Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
14 december 2014
One man
Begin dit jaar verscheen de dikke bundel Mooie woorden met de theaterteksten van Youp van 't Hek, althans van die van de laatste 20 jaar. Ik las gaandeweg dit jaar deze conferences met groot plezier; soms hoor je hem die teksten voordragen. Sommige theatershows heb ik zelf bijgewoond, andere (met name de oudejaarsconferences) zag ik op tv. Dus deels komen stukken bekend voor, maar daar is niks op tegen. Er is in mijn herinnering geen ander boek waar ik zoveel zo hard om heb moeten lachen. Van 't Hek neemt onze moderne maatschappij en onze uitgebluste levensstijl op de korrel, en ofschoon veelal variaties op eenzelfde thema blijven zijn teksten heerlijk direct en treffend. Je leest zo'n conference in een uur of wat uit, dus er is altijd wel een moment om er weer eentje ter hand te nemen. Een vermakelijk boek!
13 december 2014
Opnieuw
In 1996 en 2001 las ik twee van de drie delen met de verzamelde werken van Nikolaj Gogol uit de Russische bibliotheek van Van Oorschot. In die twee delen waren Gogols verhalen opgenomen, alsook (in deel 2) zijn toneelstukken. Van Oorschot brengt sommige delen uit de Russische bibliotheek in een nieuwe vertaling uit (de oorspronkele vertalingen dateren hoofdzakelijk uit de jaren vijftig en zestig) - twee jaar geleden volgde een nieuwe uitgave Verhalen en novellen met alle Gogol-verhalen in één deel. Ik kocht het boek toen al, maar las het pas nu. Gogol publiceerde drie bundels verhalen (Avonden op een hoeve nabij Didanka, Mirgorod en Petersburgse verhalen) en deze laatste bundel bevat de mooiste stukken. De neus, Het portret, De jas, De calèche en Rome: stuk voor stuk sublieme verhalen waarin Gogol zich uitleeft in absurdisme, humor, maatschappijkennis en romantiek. Mirgorod bevat het avontuurlijke Taras Boelba over deze kozakkenstrijder en zijn twee zoons, maar ook het koddige Hoe Ivan Ivanovitsj ruzie kreeg met Ivan Nikiforovitsj (hierin steelt een varken een aanklacht uit de rechtbank...). In de vroege verhalen uit Avonden op een hoeve van Didanka spelen heksen en duivels een hoofdrol; het zijn niet zijn sterkste verhalen, maar bevatten wel veel inkijkjes in het (meestal) Klein-Russische/Oekraïense plattelandsleven van zo'n 200 jaar geleden. Deze nieuwe vertaling vormde een goede aanleiding om al deze verhalen te herlezen - sommige behoren tot de mooiste die ik ooit las. Zijn roman Dode zielen is ook inmiddels opnieuw vertaald, dus die volgt binnenkort ook. Van de 19e eeuwse Russen is Gogol onbetwist de eigenzinnigste.
18 november 2014
Ting
Eerder dit jaar las ik het zeer indringende en geslaagde Zeitoun van Dave Eggers (zie hier de weblog) en zijn toen al verschenen De cirkel wilde ik zeker ook lezen; nu kwam het ervan. Het is een vlot lezende en boeiende (toekomst)roman over een ict-bedrijf in Californië dat ultieme democratie nastreeft maar zodoende een digitaal totalitair systeem in het leven roept. 'Geheimen zijn leugens', 'Delen is mee-leven' en 'Privacy is diefstal': dat worden de doelen waar het bedrijf en de hoofdpersoon naar streven. Dave Eggers slaagt erin de facebook- en weblog-gebruiker een kritische spiegel voor te houden, en tot ongeveer de helft van het boek was ik flink onder de indruk van het consequent volgehouden opeenstapelen van toepassingen die dat digitale totalitaire systeem benaderen. Maar het boek mislukt helaas door het ontbreken van een plot, terwijl het wel als een halve thriller wordt opgebouwd. Mercer, Kalden en later ook Annie hadden het de hofdpersoon Mae Holland veel lastiger kunnen maken dan ze nu doen. Dan was de boodschap van Eggers op zijn minst even sterk overgekomen, maar was er tegelijkertijd een echt spannend boek geweest dat je zou bijblijven om die dubbele gelaagdheid. Ik waardeer het boek om zijn actuele waarschuwing, maar de vergelijking met 1984 gaat niet op: dat was een veel beklemmender en rijker boek.
05 november 2014
Gedoe
Eerder dit jaar las ik een aardig en hilarisch boek van Tom Sharpe en toen gaf ik aan (zie hier) dat er zo af en toe meer boeken van hem hier zouden passeren. Sneu voor het milieu probeert even hilarisch te zijn als Wilt, maar dat mislukt flink. De aanleg van een snelweg, de huwelijksproblemen van een MP en zijn vrouw en de dadendrang van allerlei randfiguren leveren ongelooflijk veel gedoe op. Dat zou allemaal nog steeds een leuk verhaal kunnen opleveren, ware het niet dat alle actoren steeds hun doelen en werkwijze bijstellen. Op een gegeven moment is er nauwelijks nog een touw aan vast te knopen. De theatershows van John Lanting waren kalme soaps vergeleken bij wat er in dit verhaal allemaal bij elkaar wordt gehaald. Snel maar weer een boek met meer substantie.
