar toekomstverkenning en -onderzoek aan de TU Twente een lezing hield en waarna we zijn jongste boek De wereld breekt open meekregen. Ik las het boek pas nu, in drie dagen al treinend uit. In dit boek verkent De Ridder de mogelijk nog plaats te grijpen gevolgen van wat de afgelopen twintig jaar is gebeurd: internet, de banken, -energie en -klimaatcrises, het verlies van het geloof in de autoriteit van private en overheidsbesturen etc. De Ridder is zeker geen pessimist; als spreker geeft hij je een prettig en optimistisch gevoel, en ook in dit boek wordt weinig gesomberd. Uiteindelijk lijdt ook dit 'managementboek' aan wat wat toch een algemeen kenmerk van de soort is: teveel geschreven vanuit een voorbedachte, per definitie te bewijzen maar niet altijd overtuigende logica, matig geschreven, teveel theoretische hooi op de vork nemend en daardoor van de hak op de tak springend; het Futures Fit-systeem waar hier een lans voor wordt gebroken is alleen te begrijpen voor wie ermee heeft gewerkt. Het is een aardig boek met enkele interessante gezichtspunten, maar een enthousiasmerend boek over wat ons zou kunnen gebeuren is het helaas niet.
Abonneren op:
Posts (Atom)



















