19 maart 2013

Trans

Twee jaar geleden las ik van Marjolein Februari een geslaagde roman (zie hier de weblog). Vorig jaar maakte hij in een column in NRC Handelsblad bekend van geslacht veranderd te zijn en voortaan als man en Maxim Februari verder door het leven te gaan. Om alle (soms vervelende of misplaatste) vragen voor te zijn, schreef hij De maakbare man. Notities over transseksualiteit. Ik las het boekje in een halve dag uit; het is groots en ontroerend. Februari schrijft concreet, genuanceerd en tegelijkertijd grappig. Er staan zinnen in die je voor je plezier drie keer herleest. Nergens zieligdoenerij, maar gewoon een volwassen en betrokken benadering van dit uiterst moeilijke onderwerp. Eigenlijk een grandioos meesterwerkje, dit boekje!

Mythe

Van Alan Hollinghurst las ik in 2005, een jaar voordat ik aan dit boekenweblog begon, zijn vorige, bekroonde roman De schoonheidslijn. Dat vond ik toen een saai en langdradig boek waar de hoofdpersonen teveel aan de oppervlakte bleven. Een vriendin raade me onlangs aan zijn nieuwste roman te lezen, en dit boek stemt me veel positiever. Kind van een vreemde bestaat uit vijf delen waarvan het eerste een weekend beschrijft in de zomer van 1913, waarover de personages uit de volgende vier delen, spelend in 1926, 1967, 1978 en 2008, hun hoofd breken, zowel om gebeurtenissen te verduisteren dan wel te ontrafelen. Of zoals Bas Heijne in zijn mooie bespreking op NRC Boeken schrijft (zie hier): dat weekend wordt eerst gemythologiseerd en later weer gedemythologiseerd. Het is een rijk boek, waarin het verval van oude Engelse aristocratische waarden en normen centraal staan. Hollinghurst laat je de tijdgeest proeven en je er je eigen waardeoordeel over vellen. Vooral de dialogen zijn sterk; soms lijken de gesprekspartners aan het koorddansen waarbij een verkeerd half woord noodlottig kan zijn. Een fraaie warme roman, heerlijk om te lezen.

08 maart 2013

Kinderleed

Van Jean-Paul Franssens las ik al enkele boeken, zie de auteursindex. Vooral de twee in de serie privédomein uitgegeven herinneringen zijn het meest bekend geworden. Ik kocht Rozen uit het Zuiden al in 2009, maar pakte het pas nu van het plankje met 'nog te lezen boeken'. Het is weliswaar een roman, maar sterk autobiografisch gekleurd. In stemmige korte zinnen beschrijft de ik-figuur van 11 jaar zijn wereld waarin zijn moeder vreemd gaat met een kunstenaar, de autoritaire meester Stek ten onder gaat aan zijn geheime hobby en de tante van Duitse oorsprong hem als een schoothondje vertroetelt. Met velen loopt het niet goed af; Franssens houdt wel van een beetje zwarte humor. Bovenal komen de jaren direct na de oorlog aardig tot leven; de oorlog die even vergeten lijkt en iedereen die probeert te doen alsof het leven weer helemaal normaal is. Fraai boekje.

24 februari 2013

Wijvengezeik

Van muziekproducent en wijnmaker Ilja Gort las ik een paar jaar terug een drietal vermakelijke boekjes waarin wijn(maken) centraal staat. Zie de auteursindex voor de weblogs daarvan. Bij toeval stuitte ik in de AKO-shop op het station op zijn nieuwste boek: De vrouwenslagerij. Het is een roman van niks die je toch moet lezen. Het verhaal is uiterst dun, de 220 bladzijden zijn bovendien in 52 hoofdstukjes onderverdeeld die ieder op een rechterpagina beginnen, en dus telt het boekje ook nog (ik heb ze geteld) 26 blanco linker pagina's. Enfin, tel uit je verlies, maar daartussen veel vlotte vermakelijkheden over vier vrouwen die met koele hand (en schietpistool) een slagerij in een klein Frans dorpje gaande houden. Veel bloed, worst en halve kippen. Ilja Gort schijnt vegetariër te zijn, maar hij schrijft over vlees alsof hij erin is opgegroeid. Zijn taalgebruik is geestig en somtijds onbeholpen. Onbedoeld leuk is de beeldspraak die geen beeldspraak is (maar juist een prima definitie): 'Die maandagochtend was Salves gehuld in mist; alsof er een wolk was geland die het dorpje smoorde onder een dikke grijze deken.' Je leest het boekje bij twee potten thee cq één fles wijn geamuseerd uit.

