26 oktober 2013

Wit paard

Na Stoner weer een zogenaamd herontdekt meesterwerk. Het fantoon van Alexander Wolf werd in 1947 in een Russisch tijdschrift in New York gepubliceerd en kreeg toen ook wat vertalingen. Nu dan in het Nederlands. Gajto Gazdanov vocht in 1919 een jaar lang aan de kant van de Witten tegen de Roden, en wist in 1920 te ontkomen waarna hij in Parijs terechtkwam, en daar opging in het Russische migrantengemeenschap. Een leven vol bijbaatjes en als nachtelijke taxichauffeur volgde, met daarnaast wat literaire activiteiten. Gazdanov schreef meerdere romans, en deze uit 1947 is alleszins de moeite van het lezen waard. Kern van het verhaal is de moord op een ruiter die de zestienjarige ik-figuur tijdens de burgeroorlog begaat. Hij neemt aan dat hij de ruiter heeft doodgeschoten, maar vele jaren later leest hij een verhaal waarin gedetailleerd de gebeurtenissen worden naverteld vanuit het perspectief van het slachtoffer. Een zoektocht naar en ontmoeting met de auteur volgt. Het boek moet het hebben van de fraaie bespiegelingen en de lange, soepele zinnen. Het is geenszins het meesterwerk wat de 19 aanbevelingen op het omslag en in het binnenwerk je willen doen geloven, maar ik las het in twee dagen met aandacht en groot genoegen uit. Gewoon een goed boek.

Badmuts

Het 'serie-lezen' gaat door. Na Vader en Liefde nu Zoon, het derde deel van de serie Mijn strijd van Karl Ove Knausgård. Over de eerste helft van ruim 200 bladzijden deed ik door het vele werk bijna twee weken, de resterende 200 las ik in één dag in de trein. Het is verslavend lezen, deze boeken van Knausgård. In dit derde deel beschrijft hij de jaren tussen zijn zevende en dertiende. School, buitenspelen, kattenkwaad uithalen, visites bij opa en oma, zijn leesverslaving, de eerste vriendinnetjes en vooral de permanente angst voor zijn vader worden door Knausgård minutieus beschreven. Het is ook in dit boek weer fascinerend te ervaren dat de gebeurtenissen enerzijds op zichzelf staan, dat wil zeggen: niet neergeschreven zijn met een bepaalde functie die later in het boek duidelijk wordt, maar anderzijds ook onmisbaar zijn in het beeld dat je als lezer van de jonge Karl Ove krijgt. Bladzijde 18 is geen bouwsteen voor bladzijde 387, zoals is veel andere boeken wel zo is. Het vierde deel staat al op mijn plankje met nog te lezen boeken, maar ik stel de verleiding nog eventjes uit.

Moeder

Na Een slagerszoon met een brilletje en Kartonnen dozen, die ik vorig jaar en afgelopen zomer las, zie hier en hier de weblogs) nu het derde deel van wat de Wase trilogie van Tom Lanoye is gaan heten. Het is nooit als een trilogie opgezet, maar ze vormen wel een eenheid omdat de drie autobiografische boeken een prachtig beeld geven van Lanoyes jeugd, zijn ouders en vooral ook Tom Lanoye zelf. Sprakeloos is een lijvig boek dat geen roman is. De aftakeling en dood van zijn moeder vormde de aanleiding voor dit boek waarin Lanoye alles als in een roes van zich afschrijft en daarmee een monument voor zowel die moeder en eigenlijk ook zijn vader bouwde. Die moeder was een kleurrijk mens, gezegend met de gave van het woord; Lanoye citeert regelmatig haar uitspraken die geen schrijver kan bedenken. En zijn kalme beheerste vader schikte zich uit liefde maar al te graag in de rol van hardwerkende en kalme slager. Het boek zit boordevol verrukkelijke situatiebeschrijvingen, van de toneeloptredens van zijn moeder, de vele botsingen op het kruispunt zonder stoplichten van de steenweg waaraan de slagerij gevestigd was, en de vader die voorafgaande aan het tuinfeest het gazon stofzuigt. De telefoongesprekken tussen moeder en zoon die kort daarvoor had verteld dat-i op mannen valt, vormen de hoogtepunten van dit meesterwerk. En dat alles beschreven in een geweldige stijl. Een groots boek en een topper in de Vlaamse literatuur.

25 september 2013

Landleven

En nog maar een deel uit de Russische bibliotheek van Van Oorschot. Ivan Boenin (1870-1953) geldt als een overgangsfiguur in de Russische literatuur: hij stamt uit de grote negentiende-eeuwse traditie en kende Anton Tsjechov, maar hij bleef schrijven tot na de Tweede Wereldoorlog. Na de Russische revolutie verliet hij zijn vaderland en leefde tot aan zijn dood in Frankrijk. Zijn Verzamelde werken deel 1 (er zijn 4 delen) bevat de verhalen die Boenin tussen 1892 en 1913 schreef. Het zijn meestentijds treurige verhalen vol arme boeren en verarmde en aan lager wal geraakte grondbezitters. Eigenlijk gebeurt er in de meeste verhalen niet zoveel. De hoofdpersonen zijn noodgedwongen één met hun huis, dorp, omgeving en de natuur en het hele leven wordt door Boenin als een vorm van afwisseling van de jaargetijden beschreven. Heel af en toe speelt de actualiteit een rol: de jammerlijk verloren oorlog tegen Japan in 1905 en de eerste voorzichtige protesten tegen het tsaristische bewind in 1905 worden terloops genoemd. Maar veelal lijken de verhalen zich in een onbestemd soort eeuwigheid vol hitte, vorst, regen en wind af te spelen. Soms raakte ik de vermeende draad van het verhaal een beetje kwijt, maar je leest deze ook niet voor hun plot; dat is er namelijk meestal niet. De vervolgdelen ga ik zeker ook lezen. Een interessante schrijver, deze Boenin.

