13 september 2015

Gelegenheid

Vier jaar geleden las ik De brug over de Tara waarin onderzoeksjournalist Frank Westerman de karaktereigenschappen van de etnische groeperingen op de Balkan analyseert die tot de oorlog in voormalig Joegoslavië leidden. Dat boek verscheen in 1994, toen die oorlog nog in alle hevigheid voortwoedde. Een goed boek, zie hier de leeslog ervan. In juli 1995 werd de moslimenclave Srebrenica door de Bosnische Serviërs onder de voet gelopen, werden de mannen en vrouwen van elkaar gescheiden, de vrouwen afgevoerd en de ongeveer 8000 mannen vermoord. Dit alles onder toezicht/nabijheid van Dutchbat en, op afstand, van met name de Nederlandse, Franse en Engelse regeringen en de Verenigde Naties. Westerman schreef in 1995 en 1996 voor NRC Handelsblad enkele artikelen over de val en herschreef deze voor het boek Het zwartste scenario dat in 1997 verscheen. In het voorjaar van 2015 reisde Westerman naar Srebrenica en sprak er met bewoners. Deze drie onderdelen (De brug over de Tara, twee hoofdstukken uit Het zwartste scenario en het reisverslag van eerder dit jaar) vormen het nieuwste boek van Westerman De slag om Srebrenica. Ondertitel: De aanloop, de val, de naschok. Het is niet het boek dat ik hoopte te lezen, zie ook mijn wens in de weblog over De brug over de Tara: namelijk een goed boek over de oorlog in Joegoslavië of over die gruwelijke val van Srebrenica. De helft van het boek is De brug over de Tara, en daarin gaat het niet over Srebrenica, maar over die karaktereigenschappen van de balkanmens. Die zijn zeker niet onbelangrijk om 'Srebrenica' te snappen, maar niet alleen die eigenschappen alleen. Want Mladic, de rol van de VN, Dutchbat, de regeringen, het eerdere verloop van de oorlog enzovoort: ze komen niet aan bod. Het tweede deel over de val (de twee hoofdstukken uit Het zwartste scenario) is weliswaar indringend en geeft veel details, maar Westerman staat niet boven de materie, geeft geen helder beeld van het complexe schaakbord waar meerdere spelers met de stukken schoven en elkaar uitdaagden en op elkaar reageerden. Het slotdeel (het reisverslag) geeft weinig inzicht, behalve dan dat na twintig jaar de wond nog steeds niet geheeld is. Tja, ik heb het gevoel dat de uitgever en de auteur in de aanloop naar 'twintig jaar Srebrenica' zonder al te veel moeite een boek wilden uitbrengen. Een maandje op reis, een verslag ervan, en verder oude bestanden toegevoegd. Dat overzichtswerk moet er dus nog komen; dit boek van Frank Westerman biedt daar goed bronmateriaal voor, maar heeft zelf die status niet.

07 september 2015

Anton

Het is alweer enkele jaren terug dat ik in de Russische bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot de eerste zes delen met verhalen en toneelstukken van Anton Tsjechov las. Zie de auteursindex hiernaast voor de weblogs van deel 2 tot 6 (deel 1 las ik voor de geboorte van deze boekenweblog). Ruim twee jaar geleden kocht ik het zevende en laatste deel met de Notities en brieven; het boek bleef twee jaar op mijn plankje met 'te lezen boeken' - ik las het boek van ruim 650 bladzijden in twee weken uit. Ook in een wereld zonder facebook, e-mail, internet en alle andere snelle verleidingen is het niet niet te bevatten: Tsjechov schreef honderden verhalen, vele toneelstukken en 4200 brieven. Hij werd slechts 44 jaar oud... In dit boek een selectie van die brieven, 693 om precies te zijn. Ze geven een prachtig beeld van de (denk)wereld van deze arts-schrijver die zelf al vroeg ziekelijk was maar zich er niet bij neerlegde. Hij reisde naar Frankrijk, Italië, trouwde pas enkele jaren voor zijn dood (in 1904) en verbleef vooral 'buiten' op zijn met moeite gefinancierde landgoed - eerst ergens bij Moskou, later - op doktersadvies - in Jalta op de Krim. Hoogtepunt in de brieven is zijn reis naar het schiereiland voor verbannenen Sachalin, helemaal aan de oostkust. De reis over land erheen was al een onmogelijke opgave, het verblijf aldaar zeker niet minder. Modder, kou, uitzichtloosheid en armzalig volk. Of zoals Tsjechov schreef: op iedere tien mensen was er één een gewoon mens, de rest een verbannen misdadiger. Hij reist het hele schierleiland rond, doet er een volkstelling, en reist vervolgens per schip via Hongkong, Singapore, Ceylon, het Suez-kanaal en de Bosporus terug naar Rusland (Japan werd niet aangedaan wegens een cholera-epidemie daar). Tsjechov schreef een uitgebreid reisverslag, maar dat ontbreekt in de Verzamelde werken in de Russische bibliotheek. Het is wel apart uitgegeven, alleen tweedehands nog te krijgen; ik heb het inmiddels besteld. Ik ga het snel lezen. Tsjechov raakt bevriend met de ruim 30 jaar oudere Tolstoj; en wijst de jongere Maxim Gorki de weg: er is nauwelijks een meer innemende schrijver van zo'n formaat!