01 november 2014
Desertie
Vele jaren geleden kocht ik A Farewell to Arms van Ernest Hemingway, in een poging meer Engels te lezen; en Hemingway gold als relatief makkelijk leesbaar in het Engels. Nou, ik probeerde het in de loop der jaren een keer of drie, maar het lukte me niet de draad van het verhaal te pakken te krijgen. Ik las zijn literaire doorbraak uit 1929 nu in het Nederlands, en nu snap ik goed dat deze Hemingway helemaal niet zo gemakkelijk te lezen is. De dialogen en beschrijvingen zijn schijnbaar eenvoudig, van iedere franje ontbloot, maar daardoor juist veelzeggend en gedetailleerd. Als er de dialogen kortaf zijn, komt het dus neer op een juist begrip ervan en dan telt ieder woord. Afscheid van de wapenen is een prachtige rauwe roman met een geheel eigen klankkleur. De liefdesverhouding tussen de ik-figuur en Catherine en de oorlogshandelingen wisselen stuivertje, en uiteindelijk ontvluchten de geliefden het Italiaanse front. Het verhaal loopt niet goed af, maar het is - net als bij Brouwers eigenlijk, maar dan weer heel anders - vooral de vorm die het boek zo bijzonder maakt.
31 oktober 2014
Monnik
Jeroen Brouwers is een
onvermoeibaar schrijver. Ondanks zijn leeftijd (74) en zwakke gezondheid (te
veel drank en sigaretten) blijft hij doorschrijven. Gelukkig maar, want hij
behoort onmiskenbaar tot de beste Nederlandse schrijvers van de laatste
decennia. Zijn vorige roman Bittere bloemen vond ik niet geheel geslaagd, zie
hier de weblog erover. Maar zijn nieuwste roman Het hout is een prachtig boek.
Het behandelt de seksuele misstanden in de katholieke kerk, en dan met name die
in de jongensinternaten van sommige kloosterorden. In recensies van de roman
werden de onwaarschijnlijke afloop en het weifelende karakter van de ik-figuur
als de zwakheden van het boek benoemd, maar daar was het Brouwers volgens mij
niet om te doen. Hij weet in oogstrelend fraai en eigenzinnig proza een wrange,
klamme en onheilspellende sfeer te creëren die je zelden zo overtuigend in je
ban houdt. Wanneer de ik-figuur ongemakkelijke mededelingen verteld krijgt,
bouwt Brouwers grammaticaal uitgeklede maar uiterst trefzekere zinnen die de
huichelachtigheid van de boodschap benadrukken. Brouwers zat als kind ook een poosje in een jeugdinternaat, en zijn boosheid daarover is duidelijk voelbaar. Brouwers heeft wat te vertellen in dit boek, en hangt dat op aan een eendimensionaal liefdesverhaal. Maar zijn boodschap is krachtig, in fenomenaal proza geschreven. Zulke fraaie zinnen zijn zeldzaam dezer dagen, maar gelukkig hebben we Jeroen Brouwers nog!
13 oktober 2014
Jongeling
Over het vijfde deel van de Mijn strijd-cyclus van Karl-Ove Knausgård deed ik relatief lang, bijna drie weken. Schrijver is ruim 600 pagina's dik, en daarin beschrijft hij - zo ongeveer - de periode tussen de delen Nacht (zie hier) en Liefde (zie hier) terwijl het op enkele pagina's ook overlapt met Vader (zie hier). In dit deel is Knausgård twintiger, zoekend en veelal dolend. Zowel als schrijver, als minnaar en als individu. Veel dronkemansgedrag en amoureus post-puberaal gedrag. En omdat je eigenlijk al weet hoe het na dit deel verder gaat, is dat post-puberale gedrag ook een beetje ergerlijk. Maar goed: Knausgård weet deze periode die we allemaal hebben meegemaakt haarscherp uit te benen. Eigenlijk kun je zijn gedrag niet kwalijk nemen, hoe irritant soms ook, want wie was niet uiterst onzeker in die levensfase? De titel is illustratief: eerst kijkt hij als schrijvend-ploeteraar op tegen iedereen die uitgegeven is en wordt, en als het hem uiteindelijk zelf overkomt, slaan de onzekerheid en de leegheid toe. En zo vergaat het hem ook in zijn eerste liefdes en zijn relatie met zijn broer en ouders. Een confronterend boek.
20 september 2014
Huizen
Ik had nog nooit van John Lanchester gehoord, maar een tip via facebook bracht me op zijn roman Kapitaal uit 2012. De titel vormde denk ik meteen al de grootste breinbreker voor de twee vertalers. De oorspronkelijke titel Capital kun je op twee manieren vertalen, en beide hadden goed gekund. Het is een boek zonder hoofdpersonen, of beter: een boek met een tiental hoofdpersonen die allemaal iets gemeenschappelijks hebben: Pepys Road in The Common in Zuid-Londen, ooit opgezet als arbeidersbuurt, en nu een straat waar de huizen tot ruim over het miljoen pond over de toonbank gaan. Een Poolse werkman, een bankfiguur uit de City en zijn koopzieke vrouw, hun Hongaarse nanny, de parkeerwachter, een Pakistaanse familie en hun krantenwinkeltje, een oude vrouw en haar dochter en succesvolle kunstenaarszoon, diens mislukte assistent...: ze hebben allemaal hun eigen hoofdstukken. 512 pagina's, 107 hoofdstukken. Het gaat over de huizen, het Londense leven en over geld. Geen puzzel waar alle stukjes aan het einde op hun plaats vallen, maar een boek dat een prachtige dwarsdoorsnede geeft van mensen uit zomaar een omhooggevallen straat aan de vooravond van de financiële crisis. Geen boek met een keiharde boodschap, maar wel een boek dat je aan het denken zet en dat je bezighoudt. Een goed boek dus!