21 februari 2013

Het Sluisje

De verschijning in januari en de recensies van het nieuwste boek van Jan Brokken zijn me ontgaan; ik zat toevallig op uitzendinggemist te zappen en zag daar het gesprek met de auteur in VPRO's boeken. Daags erna kocht ik het boek en las het in enkele dagen uit. De vergelding. Een dorp in tijden van oorlog is een reconstructie van wat zich op 10 en 11 oktober 1944 in Rhoon, het dorp waar Brokken opgroeide, heeft voorgedaan. Enkele Duitse soldaten lopen op de avond van 10 oktober na spertijd met hun scharrels over een dijk; opeens stapt een van de soldaten op een elektriciteitskabel wat hij niet overleeft. De dag erna worden 7 dorpsgenoten gefusilleerd en hun huizen in brand gestoken. Het is nooit opgehelderd of die loshangende elektriciteitskabel een ongeluk was of sabotage, en in dat laatste geval: wie de actie uitvoerde. Voor deze reconstructie werden vele gesprekken met dorpsgenoten gevoerd en vele meters archiefstukken doorgewerkt. Het boek is een legpuzzel dat stukje voor stukje het beeld completeert. Interessanter nog dan de vraag wat zich precies heeft afgespeeld, zijn de vele levensbeschrijvingen van de dorpelingen. Brokken meandert door veronderstellingen, waarheden, feiten en meningen, en dat is een erg verslavende vorm. De verkoop van het boek kende een vliegende start; na twee maanden al een vijfde druk en het staat op de eerste plaats van de verkooplijsten. Terecht! Op het achterplat staat een typische marketingassistenten-tekst van iemand die denkt te weten hoe 70 jaar na dato de aard en omvang de Tweede Wereldoorlog samengevat konden worden ('Eens te meer wordt duidelijk dat de oorlog niet alleen voor militairen maar ook voor gewone mensen verstrekkende gevolgen heeft.') Gottegot, hoe bedenk je het.

17 februari 2013

Voltooid

Toen ik in juni 2011 het tweede deel van de Reve-biografie van Nop Maas uitlas (zie hier de weblog), leek het verschijnen van het derde en laatste deel voorlopig onmogelijk: de rechter had Joop Schafthuizen in het gelijk gesteld in zijn eis dat het derde deel niet zou mogen verschijnen. In 2012 oordeelde het gerechtshof in hoger beroep het tegenovergestelde; het boek verscheen in het najaar. Deed ik over deel 2 meerdere maanden, Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. De late jaren 1975-2006 las ik in ruim twee weken geboeid uit. In deze ruim dertig jaar was Schafthuizen de vaste partner van Reve, publiceerde hij nog enkele romans en meerdere brievenboeken, werden zijn geschriften zoveel mogelijk financieel geëxploiteerd en zakte hij langzaamaan weg in dementie, tot hij in april 2006 overleed. Evenals in de eerste twee delen interpreteert Nop Maas niet of nauwelijks; van een biografie kun je dan ook eigenlijk niet spreken. Het boek is zoals de titel aangeeft: een kroniek, waarin zoveel mogelijk chrologisch het leven van Reve uit de doeken wordt gedaan. Voor sommigen wellicht saai, maar ik las het bijna 800 bladzijden dikke boek met groot genoegen. Ook nu zijn het de vele citaten van Reve zelf, voornamelijk uit niet gepubliceerde brieven, die het lezen van dit boek tot een feest maken. Wie duiding zoekt zal die in deze kroniek nauwelijks vinden, maar kan die trouwens ook zelf op het gebodene loslaten. Een unieke serie boeken, deze drie kronieken van het leven van Reve.

11 februari 2013

Theelepel

Een vreemde eend in de bijt voor wie via deze weblog mijn leessmaak een beetje kent. Wie krijgt de gouden armband van moeder? is een aardige inleiding op wat erfgenamen te wachten kán staan bij het verdelen van de erfenis, en dan met name het fysieke deel daarvan. Ik vind het al tijden een intrigerend onderwerp, zonder dat ik daar op enige manier mee te maken heb (gehad). Mijn ouders zijn nog in goede gezondheid en het onderwerp van de erfenis speelt in mijn familie absoluut niet. Het is vooral het communicatieve aspect ervan dat me boeit, ofwel: hoe kan het zijn dat bij ongeveer een kwart van de gevallen het verdelen van de erfenis op ruzie en bij een deel zelfs tot permanente onmin leidt? Ik las in december een interview in Het Parool met Else-Marie van den Eerenbeemt, ter aankondiging van dit boekje. Op basis van een enquête, oproepen op websites en andere reacties stelde zij dit boekje samen, waarin een staalkaart van mogelijke conflicten beschreven wordt. Uitputtend kon het niet zijn, zoals de ondertitel aangeeft: 'Iedere familie heeft een erfenisverhaal.'

31 januari 2013

College

Een maand geleden las ik de debuutroman Art.285b van Christiaan Weijts en die leverde me fijne leesuurtjes op (zie hier de weblog daarvan). Ik beloofde toen meer van deze schrijver te gaan lezen; ik las de afgelopen dagen zijn jongste, derde roman Euforie. Daarover kan ik helaas minder enthousiast berichten. Wederom levert Weijts een vlotlopend en modern verhaal; je leest de 400 bladzijden in sneltreinvaart uit. Maar ik begon me halverwege te ergeren aan een basaal-technische zwakheid die iedere schrijver van niveau zou moeten weten te vermijden: een té alwetende verteller die zodanig boven de hoofdpersonen staat dat deze verteller een té prominente rol in het boek speelt. In de negentiende-eeuwse Nederlandse romankunst kwam dat veelvuldig voor, maar dat maakte die romans dan ook onverteerbaar. Weijts dwingt zichzelf als verteller-professor op met zijn colleges over architectuur, Latijn en maatschappelijke inzichten die nooit aan de gedachtewereld van de hoofdpersonen zijn toe te schrijven. Wie dit boek bij de hand heeft en hier een bewijs van wil lezen: de eerste twee-en-halve bladzijden van hoofdstuk 17. Waarom niet iets meer moeite gedaan dergelijke wetenswaardigheden in de gedachtewereld van een hoofdpersoon te voegen? Op mij kwam het boek over als een theoretisch werk over genoemde onderwerpen dat via een eendimensionaal verhaal, een 'roman', toegankelijk moest worden gemaakt. Dat verhaal rammelt bovendien aan teveel kanten. De niet geredde vrouw in de tramtunnel die geen Isa bleek te zijn (maar wie dan wel?), de dreigende meneer uit Parnassia (waar bleef hij uiteindelijk?), de ongeloofwaardige afwikkeling van het referendum waar 200.000 Hagenaars aan deelnamen en terzijde werd geschoven (waarom?), de verbroken relatie met vrouw en kind (hoe verder?). Voorin het boek staat dat de schrijver dit boek kon schrijven mede door een verblijf in het NIAS in Wassenaar. Tja, dat levert teveel wetenschap op, en veel te weinig roman. Helaas.

