Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
29 december 2013
Graal
Nadat ik door Sue Townsend (zie hiervoor) in een engelstalige leesmodus zat, nam ik dan eindelijk The Da Vinci Code ter hand dat al ruim anderhalf jaar op mijn boekenplankje met nog te lezen boeken stond. En van Dan Brown had ik nog nooit iets gelezen, dus dan toch maar deze bestseller. Tja, er is al heel veel over gezegd en geschreven en de meeste lezers zullen dit boek uit 2003 al gelezen hebben. Of de 'feiten' in dit boek kloppen of niet vind ik niet zo heel belangrijk: een romanschrijver mag van mij de waarheid naar zijn hand zetten. Het gaat er mij om of dat allemaal een beetje consequent gebeurt en ten dienste staat van het grote geheel. En dat doet het hier wel; het complot van het Vaticaan en Opus Dei vind ik goed gevonden. Verder is het een echte thriller, waarin je als lezer een paar keer flink op het verkeerde been wordt gezet. Wat me echter vooral tegenstond is de enorme traagheid van de gebeurtenissen. Om in bijna 600 bladzijden een dag of 2-3 te beschrijven, moet je van goede huize komen om de vaart erin te houden. En dat lukt Brown niet. Soms bladerde ik lukraak een dertigtal pagina's verder en de vijf regels die ik dan las gaven me al een redelijk goed beeld van wat er in die dertig tussenliggende bladzijden zou gaan gebeuren. Er wordt door de hoofdpersonen veel nagedacht, en in de laatste regels van het hoofdstuk gaat er opeens een lichtje branden. Dan kost het flink wat bladzijden om de puzzel te leggen.
23 december 2013
Pandora
Eerder dit jaar las ik het vierde deel van de Adrian Mole-dagboeken van Sue Townsend (zie hier de weblog). En nu het vijfde deel: Adrian Mole: The Cappuccino Years. Adrian is nu de 30 gepasseerd en heeft een kind van de Nigeriaanse schone op wie hij aan het einde van het vorige deel verliefd werd. Daarvan is hij alweer gescheiden, maar het kind is de stille getuige van die relatie. Verder worstelt Adrian zich als miskend talent door het leven heen. Het is de tijd dat Tony Blair een enorme verkiezingsoverwinning behaalt; en Pandora wint het kiesdistrict waar Adrian woont. Alleen al de autotocht die hij maakt om op haar te kunnen stemmen is een hilarisch hoogtepunt. Zijn ouders en die van Pandora doen aan partnerruil en vooral de twee moeders kunnen elkaar niet luchten of zien. En dan deze notitie op 2e kerstdag (Tania is de moeder van Pandora die het nu dus met Adrians vader doet): The atmosphere was not helped by my mother laughing openly at their Christmas tree, on which arranged twenty-five gingerbread men, each hanging by their necks from a noose-like-silver ribbon. 'I thought you were against the death penalty, Tania,' she said. Het is allemaal ontzettend grappig en raak getroffen. Gelukkig nog zeker 3 delen te gaan. En Sue Townsend heeft meer boeken geschreven die erg leuk schijnen te zijn. Ik ga ze in het Engels allemaal lezen.
30 november 2013
Landgoed
Veel verhalen van Toergemjev, Tsjechov, Gogol etc. spelen zich af op het Russische platteland, in landhuizen en daaromheen. Het meest ultieme landgoedboek is wel De familie Golowljow van Mikhail Saltykow (of officieel: Mikhail Saltykow-Sjtsjedrin) dat eerst in aparte afleveringen verscheen en in 1880 door Saltykow als roman werd gebundeld en uitgebracht. Het landgoed Golowljowo is een standaard-landgoed, met land, boeren, een niet al te comfortabel landhuis en wat bedienden in de keuken en huishouding. Arina Petrowna beheert de boel en maakt alles ondergeschikt aan de groei van de onderneming, zoals zij het landgoed beschouwt. Later neemt een van haar zonen (Judasje) het beheer over, die in alles een graadje erger (of: gedegenereerder) blijkt. Met alle anderen van de familie loopt het niet goed af; hulpvragen worden niet beantwoord want die doen afbreuk aan de groei van het landgoed. Een subliem verhaal van een familiebedrijf in verval, dat bijna als managementboek voor deze tijd kan dienen: daar waar slechts het resultaat telt en de menselijke maat volledig verdwenen is, is het einde van de onderneming in zicht. Met zijn 310 bladzijden het dunste deel uit de Russische Bibliotheek van Van Oorschot dat ik las, maar bepaald niet het slechtste.
17 november 2013
Kronkel
Het is al heel wat jaren geleden dat ik voor heel weinig geld de 24 bundels van Simon Carmiggelt kocht, die als een 'soort van' verzameld werk bij uitgeverij de Arbeiderspers verschenen. Die 24 witte boekjes vol kronkels uit het Parool staan ongelezen en subtiel weggewerkt in een boekenkast, wachtend op ooit. Carmiggelt werd honderd jaar geleden geboren en bij wijze van herdenking verscheen onder andere een bundel kronkels waarin Amsterdam centraal staat. Dwalen door Amsterdam leek me een aardige aanleiding om eens wat van Carmiggelt te lezen. Ik heb me er kostelijk mee vermaakt. Carmiggelt heeft een scherp oog en een vlotte pen, schrijft prachtige zinnen vol inzichten en er valt heel veel te lachen om de uitspraken van de mensen die hij op straat ontmoet 'die geen schrijver bedenken kan'. Vooruit, ook hijzelf zorgt voor geweldige uitspraken: In wijken waar je eigenlijk niets te maken hebt, kom je alleen als je jezelf ertoe dwingt. Dat doe ik op zaterdag. En als ik thuiskom ben ik altijd vol geestdrift en vol bier. Er is bij Van Oorschot nog een mooi dundrukboekje met stukjes van Carmiggelt verschenen; misschien lees ik dat ook binnenkort. En als dat evenzeer bevalt als dit heerlijke boekje, dan ontkom ik er niet aan een greep naar die 24 witte deeltjes in mijn boekenkast te doen.
