Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
30 maart 2015
Witte oorlog
Het was een nog volledig blinde vlek in mijn kennis van de geschiedenis: de boerenoorlog die tussen 1899 en 1902 in Zuid-Afrika werd uitgevochten. De van Nederlanders afstammende Boeren vochten er om de hegemonie tegen de Engelsen. De Boeren vanuit hun thuisstaten Transvaal en Oranje Vrijstaat, en de Engelsen vanuit de Kaapkolonie. Martin Bossenbroek schreef een bejubeld en prijzen winnend boek over De Boerenoorlog. Hoe inzichtelijk die oorlog voor de lezer uiteindelijk ook wordt, heel uitzonderlijk vond ik het boek zeker niet. Bossenbroek deelde zijn verhaal op in drie delen, en in ieder deel wordt de chronologie beschreven met één figuur als centrale persoon. In het eerste deel de Nederlandse jurist Willem Leyds, die in Zuid-Afrika de rechterhand wordt van de 'boerenpresident' Paul Kruger. In het tweede deel volgen we de jonge ambitieuze Winston Churchill, die als journalist en opportunist met veel bravoure en geluk overal doorheen fietst. Het derde deel draait om de twintiger Deneys Reitz die met een groepje boeren een guerrillaoorlog probeert staande te houden. Door die perspectiefwisselingen ontbreekt een coherent opgebouwd verhaal waarin alle facetten van de oorlog het juiste gewicht krijgen. Sommige confrontaties tussen de boeren en de Engelsen worden in anderhalve regel afgehandeld, terwijl het oversteken van een rivier door opgejaagde boeren soms meer dan een pagina toebedeeld krijgt. In het eerste deel gaat het pagina's lang over de trajectkeuze, aanbesteding en aanleg van spoorlijnen, terwijl die aanbestedingen zelf er in de aanloop tot die oorlog niet toe doen (de spoorlijnen zelf later zeker wel). Het zal te maken hebben met de bronnen die Bossenbroek heeft gebruikt (overgeleverde dagboeken) alsook zijn keuze om het verhaal wat te kruiden met stoere passages. Het boek leest als een trein, en je komt voldoende over die witte oorlog in zwart Afrika te weten, maar ik heb overtuigender oorlogsbeschrijvingen gelezen.
27 maart 2015
Uitzondering
Via onverwachte kanalen werd mij aanbevolen Satyrica te lezen, een schelmenroman uit het oude Rome. De roman wordt toegeschreven aan Petronius (of volledig: Gaius Petronius Arbiter) die leefde van 27 tot 65 n.Chr. en die, net als Seneca in datzelfde jaar, door keizer Nero tot zeldmoord werd gedwongen. Wat er van Satyrica is overgeleverd, schijnt slechts een klein deel van het geheel te zijn. Vaak zitten er gaten in het verhaal, maar vertaler Vincent Hunink weet in de toelichtingen toch veel te verhelderen. Satyrica is bijzonder omdat de drie hoofdpersonen - in tegenstelling tot bijna alle andere werken uit de romeinse oudheid - uit de lagere regionen van de maatschappij afkomstig zijn; liederlijk gedrag en (homo)seksualiteit, dan wel de impotentie van de verteller Encolpius, spat van bijna iedere pagina. De drie hoofdpersonen zijn bepaald geen lieverdjes; je waant je soms in de achterbuurten van Rome. Dit is bepaald geen lekkerlezenboek, maar wel een heel bijzondere roman.
15 maart 2015
Boekenweek 2015
Boekenweekgeschenken zijn vaak zes-en-halfjes: voldoende maar niet meer dan dat. Het geschenk van vorig jaar van Tommy Wieringa voldeed hier precies aan (zie hier de weblog) en die van 2013 van Kees van Kooten vond ik ronduit vervelend (zie hier). Dimitri Verhulst mocht het boekenweekgeschenk voor dit jaar schrijven, en ofschoon het geen hoogtepunt in zijn oeuvre is, leest De zomer hou je ook niet tegen vlot weg en bevat het veel fraais. De verhaallijn is wat gekunsteld: de ontvoering van de gehandicapte Sonny is eigenlijk niets meer dan een kapstok om de ik-figuur zijn relaas te laten vertellen. Maar goed, dat relaas is boeiend genoeg en is vooral mooi opgeschreven. Het taalgebruik van Verhulst is prachtig; de weelderige vorm maakt veel goed van de wat rechtlijnige inhoud. Gemiddeld genomen meer dan die zes-en-half.
11 maart 2015
Roes
Er zijn van die boeken waar iedereen enthousiast over is, maar waar je zelf helemaal niks mee hebt en die je doen twijfelen aan je literaire smaak. De eerste twee pagina's van Naar de overkant van de nacht staan vol met superlatieven, gehaald uit krantenrecensies of uitgesproken door literaire giganten en kenners als Kluun, Tros Nieuwsshow en Maartje Wortel. Enfin, ik las al een tweetal andere boeken van Jan van Mersbergen (zie de auteursindex) en die vond ik best stemmig en hadden een eigen klankkleur. Zo ook deze kleine roman uit 2011, waar ik echter helemaal geen plezier aan heb beleefd. Omdat het zo'n kleine roman is, heb ik het uitgelezen. De ik-figuur heeft zich in het carnavalsgedruis gestort en ondanks, of misschien wel dankzij de oplopende teller aan gedronken glazen bier komen er allerlei herinneringen of losse gedachten aan zijn jeugd- en latere liefde en haar kinderen op. Ook zijn schippersachtergrond spreekt een woordje mee. Korte zinnen en korte alinea's, voortdurende perspectiefwisselingen, volkomen spanningsloze voortgang...: nee helaas, met dit boek kreeg ik geen enkel contact.
