![]() |
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
07 mei 2014
Op zee
03 mei 2014
Meer landleven
Vorig jaar las ik het eerste deel met verhalen van Ivan Boenin uit de Russische bibliotheek van Van Oorschot (zie hier de weblog), en nu zijn Verzamelde werken deel 2 met verhalen geschreven tussen 1913 en 1930. In die periode verliet Boenin zijn vaderland maar bleef zijn verhalen desondanks vooral op het Russische platteland situeren. Niet altijd: zo komen ook Frankrijk en het koloniale Sri Lanka voorbij. Ook vinden sommige verhalen aan boord van een schip plaats, ergens op de Zwarte Zee, of varend vanaf Port Said naar de Indische Oceaan. En dan snel weer een verhaal op een afgelegen landgoed waar de hitte, regen, kou, modder en sneeuw het tempo bepalen. Het zijn wederom verhalen waar de plot er niet zoveel toe doet, maar de sfeertekening temeer. Bij eerste lezing geen verhalen die eeuwige indrukken lijken achter te laten, maar die wel weemoedig stemmen en misschien later nog eens hun nostalgische nut kunnen bewijzen. Er is nog een derde deel met verhalen; dat komt zeker nog eens voorbij.
12 april 2014
Eiland
Ofschoon niet goedkoop, nam ik De atlas van afgelegen eilanden als een meenemertje mee uit de boekhandel; ik had er een goede recensie over in de krant gelezen. Het bleek een voltreffer: de Duitse Judith Schalansky maakte één van de mooiste boeken die ik ooit in handen had. In dit boek van nog geen 150 pagina's beschrijft ze Vijftig eilanden waar ik nooit ben geweest en ook nooit zal komen, zoals de ondertitel luidt. Ingedeeld per oceaan passeren allerlei bekende en onbekende, bewoonde en onbewoonde, idyllische en onherbergzame eilanden de revue. Op iedere 'spread' geeft ze op de linkerpagina de coördinaten, de afstanden tot de dichstbijzijnde andere eilanden of het vasteland, en daarna een verhaal dat niet per definitie een standaardverhaal over het eiland is. En op de rechterpagina een zelfgetekende kaart van het eiland, met bergen, ijsschotsen, lagunes, inhammen, dorpjes. Fascinerend! Bij sommige eilanden droom je weg in een romantisch verlangen, bij andere ben je blij dat je midden in de drukke stad woont. Schalansky veronderstelt soms achtergrondkennis bij de lezer; bij Paaseiland zou je verwachten dat ze uitgebreid vertelt over de ontbossing en de strijd tussen de stammen op het eiland, maar deze onderwerpen komen slechts in een halve bijzin aan de orde. Het tekent de kracht van dit boek: geen bladzijde is gelijk en er is nauwelijks sprake van enig stramien. Eigelijk hoort dit boek permanent op je nachtkastje: zo af en toe een eiland voor het slapen gaan: de ideale inleiding op de nachtrust. Niet goedkoop, dit boek, maar iedere euro waard. Een meesterwerk!
01 april 2014
Gas
In de sportschool waar ik een verbeten strijd voer tegen het buikje, hangen meerdere tv-schermen. En die zenden allemaal iets anders uit, sport, drugsteams-op-vliegvelden en dierenhulpprogramma's - dat werk. Ik kijk er zelden naar, maar soms houdt een rampenprogramma van Amerikaanse snit me gevangen terwijl ik me in het zweet werk. Veelal reconstructies van (bijna)vliegrampen of orkaangeweld. Een poos geleden bekeek ik er al trappend een uitzending over een ramp die ooit in Afrika gebeurde, waar uit een vulkanisch meer gas ontsnapte dat vervolgens een vallei instroomde. Alle bewoners daarvan (ruim 1500) en alle dieren werden erdoor overvallen en kwamen om. De uitzending ging vervolgens over het voorkómen van een herhaling.
Een paar maanden geleden verscheen opeens Stikvallei van Frank Westerman, van wie ik al meerdere interessante boeken over allerhande onderwerpen las (zie de de auteursindex hiernaast). Daarin staat deze ramp centraal die zich op 21 augustus 1986 in Kameroen voltrok. Het boek is onderverdeeld in drie delen. In het eerste deel 'Mythedoders' komen de ruzieënde wetenschappers aan het woord over de oorzaak van de ramp. Het tweede deel 'Mythebrengers' gaat over de missionarissen die het gebied kerstenden en er een christelijke invulling aan probeerden te geven, en in het slotdeel 'Mythemakers' staat de eigen bevolking centraal die weer een geheel eigen draai aan de ramp gaven. Hoe interessant ook: in het tweede en derde deel overheersen de vaagheid en de n=1-verhalen. De personen met wie Westerman sprak krijgen veel ruimte hun eigen persoonlijke mythes te verkondigen. En ik was in die delen regelmatig de draad kwijt. Dat lag ook aan de volgorde in het boek: in het eerste deel probeert Westerman de wetenschappelijk onderbouwing van de ramp te ontrafelen, en na die invalshoek vallen de 200 pagina's vol (natuur)godsdienstige mythevorming zwaar op de maag. Het idee achter het boek is goed, maar het evenwicht is zoek.