Stukjes
Toen ik zestien was had ik een abonnement op Vrij Nederland, dat toen nog uit een krant, een boekenbijlage en een kleurenkatern bestond. Dat kleurenkatern bevatte eens in de paar weken een degelijk stuk onderzoeks-journalistiek over één onderwerp. Het kleurenkatern van de VN van 5 december 1981 ging over Godfried Bomans, die die maand precies tien jaar daarvoor was overleden. Deze monografie van Jeroen Brouwers las ik toen met veel aandacht, en dat kleurenkatern heb ik nog ergens in een archiefdoos bewaard. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat Bomans werd geboren en bij de jaarlijkse actie 'Nederland Leest' wordt zijn Erik, of het klein insectenboek gratis weggegeven door bibliotheken. De monografie van Jeroen Brouwers kreeg nu een nieuwe heruitgave (het verscheen in 1982 in boekvorm met als titel Bomans was de naam), aangevuld met een slotwoord uit 1997. Brouwers achtte het blijkbaar niet nodig een tweede update over de Bomansiana te geven.
Hoe dan ook: de monografie Over Godfried Bomans is nog steeds het beste wat over Bomans geschreven is. Brouwers is zowel spijkerhard als lovend: Bomans besteedde teveel tijd aan onzinnigheden waardoor hij er niet toe kwam een echt groot schrijver te zijn. De inhoud is bij Bomans bijna altijd te onzinnig voor woorden, maar de wijze waarop hij schreef was dikwijls briljant. Met dit boek van Brouwers valt veel te lachen. Een aardig citaat van Bomans, door Brouwers als een staaltje van stileer- en typeerkunst aangemerkt, over de jarenlange schaakrelatie van Bomans met Lodewijk van Deyssel (Alberdingk Thijm): Nadat hij (= Thijm, JB) zes maanden lang alle partijen verloren had zonder zelfs een remise te boeken, gebeurde er iets merkwaardigs. Thijm legde voor de zoveelste keer zijn koning om en bleef toen met de handen op de knieën en met terneergeslagen ogen roerloos zitten. Toen sprak hij, op zijn langzame en nadrukkelijke manier, of hij zijn woorden in een grafzerk kerfde: 'Je kunt evengoed met een hond schaken.' Ik zweeg. Wat viel daarop te zeggen? Bevestigen is ongepast, tegenspreken leek mij flauw. Bovendien was het, schaaktechnisch gesproken, waar en vatte het de krachtsverhouding beeldend samen. Ik zei dus niets. Zo ging er een minuut voorbij. Toen zei Thijm, mijn dilemma radend, met een zachte glimlach en zonder de ogen op te heffen: 'Men wordt geacht dit te ontkennen.'
Hoe dan ook: de monografie Over Godfried Bomans is nog steeds het beste wat over Bomans geschreven is. Brouwers is zowel spijkerhard als lovend: Bomans besteedde teveel tijd aan onzinnigheden waardoor hij er niet toe kwam een echt groot schrijver te zijn. De inhoud is bij Bomans bijna altijd te onzinnig voor woorden, maar de wijze waarop hij schreef was dikwijls briljant. Met dit boek van Brouwers valt veel te lachen. Een aardig citaat van Bomans, door Brouwers als een staaltje van stileer- en typeerkunst aangemerkt, over de jarenlange schaakrelatie van Bomans met Lodewijk van Deyssel (Alberdingk Thijm): Nadat hij (= Thijm, JB) zes maanden lang alle partijen verloren had zonder zelfs een remise te boeken, gebeurde er iets merkwaardigs. Thijm legde voor de zoveelste keer zijn koning om en bleef toen met de handen op de knieën en met terneergeslagen ogen roerloos zitten. Toen sprak hij, op zijn langzame en nadrukkelijke manier, of hij zijn woorden in een grafzerk kerfde: 'Je kunt evengoed met een hond schaken.' Ik zweeg. Wat viel daarop te zeggen? Bevestigen is ongepast, tegenspreken leek mij flauw. Bovendien was het, schaaktechnisch gesproken, waar en vatte het de krachtsverhouding beeldend samen. Ik zei dus niets. Zo ging er een minuut voorbij. Toen zei Thijm, mijn dilemma radend, met een zachte glimlach en zonder de ogen op te heffen: 'Men wordt geacht dit te ontkennen.'
10 november 2013
Much ado
De nieuwe roman (of beter: novelle) van Remco Campert lees je in een ruk uit. Hôtel du Nord boeit van begin tot einde en ofschoon er eigenlijk weinig in gebeurt is de verhaallijn te lastig om kort na te vertellen zonder daarmee meteen het geheim prijs te geven. Ik heb enkele recensies over dit boekje gelezen en die maken me duidelijk dat ik het werk blijkbaar niet op waarde heb weten te schatten. Ofwel: de recensenten halen er meer uit dan ik eruit haalde. Ik vond het 'slechts' een aardig eendimensionaal verhaal over de wederwaardigheden van enkele mensen die in de film- en theaterwereld werken, hun onderlinge relatie en vooral ook hun eigen besognes. Niet meer dan dat. Het loopt allemaal goed af, en dat is het dan. De diepere lagen heb ik niet kunnen ontdekken. Tja, dat kan heel goed aan mij liggen.
