09 mei 2006

Jan Biorix

Ik las voor het eerst over Jan Biorix van Jan Walravens in het vijfde feuilletonsdeel Terug Thuis van Jeroen Brouwers, waarin een dienstbaar stuk staat over deze verzameling dagboekaantekeningen en columns van de Vlaamse journalist Jan Walravens, die in 1965 op 44-jarige leeftijd overleed. In Jan Biorix (een afgeleide naam van de Belgische strijder uit de romeinse tijd Ambiorix) verzamelde Walravens vooral colums over moderne kunstenaars, waarvan het merendeel nu vergeten is en de rest (wereld)beroemd, maar in zijn tijd nog onbekend. Walravens had een fijne neus voor kunst en voor waarheid in de kunst, net zo goed als voor wat hemzelf het meest bewoog in kunst. Het is vooral een charmant boekje dat je laat kennismaken met een aardig en innemend iemand die anders volledig onbekend zou blijven. Maar eerlijk gezegd bleven ook een aantal notities uiterst duister voor mij, omdat de genoemde kunstenaars me niks zeiden. Via Google kwam ik op een pagina van Jos Joosten die een flinke lap tekst aan Jan Biorix heeft gewijd. Op zijn site staat ook dat volgend jaar zijn biografie van Walravens verschijnt. Die wordt dus - terecht - niet aan de vergetelheid prijs gegeven.

07 mei 2006

Julien Weverbergh

'...geschreven op heldhaftig aandringen van Jeroen Brouwers.' - deze aanduiding voorin de uitgave gaf de doorslag toen ik zijn boek weverbergh '30-'70 (dat pas in 2005 verscheen) onlangs bij de Slegte zag liggen. Het schijnt dat Julien Weverbergh met dezelfde woorden Jeroen Brouwers had opgedragen Groetjes uit Brussel te schrijven, dat opgenomen is in Mijn Vlaamse jaren (zie hieronder). Weverbergh was vanaf 1970 tot 1986 directeur van uitgeverij Manteau, waar Brouwers sedert halverwege jaren zestig tot halverwege jaren zeventig redacteur (letterknecht) was, en volgens hemzelf vijfmaal door Weverbergh ontslagen werd... In Mijn Vlaamse jaren komt Weverbergh er weinig positief vanaf, maar volgens Weverbergh is hun vriendschap ondanks alle aantijgingen ijzersterk.
Enfin, dit privé-domeindeel geeft een fraai inzicht in het literaire wereldje van Vlaanderen in de jaren zestig en daaromheen. Bovendien draagt het zijn steentje bij aan de kennis over uitgeverij Manteau waar ik tot op heden alleen van de hand van Jeroen Brouwers over gelezen had. De eerste helft van het boek behandelt vooral Weverberghs opmars als redacteur van een eigen tijdschrift, wat hem de poorten opende voor het 'literaire middenveld'. In de andere helft gaat het vooral daarover en de wijze van samenwerken met een moedermaatschappij. Weverbergh is geenszins objectief (Ik voer subjectiviteit nu eenmaal hoog in het vaandel), en loopt misschien wat makkelijk om de beschuldigingen aan zijn adres door Brouwers heen. Wellicht krijgen we dat nog tegoed: dit deel loopt tot begin jaren zeventig en Weverbergh maakt duidelijk dat er nog een vervolg zit aan te komen. Ik ga dat meteen kopen als het verschijnt.

28 april 2006

Het boekenschrift (3): de opbouw

Zoals beloofd in mijn log van 5 december 2005 nu inzicht ín mijn boekenschrift. Zoals ik toen al schreef heb ik het ingedeeld in 4 kolommen:

* nummering (doorlopend & per jaar)
* data van begin en eindigen met lezen van het boek
* schrijver, titel & impressie/mening, aantal pagina's van het boek
* sterrenwaardering

In beeld (klik op de afbeelding voor een leesbare vergroting - en na een paar seconden verschijnt in de vergroting een soort kruis onderin en als je daarop klikt wordt het nog beter leesbaar):

Ik heb hier een recente pagina uit mijn boekenschrift gescand; de titels zul je herkennen uit de eerste weken van deze leeslog. Een kleine tien jaar geleden was ik wellicht iets minder uitvoerig in mijn beschrijving, en schreef ik wat netter:


In beide scans heb ik een jaareinde opgenomen. Want dan dient de balans opgemaakt te worden. Ik probeer ervoor te zorgen dat ik uiterlijk 31 december een boek heb uitgelezen; pas op 1 januari mag ik weer met een nieuw boek beginnen om de statistieken niet teveel te vervuilen. Eind 1996 lukte dat helaas niet, zoals je kunt zien. Het boek wordt dan in het nieuwe jaar meegeteld, ook al las ik het merendeel in het voorbije jaar. Tja... Verdere toelichting is overbodig, lijkt me. Wat over het boekenschrift nog zal volgen is een fraaie statistiek: aantal pagina's en boeken per jaar vanaf de start van het schrift.

Brouwers in België

Het werd weer eens tijd om een boek van Jeroen Brouwers te lezen. Ik kocht onlangs bij het fijne Utrechtse antiquariaat Hinderickx en Winderickx zijn Mijn Vlaamse jaren, verschenen in de serie privé-domein. Het boek verscheen al in 1978, kort nadat Brouwers uit zijn huis Krekelbos in het dorpje Rijmenam, een acne van Mechelen, vertrok en zich in huize Louwhoek in Exel in de Achterhoek vestigde. De sfeer in en rond dat huis in het bos beschrijft hij prachtig in 'Overal stilte. Krekelbosse klaagzangen', maar wordt naar mijn mening nog treffender verwoord in De Zondvloed. Het moet nu toch maar worden vastgesteld: nu ons onlangs de volksschrijver is ontvallen, is Jeroen Brouwers de grootste levende Nederlandse schrijver. Ook 'Overal stilte' is subliem. Van nog hogere kwaliteit zijn de stukken die Brouwers aan Julien Weverbergh en de Vlaamse taal wijdt. Vlijmscherp en exemplarische essayistiek. Nog voordat ik dit boek kocht had ik bij de Slegte het privédomein-deel van Julien Weverbergh dat in 2005 verscheen op de kop kunnen tikken. Dat ben ik nu aan het lezen, mede omdat ik benieuwd ben wat hij over Jeroen Brouwers schrijft. Tenslotte: hoe prachtig die privédomein-delen ook zijn, ik doe er altijd langer over dan bij romans; vandaar mijn weinige updates van deze weblog de laatste tijd. Bij een gemiddelde roman zijn 80 pagina's per dag niet ongewoon; nu lees ik er hooguit 30, en dan duurt het even voordat ik zo'n boek uit heb. Maar wees gerust: ik lees en geniet, en zal er verslag van doen!