06 maart 2015
Op pad
Deze weblog bestond pas een maand toen ik twee boeken van Bob den Uyl beschreef; mijn eerste kennismaking met deze in 1992 overleden schrijver. Zie hier die weblog uit december 2005. Pas nu kwam ik tot een volgend boek van deze grootse verhalenschrijver. Het reizen vereist sterke zenuwen is een bloemlezing uit zijn reisliteratuur en bevat eigenlijk louter heerlijke pagina's. Er gaat van alles mis op zijn tochten, en de plaatsen die hij bezoekt, de hotels waar hij in verblijft of de mensen die hij ontmoet stemmen hem doorgaans niet vrolijker. Maar toch laat hij zich niet kisten en gaat hij vol goede moed en licht-melancholisch gestemd verder op reis. De wijze waarop Den Uyl zijn verhalen opbouwt heb ik uitgebreid in die andere weblog beschreven, ofschoon het freewheelend ouwehoeren in deze verhalen minder aanwezig is. Maar goed, lekker uitweiden is aan hem wel besteed, en dit alles in zeer verzorgde en evenwichtige taal. Zijn zinnen zijn een genot om te lezen. Een uitspraak als 'een glas bier van troostende omvang' maakt mijn dag helemaal goed. Het halve boek is citaatwaardig, maar volgende passage over de brandveiligheid in hotels is Bob den Uyl ten voeten uit: Heel verdacht is natuurlijk wanneer er een lange lijst aan je kamerdeur geprikt zit met voorschriften hoe te handelen in geval van uitslaande brand. Als eerste punt staat er steevast dat je absoluut niet in paniek mag raken. Je mag levend geroosterd worden, je mag van tien hoog op het plaveisel te pletter slaan, alles vindt de hoteldirectie best, zolang je maar niet in paniek raakt. In plaats daarvan dient men kalm de telefoon op te nemen en de directie op fluistertoon te waarschuwen dat het hotel helaas in lichtelaaie staat maar dat verder alles rustig is. Daarna begeeft men zich, nog steeds ijzig kalm, naar buiten, waar de behulpzame brandweer al gereedstaat met rodekruisdekens en kommen hete soep. Dit boek is het enige van Bob den Uyl dat leverbaar is. Al zijn andere boeken zijn slechts antiquarisch op te sporen. Ik ga dat subiet doen. Maar het is hoogste tijd voor een Verzameld Werk en een Bob den Uyl-revival!
27 februari 2015
Moeder
De aansprekers was één van de eerste boeken die ik van Maarten 't Hart las. Wat ik me ervan herinner is dat het een half thrillerachtige roman was waarin de dood van zijn vader een rol speelde. In 2012 overleed zijn moeder, ruim 90 jaar oud en bijna 40 jaar na de dood van haar man. Magdalena is een verrukkelijk boek waarin zijn moeder centraal staat; en soms ook zijn vader. Tegelijkertijd is het een halve autobiografie van Maarten 't Hart zelf en dan vooral hoe hij zich losmaakte van zijn eenzelvige moeder die - meer dan zijn vader - streng in de leer was. Deze Lena was bepaald geen vrolijke vrouw: achterdochtig, zeurderig, streng en kwebbelziek. Maar 't Hart doet haar geen onrecht: hij beschrijft uitgebreid haar conversaties, en daarin klinkt ook oerhollandse frisheid in door. Het geloof speelt een grote rol in dit boek, en ofschoon 't Hart al in meerdere boeken daarmee heeft afgerekend, bevat dit boek weer nieuwe inzichten en rake uitspraken. Wat dit boek bovenal onweerstaanbaar maakt is dat oerhollandse karakter ervan. Ik denk dat dit boek nauwelijks te vertalen is. Het bevat uitspraken 'die geen schrijver bedenken kan', zoals Reve ooit schreef. Tja, familieleden als Leen, Teun, Siem, Cor, Aad en Bep, dominees, tuinders, tegenwind, rijstepap, psalmgezang en potjes dammen. Vertaal dat nu eens in het Frans... Een leuke promo waarin Maarten 't Hart de eerste anderhalve pagina van het boek voorleest zie je hier.
24 februari 2015
Geld
Iedereen leefde gewoon zijn dagelijks leven en had niks door (ikzelf ook), maar als er één moment was sinds de Tweede Wereldoorlog of de Cubacrisis waar het gewone leven aan een zijden draad hing, dan was het wel najaar 2008. Het had zomaar kunnen gebeuren: het hele financiële en economische systeem ingestort, alle spaartegoeden verdampt, de bevoorrading van supermarkten acuut beëindigd en iedereen met onbetaald verlof. Alleen wie bij de grote banken werkte had het door. Het erge is, blijkt uit het schokkende en onthullende nieuwe boek van Joris Luyendijk, dat deze rampspoed over één minuut, morgen, volgende week donderdag of komende maand opnieuw kan gebeuren, en dan misschien wel zo verwoestend als in 2008 net níet gebeurde. Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers is het resultaat van vele code of silence interviews in de Londense City. En de titel is geenszins overdreven. Er is geen enkele rem op alle ingrediënten die een totale financiële crash mogelijk maken. We maken ons druk om een paar onthoofdingen, hoe verschrikkelijk ook. Maar het echte ontwrichtende en levensbedreigende gevaar heet niet IS of boko haram, of islam, maar heet City Group, ING, Goldman Sachs, PwC enzovoort. Ik ben geen angsthaas, maar moge de boodschap van dit boek, uitgesproken door de insiders zelf, niet uitkomen...
21 februari 2015
Zweden
IJsland, de voorlaatste roman van Ronald Giphart heb ik vooralsnog gemist, maar van zijn eerdere romans heb ik de meeste wel gelezen, en niet zonder plezier. Onlangs verscheen Harem, en deze nieuwste roman is een rijper boek dan zijn voorgangers. Heden en verleden zijn fraai verweven, en de harem van Mac - de hoofdpersoon van het verhaal - ontwikkelt zich als een logisch organisme. Giphart analyseert in deze roman de geheimen van de fotografie zoals hij in 2005 in de roman Troost die van de haut cuisine uiteenrafelde. En dit alles in een vlot lezend en fraai geconstrueerd verhaal; best knap. Harem is geen hoogtepunt in de Nederlandse romankunst, maar het is wel een lekker leesboek zonder al te veel Hollandse kneuterigheid. Het speelt dan ook niet voor niets in Zweden.