28 augustus 2015

De Negende

Eerder dit jaar las ik van William S. Burroughs het ongemakkelijke boek Naakte lunch (zie hier), en A clockwork orange van Anthony Burgess is eigenlijk net zo vreemd en losgeslagen. Het eigen taalgebruik van de ik-verteller en hoofdpersoon Alex, het ruwe geweld en het onaangepaste gedrag van vrijwel iedereen: het leest allemaal niet gemakkelijk. Regelmatig vraag je je af: waarom lees ik dit? De omvang was echter te overzien en met het idee dat je het toch 'eens gelezen moet hebben' worstel je je door de pagina's heen. Uiteindelijk wordt Alex een beetje menselijk en dan ontroert het verhaal opeens een beetje. Volgens mij is het boek een perfect toonbeeld van het ontheemde wereldbeeld van het begin van de jaren zestig: de koude oorlog op zijn hoogtepunt, het gevoel te moeten loskomen van de beklemmende kleinburgelijke jaren vijftig. Hoe puberaal! En zo leest dit boek eigenlijk ook. De wikipediapagina over dit boek geeft een aardige objectieve samenvatting; iedere lezer zal er een eigen interpretatie aan geven. Dat maakt het boek ook wel weer bijzonder.
Der film die Stanley Kubrick ervan maakte, lijkt haast bekender dan het boek. Maar ik ben niet zo'n filmliefhebber en na het lezen van het boek heb ik ook niet zo'n behoefte om de film te zien. Ik lees dan liever een ander boek.

17 augustus 2015

Nog meer beestjes

Vijf jaar geleden las ik het eerste deel van Alle beesten van Midas Dekkers (zie hier de leeslog daarvan). Ik kondigde aan meteen aan het tweede deel te beginnen, maar dat voornemen stelde ik echter uit tot dit jaar. Ik begon in januari aan dit deel, en las het in fasen uit. Alle beesten 2 is van gelijke opbouw als dat eerste deel: ruim 350 korte stukjes over dieren- en mensengedrag die Dekkers in de loop der jaren als gesproken column voorlas in het radioprogramma Vroege Vogels. In de ruim 700 stukjes die beide delen bevatten wordt de biologische kijk van Dekkers op de wereld wel duidelijk en herhaalt hij regelmatig sommige ideeën. Sommige stukjes zijn wat taai, of iets te doorwrocht, maar het merendeel bestaat uit goed opgebouwde, lezenswaardige verhaaltjes met een duidelijke boodschap. Voor de kennis die Dekkers in deze stukjes heeft gestopt, moet hij vele boeken en wetenschappelijke artikelen hebben doorgeploegd. En er is geen andere bioloog met zo'n vlotte, humoristische pen!

11 augustus 2015

Zwartboek

In 1992 kocht en las ik de Engelse vertaling van de oorspronkelijk in het Russisch gepubliceerde, door Dmitri Sjostakovitsj aan Solomon Volkov gedicteerde memores. Dat boek Testimony was denk ik één van de eerste boeken in het Engels die ik las én begreep. Deze memoires waren in 1981 ook in de serie Privé-domein in het Nederlands verschenen, maar de oplage daarvan was reeds snel uitverkocht en exemplaren onvindbaar. Drie jaar geleden trof ik op internet echter alsnog een exemplaar van Getuigenis. Herinneringen van Dmitri Sjostakovitsj aan; ik las het pas nu. Na meer dan twintig jaar lees je zo'n boek als voor het eerst. Over de authenticiteit van de door Volkov opgetekende uitspraken van Sjostakovitsj is veel te doen geweest, maar ik denk dat het merendeel van de uitspraken rechtstreeks uit de mond van de grote componist zijn gekomen. Het zijn veelal korte anekdotes en meningen die Sjostakjovitsj tijdens vele gesprekssessies in de twee, drie jaar voor zijn dood in 1975 heeft uitgesproken, en Volkov zal er een flinke klus aan hebben gehad om alles enigszins tot een min of meer coherent leesbaar geheel te puzzelen. Eigenlijk springt het soms flink van de hak op de tak, maar na de laatste pagina van het boek heb je een helder beeld van de mentale gesteldheid van deze componist en van de wijze waarop hij de permanente dreiging van Stalin en zijn terreurorganisatie onderging. Mooie anekdotes over het telefoongesprek met Stalin, en over de ontmoeting met Stalin tijdens een componeerwedstrijd voor een nieuw volkslied! En ook bijster interessante verhalen en inzichten over Moessorgski, Glazoenov, Prokofiev en Strawinsky. Ach ja, iedere liefhebber van (Russische) klassieke muziek moet dit boek lezen.
Vorig jaar startte het KCO een Sjostakovitsj-cyclus met dirigent Andris Nelsons, beginnend met drie sleutelwerken: de Vierde, Vijfde en Tiende symfonie (zie hier, hier en hier de weblogs van die concerten). Komend seizoen volgen de Zesde en Zevende. Die Vierde is op zichzelf, maar ook in de ontwikkeling van Sjostakovitsj een ongelooflijk meesterwerk; na de geslaagde Eerste, een frisse jeugdsymfonie, componeerde Sjostakovits twee symfonieën die nooit worden opgevoerd: te patriottisch en te pompeus. En dan opeens die hemelbestormende Vierde, die hij nog voor de première terugtrok, nadat op 28 januari 1936 in de Pravda een openlijke aanval op de muziek van Sjostakovitsj werd geplaatst, naar aanleiding van de opera Lady MacBeth van Mtsensk (hoogstwaarschijnijk werd het artikel grotendeels door Stalin zelf geschreven cq gedicteerd. In Getuigenis is een vertaling van het artikel opgenomen.) Als Sjostakovitsj die Vierde tot uitvoering had gebracht, had hem dat tijdens de jaren van de Grote Terreur (1937-1938) zeerzeker het leven gekost. Pas decennia later, na de dood van Stalin, werd de symfonie voor het eerst uitgevoerd. Ik heb nog niet alle, maar wel de meeste symfonieën van Sjostakovitsj in de concertzaal gehoord. Vele hebben met elkaar gemeen dat je ongemakkelijk in je stoel zit. De Vierde, Vijfde, Zevende, Achtste, Tiende, Elfde, Dertiende en Vijftiende: het zijn beklemmende werken die je, als je je eraan overgeeft, bij je lurven grijpen. Alleen de Tweede, Derde en Twaalfde hoorde ik nog nooit live. Het gaat vast een keer gebeuren.