03 september 2014
Trein
Ik heb in de afgelopen jaren twee periodes van ruim een half jaar gewerkt in het Belgische Mechelen. Ik reed er in principe per trein naartoe. Al bij de eerste treinrit intrigeerde mij de naam van een station tussen Antwerpen en Mechelen: Mortsel-Oude God. Dat station ligt in een tunnel, heeft zelfs een eigen wikipedia-pagina (hier), en ik strandde er ook eens met de trein, waarna ik door een collega op het plein boven het station werd opgehaald. Enfin, ik kreeg van een vriendin onlangs het romandebuut van Neske Beks cadeau, dat zich afspeelt in Mortsel Den Ouden God. De Kleenex-kronieken is een integere familie- en dorpskroniek vol kleurrijke familieleden, moeder-oversten en allerlei aanhang. Het meisje Priscilla is/lijkt gemodelleerd naar de schrijfster, het product van een Vlaamse vader en Afrikaanse moeder. Verder speelt het bombardement in alle hoofden van de Mortselaren een centrale rol. Op 5 april 1943 werd het dorp door Amerikaanse, Canadese en Engelse vliegtuigen gebombardeerd, omdat men dacht dat de Duitsers in een van de fabrieken bij het dorp Messerschmitts repareerden. De bommen van dit friendly fire vielen veelal verkeerd: ruim 900 doden, waaronder ruim 200 kinderen. Vier scholen vol kinderen kregen de volle laag. Zie hier de wikipedia-pagina over dat bombardement. Neske Beks weeft een fraai web van oude en nieuwe verhalen, en geeft zo een mooie inkijk in het dorpsleven anno 1970-1980. Het boekje stelt slechts op één punt teleur: helaas onthult Beks niet de herkomst van die naam Mortsel-Oude God. Dus wie het weet...? Ik zou het boek nooit opgespoord hebben, maar van oplettende vriendinnen moet je het hebben in het leven!
29 augustus 2014
Hemels
Voor een klassieke-muziekliefhebber is het een mysterie: eerst was er niks, en opeens was er een Vijfde symfonie van Beethoven, een Don Giovanni van Mozart, een Tristan und Isolde van Wagner... Geniale en baanbrekende muziek die door iemand is bedacht en op notenbalken geschreven, en waar je je als luisteraar vervolgens voortdurend over verbaast en door laat vervoeren. Kun je bij veel componisten, zoals de hiervoor genoemden, redelijk betrouwbare levensbeschrijvingen lezen, hun ontwikkelingsgang begrijpen en daardoor verklaren hoe die werken tot stand kwamen, bij Johann Sebastian Bach is het mysterie welhaast ultiem. Er is zo weinig bekend over zijn leven, er zijn zo weinig getuigenissen overgeleverd, en al helemaal niet over hoe zijn muziek ontvangen werd, dat je naar de achtergronden van dat hemelse openingskoor van de Matthaüs-Passion, de aangrijpende alt-aria Ich will auch mit gebrochnen Augen uit Cantate BWV 125 Mit Fried und Freud fahr ich dahin of die zes grandioze cellosuites moet gissen. Je kunt slechts uitgaan van de muziek zelf en proberen te begrijpen hoe en waarom Bach dit alles op het papier heeft gezet. Bach had een enorme productie - in zo'n vijftig jaar (hij werd 65) componeerde hij een ontgelooflijke hoeveelheid muziek. Het hoogtepunt lag in de jaren 1723-1725, toen hij als kersverse cantor van de Thomaskirche in Leipzig in twee jaar tijd twee cantatecycli componeerde, voor bijna iedere zondag een. Ongeveer 90 cantates in totaal. Die werden gecomponeerd, in afzonderlijke partijen uitgeschreven, ingestudeerd en tijdens de zondagse kerkdienst uitgevoerd. En de week erna opnieuw; twee jaar achter elkaar. Die cycli wilde hij afsluiten met een Passion voor Goede Vrijdag, wat hem wel lukte met de Johannes in 1724; de geplande nieuwe passie het jaar erna werd iets teveel. De Matthaüs stamt uit 1727. Maar: was er niet toch een andere passie (de Marcus-Passion) die verloren is gegaan? Enfin, niks over bekend.
John Eliot Gardiner schreef een boek waarin hij het raadsel van die enorme productie probeert te verklaren. Voor wie denkt met Bach. Muziek als een wenk van de hemel een inzichtelijke biografie in huis te halen komt echter bedrogen uit. Gardiner schetst in enkele inleidende hoofdstukken de (muzikale) tijdgeest, de afkomst en jeugd van Bach, en gaat daarna over op het behandelen van zijn kerkmuziek. Nagenoeg alle cantates, de twee passionen en de Mis in b worden deel voor deel geanalyseerd. Daarbij gaat Gardiner uit van zijn kennis en ervaring als Bach-dirigent, en dat is zeker leerzaam en interessant. Maar Gardiner suggereert, vermoedt en interpreteert dat het een aard heeft. Hij kan trouwens niet anders. Al die andere werken - de Brandenburgse concerten, het Wohltemperierte Klavier, de viool- en clavecimbelconcerten, de cellosuites, de sonates en partitas voor viool, de orgelwerken etc. etc - blijven onbesproken en veelal zelfs ongenoemd. Dat maakt dit boek onevenwichtig en onbevredigend. Met dit lijvige en soms weerbarstige boek - ik deed er in etappes ruim vier maanden over - heb ik stellig een beter beeld van Bach gekregen, en voor nadere verklaring van die hemelse cantates zal ik het nog vaak uit de kast halen. Maar een biografie van Bach is dit allerminst.
Omdat de link in het nuttige comment van Koen (dank!) hieronder het niet direct doet, hierbij een directe verwijzing naar het YouTube-filmpje waarin Maarten 't Hart dit Gardiner-boek becommentarieert. Erg leuk filmpje, ik kende het niet. Klik hier.