11 februari 2015
Weemoed
Ooit leende iemand mij Die Welt von Gestern van Stefan Zweig; dat moest ik lezen. Ik verloor die persoon uit het oog en het boek staat nog steeds ergens op een plank op teruggave te wachten. Onlangs kocht ik toch maar de vertaling. De wereld van gisteren is een prachtig boek waarin Zweig in 1941, een jaar voordat hij zelfmoord pleegde, terugkijkt op zijn leven. Hij was voor de nazi's gevlucht naar Brazilië en schreef daar louter vanuit zijn geheugen deze zeer gedetailleerde autobiografie. Zweig stamt uit een rijke joodse Oostenrijkse familie, en ontwikkelde zich tot een veelgelezen schrijver, humanist en kunstliefhebber. De periode tot de Eerste Wereldoorlog worden door Zweig met de grootste weemoed beschreven, echter zonder zwijmelarij. Uiterst precies beschrijft hij hoe de maatschappij in elkaar stak: familierelaties, het onderwijssysteem, het opgroeien van de jeugd, politiek. De Eerste Wereldoorlog, het herstel erna en de nakende afgrond van het nazidom: Zweig legt verbanden en geeft inzichten die je niet vaak tegenkomt bij 'deelnemers' aan deze perioden. Over zijn twee huwelijken vertelt hij nauwelijks iets; des te meer over zijn vriendschappen met kunstenaars. Hij kende het puikje van de kunstenaarswereld; bijzonder boeiend vond ik zijn verhaal over zijn samenwerking met Richard Strauss. Na de dood van Hugo von Hoffmansthal die meerdere libretti voor Strauss schreef, kreeg Zweig het verzoek om er eentje aan te leveren. Dat leidde tot een hechte samenwerking. Toen de opera Die sweigsame Frau gereed was, en door de opera van Dresden werd aangekondigd, kwamen de nazi's aan de macht. En die opera vonden de nazi's lastig: een opera van de grote Strauss waar het libretto door een jood geschreven was. Enfin, Zweig vertelt er zowel gniffelend als treurig over. Zelf was Zweig een succesvol schrijver; zijn boeken gingen met tienduizenden tegelijk over de toonbank. Die zelfmoord blijft knagen: wat als Zweig een jaar of wat had doorgezet? Wellicht had hij dan weer nieuwe hoop gekregen. Hoe dan ook een auteur om verder te ontdekken (zijn Schaaknovelle was ook al zo prachtig, zie hier de weblog ervan). Niet onbelangrijk: de stijl van Zweig is fenomenaal: lange, vloeiende en afgewogen zinnen die de ernst en kracht van de inhoud extra onderstrepen. Een onzettend rijk boek, onmogelijk kort samen te vatten.
02 februari 2015
Drugs & Seks
Ik las, denk ik, nooit eeder zo'n even onbegrijpelijk als fascinerend boek als Naakte lunch van William S. Burroughs. Als je zijn naam googelt en dan de afbeeldingen bekijkt, dan zie een een pagina vol foto's van een oude, ietwat verlopen, maar verder wat stijve man. Dat beeld correspondeert geenszins met dit boek, dat grotendeels autobiografisch gebaseerd is. Het boek is een plotloze verzameling scènes waarin harddrugs en (veelal masochistische) (homo)sex centraal staan. Sommige stukken lezen als geschreven tijdens een delirium, en wie allereerst structuur zoekt in de teksten die hij leest (zoals ik), heeft het soms heel moeilijk met dit boek. Maar anderzijds fascineert het door zijn werkelijk atypische karakter; nog nooit las ik zo'n ongemakkelijk en vreemd boek. Deze uitgave opent met een lange beschouwing van de bezorgers, die vertellen dat er in de jaren vijftig oneindig aan gesleuteld is, zowel voor, tijdens als na de debuutuitgave in 1959. Dat sleutelen veronderstelt een structuur en subtiliteit die ik er niet uithaalde. Maar dat ligt vast en zeker aan mij.
30 januari 2015
Held
Bijna exact een jaar geleden las ik de zeer geslaagde biografie van Koning Willem I van Jeroen Koch, zie hier de weblog daarvan. Pas een jaar later het vervolg in dit drieluik van koningsbiografieën. Koning Willem II. 1792-1849 is een zo mogelijk nog betere biografie van deze koning die slechts een kleine negen jaar ons land regeerde. Maar de impact van zijn korte regeerperiode was waarschijnlijk groter dan die van zijn vader en zoon die beiden meerdere decennia op de troon zaten. Zijn schoondochter, de eerste vrouw van Koning Willem III, de fijnzinnige Sophie van Wurtemberg, wordt door Jeroen van Zanten treffend aangehaald: 'Twinting jaar na zijn dood tekende de vrouw van zijn oudste zoon, Sophie van Wurtemberg, in haar memoires op dat het 'horloge' van haar schoonvader 'op 19 juni 1815' was gestopt met lopen. 'De grote indrukken van zijn jeugd waren gefixeerd' en 'diep in hem doorgedrongen.' Sophie zag het scherp. Voor haar schoonvader bestond er een leven voor en een leven na Waterloo. En inderdaad, Waterloo vormde een waterscheiding in zijn leven. Ervoor was hij een heuse held, strijdend in Spanje (aan de zijde van lord Wellington) en in juni 1815 op (toen nog) eigen grondgebied bij Quatre-Bras en Waterloo tegen Napoleons troepen. Hij verrichtte in het heetst van de strijd heldhaftige daden, werd er meerdere keren een paard onder hem weggeschoten en ging hij de strijders voor in de aanval. Tja, zulke kroonprinsen hebben we lang niet gehad. Na Waterloo moest hij nog 25 jaar wachten tot hij tot koning gekroond werd, steeds in onmin levend en zich verzoenend met zijn vader Koning Willem I. Bij verschijnen van deze biografie werd veel nadruk gelegd op zijn vermeende homoseksualiteit, maar Van Zanten beschrijft het allemaal heel genuanceerd. Willem studeerde een poos in Oxford, en had daar waarschijnlijk de innige student-broederschap leren kennen, waar af en toe ook de kleren bij uitgingen. Maar Willem was ook een vrouwenversierder. En veel bewijzen over mannenvriendschappen zijn er niet; wel dat hij regelmatig doelwit van chantage was. Ondertussen was hij ook heel gelukkig getrouwd met Anna Paulowna. De wijze waarop zijn vader Willem wilde koppelen aan de Engelse kroonprinses en hoe deze zich tegen wil en dank zijn best deed hierbij zijn vader ter wille te zijn, behoort tot de meest interessante delen van dit boek. Hoe fragiel kan een vader-zoonrelatie zijn! De eerste helft van deze biografie (tot 1815) leest als een spannend jongensboek; de tweede helft is dan automatisch wat weerbarstiger. Maar goed: Willem reed in 1830 op zijn paard het opstandige Brussel binnen - ook spannend. Hij zag het wel zitten: koning van het vrijgevochten België en te zijner tijd, na de dood van Willem I, beide landen weer verenigend... Het liep allemaal anders. Daarna de langzame gang naar de ingrijpende staatshervorming, die nog steeds de basis van ons huidige staatsbestel vormt. Bijzonder interessant. Al die rare ministers, en die eigenzinnige Thorbecke... Ik las dit dikke boek in een kleine twee weken uit. Het zegt genoeg over de kwaliteit ervan.