23 maart 2014
Mannen op pad
Zeven jaar geleden las ik Morgen zijn we in Pamplona van Jan van Mersbergen, waar ik toen niet zo positief over was (zie hier de leeslog). Van Mersbergen heeft sindsdien meerdere romans geschreven, maar pas nu zorgden goede recensies ervoor dat ik zijn nieuwste roman De laatste ontsnapping meenam uit de boekhandel. Er zijn duidelijk veel verwantschappen tussen de twee genoemde romans: het zijn (hetero)mannen (en jongens) die centraal staan, er wordt niet al te veel gezegd en er wordt gereisd met de nodige problemen in de bagage. De laatste ontsnapping speelt voor een groot deel in de nacht af, in cafe's waar het bier en de jenever rijkelijk stromen. Van Mersbergen schrijft in een hoekige, onopgesmukte stijl, en dat maakt dit boek weinig warm maar niet minder boeiend. Voldoende goed en interessant om op zoek te gaan naar andere romans van Van Mersbergen.
19 maart 2014
Nasleep
Twee jaar geleden las ik voor het eerst een boek van Joseph Roth (1894-1939), het prachtige Radetzkymars, waarin de aristocartische wereld van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog langzaam maar zeker ten onder gaat (zie hier de weblog). Nu las ik de kleine roman (of grote novelle) Hotel Savoy, waarin juist de nasleep van die Eerste Wereldoorlog de aanleiding van het verhaal vormt. De ik-persoon Gabriel Dan keert na enkele jaren oorlog en krijgsgevangenschap in Siberië terug in een oosteuropese stad en neemt zijn intrek in het zeven verdiepingen tellende Hotel Savoy. Hoe hoger het nummer van de etages, hoe troostelozer en armoediger de kamers en hun bewoners. In sobere stijl beschrijft Roth de mensen die het hotel bevolken en de stad waarin de ik-figuur op zoek gaat naar familie en naar geld. Het is vooral een joodse wereld die hij beschrijft; in 1933 werd het boek door de nazi's verboden en op de brandstapel gegooid. Ik vond dit een minder toegankelijk boek dan Radetzkymars, maar evenzeer een prachtig voorbeeld van fictie waarin de centraal-europese geschiedenis raak getypeerd wordt.
15 maart 2014
Storm
In 2000 las ik de debuutroman van Dave Eggers dat hem toen in één keer op de literaire wereldkaart zette: Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit. Dat viel me ondanks alle hosanna-verhalen eigenlijk een beetje tegen, ofschoon - naar ik me herinner - het begin de meest krachtige aanklacht tegen het roken van sigaretten is. Sindsdien las ik geen andere boeken van deze geëngageerde Amerikaanse schrijver. Onlangs kocht ik Zeitoun, een reconstructie van wat Kathy en haar man Zeitoun in 2005 in New Orleans overkwam voor, tijdens en vooral na het overtrekken van de orkaan Katrina. Ik las het 366 pagina's dikke boek (verschenen in 2009) binnen twee dagen uit. Eggers sprak met alle hoofdpersonen, las alles wat er over de orkaan en de gevolgen verschenen is, en maakte er een spannend, onthutsend en oermenselijk dagboek van waar de storm en de overstroming van de stad zelf eigenlijk het minst problematisch zijn. Eggers schrijft het verhaal uitermate beheerst, welhaast rapporterend, en laat de emotie aan de lezer. Dat bewijst weer eens dat de werkelijkheid, in tegenstelling tot fictie, geen peper en zout nodig heeft om te verbluffen. Maar daar heb je wel uitmuntende reporters voor nodig, zoals Eggers. Op internet las ik dat Kathy en Zeitoun sindsdien geen stabiel leven meer hadden, om het zwakjes uit te drukken. Eigenlijk mag er wel een Zeitoun-2 komen: hun relatie en de ontwikkelingen in Syrië bieden genoeg stof voor een vuistdik vervolg.
12 maart 2014
Boekenweek 2014
Het boekenweekgeschenk uit 2013 van Kees van Kooten moet ik nog lezen; dat van dit jaar las ik nog tijdens de boekenweek. Een mooie jonge vrouw van Tommy Wieringa is een boekenweekgeschenk zoals er al vele zijn geweest: vlot geschreven, een verhaal uit één stuk en toch niet goed genoeg om te beklijven. Ik heb dit verhaal al vele keren eerder gelezen: een moderne veertiger slaat een moderne jonge vrouw aan de haak en uiteindelijk loopt alles mis. Je leest het verhaal om de afloop, maar boeiende inzichten zijn er eigenlijk niet. Verder ontbreekt wederom die lichte sprankeling in de schrijfstijl die Wieringa eigenlijk alleen in Joe Speedboot tentoonspreidde - in zijn laatste boeken bleef die helaas afwezig. En dat een gevestigd schrijver van Nederlandse literatuur én een redacteur van het grote uitgevershuis De Bezige Bij het verschil niet kennen tussen 'bedenken' en 'zich bedenken' (zie op blz. 33 van dit boekje), geeft te denken...
Poep
Het komt weinig meer voor: schrijvers en uitgevers die lange tijd bij elkaar blijven en in die lange tijd bouwen aan een eenheid van uitgaven. Midas Dekkers bouwt al meer dan 20 jaar aan een serie onverwoestbare studies over menselijke-biologische onderwerpen: De vergankelijkheid, Lief dier, De larf en Lichamelijke oefening: deze titels vormen de kern van Dekkers' krachtige oeuvre. En ze werden steeds op dezelfde wijze uitgegeven, zodat ze in de boekenkast een fraaie eenheid vormen. De laatste aflevering uit de serie (Lichamelijke oefening) verscheen in 2006 (zie hier de weblog daarvan - de andere delen las ik voordat ik aan deze weblog begon). En pas nu een volgend deel: De kleine verlossing of de lust van ontlasten. Wederom een verrukkelijk boek over een alledaags onderwerp waar zelden of nooit over wordt geschreven. Dekkers rijgt in sommige stukken oneliner aan oneliner, en als lezer volg je gewillig en instemmend zijn argumentaties. Consistent-(populair)wetenschappelijk schrijven is niet zijn sterkste punt: Dekkers meandert door de onderwerpen zoals het hem uitkomt. Dat maakt het lezen van dit boek juist zo avontuurlijk: aan het begin van een hoofdstuk weet je nooit hoe die gaat verlopen en hoe die zal eindigen. De vele illustraties vormen een rijkdom op zich. Voor de rest een heerlijk boek over poep.