09 november 2013
Kookboek
Het terechte succes van Alsof het voorbij is (zie hier de weblog over dat grandioze boek) heeft de Nederlandse uitgever van Julian Barnes aangespoord zijn oudere titels opnieuw uit te brengen of alsnog te laten vertalen. Wijsneus in de keuken dateert van 2003 maar kreeg pas dit jaar zijn Nederlandse vertaling. Het is een aardig boekje over kookboeken, en dan vooral hoe Barnes ermee heeft geworsteld. Immers: de instructies zijn soms onuitvoerbaar, onduidelijk of veronderstellen topkokvaardigheden, je bereikt nooit het resultaat zoals op de foto's, enzovoort. Voor wie eveneens een haat-liefdeverhouding met kookboeken heeft: men leze eerst dit keukenboekje van Barnes. Voor de rest is het een aardig geheel over eten klaarmaken. En laat hij nou slechts één restaurant noemen, en precies dat ene in Lamastre in de Ardèche waar ik ruim een jaar geleden ook zo onvergetelijk gegeten heb...
03 november 2013
Blok
Een meenemertje uit de boekhandel om de hoek, dit boek dat Jan Brokken schreef ter gelegenheid van de 105e verhaardag van de Koninklijke Boekverkopersbond. Blok. De boekhandelaar van mijn vader gaat over de wat norse, gereformeerde boekhandelaar Blok die eerst in Rotterdam Charlois en later in het centrum van de stad een boekhandel dreef. De vader van Brokken, dominee in Rhoon, bestelde bij Blok zijn boeken die de boekhandelaar persoonlijk kwam langsbrengen. Brokken kauwt het onderwerp 20 pagina's te lang uit, maar het boekje geeft een aardig beeld van de hoogtijdagen van de boekhandel; door internet zijn die allang verleden tijd.
26 oktober 2013
Wit paard
Na Stoner weer een zogenaamd herontdekt meesterwerk. Het fantoon van Alexander Wolf werd in 1947 in een Russisch tijdschrift in New York gepubliceerd en kreeg toen ook wat vertalingen. Nu dan in het Nederlands. Gajto Gazdanov vocht in 1919 een jaar lang aan de kant van de Witten tegen de Roden, en wist in 1920 te ontkomen waarna hij in Parijs terechtkwam, en daar opging in het Russische migrantengemeenschap. Een leven vol bijbaatjes en als nachtelijke taxichauffeur volgde, met daarnaast wat literaire activiteiten. Gazdanov schreef meerdere romans, en deze uit 1947 is alleszins de moeite van het lezen waard. Kern van het verhaal is de moord op een ruiter die de zestienjarige ik-figuur tijdens de burgeroorlog begaat. Hij neemt aan dat hij de ruiter heeft doodgeschoten, maar vele jaren later leest hij een verhaal waarin gedetailleerd de gebeurtenissen worden naverteld vanuit het perspectief van het slachtoffer. Een zoektocht naar en ontmoeting met de auteur volgt. Het boek moet het hebben van de fraaie bespiegelingen en de lange, soepele zinnen. Het is geenszins het meesterwerk wat de 19 aanbevelingen op het omslag en in het binnenwerk je willen doen geloven, maar ik las het in twee dagen met aandacht en groot genoegen uit. Gewoon een goed boek.
Badmuts
Het 'serie-lezen' gaat door. Na Vader en Liefde nu Zoon, het derde deel van de serie Mijn strijd van Karl Ove Knausgård. Over de eerste helft van ruim 200 bladzijden deed ik door het vele werk bijna twee weken, de resterende 200 las ik in één dag in de trein. Het is verslavend lezen, deze boeken van Knausgård. In dit derde deel beschrijft hij de jaren tussen zijn zevende en dertiende. School, buitenspelen, kattenkwaad uithalen, visites bij opa en oma, zijn leesverslaving, de eerste vriendinnetjes en vooral de permanente angst voor zijn vader worden door Knausgård minutieus beschreven. Het is ook in dit boek weer fascinerend te ervaren dat de gebeurtenissen enerzijds op zichzelf staan, dat wil zeggen: niet neergeschreven zijn met een bepaalde functie die later in het boek duidelijk wordt, maar anderzijds ook onmisbaar zijn in het beeld dat je als lezer van de jonge Karl Ove krijgt. Bladzijde 18 is geen bouwsteen voor bladzijde 387, zoals is veel andere boeken wel zo is. Het vierde deel staat al op mijn plankje met nog te lezen boeken, maar ik stel de verleiding nog eventjes uit.
Moeder
Na Een slagerszoon met een brilletje en Kartonnen dozen, die ik vorig jaar en afgelopen zomer las, zie hier en hier de weblogs) nu het derde deel van wat de Wase trilogie van Tom Lanoye is gaan heten. Het is nooit als een trilogie opgezet, maar ze vormen wel een eenheid omdat de drie autobiografische boeken een prachtig beeld geven van Lanoyes jeugd, zijn ouders en vooral ook Tom Lanoye zelf. Sprakeloos is een lijvig boek dat geen roman is. De aftakeling en dood van zijn moeder vormde de aanleiding voor dit boek waarin Lanoye alles als in een roes van zich afschrijft en daarmee een monument voor zowel die moeder en eigenlijk ook zijn vader bouwde. Die moeder was een kleurrijk mens, gezegend met de gave van het woord; Lanoye citeert regelmatig haar uitspraken die geen schrijver kan bedenken. En zijn kalme beheerste vader schikte zich uit liefde maar al te graag in de rol van hardwerkende en kalme slager. Het boek zit boordevol verrukkelijke situatiebeschrijvingen, van de toneeloptredens van zijn moeder, de vele botsingen op het kruispunt zonder stoplichten van de steenweg waaraan de slagerij gevestigd was, en de vader die voorafgaande aan het tuinfeest het gazon stofzuigt. De telefoongesprekken tussen moeder en zoon die kort daarvoor had verteld dat-i op mannen valt, vormen de hoogtepunten van dit meesterwerk. En dat alles beschreven in een geweldige stijl. Een groots boek en een topper in de Vlaamse literatuur.