21 januari 2013

Systeem

Wanneer over een boek zo verschillend wordt geoordeeld en tegelijkertijd zoveel verschillende duidingen oproept, en wanneer de titel niet alleen in het Engels maar ook in andere talen (in elk geval het Nederlands) tot een inheems woord wordt beschouwd en in het woordenboek is opgenomen: tja, dan moet het wel een interessant boek zijn. Joseph Heller schreef Catch-22 in de jaren vijftig; het verscheen in 1961 en begon toen langzaam aan een veroveringstocht. Ik moest er even inkomen; voor de eerste honderd bladzijden had ik een kleine week nodig. Maar mijn stijgende verbazing sloeg om in bewondering, aandacht en vooral plezier, en de resterende vierhonderd bladzijden las ik vervolgens in enkele dagen. Joseph Heller gebruikte zijn eigen ervaringen als bommenwerper tijdens de Tweede Wereldoorlog om de absurditeit van de oorlog, maar zeker ook van de bureaucratische organisatie van het leger te schetsen. Hij koos voor een mengeling van tragiek en humor. Vooral om de hilarische dialogen met hun ultieme logica waar niemand wat mee kan, heb ik soms flink moeten schateren. Daarnaast beschrijft Heller ook de weinig vrolijke omstandigheden aan boord van het vliegtuig tijdens een aanval.
Catch-22 biedt geen chronologisch en geordend verhaal. In 42 hoofdstukken passeren vele personages de revue. Het is vooral de sfeer, de situatie aan de grond en in de lucht en vooral de onderlinge communicatie waar het in dit boek om draait. Voor de duiding van het boek is op internet veel informatie te vinden. Begin bij de Engelse wikipedia-pagina over dit boek (hier). Maar lees vooral het boek zelf!

10 januari 2013

Miniatuur

Ik had nog nooit van de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård en zijn romancyclus Mijn strijd (In het Noors: Min kamp) gehoord, totdat een collega er over vertelde en zij mij het eerste deel van de cyclus cadeau deed. In Noorwegen schijnt de serie (van zes delen) een heuse hit te zijn en ook in Nederland slaan de eerste twee vertaalde delen goed aan. In een interview dat ik op internet vond zegt Knausgård dat hij aan deze boeken begon om de dood van zijn vader te verwerken, en dat het verhaal steeds meer uitdijde. De serie is zo autobiografisch als die maar kan zijn; zelfs met zijn eigen vrouw kwam hij in een crisis terecht omdat hij niets en niemand spaart en al zijn eigen wederwaardigheden minitieus beschrijft. In dit eerste deel Vader vond ik dat allemaal nogal meevallen, maar als ik de berichten mag geloven ontziet hij in latere delen niets of niemand. Wel ruimschoots aanwezig: de beschrijving van het kleine. De schoonmaak van een keuken wordt van handeling tot handeling beschreven, koel, afstandelijk en bijkans registrerend, maar volledig begrijpelijk. Je moet als lezer loskomen van het idee dat iedere handeling een diepere betekenis heeft en later als noodzakelijk puzzelstukje verklaard wordt. Wat dat betreft is het lezen van dit boek een unieke leeservaring; het is bijna een dagboek in romanvorm. De verschillende levensfasen van de schrijver die in dit boek worden beschreven maken het echter nergens saai of afmattend. Tja, best intrigerend, dit eerste deel!

02 januari 2013

2012: de balans

Zoals ieder jaar kort de balans opgemaakt van het voorbije leesjaar. 39 boeken met in totaal 11595 bladzijden. Daarmee was 2012 wederom een gemiddeld leesjaar. In de eerste helft las ik tweederde van het totaal aantal bladzijden. Ik had een flinke inzakker in het najaar; ach ja, zoiets kan gebeuren. Vol leeszin verder! Een mooi (lees)jaar, iedereen!