31 juli 2015

Prelaat

Ik kreeg vanaf de opgeruimde zolder (zie hier) nog een Bomans-boek. Noten kraken bleek ik al in de kast te hebben staan, maar dat was een latere druk, zonder stofomslag en bovendien ongelezen. Dus dat exemplaar gaat naar de lommerd en dit cadeau komt ervoor in de plaats. Het is een selectie van zestig stukjes die Godfried Bomans in de jaren vijftig voor de Volkskrant schreef, dat toen nog een keurig katholiek dagblad was. Bomans fungeerde als de luis in de pels, die commentaar leverde op de actualiteit en op meer generieke zaken. Deels uit of karakteristiek voor de tijd. Maar er zitten enkele parels tussen die het boek onsterfelijk maken. Subliem is het stukje waarin Bomans vertelt over de 12 onderwerpen waaruit middelbare-schoolleerlingen voor hun opstelexamen er één moesten kiezen. Het zijn geen gewone onderwerpen, maar titels als: Het tafelgesprek, Maak er geen probleem van, Als de wind de zeilen bolt en De ramen open! En wat doet Bomans: hij schrijft een stukje waarin alle titels voorkomen. Hoogstkomisch. Ik zat in een vliegtuig toen ik de stukjes Alleen voor volwassenen en het vervolg Wederom, voor volwassenen las. Ik heb de hele cabine bij elkaar geschaterd. Het gaat om de intocht van Sinterklaas in Nijmegen. De bestaande Sinterklaas, gepensioneerd majoor bij de cavalerie Van Titsen wordt vervangen door Piet Ramakers, die echter geen paard kan rijden. Het voorstel om hem vanuit Lent via de Waalbrug de stad te laten inlopen wordt liturgisch onuitvoerbaar geacht. Dan laat men hem via een roeiboot de Waal oversteken, maar door de sterke stroming verdwijnt hij een stuk verderop bij Druten in het riet. Maar Sinterklaas laat het er niet bij zitten en weet alsnog Nijmegen te bereiken en betreedt als bemodderde prelaat de Grote Markt. De liederen die de verzamelde kinderen rond het middaguur zingen klinken wat vreemd (Zie de maan schijnt door de bomen), maar Ramakers ontvangt deze blijken van misverstand met de rust van een geoefend herder. Het schoolhoofd wil dat de kinderen vervolgens terug naar school gaan, maar Sinterklaas neemt het heft in eigen handen en geeft iedereen vrijaf. Het is koddigheid en kneuterigheid troef, maar bij huidige literatoren lees je zulke ongein niet meer, helaas.

27 juli 2015

Familie

Vorige maand las ik met veel genoegen een uitgave met de brieven van de in 1990 op 39-jarige leeftijd overleden Frans Kellendonk; zie hier de weblog. Door zo'n uitgave word je geïnteresseerd in zijn 'echte' scheppende werk. Zijn laatste roman Mystiek lichaam geldt als zijn meest geslaagde. Ik las het ooit eens, maar kan me er niets van herinneren - het boek staat ook niet in mijn boekenkast. De hernieuwde kennismaking viel niet tegen, maar ook niet mee. Het boek kan gelden als een schoolvoorbeeld van Revisor-proza: overdadig moeilijk en psychologisch te uitleggerig. Het basisgegeven is best fraai: een vader die tegen zijn aanvankelijke zin zijn dochter en zoon weer op het nest terugkrijgt, en pas na veel geklaag en gedoe hun komst aanvaardt. Maar dan is het al te laat en raakt hij hen weer kwijt. Kellendonk heeft voor iedere gedachtengang en handeling teveel woorden nodig. In 2015 zou zo'n boek afgewezen worden, denk ik. In Kellendonk school echter een groot schrijver, en als hij de tijd van leven had gehad zou hij nu, als rijpe zestiger en andere wegen ingeslagen hebbend, een groot schrijver zijn geweest. Het mocht niet zo zijn, helaas.

20 juli 2015

De vozjd

Het moest er zeker een keer van komen: een biografie over Josef Stalin. Een jaar of tien geleden kocht ik Aan het hof van de rode tsaar van Simon Sebag Montefiore, maar legde het na 50 pagina's boos weg omdat ik die ongenuanceerd vond. Nu kocht ik het onlangs verschenen en positief besproken boek Stalin. De biografie van Oleg Chlevnjoek; een exclusief noten en register zeer beknopte biografie van nog geen 400 bladzijden. Chlevnjoek weeft twee verhaallijnen door elkaar: dat van de meer dagelijkse aard van Stalin, waarbij zijn laatste dagen en uren voor zijn dood in maart 1953 de kaptstok vormen. En dat van de chronologie: jeugd, revolutie, machtsstrijd, stabilisatie, de Grote Terreur van 1937-1938, Tweede Wereldoorlog en laatste jaren. Stalin en Hitler hebben met elkaar gemeen dat zij ieder verantwoordelijk waren voor miljoenen doden, maar daar houdt de vergelijking eigenlijk wel op. Stalin was niet uit op rassenleer, zondebokken, expansie en oorlog, maar zo leert deze biografie slechts op één ding: lijfsbehoud. Zijn diepe arwaan maakte dat een mensenleven (of miljoenen) niet telde, als hij maar de baas kon blijven. Zelfs zijn directe medewerkers waren hun leven geen seconde zeker. Stalin voerde een desastreuze economische en in de Tweede Wereldoorlog aanvankelijk ook militaire politiek, en het is eigenlijk onvoorstelbaar dat er geen geslaagde samenzweringen tegen hem hebben plaatsgehad (over mislukte geen enkele overlevering trouwens). Direct na zijn dood werden al zijn gruwelijke economische en repressieve decreten opgeschort; binnen enkele maanden was het hele land bevrijd van de ergste ellende. Deze biografie is een goede inleiding in deze dictator, maar geeft geen antwoord op de knellende vragen wat Stalin nu daadwerkelijk bezielde en waar die bezieling uit voortkwam. Een biograaf heeft het echter moeilijk met Stalin: de archieven zijn nog maar net en deels open, en veel van het materiaal is onbetrouwbaar (want wie durfde überhaupt zijn mening aan papier toe te vertrouwen...?). En wetenschappers gissen zo weinig mogelijk.
Tenslotte: de oorspronkelijke Engelse titel is: Stalin. New Biography of a Dictator. In het Nederlands: Stalin. De biografie. Met op het achterplat: het standaardwerk voor de komende decennia. Welja!