25 september 2013
Landleven
En nog maar een deel uit de Russische bibliotheek van Van Oorschot. Ivan Boenin (1870-1953) geldt als een overgangsfiguur in de Russische literatuur: hij stamt uit de grote negentiende-eeuwse traditie en kende Anton Tsjechov, maar hij bleef schrijven tot na de Tweede Wereldoorlog. Na de Russische revolutie verliet hij zijn vaderland en leefde tot aan zijn dood in Frankrijk. Zijn Verzamelde werken deel 1 (er zijn 4 delen) bevat de verhalen die Boenin tussen 1892 en 1913 schreef. Het zijn meestentijds treurige verhalen vol arme boeren en verarmde en aan lager wal geraakte grondbezitters. Eigenlijk gebeurt er in de meeste verhalen niet zoveel. De hoofdpersonen zijn noodgedwongen één met hun huis, dorp, omgeving en de natuur en het hele leven wordt door Boenin als een vorm van afwisseling van de jaargetijden beschreven. Heel af en toe speelt de actualiteit een rol: de jammerlijk verloren oorlog tegen Japan in 1905 en de eerste voorzichtige protesten tegen het tsaristische bewind in 1905 worden terloops genoemd. Maar veelal lijken de verhalen zich in een onbestemd soort eeuwigheid vol hitte, vorst, regen en wind af te spelen. Soms raakte ik de vermeende draad van het verhaal een beetje kwijt, maar je leest deze ook niet voor hun plot; dat is er namelijk meestal niet. De vervolgdelen ga ik zeker ook lezen. Een interessante schrijver, deze Boenin.
08 september 2013
Reiziger
Het is eigenlijk niet uit te leggen waarom, maar voor de muziek van Sergej Prokofiev loop ik niet zo heel erg warm. Ik heb gewoon niet zoveel contact met zijn stijl, iets in die geest. Natuurlijk, er zijn enkele stukken van Prokofiev die ik weergaloos vind: het Tweede pianoconcert en dan vooral die cadens in het eerste deel, het Allegro marcato uit de Vijfde symfonie, de Romance uit de Luitenant Kijé Suite en enkele losse delen uit Romeo en Julia. Om toch meer van deze - voor mij - mysterieuze componist te weten te komen, las ik de vertaalde selecties uit zijn dagboeken gebundeld onder de titel Dagboek 1907-1933. Een keuze, verschenen in de serie privé-domein. In dit boek zijn een zevental blokken uit zijn dagboeken integraal vertaald. Dus niet een paar dagen hier en een paar dagen daar, maar alle dagboekaantekeningen van een hele periode. Vooral het revolutiejaar 1917, zijn reis naar Nederland in 1925 en zijn eerste reis terug naar de Sovjet-Unie in 1927 sinds zijn vertrek negen jaar daarvoor springen in het oog. Prokofiev geeft vooral veel concerten van eigen werk (en heeft daar soms flink moeite mee) en wordt als de de grootste Russische componist van zijn tijd beschouwd. Het is een uitermate boeiend boek dat me na het uitlezen ertoe aanspoorde verstofte cd's uit de kast te halen. Ik moet me toch meer gaan verdiepen in deze componist!
03 september 2013
Hazeldonk
Twee jaar geleden heb ik ruim negen maanden deels part-time, deels full-time bij een uitgeverij in het Belgische Mechelen gewerkt, en ook in de afgelopen maanden was ik er (on)regelmatig. Zowel toen als tot voor kort inclusief enkele overnachtingen per week. De grens bij Hazeldonk (per auto of Thalys) en die tussen Roosendaal en Essen (per gewone trein) passeerde ik talloze keren. Een lieve collega in Mechelen gaf me vorige maand een boek Beste buren waarin negen Belgen over Nederland schrijven en negen Nederlanders over België. Onder hen bekende namen als David van Reybrouck, Geert van Istendael, Charlote Mutsaers en Hugo Camps, maar ook enkele onbekenden. In alle gevallen hadden de auteurs iets met dat andere land voorbij Hazeldonk. Deze collectie geschriften uit 2011 biedt interessante inzichten in de overeenkomsten en verschillen tussen Nederland en België (vooral: Vlaanderen), ofschoon de generalisaties niet van de lucht zijn. Ze zijn deels herkenbaar, maar evenzeer gebaseerd op vermeende feiten en n = 1. Laat ik het bij mezelf houden: sinds ik er werk/gewerkt heb, er onnoemelijk veel heb gelachen, we onze onderlinge verschillen (met plezier) hebben uitvergroot, ik er vrienden heb gemaakt en ik dat (uit Nederlandse ogen) zootje ongeregeld in de openbare ruimte heb weten te waarderen en liefhebben, is dat land onder onze zuidgrens geen land meer 'om snel doorgheen te rijden op weg naar het zuiden.' Eerlijk gezegd twijfel ik dikwijls gevoelsmatig al sterk aan welke kant ik bij Hazeldonk het liefst rijd: richting noord of richting zuid...