01 januari 2013

Ruwe wereld

De boekenbijlages van de NRC en het Parool geven rond Kerstmis altijd ruimte aan 'de drie beste boeken volgens de critici'. In deze lijstjes werd meerdere keren het boekje Treindromen van de Amerikaanse schrijver Denis Johnson genoemd. Deze novelle bleek een fraaie afsluiter van het jaar. Hoofdpersoon is dagloner Robert Grainier die vanaf het begin van de twintigste eeuw met houthakken, het aanleggen van spoorwegen en ander zwaar lichamelijk werk zijn brood verdient. Zijn levensbeschrijving biedt tegelijkertijd een schets van het ruwe leven in het westen van de Verenigde Staten, waar tegen die tijd nog veel land op de natuur moest worden veroverd. Het boekje is een bewijs van de stelling dat je met weinig woorden veel kunt zeggen. In elk geval is deze roman van 92 bladzijden erg stemmig en geslaagd.

29 december 2012

Misstap


De nieuwste roman van Thomas Rosenboom leest vlot en kent een boeiend uitgangspunt, ook als je niet van popmuziek houdt en wanneer de namen van instrumenten en geluidsapparatuur je weinig zeggen. De hoofdpersoon Lou Baljon is een vreemde figuur, contactgestoord, en heeft van het uitkeringtrekken zijn beroep gemaakt. Daarnaast onderneemt hij allerlei activiteiten die wonderwel slagen. Overigens: alle personen in De rode loper zijn een beetje vreemd. Niemand heeft meer sex, want ze zijn immers allemaal getrouwd. Behalve Lou dan, die heeft geen sex omdat hij geen vriendinnetje heeft. Rosenboom heeft van zijn personages en van plaats van handeling Zevenaar een karikatuur gemaakt, en dat maakt zijn verhaal ongeloofwaardig. Ook is hij (en zijn begeleidende redacteur van de uitgeverij) nogal slordig. De eerste hoofdstukken spelen in 1973, en Lou krijgt dan van de manager van de rockband regelmatig een briefje van vijftig (blz. 23). Tja, die briefjes (de zonnenbloem) werden pas in 1980 geïntroduceerd. In latere hoofdstukken, spelend binnen tien jaar nadat de euro is ingevoerd, laat Rosenboom een personage opmerkingen maken over facebook, terwijl de hausse daarvan toch echt iets van de laatste twee jaar is. Het zou net kunnen, maar het is op het randje. En wanneer Riet spontaan roept: volgende week vliegen we voor een weekje naar Berlijn, dan denk ik: je woont in Zevenaar, bij Arnhem, en dan ga je vliegen naar Berlijn...? Tenslotte: de achterplattekst beschrijft de gebeurtenissen tot op 80 procent van het boek; dat vind ik geen teken van kracht. Volgens mij een te snel geschreven 'moetje' deze roman; die overigens best lekker weg leest.

22 december 2012

Trein

Ik had nog niet eerder iets van Christiaan Weijts gelezen, terwijl ik dat wel al een poos voornemens was. Tijdens een boekpresentatie van een andere schrijver hield hij eens een prachtig betoog en ik wist ook dat zijn debuut uit 2006 zeer geslaagd zou zijn. Enfin, ik kocht dat debuut vorige week, en las het in twee dagen precies tijdens twee retourritten per trein naar Groningen uit. Art.285b biedt een klassiek liefdesverhaal, in aparte vorm gegoten. De hoofdpersoon wordt door een voormalige vriendin aangeklaagd wegens stalking. Die hoofdpersoon is pianist en van de lezer wordt de nodige kennis van en affiniteit met klassieke muziek verwacht, zeker van de pianomuziek van Scarlatti. Weijts kent zijn klassiekers en bouwde met deze roman een fraai mozaïek van allerlei thema's. Een heuse pageturner, en erg interessant leesvoer. Binnenkort meer van deze schrijver.
(Toevoeging op 26 december: als je in een goed geschreven roman ook nog eens twee van mijn meest favoriete Liszt-stukken aanhaalt - Bénédiction de Dieu dans la solitude & Les jeux d'eaux à la Villa d'Este - dan heb je echt mijn hart gewonnen. Lees dit boek, en beluister deze stukken.)

Nadagen

Het derde deel van de Reve-biografie van Nop Maas wacht nog om gelezen te worden. Tussen de auteur daarvan en Reve en vooral Joop Schafthuizen was het contact tijdens de laatste jaren van Reve en na diens overlijden niet goed. Journalist Ad Fransen kwam wel regelmatig in Machelen over de vloer, en zijn in het boekje Hoe Reve zijn verjaardag vierde gebundelde reportages van zijn bezoeken leveren een prachtig beeld op van de nadagen van de grote schrijver en zijn aftakeling. Integer geschreven, inzichtelijk en vooral erg mooi.

19 december 2012

Niet beter, wel heter

Ruim drie jaar geleden las ik van P.F. Thomése het mij niet geheel overtuigende J.Kessels: the novel (zie hier de weblog daarvan). Nu is er dan een opvolger, dat ik bij gebrek aan iets leesbaars in mijn tas in een opwelling bij de AKO op het station kocht, al op het perron begon te lezen en me er enkele dagen kostelijk mee vermaakte. Het bamischandaal is een verukkelijk fout boek in de goede zin van het woord, een jongensboek pur sang: vol scheten, boeren, vrouwonvriendelijke uitspraken, platte sex etc. Maar Thomése verpakt dit alles in een verhaal vol vaart, rijgt oneliner aan oneliner en levert alinea's die je puur voor de hilariteit drie keer herleest. Het verhaal is weinig essentieel, maar de setting is geweldig. De uitgever heeft op youtube een aardig promofilmpje gezet dat weliswaar van Japanse origine is, maar het idee is erg grappig (zie hier). Zeker geen topliteratuur, maar ik heb erg van dit boek genoten.

