28 januari 2015

Eenzaamheid

In 2013 las ik twee delen van de Adrian Mole-serie van Sue Townsend; in 2014 geen een. Nu aan het begin van het jaar dan toch het zesde deel, grotendeels op 11 kilometer hoogte. The lost diaries of Adrian Mole 1999-2001 beschrijft niet het meest vrolijke deel uit Adrians leven. Opgescheept met twee zoons van 7 en 13, sex- en werkloos en zichzelf overschattend, rijgt Adrian dag aan dag. Zijn ouders, Pandora, de politiek en wat er verder in de wereld gebeurt houden Adrian flink bezig, en zijn eigenzinnige, wereldvreemde maar soms messcherpe commentaar op alles wat er om hem heen plaatsvindt, zijn een lust om te lezen. Sue Townsend overleed april 2014; met deze Adrian Mole-serie bleek ze vernieuwend en deel voor deel onweerstaanbaar grappig. Er zijn er nog meer!
En o ja, het is slechts een getal. Maar sinds ik in januari 1989 mijn gelezen boeken begon bij te houden (zie hier en vooral hier hoe en wat) is dit boek het 1000ste.

27 januari 2015

Plant en paus

Wederom een boekje dat lang op het bekende plankje stond (bijna vijf jaar) - ik las het binnen 24 uur uit. In De tuinen van Bomarzo gaat Hella Haasse op zoek naar de geschiedenis achter het geheimzinnige park Bomarzo nabij het Italiaanse dorpje Viterbo. Ze belandt in haar zoektocht in een 15e en 16e eeuwse familiegeschiedenis die veel weg heeft van een detective, vol roddel en achterklap. En dat zich afspelend in de hoogste kringen: pausen en kroonprins-pausen, hun maîtresses, vaders, broers enzovoort. Ofwel: de renaissance op zijn hoogtepunt met een tuin als statussymbool en als vluchtobject. Haasse schrijft in dit boekje uit 1968 op haar vloeiendst. De eruditie spat van de pagina's af, en daar waar ze slechts vermoedens heeft (heel dikwijls), steekt ze dat niet onder stoelen of banken. Het is verslavend proza, ook al snapte ik niet alles wat Haasse schreef. Ik begon eraan op nieuwjaarsochtend in het hotel in Kochi, en las het vlak voor het 'boarden' voor de vlucht naar Dubai om 4 uur 's nachts uit. Ofwel: een goed boek kan altijd.

19 januari 2015

Westers

Het laatste boek dat ik in 2014 las stond ook al meer dan zes jaar op mijn plankje met nog te lezen boeken. Waarom cultuur belangrijk is heeft een intrigerende titel maar blijkt een nogal taaie en eenzijdige verhandeling van de Britse filosoof Roger Scruton waarin hij met cultuur vooral de westerse hogere kunst bedoelt. Die cultuur is voor hem de ware cultuur in de strijd tegen de verloedering, de andere niet-westerse culturen, en vooral de islam. In sommige uitspraken is Scruton verhelderend (zeker na de aanslagen in Parijs): in de islam en de arabische wereld heeft men voor humor geen plaats (maar dat is zowat de kenmerkende overeenkomst tussen de islam en Geert Wilders). Verder bepleit Scruton precies dat soort cultuuronderwijs dat ik zelf op de middelbare school heb gehad, met name bij Nederlands en Muziek. Mijn leraar Muziek behandelde wekenlang de sonatevorm aan de hand van Mozarts 29ste symfonie en mijn leraar Nederlands bracht de sonnetten van Kloos met subtiele snikjes in zijn stem. Tja, je moet er vatbaar voor zijn (zoals ik op mijn 16e), maar algemeen geldend zou ik deze cultuurdidactiek niet willen verklaren. Dat doet Scruton wel, en dat maakt zijn verhandeling een wrange leeservaring: enerzijds snap je wat hij bedoelt, maar je kunt niet de vinger leggen op wat er niet aan klopt. Ongeveer hetzelfde gevoel wat de NRC-interviewer in het lezenswaardige gesprek met de auteur bekroop (zie hier).

14 januari 2015

Grote mond

Ik was en ben geen grote fan van Arnon Grunberg, en ik las zeker niet al zijn boeken. Wel een paar - zie de auteursindex voor enkele weblogs. De pocketuitgave van Fantoompijn stond al sinds 2005 ongelezen in de kast; een prima gewichtloze aanvulling in de rugzak. Ik heb erg moeten lachen om het gedrag, de welhaast onbezonnen levenswandel en met name de frisse uitspraken van hoofdpersoon Robert G. Mehlman; maar ik heb me ook zitten ergeren aan het feit dat het middel zowat het doel van de roman is geworden. Mehlman is een complexe maar gemakkelijk levende persoonlijkheid, die de ene oneliner na de andere rake reactie uit zijn mond tovert. Maar op een gegeven moment wordt dit eigenzinnige en betweterige gedrag van de hoofdpersoon een beetje hinderlijk; het is teveel van hetzelfde zonder dat dit functioneel is en dat er ontwikkeling in het verhaal zit. Het boek bevestigde een beetje mijn mening over Grunberg: best knap en origineel, maar uiteindelijk te onbevredigend uitgewerkt. Goede ingrediënten en verrassende smaakcombinaties, maar geen coherent diner.