08 september 2013

Reiziger

Het is eigenlijk niet uit te leggen waarom, maar voor de muziek van Sergej Prokofiev loop ik niet zo heel erg warm. Ik heb gewoon niet zoveel contact met zijn stijl, iets in die geest. Natuurlijk, er zijn enkele stukken van Prokofiev die ik weergaloos vind: het Tweede pianoconcert en dan vooral die cadens in het eerste deel, het Allegro marcato uit de Vijfde symfonie, de Romance uit de Luitenant Kijé Suite en enkele losse delen uit Romeo en Julia. Om toch meer van deze - voor mij - mysterieuze componist te weten te komen, las ik de vertaalde selecties uit zijn dagboeken gebundeld onder de titel Dagboek 1907-1933. Een keuze, verschenen in de serie privé-domein. In dit boek zijn een zevental blokken uit zijn dagboeken integraal vertaald. Dus niet een paar dagen hier en een paar dagen daar, maar alle dagboekaantekeningen van een hele periode. Vooral het revolutiejaar 1917, zijn reis naar Nederland in 1925 en zijn eerste reis terug naar de Sovjet-Unie in 1927 sinds zijn vertrek negen jaar daarvoor springen in het oog. Prokofiev geeft vooral veel concerten van eigen werk (en heeft daar soms flink moeite mee) en wordt als de de grootste Russische componist van zijn tijd beschouwd. Het is een uitermate boeiend boek dat me na het uitlezen ertoe aanspoorde verstofte cd's uit de kast te halen. Ik moet me toch meer gaan verdiepen in deze componist!

03 september 2013

Hazeldonk

Twee jaar geleden heb ik ruim negen maanden deels part-time, deels full-time bij een uitgeverij in het Belgische Mechelen gewerkt, en ook in de afgelopen maanden was ik er (on)regelmatig. Zowel toen als tot voor kort inclusief enkele overnachtingen per week. De grens bij Hazeldonk (per auto of Thalys) en die tussen Roosendaal en Essen (per gewone trein) passeerde ik talloze keren. Een lieve collega in Mechelen gaf me vorige maand een boek Beste buren waarin negen Belgen over Nederland schrijven en negen Nederlanders over België. Onder hen bekende namen als David van Reybrouck, Geert van Istendael, Charlote Mutsaers en Hugo Camps, maar ook enkele onbekenden. In alle gevallen hadden de auteurs iets met dat andere land voorbij Hazeldonk. Deze collectie geschriften uit 2011 biedt interessante inzichten in de overeenkomsten en verschillen tussen Nederland en België (vooral: Vlaanderen), ofschoon de generalisaties niet van de lucht zijn. Ze zijn deels herkenbaar, maar evenzeer gebaseerd op vermeende feiten en n = 1. Laat ik het bij mezelf houden: sinds ik er werk/gewerkt heb, er onnoemelijk veel heb gelachen, we onze onderlinge verschillen (met plezier) hebben uitvergroot, ik er vrienden heb gemaakt en ik dat (uit Nederlandse ogen) zootje ongeregeld in de openbare ruimte heb weten te waarderen en liefhebben, is dat land onder onze zuidgrens geen land meer 'om snel doorgheen te rijden op weg naar het zuiden.' Eerlijk gezegd twijfel ik dikwijls gevoelsmatig al sterk aan welke kant ik bij Hazeldonk het liefst rijd: richting noord of richting zuid...

25 augustus 2013

Dandy

Na het rauwe en hoekige boek van Öscan Akyol bleek Vroeger was alles beter, behalve de tandarts van Jean Pierre Rawie de perfecte en gewenste tegenhanger. Ik heb nog nooit gedichten van Rawie gelezen, wist wel dat hij een uiterst succesvolle Nederlandse dichter is en dat hij een wat dandyachtige levenshouding heeft. Zo schrijft hij ook een beetje, in deze bundel met veelal zeer recente columns uit het Dagblad van het Noorden. Rawie is een fijnzinnig observator, die het schone en pure propageert, maar tegelijkertijd ook van veel zuipen en mannelijke platvloersheid houdt. Zijn licht-ironische stukjes lees je met een glimlach en soms een schaterlach, zolang je ze maar niet al te serieus neemt. Mijn ega, zelf tandarts, heeft een exemplaar op de leestafel in de wachtkamer gelegd, met inmiddels al veel positieve reacties. Dat zegt genoeg.Voortuit, een klein citaat, voor het idee: Als ouwe zeur van boven de vijftig erger ik me aan het alomtegenwoordige gejij & gejou. Niet in het café (hoewel), maar vanuit de anonimiteit. 'Je kunt beginnen met pinnen', dat werk.