25 augustus 2013
Dandy
Na het rauwe en hoekige boek van Öscan Akyol bleek Vroeger was alles beter, behalve de tandarts van Jean Pierre Rawie de perfecte en gewenste tegenhanger. Ik heb nog nooit gedichten van Rawie gelezen, wist wel dat hij een uiterst succesvolle Nederlandse dichter is en dat hij een wat dandyachtige levenshouding heeft. Zo schrijft hij ook een beetje, in deze bundel met veelal zeer recente columns uit het Dagblad van het Noorden. Rawie is een fijnzinnig observator, die het schone en pure propageert, maar tegelijkertijd ook van veel zuipen en mannelijke platvloersheid houdt. Zijn licht-ironische stukjes lees je met een glimlach en soms een schaterlach, zolang je ze maar niet al te serieus neemt. Mijn ega, zelf tandarts, heeft een exemplaar op de leestafel in de wachtkamer gelegd, met inmiddels al veel positieve reacties. Dat zegt genoeg.Voortuit, een klein citaat, voor het idee: Als ouwe zeur van boven de vijftig erger ik me aan het alomtegenwoordige gejij & gejou. Niet in het café (hoewel), maar vanuit de anonimiteit. 'Je kunt beginnen met pinnen', dat werk.
17 augustus 2013
Crimineel
De debuutroman Eus van Özcan Akyol maakt het me een beetje moeilijk. Over de kwaliteit van het boek zelf, nu een klein jaar geleden met groot succes geïntroduceerd en nu negen drukken verder, ben ik allerminst overtuigd. Akyol schreef een grotendeels autobiografisch boek waarin hij vertelt over zijn jeugd in Deventer, vriendinnetjes, zijn baantjes en hoe hij uiteindelijk op het criminele pad terechtkomt. Ik vond dat maar een weinig aantrekkelijk geheel door de rauwe dialogen zonder kop of staart, de vele situaties die zonder enig onderling verband aan je voorbijtrekken, het gebruik van woorden in dialogen die in de tijd van handeling nog niet door de jeugd werden gebruikt en het niet altijd juist hanteren van het vertellersperspectief. Maar goed, nadat ik het boek had uitgelezen zag ik op internet een boeiend gesprek met de schrijver in VPRO's boeken (zie hier, vanaf 15.45) en daarin laat de Akyol zich van een zeer boeiende en afgewogen kant zien. Zijn levensverhaal wordt interessant daar waar deze schelmenroman stopt en ook zijn intellectuele ontwikkeling is zeer opmerkelijk. Ik weet nu niet hoe ik tegen dit boek had aangekeken als ik dat vervolgverhaal eerst had leren kennen.
09 augustus 2013
Yperiet
Wat wil het geval. Ik nam mij vorig jaar voor meer boeken van Tom Lanoye te lezen, na zijn zeer geslaagde boekenweekgeschenk en zijn veelbelovende debuut (zie respectievelijk hier en hier de weblogs daarvan). Ik nam voor tijdens de vakantie uit mijn boekenkast Kartonnen dozen mee, dat als vervolg op die eerste verhalenbundel Een slagerszoon met een brilletje te boek staat. Dat boek kocht ik in augustus 1992, een klein jaar nadat het was verschenen. Ik las het toen ook, maar volgens mijn boekenschrift was ik er niet van onder de indruk. Tijdens mijn tiendaagse vakantie heb ik in Zuid-Frankrijk lekker kunnen lezen, en tijdens de zeer geslaagde table d'hôtes in de kasteeltuin zat ik naast een Vlaamse mede-gast, uit Ieperen. En hij vertelde o.a. over Yperiet, het mosterdgas dat door de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het eerst bij Ieperen werd toegepast en zijn naam daaraan dankt. En daags erna las ik in Kartonnen dozen precies hetzelfde verhaal! Maar daarnaast: dit boek is gewoon een erg goede roman in de beste Vlaamse vertelkunst. Familie, de ontluikende (homo)seksualiteit, leraren, persoonlijke groei. In prachtig (vernederlandste?) taal geschreven. Ik heb nog veel in te halen met Tom Lanoye!
Frustratie
In 2011 las ik de eerste drie delen van de Adrian Mole-dagboeken van Sue Townsend - via de link naar de gelezen boeken in 2011 hiernaast vind je snel de weblogs van dat drietal. Ik kocht toen ook al het vierde deeltje, maar dat bleef ruim twee jaar op de plank met nog te lezen boeken staan. Adrian Mole: The Wilderness Years is een verrukkelijk vervolg dat vooral voortbouwt op de gefrustreerde Mole uit de eerste twee delen. Met zijn eeuwige liefde Pandora is het nu definitief gedaan, en de wijze waarop hij het uiteindelijk met zijn nieuwe vriendinnetje Bianca aanlegt, maakt duidelijk dat Adrian flink autistisch is aangelegd. Uiteindelijk komt alles goed. Townsend kijkt op een heerlijke frisse wijze tegen de werkelijkheid aan. Ze legt Adrian geweldige uitspraken over de dan uitgevochten eerste Golfoorlog in de mond. Heel herkenbaar eigenlijk: I have hired a portable colour television, so I can watch the Gulf War in bed. En hoe scherp:
Norman Schwarzkopf was on television tonight, pointing a stick at an incomprehensible map. Why he was dressed in army camouflage is a mystery to me:
a) there are no trees in the desert
b) there were no trees in the briefing room
c) het is obviously too important to go anywhere near the enemy; he could go around dressed like Coco the Clown and still not be shot at.
Norman Schwarzkopf was on television tonight, pointing a stick at an incomprehensible map. Why he was dressed in army camouflage is a mystery to me:
a) there are no trees in the desert
b) there were no trees in the briefing room
c) het is obviously too important to go anywhere near the enemy; he could go around dressed like Coco the Clown and still not be shot at.