11 januari 2015

Op reis

Weer een boekje dat stond te vergelen op mijn boekenplankje. In april 2010, tijdens de Week van de Klassieken kocht ik voor een habbekrats Charisma. Odysseus, van held tot schurk. Dit boekje van 60 bladzijden, geschreven door Imme Dros, moest blijkbaar ruim vier jaar wachten op een goede gelegenheid in Zuid-India om gelezen te worden. Die gelegenheid deed zich voor tijdens de busreis tussen een opstapplaats ten zuiden van Chennai (Madras - dorpje van 7 miljoen inwoners) en Trichy (Tiruchirappalli - dorpje van 1 miljoen inwoners). In die bus werd ik 's ochtend om een uur of acht door een wegbrengservice gedropt, en dan is het zes à zeven uur wachten, hobbelen en niet teveel op het verkeer letten voor je in Trichy uitstapt en op het busstation verweesd om je heen kijkt. Dit dunne lichte boekje paste netjes in mijn handbagage, en als enige niet-Indiër in de volle bus ga je dan maar een boek lezen... Het boekje verhaalt precies wat de titel aangeeft: Imme Dros vertelt dat Odysseus eerst als held in de griekse literatuur werd opgetekend, maar allengs daalde zijn imago tot een dieptepunt. Dit boekje beschrijft de literatuurgeschiedenis van een held die een schurk werd.  Een boeiend boekje!

10 januari 2015

Boekenweek 2013

Normaliter lees ik het boekenweekgeschenk tijdens of direct na de boekenweek, maar het geschenk uit 2013 liet ik om onduidelijke redenen ongelezen. Ik stopte De verrekijker van Kees van Kooten met een zootje andere 'overblijvers' in mijn rugzak en las het in India op een uitrustdag in een gerieflijk hotel in een halve middag uit. Ik vond er helemaal niks aan en kon eigenlijk met grote moeite mijn aandacht erbij houden. Aan de hand van een brief aan zijn vader uit 1940 over de vermeende diefstal van een verrekijker meandert Van Kooten met verzonnen, halve en hele waarheden door de familiegeschiedenis en geeft hij tegelijkertijd over allerlei onderwerpen zijn mening. Het is een beetje een opa vertelt-boekje, op een ongedwongen manier gesteld: je hoeft het allemaal niet van me aan te nemen hoor, maar ik wil het toch graag aan je kwijt... Beetje die toon. Tja, mij te week. Op internet zijn andere beschouwingen over dit boekenweekgeschenk te lezen, maar ik las het plichtmatig en met moeite uit.Bovenaan de pagina's de zogenaamde Literagenda 2013-2014, een handgeschreven kalender van literaire momenten. Alleen al dat woord: literagenda. Brrr.

08 januari 2015

Wraak

Ik was twee weken naar India, en las tijdens de reis in totaal zeven boeken. Vooral dunnetjes, en ook boeken die soms al jaren op mijn plankje met nog te lezen boeken stonden. Dat plankje is nu goed uitgedund. Dus veel te beschrijven hierna! Allereerst een thriller van Val McDermid. Van deze Engelse schrijfster las ik al meerdere ingeniueuze thrillers, maar de laatste dateert alweer van 2008 (zie hier de weblog). De wraakoefening stond echter al sinds 2009 op het genoemde plankje; het bleek een goede begeleider van twee urenlange vluchten, wachten op vliegvelden en de strijd tegen (een beperkte) jetlag. In dit verhaal zijn de thrillerschrijvers zèlf doelwit van een seriemoordenaar. Deze doodt zijn slachtoffers op een manier zoals ze die zelf hadden beschreven. De laatste op zijn lijst heeft echter een relatie met een psychologe die de recherche van de Londense politie terzijde staat... Enfin, voldoende munitie voor een ingenieus verhaal.

14 december 2014

One man

Begin dit jaar verscheen de dikke bundel Mooie woorden met de theaterteksten van Youp van 't Hek, althans van die van de laatste 20 jaar. Ik las gaandeweg dit jaar deze conferences met groot plezier; soms hoor je hem die teksten voordragen. Sommige theatershows heb ik zelf bijgewoond, andere (met name de oudejaarsconferences) zag ik op tv. Dus deels komen stukken bekend voor, maar daar is niks op tegen. Er is in mijn herinnering geen ander boek waar ik zoveel zo hard om heb moeten lachen. Van 't Hek neemt onze moderne maatschappij en onze uitgebluste levensstijl op de korrel, en ofschoon veelal variaties op eenzelfde thema blijven zijn teksten heerlijk direct en treffend. Je leest zo'n conference in een uur of wat uit, dus er is altijd wel een moment om er weer eentje ter hand te nemen. Een vermakelijk boek!

13 december 2014

Opnieuw

In 1996 en 2001 las ik twee van de drie delen met de verzamelde werken van Nikolaj Gogol uit de Russische bibliotheek van Van Oorschot. In die twee delen waren Gogols verhalen opgenomen, alsook (in deel 2) zijn toneelstukken. Van Oorschot brengt sommige delen uit de Russische bibliotheek in een nieuwe vertaling uit (de oorspronkele vertalingen dateren hoofdzakelijk uit de jaren vijftig en zestig) - twee jaar geleden volgde een nieuwe uitgave Verhalen en novellen met alle Gogol-verhalen in één deel. Ik kocht het boek toen al, maar las het pas nu. Gogol publiceerde drie bundels verhalen (Avonden op een hoeve nabij Didanka, Mirgorod en Petersburgse verhalen) en deze laatste bundel bevat de mooiste stukken. De neus, Het portret, De jas, De calèche en Rome: stuk voor stuk sublieme verhalen waarin Gogol zich uitleeft in absurdisme, humor, maatschappijkennis en romantiek. Mirgorod bevat het avontuurlijke Taras Boelba over deze kozakkenstrijder en zijn twee zoons, maar ook het koddige Hoe Ivan Ivanovitsj ruzie kreeg met Ivan Nikiforovitsj (hierin steelt een varken een aanklacht uit de rechtbank...). In de vroege verhalen uit Avonden op een hoeve van Didanka spelen heksen en duivels een hoofdrol; het zijn niet zijn sterkste verhalen, maar bevatten wel veel inkijkjes in het (meestal) Klein-Russische/Oekraïense plattelandsleven van zo'n 200 jaar geleden. Deze nieuwe vertaling vormde een goede aanleiding om al deze verhalen te herlezen - sommige behoren tot de mooiste die ik ooit las. Zijn roman Dode zielen is ook inmiddels opnieuw vertaald, dus die volgt binnenkort ook. Van de 19e eeuwse Russen is Gogol onbetwist de eigenzinnigste.