15 juli 2015

Kwartet

Al tijdens zijn leven werden de losse stukjes die Godfried Bomans voor kranten schreef flink uitgevent in bundels en weer andere bundels. Twee jaar na zijn dood in 1971 verscheen er een minibundel in de serie Kort en goed; jaren zeventig-uitgeversmarketing van de bovenstse plank! Ik kreeg dit boekje met de titel Voor het donker worden onlangs cadeau van een vriendin wier moeder de zolder opruimde. Vier stukjes van Bomans, bij elkaar 30 bladzijden, en op het dubbele omslag in vaal groene kleur vijf pagina’s inleiding door Kees Fens. De stukjes van Bomans blijken de tand des tijds beter doorstaan te hebben dan de droge doorwrochte inzichten van Fens. Gewoon maar een citaat, Bomans ten voeten uit. Het gaat over een banket ter ere van de honderdste sterfdag van Charles Dickens in de Guild Hall in Londen. Er kunnen precies negenhonderd mensen eten en die zaten er dan ook. Je schrikt daar wel even van. Eten is ten slotte een intieme gebeurtenis. Twee is ideaal, hoewel ik aan vier ook heel goede herinneringen heb. Met zes wordt het al moeilijker en boven de tien is elke redelijke conversatie uitgesloten. Honderd heb ik ook wel meegemaakt, maar dat was eenvoudig bunkeren. Loopt het naar de duizend, dan kom je in een orde die ik niet ken en voor het eerst hier zag.

08 juli 2015

Gebroken knop

Op mijn 17e kocht ik bij de V&D in Heerlen (die hadden toen nog een ruim en groots boekenaanbod) de net verschenen roman/novelle Letter en Geest. Een spookverhaal. Ik las dat boekje van Frans Kellendonk en snapte er niks van; ook van zijn enkele jaren later uitgekomen roman Mystiek lichaam begreep ik niet veel. Zijn vroegtijdige dood maakte hem tot een soort van eeuwige belofte in de knop gebroken. En nu opeens verscheen er een groots eerbetoon aan deze in 1990 op 39-jarige leeftijd aan aids overleden schrijver. De brieven is een grandioze uitgave waarin een ruime selectie van zijn correspondentie is gebundeld, van een eerste briefje aan zijn ouders toen hij als 17-jarige op schoolreis was, tot een kaartje aan een vriend vijf dagen voor zijn dood in februari 1990. Het is een weemoedig stemmend boek. Vooraleerst omdat Kellendonk een consciëntieus en hardwerkend wetenschapper was. Hij studeerde in de VS, gaf er colleges en gastlessen, en vertaalde doorwrochte literaire werken. En ondertussen schreef hij zelf. Op je 39-ste begint het leven pas, dus ja: wat als... Weemoedig stemt ook de gedachte dat boeken als deze tot een uitstervende soort behoren. Want wie bewaart nu zijn e-mails...? En wie schrijft nog zulke fraaie lange brieven waarin krachtige en bevlogen betogen worden gehouden? Ik ga maar eens opnieuw Letter en geest lezen, en Mystiek lichaam. Hulde aan Oek de Jong en Jaap Goedegebuure die dit boek samenstelden en heldere annotaties bij de brieven voegden.

17 juni 2015

Poen, poen poen poen

Korte tijd geleden las ik van Correspondent-journalist Rutger Bregman een aardig essay over de welvaartsverdeling; hij schreef dat samen met Jesse Frederik (zie hier). Al daarvoor verscheen van Bregman dit krachtig pleidooi in boekvorm voor het basisinkomen. Gratis geld voor iedereen is echter meer dan louter een pleidooi voor het basisinkomen. Het is een pleidooi voor open grenzen, voor vooruitgang, voor vertrouwen etc. Want ja: vroeger was alles slechter, en we leven hier in West-Europa in een Luilekkerland waar onze overgrootouders, en helemaal hun voorouders, niet eens van konden dromen. Bregman behandelt niet de als vanzelf oprijzende vraag waarom politici, die de oude tijden willen doen herleven, zoveel steun hebben. Maar als lezer ontkom je daar niet aan; wat zijn wij mensen toch sukkels. Maar goed: Bregman kijkt juist vooruit en staaft zijn beweringen met vele bronnen. Een gemiddeld hoofdstuk van 20 pagina's kent minstens 30 eindnoten naar studies. Open de grenzen, geef zwervers geld in plaats van zes hulpverlenende instanties, houd op met koopkrachtplaatjes en BBP-berekeningen (want er is zoveel essentieels in het leven dat daarin niet wordt meeberekend), etc etc. De (be)rekenende economen zijn aan de macht, en daarmee doen we ons flink tekort. Bregman is echter een optimist: ooit komt het inzicht en dan gaat het snel. Dit boek van 200 pagina's stemt hoopvol. Vanwege de inhoud, maar ook omdat er 26-jarigen als Bregman zijn die zulke boeken kunnen schrijven...