28 juli 2013
Gelukkige huizen
Ooit raadde iemand mij aan De architectuur van het geluk van de Engels-Zwitserse filosoof Alain de Botton te lezen. Deze titel stond ruim anderhalf jaar op een notitie in mijn mobiele telefoon, totdat ik vorige week dit boek lukraak vastpakte bij de boekhandel om de hoek. Ik las het in een mum van tijd uit. In dit boek bespreekt De Botton de invloed van huizen, kantoorgebouwen, inrichtingen enzovoort op ons gemoed, en behandelt hij de smaken in en voorkeuren voor bepaalde architectuur door de eeuwen heen. Dat doet hij op lichtvoetige wijze. Alle voorbeelden die hij bespreekt zijn met foto's of tekeningen geïllustreerd, dus je kunt zien wat hij bedoelt. Dat maakt dit boek tegelijkertijd tot een pageturner; de helft van de 300 bladzijden is gereserveerd voor afbeeldingen. Met sommige van zijn uitspraken ben ik het niet direct eens: ik geloof er niets van dat een voorkeur voor koele, rustige inrichtingen een reactie is op een druk leven buitenshuis, of omgekeerd. Ofwel: dat onze smaak voortkomt uit een gemis. Maar goed, De Botton zet je wel aan het denken en voor een visueel weinig ontwikkeld iemand als ik (geef mij maar muziek en letters in plaats van kleuren en vormen) is dit niet al te technische relaas een toegankelijk geheel. De Botton heeft meer onderwerpen bij de kop gepakt en daar boeken over geschreven; ik zal er zeker nog eens eentje lezen.
Kibboets
Ik las nog nooit eerder een boek van Amos Oz, en dat moest veranderen. Zijn laatste boek Onder vrienden kreeg goede recensies, en inderdaad: deze verhalenbundel is prachtig. In de negen verhalen schetst Oz een beeld van het leven in een (fictieve) kibboets, ergens in de jaren vijftig. De holocaust en de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog liggen bij iedereen nog vers in het geheugen. De kibboets is gebaseerd op marxistische grondslag, waarbij het individuele ondergeschikt is aan het collectieve. Er moet bijvoorbeeld vergaderd en gestemd worden over de vraag of een jongen mag gaan studeren bij zijn oom in Italië. De personages die in deze verhalen worden geportretteerd zijn inzichzelfgekeerde, stille zwoegers die, zo lijkt het, een hoop levensdrama met zich meetorsen. Oz beschrijft dit alles met warme afstandelijkheid, fraai uitgebalanceerd en ingehouden.
21 juli 2013
Kort, krachtig, ruw
Ik kende Isaak Babel alleen van naam, maar kon hem niet plaatsen. Onlangs verschenen zijn Verhalen in een nieuwe vertaling in de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot. Isaak Emmanoeïlovitsj Babel (1894-1940) maakte naam met zijn verhalen gebundeld in De rode ruiterij, over de Russisch-Poolse oorlog van 1919 tot 1921. Babel diende in het Russische leger en zijn verhalen over deze oorlog geven een ruw beeld van het leven direct achter het front. Dat is de kracht van Babel: in weinig woorden een stevige situatie schetsen, hard en mensonterend, en soms weer van een grote lieftalligheid. Deze bundel bevat ook veel verhalen waarin Babel terugkeert naar zijn jonge jaren; ook rond de eeuwwisseling en de jaren erna werd het de joden niet makkelijk gemaakt. Ook hier veel ellende. De stemming die Babel oproept is bepaald niet vrolijk. Toch voel je overal dat deze uit het leven gegerepen is. Niet voor niets gold Babel lange tijd als de opvolger van Tsjechov. Meest interessant aan de verhalen vond ik toch wel de aparte houding van de schrijver tegen het communistische systeem. In feite ondersteunde hij het, maar hij laat dikwijls stevige kritiek horen. Dat werd hem uiteindelijk fataal. Ook Babel overleefde de Stalin-terreur niet; hij werd in 1939 opgepakt en in januari 1940 geëxecuteerd.
30 juni 2013
Vliegen
Na het geweldige Alsof het voorbij is (zie hier de weblog) komt Julian Barnes wederom met een kort en eigenzinnig boek. Als je op internet besprekingen van Hoogteverschillen opzoekt, krijg je veelal lange doorwrochte stukken voorgeschoteld waarin de recensenten het verband tussen de drie delen van dit boek proberen te verklaren. Er zijn natuurlijk voldoende verklaringen te geven, maar helemaal natuurlijk vond ik het onderlinge verband tussen het deel over de eerste aeronauten, het verhaal over de relatie tussen Sarah Bernhardt en Fred Burnaby en het slotdeel waarin de schrijver de gevolgen van de dood van zijn vrouw beschrijft niet. Maar eigenlijk vind ik dat verband niet zo heel belangrijk. Iedere pagina van dit boekje, en die van het derde deel helemaal, biedt een intense leeservaring met fraaie inzichten en krachtige bespiegelingen. Alsof het voorbij is had op mij meer impact, maar dit nieuwste boek mag er zeker zijn.
Dagelijks
Aan het begin van dit jaar las ik het eerste deel Zoon van de zesdelige romancyclus Mijn strijd van de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård (zie hier de weblog daarvan). Na dat intrigerende eerste deel nu het tweede deel Liefde, dat een andere sfeer uitdraagt maar evenzeer boeit. In dit deel staat zijn verwording tot huisvader centraal, terwijl hij tegelijkertijd zijn schrijverschap gestalte probeert te geven. De breuk met zijn vorige geliefde wordt slechts kort genoemd, maar vervolgens beschrijft Knausgård uitgebreid en minitieus hoe hij verliefd wordt op Linda, met haar gaat samenwonen, en drie kinderen krijgt. Met vrienden voert hij lange discussies over het schrijversvak en andere folosofische onderwerpen, en bevecht hij thuis zijn eenzaamheid om te kunnen schrijven. Feestjes, etentjes met vrienden, het huishouden, de kinderen en de grootouders: alles wordt zeer nauwkeurig beschreven en uitvoering becommentarieerd. Knausgård leidt een (deels) herkenbaar en ook uitzonderlijk leven. Wederom fascinerend en een beetje verslavend, dit boek. Het derde deel is ook al vertaald; dat ga ik binnenkort zeker lezen.