18 november 2014

Ting

Eerder dit jaar las ik het zeer indringende en geslaagde Zeitoun van Dave Eggers (zie hier de weblog) en zijn toen al verschenen De cirkel wilde ik zeker ook lezen; nu kwam het ervan. Het is een vlot lezende en boeiende (toekomst)roman over een ict-bedrijf in Californië dat ultieme democratie nastreeft maar zodoende een digitaal totalitair systeem in het leven roept. 'Geheimen zijn leugens', 'Delen is mee-leven' en 'Privacy is diefstal': dat worden de doelen waar het bedrijf en de hoofdpersoon naar streven. Dave Eggers slaagt erin de facebook- en weblog-gebruiker een kritische spiegel voor te houden, en tot ongeveer de helft van het boek was ik flink onder de indruk van het consequent volgehouden opeenstapelen van toepassingen die dat digitale totalitaire systeem benaderen. Maar het boek mislukt helaas door het ontbreken van een plot, terwijl het wel als een halve thriller wordt opgebouwd. Mercer, Kalden en later ook Annie hadden het de hofdpersoon Mae Holland veel lastiger kunnen maken dan ze nu doen. Dan was de boodschap van Eggers op zijn minst even sterk overgekomen, maar was er tegelijkertijd een echt spannend boek geweest dat je zou bijblijven om die dubbele gelaagdheid. Ik waardeer het boek om zijn actuele waarschuwing, maar de vergelijking met 1984 gaat niet op: dat was een veel beklemmender en rijker boek.

05 november 2014

Gedoe

Eerder dit jaar las ik een aardig en hilarisch boek van Tom Sharpe en toen gaf ik aan (zie hier) dat er zo af en toe meer boeken van hem hier zouden passeren. Sneu voor het milieu probeert even hilarisch te zijn als Wilt, maar dat mislukt flink. De aanleg van een snelweg, de huwelijksproblemen van een MP en zijn vrouw en de dadendrang van allerlei randfiguren leveren ongelooflijk veel gedoe op. Dat zou allemaal nog steeds een leuk verhaal kunnen opleveren, ware het niet dat alle actoren steeds hun doelen en werkwijze bijstellen. Op een gegeven moment is er nauwelijks nog een touw aan vast te knopen. De theatershows van John Lanting waren kalme soaps vergeleken bij wat er in dit verhaal allemaal bij elkaar wordt gehaald. Snel maar weer een boek met meer substantie.

01 november 2014

Desertie

Vele jaren geleden kocht ik A Farewell to Arms van Ernest Hemingway, in een poging meer Engels te lezen; en Hemingway gold als relatief makkelijk leesbaar in het Engels. Nou, ik probeerde het in de loop der jaren een keer of drie, maar het lukte me niet de draad van het verhaal te pakken te krijgen. Ik las zijn literaire doorbraak uit 1929 nu in het Nederlands, en nu snap ik goed dat deze Hemingway helemaal niet zo gemakkelijk te lezen is. De dialogen en beschrijvingen zijn schijnbaar eenvoudig, van iedere franje ontbloot, maar daardoor juist veelzeggend en gedetailleerd. Als er de dialogen kortaf zijn, komt het dus neer op een juist begrip ervan en dan telt ieder woord. Afscheid van de wapenen is een prachtige rauwe roman met een geheel eigen klankkleur. De liefdesverhouding tussen de ik-figuur en Catherine en de oorlogshandelingen wisselen stuivertje, en uiteindelijk ontvluchten de geliefden het Italiaanse front. Het verhaal loopt niet goed af, maar het is - net als bij Brouwers eigenlijk, maar dan weer heel anders - vooral de vorm die het boek zo bijzonder maakt.

31 oktober 2014

Monnik

Jeroen Brouwers is een onvermoeibaar schrijver. Ondanks zijn leeftijd (74) en zwakke gezondheid (te veel drank en sigaretten) blijft hij doorschrijven. Gelukkig maar, want hij behoort onmiskenbaar tot de beste Nederlandse schrijvers van de laatste decennia. Zijn vorige roman Bittere bloemen vond ik niet geheel geslaagd, zie hier de weblog erover. Maar zijn nieuwste roman Het hout is een prachtig boek. Het behandelt de seksuele misstanden in de katholieke kerk, en dan met name die in de jongensinternaten van sommige kloosterorden. In recensies van de roman werden de onwaarschijnlijke afloop en het weifelende karakter van de ik-figuur als de zwakheden van het boek benoemd, maar daar was het Brouwers volgens mij niet om te doen. Hij weet in oogstrelend fraai en eigenzinnig proza een wrange, klamme en onheilspellende sfeer te creëren die je zelden zo overtuigend in je ban houdt. Wanneer de ik-figuur ongemakkelijke mededelingen verteld krijgt, bouwt Brouwers grammaticaal uitgeklede maar uiterst trefzekere zinnen die de huichelachtigheid van de boodschap benadrukken. Brouwers zat als kind ook een poosje in een jeugdinternaat, en zijn boosheid daarover is duidelijk voelbaar. Brouwers heeft wat te vertellen in dit boek, en hangt dat op aan een eendimensionaal liefdesverhaal. Maar zijn boodschap is krachtig, in fenomenaal proza geschreven. Zulke fraaie zinnen zijn zeldzaam dezer dagen, maar gelukkig hebben we Jeroen Brouwers nog!