13 juni 2015

Storm in een glas wijn

Wijnboer en wijnschrijver Ilja Gort begaf zich een paar jaar geleden op het pad der fictie (zie hier) en nu een vervolg met een 500 pagina's dikke thriller. Château Fatale is een recht-toe-recht-aan thriller waarin de drugs- en wijnmaffia in de Provence bestreden wordt door een journaliste, een wijnboer en een bekeerde crimineel. Uiteraard loopt het af zoals je verwacht, maar Gort maakt er een bonte toestand van. Hij heeft zich grondig verdiept in wapens, want hij laat zijn personages kennis over wapentypes en hun specifieke eigenschappen uitdragen die niet iedereen in huis heeft. Het boek is vooral grappig door de vergelijkingen. Ik heb er soms flink om moeten lachen: Haar 'executive room' had het formaat van een ruim uitgevallen toilet en was voorzien van het soort meubilair waar zelfs de kringloopwinkel zijn neus voor zou ophalen. (...) De bak van de douchecabine was zo dik begroeid met schimmel dat je er met succes champignons in zou kunnen kweken. Of deze: De vislucht vermengde zich nu met een zware zweetlucht en een knoflookadem waar je plakken van kon snijden. Nog eentje: Zijn tanden stonden in zijn mond als de deurtjes van een keukenkastje waarvan de scharnieren het hadden begeven. De laatste dan, ook leuk: Die nacht bedreven zij de liefde op een bewonderenswaardig onhoorbare manier. Onhoorbaar, maar met een intensiteit die de aarde beslist enkele centimeters uit haar baan gebracht moet hebben.

27 mei 2015

Het been

De vaderlandse literatuur blijkt regelmatig in staat tot verrassingen die de lezer tot gelukzaligheid stemmen. Enfin, vorig jaar de Libris literatuurprijs, wat mij eigenlijk weerhoudt tot nieuwsgierigheid, maar La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer is een regelrecht meesterwerk dat je als lezer flink te grazen neemt. Op het titelblad staat 'Een roman', maar is het dat wel? Waarheid en verdichting wisselen stuivertje en houden de aandacht voortdurend vast. Maar bovenal is het een boek vol prachtige zinnen, vol heerlijke (en soms ook: huiveringwekkende) beschrijvingen en vol rake observaties. La Superba is de bijnaam van de stad Genua, waar Pfeijffer in verzeild raakte en bleef wonen. Ik ken geen ander boek waarin de Italiaanse volksaard zo zwierig wordt beschreven. Van het Come si deve (alles hoort te zijn zoals het hoort), het voetballen (Genua heeft twee voetbalclubs), de corruptie, de uittocht naar La Merica, de pleintjes en stegen. En dan zo'n uitspraak dat er oude, verlepte vrouwen in Genua hoopten dat de stad na een lange belegering eindelijk zou vallen: hunkerend naar die verkrachtende woeste, stoere mannen... Pfeijffer gooit allerlei verhaallijnen als een bord spagetti over de lezer uit, maar uiteindelijk knoopt hij die toch aardig goed aan elkaar. Dat is eigenlijk geen noodzaak, want de couleur locale is te divers en te kleurrijk om in één geheel te vangen. En wie wil snappen wat al die bootvluchtelingen uit Afrika beweegt: Pfeijffer overtroeft alle journalistiek hieromtrent. Ach ja, een boek dat me de tijd deed vergeten. Grandioos. Superb!

18 mei 2015

En nog wat

De meeste bundels van Karel van het Reve heb ik inmiddels wel gelezen, denk ik. Ik las de meeste nog voordat ik aan deze weblog begon, dus veel zul je er hier dus niet over vinden. Wel een tweetal. Freud, Stalin en Dostojevski ontbrak nog aan de verzameling. Het boek dateert uit het najaar van 1982 en bevat allerlei stukken waarin Freud relatief veel aandacht krijgt. Van het Reve maakt het de 21ste-eeuwse lezer niet gemakkelijk. Hij citeert hele alinea's van Freud, onvertaald. Misschien was de leesvaardigheid in het Duits dertig jaar geleden bij iedereen die Van het Reve las optimaal, bij mij zeker niet. Maar goed, daaromheen veel kenmerkende Van het Reve-stukken waarin hij zijn eigenzinnigheid de vrije loop laat. Van het Reve was een felle tegenstander van het Sovjet-regime, en dat gold indertijd als rechts. Hoe normaal klinken zijn meningen nu; maar in de jaren zeventig en tachtig waren die allerminst gemeengoed. Het aardigste stuk in deze bundel is zijn dankwoord bij het aanvaarden van de P.C. Hooftprijs: een fraaie kijk op het kunstbeleid van links.

04 mei 2015

Gelijkheid

Uit de stal van webkrant De correspondent komen twee economische filosofen (of filosofische economen) Rutger Bregman en Jesse Frederik die met hun essay met de aansprekende titel Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankers onbedoeld maar succesvol meeliften op de aandacht die het bankwezen en het financiële systeem deze tijd hebben. Het kapitaalboek van de Fransman Thomas Piketty,  het bankenboekje van Joris Luyendijk (zie hier) en de bonusblunders van ING en ABNAmro hebben een butsje geslagen in het vrije-marktdenken. Bregman en Frederik kennen hun klassiekers en maken duidelijk dat de welvaartsverdeling geen gelijkenis (meer) vertoont met wie al werkend het meeste bijdraagt aan de samenleving. Een handelaar op de beurs die voortdurend met grote bedragen schuift, draagt niets bij aan de vooruitgang, terwijl de leraar of de verpleegkundige nauwelijks kunnen rondkomen ondanks dat zij wél nuttig werk verrichten. Verder maken de schrijvers een pijnlijke vergelijking tussen wat de liberalen (de VVD) nu roepen en wat hun voorvaderen uit de negentiende en begin van de vorige eeuw betoogden. Mark Rutte noemde de vorige liberale minister-president Cort van der Linden zijn grote voorbeeld, maar wat de VVD voorstaat is veelal tegengesteld aan wat Van der Linden vond en schreef. Bregman en Frederik hebben diens geschriften nauwkeurig gelezen; dat zou Rutte ook eens moeten doen. Verder gaan de schrijvers uitgebreid in op de solistische politiek van Lieftinck, direct na de Tweede Wereldoorlog. Enfin, een essay met een groot bereik, maar het zet de lezer aardig aan het denken. En dit boekje is een hoopvol voorbeeld van een verfrissende kijk op de economie die flinke kanttekeningen plaatst bij het oude links-rechtsdenken.