17 augustus 2013

Crimineel

De debuutroman Eus van Özcan Akyol maakt het me een beetje moeilijk. Over de kwaliteit van het boek zelf, nu een klein jaar geleden met groot succes geïntroduceerd en nu negen drukken verder, ben ik allerminst overtuigd. Akyol schreef een grotendeels autobiografisch boek waarin hij vertelt over zijn jeugd in Deventer, vriendinnetjes, zijn baantjes en hoe hij uiteindelijk op het criminele pad terechtkomt. Ik vond dat maar een weinig aantrekkelijk geheel door de rauwe dialogen zonder kop of staart, de vele situaties die zonder enig onderling verband aan je voorbijtrekken, het gebruik van woorden in dialogen die in de tijd van handeling nog niet door de jeugd werden gebruikt en het niet altijd juist hanteren van het vertellersperspectief. Maar goed, nadat ik het boek had uitgelezen zag ik op internet een boeiend gesprek met de schrijver in VPRO's boeken (zie hier, vanaf 15.45) en daarin laat de Akyol zich van een zeer boeiende en afgewogen kant zien. Zijn levensverhaal wordt interessant daar waar deze schelmenroman stopt en ook zijn intellectuele ontwikkeling is zeer opmerkelijk. Ik weet nu niet hoe ik tegen dit boek had aangekeken als ik dat vervolgverhaal eerst had leren kennen.

09 augustus 2013

Yperiet

Wat wil het geval. Ik nam mij vorig jaar voor meer boeken van Tom Lanoye te lezen, na zijn zeer geslaagde boekenweekgeschenk en zijn veelbelovende debuut (zie respectievelijk hier en hier de weblogs daarvan). Ik nam voor tijdens de vakantie uit mijn boekenkast Kartonnen dozen mee, dat als vervolg op die eerste verhalenbundel Een slagerszoon met een brilletje te boek staat. Dat boek kocht ik in augustus 1992, een klein jaar nadat het was verschenen. Ik las het toen ook, maar volgens mijn boekenschrift was ik er niet van onder de indruk. Tijdens mijn tiendaagse vakantie heb ik in Zuid-Frankrijk lekker kunnen lezen, en tijdens de zeer geslaagde table d'hôtes in de kasteeltuin zat ik naast een Vlaamse mede-gast, uit Ieperen. En hij vertelde o.a. over Yperiet, het mosterdgas dat door de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het eerst bij Ieperen werd toegepast en zijn naam daaraan dankt. En daags erna las ik in Kartonnen dozen precies hetzelfde verhaal! Maar daarnaast: dit boek is gewoon een erg goede roman in de beste Vlaamse vertelkunst. Familie, de ontluikende (homo)seksualiteit, leraren, persoonlijke groei. In prachtig (vernederlandste?) taal geschreven. Ik heb nog veel in te halen met Tom Lanoye!

Frustratie

In 2011 las ik de eerste drie delen van de Adrian Mole-dagboeken van Sue Townsend - via de link naar de gelezen boeken in 2011 hiernaast vind je snel de weblogs van dat drietal. Ik kocht toen ook al het vierde deeltje, maar dat bleef ruim twee jaar op de plank met nog te lezen boeken staan. Adrian Mole: The Wilderness Years is een verrukkelijk vervolg dat vooral voortbouwt op de gefrustreerde Mole uit de eerste twee delen. Met zijn eeuwige liefde Pandora is het nu definitief gedaan, en de wijze waarop hij het uiteindelijk met zijn nieuwe vriendinnetje Bianca aanlegt, maakt duidelijk dat Adrian flink autistisch is aangelegd. Uiteindelijk komt alles goed. Townsend kijkt op een heerlijke frisse wijze tegen de werkelijkheid aan. Ze legt Adrian geweldige uitspraken over de dan uitgevochten eerste Golfoorlog in de mond. Heel herkenbaar eigenlijk: I have hired a portable colour television, so I can watch the Gulf War in bed. En hoe scherp:
Norman Schwarzkopf was on television tonight, pointing a stick at an incomprehensible map. Why he was dressed in army camouflage is a mystery to me:
a) there are no trees in the desert
b) there were no trees in the briefing room
c) het is obviously too important to go anywhere near the enemy; he could go around dressed like Coco the Clown and still not be shot at.

28 juli 2013

Gelukkige huizen

Ooit raadde iemand mij aan De architectuur van het geluk van de Engels-Zwitserse filosoof Alain de Botton te lezen. Deze titel stond ruim anderhalf jaar op een notitie in mijn mobiele telefoon, totdat ik vorige week dit boek lukraak vastpakte bij de boekhandel om de hoek. Ik las het in een mum van tijd uit. In dit boek bespreekt De Botton de invloed van huizen, kantoorgebouwen, inrichtingen enzovoort op ons gemoed, en behandelt hij de smaken in en voorkeuren voor bepaalde architectuur door de eeuwen heen. Dat doet hij op lichtvoetige wijze. Alle voorbeelden die hij bespreekt zijn met foto's of tekeningen geïllustreerd, dus je kunt zien wat hij bedoelt. Dat maakt dit boek tegelijkertijd tot een pageturner; de helft van de 300 bladzijden is gereserveerd voor afbeeldingen. Met sommige van zijn uitspraken ben ik het niet direct eens: ik geloof er niets van dat een voorkeur voor koele, rustige inrichtingen een reactie is op een druk leven buitenshuis, of omgekeerd. Ofwel: dat onze smaak voortkomt uit een gemis. Maar goed, De Botton zet je wel aan het denken en voor een visueel weinig ontwikkeld iemand als ik (geef mij maar muziek en letters in plaats van kleuren en vormen) is dit niet al te technische relaas een toegankelijk geheel. De Botton heeft meer onderwerpen bij de kop gepakt en daar boeken over geschreven; ik zal er zeker nog eens eentje lezen.