Waarom?

Precies een maand geen logs geschreven hier, maar wel flink gelezen: vier boeken te beschrijven. Te beginnen met de nieuwste roman van Tommy Wieringa; een flinke tegenvaller. Dit zijn de namen werd door sommige recensenten positief beoordeeld, maar de bespreking door Jeroen Vullings in Vrij Nederland (zie hier) verwoordt precies wat ik tijdens het lezen bedacht. De grootste vraag die door mijn hoofd speelde: waarom moest Tommy Wieringa dit eigenlijk schrijven? Het verhaal speelt zich af in een voormalige Sovjet-republiek, kent hoofdpersonen waar je als Nederlandse lezer nauwelijk verwantschap mee voelt en behandelt een uitheemse thematiek. Daar is allemaal niks op tegen natuurlijk, een schrijver heeft alle vrijheid, maar de lezer heeft de vrijheid er helemaal niks mee te hebben. Ik snap dit boek gewoonweg niet. Ik moest mezelf flink dwingen het boek uit te lezen, terwijl ik de drie hierna te beschrijven boeken weer op ouderwets hoog tempo uitlas.

19 november 2012

Vivat Bacchus

Ik ben een liefhebber van wijn. Ik drink het graag, bezit een redelijke collectie met van alles wat, bezoek bereisbare wijnstreken voor directe inkoop en mag er graag over lezen. Vorige week kocht ik een pas verschenen boek dat hier nooit besproken zou worden als ik mij aan de stelregel zou houden dat alleen boeken die ik daadwerkelijk van kaft tot kaft lees een recensie krijgen. Wine grapes. A complete guide to 1,368 vine varieties, including their origins and flavours is een ruim 1200 pagina's dikke bijbel van de druivensoorten, geschreven door Jancis Robinson, met ondersteuning van Julia Harding en José Vouillamoz. Er zijn weliswaar zo'n 10 duizend soorten druiven, maar de auteurs beperkten zich tot de 1368 waarvan op het moment van publiceren significante hoeveelheden verhandelbare wijn werd geproduceerd. Ja, we kennen Riesling, Syrah, Chardonnay, Sauvignon Blanc, Cabernet Franc en Cabernet Sauvignon, Merlot, Mourvèdre, Pinot Blanc/Gris/Noir, Nebbiolo, Sangiovese, en nog een dertig, veertigtal andere, maar die andere 1300...? Ooit gehoord van (en nu sla ik het boek van voor naar achter lukraak open): Carrega Branco, Freisamer, Madrasa, Plechistik, Sabrevois, Vital en Zeusz? Bij sommige soorten zijn complete stambomen (pedigrees) opgenomen, een enkele keer verspreid over drie, uitvouwbare pagina's. Verder is het boek verfraaid met een aantal tekeningen stammend uit een Frans magnum opus over druivensoorten, Ampélographie, verschenen tussen 1901 en 1910. De meeste originele tekeningen gingen bij een brand in 2006 verloren, maar via de bezitters van het oorspronkelijke zevendelige werk konden een aantal toch in dit prachtige boek een plek vinden.
Voor zover mogelijk beschrijft Robinson iedere druif volgens een vaste opbouw: kleur van de druif, afstamming, wijnbouwkundige eigenschappen, en gebieden waar de druif wordt verbouwd en smaak. Ik dronk ooit eens een paar flessen wijn van de Italiaanse druif Ruchè, waar een paar wereldvreemde wijnbouwers een paar rijen van hebben aangeplant, alles bij elkaar zo'n 50 hectare. En ja hoor, Robinson vult er bijna een hele pagina mee.
Gewoon via bol.com te koop, voor de spotprijs van ruim 100 euro. Te mooi om onbesproken te laten!


17 november 2012

Gouwe ouwe

Af en toe een gouwe ouwe, dat doet goed. Op weg naar het einde van Gerard Reve kun je eigenlijk altijd wel (her)lezen; het behoort tot het allerbeste van de na-oorlogse literatuur en biedt Reve op zijn best. De ellenlange zinnen, het ongebreidelde doorouwehoeren, maar ondertussen ook de vertwijfeling en eenzaamheid, het bekritiseren van het kunstbeleid van de overheid: het zit er allemaal in. Een boek om regelmatig ter hand te nemen!

31 oktober 2012

Als vanouds

Over de laatste roman van Jeroen Brouwers Bittere Bloemen was ik niet heel enthousiast (zie hier de weblog daarvan), maar in het eerder deze maand verschenen negende deel Feuilletons Restletsels is Brouwers als polemist en literair scherpslijper weer helemaal op dreef. Boeiende stukken over Hermans en Mulisch, en verrukkelijke aanvallen op Brusselmans, Siebelink, het Letterkundig Museum en andere personen en instanties die zich met literatuur bezighouden: het staat er allemaal in. In het achtste feuilletonsdeel Sisyphus' bakens (hier de weblog) rekent Brouwers af met de taalunie; in Restletsels doet hij er nog een schepje bovenop en treedt hij in Cato's voetsporen door op meerdere plaatsen in dit boek aan te geven dat hij van mening is dat de taalunie opgedoekt mag worden. Hoogtepunt vind ik zijn stuk over Jan Siebelink (vanaf blz. 224); ronduit kostelijk. Moge Brouwers ondanks zijn kwalen waar hij hier ook over schrijft nog vele jaren gegeven zijn en die jaren stevig doorschrijvend besteden.