27 april 2015

Mieren

Het schijnt de literaire hit van dit voorjaar te zijn, in Nederland althans. Het verschijnen van de vertaling van De Patrick Melrose romans, in één dik boek, ging in de pers bepaald niet ongemerkt voorbij. Ik miste die aandacht, maar werd door een vriend op het boek gewezen. Ik las de ruim 800 bladzijden in ruim twee weken. Het boek bevat fantastische passages, maar ook stukken die me haast deden besluiten ermee te stoppen. Edward St Aubyn publiceerde de vijf romans in dit boek tussen 1992 en 2011 en schetste daarin de vrije val van zijn alter ego Patrick. In het eerste boek speelt Patrick slechts een bescheiden rol, maar wat zijn vader David hem aandoet vormt de basis voor alle ellende die in de vervolgdelen voorbijkomt. Behoren zijn ouders tot de steenrijke Engelse bovenlaag, in het laatste deel woont Patrick - ongeveer 40 jaar later - in een eenkamerappartementje. Op de eerste pagina beschrijft St Aubyn een voor Patricks vader David karakteristieke bezigheid: hij staat in zijn ochtendjas op het terras van zijn villa in Zuid-Frankrijk met een tuinslang de mieren tussen de tegels weg te spuiten. Daarbij legt hij een sadistische techniek aan de dag; zoals een kat met een muis omgaat. Karakteristiek: want zo gaat David ook met zijn vrouw en zoon om, zo blijkt in het vervolg van de romans. En dat tekent hun leven. Er komen maar weinig aardige mensen voor in deze romans. Weinig opwekkend, ofschoon de verbale oorlogen waarin de hoofdpersonen permanent verkeren bijzonder lezenswaardig zijn.

26 april 2015

Tournee

In 2013 bestond het Koninklijk Concertgebouworkest 125 jaar, en ter gelegenheid daarvan speelde het orkest dat jaar vooral in het buitenland. Het orkest speelde concerten op alle continenten; van New York tot Sydney, en van Kaapstad tot Tokyo. De jonge schrijfster Judith van der Wel mocht mee op alle reizen, en sprak met orkestleden, staf en de chefdirigent. Stemmen. Het geheim van het Koninklijk Concertgebouworkest is een geslaagd boek waarin dat geheim van het orkest opvallend goed wordt onthuld. Niet eerder las ik een boek of artikelen over het KCO waarin de geschiedenis, cultuur en eigenaardigheden van het orkest met zulk een kennis van zaken worden besproken. Van der Wel heeft zich duidelijk goed ingelezen in haar onderzoeksonderwerp en van daaruit met orkestleden gesproken. Ze behandelt de verschillende orkestgroepen en hun specifieke karakter, alsook die van de dirigent en de organsiatie rondom het orkest. Ondertussen kom je veel te weten over de status van het orkest anno 2013, de druk van de tournees, en uiteindelijk ook de aankondiging van het vertrek van Jansons en de aanstelling van Gatti. Jammer dat Van der Wel niet het conflict met Haitink bespreekt; want dat conflict vond zijn oorsprong in de activiteiten tijdens het jubileumjaar. Maar misschien was ze teveel verschuldigd aan de directie van het orkest, met wie Haitink immers overhoop ligt. Maar goed, voor de rest een zeer leesbaar en informatief boek.

18 april 2015

From Russia

Sinds MH17 kijken we in Nederland opeens veel kritischer naar Rusland dan daarvoor. MH17 was een verschrikkelijk incident, maar wel een (gruwelijk) incident. Dat het Rusland van Poetin ook daarvoor al een discutabele status had, vermoedden velen misschien al maar werd niet glashard toegegeven. Niets is waar en alles is mogelijk. Het surrealistiusche hart van het nieuwe Rusland biedt een interessante, maar eigenlijk weinig verbazingwekkende kijk op de dictatuur in democratische kleren van Vladimir Poetin. Peter Pomerantsev is een Engelsman met een Russische naam, wat het hem makkelijk maakte ruim tien jaar lang een carrière op te bouwen bij de Russische televisie en zo van binnenuit mee te maken hoe de Poetin-kliek de werkelijkheid naar zich toetrok. Dit boek maakt duidelijk hoe een dictatuur óók kan zijn: van buitenaf lijkend op een democratie, maar in feite volledig georganiseerd en gecontroleerd. Zo slim en logisch hoefden andere dicaturen het nog niet te spelen, maar Poetin c.s. voegen een nieuw hoofdstuk aan het dicatoriale handboek toe. Zelfs de oppositie is zodanig georganiseerd dat Poetin de enige verstandige politicus lijkt. Pomerantsev ruimt naar mijn gevoel teveel ruimte in voor persoonlijke verhalen die zijn hoofdboodschap niet of nauwelijks ondersteunen. Maar desondanks is dit boek een must read voor wie wil snappen hoe Poetin zijn volk bedondert, en hoe hij er ook in het Westen nog te vaak mee wegkomt.