Kibboets

Ik las nog nooit eerder een boek van Amos Oz, en dat moest veranderen. Zijn laatste boek Onder vrienden kreeg goede recensies, en inderdaad: deze verhalenbundel is prachtig. In de negen verhalen schetst Oz een beeld van het leven in een (fictieve) kibboets, ergens in de jaren vijftig. De holocaust en de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog liggen bij iedereen nog vers in het geheugen. De kibboets is gebaseerd op marxistische grondslag, waarbij het individuele ondergeschikt is aan het collectieve. Er moet bijvoorbeeld vergaderd en gestemd worden over de vraag of een jongen mag gaan studeren bij zijn oom in Italië. De personages die in deze verhalen worden geportretteerd zijn inzichzelfgekeerde, stille zwoegers die, zo lijkt het, een hoop levensdrama met zich meetorsen. Oz beschrijft dit alles met warme afstandelijkheid, fraai uitgebalanceerd en ingehouden.

21 juli 2013

Kort, krachtig, ruw

Ik kende Isaak Babel alleen van naam, maar kon hem niet plaatsen. Onlangs verschenen zijn Verhalen in een nieuwe vertaling in de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot. Isaak Emmanoeïlovitsj Babel (1894-1940) maakte naam met zijn verhalen gebundeld in De rode ruiterij, over de Russisch-Poolse oorlog van 1919 tot 1921. Babel diende in het Russische leger en zijn verhalen over deze oorlog geven een ruw beeld van het leven direct achter het front. Dat is de kracht van Babel: in weinig woorden een stevige situatie schetsen, hard en mensonterend, en soms weer van een grote lieftalligheid. Deze bundel bevat ook veel verhalen waarin Babel terugkeert naar zijn jonge jaren; ook rond de eeuwwisseling en de jaren erna werd het de joden niet makkelijk gemaakt. Ook hier veel ellende. De stemming die Babel oproept is bepaald niet vrolijk. Toch voel je overal dat deze uit het leven gegerepen is. Niet voor niets gold Babel lange tijd als de opvolger van Tsjechov. Meest interessant aan de verhalen vond ik toch wel de aparte houding van de schrijver tegen het communistische systeem. In feite ondersteunde hij het, maar hij laat dikwijls stevige kritiek horen. Dat werd hem uiteindelijk fataal. Ook Babel overleefde de Stalin-terreur niet; hij werd in 1939 opgepakt en in januari 1940 geëxecuteerd.

30 juni 2013

Vliegen

Na het geweldige Alsof het voorbij is (zie hier de weblog) komt Julian Barnes wederom met een kort en eigenzinnig boek. Als je op internet besprekingen van Hoogteverschillen opzoekt, krijg je veelal lange doorwrochte stukken voorgeschoteld waarin de recensenten het verband tussen de drie delen van dit boek proberen te verklaren. Er zijn natuurlijk voldoende verklaringen te geven, maar helemaal natuurlijk vond ik het onderlinge verband tussen het deel over de eerste aeronauten, het verhaal over de relatie tussen Sarah Bernhardt en Fred Burnaby en het slotdeel waarin de schrijver de gevolgen van de dood van zijn vrouw beschrijft niet. Maar eigenlijk vind ik dat verband niet zo heel belangrijk. Iedere pagina van dit boekje, en die van het derde deel helemaal, biedt een intense leeservaring met fraaie inzichten en krachtige bespiegelingen. Alsof het voorbij is had op mij meer impact, maar dit nieuwste boek mag er zeker zijn.

Dagelijks

Aan het begin van dit jaar las ik het eerste deel Zoon van de zesdelige romancyclus Mijn strijd van de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård (zie hier de weblog daarvan). Na dat intrigerende eerste deel nu het tweede deel Liefde, dat een andere sfeer uitdraagt maar evenzeer boeit. In dit deel staat zijn verwording tot huisvader centraal, terwijl hij tegelijkertijd zijn schrijverschap gestalte probeert te geven. De breuk met zijn vorige geliefde wordt slechts kort genoemd, maar vervolgens beschrijft Knausgård uitgebreid en minitieus hoe hij verliefd wordt op Linda, met haar gaat samenwonen, en drie kinderen krijgt. Met vrienden voert hij lange discussies over het schrijversvak en andere folosofische onderwerpen, en bevecht hij thuis zijn eenzaamheid om te kunnen schrijven. Feestjes, etentjes met vrienden, het huishouden, de kinderen en de grootouders: alles wordt zeer nauwkeurig beschreven en uitvoering becommentarieerd. Knausgård leidt een (deels) herkenbaar en ook uitzonderlijk leven. Wederom fascinerend en een beetje verslavend, dit boek. Het derde deel is ook al vertaald; dat ga ik binnenkort zeker lezen.

16 juni 2013

Aftakeling

Ik lees met graagte Dimitri Verhulst; in de auteursindex kun je zien dat ik er al een flink aantal van zijn boeken gelezen heb. In interviews verklaarde Verhulst zich over zijn laatste twee boeken te schamen, en dat hij nu weer een boek op niveau had geschreven. En inderdaad, De laatkomer is beter dan De laatste liefde van mijn moeder en De intrede van Christus in Brussel ofschoon ik die toch ook met genoegen las. Deze nieuwste is echter van een hoger niveau, complexer en verwarrender. De hoofdpersoon Désiré, begin zeventig, doet zich voor alsof hij dement wordt om te ontkomen aan zijn vrouw en ook om in het bejaardentehuis geplaatst te worden waar een jeugdliefde woont. Het is een met flair geschreven verhaal, vol komische en ingenieuze details en vol prachtige zinnen, maar uiteindelijk kantelt de sfeer. Dat maakt dat het boekje nog lang na het uitlezen blijft hangen. Een fraai boek!