14 april 2006

Calimeromarketing

Vorige week las ik een zgn. managementboek: Calimeromarketing van Karen Romme, over hoe kleine zelfstandigen/éénmansbedrijven aan effectieve marketing kunnen doen. Ik kreeg het cadeau van een collega-zelfstandige uit mijn netwerk. Deze collega vierde haar vijfjarig bestaan en stuurde dit boek als relatiecadeau. Hoewel ik over het algemeen een enorme hekel heb aan marketingboeken stond dit boek toevallig wel op mijn lijstje te lezen boeken. Helaas bevestigde het wel enigszins mijn (voor)oordeel over en hekel aan managementboeken: slecht geschreven, vol open deuren en soms erg ongenuanceerd. Ik heb met een potlood alle fouten en inhoudelijke missers aangetekend, en zal de auteur een mailtje schrijven. Aan de andere kant: het boek bevat ook enkele goede tips waar ik mijn voordeel mee kan en zal doen. Goed gekozen titel en mooi omslag, dat moet gezegd. Maar nu weer aan de echte literatuur.

13 april 2006

Tommy Wieringa op reis

Twee weken geleden las ik het pas verschenen Ik was nooit in Isfahan van Tommy Wieringa, de schrijver die vorig jaar verraste met Joe Speedboot. Ofschoon dit nieuwste boek geen zwaargewicht zal zijn, bevestigt het wel de belofte die Wieringa vorig jaar deed. Hier is wederom een schrijver aan het woord die scherp observeert en daar soepel en met schwung over vertelt. De titel van dit boek met reisverhalen is een fraaie sneer naar Nooteboom, wiens reisverhalen ik altijd vervelend heb gevonden. Wieringa lijkt steeds onbezorgd op reis, en bezoekt nagenoeg alle werelddelen. Treffend voorbeeld van zijn stijl is het laatste stukje van het boek, waarin hij incheckt op Schiphol. Zijn koffer blijkt dan te zwaar, terwijl hij voorheen met een halve rugzak vooruit kon. "De overgang van de jeugd naar volwassenheid en uiteindelijk de dood is de overgang van een rugzak naar een koffer op wieltjes. Van een draagbaar, nomadisch bestaan naar het overgewicht van de buitenwijk. De traagheid van verdediging, niet de snelle vlucht." Goed hoor, en hopelijk blijft Wieringa schrijven. Nu twee jaar ploegen op een dikke roman, en gerede kans dat hij een grote wordt!

30 maart 2006

Maarten 't Hart en muziek

Ik ben een groot liefhebber van de boeken van Maarten 't Hart. Zijn laatste roman Lotte Weeda bijvoorbeeld behoort tot de heerlijkste romans die de afgelopen jaren verschenen zijn, en zijn boekje De groene overmacht over tuinieren op de zware zeeklei is eveneens een feest om te lezen. En in het kader van het thema van de boekenweek en de 250ste geboortedag van Mozart nu Mozart en de anderen, een verzameling stukken over muziek. Ruim 100 pagina's gaan over zijn liefde voor de muziek van Mozart; verder een bonte verzameling stukken over vooral componisten. 't Hart verenigt eruditie met een frisse schrijfstijl en soms heerlijk ongenuanceerde uitspraken. 'Geen enkel fatsoenlijk mens kan lid zijn van de rooms-katholieke kerk. (...) Ook Mozart - het is altijd weer even slikken als je eraan denkt - was lid van deze uitgelezen verzameling van beulen en bandieten.' Voor wie weinig tot niets weet van klassieke muziek lijkt het me een vervelend boek, maar ik mag mezelf verheugen in voldoende kennis om 't Hart goed te kunnen volgen, ook al raak ik als ik mezelf met hem vergelijk zowat ontmoedigd bij wat ik allemaal nog niet weet (met een kast met vele honderden/ enkele duizenden? cd's). En ja, ik ben ook ijdel: ik schrijf voor een tijdschrift voor klassieke muziek (Luister), waar 't Hart eveneens voor schrijft. En in één van zijn stukken in dit boek citeert hij uit een artikel dat ik eens voor Luister heb geschreven en noemt hij mijn naam! Ik was er even door ontdaan. Maar los van dat: een prachtig boek wederom, met soms geweldige stukken. Alleen al zijn betoog tegen popmuziek is ereen om in te lijsten! Helemaal aan het einde van dit boek kondigt hij aan met een nieuwe roman bezig te zijn, dus er is meer op komst.

26 maart 2006

Boekenweek 2006

De laatste jaren koop ik trouw een boek tijdens de boekenweek, en lees dan het boekenweekgeschenk. Dat zijn nooit literaire toppers, maar de boekenweekgeschenken van Wolkers, Rosenboom, Giphart en Enquist (om de laatste vier te noemen) waren zeer leesbaar. Zo niet De grote wereld van Arthur Japin. Het is een bloedeloos, mislukt verhaal waarin twee lilliputters centraal staan die in het Derde rijk als bezienwaardigheid de kost verdienden. De dreiging van de nazi's is op de achtergrond aanwezig, maar is zo zijdelings dat het geen enkele rol speelt. Eerlijk gezegd heb ik het gevoel niks van het boekje begrepen te hebben. Volgens mij gaat het vooral over het accepteren van één van de twee (Lemmy) van zichzelf. Dat gebeurt op verschillende momenten in de tijd, en op verschillende plaatsen, die verder nergens toe doen. Ergens halverwege het verhaal is Lemmy opeens schilder van reclame-afbeeldingen op gebouwen. Pas wanneer hij vanaf de straat ziet waaraan hij heeft geschilderd, ziet hij dat het een enorme vrouw betreft. 'Je kunt dus niet alleen te klein zijn om gezien te worden, maar ook te groot.' Wat een doorzichtige truc van de schrijver om deze verder onbelangrijke situatie te scheppen, juist alleen om die ene diepzinnige gevolgtrekking te kunnen maken. En zo zwijmelt het hele boekje door; pas aan het eind legt Japin in enkele woorden uit wat de achtergrond van zijn verhaal is. Een verhaal waaruit dat vanzelf zou blijken, was stellig beter geslaagd geweest.