26 februari 2014
Grote wereld
In de paar boeken die ik tot nu toe van Tom Lanoye las (zie de auteursindex) is de persoonlijke zeggingskracht van de auteur sterk aanwezig. In zijn nieuwste roman Gelukkige slaven staan eveneens veel passages waarin je de kijk van de schrijver op de wereld zou kunnen afleiden. Maar het verhaal staat veel meer los van de personlijke geschiedenis van Lanoye dan die vier eerdere boeken. Het resultaat is er niet minder om. Het boek leest als een trein, is grappig en tragisch tegelijk, bevat haast filmische scènes vol kleuren en geuren, en is in grootse stijl geschreven. Bovendien heeft Lanoye zich over heel veel onderwerpen goed gedocumenteerd en er een eigen kijk over gevormd: de wereld van de snelle financiële jongens, China, Zuid-Afrika, en meer. Toen ik het boek bijna uit had schoot de vraag door mijn hoofd waarom Lanoye dit boek moest schrijven, maar met het vertellen van een sterk verhaal op zich is natuurlijk helemaal niks mis, als dat de lezer maar kan boeien. En Lanoye doet meer dan alleen een goed verhaal vertellen - het zijn er overigens meerdere in één. De vorm mag er ook zijn. Fraaiste stukje is de anderhalve pagina vlak voordat de twee Tony's elkaar tegenkomen: daarin wisselt Lanoye haast per zin van perspectief. Een lekker-lezenboek van de beste soort.
23 februari 2014
Pop
Meestal lees ik boeken omdat ik ze als noodzakelijk om te lezen beschouw, en soms omdat iemand een tip geeft die ik niet kan weerstaan. Dit laatste gold voor Tom Sharpe, waar ik nog nooit van gehoord had en waarvan zijn roman Wilt hartelijk werd aanbevolen. Wilt is de naam van een leraar Engelse literatuur op een technische school, en heeft een slecht huwelijk. Om te testen hoe het is om zijn vrouw te vermoorden, dumpt hij een plastic neukpop in een betonschacht op de bouwplaats naast de school. Enfin, bij de betonstort denken ze dat er een echt lichaam ligt en Wilt wordt ontmaskerd als moordenaar van zijn vrouw. Het ene hilarische moment volgt op het andere. Sharpe steekt de draak met alles wat voor zijn voeten komt: de kerk, de intellectuelen, het schoolsysteem en de politie. De verhoren van Wilt op het politiebureau en de opgraving van de neukpop vormen de hilarische hoogtepunten van het boek. Het is allemaal geen topliteratuur, maar ik heb regelmatig hartelijk moeten lachen. Voor de ontspanning volgt hierna zeker af en toe een boek van Sharpe.
17 februari 2014
Principieel
Ik ga in het komend voorjaar een intensieve cursus mediation volgen, en daarvoor heb ik een stapeltje verplichte en aanbevolen literatuur aangeschaft. Ik ben stellig van plan die boeken van kaft tot kaft te lezen, want ik doe die cursus niet voor niks, dus ook deze titels komen hier voorbij. Excellent onderhandelen van Roger Fisher, William Ury en Bruce Patton is de eerste uit de reeks. Het boek dateert uit de jaren tachtig, werd enkele malen herzien en blijkt nog steeds een must-read in het managersboekencircuit: ik las de 41ste druk! En ja, toch wel voorstelbaar, want het is een boek van bijna 300 bladzijden vol gezond verstand en positief denken. Kern van de boodschap: verlaat het positioneel onderhandelen (ik bied 10 euro, jij 30 euro, en we onderhandelen elkaar kapot om al dan niet op 20 euro uit te komen) en verruil dat voor het principieel onderhandelen waar de mens en het probleem gescheiden zijn, de belangen centraal staan en wederzijdse belangen en objectieve criteria het geschil kunnen oplossen zonder dat er bloed aan de muur achterblijft. Zoals ieder managementboek is het allemaal wat eendimensionaal geschreven en soms erg compact geformuleerd, maar ik moet erkennen dat ik het met aandacht gelezen heb.
09 februari 2014
Neuken
Een jaar geleden las ik het eerste deel van de Mijn strijd-cyclus van Karl-Ove Kausgård, en nu het vierde boek Nacht. Ik zou bijna hetzelfde kunnen schrijven als wat ik over het vorige deel schreef (zie hier). Dat zou opgevat kunnen worden als een zwakte van dit boek: meer van hetzelfde. Maar dat zou een onterechte conclusie zijn. Knausgård schreef één verhaal dat is opgeknipt in zes boeken. Je leest dus in een andere band verder waar je gebleven was. In dit vierde deel is Karl-Ove achttien jaar oud, en maakt in dat ene levensjaar de omslag van losgeslagen puber naar leraar in een afgelegen vissersdorpje in Noord-Noorwegen. Het is een boek vol herkenning en lering. Zo ver als Karl-Ove was ik niet op mijn achttiende, maar ik had ook niet in zijn schoenen willen staan. En verder geldt precies hetzelfde als in die vorige weblog. Heerlijk lezen!