05 juni 2013

Confrontaties

Ik las al vele boeken van Philip Roth (zie de auteursindex) maar nog lang niet alle, en ook nog niet alle romans die tot zijn allerbeste worden gerekend. Amerikaanse pastorale geldt als een hoogtepunt in zijn oeuvre, en het is inderdaad een veelomvattend boek. Het kerngegeven is eenvoudig: vlak na de Tweede Wereldoorlog trouwt de mooie en sportieve Semyour Levov met de miss Jersey en beiden bouwen aan hun Amerikaanse droom. Hun dochter gooit in de jaren zestig letterlijk en figuurlijk roet in het eten: zij plaatst een bom in het winkelcentrum als protest tegen de oorlog in Vietnam. Dit gegegevn gebruikt Roth om ontelbare conflictsituaties en tegenstellingen in levensvisie gedetailleerd uit te werken. Soms is hij in zijn verklaringen iets te uitleggerig en betweterig, maar het resultaat is bovenal een rijk en gevarieerd boek dat een fraai en originele beschrijving geeft van de tweede helft van de twintigste eeuw. Mooiste confrontatie: de hardwerkende selfmade-man tegenover de maatschappijkritische dochter die geen boodschap heeft aan hard werken, maar zich afvraagt ten koste van welke waarden deze persoonlijke groei gaat. Zo zijn er echter vele in dit boek. Ik deed ongeveer een maand over dit boek; niet omdat het me tegenstond, maar ik had teveel werk te doen. Philip Roth kondigde eerder dit jaar aan dat hij was gestopt met schrijven. Jammer, want zijn laatste boeken vond ik steeds geslaagd. Gelukkig heb ik nog voldoende Roth-titels te gaan; ze komen hier vanzelf voorbij.

05 mei 2013

Praagse winter

Ruim twee jaar geleden las ik bij toeval HhhH van Laurent Binet, nog voordat het een bestseller werd (zie hier de weblog), en daarin wordt een lans gebroken voor de Tsjechische schrijver Jirí Weil (1900-1959) die enkele grootse romans schreef, waaronder deze in 2012 vertaalde roman Mendelssohn op het dak. De eerste steen van het bouwwerk van dit verhaal is ogenschijnlijk een komische: op het dak van het muziekcentrum in het door de Duitsers bezette Praag staan een aantal componisten, waaronder Mendelssohn; rijksprotektor Heydrich gelast dat het beeld van deze joodse componist omgehaald moet worden, maar de werklieden die daags erna het dak opgaan weten niet welk beeld ze moeten nemen; ze trekken bijna Wagner om omdat hij de grootste neus van alle beelden heeft. Maar na dit begin volgt één van de krachtigste en aangrijpendste romans over de bezetting en de jodenvervolging die ik ooit las. Weil (en vertaler Kees Mercks in zijn kielzog) schrijft in graniet, de zinnen hakken er flink in. Vanuit het perspectief van verschillende personages geeft Weil een veelomvattend, maar kil en zwart beeld van de oorlogsjaren in het grauwe Praag. Veel boeken lees je voor je plezier, dit boek omdat het je bij je lurven grijpt.

30 april 2013

Heel gewoon

Ergens begin dit jaar ving ik op internet en in interviews op, dat mensen enthousiast waren over een 'literaire ontdekking'. De roman Stoner van de Amerikaan John Williams dateert van 1965 maar werd pas vorig jaar in het Nederlands vertaald. Enkele goede recensies en een tamtam zorgden ervoor dat het boek al enkele maanden de verkoop-ranglijsten aanvoert. In een Belgische boekhandel stond naast de 12e (of zoiets) druk nog een exemplaar van de eerste van deze vertaling - zonder alle citaten uit die recensies. Ik las het in enkele dagen uit. Het is een prachtig boek, ofschoon niet die ultieme parel die eerst ruim veertig jaar onder het stof moest rijpen. William Stoner wordt op het achterplat als een weinig opzienbarende man gekarakteriseerd, en vergeleken met veel romanhelden is hij dat ook. Maar zijn consequente, onbuigzaam-eerlijke levensinstelling is eigenlijk heel bewonderenswaardig. Vredelievend, maar niet tegen elke prijs, dat typeert de hoofdpersoon. Williams beschrijft een leven zoals veel mensen zijn, of nastreven, maar dat ook een beetje saai en burgerlijk overkomt. Het is de spiegel die je als lezer voorgehouden wordt die zo pijlijk is: leven wij al met al eigenlijk niet ook zo'n weinig sprankelend leven...? Grootste kracht van het boek is de stijl: de zinnen zijn prachtig, eenvoudig en vol zeggingskracht. Jammer genoeg maakte de vertaler twee domme foutjes, maar voor de rest leverde hij prima werk af. Een fraai boek.

Dakhaas

De poezenkrant is een onregelmatig verschijnende krant, ik lees het iedere keer met groot genoegen. Het jongste nummer verscheen niet als krant, maar in boekvorm. Poes in verdukking en verzet 1940-1945 is een door Paul Arnoldussen geschreven studie over de positie van de poes tijdens de Tweede Wereldoorlog. Twee aspecten staan erin centraal: het tekort aan kattenvoer en de groeiende praktijk dat poezen zelf werden gegeten. Alles wat over dit onderwerp tijdens en na de oorlog in de media verscheen - niet bepaald veel - heeft Arnoldussen bijeengeschraapt en tot een lezenswaardig geheel samengesmeedt. Geen diepgravend boekje, maar alleraardigst en fraai geïllustreerd.