13 oktober 2014

Jongeling

Over het vijfde deel van de Mijn strijd-cyclus van Karl-Ove Knausgård deed ik relatief lang, bijna drie weken. Schrijver is ruim 600 pagina's dik, en daarin beschrijft hij - zo ongeveer - de periode tussen de delen Nacht (zie hier) en Liefde (zie hier) terwijl het op enkele pagina's ook overlapt met Vader (zie hier). In dit deel is Knausgård twintiger, zoekend en veelal dolend. Zowel als schrijver, als minnaar en als individu. Veel dronkemansgedrag en amoureus post-puberaal gedrag. En omdat je eigenlijk al weet hoe het na dit deel verder gaat, is dat post-puberale gedrag ook een beetje ergerlijk. Maar goed: Knausgård weet deze periode die we allemaal hebben meegemaakt haarscherp uit te benen. Eigenlijk kun je zijn gedrag niet kwalijk nemen, hoe irritant soms ook, want wie was niet uiterst onzeker in die levensfase? De titel is illustratief: eerst kijkt hij als schrijvend-ploeteraar op tegen iedereen die uitgegeven is en wordt, en als het hem uiteindelijk zelf overkomt, slaan de onzekerheid en de leegheid toe. En zo vergaat het hem ook in zijn eerste liefdes en zijn relatie met zijn broer en ouders. Een confronterend boek.

20 september 2014

Huizen

Ik had nog nooit van John Lanchester gehoord, maar een tip via facebook bracht me op zijn roman Kapitaal uit 2012. De titel vormde denk ik meteen al de grootste breinbreker voor de twee vertalers. De oorspronkelijke titel Capital kun je op twee manieren vertalen, en beide hadden goed gekund. Het is een boek zonder hoofdpersonen, of beter: een boek met een tiental hoofdpersonen die allemaal iets gemeenschappelijks hebben: Pepys Road in The Common in Zuid-Londen, ooit opgezet als arbeidersbuurt, en nu een straat waar de huizen tot ruim over het miljoen pond over de toonbank gaan. Een Poolse werkman, een bankfiguur uit de City en zijn koopzieke vrouw, hun Hongaarse nanny, de parkeerwachter, een Pakistaanse familie en hun krantenwinkeltje, een oude vrouw en haar dochter en succesvolle kunstenaarszoon, diens mislukte assistent...: ze hebben allemaal hun eigen hoofdstukken. 512 pagina's, 107 hoofdstukken. Het gaat over de huizen, het Londense leven en over geld. Geen puzzel waar alle stukjes aan het einde op hun plaats vallen, maar een boek dat een prachtige dwarsdoorsnede geeft van mensen uit zomaar een omhooggevallen straat aan de vooravond van de financiële crisis. Geen boek met een keiharde boodschap, maar wel een boek dat je aan het denken zet en dat je bezighoudt. Een goed boek dus!

03 september 2014

Trein

Ik heb in de afgelopen jaren twee periodes van ruim een half jaar gewerkt in het Belgische Mechelen. Ik reed er in principe per trein naartoe. Al bij de eerste treinrit intrigeerde mij de naam van een station tussen Antwerpen en Mechelen: Mortsel-Oude God. Dat station ligt in een tunnel, heeft zelfs een eigen wikipedia-pagina (hier), en ik strandde er ook eens met de trein, waarna ik door een collega op het plein boven het station werd opgehaald. Enfin, ik kreeg van een vriendin onlangs het romandebuut van Neske Beks cadeau, dat zich afspeelt in Mortsel Den Ouden God. De Kleenex-kronieken is een integere familie- en dorpskroniek vol kleurrijke familieleden, moeder-oversten en allerlei aanhang. Het meisje Priscilla is/lijkt gemodelleerd naar de schrijfster, het product van een Vlaamse vader en Afrikaanse moeder. Verder speelt het bombardement in alle hoofden van de Mortselaren een centrale rol. Op 5 april 1943 werd het dorp door Amerikaanse, Canadese en Engelse vliegtuigen gebombardeerd, omdat men dacht dat de Duitsers in een van de fabrieken bij het dorp Messerschmitts repareerden. De bommen van dit friendly fire vielen veelal verkeerd: ruim 900 doden, waaronder ruim 200 kinderen. Vier scholen vol kinderen kregen de volle laag. Zie hier de wikipedia-pagina over dat bombardement. Neske Beks weeft een fraai web van oude en nieuwe verhalen, en geeft zo een mooie inkijk in het dorpsleven anno 1970-1980. Het boekje stelt slechts op één punt teleur: helaas onthult Beks niet de herkomst van die naam Mortsel-Oude God. Dus wie het weet...? Ik zou het boek nooit opgespoord hebben, maar van oplettende vriendinnen moet je het hebben in het leven!