Geheime dienst

In de nieuwste roman van Ian McEwan staat de spionagedienst MI5 centraal. De jonge hoofdpersoon Serena Froma gaat daar na haar studie werken en neemt daar deel aan operatie Suikertand, waarbij schrijvers worden betrokken in de culturele Koude Oorlog met de Sovjet-Unie. In het in de ik-vorm geschreven verhaal blikt zij terug op deze operatie die tijdens de woelige crisisjaren aan het begin van de jaren zeventig plaatshad. Serena wordt verliefd op de schrijver die ze moet beïnvloeden en bespioneren. Voldoende ingrediënten voor een boeiende en vlot leesbare roman. De onderwerpen die McEwan in zijn boeken aansnijdt doen er altijd wel toe, en hij koppelt die grotere maatschappelijke onderwerpen altijd fraai met de beslommeringen van individuen. Toch vind ik deze roman minder diepgaand dan bijvoorbeeld Zaterdag en Aan Chesil Beach (zie de auteursindex voor de weblogs). De boodschap is wat minder krachtig, en het trucje dat McEwan op het einde van het boek toepast is eventjes aardig maar bij nadere beschouwing toch wat te licht. Desalniettemin een boeiend en lekker leesboek, zoals je van McEwan mocht verwachten.

Schijf, piramide of zandloper


Dieetboeken zijn er in overvloed, en ofschoon ik al jaren - met wisselend resultaat - verwoede pogingen doe om mijn gewicht in toom te houden, heb ik me nooit aan diëten overgegeven. Meer bewegen, minder eten: dat is het devies. De voedselzandloper van de Vlaamse arts Kris Verburgh is daarentegen een interessant boek over het veranderen van het voedingspatroon; volgens Verburgh zijn diëten in principe heel slecht. Het primaire doel van zijn adviezen is om het verouderingsproces van het lichaam af te remmen; dat daar ook een afslankende werking van uitgaat is een prettige bijkomstigheid, aldus de auteur. De aloude schijf van vijf (ook wel als piramide voorgesteld) moet het flink ontgelden. Met name brood, pasta, rijst, aardappelen en zuivel zijn volgens Verburgh te ontraden. Havermout bij het ontbijt, veel groente en fruit, noten en vette vis, dat zou de kern van de dagelijkse maaltijden moeten zijn. Verburgh baseert zich hierbij op wetenschappelijke studies uitgevoerd door onderzoekers die hun sporen hebben verdiend en die gepubliceerd zijn in de grote wetenschappelijke tijdschriften van naam. Zijn boek heeft desondanks in medisch-wetenschappelijke kringen de nodige kritiek gekregen, en wie gelijk heeft zal de tijd moeten leren. Ik ben te nuchter om een overtuigend opgeschreven verhaal tot absolute waarheid te bombarderen. Maar dit boek is het lezen en overwegen zeker waard.

24 september 2012

Wederzijds afhankelijk

Zo heel af en toe een managementboek, waarom ook niet. Je steekt er op zijn minst een aardige oneliner uit op die soms goed bruikbaar is. Ooit bezat ik een exemplaar van De zeven eigenschappen van effectief leiderschap, maar dat verdween om onduidelijke redenen uit mijn boekenkast. Omdat deze bestseller van Stephen R. Covey als beste managementboek ooit aangeprezen staat, besloot ik mijn leesdip met dit boek proberen vlot te trekken. Dat lukte niet helemaal; ik deed er ruim twee weken over terwijl ik normaliter in een week driehonderd pagina's stuksla. Enfin, toch wel een aardig geheel, deze 'must read' voor managers, ofschoon de oorspronkelijke titel (The seven habits of highly effective people) toch een bredere scope lijkt te hebben dan louter managers. Covey kauwt de zeven eigenschappen soms wel erg lang door, maar zijn keuze is alleszins te volgen. Soms is het allemaal wat te zoet-christelijk; gelukkig hangt hij zijn theorieën niet te openlijk op aan de Bijbel. Ik loop bij nogal wat organisaties rond, en soms snap ik niet of nauwelijk hoe mensen zich gedragen of hoe onmogelijke procedures toch zo hardnekkig volgehouden worden. Door dit boek van Covey snap ik dat nog steeds niet, maar is dat alles wel scherper te determineren. Zoals in veel managementboeken presenteert Covey zijn oplossingen als uiterst vanzelfsprekend, welhaast als een logische formule. Zo eenvoudig is het natuurlijk allemaal niet, maar het moet gezegd: sommige inzichten van Covey zijn best nuttig en goed toepasbaar. Het moest even, dit boek.