24 april 2013

Vlo

Het werd weer eens tijd voor een deel uit de Russische bibliotheek van van Oorschot. Ik kocht vorige maand het enige deel gewijd aan Nikolaj Ljeskow, waarin tien romans en verhalen gebundeld zijn, in de jaren vijftig vertaald door Tom Eekman. Het is een boeiende verzameling, waarvan ik De Lady Macbeth uit het district Mtensk kende van de opera die Sjostakovitsj op dit verhaal componeerde en die een paar jaar geleden door De Nederlandse Opera werd uitgevoerd. Het is een beklemmend verhaal, waarin de lady zich doodverveelt omdat haar man druk is met het leiden van zijn bedrijf, en zij het aanlegt met een landwerker. En daarna beginnen de gruwelijkheden, eindigend in hun treurige verbanning naar Siberië. Het boek opent met een bijna 400 bladzijden lange roman Het kapittel, waarin een proost, een priester en een diaken van een klein provincieplaatsje centraal staan. Volgens Karel van het Reve geldt het niet als een geheel geslaagde roman van Ljeskow, maar ik vond het wel een boeiend en soms grappig verhaal. Vooral de diaken heeft moeite zich aan de regels te houden en dat levert bijzonder aparte situaties op. Het leukst is De linkshandige, waarin de tsaar op reis in Engeland verbluft wordt door het vakmanschap aldaar: men kan er op ware grootte een vlo in staal nabouwen, en die met een sleuteltje laten opwinden waarna het gaat springen. Hij krijgt de vlo in een kistje cadeau en hij wil weten of er in Rusland ook zulke goede vakmensen bestaan. Uiteindelijk blijken die zelfs beter: die weten op ieder pootje bewerkte hoefijzertjes te kunnen smeden...
Ach ja, zulke verhalen worden tegenwoordig niet meer geschreven. Maar daar hebben we dan ook die oude Russen voor!

01 april 2013

Contradictie?

Er zijn van die boeken die je in de winkel ziet liggen, geboeid leest en daarna waarschijnlijk nooit meer ter hand pakt. De encyclopedie van nutteloze feiten is daar een goed voorbeeld van. Hein Meijers en Simon Rozendaal bundelden alfabetisch gerangschikt ruim 5000 feiten die best aardig zijn om gekend te worden. De vraag in hoeverre feiten überhaupt nutteloos künnen zijn wil ik hier niet beantwoorden (ik vind de titel namelijk niet echt geslaagd), maar je doet al lezende veel algemene kennis op: giraffen kunnen met hun tong hun oor leeglikken, en de tsunami die Lissabon op 1 november 1755 trof kostte ongeveer 90.000 mensen het leven (de meeste inwoners van de stad zaten die zondagmorgen in een kerk en die stortten door de aardbeving in; wie eruit vluchtte werd daarna door de tsunami bedolven); in de menselijke darm zit een kilo bacteriën... enzovoort. Het is een boek voor op het nachtkastje, voor in bad of voor korte trein- en tramritjes. Er valt de nodige eenzijdigheid in onderwerpen te constateren (seks, bacteriën, mens en dier): de auteurs haalden hun weetjes uit een select aantal boeken. Maar hoe dan ook: best even lekker voor erbij.

19 maart 2013

Trans

Twee jaar geleden las ik van Marjolein Februari een geslaagde roman (zie hier de weblog). Vorig jaar maakte hij in een column in NRC Handelsblad bekend van geslacht veranderd te zijn en voortaan als man en Maxim Februari verder door het leven te gaan. Om alle (soms vervelende of misplaatste) vragen voor te zijn, schreef hij De maakbare man. Notities over transseksualiteit. Ik las het boekje in een halve dag uit; het is groots en ontroerend. Februari schrijft concreet, genuanceerd en tegelijkertijd grappig. Er staan zinnen in die je voor je plezier drie keer herleest. Nergens zieligdoenerij, maar gewoon een volwassen en betrokken benadering van dit uiterst moeilijke onderwerp. Eigenlijk een grandioos meesterwerkje, dit boekje!

Mythe

Van Alan Hollinghurst las ik in 2005, een jaar voordat ik aan dit boekenweblog begon, zijn vorige, bekroonde roman De schoonheidslijn. Dat vond ik toen een saai en langdradig boek waar de hoofdpersonen teveel aan de oppervlakte bleven. Een vriendin raade me onlangs aan zijn nieuwste roman te lezen, en dit boek stemt me veel positiever. Kind van een vreemde bestaat uit vijf delen waarvan het eerste een weekend beschrijft in de zomer van 1913, waarover de personages uit de volgende vier delen, spelend in 1926, 1967, 1978 en 2008, hun hoofd breken, zowel om gebeurtenissen te verduisteren dan wel te ontrafelen. Of zoals Bas Heijne in zijn mooie bespreking op NRC Boeken schrijft (zie hier): dat weekend wordt eerst gemythologiseerd en later weer gedemythologiseerd. Het is een rijk boek, waarin het verval van oude Engelse aristocratische waarden en normen centraal staan. Hollinghurst laat je de tijdgeest proeven en je er je eigen waardeoordeel over vellen. Vooral de dialogen zijn sterk; soms lijken de gesprekspartners aan het koorddansen waarbij een verkeerd half woord noodlottig kan zijn. Een fraaie warme roman, heerlijk om te lezen.