29 augustus 2014

Hemels

Voor een klassieke-muziekliefhebber is het een mysterie: eerst was er niks, en opeens was er een Vijfde symfonie van Beethoven, een Don Giovanni van Mozart, een Tristan und Isolde van Wagner... Geniale en baanbrekende muziek die door iemand is bedacht en op notenbalken geschreven, en waar je je als luisteraar vervolgens voortdurend over verbaast en door laat vervoeren. Kun je bij veel componisten, zoals de hiervoor genoemden, redelijk betrouwbare levensbeschrijvingen lezen, hun ontwikkelingsgang begrijpen en daardoor verklaren hoe die werken tot stand kwamen, bij Johann Sebastian Bach is het mysterie welhaast ultiem. Er is zo weinig bekend over zijn leven, er zijn zo weinig getuigenissen overgeleverd, en al helemaal niet over hoe zijn muziek ontvangen werd, dat je naar de achtergronden van dat hemelse openingskoor van de Matthaüs-Passion, de aangrijpende alt-aria Ich will auch mit gebrochnen Augen uit Cantate BWV 125 Mit Fried und Freud fahr ich dahin of die zes grandioze cellosuites moet gissen. Je kunt slechts uitgaan van de muziek zelf en proberen te begrijpen hoe en waarom Bach dit alles op het papier heeft gezet. Bach had een enorme productie - in zo'n vijftig jaar (hij werd 65) componeerde hij een ontgelooflijke hoeveelheid muziek. Het hoogtepunt lag in de jaren 1723-1725, toen hij als kersverse cantor van de Thomaskirche in Leipzig in twee jaar tijd twee cantatecycli componeerde, voor bijna iedere zondag een. Ongeveer 90 cantates in totaal. Die werden gecomponeerd, in afzonderlijke partijen uitgeschreven, ingestudeerd en tijdens de zondagse kerkdienst uitgevoerd. En de week erna opnieuw; twee jaar achter elkaar. Die cycli wilde hij afsluiten met een Passion voor Goede Vrijdag, wat hem wel lukte met de Johannes in 1724; de geplande nieuwe passie het jaar erna werd iets teveel. De Matthaüs stamt uit 1727. Maar: was er niet toch een andere passie (de Marcus-Passion) die verloren is gegaan? Enfin, niks over bekend.
John Eliot Gardiner schreef een boek waarin hij het raadsel van die enorme productie probeert te verklaren. Voor wie denkt met Bach. Muziek als een wenk van de hemel een inzichtelijke biografie in huis te halen komt echter bedrogen uit. Gardiner schetst in enkele inleidende hoofdstukken de (muzikale) tijdgeest, de afkomst en jeugd van Bach, en gaat daarna over op het behandelen van zijn kerkmuziek. Nagenoeg alle cantates, de twee passionen en de Mis in b worden deel voor deel geanalyseerd. Daarbij gaat Gardiner uit van zijn kennis en ervaring als Bach-dirigent, en dat is zeker leerzaam en interessant. Maar Gardiner suggereert, vermoedt en interpreteert dat het een aard heeft. Hij kan trouwens niet anders. Al die andere werken - de Brandenburgse concerten, het Wohltemperierte Klavier, de viool- en clavecimbelconcerten, de cellosuites, de sonates en partitas voor viool, de orgelwerken etc. etc - blijven onbesproken en veelal zelfs ongenoemd. Dat maakt dit boek onevenwichtig en onbevredigend. Met dit lijvige en soms weerbarstige boek - ik deed er in etappes ruim vier maanden over - heb ik stellig een beter beeld van Bach gekregen, en voor nadere verklaring van die hemelse cantates zal ik het nog vaak uit de kast halen. Maar een biografie van Bach is dit allerminst.

Omdat de link in het nuttige comment van Koen (dank!) hieronder het niet direct doet, hierbij een directe verwijzing naar het YouTube-filmpje waarin Maarten 't Hart dit Gardiner-boek becommentarieert. Erg leuk filmpje, ik kende het niet. Klik hier.

28 augustus 2014

Bejaard

Ik was gelukkig niet alleen op vakantie, en kon daardoor kiezen uit een extra stapel meegebrachte leesboeken om de laatste dagen niet leesloos door te hoeven brengen. De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween is inmiddels zo'n hit, dat er maar weinig lezers zijn die dit boek van Jonas Jonasson nog niet gelezen hebben. Inmiddels is er ook al een film; die had ik in het vliegtuig van Cuba naar huis kunnen bekijken, maar ik verkoos het boek uit te lezen. Het boek heeft twee verhaallijnen over de hoofdpersoon: het heden en zijn verleden. In beide verhaallijnen gedraagt hij zich als een schavuit, leeft van de hak op de tak en slaat zich met een flinke dosis geluk en drankzucht door het leven. Zijn specialiteit is het opblazen van gebouwen, wat hem uiteindelijk aan tafel doet belanden van Truman, Stalin, Mao en Kim Il-Sung. De opzet van het boek is aardig gevonden, maar halverwege wordt het teveel een trucje. Het boek leest gemakkelijk weg, maar moet het vooral hebben van het originele uitgangspunt en de droogkomische stijl.

21 augustus 2014

Ambetant

De boeken van Karel van het Reve en Simon Carmiggelt waren smakelijke voorgerechten op mijn hoofdgerecht als vakantieboek in Cuba: het 850 pagina's tellende Het goddelijke monster. De trilogie van Tom Lanoye. Ik las het in ruim een week uit, lachend, rillend en genietend. In de drie romans Het goddelijke monster (1997), Zwarte tranen (1999) en Boze tongen (2001) wordt de ondergang van de rijke en omvangijke familie Deschreyver beschreven. De beeldschone Kartien schiet op de eerste pagina haar man dood, per ongeluk. Dat blijkt de aanleiding voor de hilarische, (tragi)komische en onherroepelijke ondergang van de hele familie, die bestaat uit archetypische Vlamingen: vader Herman (voormalig christendemocratisch (?) lid van de regering, daarna bankdirecteur), onkel Leo (selfmade-man in de tapis-plein die zijn Mercedes dagelijks op de vluchtstrook van de autostrade parkeert omdat het gewest weigert een aparte afrit naar zijn fabriek aan te leggen), een drietal ongetrouwde tantes (die overal een mening over hebben), twee broers (die elkaar op een wel zeer aparte plaats tegenkomen), etcetera. Lanoye tovert de ene cliffhanger na de andere tevoorschijn, maar ze hebben allemaal een functie in de rode draad van de trilogie. De bende van Nijvel, Marc Dutroux, de verlammende vriendjespolitiek, de falende justitie: Lanoye betrekt alles wat hij erbij betrekken kan - zijn boosheid spat van de pagina's af. Objectief-literair beschouwd misschien teveel van het goede soms, maar dit boek is een suikertaart met zoveel mogelijk etages. Een boek om je als lezer in te wentelen; ik verheugde me dagelijks op die middagen onder een strandparasol of een avond in bed om lekker door te kunnen lezen. En verdomd: laat een van de personages nog uit Cuba komen ook!