09 september 2012

Verjaring

Ik zit een beetje vast in een roman van Thomas Mann. Het is een meesterwerk, maar het leest niet bepaald vlot. Voor tussendoor had ik daarom behoefte aan iets lichts. De zaak Collini van de Duitse strafpleiter Ferdinand von Schirach leek mij aan deze behoefte tegemoet te komen. En inderdaad, ik las het in één keer uit. Het boekje houdt het midden tussen een literaire novelle en een thriller. Een net afgestudeerde advocaat wordt bij toeval als verdediger aangewezen van een man die een bejaarde industrieel heeft vermoord. De afwikkeling is verrassend en legt de vinger op een zere plek in de Duitse wetgeving. Fraai gecomponeerd, zonder opsmuk beschreven. John Grisham zou voor dit verhaal 500 bladzijden nodig hebben, maar dat het dus ook in 150 pagina's kan bewijst Von Schirach.

14 augustus 2012

Roda, Roda, los mar joa

Hoe gefascineerd ik ook meteen raakte (en ben) door de roman van Thomas Mann waarin ben begonnen te lezen, toen mijn boekhandel-om-de-hoek Het Martyrium aan de Van Baerlestraat allemaal sjawls en vaantjes van Roda JC in de etalage had hangen, en de boekenbijlage van NRC Handelsblad positief berichtte over de net uitgekomen roman Extra tijd van A.H.J. Dautzenberg, moest ik die verheven lectuur even onderbreken om dit nieuwe boek te lezen. Dat deed ik in twee dagen, dus nu weer verder met Thomas Mann. Tussen mijn zesde en zestiende woonde ik op 't Eikske, een wijkje aan de rand van de gemeente Schaesberg, tussen Heerlen en Kerkrade in, in de Oostelijke mijnstreek. Mijn twee oudere broers kozen als hun favoriete voetbalclub respectievelijk Feyenoord en Ajax; omdat ik toch ook niet kon achterblijven werd ik - pragmatisch als ik ben - fan van de dichtbijzijnde club: Roda JC, dat in de jaren 70 nog 'op Kaalheide' speelde. We gingen er vaak kijken; Jan Jongbloed in het doel, en met Theo de Jong, Pierre Vermeulen, Adri Koster en vooral: Dick Nanninga als grootse aanval - ik heb ze vele malen zien spelen. Dautzenberg is twee jaar jonger dan ik, en moet vlak bij mij om de hoek hebben gewoond. De wereld van zijn jeugd die hij in deze roman beschrijft was ook volledig de mijne. De roman gaat over het stervensproces van zijn vader, en dat proces wordt gekoppeld aan de strijd die zijn favoriete voetbalploeg Roda JC voert om degradatie te voorkomen. Veel staccato-teksten, compleet tegensteld aan Thomas Mann overigens, die zeker hun uitwerking hebben maar toch te weinig beklijven. Een goed geconstrueerd boek, er had echter veel meer ingezeten (de gedichten, het NSB-verleden, de confrontatie met de tante, de tweelingbroer etc.); nu blijft alles teveel aan de oppervlakte. Of beter: overstemmen het sterven van zijn vader en de na-competitie van Roda JC teveel te familiaire spanningen die er ook zijn. Maar goed, het boek haalde ook het nodige jeugdsentiment bij me boven.

10 augustus 2012

Scherp

Van de drie in de serie privé-domein uitgegeven selecties uit de dagboeken van Thomas Mann las ik in eerdere jaren de twee laatste - zie hier en hier de weblogs daarvan. De eerste is zogenaamd uitverkocht maar wel als printing-on-demand bij de uitgeverij te bestellen. Dagboeken 1918-1939 bevat een vijftigtal pagina's met dagboekaantekeningen uit 1918-1921, de periode waarin Duitsland verslagen uit de Eerste Wereldoorlog kwam en meteen een binnenlandse machtsstrijd tussen links en rechts inging. In deze jaren werkte Mann onder andere aan Der Zauberberg. De resterende 250 pagina's beslaan de jaren 1933-1939 en sluiten aan op de twee selecties dagboeken uit de jaren daarna. In deze vooroorlogse periode neemt Mann uiterst krachtig stelling tegen het nationaal-socialisme, zozeer dat hij al in februari 1933 zijn thuisland verlaat en in Zwiterland gaat wonen. Wanneer in 1939 de Tweede Wereldoorlog begint, neemt hij de wijk naar de Verenigde Staten. Zijn stellingname tegen de nazi's is helder en consequent, bijzonder intelligent en scherp. Ondertussen werkt hij aan nieuwe romans, schrijft brieven, geeft een tijdschrift uit en maakt reizen door Europa en naar de VS. Zijn zinnen zijn vol kracht en diepgang, het is groots lezen. Ik ben ondertussen begonnen aan een van zijn romans. Dat wordt een flinke inspanning. Maar Thomas Mann lezen voelt als 'essential reading'.

03 augustus 2012

Evenwichtskunst

Ruim een jaar geleden raadde een vriendin aan om Laat de aarde draaien van de mij onbekende Ierse schrijver Colum McCann te lezen. Ik kocht het boek toen wel al, maar pakte het pas deze week van mijn plankje met nog te lezen boeken. Ik las dit prachtige boek van ruim 400 bladzijden in drie dagen uit. Het is een vaker vertoonde literaire kunstgreep: het opvoeren van verschillende personages die op de een of andere manier iets met elkaar te maken hebben, zonder dat ze dat weten en zonder dat dat voor henzelf duidelijk wordt. In Laat de aarde draaien betreft het de 'artistieke misdaad van de eeuw': de Franse koorddanser Philippe Petit die in 1974 op 400 meter hoogte over een koord tussen de twee Twin Towers loopt. De personages zijn daar als toeschouwer getuige van of zijn anderszins gelinkt aan die gebeurtenis. McCann weeft zodoende een boeiend web van relaties, en vertelt ondertussen meerdere meeslepende levensverhalen die tezamen het karakter van de inwoners van New York trachten te vangen. Geen ultiem meesterwerk, maar wel een heerlijk boek om je helemaal in onder te dompelen.