Het boekenweekessay van Paul Witteman Erfstukken leest plezieriger. Hij beschrijft de muzikale achtergrond van zijn familie (zijn moeder is telg van de familie Andriessen), en analyseert zijn liefde voor klassieke muziek. Ook gaat hij in op het al dan niet bestaan van muzikale aanleg. Een aardig boekje om te lezen.

23 maart 2006

Schaduw van de wind

Ja, ook ik doe soms mee aan hypes. De schaduw van de wind van Zafón boek werd me aanbevolen door een collega, en een aanstaand snoepreisje naar Barcelona deed me besluiten dit boek te kopen en te lezen. Is het dat 'duizelingwekkend verhaal tegen de schitterende achtergrond van een mysterieus Barcelona' zoals op het omslag (voorplat!) staat: nee. Wat een draak van een aanprijzing overigens - misschien moet ik eens een aparte weblog met zulke gruwelijke citaten plaatsen; wie daarvan raadt welk boek het betreft krijgt een boekenbon... Maar goed: deze bestseller is best de moeite waard. Het leest goed, zit knap in elkaar en wordt zelfs spannend. Toch is het geen literair hoogtepunt. Zafón is uitermate breedsprakig; veel gegevens zijn overbodig. Bovendien wil hij soms té gedetailleerd vertellen wat er gebeurt, waardoor hij het effect van bepaalde gebeurtenissen teniet doet. Met de helft minder tekst had hij hetzelfde verhaal kunnen vertellen, met treffender resultaat. Dus misschien toch ook een mislukt boek? Ach, ik heb er een aantal fijne leesuurtjes mee doorgemaakt. Maar soms ook uit plichtsbesef. Tja, een wisselend gevoel over dit boek. En die aanprijzing: het verhaal had evengoed in Madrid of Sevilla kunnen spelen.

12 maart 2006

Brideshead

Al een jaar geleden gekocht, en pas deze week gelezen: Terugkeer naar Brideshead van Evelyn Waugh. Het boek is vooral bekend door de televisieserie die ik zelf echter nooit heb gezien; er schijnen mensen te zijn die het kijken naar de serie tot cultus hebben verheven. Nu ik het boek heb gelezen zal ik toch maar de dvd's kopen. Dat wil nog niet zeggen dat ik ook aan het kijken toekom. Vorig jaar las ik Ik Claudius, waarna ik de box met dvd's aanschafte... Ze staan vooralsnog onbekeken in de kast.
Maar goed, Brideshead. De ik-figuur Charles Ryder vertelt zijn herinneringen aan het landgoed en zijn bewoners. Eerst vooral zijn vriendschap met Sebastian, met wie hij lief en leed deelt. Sebastian raakt echter aan de drank en kwijnt weg in Marokko. Later wordt Charles verliefd op diens zuster Julia, maar ook die liefde kent geen goed einde. Het boek speelt tijdens het interbellum en is een verslag van het onherroepelijke einde van een aristocratische familie (en waar het symbool voor staat: de Engelse upper class). Waugh beschrijft dit alles met weemoed én ironie. Dat maakt dit boek tot een prachtig geheel: voortdurend vraag je je af aan welke kant de schrijver staat. Het boek wemelt van de subtiele opmerkingen die zowel ten gunste als ten nadele van de rijke klasse gelezen kunnen worden. In elk geval biedt het boek fraaie staaltjes van decadentie - of is het degeneratie...? Ik ben toch benieuwd geworden naar het visuele resultaat.

06 maart 2006

Bernlef

Van Bernlef las ik nog maar twee boeken (Hersenschimmen en Verbroken zwijgen). Zijn nieuwste roman De onzichtbare jongen is fraai en geconcentreerd geschreven en boeit van begin tot eind, maar mist de diepgang van wat ik me van die twee eerdere boeken herinner. Het verhaal gaat over de vriendschap tussen twee jongens, waarvan de vriend van de ik-figuur ernaar streeft de wind te leren kennen en daarin op te gaan. Een beetje vreemde vertelling daardoor; het sterkst in het boek is de sfeervolle beschrijving van de na-oorlogse jaren gezien vanuit de ogen van een middelbare scholier. Als ik de titellijst van Bernlef achterin het boek bekijk, valt op dat hij de laatste jaren een enorme productie aan de dag legt. Sinds 2000 vier romans, een verhalen- en twee gedichtenbundels. Toch maar eens meer van Bernlef lezen; hij schrijft fraai genoeg om wellicht betere boeken aan te treffen. Deze roman is niet slecht maar heeft ook iets obligaats.

Spreken is zilver, zwijgen is goud?

Ex-collega en vriendin M. beval me aan de verhalenbundel Wat je verzwijgt van Hans Nijenhuis te lezen. Ik las het in twee dagen met genoegen uit. In de tien verhalen in deze bundel is steeds sprake van een goed bewaard geheim, dat ergens aan de oppervlakte komt. Soms pas in de laatste regel, andere keren al eerder in het verhaal. In een enkel geval is een verhaal iets te geconstrueerd, maar er zijn ook fraaie vertelsels die je om hun ingenieuze opzet doen glimlachen. Dit boek is weliswaar geen meesterwerk, maar het leest lekker weg. Een ongecompliceerd boek is soms heerlijk! Wel staat er een flinke misser in het boek. In het verhaal 'het afstuderen' vindt op 10 mei 1994 een gesprek plaats tussen twee broers. Eén broer zegt: 'Haal jij je werkstukken nooit van internet? Doe jij bij MSN nooit alsof je een meisje bent?' Tja, in 1994 bestond internet wel al, maar MSN zeker nog niet.