Omdat de link in het nuttige comment van Koen (dank!) hieronder het niet direct doet, hierbij een directe verwijzing naar het YouTube-filmpje waarin Maarten 't Hart dit Gardiner-boek becommentarieert. Erg leuk filmpje, ik kende het niet. Klik hier.
28 augustus 2014
Bejaard
Ik was gelukkig niet alleen op vakantie, en kon daardoor kiezen uit een extra stapel meegebrachte leesboeken om de laatste dagen niet leesloos door te hoeven brengen. De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween is inmiddels zo'n hit, dat er maar weinig lezers zijn die dit boek van Jonas Jonasson nog niet gelezen hebben. Inmiddels is er ook al een film; die had ik in het vliegtuig van Cuba naar huis kunnen bekijken, maar ik verkoos het boek uit te lezen. Het boek heeft twee verhaallijnen over de hoofdpersoon: het heden en zijn verleden. In beide verhaallijnen gedraagt hij zich als een schavuit, leeft van de hak op de tak en slaat zich met een flinke dosis geluk en drankzucht door het leven. Zijn specialiteit is het opblazen van gebouwen, wat hem uiteindelijk aan tafel doet belanden van Truman, Stalin, Mao en Kim Il-Sung. De opzet van het boek is aardig gevonden, maar halverwege wordt het teveel een trucje. Het boek leest gemakkelijk weg, maar moet het vooral hebben van het originele uitgangspunt en de droogkomische stijl.
21 augustus 2014
Ambetant
De boeken van Karel van het Reve en Simon Carmiggelt waren smakelijke voorgerechten op mijn hoofdgerecht als vakantieboek in Cuba: het 850 pagina's tellende Het goddelijke monster. De trilogie van Tom Lanoye. Ik las het in ruim een week uit, lachend, rillend en genietend. In de drie romans Het goddelijke monster (1997), Zwarte tranen (1999) en Boze tongen (2001) wordt de ondergang van de rijke en omvangijke familie Deschreyver beschreven. De beeldschone Kartien schiet op de eerste pagina haar man dood, per ongeluk. Dat blijkt de aanleiding voor de hilarische, (tragi)komische en onherroepelijke ondergang van de hele familie, die bestaat uit archetypische Vlamingen: vader Herman (voormalig christendemocratisch (?) lid van de regering, daarna bankdirecteur), onkel Leo (selfmade-man in de tapis-plein die zijn Mercedes dagelijks op de vluchtstrook van de autostrade parkeert omdat het gewest weigert een aparte afrit naar zijn fabriek aan te leggen), een drietal ongetrouwde tantes (die overal een mening over hebben), twee broers (die elkaar op een wel zeer aparte plaats tegenkomen), etcetera. Lanoye tovert de ene cliffhanger na de andere tevoorschijn, maar ze hebben allemaal een functie in de rode draad van de trilogie. De bende van Nijvel, Marc Dutroux, de verlammende vriendjespolitiek, de falende justitie: Lanoye betrekt alles wat hij erbij betrekken kan - zijn boosheid spat van de pagina's af. Objectief-literair beschouwd misschien teveel van het goede soms, maar dit boek is een suikertaart met zoveel mogelijk etages. Een boek om je als lezer in te wentelen; ik verheugde me dagelijks op die middagen onder een strandparasol of een avond in bed om lekker door te kunnen lezen. En verdomd: laat een van de personages nog uit Cuba komen ook!
20 augustus 2014
Sosjale Joenit
Vorig najaar en begin dit jaar las ik twee gelegenheidsuitgaven met wat Kronkels van Simon Carmiggelt (zie hier en hier voor de weblogs ervan). Het werd daarna tijd om eens een deel uit de verzamelde heruitgaven van alle losse deeltjes ter hand te nemen. Brood voor de volgeltjes & Slenteren dateren uit 1974 en 1975 en bieden een heerlijke collectie verhaaltjes over vanalles en nog wat. Carmiggelt weet van iedere situatie wel een verhaal te maken, of hij nu op straat loopt, de telefoon aanneemt of in een hotelkamer zit. Het verhaaltje Dat mag je niet zeggen is een mooi voorbeeld. Hij wordt boos over het gegeven dat een meisje van 14 na een ruzie bij haar ouders wegloopt en door de alternatieve Sosjale Joenit ergens wordt ondergebracht en dat de ouders niet mogen weten waar dat meisje zit. Ik zou naar het bureau van de alternatieve club die mijn dochter heeft verstopt toegaan en alle daar aanwezige functionarissen de hersens inslaan. Carmiggelt schrijft: ... dat kan ik nooit zeggen, anders roepen ze allemaal dat ik rechts ben en anti-progressief. Hij rekent dus op de discretie van de lezer om het niet verder te vertellen. Er is al ellende genoeg op deze wereld.
18 augustus 2014
Kom eruit, klootzak!
Ik was - denk ik - eerste of- tweedejaars student Nederlands in Leiden, studiejaren 1984-1985-1986 derhalve. In Sociëteit De Burcht aldaar vond op een - ik meen - donderdagavond een literaire avond plaats. Schrijvers die nauwe banden hadden met Leiden lazen voor uit eigen werk: Maarten Biesheuvel, Maarten 't Hart en Karel van het Reve waren de belangrijkste sprekers. Het kan zijn dat ook Boudewijn Büch optrad, maar dat weet ik niet meer zeker. In elk geval herinner ik mij dat Maarten Biesheuvel een poging deed een Schubert-lied te zingen, op de piano begeleid door Maarten 't Hart, en dat Karel van het Reve een vermakelijk verhaal voorlas over zijn afscheid als hoogleraar Slavische taal- en letterkunde; in dat verhaal vertelt hij hoe hij ooit eens met zijn auto het Rapenburg ingleed - de straat was glad die dag. Met dat hilarische verhaal opent zijn bundel Afscheid van Leiden dat eind 1984 verscheen. Ik nam me al sinds die literaire avond voor deze bundel te kopen; pas onlangs kocht ik het en ik las het grotendeels in het vliegtuig naar Havana. Zo'n verzameling gevarieerde stukken over met name Leiden en de Sovjet-Unie bleek een prima afleiding bij straalmotorenherrie, langsrijdende glimlachende eet- en drinkkarren en mensen die in colonne naar het toiletblok paraderen. Het is Karel van het Reve bij uitstek: 'denk ik', 'ik meen', 'dat weet ik niet meer zeker'. Maar toch ook een hoop eruditie, smakelijke verhalen over Russische schrijvers en zijn tewaterlating in het Rapenburg. Een klassiek verhaal wat mij betreft.