20 augustus 2014

Sosjale Joenit

Vorig najaar en begin dit jaar las ik twee gelegenheidsuitgaven met wat Kronkels van Simon Carmiggelt (zie hier en hier voor de weblogs ervan). Het werd daarna tijd om eens een deel uit de verzamelde heruitgaven van alle losse deeltjes ter hand te nemen. Brood voor de volgeltjes & Slenteren dateren uit 1974 en 1975 en bieden een heerlijke collectie verhaaltjes over vanalles en nog wat. Carmiggelt weet van iedere situatie wel een verhaal te maken, of hij nu op straat loopt, de telefoon aanneemt of in een hotelkamer zit. Het verhaaltje Dat mag je niet zeggen is een mooi voorbeeld. Hij wordt boos over het gegeven dat een meisje van 14 na een ruzie bij haar ouders wegloopt en door de alternatieve Sosjale Joenit ergens wordt ondergebracht en dat de ouders niet mogen weten waar dat meisje zit. Ik zou naar het bureau van de alternatieve club die mijn dochter heeft verstopt toegaan en alle daar aanwezige functionarissen de hersens inslaan. Carmiggelt schrijft: ... dat kan ik nooit zeggen, anders roepen ze allemaal dat ik rechts ben en anti-progressief. Hij rekent dus op de discretie van de lezer om het niet verder te vertellen. Er is al ellende genoeg op deze wereld.

18 augustus 2014

Kom eruit, klootzak!

Ik was - denk ik - eerste of- tweedejaars student Nederlands in Leiden, studiejaren 1984-1985-1986 derhalve. In Sociëteit De Burcht aldaar vond op een - ik meen - donderdagavond een literaire avond plaats. Schrijvers die nauwe banden hadden met Leiden lazen voor uit eigen werk: Maarten Biesheuvel, Maarten 't Hart en Karel van het Reve waren de belangrijkste sprekers. Het kan zijn dat ook Boudewijn Büch optrad, maar dat weet ik niet meer zeker. In elk geval herinner ik mij dat Maarten Biesheuvel een poging deed een Schubert-lied te zingen, op de piano begeleid door Maarten 't Hart, en dat Karel van het Reve een vermakelijk verhaal voorlas over zijn afscheid als hoogleraar Slavische taal- en letterkunde; in dat verhaal vertelt hij hoe hij ooit eens met zijn auto het Rapenburg ingleed - de straat was glad die dag. Met dat hilarische verhaal opent zijn bundel Afscheid van Leiden dat eind 1984 verscheen. Ik nam me al sinds die literaire avond voor deze bundel te kopen; pas onlangs kocht ik het en ik las het grotendeels in het vliegtuig naar Havana. Zo'n verzameling gevarieerde stukken over met name Leiden en de Sovjet-Unie bleek een prima afleiding bij straalmotorenherrie, langsrijdende glimlachende eet- en drinkkarren en mensen die in colonne naar het toiletblok paraderen. Het is Karel van het Reve bij uitstek: 'denk ik', 'ik meen', 'dat weet ik niet meer zeker'. Maar toch ook een hoop eruditie, smakelijke verhalen over Russische schrijvers en zijn tewaterlating in het Rapenburg. Een klassiek verhaal wat mij betreft.

25 juli 2014

Gin tonic

Naast De oude man en de zee dat ik vorige maand las (zie hier de weblog) is Eilanden in de golfstroom het meest Cubaanse boek van Ernest Hemingway. De driedelige roman werd in de nalatenschap van Hemingway aangetroffen en zo'n tien jaar na zijn dood gepubliceerd. Het is geen onbetwist meesterwerk, maar bevat wel veel couleur locale. In het eerste deel bevindt de hoofdpersoon Thomas Hudson zich op het eiland Bimini, vlakbij Florida. Hij is schilder en leeft een kalm bestaan. Zijn drie zoons komen op bezoek en net als in De oude man en de zee wordt er flinke strijd geleverd met een Marlijn. In het tweede deel, tijdens de Tweede Wereldoorlog, zit Hudson op Cuba, net na de jacht op een Duitse onderzeeër. In het derde deel is hij op jacht naar de bemanning van een gestrande Duitse onderzeeboot. Het boek toont veel verwantschap met het beeld dat van Hemingway zelf is overgeleverd: avontuurlijk, eilanden, zee, vissen, oorlog, vrouwen, bars en veel gin tonic. Ruim de helft van de roman bestaat uit dialogen, van rauw tot intiem. Een apart boek. En nu zelf naar Cuba! (Naschrift een maand later: En hieronder dan de kroeg waar Hemingway in Havana een deel van de dialogen uit dit boek liet plaatsvinden. Het zag er indertijd vast anders uit, maar goed: beter zo dan een kantoortoren op deze plaats. Klik op de foto voor een uitvergroting.)