30 maart 2015

Witte oorlog

Het was een nog volledig blinde vlek in mijn kennis van de geschiedenis: de boerenoorlog die tussen 1899 en 1902 in Zuid-Afrika werd uitgevochten. De van Nederlanders afstammende Boeren vochten er om de hegemonie tegen de Engelsen. De Boeren vanuit hun thuisstaten Transvaal en Oranje Vrijstaat, en de Engelsen vanuit de Kaapkolonie. Martin Bossenbroek schreef een bejubeld en prijzen winnend boek over De Boerenoorlog. Hoe inzichtelijk die oorlog voor de lezer uiteindelijk ook wordt, heel uitzonderlijk vond ik het boek zeker niet. Bossenbroek deelde zijn verhaal op in drie delen, en in ieder deel wordt de chronologie beschreven met één figuur als centrale persoon. In het eerste deel de Nederlandse jurist Willem Leyds, die in Zuid-Afrika de rechterhand wordt van de 'boerenpresident' Paul Kruger. In het tweede deel volgen we de jonge ambitieuze Winston Churchill, die als journalist en opportunist met veel bravoure en geluk overal doorheen fietst. Het derde deel draait om de twintiger Deneys Reitz die met een groepje boeren een guerrillaoorlog probeert staande te houden. Door die perspectiefwisselingen ontbreekt een coherent opgebouwd verhaal waarin alle facetten van de oorlog het juiste gewicht krijgen. Sommige confrontaties tussen de boeren en de Engelsen worden in anderhalve regel afgehandeld, terwijl het oversteken van een rivier door opgejaagde boeren soms meer dan een pagina toebedeeld krijgt. In het eerste deel gaat het pagina's lang over de trajectkeuze, aanbesteding en aanleg van spoorlijnen, terwijl die aanbestedingen zelf er in de aanloop tot die oorlog niet toe doen (de spoorlijnen zelf later zeker wel). Het zal te maken hebben met de bronnen die Bossenbroek heeft gebruikt (overgeleverde dagboeken) alsook zijn keuze om het verhaal wat te kruiden met stoere passages. Het boek leest als een trein, en je komt voldoende over die witte oorlog in zwart Afrika te weten, maar ik heb overtuigender oorlogsbeschrijvingen gelezen.

27 maart 2015

Uitzondering

Via onverwachte kanalen werd mij aanbevolen Satyrica te lezen, een schelmenroman uit het oude Rome. De roman wordt toegeschreven aan Petronius (of volledig: Gaius Petronius Arbiter) die leefde van 27 tot 65 n.Chr. en die, net als Seneca in datzelfde jaar, door keizer Nero tot zeldmoord werd gedwongen. Wat er van Satyrica is overgeleverd, schijnt slechts een klein deel van het geheel te zijn. Vaak zitten er gaten in het verhaal, maar vertaler Vincent Hunink weet in de toelichtingen toch veel te verhelderen. Satyrica is bijzonder omdat de drie hoofdpersonen - in tegenstelling tot bijna alle andere werken uit de romeinse oudheid - uit de lagere regionen van de maatschappij afkomstig zijn; liederlijk gedrag en (homo)seksualiteit, dan wel de impotentie van de verteller Encolpius, spat van bijna iedere pagina. De drie hoofdpersonen zijn bepaald geen lieverdjes; je waant je soms in de achterbuurten van Rome. Dit is bepaald geen lekkerlezenboek, maar wel een heel bijzondere roman.

15 maart 2015

Boekenweek 2015

Boekenweekgeschenken zijn vaak zes-en-halfjes: voldoende maar niet meer dan dat. Het geschenk van vorig jaar van Tommy Wieringa voldeed hier precies aan (zie hier de weblog) en die van 2013 van Kees van Kooten vond ik ronduit vervelend (zie hier). Dimitri Verhulst mocht het boekenweekgeschenk voor dit jaar schrijven, en ofschoon het geen hoogtepunt in zijn oeuvre is, leest De zomer hou je ook niet tegen vlot weg en bevat het veel fraais. De verhaallijn is wat gekunsteld: de ontvoering van de gehandicapte Sonny is eigenlijk niets meer dan een kapstok om de ik-figuur zijn relaas te laten vertellen. Maar goed, dat relaas is boeiend genoeg en is vooral mooi opgeschreven. Het taalgebruik van Verhulst is prachtig; de weelderige vorm maakt veel goed van de wat rechtlijnige inhoud. Gemiddeld genomen meer dan die zes-en-half.

11 maart 2015

Roes

Er zijn van die boeken waar iedereen enthousiast over is, maar waar je zelf helemaal niks mee hebt en die je doen twijfelen aan je literaire smaak. De eerste twee pagina's van Naar de overkant van de nacht staan vol met superlatieven, gehaald uit krantenrecensies of uitgesproken door literaire giganten en kenners als Kluun, Tros Nieuwsshow en Maartje Wortel. Enfin, ik las al een tweetal andere boeken van Jan van Mersbergen (zie de auteursindex) en die vond ik best stemmig en hadden een eigen klankkleur. Zo ook deze kleine roman uit 2011, waar ik echter helemaal geen plezier aan heb beleefd. Omdat het zo'n kleine roman is, heb ik het uitgelezen. De ik-figuur heeft zich in het carnavalsgedruis gestort en ondanks, of misschien wel dankzij de oplopende teller aan gedronken glazen bier komen er allerlei herinneringen of losse gedachten aan zijn jeugd- en latere liefde en haar kinderen op. Ook zijn schippersachtergrond spreekt een woordje mee. Korte zinnen en korte alinea's, voortdurende perspectiefwisselingen, volkomen spanningsloze voortgang...: nee helaas, met dit boek kreeg ik geen enkel contact.