25 juli 2014
Gin tonic
Naast De oude man en de zee dat ik vorige maand las (zie hier de weblog) is Eilanden in de golfstroom het meest Cubaanse boek van Ernest Hemingway. De driedelige roman werd in de nalatenschap van Hemingway aangetroffen en zo'n tien jaar na zijn dood gepubliceerd. Het is geen onbetwist meesterwerk, maar bevat wel veel couleur locale. In het eerste deel bevindt de hoofdpersoon Thomas Hudson zich op het eiland Bimini, vlakbij Florida. Hij is schilder en leeft een kalm bestaan. Zijn drie zoons komen op bezoek en net als in De oude man en de zee wordt er flinke strijd geleverd met een Marlijn. In het tweede deel, tijdens de Tweede Wereldoorlog, zit Hudson op Cuba, net na de jacht op een Duitse onderzeeër. In het derde deel is hij op jacht naar de bemanning van een gestrande Duitse onderzeeboot. Het boek toont veel verwantschap met het beeld dat van Hemingway zelf is overgeleverd: avontuurlijk, eilanden, zee, vissen, oorlog, vrouwen, bars en veel gin tonic. Ruim de helft van de roman bestaat uit dialogen, van rauw tot intiem. Een apart boek. En nu zelf naar Cuba! (Naschrift een maand later: En hieronder dan de kroeg waar Hemingway in Havana een deel van de dialogen uit dit boek liet plaatsvinden. Het zag er indertijd vast anders uit, maar goed: beter zo dan een kantoortoren op deze plaats. Klik op de foto voor een uitvergroting.)
13 juli 2014
Broers
Van Michael Cunningham las ik alle romans, en iedere nieuwe koop ik direct na verschijnen. Helaas vind ik zijn onlangs verschenen roman niet bepaald zijn sterkste. De sneeuwkoningin gaat over twee broers die in één huis wonen; de ene broer is homoseksueel, de ander heeft een relatie met een vrouw die aan kanker lijdt. De driehoeksverhouding wordt verder gecompliceerd door vrienden en vriendinnen waar je eigenlijk weinig over te weten komt. Dat geldt ook voor de hoofdpersonen; ze draaien om elkaar heen als muggen in een zwerm zonder elkaar echt te raken. Cunningham is sterk in het afpellen van emoties, maar hier blijft alles toch teveel aan de oppervlakte. De indeling in tijd - er liggen soms meerdere jaren tussen de delen - is ongelukkig: eerdere, kleine emoties worden lange tijd later weer als essentieel opgerakeld. Dat maakt het geheel te bedacht en de verhaallijn ongeloofwaardig. Het volgende boek van Cunningham ga ik zeker ook lezen, want hij blijft een schrijver van formaat.
Marlijnen en haaien
Ik schreef onlangs al dat ik me in Ernest Hemingway zou gaan verdiepen; de aanstaande vakantie naar Cuba is daar de aanleiding van. De oude man en de zee is dan natuurlijk de eerste op de lijst. De novelle uit 1951 staat bekend als een van zijn beste boeken en ofschoon ik dat nog niet kan beamen, is het op zichzelf een boekje met enorme vertelkracht. Eerst is daar het lange wachten op die vis die maar niet komen wil, en dan opeens heeft de visser beet en voert hij een dagenlange strijd op leven en dood. Dit verhaal is een toonbeeld van de kunst van het weglaten. Mooi!
06 juli 2014
Mediation
Al eerder kwamen enkele boeken voorbij die ik voor mijn studie mediation heb gelezen. Het hoofdwerk torste ik de afgelopen maanden mee, en las ik kortgeleden uit. Het Handboek mediation is een dikke pil waarin alle aspecten van mediation worden behandeld. Een grote groep auteurs onder hoofdredactie van de voormalige nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer laat niets onbesproken. Het is het standaardwerk over mediation, een vakgebied dat uit de VS is komen overwaaien en zich pas sinds een tiental jaren tot een geaccepteerd en zelfs nuttig alternatief voor rechtspraak en andere vormen van conflicthantering heeft ontwikkeld. Eind komende week doe ik de kennistoets - de eerste noodzakelijke stap om me als mediator te vestigen. Dit boek tors ik dus nog even met me mee, waar ik ook ga of sta. Het is zeker geen straf: het boek is goed geschreven, informatief en evenwichtig opgebouwd.
Loncin
Ik heb nog vier uitgelezen boeken te beschrijven, dus: vooruit! Ik kende de titel niet, de schrijver niet en toch las ik van dit nog geen jaar geleden verschenen boek de vijftiende druk! Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans is terecht een bestseller. Hertmans kreeg ooit de dagboeken van zijn grootvader in handen, liet ze jaren liggen en las ze pas kort geleden: dit boek is een uitwerking van die dagboeken. Het is een Vlaamse equivalent van (en ook minder belerend dan) De eeuw van mijn vader van Geert Mak, nu zich afspelend op Vlaams grondgebied, beginnend eind 19e eeuw in armoedige omstandigheden in Gent, via de veldslagen van de Eerste Wereldoorlog naar het schilderspalet waar grootvader zijn rust vond. Ook wordt Loncin genoemd, het fort bij Luik dat de Duitsers in 1914 enkele cruciale dagen ophield, en waar ik een paar jaar geleden eens was. Het fort ligt er nog bij als na die fatale inslag van de dikke bertha...