28 januari 2015
Eenzaamheid
In 2013 las ik twee delen van de Adrian Mole-serie van Sue Townsend; in 2014 geen een. Nu aan het begin van het jaar dan toch het zesde deel, grotendeels op 11 kilometer hoogte. The lost diaries of Adrian Mole 1999-2001 beschrijft niet het meest vrolijke deel uit Adrians leven. Opgescheept met twee zoons van 7 en 13, sex- en werkloos en zichzelf overschattend, rijgt Adrian dag aan dag. Zijn ouders, Pandora, de politiek en wat er verder in de wereld gebeurt houden Adrian flink bezig, en zijn eigenzinnige, wereldvreemde maar soms messcherpe commentaar op alles wat er om hem heen plaatsvindt, zijn een lust om te lezen. Sue Townsend overleed april 2014; met deze Adrian Mole-serie bleek ze vernieuwend en deel voor deel onweerstaanbaar grappig. Er zijn er nog meer!
En o ja, het is slechts een getal. Maar sinds ik in januari 1989 mijn gelezen boeken begon bij te houden (zie hier en vooral hier hoe en wat) is dit boek het 1000ste.
En o ja, het is slechts een getal. Maar sinds ik in januari 1989 mijn gelezen boeken begon bij te houden (zie hier en vooral hier hoe en wat) is dit boek het 1000ste.
27 januari 2015
Plant en paus
Wederom een boekje dat lang op het bekende plankje stond (bijna vijf jaar) - ik las het binnen 24 uur uit. In De tuinen van Bomarzo gaat Hella Haasse op zoek naar de geschiedenis achter het geheimzinnige park Bomarzo nabij het Italiaanse dorpje Viterbo. Ze belandt in haar zoektocht in een 15e en 16e eeuwse familiegeschiedenis die veel weg heeft van een detective, vol roddel en achterklap. En dat zich afspelend in de hoogste kringen: pausen en kroonprins-pausen, hun maîtresses, vaders, broers enzovoort. Ofwel: de renaissance op zijn hoogtepunt met een tuin als statussymbool en als vluchtobject. Haasse schrijft in dit boekje uit 1968 op haar vloeiendst. De eruditie spat van de pagina's af, en daar waar ze slechts vermoedens heeft (heel dikwijls), steekt ze dat niet onder stoelen of banken. Het is verslavend proza, ook al snapte ik niet alles wat Haasse schreef. Ik begon eraan op nieuwjaarsochtend in het hotel in Kochi, en las het vlak voor het 'boarden' voor de vlucht naar Dubai om 4 uur 's nachts uit. Ofwel: een goed boek kan altijd.
19 januari 2015
Westers
Het laatste boek dat ik in 2014 las stond ook al meer dan zes jaar op mijn plankje met nog te lezen boeken. Waarom cultuur belangrijk is heeft een intrigerende titel maar blijkt een nogal taaie en eenzijdige verhandeling van de Britse filosoof Roger Scruton waarin hij met cultuur vooral de westerse hogere kunst bedoelt. Die cultuur is voor hem de ware cultuur in de strijd tegen de verloedering, de andere niet-westerse culturen, en vooral de islam. In sommige uitspraken is Scruton verhelderend (zeker na de aanslagen in Parijs): in de islam en de arabische wereld heeft men voor humor geen plaats (maar dat is zowat de kenmerkende overeenkomst tussen de islam en Geert Wilders). Verder bepleit Scruton precies dat soort cultuuronderwijs dat ik zelf op de middelbare school heb gehad, met name bij Nederlands en Muziek. Mijn leraar Muziek behandelde wekenlang de sonatevorm aan de hand van Mozarts 29ste symfonie en mijn leraar Nederlands bracht de sonnetten van Kloos met subtiele snikjes in zijn stem. Tja, je moet er vatbaar voor zijn (zoals ik op mijn 16e), maar algemeen geldend zou ik deze cultuurdidactiek niet willen verklaren. Dat doet Scruton wel, en dat maakt zijn verhandeling een wrange leeservaring: enerzijds snap je wat hij bedoelt, maar je kunt niet de vinger leggen op wat er niet aan klopt. Ongeveer hetzelfde gevoel wat de NRC-interviewer in het lezenswaardige gesprek met de auteur bekroop (zie hier).
14 januari 2015
Grote mond
Ik was en ben geen grote fan van Arnon Grunberg, en ik las zeker niet al zijn boeken. Wel een paar - zie de auteursindex voor enkele weblogs. De pocketuitgave van Fantoompijn stond al sinds 2005 ongelezen in de kast; een prima gewichtloze aanvulling in de rugzak. Ik heb erg moeten lachen om het gedrag, de welhaast onbezonnen levenswandel en met name de frisse uitspraken van hoofdpersoon Robert G. Mehlman; maar ik heb me ook zitten ergeren aan het feit dat het middel zowat het doel van de roman is geworden. Mehlman is een complexe maar gemakkelijk levende persoonlijkheid, die de ene oneliner na de andere rake reactie uit zijn mond tovert. Maar op een gegeven moment wordt dit eigenzinnige en betweterige gedrag van de hoofdpersoon een beetje hinderlijk; het is teveel van hetzelfde zonder dat dit functioneel is en dat er ontwikkeling in het verhaal zit. Het boek bevestigde een beetje mijn mening over Grunberg: best knap en origineel, maar uiteindelijk te onbevredigend uitgewerkt. Goede ingrediënten en verrassende smaakcombinaties, maar geen coherent diner.