30 januari 2014
Meer kronkels
Twee maanden geleden las ik voor het eerst een bundel met 'stukjes' van Simon Carmiggelt, zie hier de weblog. Dat bleek een ontdekking, en ook de tweede gelegenheidsbundel die bij zijn 100ste geboortedag in oktober j.l. verscheen blijkt een voltreffer. Carmiggelt gedundrukt is niet alleen fraai uitgegeven, maar de inhoud is minstens zo fijn. 100 fraaie verhaaltjes, ieder met een eigen pointe, en toch ook vol weemoed en humor. De (herinnering aan de) oorlog komt vaak terug, ook vrouwen, drank, familie en jeugd. Het miezert veel in deze verhaaltjes, maar toch lijkt dat de pret niet te drukken: er is altijd wel een café in de buurt. De verleiding is groot hier enkele treffende zinnen te citeren; in haast ieder stukjes zit wel een zin of uitspraak om in te lijsten. Zoals ik in de andere weblog aangaf, staan die 24 witte arbeiderspers-boekjes vol kronkels maagdelijk in mijn boekenkast. Ik ga stellig meer Carmiggelt lezen; ik hoef er de deur niet voor uit!
26 januari 2014
Koning-administrateur
Het nieuwe jaar meteen stevig ingezet. Op oudejaarsdag kocht ik de set van drie boeken met het drieluik biografiën van de koningen Willem I, II en III. Jeroen Koch nam de biografie van de eerste Nederlandse koning voor zijn rekening. Koning Willem I. 1772-1843 is een uitstekend leesbare en zeer interessante biografie over een Oranje die voorbestemd was stadhouder Willem VI te worden, daarna vijftien jaar zijn heil buiten de landsgrenzen moest zoeken, als oplossing aan de onderhandelingstafel van de Conferentie van Wenen de eerste echte koning van de Nederlanden werd en daarna weer een deel van zijn rijk verloor. De periode van de overgang van de Republiek der Verenigde Nederlanden naar het koninkrijk der Nederlanden, zeg de napoleontische periode, was een flinke blinde vlek in mijn kennis. Met deze biografie is die kennis stevig aangevuld. Willem I bracht zelf eigenlijk weinig tot stand; veel hing af van anderen. Jeroen Koch is duidelijk niet overtuigd van de kwaliteiten van onze eerste Oranje-koning. Meest onthutsend is de slijmerige brief die hij aan Napoleon stuurt en hem om behoud van een stukje land om te regeren smeekt. Als koning met absolute macht regeert hij als een ijvere kantoorklerk. Door zijn eigen onhandigheden drijft hij de Belgen tot revolutie. In de jaren na de afscheiding vergroot hij de toch al enorme staatsschuld door jarenlang te weigeren de afscheiding te erkennen en een flink deel van de staatsinkomsten te besteden aan het op de been houden van een gemobiliseerd leger; zodra de tijd rijp zou zijn kon hij het afgescheide België meteen onder de voet lopen. Hij had buitenechtelijke kinderen, en hertrouwde na de dood van Wilhelmina (Mimi) als oud man met een hofdame, nota bene van Zuid-Nederlandse afkomst en katholiek. De verhouding met zijn oudste zoon was allesbehalve goed. Daarover staat in deze biografie wel het nodige beschreven, maar de drie auteurs van de koningsbiografieën kozen ervoor die verhouding vanuit het perspectief van de zoon te beschrijven. Dus binnenkort volgt de biografie van Willem II.
29 december 2013
Graal
Nadat ik door Sue Townsend (zie hiervoor) in een engelstalige leesmodus zat, nam ik dan eindelijk The Da Vinci Code ter hand dat al ruim anderhalf jaar op mijn boekenplankje met nog te lezen boeken stond. En van Dan Brown had ik nog nooit iets gelezen, dus dan toch maar deze bestseller. Tja, er is al heel veel over gezegd en geschreven en de meeste lezers zullen dit boek uit 2003 al gelezen hebben. Of de 'feiten' in dit boek kloppen of niet vind ik niet zo heel belangrijk: een romanschrijver mag van mij de waarheid naar zijn hand zetten. Het gaat er mij om of dat allemaal een beetje consequent gebeurt en ten dienste staat van het grote geheel. En dat doet het hier wel; het complot van het Vaticaan en Opus Dei vind ik goed gevonden. Verder is het een echte thriller, waarin je als lezer een paar keer flink op het verkeerde been wordt gezet. Wat me echter vooral tegenstond is de enorme traagheid van de gebeurtenissen. Om in bijna 600 bladzijden een dag of 2-3 te beschrijven, moet je van goede huize komen om de vaart erin te houden. En dat lukt Brown niet. Soms bladerde ik lukraak een dertigtal pagina's verder en de vijf regels die ik dan las gaven me al een redelijk goed beeld van wat er in die dertig tussenliggende bladzijden zou gaan gebeuren. Er wordt door de hoofdpersonen veel nagedacht, en in de laatste regels van het hoofdstuk gaat er opeens een lichtje branden. Dan kost het flink wat bladzijden om de puzzel te leggen.
23 december 2013
Pandora
Eerder dit jaar las ik het vierde deel van de Adrian Mole-dagboeken van Sue Townsend (zie hier de weblog). En nu het vijfde deel: Adrian Mole: The Cappuccino Years. Adrian is nu de 30 gepasseerd en heeft een kind van de Nigeriaanse schone op wie hij aan het einde van het vorige deel verliefd werd. Daarvan is hij alweer gescheiden, maar het kind is de stille getuige van die relatie. Verder worstelt Adrian zich als miskend talent door het leven heen. Het is de tijd dat Tony Blair een enorme verkiezingsoverwinning behaalt; en Pandora wint het kiesdistrict waar Adrian woont. Alleen al de autotocht die hij maakt om op haar te kunnen stemmen is een hilarisch hoogtepunt. Zijn ouders en die van Pandora doen aan partnerruil en vooral de twee moeders kunnen elkaar niet luchten of zien. En dan deze notitie op 2e kerstdag (Tania is de moeder van Pandora die het nu dus met Adrians vader doet): The atmosphere was not helped by my mother laughing openly at their Christmas tree, on which arranged twenty-five gingerbread men, each hanging by their necks from a noose-like-silver ribbon. 'I thought you were against the death penalty, Tania,' she said. Het is allemaal ontzettend grappig en raak getroffen. Gelukkig nog zeker 3 delen te gaan. En Sue Townsend heeft meer boeken geschreven die erg leuk schijnen te zijn. Ik ga ze in het Engels allemaal lezen.