Het boek is een levensbeschrijving vol geluk, gruwelijkheden, puzzelstukken en noodlot, door Hertmans fraai ontrafeld. Je leest het boek ademloos uit. Ik las het een kleine maand geleden, kreeg het cadeau van een vriendin, en gaf het inmiddels al twee keer cadeau aan anderen. Tot slot: het staat groot op het voorplat, en ik snap het nog steeds niet: dit boek heet een Roman te zijn, maar dat is het allerminst. Tenzij zijn grootvader, de dagboeken etc. verzonnen zijn. En dat geloof ik niet.
10 juni 2014
Overal
Eind juli a.s. gaat een diepe wens in vervulling: een reis naar Cuba. Eerst drie dagen Havana, en dan met een huurauto de westelijke helft van het eiland door. Hoe meer ik er ter voorbereiding over lees, hoe geestdriftiger ik word. Het schijnt echt nog zo te zijn: oude Amerikaanse auto's uit de jaren vijftig, mojito's, muziek op straat, dikke sigaren en een wonderlijke natuur. Misschien allemaal toeristische mooipraterij. Ik ga het zien. Ik houd wel van wat 'couleur locale' wat lezen betreft. Max Havelaar las ik in Indonesië, Istanbul van Orhan Pamuk in Istanboel, dat soort onzin. En ja, wat met Cuba? Er is één groot schrijver waarvan ik nog nooit iets las: Ernest Hemingway. Deze avonturier en nobelprijswinnaar woonde twintig jaar op Cuba. Ik bezocht een jaar of tien geleden zijn huis in Key West (90 miles from Cuba, staat daar op een pilaar aan het strand), maar tot een van zijn boeken kwam ik nog niet. Nu nog steeds niet, maar wel In het spoor van Hemingway, waarin Michael Palin - lid van Monthy Python's Flying Circus - in 1999 voor de BBC een reis maakte langs, en een zeer lezenswaardig boekje schreef over de belangrijkste plekken waar Hemingway zijn leven sleet: Michigan, Italië, Parijs, Spanje, Key West, Afrika, Cuba en wederom Amerika. Hemingway zat aan het Italiaanse-Oostenrijkse front tijdens de Eerste Wereldoorlog, maakte Pamplona bekend als stierenrenners- en stierenvechtersstad, zat in Spanje tijdens de burgeroorlog aldaar, en maakte zelfs de landing van Normanië op D-Day mee. Niet alles hiervan wordt door Palin beschreven. Wel dat Hemingway in Afrika in een maand tijd twee keer een bijna dodelijk vliegtuigongeluk overkwam, en op Cuba op marlijnen viste. Het boekje biedt verrukkelijke couleur locale, je wilt meteen naar Schiphol en Hemingway achterna. Dat is de verdienste van Palin. Maar voordat ik naar Cuba afreis bestel ik eerst een stapeltje boeken van Hemingway zelf.
09 juni 2014
Studie
Bij Juridische aspecten van mediation is dat anders. Eva Schutte en Jacqueline Spierdijk zijn juristen en behandelen in de breedste zin van het woord de plaats van mediation in het juridische speelveld van conflictafhandeling. En ja, juristen houden ervan het soms wat moeilijker te omschrijven dan noodzakelijk. Dat maakte dit boekje niet het gemakkelijkst om te lezen. Maar een studieboek mag soms ook wel wat doorzettingsvermogen eisen.
14 mei 2014
Geroddel
In september 1995 las ik op aanraden van een collega De Quincunx van Charles Palliser. Dat ruim 800 bladzijden dikke boek hield mij twee weken gevangen; het is een bloedstollend en uiterst boeiend boek. Nu las ik zijn nieuwste roman In ballingschap dat aanvankelijk wel wat overeenkomsten met Pallisers debuut vertoont: het verhaal speelt halverwege de negentiende eeuw, de ik-figuur is een jongeling, zijn moeder leefde voorheen welgesteld maar vervalt tot armoede en er is iets met een erfenis. Uiteindelijk gaat dit boek de andere kant op, maar spannend is het zeker, ofschoon niet zosterk als De Quincunx. Het verhaal is in dagboekvorm gegoten en onthult langzaam maar zeker allerlei nare details over de levenswandel van die ik-figuur, zijn moeder en zuster, en zijn enkele maander eerder overleden vader. Die ik-figuur is zeker geen held, ook al wordt hij ten onrechte van een moord beschuldigd. De roman is vooral interessant door de dialogen, waarin op fijnzinnige wijze (tegen)aanvallen worden gedaan en hiërarchische posities worden ingenomen. Geen woord wordt zomaar in de mond genomen. Ik lees helaas niet goed genoeg Engels om deze fijnzinnigheden er in die taal uit te halen, maar ook in de Nederlandse vertaling krijg je er voldoende van mee.