11 januari 2015
Op reis
Weer een boekje dat stond te vergelen op mijn boekenplankje. In april 2010, tijdens de Week van de Klassieken kocht ik voor een habbekrats Charisma. Odysseus, van held tot schurk. Dit boekje van 60 bladzijden, geschreven door Imme Dros, moest blijkbaar ruim vier jaar wachten op een goede gelegenheid in Zuid-India om gelezen te worden. Die gelegenheid deed zich voor tijdens de busreis tussen een opstapplaats ten zuiden van Chennai (Madras - dorpje van 7 miljoen inwoners) en Trichy (Tiruchirappalli - dorpje van 1 miljoen inwoners). In die bus werd ik 's ochtend om een uur of acht door een wegbrengservice gedropt, en dan is het zes à zeven uur wachten, hobbelen en niet teveel op het verkeer letten voor je in Trichy uitstapt en op het busstation verweesd om je heen kijkt. Dit dunne lichte boekje paste netjes in mijn handbagage, en als enige niet-Indiër in de volle bus ga je dan maar een boek lezen... Het boekje verhaalt precies wat de titel aangeeft: Imme Dros vertelt dat Odysseus eerst als held in de griekse literatuur werd opgetekend, maar allengs daalde zijn imago tot een dieptepunt. Dit boekje beschrijft de literatuurgeschiedenis van een held die een schurk werd. Een boeiend boekje!
10 januari 2015
Boekenweek 2013
Normaliter lees ik het boekenweekgeschenk tijdens of direct na de boekenweek, maar het geschenk uit 2013 liet ik om onduidelijke redenen ongelezen. Ik stopte De verrekijker van Kees van Kooten met een zootje andere 'overblijvers' in mijn rugzak en las het in India op een uitrustdag in een gerieflijk hotel in een halve middag uit. Ik vond er helemaal niks aan en kon eigenlijk met grote moeite mijn aandacht erbij houden. Aan de hand van een brief aan zijn vader uit 1940 over de vermeende diefstal van een verrekijker meandert Van Kooten met verzonnen, halve en hele waarheden door de familiegeschiedenis en geeft hij tegelijkertijd over allerlei onderwerpen zijn mening. Het is een beetje een opa vertelt-boekje, op een ongedwongen manier gesteld: je hoeft het allemaal niet van me aan te nemen hoor, maar ik wil het toch graag aan je kwijt... Beetje die toon. Tja, mij te week. Op internet zijn andere beschouwingen over dit boekenweekgeschenk te lezen, maar ik las het plichtmatig en met moeite uit.Bovenaan de pagina's de zogenaamde Literagenda 2013-2014, een handgeschreven kalender van literaire momenten. Alleen al dat woord: literagenda. Brrr.
08 januari 2015
Wraak
Ik was twee weken naar India, en las tijdens de reis in totaal zeven boeken. Vooral dunnetjes, en ook boeken die soms al jaren op mijn plankje met nog te lezen boeken stonden. Dat plankje is nu goed uitgedund. Dus veel te beschrijven hierna! Allereerst een thriller van Val McDermid. Van deze Engelse schrijfster las ik al meerdere ingeniueuze thrillers, maar de laatste dateert alweer van 2008 (zie hier de weblog). De wraakoefening stond echter al sinds 2009 op het genoemde plankje; het bleek een goede begeleider van twee urenlange vluchten, wachten op vliegvelden en de strijd tegen (een beperkte) jetlag. In dit verhaal zijn de thrillerschrijvers zèlf doelwit van een seriemoordenaar. Deze doodt zijn slachtoffers op een manier zoals ze die zelf hadden beschreven. De laatste op zijn lijst heeft echter een relatie met een psychologe die de recherche van de Londense politie terzijde staat... Enfin, voldoende munitie voor een ingenieus verhaal.
14 december 2014
One man
Begin dit jaar verscheen de dikke bundel Mooie woorden met de theaterteksten van Youp van 't Hek, althans van die van de laatste 20 jaar. Ik las gaandeweg dit jaar deze conferences met groot plezier; soms hoor je hem die teksten voordragen. Sommige theatershows heb ik zelf bijgewoond, andere (met name de oudejaarsconferences) zag ik op tv. Dus deels komen stukken bekend voor, maar daar is niks op tegen. Er is in mijn herinnering geen ander boek waar ik zoveel zo hard om heb moeten lachen. Van 't Hek neemt onze moderne maatschappij en onze uitgebluste levensstijl op de korrel, en ofschoon veelal variaties op eenzelfde thema blijven zijn teksten heerlijk direct en treffend. Je leest zo'n conference in een uur of wat uit, dus er is altijd wel een moment om er weer eentje ter hand te nemen. Een vermakelijk boek!
13 december 2014
Opnieuw
In 1996 en 2001 las ik twee van de drie delen met de verzamelde werken van Nikolaj Gogol uit de Russische bibliotheek van Van Oorschot. In die twee delen waren Gogols verhalen opgenomen, alsook (in deel 2) zijn toneelstukken. Van Oorschot brengt sommige delen uit de Russische bibliotheek in een nieuwe vertaling uit (de oorspronkele vertalingen dateren hoofdzakelijk uit de jaren vijftig en zestig) - twee jaar geleden volgde een nieuwe uitgave Verhalen en novellen met alle Gogol-verhalen in één deel. Ik kocht het boek toen al, maar las het pas nu. Gogol publiceerde drie bundels verhalen (Avonden op een hoeve nabij Didanka, Mirgorod en Petersburgse verhalen) en deze laatste bundel bevat de mooiste stukken. De neus, Het portret, De jas, De calèche en Rome: stuk voor stuk sublieme verhalen waarin Gogol zich uitleeft in absurdisme, humor, maatschappijkennis en romantiek. Mirgorod bevat het avontuurlijke Taras Boelba over deze kozakkenstrijder en zijn twee zoons, maar ook het koddige Hoe Ivan Ivanovitsj ruzie kreeg met Ivan Nikiforovitsj (hierin steelt een varken een aanklacht uit de rechtbank...). In de vroege verhalen uit Avonden op een hoeve van Didanka spelen heksen en duivels een hoofdrol; het zijn niet zijn sterkste verhalen, maar bevatten wel veel inkijkjes in het (meestal) Klein-Russische/Oekraïense plattelandsleven van zo'n 200 jaar geleden. Deze nieuwe vertaling vormde een goede aanleiding om al deze verhalen te herlezen - sommige behoren tot de mooiste die ik ooit las. Zijn roman Dode zielen is ook inmiddels opnieuw vertaald, dus die volgt binnenkort ook. Van de 19e eeuwse Russen is Gogol onbetwist de eigenzinnigste.