30 november 2013
Landgoed
Veel verhalen van Toergemjev, Tsjechov, Gogol etc. spelen zich af op het Russische platteland, in landhuizen en daaromheen. Het meest ultieme landgoedboek is wel De familie Golowljow van Mikhail Saltykow (of officieel: Mikhail Saltykow-Sjtsjedrin) dat eerst in aparte afleveringen verscheen en in 1880 door Saltykow als roman werd gebundeld en uitgebracht. Het landgoed Golowljowo is een standaard-landgoed, met land, boeren, een niet al te comfortabel landhuis en wat bedienden in de keuken en huishouding. Arina Petrowna beheert de boel en maakt alles ondergeschikt aan de groei van de onderneming, zoals zij het landgoed beschouwt. Later neemt een van haar zonen (Judasje) het beheer over, die in alles een graadje erger (of: gedegenereerder) blijkt. Met alle anderen van de familie loopt het niet goed af; hulpvragen worden niet beantwoord want die doen afbreuk aan de groei van het landgoed. Een subliem verhaal van een familiebedrijf in verval, dat bijna als managementboek voor deze tijd kan dienen: daar waar slechts het resultaat telt en de menselijke maat volledig verdwenen is, is het einde van de onderneming in zicht. Met zijn 310 bladzijden het dunste deel uit de Russische Bibliotheek van Van Oorschot dat ik las, maar bepaald niet het slechtste.
17 november 2013
Kronkel
Het is al heel wat jaren geleden dat ik voor heel weinig geld de 24 bundels van Simon Carmiggelt kocht, die als een 'soort van' verzameld werk bij uitgeverij de Arbeiderspers verschenen. Die 24 witte boekjes vol kronkels uit het Parool staan ongelezen en subtiel weggewerkt in een boekenkast, wachtend op ooit. Carmiggelt werd honderd jaar geleden geboren en bij wijze van herdenking verscheen onder andere een bundel kronkels waarin Amsterdam centraal staat. Dwalen door Amsterdam leek me een aardige aanleiding om eens wat van Carmiggelt te lezen. Ik heb me er kostelijk mee vermaakt. Carmiggelt heeft een scherp oog en een vlotte pen, schrijft prachtige zinnen vol inzichten en er valt heel veel te lachen om de uitspraken van de mensen die hij op straat ontmoet 'die geen schrijver bedenken kan'. Vooruit, ook hijzelf zorgt voor geweldige uitspraken: In wijken waar je eigenlijk niets te maken hebt, kom je alleen als je jezelf ertoe dwingt. Dat doe ik op zaterdag. En als ik thuiskom ben ik altijd vol geestdrift en vol bier. Er is bij Van Oorschot nog een mooi dundrukboekje met stukjes van Carmiggelt verschenen; misschien lees ik dat ook binnenkort. En als dat evenzeer bevalt als dit heerlijke boekje, dan ontkom ik er niet aan een greep naar die 24 witte deeltjes in mijn boekenkast te doen.
Stukjes
Toen ik zestien was had ik een abonnement op Vrij Nederland, dat toen nog uit een krant, een boekenbijlage en een kleurenkatern bestond. Dat kleurenkatern bevatte eens in de paar weken een degelijk stuk onderzoeks-journalistiek over één onderwerp. Het kleurenkatern van de VN van 5 december 1981 ging over Godfried Bomans, die die maand precies tien jaar daarvoor was overleden. Deze monografie van Jeroen Brouwers las ik toen met veel aandacht, en dat kleurenkatern heb ik nog ergens in een archiefdoos bewaard. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat Bomans werd geboren en bij de jaarlijkse actie 'Nederland Leest' wordt zijn Erik, of het klein insectenboek gratis weggegeven door bibliotheken. De monografie van Jeroen Brouwers kreeg nu een nieuwe heruitgave (het verscheen in 1982 in boekvorm met als titel Bomans was de naam), aangevuld met een slotwoord uit 1997. Brouwers achtte het blijkbaar niet nodig een tweede update over de Bomansiana te geven.
Hoe dan ook: de monografie Over Godfried Bomans is nog steeds het beste wat over Bomans geschreven is. Brouwers is zowel spijkerhard als lovend: Bomans besteedde teveel tijd aan onzinnigheden waardoor hij er niet toe kwam een echt groot schrijver te zijn. De inhoud is bij Bomans bijna altijd te onzinnig voor woorden, maar de wijze waarop hij schreef was dikwijls briljant. Met dit boek van Brouwers valt veel te lachen. Een aardig citaat van Bomans, door Brouwers als een staaltje van stileer- en typeerkunst aangemerkt, over de jarenlange schaakrelatie van Bomans met Lodewijk van Deyssel (Alberdingk Thijm): Nadat hij (= Thijm, JB) zes maanden lang alle partijen verloren had zonder zelfs een remise te boeken, gebeurde er iets merkwaardigs. Thijm legde voor de zoveelste keer zijn koning om en bleef toen met de handen op de knieën en met terneergeslagen ogen roerloos zitten. Toen sprak hij, op zijn langzame en nadrukkelijke manier, of hij zijn woorden in een grafzerk kerfde: 'Je kunt evengoed met een hond schaken.' Ik zweeg. Wat viel daarop te zeggen? Bevestigen is ongepast, tegenspreken leek mij flauw. Bovendien was het, schaaktechnisch gesproken, waar en vatte het de krachtsverhouding beeldend samen. Ik zei dus niets. Zo ging er een minuut voorbij. Toen zei Thijm, mijn dilemma radend, met een zachte glimlach en zonder de ogen op te heffen: 'Men wordt geacht dit te ontkennen.'