08 maart 2013

Kinderleed

Van Jean-Paul Franssens las ik al enkele boeken, zie de auteursindex. Vooral de twee in de serie privédomein uitgegeven herinneringen zijn het meest bekend geworden. Ik kocht Rozen uit het Zuiden al in 2009, maar pakte het pas nu van het plankje met 'nog te lezen boeken'. Het is weliswaar een roman, maar sterk autobiografisch gekleurd. In stemmige korte zinnen beschrijft de ik-figuur van 11 jaar zijn wereld waarin zijn moeder vreemd gaat met een kunstenaar, de autoritaire meester Stek ten onder gaat aan zijn geheime hobby en de tante van Duitse oorsprong hem als een schoothondje vertroetelt. Met velen loopt het niet goed af; Franssens houdt wel van een beetje zwarte humor. Bovenal komen de jaren direct na de oorlog aardig tot leven; de oorlog die even vergeten lijkt en iedereen die probeert te doen alsof het leven weer helemaal normaal is. Fraai boekje.

24 februari 2013

Wijvengezeik

Van muziekproducent en wijnmaker Ilja Gort las ik een paar jaar terug een drietal vermakelijke boekjes waarin wijn(maken) centraal staat. Zie de auteursindex voor de weblogs daarvan. Bij toeval stuitte ik in de AKO-shop op het station op zijn nieuwste boek: De vrouwenslagerij. Het is een roman van niks die je toch moet lezen. Het verhaal is uiterst dun, de 220 bladzijden zijn bovendien in 52 hoofdstukjes onderverdeeld die ieder op een rechterpagina beginnen, en dus telt het boekje ook nog (ik heb ze geteld) 26 blanco linker pagina's. Enfin, tel uit je verlies, maar daartussen veel vlotte vermakelijkheden over vier vrouwen die met koele hand (en schietpistool) een slagerij in een klein Frans dorpje gaande houden. Veel bloed, worst en halve kippen. Ilja Gort schijnt vegetariër te zijn, maar hij schrijft over vlees alsof hij erin is opgegroeid. Zijn taalgebruik is geestig en somtijds onbeholpen. Onbedoeld leuk is de beeldspraak die geen beeldspraak is (maar juist een prima definitie): 'Die maandagochtend was Salves gehuld in mist; alsof er een wolk was geland die het dorpje smoorde onder een dikke grijze deken.' Je leest het boekje bij twee potten thee cq één fles wijn geamuseerd uit.

21 februari 2013

Het Sluisje

De verschijning in januari en de recensies van het nieuwste boek van Jan Brokken zijn me ontgaan; ik zat toevallig op uitzendinggemist te zappen en zag daar het gesprek met de auteur in VPRO's boeken. Daags erna kocht ik het boek en las het in enkele dagen uit. De vergelding. Een dorp in tijden van oorlog is een reconstructie van wat zich op 10 en 11 oktober 1944 in Rhoon, het dorp waar Brokken opgroeide, heeft voorgedaan. Enkele Duitse soldaten lopen op de avond van 10 oktober na spertijd met hun scharrels over een dijk; opeens stapt een van de soldaten op een elektriciteitskabel wat hij niet overleeft. De dag erna worden 7 dorpsgenoten gefusilleerd en hun huizen in brand gestoken. Het is nooit opgehelderd of die loshangende elektriciteitskabel een ongeluk was of sabotage, en in dat laatste geval: wie de actie uitvoerde. Voor deze reconstructie werden vele gesprekken met dorpsgenoten gevoerd en vele meters archiefstukken doorgewerkt. Het boek is een legpuzzel dat stukje voor stukje het beeld completeert. Interessanter nog dan de vraag wat zich precies heeft afgespeeld, zijn de vele levensbeschrijvingen van de dorpelingen. Brokken meandert door veronderstellingen, waarheden, feiten en meningen, en dat is een erg verslavende vorm. De verkoop van het boek kende een vliegende start; na twee maanden al een vijfde druk en het staat op de eerste plaats van de verkooplijsten. Terecht! Op het achterplat staat een typische marketingassistenten-tekst van iemand die denkt te weten hoe 70 jaar na dato de aard en omvang de Tweede Wereldoorlog samengevat konden worden ('Eens te meer wordt duidelijk dat de oorlog niet alleen voor militairen maar ook voor gewone mensen verstrekkende gevolgen heeft.') Gottegot, hoe bedenk je het.

17 februari 2013

Voltooid

Toen ik in juni 2011 het tweede deel van de Reve-biografie van Nop Maas uitlas (zie hier de weblog), leek het verschijnen van het derde en laatste deel voorlopig onmogelijk: de rechter had Joop Schafthuizen in het gelijk gesteld in zijn eis dat het derde deel niet zou mogen verschijnen. In 2012 oordeelde het gerechtshof in hoger beroep het tegenovergestelde; het boek verscheen in het najaar. Deed ik over deel 2 meerdere maanden, Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. De late jaren 1975-2006 las ik in ruim twee weken geboeid uit. In deze ruim dertig jaar was Schafthuizen de vaste partner van Reve, publiceerde hij nog enkele romans en meerdere brievenboeken, werden zijn geschriften zoveel mogelijk financieel geëxploiteerd en zakte hij langzaamaan weg in dementie, tot hij in april 2006 overleed. Evenals in de eerste twee delen interpreteert Nop Maas niet of nauwelijks; van een biografie kun je dan ook eigenlijk niet spreken. Het boek is zoals de titel aangeeft: een kroniek, waarin zoveel mogelijk chrologisch het leven van Reve uit de doeken wordt gedaan. Voor sommigen wellicht saai, maar ik las het bijna 800 bladzijden dikke boek met groot genoegen. Ook nu zijn het de vele citaten van Reve zelf, voornamelijk uit niet gepubliceerde brieven, die het lezen van dit boek tot een feest maken. Wie duiding zoekt zal die in deze kroniek nauwelijks vinden, maar kan die trouwens ook zelf op het gebodene loslaten. Een unieke serie boeken, deze drie kronieken van het leven van Reve.