05 maart 2006

So many books

Ik verplicht mezelf ieder jaar minstens één boek in het Engels te lezen. Dat gaat niet altijd van harte: ik ben geen vreemde-talenwonder en ook het lezen in het Engels gaat me slechter af dan ik zou willen. Misschien ben ik te veeleisend, maar ik mis teveel woordenschat om vrijuit en zonder haperingen door te lezen, en dat vind ik wel erg belangrijk. Maar goed, toch ook hier wat masochisme. Met het boekje So Many Books van Gabriel Zaid ging het me makkelijk af. Het is een aardig boekje van 144 bladzijden over boeken, lezen, het maken van boeken en de verschillen tussen boeken en andere media. Zaid ziet het lezen van een boek als converseren, en dat maakt het een actieve bezigheid die alleen door lezers gewaardeerd kan worden. Vertel ons wat! Het boekje is inmiddels ook in het Nederlands verschenen, maar de Engelse versie (trouwens een vertaling uit het Spaans; de schrijver is een Mexicaan) is goedkoper.

Montyn

Ik lig alweer drie boeken achter op schema, dus hup vooruit. Ik bezat al bijna een jaar de Rainbow pocket van het boek van Dirk Ayelt Kooiman: Montyn. Van Kooiman las ik nooit eerder een boek, en ik kende hem vooral van de giftige stukken van Jeroen Brouwers over de Revisor-club waartoe ook Kooiman behoorde. Ik betwijfel of Montyn als karakteristiek voor de schrijfkunst van Kooiman beschouwd kan worden, ook al is die stijl in dit boek uitstekend. Hij componeerde het boek op basis van op band opgenomen interviews met Jan Montijn, de persoon die in dit boek zijn levensverhaal vertelt. Hoe het ook zij: het boek grijpt je bij je lurven (waar die ook zitten) en laat je niet meer los, ook niet nadat jet het uitgelezen hebt. Dat Jan Montijn momenteel nog leeft is een regelrecht wonder, en als je vooraf zou weten wat hem zou overkomen gaf je geen cent voor zijn overlevingskansen. Tegelijkertijd geeft dit boek een indringend inzicht in de bizarre levensvorm die oorlog heet; het boek zou zeer goed passen in de serie Oorlogsdomein van de Arbeiderspers. Een indringend boek dat je gelezen móet hebben. Op zijn fraaie website http://www.janmontyn.com/ veel informatie over Jan Montijn in rustiger vaarwater.

26 februari 2006

Over de Romeinen

Zowat ieder jaar verschijnt er een nieuw boek van Fik Meijer, hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, over de romeinse tijd. Zijn eerste boek in die reeks Keizers sterven niet in bed is het meest sterk. Het biedt een fraaie opsomming van alle romeinse keizers, een korte levensschats en een beschrijving van de wijze waarop ze aan hun einde kwamen. Twee latere boeken (Gladiatoren en Wagenrennen) vond ik minder en lijden ook aan wat me in zijn jongste boek Macht zonder grenzen, Rome en zijn imperium stoort. Fik Meijer is een schriftelijke ouwehoer. Hij gaat maar door in het aanbrengen van details die hem als noodzakelijke feiten voorkomen, maar die de rode draad van het verhaal verstoren. Meijer weet zijn onderwerpen helemaal uit te kauwen, en dat is jammer. Want anderzijds: het onderwerp dat hij beschrijft is interessant genoeg en ik ken geen andere schrijvers die het onderwerp van de romeinen zo toegankelijk maakt. Meneer Meijer: blijf schrijven, maar houd 't kort alstublieft!

Mijn kleine waanzin

Mij ontbreekt soms voldoende rust en tijd om deze leeslog bij te houden. De avonden en weekenden gaan op aan lanterfanten, afspraken, concerten en ook aan werk. Gelukkig houd ik mijn leesproductie op peil: ik reis iedere dag lang genoeg per trein om flinke stukken te kunnen lezen. Lang leve het reizen per spoor!

Twee weken terug las ik Mijn kleine waanzin van Jan Brokken; een boek dat me was aanbevolen. Ik las van Jan Brokken jaren geleden eens zijn verzameling interviews Met musici, waarin een superieur gesprek met Bernard Haitink uit 1982, eerder geplaatst in de Haagse Post dat me toentertijd als 17-jarige abonnee bijzonder greep. Mijn kleine waanzin heet een roman te zijn; volgens mij is dit een onvervalste autobiografie. Weliswaar geen 'bloedstollend relaas' zoals de achterplattekst vermeldt (de uitgever die zulke misplaatste teksten op integere boeken zet moet zich schamen), maar wel een boeiende vertelling over een jeugd en persoonlijke ontwikkeling. Het boek doet vanwege de nauwe band tussen persoonlijke lotgevallen en de maatschappelijke ontwikkelingen in de decennia na de Tweede Wereldoorlog sterk aan De eeuw van mijn vader van Geert Mak denken, maar de vergelijking gaat ook mank. Bij Geert Mak speelt de geschiedschrijving een belangrijke rol; hier veel minder. Mijn kleine waanzin overtuigt vooral door de levensechte personages (vader, broers, vrienden) - de ik-figuur komt daarenetegen minder scherp naar voren. In ieder geval een heerlijk leesboek, waar ik steeds weer vergenoegd in verder las.

09 februari 2006

Hollandse nuchterheid

Tussen de duizend armen door las ik ook nog het grootste gedeelte van De wereld volgens Maarten van Rossem; vandaag las ik het uit. Het is een prachtig boek vol Hollandse nuchterheid die Van Rossem zo boeiend maakt. Maar lichtzinnig is dit boek geenszins. Het openingsstuk waarin hij de vele vooroordelen over Nederland ontkracht is eerder een wetenschappelijk betoog dan een populair verhaal. En ook in andere stukken veronderstelt hij voldoende kennis van cultuur en geschiedenis. Van Rossum hekelt het anti-terrorismebeleid en de economische politiek van het huidige kabinet. Waarom een aantal grondwettelijke rechten inperken ten behoeve van de strijd tegen het terrorisme, terwijl wanneer je überhaupt al vermoord wordt, de kans dat dat uit terrorisme gebeurt kleiner is dan 1%? En de economische boodschap van het huidige kabinet is steeds geweest dat het slecht met ons land gaat. Daardoor heeft het kabinet de economie verder in de put gepraat, terwijl het relatief gezien helemaal niet slecht ging. Voorts: "Het langjarige beleid van Zalm moet als zeer eigenaardig worden gekenschetst. Hij verlaagde de belastingen op het hoogtepunt van de hoogconjunctuur en bezuinigde in de recessiejaren. Dat is precies het tegendeel van wat hij had moeten doen."
Heerlijk is zijn lange stuk waarin hij een grootschalige geschiedenis schrijft van de oerknal tot heden. "Laat ik er dit van zeggen: van het een kwam het ander en het had ook heel anders kunnen lopen, al kan ik dat laatste niet bewijzen." Van dit soort boeken waarin eruditie en een frisse stijl samengaan kan ik geen genoeg krijgen.