Hoe dan ook: de monografie Over Godfried Bomans is nog steeds het beste wat over Bomans geschreven is. Brouwers is zowel spijkerhard als lovend: Bomans besteedde teveel tijd aan onzinnigheden waardoor hij er niet toe kwam een echt groot schrijver te zijn. De inhoud is bij Bomans bijna altijd te onzinnig voor woorden, maar de wijze waarop hij schreef was dikwijls briljant. Met dit boek van Brouwers valt veel te lachen. Een aardig citaat van Bomans, door Brouwers als een staaltje van stileer- en typeerkunst aangemerkt, over de jarenlange schaakrelatie van Bomans met Lodewijk van Deyssel (Alberdingk Thijm): Nadat hij (= Thijm, JB) zes maanden lang alle partijen verloren had zonder zelfs een remise te boeken, gebeurde er iets merkwaardigs. Thijm legde voor de zoveelste keer zijn koning om en bleef toen met de handen op de knieën en met terneergeslagen ogen roerloos zitten. Toen sprak hij, op zijn langzame en nadrukkelijke manier, of hij zijn woorden in een grafzerk kerfde: 'Je kunt evengoed met een hond schaken.' Ik zweeg. Wat viel daarop te zeggen? Bevestigen is ongepast, tegenspreken leek mij flauw. Bovendien was het, schaaktechnisch gesproken, waar en vatte het de krachtsverhouding beeldend samen. Ik zei dus niets. Zo ging er een minuut voorbij. Toen zei Thijm, mijn dilemma radend, met een zachte glimlach en zonder de ogen op te heffen: 'Men wordt geacht dit te ontkennen.'
10 november 2013
Much ado
De nieuwe roman (of beter: novelle) van Remco Campert lees je in een ruk uit. Hôtel du Nord boeit van begin tot einde en ofschoon er eigenlijk weinig in gebeurt is de verhaallijn te lastig om kort na te vertellen zonder daarmee meteen het geheim prijs te geven. Ik heb enkele recensies over dit boekje gelezen en die maken me duidelijk dat ik het werk blijkbaar niet op waarde heb weten te schatten. Ofwel: de recensenten halen er meer uit dan ik eruit haalde. Ik vond het 'slechts' een aardig eendimensionaal verhaal over de wederwaardigheden van enkele mensen die in de film- en theaterwereld werken, hun onderlinge relatie en vooral ook hun eigen besognes. Niet meer dan dat. Het loopt allemaal goed af, en dat is het dan. De diepere lagen heb ik niet kunnen ontdekken. Tja, dat kan heel goed aan mij liggen.
09 november 2013
Kookboek
Het terechte succes van Alsof het voorbij is (zie hier de weblog over dat grandioze boek) heeft de Nederlandse uitgever van Julian Barnes aangespoord zijn oudere titels opnieuw uit te brengen of alsnog te laten vertalen. Wijsneus in de keuken dateert van 2003 maar kreeg pas dit jaar zijn Nederlandse vertaling. Het is een aardig boekje over kookboeken, en dan vooral hoe Barnes ermee heeft geworsteld. Immers: de instructies zijn soms onuitvoerbaar, onduidelijk of veronderstellen topkokvaardigheden, je bereikt nooit het resultaat zoals op de foto's, enzovoort. Voor wie eveneens een haat-liefdeverhouding met kookboeken heeft: men leze eerst dit keukenboekje van Barnes. Voor de rest is het een aardig geheel over eten klaarmaken. En laat hij nou slechts één restaurant noemen, en precies dat ene in Lamastre in de Ardèche waar ik ruim een jaar geleden ook zo onvergetelijk gegeten heb...
03 november 2013
Blok
Een meenemertje uit de boekhandel om de hoek, dit boek dat Jan Brokken schreef ter gelegenheid van de 105e verhaardag van de Koninklijke Boekverkopersbond. Blok. De boekhandelaar van mijn vader gaat over de wat norse, gereformeerde boekhandelaar Blok die eerst in Rotterdam Charlois en later in het centrum van de stad een boekhandel dreef. De vader van Brokken, dominee in Rhoon, bestelde bij Blok zijn boeken die de boekhandelaar persoonlijk kwam langsbrengen. Brokken kauwt het onderwerp 20 pagina's te lang uit, maar het boekje geeft een aardig beeld van de hoogtijdagen van de boekhandel; door internet zijn die allang verleden tijd.