07 mei 2014
Op zee
![]() |
03 mei 2014
Meer landleven
Vorig jaar las ik het eerste deel met verhalen van Ivan Boenin uit de Russische bibliotheek van Van Oorschot (zie hier de weblog), en nu zijn Verzamelde werken deel 2 met verhalen geschreven tussen 1913 en 1930. In die periode verliet Boenin zijn vaderland maar bleef zijn verhalen desondanks vooral op het Russische platteland situeren. Niet altijd: zo komen ook Frankrijk en het koloniale Sri Lanka voorbij. Ook vinden sommige verhalen aan boord van een schip plaats, ergens op de Zwarte Zee, of varend vanaf Port Said naar de Indische Oceaan. En dan snel weer een verhaal op een afgelegen landgoed waar de hitte, regen, kou, modder en sneeuw het tempo bepalen. Het zijn wederom verhalen waar de plot er niet zoveel toe doet, maar de sfeertekening temeer. Bij eerste lezing geen verhalen die eeuwige indrukken lijken achter te laten, maar die wel weemoedig stemmen en misschien later nog eens hun nostalgische nut kunnen bewijzen. Er is nog een derde deel met verhalen; dat komt zeker nog eens voorbij.
12 april 2014
Eiland
Ofschoon niet goedkoop, nam ik De atlas van afgelegen eilanden als een meenemertje mee uit de boekhandel; ik had er een goede recensie over in de krant gelezen. Het bleek een voltreffer: de Duitse Judith Schalansky maakte één van de mooiste boeken die ik ooit in handen had. In dit boek van nog geen 150 pagina's beschrijft ze Vijftig eilanden waar ik nooit ben geweest en ook nooit zal komen, zoals de ondertitel luidt. Ingedeeld per oceaan passeren allerlei bekende en onbekende, bewoonde en onbewoonde, idyllische en onherbergzame eilanden de revue. Op iedere 'spread' geeft ze op de linkerpagina de coördinaten, de afstanden tot de dichstbijzijnde andere eilanden of het vasteland, en daarna een verhaal dat niet per definitie een standaardverhaal over het eiland is. En op de rechterpagina een zelfgetekende kaart van het eiland, met bergen, ijsschotsen, lagunes, inhammen, dorpjes. Fascinerend! Bij sommige eilanden droom je weg in een romantisch verlangen, bij andere ben je blij dat je midden in de drukke stad woont. Schalansky veronderstelt soms achtergrondkennis bij de lezer; bij Paaseiland zou je verwachten dat ze uitgebreid vertelt over de ontbossing en de strijd tussen de stammen op het eiland, maar deze onderwerpen komen slechts in een halve bijzin aan de orde. Het tekent de kracht van dit boek: geen bladzijde is gelijk en er is nauwelijks sprake van enig stramien. Eigelijk hoort dit boek permanent op je nachtkastje: zo af en toe een eiland voor het slapen gaan: de ideale inleiding op de nachtrust. Niet goedkoop, dit boek, maar iedere euro waard. Een meesterwerk!
01 april 2014
Gas
In de sportschool waar ik een verbeten strijd voer tegen het buikje, hangen meerdere tv-schermen. En die zenden allemaal iets anders uit, sport, drugsteams-op-vliegvelden en dierenhulpprogramma's - dat werk. Ik kijk er zelden naar, maar soms houdt een rampenprogramma van Amerikaanse snit me gevangen terwijl ik me in het zweet werk. Veelal reconstructies van (bijna)vliegrampen of orkaangeweld. Een poos geleden bekeek ik er al trappend een uitzending over een ramp die ooit in Afrika gebeurde, waar uit een vulkanisch meer gas ontsnapte dat vervolgens een vallei instroomde. Alle bewoners daarvan (ruim 1500) en alle dieren werden erdoor overvallen en kwamen om. De uitzending ging vervolgens over het voorkómen van een herhaling.
Een paar maanden geleden verscheen opeens Stikvallei van Frank Westerman, van wie ik al meerdere interessante boeken over allerhande onderwerpen las (zie de de auteursindex hiernaast). Daarin staat deze ramp centraal die zich op 21 augustus 1986 in Kameroen voltrok. Het boek is onderverdeeld in drie delen. In het eerste deel 'Mythedoders' komen de ruzieënde wetenschappers aan het woord over de oorzaak van de ramp. Het tweede deel 'Mythebrengers' gaat over de missionarissen die het gebied kerstenden en er een christelijke invulling aan probeerden te geven, en in het slotdeel 'Mythemakers' staat de eigen bevolking centraal die weer een geheel eigen draai aan de ramp gaven. Hoe interessant ook: in het tweede en derde deel overheersen de vaagheid en de n=1-verhalen. De personen met wie Westerman sprak krijgen veel ruimte hun eigen persoonlijke mythes te verkondigen. En ik was in die delen regelmatig de draad kwijt. Dat lag ook aan de volgorde in het boek: in het eerste deel probeert Westerman de wetenschappelijk onderbouwing van de ramp te ontrafelen, en na die invalshoek vallen de 200 pagina's vol (natuur)godsdienstige mythevorming zwaar op de maag. Het idee achter het boek is goed, maar het evenwicht is zoek.
23 maart 2014
Mannen op pad
Zeven jaar geleden las ik Morgen zijn we in Pamplona van Jan van Mersbergen, waar ik toen niet zo positief over was (zie hier de leeslog). Van Mersbergen heeft sindsdien meerdere romans geschreven, maar pas nu zorgden goede recensies ervoor dat ik zijn nieuwste roman De laatste ontsnapping meenam uit de boekhandel. Er zijn duidelijk veel verwantschappen tussen de twee genoemde romans: het zijn (hetero)mannen (en jongens) die centraal staan, er wordt niet al te veel gezegd en er wordt gereisd met de nodige problemen in de bagage. De laatste ontsnapping speelt voor een groot deel in de nacht af, in cafe's waar het bier en de jenever rijkelijk stromen. Van Mersbergen schrijft in een hoekige, onopgesmukte stijl, en dat maakt dit boek weinig warm maar niet minder boeiend. Voldoende goed en interessant om op zoek te gaan naar andere romans van Van Mersbergen.