08 februari 2006

Duizend armen

Vandaag in de trein Ik omhels je met duizend armen van Ronald Giphart uitgelezen. Het viel me niet tegen: met Phileine zegt sorry zijn beste boek. Een typisch Giphart-verhaal over vrienden en vriendinnen, seks en vakantie wordt verweven met het verhaal over de euthanasie van zijn moeder. Giphart is misschen wat te breedsprakig om dit echt een meesterwerk te laten zijn, maar de opbouw is goed en de dood van zijn moeder beschrijft hij erg fraai, precies passend bij de stemming van de hoofdpersonen op dat moment. Goed gedaan!

Berlijn 1945

In Berlijn. De ondergang 1945 van Antony Beevor wordt duidelijk dat de échte Tweede Wereldoorlog vooral in het oosten werd gevoerd. In lijn met het uitgangspunt van Hitler (het westen zo snel mogelijk bezetten om vervolgens alle krachten in het oosten te kunnen inzetten tegen de Sovjet-Unie), zo werd ook de ondergang van het Derde Rijk in het oosten ingezet. De meeste aandacht in het boek gaat dan ook uit naar de strijd tussen de Duitsers en de Russen (de Iwans), welke laatste verkrachtend, plunderend, moordend of korter: dood en verderf zaaiend dorp voor dorp oprukten naar Berlijn. Dit boek is daarom geen feest om te lezen, maar wel noodzakelijk voor wie geïnteresseerd is in het verloop van de oorlog. Dat geldt trouwens ook voor Beevors andere boek over Stalingrad, dat ik twee jaar geleden las. Net als in dat boek weet Beevor het vertellen van de vele details en de grote verhaallijn niet helemaal goed te scheiden, maar desondanks: een imponerend boek.
Voor de statistieken: ik las dit boek al vorige week uit, en publiceerde hier in het weekend ook al een weblog over. Deze bleek echter gewist.

26 januari 2006

Sonny Boy

Vorige week vrijdag stond er een wat vaag artikel in NRC Handelsblad over de opkomst van de zogenaamde literaire non-fictie: een waar gebeurd verhaal naverteld op literair niveau. Over die term kun je discussiëren, maar Sonny Boy van Annejet van der Zijl, dat ik net de dag voor het verschijnen van het artikel uitlas, kan tot die groep boeken gerekend worden. Ik vond het een prachtig boek. Van der Zijl vertelt een verhaal waarmee ze aantoont dat de werkelijkheid onvoorspelbaarder en spannender is dan wat aan de verbeelding ontspruit. Juist die werkelijkheidsbeleving maakt het boek ontroerend, in de hand gewerkt door de journalistieke toon van de schrijfster. Dat is wat ik me ook van haar Annie MG Schmidt-biografie herinner: goed, zakelijk geschreven, zonder overdreven feitendrang. Knap!

22 januari 2006

Jacques Kersten

Van 1977 tot 1982 zat ik op de Havo, op het Bernardinuscollege in Heerlen. In de vierde en vijfde klas werd de basis gelegd van wat nu voor mij twee primaire levensbehoeften zijn. Twee leraren stookten in mij een vuurtje op dat tot op de dag van vandaag niet is gedoofd. Muziekleraar Van Vliet leerde me de klassieke muziek kennen. Ik ben hem eeuwig dankbaar voor wat hij me leerde en hoe hij dat deed; en dat was meer dan alleen kennis over mooie muziek. Op dezelfde begane grond van de 'berenkuil' van dat college was het lokaal van die andere gigant: mijn leraar Nederlands Jacques Kersten. In 1982 (mijn eindexamenjaar) werd deze foto van hem genomen:



Hij was toen nog geen 35 jaar oud. Afgelopen juni hoorde ik van een vriendin dat Jacques Kersten in april 1991 was overleden; hij is 43 jaar oud geworden. Die vriendin vertelde dat een jaar na zijn dood een boek ter nagedachtenis van Jacques Kersten was verschenen en leende mij haar exemplaar uit; ze is familie van Kerstens ex-vrouw. Ik lees zelden of nooit geleende boeken (ik ben een materialist als het om boeken gaat) en wist via Antiqbook een exemplaar van Als ik dan ga, Documentatie Jacques Kersten te bemachtigen. Ik las het vorige week.


Het boek is een bijzonder geslaagd eerbetoon aan Jacques Kersten. Zonder overdreven ontzag worden de kwaliteiten en mindere eigenschappen blootgelegd. Kersten was uiteindelijk slechts 13 jaar leraar Nederlands aan het Bernardinuscollege te Heerlen; vanaf 1983 was hij afgekeurd. Hij schreef studies over vooral de Vlaamse schrijvers Lampo, Ruyslinck en Raes, kritieken in Limburgse en Vlaamse periodieken, organiseerde lezingen over en met schrijvers, en stond in het doel van een amateur voetbalploeg.

In zijn klaslokaal hingen grote foto's van allerlei schrijvers; ik kende er geen. Hij ging ze stuk voor stuk langs, en zei: 'Dit is nu een gezicht.' Uiteindelijk kwam hij bij de foto van Kloos. 'En dit is nu een gelaat.' Vervolgens droeg hij in een doodstille klas enkele van Kloos' beste sonnetten voor - de exemplaren van bundels met Kloos' gedichten van alle bibliotheken in (de omtrek van) Heerlen waren daarna weken uitgeleend. Kerstens lessen waren even onvoorspelbaar als geïnspireerd. Er hing een bijzondere sfeer van de hogere kunst in het lokaal. Om ons aan het lezen te krijgen nam hij ons al tijdens één van de eerste lessen in Havo-4 mee naar de schoolbibliotheek en pakte daar voor iedere leerling een boek uit de kast. Mij gaf hij Het fregatschip Johanna Maria van Arthur van Schendel; ik vond (en vind) het prachtig. Kersten organiseerde in het voorjaar van 1981 de schoolreis naar Berlijn en leidde ons naar vele musea, en via Checkpoint Charlie ook een dag naar Oost-Berlijn. Hij organiseerde een schoolavond waar Harry G.M. Prick over Van Deyssel kwam praten; we hebben erg gelachen om zijn humorvolle verhaal. Voor een scriptie mocht ik van Kersten eens bij hem thuis komen opdat ik in zijn archief naar bruikbare artikelen kon zoeken.