13 juli 2014

Broers

Van Michael Cunningham las ik alle romans, en iedere nieuwe koop ik direct na verschijnen. Helaas vind ik zijn onlangs verschenen roman niet bepaald zijn sterkste. De sneeuwkoningin gaat over twee broers die in één huis wonen; de ene broer is homoseksueel, de ander heeft een relatie met een vrouw die aan kanker lijdt. De driehoeksverhouding wordt verder gecompliceerd door vrienden en vriendinnen waar je eigenlijk weinig over te weten komt. Dat geldt ook voor de hoofdpersonen; ze draaien om elkaar heen als muggen in een zwerm zonder elkaar echt te raken. Cunningham is sterk in het afpellen van emoties, maar hier blijft alles toch teveel aan de oppervlakte. De indeling in tijd - er liggen soms meerdere jaren tussen de delen - is ongelukkig: eerdere, kleine emoties worden lange tijd later weer als essentieel opgerakeld. Dat maakt het geheel te bedacht en de verhaallijn ongeloofwaardig. Het volgende boek van Cunningham ga ik zeker ook lezen, want hij blijft een schrijver van formaat.

Marlijnen en haaien

Ik schreef onlangs al dat ik me in Ernest Hemingway zou gaan verdiepen; de aanstaande vakantie naar Cuba is daar de aanleiding van. De oude man en de zee is dan natuurlijk de eerste op de lijst. De novelle uit 1951 staat bekend als een van zijn beste boeken en ofschoon ik dat nog niet kan beamen, is het op zichzelf een boekje met enorme vertelkracht. Eerst is daar het lange wachten op die vis die maar niet komen wil, en dan opeens heeft de visser beet en voert hij een dagenlange strijd op leven en dood. Dit verhaal is een toonbeeld van de kunst van het weglaten. Mooi!

06 juli 2014

Mediation

Al eerder kwamen enkele boeken voorbij die ik voor mijn studie mediation heb gelezen. Het hoofdwerk torste ik de afgelopen maanden mee, en las ik kortgeleden uit. Het Handboek mediation is een dikke pil waarin alle aspecten van mediation worden behandeld. Een grote groep auteurs onder hoofdredactie van de voormalige nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer laat niets onbesproken. Het is het standaardwerk over mediation, een vakgebied dat uit de VS is komen overwaaien en zich pas sinds een tiental jaren tot een geaccepteerd en zelfs nuttig alternatief voor rechtspraak en andere vormen van conflicthantering heeft ontwikkeld. Eind komende week doe ik de kennistoets - de eerste noodzakelijke stap om me als mediator te vestigen. Dit boek tors ik dus nog even met me mee, waar ik ook ga of sta. Het is zeker geen straf: het boek is goed geschreven, informatief en evenwichtig opgebouwd.

Loncin

Ik heb nog vier uitgelezen boeken te beschrijven, dus: vooruit! Ik kende de titel niet, de schrijver niet en toch las ik van dit nog geen jaar geleden verschenen boek de vijftiende druk! Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans is terecht een bestseller. Hertmans kreeg ooit de dagboeken van zijn grootvader in handen, liet ze jaren liggen en las ze pas kort geleden: dit boek is een uitwerking van die dagboeken. Het is een Vlaamse equivalent van (en ook minder belerend dan) De eeuw van mijn vader van Geert Mak, nu zich afspelend op Vlaams grondgebied, beginnend eind 19e eeuw in armoedige omstandigheden in Gent, via de veldslagen van de Eerste Wereldoorlog naar het schilderspalet waar grootvader zijn rust vond. Ook wordt Loncin genoemd, het fort bij Luik dat de Duitsers in 1914 enkele cruciale dagen ophield, en waar ik een paar jaar geleden eens was. Het fort ligt er nog bij als na die fatale inslag van de dikke bertha...
Het boek is een levensbeschrijving vol geluk, gruwelijkheden, puzzelstukken en noodlot, door Hertmans fraai ontrafeld. Je leest het boek ademloos uit. Ik las het een kleine maand geleden, kreeg het cadeau van een vriendin, en gaf het inmiddels al twee keer cadeau aan anderen. Tot slot: het staat groot op het voorplat, en ik snap het nog steeds niet: dit boek heet een Roman te zijn, maar dat is het allerminst. Tenzij zijn grootvader, de dagboeken etc. verzonnen zijn. En dat geloof ik niet.

10 juni 2014

Overal

Eind juli a.s. gaat een diepe wens in vervulling: een reis naar Cuba. Eerst drie dagen Havana, en dan met een huurauto de westelijke helft van het eiland door. Hoe meer ik er ter voorbereiding over lees, hoe geestdriftiger ik word. Het schijnt echt nog zo te zijn: oude Amerikaanse auto's uit de jaren vijftig, mojito's, muziek op straat, dikke sigaren en een wonderlijke natuur. Misschien allemaal toeristische mooipraterij. Ik ga het zien. Ik houd wel van wat 'couleur locale' wat lezen betreft. Max Havelaar las ik in Indonesië, Istanbul van Orhan Pamuk in Istanboel, dat soort onzin. En ja, wat met Cuba? Er is één groot schrijver waarvan ik nog nooit iets las: Ernest Hemingway. Deze avonturier en nobelprijswinnaar woonde twintig jaar op Cuba. Ik bezocht een jaar of tien geleden zijn huis in Key West (90 miles from Cuba, staat daar op een pilaar aan het strand), maar tot een van zijn boeken kwam ik nog niet. Nu nog steeds niet, maar wel In het spoor van Hemingway, waarin Michael Palin - lid van Monthy Python's Flying Circus - in 1999 voor de BBC een reis maakte langs, en een zeer lezenswaardig boekje schreef over de belangrijkste plekken waar Hemingway zijn leven sleet: Michigan, Italië, Parijs, Spanje, Key West, Afrika, Cuba en wederom Amerika. Hemingway zat aan het Italiaanse-Oostenrijkse front tijdens de Eerste Wereldoorlog, maakte Pamplona bekend als stierenrenners- en stierenvechtersstad, zat in Spanje tijdens de burgeroorlog aldaar, en maakte zelfs de landing van Normanië op D-Day mee. Niet alles hiervan wordt door Palin beschreven. Wel dat Hemingway in Afrika in een maand tijd twee keer een bijna dodelijk vliegtuigongeluk overkwam, en op Cuba op marlijnen viste. Het boekje biedt verrukkelijke couleur locale, je wilt meteen naar Schiphol en Hemingway achterna. Dat is de verdienste van Palin. Maar voordat ik naar Cuba afreis bestel ik eerst een stapeltje boeken van Hemingway zelf.