18 november 2014
Ting
Eerder dit jaar las ik het zeer indringende en geslaagde Zeitoun van Dave Eggers (zie hier de weblog) en zijn toen al verschenen De cirkel wilde ik zeker ook lezen; nu kwam het ervan. Het is een vlot lezende en boeiende (toekomst)roman over een ict-bedrijf in Californië dat ultieme democratie nastreeft maar zodoende een digitaal totalitair systeem in het leven roept. 'Geheimen zijn leugens', 'Delen is mee-leven' en 'Privacy is diefstal': dat worden de doelen waar het bedrijf en de hoofdpersoon naar streven. Dave Eggers slaagt erin de facebook- en weblog-gebruiker een kritische spiegel voor te houden, en tot ongeveer de helft van het boek was ik flink onder de indruk van het consequent volgehouden opeenstapelen van toepassingen die dat digitale totalitaire systeem benaderen. Maar het boek mislukt helaas door het ontbreken van een plot, terwijl het wel als een halve thriller wordt opgebouwd. Mercer, Kalden en later ook Annie hadden het de hofdpersoon Mae Holland veel lastiger kunnen maken dan ze nu doen. Dan was de boodschap van Eggers op zijn minst even sterk overgekomen, maar was er tegelijkertijd een echt spannend boek geweest dat je zou bijblijven om die dubbele gelaagdheid. Ik waardeer het boek om zijn actuele waarschuwing, maar de vergelijking met 1984 gaat niet op: dat was een veel beklemmender en rijker boek.
05 november 2014
Gedoe
Eerder dit jaar las ik een aardig en hilarisch boek van Tom Sharpe en toen gaf ik aan (zie hier) dat er zo af en toe meer boeken van hem hier zouden passeren. Sneu voor het milieu probeert even hilarisch te zijn als Wilt, maar dat mislukt flink. De aanleg van een snelweg, de huwelijksproblemen van een MP en zijn vrouw en de dadendrang van allerlei randfiguren leveren ongelooflijk veel gedoe op. Dat zou allemaal nog steeds een leuk verhaal kunnen opleveren, ware het niet dat alle actoren steeds hun doelen en werkwijze bijstellen. Op een gegeven moment is er nauwelijks nog een touw aan vast te knopen. De theatershows van John Lanting waren kalme soaps vergeleken bij wat er in dit verhaal allemaal bij elkaar wordt gehaald. Snel maar weer een boek met meer substantie.
01 november 2014
Desertie
Vele jaren geleden kocht ik A Farewell to Arms van Ernest Hemingway, in een poging meer Engels te lezen; en Hemingway gold als relatief makkelijk leesbaar in het Engels. Nou, ik probeerde het in de loop der jaren een keer of drie, maar het lukte me niet de draad van het verhaal te pakken te krijgen. Ik las zijn literaire doorbraak uit 1929 nu in het Nederlands, en nu snap ik goed dat deze Hemingway helemaal niet zo gemakkelijk te lezen is. De dialogen en beschrijvingen zijn schijnbaar eenvoudig, van iedere franje ontbloot, maar daardoor juist veelzeggend en gedetailleerd. Als er de dialogen kortaf zijn, komt het dus neer op een juist begrip ervan en dan telt ieder woord. Afscheid van de wapenen is een prachtige rauwe roman met een geheel eigen klankkleur. De liefdesverhouding tussen de ik-figuur en Catherine en de oorlogshandelingen wisselen stuivertje, en uiteindelijk ontvluchten de geliefden het Italiaanse front. Het verhaal loopt niet goed af, maar het is - net als bij Brouwers eigenlijk, maar dan weer heel anders - vooral de vorm die het boek zo bijzonder maakt.
31 oktober 2014
Monnik
Jeroen Brouwers is een
onvermoeibaar schrijver. Ondanks zijn leeftijd (74) en zwakke gezondheid (te
veel drank en sigaretten) blijft hij doorschrijven. Gelukkig maar, want hij
behoort onmiskenbaar tot de beste Nederlandse schrijvers van de laatste
decennia. Zijn vorige roman Bittere bloemen vond ik niet geheel geslaagd, zie
hier de weblog erover. Maar zijn nieuwste roman Het hout is een prachtig boek.
Het behandelt de seksuele misstanden in de katholieke kerk, en dan met name die
in de jongensinternaten van sommige kloosterorden. In recensies van de roman
werden de onwaarschijnlijke afloop en het weifelende karakter van de ik-figuur
als de zwakheden van het boek benoemd, maar daar was het Brouwers volgens mij
niet om te doen. Hij weet in oogstrelend fraai en eigenzinnig proza een wrange,
klamme en onheilspellende sfeer te creëren die je zelden zo overtuigend in je
ban houdt. Wanneer de ik-figuur ongemakkelijke mededelingen verteld krijgt,
bouwt Brouwers grammaticaal uitgeklede maar uiterst trefzekere zinnen die de
huichelachtigheid van de boodschap benadrukken. Brouwers zat als kind ook een poosje in een jeugdinternaat, en zijn boosheid daarover is duidelijk voelbaar. Brouwers heeft wat te vertellen in dit boek, en hangt dat op aan een eendimensionaal liefdesverhaal. Maar zijn boodschap is krachtig, in fenomenaal proza geschreven. Zulke fraaie zinnen zijn zeldzaam dezer dagen, maar gelukkig hebben we Jeroen Brouwers nog!
13 oktober 2014
Jongeling
Over het vijfde deel van de Mijn strijd-cyclus van Karl-Ove Knausgård deed ik relatief lang, bijna drie weken. Schrijver is ruim 600 pagina's dik, en daarin beschrijft hij - zo ongeveer - de periode tussen de delen Nacht (zie hier) en Liefde (zie hier) terwijl het op enkele pagina's ook overlapt met Vader (zie hier). In dit deel is Knausgård twintiger, zoekend en veelal dolend. Zowel als schrijver, als minnaar en als individu. Veel dronkemansgedrag en amoureus post-puberaal gedrag. En omdat je eigenlijk al weet hoe het na dit deel verder gaat, is dat post-puberale gedrag ook een beetje ergerlijk. Maar goed: Knausgård weet deze periode die we allemaal hebben meegemaakt haarscherp uit te benen. Eigenlijk kun je zijn gedrag niet kwalijk nemen, hoe irritant soms ook, want wie was niet uiterst onzeker in die levensfase? De titel is illustratief: eerst kijkt hij als schrijvend-ploeteraar op tegen iedereen die uitgegeven is en wordt, en als het hem uiteindelijk zelf overkomt, slaan de onzekerheid en de leegheid toe. En zo vergaat het hem ook in zijn eerste liefdes en zijn relatie met zijn broer en ouders. Een confronterend boek.