In het boek wordt verteld dat een ongewoon hoog aantal leerlingen van Kersten Nederlands is gaan studeren. Zo ook ik. Daardoor ben ik uiteindelijk in het uitgeversvak terechtgekomen en is het lezen, verzamelen en uitgeven van boeken een ware passie. Ik heb meer aan Jacques Kersten te danken dan ik eigenlijk kan beseffen.

18 januari 2006

Langzame man

Mij ontbreekt de tijd om hier mijn gelezen boeken bij te houden: ik lig drie boeken achter. Ik doe mijn best...!

Vorige week Langzame man van Coetzee gelezen. Ik kreeg het van vriendin J. cadeau. Ruim een jaar geleden las ik mijn eerste Coetzee-boek (In ongenade) en vond dat geen onverdeeld succes, ofschoon het boek zeker eigenzinnig geschreven was. Ook dit boek heeft iets bonkigs; de hoofdpersonen hebben - tegen wil en dank, zo lijkt het - een wat dwarse persoonlijkheid, maar over het algemeen is dit een lichtere roman dan In ongenade. De intrede in het verhaal van Elisabeth Costello plaatste me aanvankelijk voor een raadsel, maar uiteindelijk werd me de functie wel duidelijk. Coetzee pelt de menselijke interactie en zijn invloed op stemmingen helemaal af; boeiend!

07 januari 2006

Walgvogel

Tijdens de eerste werkweek van 2006 in de trein De Walgvogel van Jan Wolkers gelezen. Ik werd er niet helemaal door gegrepen. Het is een soort mengeling van stoere Jan Cremer-achtige gebeurtenissen met een verslag van een dramatisch eindigende liefde. Verteld in een stijl die evenzeer vanalles in zich heeft: woede, humor, mislukte grapjes enzovoort. De zinnen lopen niet altijd even fraai bovendien. En toch heb ik het voor het grootste deel geboeid gelezen. Het boek geeft een eigenzinnige kijk op de oorlog en de acties in Indië. Het zal niet het hoogtepunt van 2006 worden, maar zeker ook geen dieptepunt.

31 december 2005

2005: de balans

De feiten over mijn leesgedrag in 2005:
* gelezen boeken: 62
* totaal aantal bladzijden: 16.189

Daarmee 'scoort' 2005 in mijn boekenschrift (sinds 1989) een mooie derde plaats. 2003 met 51 boeken/18.243 bladzijden en 2002 met 76 boeken/23.107 bladzijden staan nog steeds fier bovenaan. Ik zal later eens mooie staatjes over de jaren heen maken.

Mijn top-10 van 2005 (in chronologische volgorde):
* Jan Siebelink: Knielen op een bed violen (ik kocht de eerste druk!)
* Anton Tsjechov: Verzamelde werken 1 - Verhalen 1880-1885
* Philip Roth: Het complot tegen Amerika
* Gerard Reve & Geert van Oorschot: Briefwisseling
* Jan Wolkers: Turks fruit
* Hans Warren: Geheim Dagboek 1987-1990
* Tommy Wieringa: Joe Speedboot
* Jeroen Brouwers: De schemer daalt - Feuilletons 7
* Jeroen Brouwers: Alles is iets - Feuilletons lente 1998
* Ian McEwan: Zaterdag

Er waren ook enkele afknappers:
* Anna Enquist: De thuiskomst
* John Keegan: The Iraq War
* Alan Hollinghurst: De schoonheidslijn

Van Jeroen Brouwers las ik dit jaar 9 boeken.

Iedereen een gezond en leesbaar 2006!

Felix Eijgenraam: De plezierfactor

In eerdere logs heb ik al het nodige over De plezierfactor van Felix Eijgenraam verteld, maar het was alweer zolang geleden dat ik het in zijn geheel las (8 januari 1991) dat ik het gisteren en vandaag nog maar eens in zijn geheel heb gelezen. Het blijft een aardig boekje en biedt de ideale aansporing om zelf ook een boekenschrift te beginnen. In latere logs zal ik - als beloofd - dieper ingaan op mijn eigen boekenschrift. maar daar is op deze oudejaarsdag geen tijd voor: de balans van het leesjaar 2005 dient opgemaakt!

30 december 2005

Ian McEwan: Zaterdag

Ik wilde Zaterdag van Ian McEwan per se nog dit jaar lezen, omdat ik daarmee in 2005 alle drie (of eigenlijk vier) belangrijke nieuwe romans uit het Engelse taalgebied over de nasleep van '11 september' gelezen heb. Het had natuurlijk niks uitgemaakt wanneer ik dit boek volgende week gelezen zou hebben, maar allez c'est moi. Die andere romans zijn: Stralende dagen van Michael Cunningham en Extreem luid & ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer. Met enige goede wil past hier ook Het complot tegen Amerika van Philip Roth bij. Al deze boeken heb dit jaar gelezen. In deze boeken staat het gedrag van individuen als reactie op terreur centraal. Bij McEwan en Foer speelt de aanslag op de Twin towers op 11 september 2001 of de nasleep daarvan een rol, maar in alle boeken is er een (dreigende) terreur waartegen de hoofdpersonen zich teweer stellen. Het boek van Foer viel me zoals hier eerder gerapporteerd tegen, maar de andere boeken vond ik groots.
Met Zaterdag heeft McEwan in mijn ogen een meesterwerk geschreven. Het boek omspant ruim 24 uur uit het leven van neurochirurg Henry Perowne: zaterdag 15 februari 2003, de dag waarop in Londen een massabetoging tegen de dreigende oorlog tegen Irak gehouden wordt. Die betoging is voortdurend op de achtergrond aanwezig, maar is ook de oorzaak voor het onschuldige auto-ongelukje dat Perowne krijgt dat later die dag echter nog een gevaarlijk vervolg krijgt. Lees dit boek, want het zijn niet alleen de gebeurtenissen die boeien (werkelijk alles grijpt in elkaar en geen enkele gebeurtenis is zonder reden). Hiernaast zijn het ook de fantastische stijl (en vertaling) en de minutieuze beschrijving van alle handelingen, gedachten en associaties die je als lezer van je omgeving doet afsluiten. McEwan beschrijft zelfs een hersenoperatie die Perowne uitvoert, de vaktermen buitelen over elkaar heen. Je snapt er geen zier van, en toch is het spannend! Bij Cunningham is het de zoektocht naar de schoonheid die het individu in de harde en bedreigende omgeving overeind houdt; bij Foer de kinderlijke onschuld en wijsheid. McEwan kruist op meesterlijke wijze twee degens tegen de terreur: wetenschap en poëzie. Wat is dit een goed boek!