09 juni 2014

Studie

Ik berichtte al eerder dat ik dezer maanden een intensieve cursus mediation volg, en daarvoor nemen de verplichte studieboeken me flink in beslag. Ze lezen minder snel dan een roman, maar ik moet erkennen dat ik ze met aandacht en interesse lees. Het dikke Handboek mediation heb ik nog niet uit, maar dat gaat komende weken zeker gebeuren. Wel las ik de afgelopen twee weken twee andere verplichte boeken uit. Mediation in praktijk. Beroepsvaardigheden en interventietechnieken is een lezenswaardig, verhalend boek waarin mediationgoeroe Hugo Prein de belangrijkste mediation- en gesprekstechnieken uit de doeken doet. Prein is soms iets te uitleggerig, terwijl veel theorie ook voor zichzelf spreekt. Maar goed, hij maakt er in ieder geval geen droge kost van, en dat leest een stuk plezieriger.
Bij Juridische aspecten van mediation is dat anders. Eva Schutte en Jacqueline Spierdijk zijn juristen en behandelen in de breedste zin van het woord de plaats van mediation in het juridische speelveld van conflictafhandeling. En ja, juristen houden ervan het soms wat moeilijker te omschrijven dan noodzakelijk. Dat maakte dit boekje niet het gemakkelijkst om te lezen. Maar een studieboek mag soms ook wel wat doorzettingsvermogen eisen.

14 mei 2014

Geroddel

In september 1995 las ik op aanraden van een collega De Quincunx van Charles Palliser. Dat ruim 800 bladzijden dikke boek hield mij twee weken gevangen; het is een bloedstollend en uiterst boeiend boek. Nu las ik zijn nieuwste roman In ballingschap dat aanvankelijk wel wat overeenkomsten met Pallisers debuut vertoont: het verhaal speelt halverwege de negentiende eeuw, de ik-figuur is een jongeling, zijn moeder leefde voorheen welgesteld maar vervalt tot armoede en er is iets met een erfenis. Uiteindelijk gaat dit boek de andere kant op, maar spannend is het zeker, ofschoon niet zosterk als De Quincunx. Het verhaal is in dagboekvorm gegoten en onthult langzaam maar zeker allerlei nare details over de levenswandel van die ik-figuur, zijn moeder en zuster, en zijn enkele maander eerder overleden vader. Die ik-figuur is zeker geen held, ook al wordt hij ten onrechte van een moord beschuldigd. De roman is vooral interessant door de dialogen, waarin op fijnzinnige wijze (tegen)aanvallen worden gedaan en hiërarchische posities worden ingenomen. Geen woord wordt zomaar in de mond genomen. Ik lees helaas niet goed genoeg Engels om deze fijnzinnigheden er in die taal uit te halen, maar ook in de Nederlandse vertaling krijg je er voldoende van mee.

07 mei 2014

Op zee


Ik ben met allerlei dikke doorwrochte boeken bezig die niet echt opschieten. Vandaar de weinige bijdragen de laatste tijd. Daarom even een dun boekje van 60 bladzijden: het Arctisch dagboek van Jelle Brandt Corstius, dat eerder dit jaar als boekenweekessay was verschenen maar dat ik toen heb gemist. Het is een aardig dagboekje dat Brandt Corstius schrijft terwijl hij meereist met een cruise op de Witte Zee, en een drietal lezingen moet geven. De mensen drijven hem zijn hut in, waar hij zo spaarzaam mogelijk uitkomt. Bij gebrek aan een leesboek begint hij aan dit dagboekje. Wel raar hoor: je gaat op een cruise, waar je nauwelijks van de boot af kunt, en dan neem je geen boek mee...? Maar goed, we hebben er dit onderhoudende boekje vol bespiegelingen en zelfreflectie aan overgehouden. Helemaal consequent is de schrijver niet. Eerst schrijft hij dat hij als jongen en verstokte tv-kijker verliefd werd op Julie, een personage uit de serie Love Boat: '... mijn liefdesleven begon ook voor de televisie...' En even verderop verwondert hij zich erover dat passagiers hem als een bekende aanspreken: 'Kennelijk kan je bevriend met iemand raken via de televisie.' Desondanks een aardig boekje dat je bij twee koppen koffie uitleest.

03 mei 2014

Meer landleven

Vorig jaar las ik het eerste deel met verhalen van Ivan Boenin uit de Russische bibliotheek van Van Oorschot (zie hier de weblog), en nu zijn Verzamelde werken deel 2 met verhalen geschreven tussen 1913 en 1930. In die periode verliet Boenin zijn vaderland maar bleef zijn verhalen desondanks vooral op het Russische platteland situeren. Niet altijd: zo komen ook Frankrijk en het koloniale Sri Lanka voorbij. Ook vinden sommige verhalen aan boord van een schip plaats, ergens op de Zwarte Zee, of varend vanaf Port Said naar de Indische Oceaan. En dan snel weer een verhaal op een afgelegen landgoed waar de hitte, regen, kou, modder en sneeuw het tempo bepalen. Het zijn wederom verhalen waar de plot er niet zoveel toe doet, maar de sfeertekening temeer. Bij eerste lezing geen verhalen die eeuwige  indrukken lijken achter te laten, maar die wel weemoedig stemmen en misschien later nog eens hun nostalgische nut kunnen bewijzen. Er is nog een derde deel met verhalen; dat komt zeker nog eens voorbij.