27 juli 2012

Beetje vreemd

Twee jaar geleden las ik achter elkaar twee kleine verhalenbundels van de Israëlische schrijver Etgar Keret (zie hier de weblog daarvan). Eerder dit jaar verscheen de wat dikkere verhalenbundel Verrassing, en toen ik dat zag liggen bij de boekhandel kocht ik het 'voor erbij'. Ik las het uitgesmeerd over enkele maanden. Het is een aantrekkelijke bundel met veelal wat absurdistische verhalen. Ofschoon niet alle gebeurtenissen realistisch kunnen zijn, geeft Keret ongemerkt wel zijn, flink cynische, visie op de huidige (Israëlische) maatschappij. Aparte lectuur, dit boek; de titel dekt uitstekend de lading.

Onderduiker

Een jong echtpaar neemt tijdens de Tweede Wereldoorlog een wat oudere Joodse onderduiker in huis. Dat levert extra spanning op in de harmonieuze maar niet bepaald uitbundige relatie tussen Wim en Marie. En dan wordt de onderduiker ziek en sterft. Dit fraaie uitgangpunt werkte Hans Keilson uit in de bijzonder fraaie novelle Komedie in mineur. Niet zozeer de wederwaardigheden met de onderduiker als wel de verhouding tussen de jonge echtelieden maakt dit boekje zeer lezenswaardig. Keilson werd pas laat ontdekt; hij moest eerst honderd worden voordat hij erkenning kreeg. Ik las nog nooit iets eerder van hem, maar er volgen zeker meer titels van deze vorig jaar overleden schrijver.

19 juli 2012

Totale oorlog

Van Antony Beevor las ik eerder al goede boeken over Stalingrad, de slag om Berlijn en de Spaanse burgeroorlog. Onlangs verscheen van zijn hand een vuistdik boek over De Tweede Wereldoorlog. Uiteraard heb ik al veel over die oorlog gelezen, maar nog nooit een goed overzichtswerk. In bijna 900 bladzijden presenteert Beevor een geconcentreerde samenvatting van met name de militaire strijd. Hoe tekstrijk dit boek ook is, eigenlijk zou je over iedere alinea, en soms wel over aparte zinnen een heel boek willen lezen. Wanneer we het over de Tweede Wereldoorlog hebben, staat in ons collectieve bewustzijn Duitsland centraal, en bij velen de bezetting van West-Europa en de jodenvervolging. Maar de oorlog werd vooral in het oosten uitgevochten: in Rusland en in Azië. Veel feiten kende ik al, maar met name over de strijd in en rond de Grote oceaan, Noord-Afrika en Zuid-Europa had ik nog niet zoveel kennis. Beevor kon en wilde niet te gedetailleerd te werk gaan, maar de belangrijkste aspecten van deze oorlog worden helder en treffend beschreven. Het menselijk leed dat tussen 1939 en 1945 werd geleden, is eigenlijk met geen pen te beschrijven. Een mensenleven (als Jood, Chinees, Russische, Japanse of Duitse soldaat, Pool enzovoort) telde niet. Beevor laat de feiten zoveel mogelijk voor zich spreken; die zijn rauw genoeg. Over enkele aspecten laat hij wel duidelijk zijn mening doorschemeren, zoals de twijfel over het nut van de bombardementen op de Duitse steden, de kwaliteiten van Montgomery en de sluwheid van Stalin (en naïviteit van Roosevelt) tijdens de conferenties van Teheran en Jalta. Een boeiend en onthutsend, maar noodzakelijk boek.

27 juni 2012

Analyse

Mijn conclusie uit de vorige leeslog geldt bepaald niet voor Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? Ik kreeg deze zelfreflectie van Jeanette Winterson cadeau van de Vlaamse ex-collega die mij enkele maanden geleden opmerkzaam maakte van deze voor mij toen nog onbekende Engelse schrijfster, waarvan ik toen op haar aanraden Op het lichaam geschreven las (zie hier de weblog daarvan). Daar was ik toen nog niet helemaal overtuigd van, maar over haar nieuwste boek ben ik slechts vol lof. In feite is dit een 'soort van' autobiografie; beter: zelfanalyse over haar jeugd en oorsprong. Hoe confronterend en verzoenend kun je over je eigen jeugd schrijven; een jeugd die bepaald niet gemakkelijk was. Winterson werd als baby door haar biologische moeder afgestaan, kwam in een zwaar-christelijk milieu terecht waar de moeder een allesoverheersende positie innam, moest haar lesbische geaardheid een plek geven, enzovoort. In de Nederlandse literatuur zou zoiets direct leiden tot een 'afrekening met het verleden', maar dat is dit boek juist niet. En dat maakt dit tot een groots boek, confronterend en intens van zin tot zin. Prachtig.