27 december 2005

Dit land kan zoveel beter

Jonstleden vrijdag signeerde Wouter Bos zijn boek Dit land kan zoveel beter bij Scheltema in Amsterdam. Ik ben het er wezen kopen en heb het als kerstcadeau voor M. laten signeren. Wat me opviel: het was er flink druk en de overgrote meerderheid van de mensen in de rij was van jeugdige leeftijd. Ik denk dat Wouter Bos populairder is dan de standpunten van de PvdA.

Het is bepaald geen slecht boekje geworden; vlot geschreven en zeker inspirerend. Ik hoop oprecht dat Wouter Bos bij de komende verkiezingen het huidige kabinet naar huis weet te sturen. Een sjagrijniger regering dan het kabinet-Balkenende heeft Nederland geloof ik nog niet eerder gehad. Het is als bij een matig concert: de noten zijn er wel, maar er klinkt geen muziek. Ofwel: cola in een fles waar al een dag de dop vanaf is. Bij alle kritiek op Wouter Bos: hij is de enige van de huidige politieke leiders die een statement durft af te geven en hoegenaamd geen slechte bovendien. Het overgrote deel van het boekje gaat over zijn eigen carrière en over zijn analyse van de huidige werkelijkheid. Pas aan het eind komen zijn oplossingen tevoorschijn. Ik ga daar mijn stem voor geven.

Pindakaas

Vorige week in de forensentrein van Karel van het Reve de bundel Met twee potten pindakaas naar Moskou gelezen (1970). Het bevat een aantal stukken die eind jaren zestig met name in Het Parool en de Volkskrant verschenen, tijdens zijn verblijf als correspondent in de Sovjet-Unie. Natuurlijk staat de aard van het communistische regime centraal, maar soms ook alledaagse onderwerpen als een voeltbalwedstrijd tussen de Sovjet-Unie en België. De bureaucratische wijze van het berekenen van de huur van een woning in Moskou wordt door Van het Reve fijntjes nagedaan. Het boek bevat ook vier wat langere artikelen waarin Van het Reve in zijn karakteristieke droge stijl de gebeurtenissen tijdens de twee Russische revoluties van 1917 beschrijft. Geenszins volledig, maar voldoende informatief.
En ja, ook in deze stukken die nonchalante slordigheid waar Jeroen Brouwers in De schemer daalt (Feuilletons 7) flink tegen tekeer gaat: "De man schreef dusdanig slordig dat ik er kloppende koppijn en hartkrimpingen van ergernis door krijg." Inderdaad: Van het Reve vindt het geen probleem om bepaalde feiten niet te staven, en gebruikt termen als 'of zoiets', 'wat er verder gebeurde weet ik niet meer', 'er zal ongetwijfeld een fout inzitten' (bij die huurberekening). Ik stoor me er niet aan en vindt het zelfs wel grappig bij Van het Reve. Ik mag zijn boeken graag lezen vanwege zijn tegendraadsheid en vermogen om via beschrijvingen van kleine voorvallen een groter geheel te duiden. Van het net geplukt: een mooie foto van Van het Reve met uitgever G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1982. Foto: Ewoud de Kat.

2x Bob den Uyl

Door tijdgebrek heb ik bijna twee weken lang deze leeslog niet kunnen bijwerken. En als er wel tijd was gaf ik de voorkeur aan het lezen zelf. Ik lig inmiddels vier boeken achter, dus de vrije dagen tussen kerst en nieuwjaar zal ik gebruiken om deze leeslog weer up to date te brengen. Bovendien mag ik over enkele dagen de leesbalans van het voorbije jaar opmaken...

Ik las nog nooit eerder iets van Bob den Uyl. Jeroen Brouwers schreef in De schemer daalt (Feuilletons 7) dat ik begin december las zo'n toegewijd essay over deze Rotterdamse schrijver, dat ik bij internetantiquaritaat Klondyke in Almere twee aldaar beschikbare titels van Den Uyl kocht en deze achterelkaar las: de verhalenbundel Een zachte fluittoon en zijn roman Een zwervend bestaan. Ik heb beide boeken met groot plezier gelezen.
Een zwervend bestaan dateert van 1977 en heet een roman te zijn, maar is het eigenlijk niet. Op het achterplat schrijft Den Uyl: "Een zwervend bestaan is opgebouwd uit zesentwintig afgeronde fragmenten, die te zamen een beeld geven van, of delen van, mijn leven vanaf jeugd tot heden. Het accent valt hierbij op reizen of in ieder geval verplaatsingen in de ruimte van mijzelf en anderen, en commentaar daarop. Het leven, zo is mij ten slotte duidelijk geworden, is voor iedereen van het begin tot het einde een treurige zwerftocht om, als je ten minste geluk hebt, een aantal rustpunten heen.
Geen aan de schrijftafel bedachte verhalen dus, maar niets dan de harde waarheid, zij het een keuze daaruit. Met wat goede wil zou je het een autobiografische roman kunnen noemen, waarom niet."
Een bijzonder fraai werk, waarin Den Uyl het 'ijzig geouwehoer, smaakvol opgedist, ook' (Komrij) treffend in praktijk brengt. Meerdere fragmenten beginnen over een bepaald onderwerp, waarna binnen enkele regels een haakje openen verschijnt, de schrijver soms anderhalve pagina lang een zijweg bewandelt, en dan na een haakje sluiten gemoedereerd verdergaat waar hij gebleven was. Bovendien bedriegen de openingen van menig fragment de lezer: het onderwerp waar het stuk mee begint, is niet altijd het onderwerp waar het stuk mee eindigt. Of zoals Jeroen Brouwers schrijft: "Den Uyl moest het hebben van 'freewheelend' vertellen, vrij associërend om zich op die manier de krankzinnigste wendingen toe te staan, - van waarneming naar herinnering, van belevenis naar filosofische bespiegeling, alles luchtig en elegant van zegging en met bijna verijblijvende terloopsheid, maar dit laatste is gezichtsbedrog."