11 februari 2013

Theelepel

Een vreemde eend in de bijt voor wie via deze weblog mijn leessmaak een beetje kent. Wie krijgt de gouden armband van moeder? is een aardige inleiding op wat erfgenamen te wachten kán staan bij het verdelen van de erfenis, en dan met name het fysieke deel daarvan. Ik vind het al tijden een intrigerend onderwerp, zonder dat ik daar op enige manier mee te maken heb (gehad). Mijn ouders zijn nog in goede gezondheid en het onderwerp van de erfenis speelt in mijn familie absoluut niet. Het is vooral het communicatieve aspect ervan dat me boeit, ofwel: hoe kan het zijn dat bij ongeveer een kwart van de gevallen het verdelen van de erfenis op ruzie en bij een deel zelfs tot permanente onmin leidt? Ik las in december een interview in Het Parool met Else-Marie van den Eerenbeemt, ter aankondiging van dit boekje. Op basis van een enquête, oproepen op websites en andere reacties stelde zij dit boekje samen, waarin een staalkaart van mogelijke conflicten beschreven wordt. Uitputtend kon het niet zijn, zoals de ondertitel aangeeft: 'Iedere familie heeft een erfenisverhaal.'

31 januari 2013

College

Een maand geleden las ik de debuutroman Art.285b van Christiaan Weijts en die leverde me fijne leesuurtjes op (zie hier de weblog daarvan). Ik beloofde toen meer van deze schrijver te gaan lezen; ik las de afgelopen dagen zijn jongste, derde roman Euforie. Daarover kan ik helaas minder enthousiast berichten. Wederom levert Weijts een vlotlopend en modern verhaal; je leest de 400 bladzijden in sneltreinvaart uit. Maar ik begon me halverwege te ergeren aan een basaal-technische zwakheid die iedere schrijver van niveau zou moeten weten te vermijden: een té alwetende verteller die zodanig boven de hoofdpersonen staat dat deze verteller een té prominente rol in het boek speelt. In de negentiende-eeuwse Nederlandse romankunst kwam dat veelvuldig voor, maar dat maakte die romans dan ook onverteerbaar. Weijts dwingt zichzelf als verteller-professor op met zijn colleges over architectuur, Latijn en maatschappelijke inzichten die nooit aan de gedachtewereld van de hoofdpersonen zijn toe te schrijven. Wie dit boek bij de hand heeft en hier een bewijs van wil lezen: de eerste twee-en-halve bladzijden van hoofdstuk 17. Waarom niet iets meer moeite gedaan dergelijke wetenswaardigheden in de gedachtewereld van een hoofdpersoon te voegen? Op mij kwam het boek over als een theoretisch werk over genoemde onderwerpen dat via een eendimensionaal verhaal, een 'roman', toegankelijk moest worden gemaakt. Dat verhaal rammelt bovendien aan teveel kanten. De niet geredde vrouw in de tramtunnel die geen Isa bleek te zijn (maar wie dan wel?), de dreigende meneer uit Parnassia (waar bleef hij uiteindelijk?), de ongeloofwaardige afwikkeling van het referendum waar 200.000 Hagenaars aan deelnamen en terzijde werd geschoven (waarom?), de verbroken relatie met vrouw en kind (hoe verder?). Voorin het boek staat dat de schrijver dit boek kon schrijven mede door een verblijf in het NIAS in Wassenaar. Tja, dat levert teveel wetenschap op, en veel te weinig roman. Helaas.

21 januari 2013

Systeem

Wanneer over een boek zo verschillend wordt geoordeeld en tegelijkertijd zoveel verschillende duidingen oproept, en wanneer de titel niet alleen in het Engels maar ook in andere talen (in elk geval het Nederlands) tot een inheems woord wordt beschouwd en in het woordenboek is opgenomen: tja, dan moet het wel een interessant boek zijn. Joseph Heller schreef Catch-22 in de jaren vijftig; het verscheen in 1961 en begon toen langzaam aan een veroveringstocht. Ik moest er even inkomen; voor de eerste honderd bladzijden had ik een kleine week nodig. Maar mijn stijgende verbazing sloeg om in bewondering, aandacht en vooral plezier, en de resterende vierhonderd bladzijden las ik vervolgens in enkele dagen. Joseph Heller gebruikte zijn eigen ervaringen als bommenwerper tijdens de Tweede Wereldoorlog om de absurditeit van de oorlog, maar zeker ook van de bureaucratische organisatie van het leger te schetsen. Hij koos voor een mengeling van tragiek en humor. Vooral om de hilarische dialogen met hun ultieme logica waar niemand wat mee kan, heb ik soms flink moeten schateren. Daarnaast beschrijft Heller ook de weinig vrolijke omstandigheden aan boord van het vliegtuig tijdens een aanval.
Catch-22 biedt geen chronologisch en geordend verhaal. In 42 hoofdstukken passeren vele personages de revue. Het is vooral de sfeer, de situatie aan de grond en in de lucht en vooral de onderlinge communicatie waar het in dit boek om draait. Voor de duiding van het boek is op internet veel informatie te vinden. Begin bij de Engelse wikipedia-pagina over dit boek (hier). Maar lees vooral het boek zelf!