26 oktober 2013
Wit paard
Na Stoner weer een zogenaamd herontdekt meesterwerk. Het fantoon van Alexander Wolf werd in 1947 in een Russisch tijdschrift in New York gepubliceerd en kreeg toen ook wat vertalingen. Nu dan in het Nederlands. Gajto Gazdanov vocht in 1919 een jaar lang aan de kant van de Witten tegen de Roden, en wist in 1920 te ontkomen waarna hij in Parijs terechtkwam, en daar opging in het Russische migrantengemeenschap. Een leven vol bijbaatjes en als nachtelijke taxichauffeur volgde, met daarnaast wat literaire activiteiten. Gazdanov schreef meerdere romans, en deze uit 1947 is alleszins de moeite van het lezen waard. Kern van het verhaal is de moord op een ruiter die de zestienjarige ik-figuur tijdens de burgeroorlog begaat. Hij neemt aan dat hij de ruiter heeft doodgeschoten, maar vele jaren later leest hij een verhaal waarin gedetailleerd de gebeurtenissen worden naverteld vanuit het perspectief van het slachtoffer. Een zoektocht naar en ontmoeting met de auteur volgt. Het boek moet het hebben van de fraaie bespiegelingen en de lange, soepele zinnen. Het is geenszins het meesterwerk wat de 19 aanbevelingen op het omslag en in het binnenwerk je willen doen geloven, maar ik las het in twee dagen met aandacht en groot genoegen uit. Gewoon een goed boek.
Badmuts
Het 'serie-lezen' gaat door. Na Vader en Liefde nu Zoon, het derde deel van de serie Mijn strijd van Karl Ove Knausgård. Over de eerste helft van ruim 200 bladzijden deed ik door het vele werk bijna twee weken, de resterende 200 las ik in één dag in de trein. Het is verslavend lezen, deze boeken van Knausgård. In dit derde deel beschrijft hij de jaren tussen zijn zevende en dertiende. School, buitenspelen, kattenkwaad uithalen, visites bij opa en oma, zijn leesverslaving, de eerste vriendinnetjes en vooral de permanente angst voor zijn vader worden door Knausgård minutieus beschreven. Het is ook in dit boek weer fascinerend te ervaren dat de gebeurtenissen enerzijds op zichzelf staan, dat wil zeggen: niet neergeschreven zijn met een bepaalde functie die later in het boek duidelijk wordt, maar anderzijds ook onmisbaar zijn in het beeld dat je als lezer van de jonge Karl Ove krijgt. Bladzijde 18 is geen bouwsteen voor bladzijde 387, zoals is veel andere boeken wel zo is. Het vierde deel staat al op mijn plankje met nog te lezen boeken, maar ik stel de verleiding nog eventjes uit.
Moeder
Na Een slagerszoon met een brilletje en Kartonnen dozen, die ik vorig jaar en afgelopen zomer las, zie hier en hier de weblogs) nu het derde deel van wat de Wase trilogie van Tom Lanoye is gaan heten. Het is nooit als een trilogie opgezet, maar ze vormen wel een eenheid omdat de drie autobiografische boeken een prachtig beeld geven van Lanoyes jeugd, zijn ouders en vooral ook Tom Lanoye zelf. Sprakeloos is een lijvig boek dat geen roman is. De aftakeling en dood van zijn moeder vormde de aanleiding voor dit boek waarin Lanoye alles als in een roes van zich afschrijft en daarmee een monument voor zowel die moeder en eigenlijk ook zijn vader bouwde. Die moeder was een kleurrijk mens, gezegend met de gave van het woord; Lanoye citeert regelmatig haar uitspraken die geen schrijver kan bedenken. En zijn kalme beheerste vader schikte zich uit liefde maar al te graag in de rol van hardwerkende en kalme slager. Het boek zit boordevol verrukkelijke situatiebeschrijvingen, van de toneeloptredens van zijn moeder, de vele botsingen op het kruispunt zonder stoplichten van de steenweg waaraan de slagerij gevestigd was, en de vader die voorafgaande aan het tuinfeest het gazon stofzuigt. De telefoongesprekken tussen moeder en zoon die kort daarvoor had verteld dat-i op mannen valt, vormen de hoogtepunten van dit meesterwerk. En dat alles beschreven in een geweldige stijl. Een groots boek en een topper in de Vlaamse literatuur.
25 september 2013
Landleven
En nog maar een deel uit de Russische bibliotheek van Van Oorschot. Ivan Boenin (1870-1953) geldt als een overgangsfiguur in de Russische literatuur: hij stamt uit de grote negentiende-eeuwse traditie en kende Anton Tsjechov, maar hij bleef schrijven tot na de Tweede Wereldoorlog. Na de Russische revolutie verliet hij zijn vaderland en leefde tot aan zijn dood in Frankrijk. Zijn Verzamelde werken deel 1 (er zijn 4 delen) bevat de verhalen die Boenin tussen 1892 en 1913 schreef. Het zijn meestentijds treurige verhalen vol arme boeren en verarmde en aan lager wal geraakte grondbezitters. Eigenlijk gebeurt er in de meeste verhalen niet zoveel. De hoofdpersonen zijn noodgedwongen één met hun huis, dorp, omgeving en de natuur en het hele leven wordt door Boenin als een vorm van afwisseling van de jaargetijden beschreven. Heel af en toe speelt de actualiteit een rol: de jammerlijk verloren oorlog tegen Japan in 1905 en de eerste voorzichtige protesten tegen het tsaristische bewind in 1905 worden terloops genoemd. Maar veelal lijken de verhalen zich in een onbestemd soort eeuwigheid vol hitte, vorst, regen en wind af te spelen. Soms raakte ik de vermeende draad van het verhaal een beetje kwijt, maar je leest deze ook niet voor hun plot; dat is er namelijk meestal niet. De vervolgdelen ga ik zeker ook lezen. Een interessante schrijver, deze Boenin.