Een zachte fluittoon dateert van 1968 en bevat acht verhalen. Sommige vond ik zeer geslaagd; een enkele niet. Groots vond ik het verhaal 'Luister, een Montenegrijnse oorlogszang!' waarin de ik-figuur op zoek gaat naar de authentieke volksmuziek in Calabrië, maar helemaal niets vindt. In beide werken valt naast de door Komrij en Brouwers genoemde eigenschappen van Den Uyls proza ook diens stilistische kwaliteiten op. Den Uyl schrijft mooi verzorgd Nederlands. De woorden zijn ondanks het 'geouwehoer' en 'freewheelen' altijd goed gekozen. Ik ga zeker meer boeken van Den Uyl opsporen.

ps De fraaie foto van Den Uyl is gemaakt door Chris van Houts- bij wijze van copyright

17 december 2005

Jeroen Brouwers: Feuilletons lente 1998

De auteur bekomt een kanarie in een kooitje. "Hij stond in mijn keuken op de vensterbank in het zonnetje. Ik kocht een badhuis voor hem, - zo'n serre-achtig uitbouwsel van plestik dat je aan de kooi kunt haken op de plaats waar je het deurtje hebt opengezet, ik doe er even een schetsje bij, plus, voor de somma van vijfendertig cent het stuk drie bakjes. Twee voor extra lekkers, een voor water.
Alles wat zijn vogelhart begeerde: dagelijks alle zaden daar hij van hield zulke te eten, alsook regelmatig 1 slaatje bla, 1 busseltje muur, 1 precies tussen de tralies van zijn kooi door passend stukje appel. Zangparels ook en honingzaadstengels. Slijpstenen om de bek aan te scherpen. Twee zitstokjes laag, 1 zitstokje hoog en ook nog een schommeltje.
Maar zingen neen. Al hing ik hem in de zon of in de schaduw, een beetje leuke roller uit zijn keeltje laten glijden om mijn mistroostigheid, gelijk aan die van de keizer van China, wat te verzachten, kon hij niet, lukte hem niet. Hij zei alleen maar piet.
Daar had hij wroeginkjes over, dat was wel duidelijk, maar als ik de keuken betrad, begon hij toch enthousiast te dansen en met zijn staart te waaieren (alsof hij 'kwispelde') en steeg er een soort gekwetter op uit zijn keel. Dan verstond ik dat hij zei: 'Ha die schrijver, hoe is 't, bonkig stuk saggerijn?'"
Alles is iets. Dagboekbladen en brieven. Feuilletons lente 1998 is samen met Extra Edietzie de vermakelijkste van de tot op heden verschenen zeven Feuilletonsboeken. Het boekje was het zoeken meer dan waard; ik las het gisteren in een dag uit. Bovenstaand citaat bezorgde me in de overvolle avondtrein de slappe lach; de tranen biggelden over mijn wangen. Ik zal later eens een overzichtje schrijven van de zeven Feuilletons van Jeroen Brouwers.

15 december 2005

Ontroert Foer?

Wederom in drie dagen in de trein een heel boek uitgelezen. Dit keer Extreem luid & ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer. Zijn eerdere roman Alles is verlicht las ik een paar jaar geleden, en vond ik boeiend én verrassend tegelijkertijd. Verrassend vanwege de schrijflust en originaliteit die een mid-twintiger ermee wist te produceren. Over zijn tweede roman lees ik op internet allemaal juichende recensies en berichten dat men erbij heeft zitten lachen en huilen. Mah, nou..., het zal aan mij liggen, maar ik ben niet zo overtuigd van dit boek. Het boek heeft meerdere lagen in zich, maar handelt kortgezegd over de zoektocht van een wijs en beetje wereldvreemd jochie van 9 (een echte bèta-denker) naar zijn vader die op 9/11 2001 omkwam bij de aanslag op het WTC in New York. Foer legt een verband met het bombardement op Dresden en de wijze waarop individuen (familie van het jochie) daarmee omgingen. Ik had nogal moeite met de steeds wisselende vertelperspectieven, als ook met de typografische variaties en de illustraties. Alleen de pagina's met de steeds dichter wordende belettering, uiteindelijk overgaand in een zwarte brij letters vond ik sterk gedaan: de pagina's beelden zo het instorten van de twee WTC-torens uit. Maar verder ben ik puriteins ingesteld: een roman die illustraties nodig heeft om het verhaal kracht bij te zetten is in zichzelf blijkbaar niet beeldend genoeg. Het stoort mij een beetje en brengt me als lezer uit balans. Eerlijk gezegd: ik had heel dikwijls het gevoel dat ik niet alles begreep. Het kan best aan mij liggen, maar ik acht mezelf tegelijkertijd voldoende leesvaardig om dan ook het boek deels aansprakelijk te stellen voor mijn onbegrip. Foer is zeker een schrijver waarvan nog het nodige verrassends te verwachten valt, maar dit boek heeft mij niet geraakt.

En ja: Alles is iets van Jeroen Brouwers is binnen! Ik heb nu zijn serie feuilletons compleet. Een zoektocht van een jaar is ten einde. Met dank aan die onvolprezen site Antiqbook én antiquariaat Diogenes in het Belgische Damme. Ik begin morgen meteen met het te lezen. Tjee: ik typte net deze laatste regels en wilde even de naam van dat antiquariaat en het plaatsje Damme verifiëren. Kwam ik via google op de site www.dammeboekendorp.be. Staat er een fotootje op van het stadhuis en herkende het als een plaats waar ik ooit eens heel even geweest ben en op dat bordes heb gestaan. Het ligt geloof ik tussen Brugge en Zeeuws-Vlaanderen. Ziehier dat stadhuis. Aardig toch?