16 juni 2013
Aftakeling
Ik lees met graagte Dimitri Verhulst; in de auteursindex kun je zien dat ik er al een flink aantal van zijn boeken gelezen heb. In interviews verklaarde Verhulst zich over zijn laatste twee boeken te schamen, en dat hij nu weer een boek op niveau had geschreven. En inderdaad, De laatkomer is beter dan De laatste liefde van mijn moeder en De intrede van Christus in Brussel ofschoon ik die toch ook met genoegen las. Deze nieuwste is echter van een hoger niveau, complexer en verwarrender. De hoofdpersoon Désiré, begin zeventig, doet zich voor alsof hij dement wordt om te ontkomen aan zijn vrouw en ook om in het bejaardentehuis geplaatst te worden waar een jeugdliefde woont. Het is een met flair geschreven verhaal, vol komische en ingenieuze details en vol prachtige zinnen, maar uiteindelijk kantelt de sfeer. Dat maakt dat het boekje nog lang na het uitlezen blijft hangen. Een fraai boek!
05 juni 2013
Confrontaties
Ik las al vele boeken van Philip Roth (zie de auteursindex) maar nog lang niet alle, en ook nog niet alle romans die tot zijn allerbeste worden gerekend. Amerikaanse pastorale geldt als een hoogtepunt in zijn oeuvre, en het is inderdaad een veelomvattend boek. Het kerngegeven is eenvoudig: vlak na de Tweede Wereldoorlog trouwt de mooie en sportieve Semyour Levov met de miss Jersey en beiden bouwen aan hun Amerikaanse droom. Hun dochter gooit in de jaren zestig letterlijk en figuurlijk roet in het eten: zij plaatst een bom in het winkelcentrum als protest tegen de oorlog in Vietnam. Dit gegegevn gebruikt Roth om ontelbare conflictsituaties en tegenstellingen in levensvisie gedetailleerd uit te werken. Soms is hij in zijn verklaringen iets te uitleggerig en betweterig, maar het resultaat is bovenal een rijk en gevarieerd boek dat een fraai en originele beschrijving geeft van de tweede helft van de twintigste eeuw. Mooiste confrontatie: de hardwerkende selfmade-man tegenover de maatschappijkritische dochter die geen boodschap heeft aan hard werken, maar zich afvraagt ten koste van welke waarden deze persoonlijke groei gaat. Zo zijn er echter vele in dit boek. Ik deed ongeveer een maand over dit boek; niet omdat het me tegenstond, maar ik had teveel werk te doen. Philip Roth kondigde eerder dit jaar aan dat hij was gestopt met schrijven. Jammer, want zijn laatste boeken vond ik steeds geslaagd. Gelukkig heb ik nog voldoende Roth-titels te gaan; ze komen hier vanzelf voorbij.
05 mei 2013
Praagse winter
Ruim twee jaar geleden las ik bij toeval HhhH van Laurent Binet, nog voordat het een bestseller werd (zie hier de weblog), en daarin wordt een lans gebroken voor de Tsjechische schrijver Jirí Weil (1900-1959) die enkele grootse romans schreef, waaronder deze in 2012 vertaalde roman Mendelssohn op het dak. De eerste steen van het bouwwerk van dit verhaal is ogenschijnlijk een komische: op het dak van het muziekcentrum in het door de Duitsers bezette Praag staan een aantal componisten, waaronder Mendelssohn; rijksprotektor Heydrich gelast dat het beeld van deze joodse componist omgehaald moet worden, maar de werklieden die daags erna het dak opgaan weten niet welk beeld ze moeten nemen; ze trekken bijna Wagner om omdat hij de grootste neus van alle beelden heeft. Maar na dit begin volgt één van de krachtigste en aangrijpendste romans over de bezetting en de jodenvervolging die ik ooit las. Weil (en vertaler Kees Mercks in zijn kielzog) schrijft in graniet, de zinnen hakken er flink in. Vanuit het perspectief van verschillende personages geeft Weil een veelomvattend, maar kil en zwart beeld van de oorlogsjaren in het grauwe Praag. Veel boeken lees je voor je plezier, dit boek omdat het je bij je lurven grijpt.
30 april 2013
Heel gewoon
Ergens begin dit jaar ving ik op internet en in interviews op, dat mensen enthousiast waren over een 'literaire ontdekking'. De roman Stoner van de Amerikaan John Williams dateert van 1965 maar werd pas vorig jaar in het Nederlands vertaald. Enkele goede recensies en een tamtam zorgden ervoor dat het boek al enkele maanden de verkoop-ranglijsten aanvoert. In een Belgische boekhandel stond naast de 12e (of zoiets) druk nog een exemplaar van de eerste van deze vertaling - zonder alle citaten uit die recensies. Ik las het in enkele dagen uit. Het is een prachtig boek, ofschoon niet die ultieme parel die eerst ruim veertig jaar onder het stof moest rijpen. William Stoner wordt op het achterplat als een weinig opzienbarende man gekarakteriseerd, en vergeleken met veel romanhelden is hij dat ook. Maar zijn consequente, onbuigzaam-eerlijke levensinstelling is eigenlijk heel bewonderenswaardig. Vredelievend, maar niet tegen elke prijs, dat typeert de hoofdpersoon. Williams beschrijft een leven zoals veel mensen zijn, of nastreven, maar dat ook een beetje saai en burgerlijk overkomt. Het is de spiegel die je als lezer voorgehouden wordt die zo pijlijk is: leven wij al met al eigenlijk niet ook zo'n weinig sprankelend leven...? Grootste kracht van het boek is de stijl: de zinnen zijn prachtig, eenvoudig en vol zeggingskracht. Jammer genoeg maakte de vertaler twee domme foutjes, maar voor de rest leverde hij prima werk af. Een fraai boek.