08 september 2013
Reiziger
Het is eigenlijk niet uit te leggen waarom, maar voor de muziek van Sergej Prokofiev loop ik niet zo heel erg warm. Ik heb gewoon niet zoveel contact met zijn stijl, iets in die geest. Natuurlijk, er zijn enkele stukken van Prokofiev die ik weergaloos vind: het Tweede pianoconcert en dan vooral die cadens in het eerste deel, het Allegro marcato uit de Vijfde symfonie, de Romance uit de Luitenant Kijé Suite en enkele losse delen uit Romeo en Julia. Om toch meer van deze - voor mij - mysterieuze componist te weten te komen, las ik de vertaalde selecties uit zijn dagboeken gebundeld onder de titel Dagboek 1907-1933. Een keuze, verschenen in de serie privé-domein. In dit boek zijn een zevental blokken uit zijn dagboeken integraal vertaald. Dus niet een paar dagen hier en een paar dagen daar, maar alle dagboekaantekeningen van een hele periode. Vooral het revolutiejaar 1917, zijn reis naar Nederland in 1925 en zijn eerste reis terug naar de Sovjet-Unie in 1927 sinds zijn vertrek negen jaar daarvoor springen in het oog. Prokofiev geeft vooral veel concerten van eigen werk (en heeft daar soms flink moeite mee) en wordt als de de grootste Russische componist van zijn tijd beschouwd. Het is een uitermate boeiend boek dat me na het uitlezen ertoe aanspoorde verstofte cd's uit de kast te halen. Ik moet me toch meer gaan verdiepen in deze componist!
03 september 2013
Hazeldonk
Twee jaar geleden heb ik ruim negen maanden deels part-time, deels full-time bij een uitgeverij in het Belgische Mechelen gewerkt, en ook in de afgelopen maanden was ik er (on)regelmatig. Zowel toen als tot voor kort inclusief enkele overnachtingen per week. De grens bij Hazeldonk (per auto of Thalys) en die tussen Roosendaal en Essen (per gewone trein) passeerde ik talloze keren. Een lieve collega in Mechelen gaf me vorige maand een boek Beste buren waarin negen Belgen over Nederland schrijven en negen Nederlanders over België. Onder hen bekende namen als David van Reybrouck, Geert van Istendael, Charlote Mutsaers en Hugo Camps, maar ook enkele onbekenden. In alle gevallen hadden de auteurs iets met dat andere land voorbij Hazeldonk. Deze collectie geschriften uit 2011 biedt interessante inzichten in de overeenkomsten en verschillen tussen Nederland en België (vooral: Vlaanderen), ofschoon de generalisaties niet van de lucht zijn. Ze zijn deels herkenbaar, maar evenzeer gebaseerd op vermeende feiten en n = 1. Laat ik het bij mezelf houden: sinds ik er werk/gewerkt heb, er onnoemelijk veel heb gelachen, we onze onderlinge verschillen (met plezier) hebben uitvergroot, ik er vrienden heb gemaakt en ik dat (uit Nederlandse ogen) zootje ongeregeld in de openbare ruimte heb weten te waarderen en liefhebben, is dat land onder onze zuidgrens geen land meer 'om snel doorgheen te rijden op weg naar het zuiden.' Eerlijk gezegd twijfel ik dikwijls gevoelsmatig al sterk aan welke kant ik bij Hazeldonk het liefst rijd: richting noord of richting zuid...
25 augustus 2013
Dandy
Na het rauwe en hoekige boek van Öscan Akyol bleek Vroeger was alles beter, behalve de tandarts van Jean Pierre Rawie de perfecte en gewenste tegenhanger. Ik heb nog nooit gedichten van Rawie gelezen, wist wel dat hij een uiterst succesvolle Nederlandse dichter is en dat hij een wat dandyachtige levenshouding heeft. Zo schrijft hij ook een beetje, in deze bundel met veelal zeer recente columns uit het Dagblad van het Noorden. Rawie is een fijnzinnig observator, die het schone en pure propageert, maar tegelijkertijd ook van veel zuipen en mannelijke platvloersheid houdt. Zijn licht-ironische stukjes lees je met een glimlach en soms een schaterlach, zolang je ze maar niet al te serieus neemt. Mijn ega, zelf tandarts, heeft een exemplaar op de leestafel in de wachtkamer gelegd, met inmiddels al veel positieve reacties. Dat zegt genoeg.Voortuit, een klein citaat, voor het idee: Als ouwe zeur van boven de vijftig erger ik me aan het alomtegenwoordige gejij & gejou. Niet in het café (hoewel), maar vanuit de anonimiteit. 'Je kunt beginnen met pinnen', dat werk.
17 augustus 2013
Crimineel
De debuutroman Eus van Özcan Akyol maakt het me een beetje moeilijk. Over de kwaliteit van het boek zelf, nu een klein jaar geleden met groot succes geïntroduceerd en nu negen drukken verder, ben ik allerminst overtuigd. Akyol schreef een grotendeels autobiografisch boek waarin hij vertelt over zijn jeugd in Deventer, vriendinnetjes, zijn baantjes en hoe hij uiteindelijk op het criminele pad terechtkomt. Ik vond dat maar een weinig aantrekkelijk geheel door de rauwe dialogen zonder kop of staart, de vele situaties die zonder enig onderling verband aan je voorbijtrekken, het gebruik van woorden in dialogen die in de tijd van handeling nog niet door de jeugd werden gebruikt en het niet altijd juist hanteren van het vertellersperspectief. Maar goed, nadat ik het boek had uitgelezen zag ik op internet een boeiend gesprek met de schrijver in VPRO's boeken (zie hier, vanaf 15.45) en daarin laat de Akyol zich van een zeer boeiende en afgewogen kant zien. Zijn levensverhaal wordt interessant daar waar deze schelmenroman stopt en ook zijn intellectuele ontwikkeling is zeer opmerkelijk. Ik weet nu niet hoe ik tegen dit boek had aangekeken als ik dat vervolgverhaal eerst had leren kennen.
Abonneren op:
Posts (Atom)