20 september 2014
Huizen
Ik had nog nooit van John Lanchester gehoord, maar een tip via facebook bracht me op zijn roman Kapitaal uit 2012. De titel vormde denk ik meteen al de grootste breinbreker voor de twee vertalers. De oorspronkelijke titel Capital kun je op twee manieren vertalen, en beide hadden goed gekund. Het is een boek zonder hoofdpersonen, of beter: een boek met een tiental hoofdpersonen die allemaal iets gemeenschappelijks hebben: Pepys Road in The Common in Zuid-Londen, ooit opgezet als arbeidersbuurt, en nu een straat waar de huizen tot ruim over het miljoen pond over de toonbank gaan. Een Poolse werkman, een bankfiguur uit de City en zijn koopzieke vrouw, hun Hongaarse nanny, de parkeerwachter, een Pakistaanse familie en hun krantenwinkeltje, een oude vrouw en haar dochter en succesvolle kunstenaarszoon, diens mislukte assistent...: ze hebben allemaal hun eigen hoofdstukken. 512 pagina's, 107 hoofdstukken. Het gaat over de huizen, het Londense leven en over geld. Geen puzzel waar alle stukjes aan het einde op hun plaats vallen, maar een boek dat een prachtige dwarsdoorsnede geeft van mensen uit zomaar een omhooggevallen straat aan de vooravond van de financiële crisis. Geen boek met een keiharde boodschap, maar wel een boek dat je aan het denken zet en dat je bezighoudt. Een goed boek dus!
03 september 2014
Trein
Ik heb in de afgelopen jaren twee periodes van ruim een half jaar gewerkt in het Belgische Mechelen. Ik reed er in principe per trein naartoe. Al bij de eerste treinrit intrigeerde mij de naam van een station tussen Antwerpen en Mechelen: Mortsel-Oude God. Dat station ligt in een tunnel, heeft zelfs een eigen wikipedia-pagina (hier), en ik strandde er ook eens met de trein, waarna ik door een collega op het plein boven het station werd opgehaald. Enfin, ik kreeg van een vriendin onlangs het romandebuut van Neske Beks cadeau, dat zich afspeelt in Mortsel Den Ouden God. De Kleenex-kronieken is een integere familie- en dorpskroniek vol kleurrijke familieleden, moeder-oversten en allerlei aanhang. Het meisje Priscilla is/lijkt gemodelleerd naar de schrijfster, het product van een Vlaamse vader en Afrikaanse moeder. Verder speelt het bombardement in alle hoofden van de Mortselaren een centrale rol. Op 5 april 1943 werd het dorp door Amerikaanse, Canadese en Engelse vliegtuigen gebombardeerd, omdat men dacht dat de Duitsers in een van de fabrieken bij het dorp Messerschmitts repareerden. De bommen van dit friendly fire vielen veelal verkeerd: ruim 900 doden, waaronder ruim 200 kinderen. Vier scholen vol kinderen kregen de volle laag. Zie hier de wikipedia-pagina over dat bombardement. Neske Beks weeft een fraai web van oude en nieuwe verhalen, en geeft zo een mooie inkijk in het dorpsleven anno 1970-1980. Het boekje stelt slechts op één punt teleur: helaas onthult Beks niet de herkomst van die naam Mortsel-Oude God. Dus wie het weet...? Ik zou het boek nooit opgespoord hebben, maar van oplettende vriendinnen moet je het hebben in het leven!
29 augustus 2014
Hemels
Voor een klassieke-muziekliefhebber is het een mysterie: eerst was er niks, en opeens was er een Vijfde symfonie van Beethoven, een Don Giovanni van Mozart, een Tristan und Isolde van Wagner... Geniale en baanbrekende muziek die door iemand is bedacht en op notenbalken geschreven, en waar je je als luisteraar vervolgens voortdurend over verbaast en door laat vervoeren. Kun je bij veel componisten, zoals de hiervoor genoemden, redelijk betrouwbare levensbeschrijvingen lezen, hun ontwikkelingsgang begrijpen en daardoor verklaren hoe die werken tot stand kwamen, bij Johann Sebastian Bach is het mysterie welhaast ultiem. Er is zo weinig bekend over zijn leven, er zijn zo weinig getuigenissen overgeleverd, en al helemaal niet over hoe zijn muziek ontvangen werd, dat je naar de achtergronden van dat hemelse openingskoor van de Matthaüs-Passion, de aangrijpende alt-aria Ich will auch mit gebrochnen Augen uit Cantate BWV 125 Mit Fried und Freud fahr ich dahin of die zes grandioze cellosuites moet gissen. Je kunt slechts uitgaan van de muziek zelf en proberen te begrijpen hoe en waarom Bach dit alles op het papier heeft gezet. Bach had een enorme productie - in zo'n vijftig jaar (hij werd 65) componeerde hij een ontgelooflijke hoeveelheid muziek. Het hoogtepunt lag in de jaren 1723-1725, toen hij als kersverse cantor van de Thomaskirche in Leipzig in twee jaar tijd twee cantatecycli componeerde, voor bijna iedere zondag een. Ongeveer 90 cantates in totaal. Die werden gecomponeerd, in afzonderlijke partijen uitgeschreven, ingestudeerd en tijdens de zondagse kerkdienst uitgevoerd. En de week erna opnieuw; twee jaar achter elkaar. Die cycli wilde hij afsluiten met een Passion voor Goede Vrijdag, wat hem wel lukte met de Johannes in 1724; de geplande nieuwe passie het jaar erna werd iets teveel. De Matthaüs stamt uit 1727. Maar: was er niet toch een andere passie (de Marcus-Passion) die verloren is gegaan? Enfin, niks over bekend.