19 maart 2014
Nasleep
Twee jaar geleden las ik voor het eerst een boek van Joseph Roth (1894-1939), het prachtige Radetzkymars, waarin de aristocartische wereld van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog langzaam maar zeker ten onder gaat (zie hier de weblog). Nu las ik de kleine roman (of grote novelle) Hotel Savoy, waarin juist de nasleep van die Eerste Wereldoorlog de aanleiding van het verhaal vormt. De ik-persoon Gabriel Dan keert na enkele jaren oorlog en krijgsgevangenschap in Siberië terug in een oosteuropese stad en neemt zijn intrek in het zeven verdiepingen tellende Hotel Savoy. Hoe hoger het nummer van de etages, hoe troostelozer en armoediger de kamers en hun bewoners. In sobere stijl beschrijft Roth de mensen die het hotel bevolken en de stad waarin de ik-figuur op zoek gaat naar familie en naar geld. Het is vooral een joodse wereld die hij beschrijft; in 1933 werd het boek door de nazi's verboden en op de brandstapel gegooid. Ik vond dit een minder toegankelijk boek dan Radetzkymars, maar evenzeer een prachtig voorbeeld van fictie waarin de centraal-europese geschiedenis raak getypeerd wordt.
15 maart 2014
Storm
In 2000 las ik de debuutroman van Dave Eggers dat hem toen in één keer op de literaire wereldkaart zette: Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit. Dat viel me ondanks alle hosanna-verhalen eigenlijk een beetje tegen, ofschoon - naar ik me herinner - het begin de meest krachtige aanklacht tegen het roken van sigaretten is. Sindsdien las ik geen andere boeken van deze geëngageerde Amerikaanse schrijver. Onlangs kocht ik Zeitoun, een reconstructie van wat Kathy en haar man Zeitoun in 2005 in New Orleans overkwam voor, tijdens en vooral na het overtrekken van de orkaan Katrina. Ik las het 366 pagina's dikke boek (verschenen in 2009) binnen twee dagen uit. Eggers sprak met alle hoofdpersonen, las alles wat er over de orkaan en de gevolgen verschenen is, en maakte er een spannend, onthutsend en oermenselijk dagboek van waar de storm en de overstroming van de stad zelf eigenlijk het minst problematisch zijn. Eggers schrijft het verhaal uitermate beheerst, welhaast rapporterend, en laat de emotie aan de lezer. Dat bewijst weer eens dat de werkelijkheid, in tegenstelling tot fictie, geen peper en zout nodig heeft om te verbluffen. Maar daar heb je wel uitmuntende reporters voor nodig, zoals Eggers. Op internet las ik dat Kathy en Zeitoun sindsdien geen stabiel leven meer hadden, om het zwakjes uit te drukken. Eigenlijk mag er wel een Zeitoun-2 komen: hun relatie en de ontwikkelingen in Syrië bieden genoeg stof voor een vuistdik vervolg.
12 maart 2014
Boekenweek 2014
Het boekenweekgeschenk uit 2013 van Kees van Kooten moet ik nog lezen; dat van dit jaar las ik nog tijdens de boekenweek. Een mooie jonge vrouw van Tommy Wieringa is een boekenweekgeschenk zoals er al vele zijn geweest: vlot geschreven, een verhaal uit één stuk en toch niet goed genoeg om te beklijven. Ik heb dit verhaal al vele keren eerder gelezen: een moderne veertiger slaat een moderne jonge vrouw aan de haak en uiteindelijk loopt alles mis. Je leest het verhaal om de afloop, maar boeiende inzichten zijn er eigenlijk niet. Verder ontbreekt wederom die lichte sprankeling in de schrijfstijl die Wieringa eigenlijk alleen in Joe Speedboot tentoonspreidde - in zijn laatste boeken bleef die helaas afwezig. En dat een gevestigd schrijver van Nederlandse literatuur én een redacteur van het grote uitgevershuis De Bezige Bij het verschil niet kennen tussen 'bedenken' en 'zich bedenken' (zie op blz. 33 van dit boekje), geeft te denken...
Poep
Het komt weinig meer voor: schrijvers en uitgevers die lange tijd bij elkaar blijven en in die lange tijd bouwen aan een eenheid van uitgaven. Midas Dekkers bouwt al meer dan 20 jaar aan een serie onverwoestbare studies over menselijke-biologische onderwerpen: De vergankelijkheid, Lief dier, De larf en Lichamelijke oefening: deze titels vormen de kern van Dekkers' krachtige oeuvre. En ze werden steeds op dezelfde wijze uitgegeven, zodat ze in de boekenkast een fraaie eenheid vormen. De laatste aflevering uit de serie (Lichamelijke oefening) verscheen in 2006 (zie hier de weblog daarvan - de andere delen las ik voordat ik aan deze weblog begon). En pas nu een volgend deel: De kleine verlossing of de lust van ontlasten. Wederom een verrukkelijk boek over een alledaags onderwerp waar zelden of nooit over wordt geschreven. Dekkers rijgt in sommige stukken oneliner aan oneliner, en als lezer volg je gewillig en instemmend zijn argumentaties. Consistent-(populair)wetenschappelijk schrijven is niet zijn sterkste punt: Dekkers meandert door de onderwerpen zoals het hem uitkomt. Dat maakt het lezen van dit boek juist zo avontuurlijk: aan het begin van een hoofdstuk weet je nooit hoe die gaat verlopen en hoe die zal eindigen. De vele illustraties vormen een rijkdom op zich. Voor de rest een heerlijk boek over poep.
Abonneren op:
Posts (Atom)