Dakhaas
De poezenkrant is een onregelmatig verschijnende krant, ik lees het iedere keer met groot genoegen. Het jongste nummer verscheen niet als krant, maar in boekvorm. Poes in verdukking en verzet 1940-1945 is een door Paul Arnoldussen geschreven studie over de positie van de poes tijdens de Tweede Wereldoorlog. Twee aspecten staan erin centraal: het tekort aan kattenvoer en de groeiende praktijk dat poezen zelf werden gegeten. Alles wat over dit onderwerp tijdens en na de oorlog in de media verscheen - niet bepaald veel - heeft Arnoldussen bijeengeschraapt en tot een lezenswaardig geheel samengesmeedt. Geen diepgravend boekje, maar alleraardigst en fraai geïllustreerd.
24 april 2013
Vlo
Het werd weer eens tijd voor een deel uit de Russische bibliotheek van van Oorschot. Ik kocht vorige maand het enige deel gewijd aan Nikolaj Ljeskow, waarin tien romans en verhalen gebundeld zijn, in de jaren vijftig vertaald door Tom Eekman. Het is een boeiende verzameling, waarvan ik De Lady Macbeth uit het district Mtensk kende van de opera die Sjostakovitsj op dit verhaal componeerde en die een paar jaar geleden door De Nederlandse Opera werd uitgevoerd. Het is een beklemmend verhaal, waarin de lady zich doodverveelt omdat haar man druk is met het leiden van zijn bedrijf, en zij het aanlegt met een landwerker. En daarna beginnen de gruwelijkheden, eindigend in hun treurige verbanning naar Siberië. Het boek opent met een bijna 400 bladzijden lange roman Het kapittel, waarin een proost, een priester en een diaken van een klein provincieplaatsje centraal staan. Volgens Karel van het Reve geldt het niet als een geheel geslaagde roman van Ljeskow, maar ik vond het wel een boeiend en soms grappig verhaal. Vooral de diaken heeft moeite zich aan de regels te houden en dat levert bijzonder aparte situaties op. Het leukst is De linkshandige, waarin de tsaar op reis in Engeland verbluft wordt door het vakmanschap aldaar: men kan er op ware grootte een vlo in staal nabouwen, en die met een sleuteltje laten opwinden waarna het gaat springen. Hij krijgt de vlo in een kistje cadeau en hij wil weten of er in Rusland ook zulke goede vakmensen bestaan. Uiteindelijk blijken die zelfs beter: die weten op ieder pootje bewerkte hoefijzertjes te kunnen smeden...
Ach ja, zulke verhalen worden tegenwoordig niet meer geschreven. Maar daar hebben we dan ook die oude Russen voor!
Ach ja, zulke verhalen worden tegenwoordig niet meer geschreven. Maar daar hebben we dan ook die oude Russen voor!
01 april 2013
Contradictie?
Er zijn van die boeken die je in de winkel ziet liggen, geboeid leest en daarna waarschijnlijk nooit meer ter hand pakt. De encyclopedie van nutteloze feiten is daar een goed voorbeeld van. Hein Meijers en Simon Rozendaal bundelden alfabetisch gerangschikt ruim 5000 feiten die best aardig zijn om gekend te worden. De vraag in hoeverre feiten überhaupt nutteloos künnen zijn wil ik hier niet beantwoorden (ik vind de titel namelijk niet echt geslaagd), maar je doet al lezende veel algemene kennis op: giraffen kunnen met hun tong hun oor leeglikken, en de tsunami die Lissabon op 1 november 1755 trof kostte ongeveer 90.000 mensen het leven (de meeste inwoners van de stad zaten die zondagmorgen in een kerk en die stortten door de aardbeving in; wie eruit vluchtte werd daarna door de tsunami bedolven); in de menselijke darm zit een kilo bacteriën... enzovoort. Het is een boek voor op het nachtkastje, voor in bad of voor korte trein- en tramritjes. Er valt de nodige eenzijdigheid in onderwerpen te constateren (seks, bacteriën, mens en dier): de auteurs haalden hun weetjes uit een select aantal boeken. Maar hoe dan ook: best even lekker voor erbij.
19 maart 2013
Trans
Twee jaar geleden las ik van Marjolein Februari een geslaagde roman (zie hier de weblog). Vorig jaar maakte hij in een column in NRC Handelsblad bekend van geslacht veranderd te zijn en voortaan als man en Maxim Februari verder door het leven te gaan. Om alle (soms vervelende of misplaatste) vragen voor te zijn, schreef hij De maakbare man. Notities over transseksualiteit. Ik las het boekje in een halve dag uit; het is groots en ontroerend. Februari schrijft concreet, genuanceerd en tegelijkertijd grappig. Er staan zinnen in die je voor je plezier drie keer herleest. Nergens zieligdoenerij, maar gewoon een volwassen en betrokken benadering van dit uiterst moeilijke onderwerp. Eigenlijk een grandioos meesterwerkje, dit boekje!
Abonneren op:
Posts (Atom)