John Eliot Gardiner schreef een boek waarin hij het raadsel van die enorme productie probeert te verklaren. Voor wie denkt met Bach. Muziek als een wenk van de hemel een inzichtelijke biografie in huis te halen komt echter bedrogen uit. Gardiner schetst in enkele inleidende hoofdstukken de (muzikale) tijdgeest, de afkomst en jeugd van Bach, en gaat daarna over op het behandelen van zijn kerkmuziek. Nagenoeg alle cantates, de twee passionen en de Mis in b worden deel voor deel geanalyseerd. Daarbij gaat Gardiner uit van zijn kennis en ervaring als Bach-dirigent, en dat is zeker leerzaam en interessant. Maar Gardiner suggereert, vermoedt en interpreteert dat het een aard heeft. Hij kan trouwens niet anders. Al die andere werken - de Brandenburgse concerten, het Wohltemperierte Klavier, de viool- en clavecimbelconcerten, de cellosuites, de sonates en partitas voor viool, de orgelwerken etc. etc - blijven onbesproken en veelal zelfs ongenoemd. Dat maakt dit boek onevenwichtig en onbevredigend. Met dit lijvige en soms weerbarstige boek - ik deed er in etappes ruim vier maanden over - heb ik stellig een beter beeld van Bach gekregen, en voor nadere verklaring van die hemelse cantates zal ik het nog vaak uit de kast halen. Maar een biografie van Bach is dit allerminst.
Omdat de link in het nuttige comment van Koen (dank!) hieronder het niet direct doet, hierbij een directe verwijzing naar het YouTube-filmpje waarin Maarten 't Hart dit Gardiner-boek becommentarieert. Erg leuk filmpje, ik kende het niet. Klik hier.
Omdat de link in het nuttige comment van Koen (dank!) hieronder het niet direct doet, hierbij een directe verwijzing naar het YouTube-filmpje waarin Maarten 't Hart dit Gardiner-boek becommentarieert. Erg leuk filmpje, ik kende het niet. Klik hier.
28 augustus 2014
Bejaard
Ik was gelukkig niet alleen op vakantie, en kon daardoor kiezen uit een extra stapel meegebrachte leesboeken om de laatste dagen niet leesloos door te hoeven brengen. De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween is inmiddels zo'n hit, dat er maar weinig lezers zijn die dit boek van Jonas Jonasson nog niet gelezen hebben. Inmiddels is er ook al een film; die had ik in het vliegtuig van Cuba naar huis kunnen bekijken, maar ik verkoos het boek uit te lezen. Het boek heeft twee verhaallijnen over de hoofdpersoon: het heden en zijn verleden. In beide verhaallijnen gedraagt hij zich als een schavuit, leeft van de hak op de tak en slaat zich met een flinke dosis geluk en drankzucht door het leven. Zijn specialiteit is het opblazen van gebouwen, wat hem uiteindelijk aan tafel doet belanden van Truman, Stalin, Mao en Kim Il-Sung. De opzet van het boek is aardig gevonden, maar halverwege wordt het teveel een trucje. Het boek leest gemakkelijk weg, maar moet het vooral hebben van het originele uitgangspunt en de droogkomische stijl.
21 augustus 2014
Ambetant
De boeken van Karel van het Reve en Simon Carmiggelt waren smakelijke voorgerechten op mijn hoofdgerecht als vakantieboek in Cuba: het 850 pagina's tellende Het goddelijke monster. De trilogie van Tom Lanoye. Ik las het in ruim een week uit, lachend, rillend en genietend. In de drie romans Het goddelijke monster (1997), Zwarte tranen (1999) en Boze tongen (2001) wordt de ondergang van de rijke en omvangijke familie Deschreyver beschreven. De beeldschone Kartien schiet op de eerste pagina haar man dood, per ongeluk. Dat blijkt de aanleiding voor de hilarische, (tragi)komische en onherroepelijke ondergang van de hele familie, die bestaat uit archetypische Vlamingen: vader Herman (voormalig christendemocratisch (?) lid van de regering, daarna bankdirecteur), onkel Leo (selfmade-man in de tapis-plein die zijn Mercedes dagelijks op de vluchtstrook van de autostrade parkeert omdat het gewest weigert een aparte afrit naar zijn fabriek aan te leggen), een drietal ongetrouwde tantes (die overal een mening over hebben), twee broers (die elkaar op een wel zeer aparte plaats tegenkomen), etcetera. Lanoye tovert de ene cliffhanger na de andere tevoorschijn, maar ze hebben allemaal een functie in de rode draad van de trilogie. De bende van Nijvel, Marc Dutroux, de verlammende vriendjespolitiek, de falende justitie: Lanoye betrekt alles wat hij erbij betrekken kan - zijn boosheid spat van de pagina's af. Objectief-literair beschouwd misschien teveel van het goede soms, maar dit boek is een suikertaart met zoveel mogelijk etages. Een boek om je als lezer in te wentelen; ik verheugde me dagelijks op die middagen onder een strandparasol of een avond in bed om lekker door te kunnen lezen. En verdomd: laat een van de personages nog uit Cuba komen ook!
20 augustus 2014
Sosjale Joenit
Vorig najaar en begin dit jaar las ik twee gelegenheidsuitgaven met wat Kronkels van Simon Carmiggelt (zie hier en hier voor de weblogs ervan). Het werd daarna tijd om eens een deel uit de verzamelde heruitgaven van alle losse deeltjes ter hand te nemen. Brood voor de volgeltjes & Slenteren dateren uit 1974 en 1975 en bieden een heerlijke collectie verhaaltjes over vanalles en nog wat. Carmiggelt weet van iedere situatie wel een verhaal te maken, of hij nu op straat loopt, de telefoon aanneemt of in een hotelkamer zit. Het verhaaltje Dat mag je niet zeggen is een mooi voorbeeld. Hij wordt boos over het gegeven dat een meisje van 14 na een ruzie bij haar ouders wegloopt en door de alternatieve Sosjale Joenit ergens wordt ondergebracht en dat de ouders niet mogen weten waar dat meisje zit. Ik zou naar het bureau van de alternatieve club die mijn dochter heeft verstopt toegaan en alle daar aanwezige functionarissen de hersens inslaan. Carmiggelt schrijft: ... dat kan ik nooit zeggen, anders roepen ze allemaal dat ik rechts ben en anti-progressief. Hij rekent dus op de discretie van de lezer om het niet verder te vertellen. Er is al ellende genoeg op deze wereld.
Abonneren op:
Posts (Atom)






