06 maart 2015

Op pad

Deze weblog bestond pas een maand toen ik twee boeken van Bob den Uyl beschreef; mijn eerste kennismaking met deze in 1992 overleden schrijver. Zie hier die weblog uit december 2005. Pas nu kwam ik tot een volgend boek van deze grootse verhalenschrijver. Het reizen vereist sterke zenuwen is een bloemlezing uit zijn reisliteratuur en bevat eigenlijk louter heerlijke pagina's. Er gaat van alles mis op zijn tochten, en de plaatsen die hij bezoekt, de hotels waar hij in verblijft of de mensen die hij ontmoet stemmen hem doorgaans niet vrolijker. Maar toch laat hij zich niet kisten en gaat hij vol goede moed en licht-melancholisch gestemd verder op reis. De wijze waarop Den Uyl zijn verhalen opbouwt heb ik uitgebreid in die andere weblog beschreven, ofschoon het freewheelend ouwehoeren in deze verhalen minder aanwezig is. Maar goed, lekker uitweiden is aan hem wel besteed, en dit alles in zeer verzorgde en evenwichtige taal. Zijn zinnen zijn een genot om te lezen. Een uitspraak als 'een glas bier van troostende omvang' maakt mijn dag helemaal goed. Het halve boek is citaatwaardig, maar volgende passage over de brandveiligheid in hotels is Bob den Uyl ten voeten uit: Heel verdacht is natuurlijk wanneer er een lange lijst aan je kamerdeur geprikt zit met voorschriften hoe te handelen in geval van uitslaande brand. Als eerste punt staat er steevast dat je absoluut niet in paniek mag raken. Je mag levend geroosterd worden, je mag van tien hoog op het plaveisel te pletter slaan, alles vindt de hoteldirectie best, zolang je maar niet in paniek raakt. In plaats daarvan dient men kalm de telefoon op te nemen en de directie op fluistertoon te waarschuwen dat het hotel helaas in lichtelaaie staat maar dat verder alles rustig is. Daarna begeeft men zich, nog steeds ijzig kalm, naar buiten, waar de behulpzame brandweer al gereedstaat met rodekruisdekens en kommen hete soep. Dit boek is het enige van Bob den Uyl dat leverbaar is. Al zijn andere boeken zijn slechts antiquarisch op te sporen. Ik ga dat subiet doen. Maar het is hoogste tijd voor een Verzameld Werk en een Bob den Uyl-revival!

27 februari 2015

Moeder

De aansprekers was één van de eerste boeken die ik van Maarten 't Hart las. Wat ik me ervan herinner is dat het een half thrillerachtige roman was waarin de dood van zijn vader een rol speelde. In 2012 overleed zijn moeder, ruim 90 jaar oud en bijna 40 jaar na de dood van haar man. Magdalena is een verrukkelijk boek waarin zijn moeder centraal staat; en soms ook zijn vader. Tegelijkertijd is het een halve autobiografie van Maarten 't Hart zelf en dan vooral hoe hij zich losmaakte van zijn eenzelvige moeder die - meer dan zijn vader - streng in de leer was. Deze Lena was bepaald geen vrolijke vrouw: achterdochtig, zeurderig, streng en kwebbelziek. Maar 't Hart doet haar geen onrecht: hij beschrijft uitgebreid haar conversaties, en daarin klinkt ook oerhollandse frisheid in door. Het geloof speelt een grote rol in dit boek, en ofschoon 't Hart al in meerdere boeken daarmee heeft afgerekend, bevat dit boek weer nieuwe inzichten en rake uitspraken. Wat dit boek bovenal onweerstaanbaar maakt is dat oerhollandse karakter ervan. Ik denk dat dit boek nauwelijks te vertalen is. Het bevat uitspraken 'die geen schrijver bedenken kan', zoals Reve ooit schreef. Tja, familieleden als Leen, Teun, Siem, Cor, Aad en Bep, dominees, tuinders, tegenwind, rijstepap, psalmgezang en potjes dammen. Vertaal dat nu eens in het Frans... Een leuke promo waarin Maarten 't Hart de eerste anderhalve pagina van het boek voorleest zie je hier.

24 februari 2015

Geld

Iedereen leefde gewoon zijn dagelijks leven en had niks door (ikzelf ook), maar als er één moment was sinds de Tweede Wereldoorlog of de Cubacrisis waar het gewone leven aan een zijden draad hing, dan was het wel najaar 2008. Het had zomaar kunnen gebeuren: het hele financiële en economische systeem ingestort, alle spaartegoeden verdampt, de bevoorrading van supermarkten acuut beëindigd en iedereen met onbetaald verlof. Alleen wie bij de grote banken werkte had het door. Het erge is, blijkt uit het schokkende en onthullende nieuwe boek van Joris Luyendijk, dat deze rampspoed over één minuut, morgen, volgende week donderdag of komende maand opnieuw kan gebeuren, en dan misschien wel zo verwoestend als in 2008 net níet gebeurde. Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers is het resultaat van vele code of silence interviews in de Londense City. En de titel is geenszins overdreven. Er is geen enkele rem op alle ingrediënten die een totale financiële crash mogelijk maken. We maken ons druk om een paar onthoofdingen, hoe verschrikkelijk ook. Maar het echte ontwrichtende en levensbedreigende gevaar heet niet IS of boko haram, of islam, maar heet City Group, ING, Goldman Sachs, PwC enzovoort. Ik ben geen angsthaas, maar moge de boodschap van dit boek, uitgesproken door de insiders zelf, niet uitkomen...

21 februari 2015

Zweden

IJsland, de voorlaatste roman van Ronald Giphart heb ik vooralsnog gemist, maar van zijn eerdere romans heb ik de meeste wel gelezen, en niet zonder plezier. Onlangs verscheen Harem, en deze nieuwste roman is een rijper boek dan zijn voorgangers. Heden en verleden zijn fraai verweven, en de harem van Mac - de hoofdpersoon van het verhaal - ontwikkelt zich als een logisch organisme. Giphart analyseert in deze roman de geheimen van de fotografie zoals hij in 2005 in de roman Troost die van de haut cuisine uiteenrafelde. En dit alles in een vlot lezend en fraai geconstrueerd verhaal; best knap. Harem is geen hoogtepunt in de Nederlandse romankunst, maar het is wel een lekker leesboek zonder al te veel Hollandse kneuterigheid. Het speelt dan ook niet voor niets in Zweden.

11 februari 2015

Weemoed

Ooit leende iemand mij Die Welt von Gestern van Stefan Zweig; dat moest ik lezen. Ik verloor die persoon uit het oog en het boek staat nog steeds ergens op een plank op teruggave te wachten. Onlangs kocht ik toch maar de vertaling. De wereld van gisteren is een prachtig boek waarin Zweig in 1941, een jaar voordat hij zelfmoord pleegde, terugkijkt op zijn leven. Hij was voor de nazi's gevlucht naar Brazilië en schreef daar louter vanuit zijn geheugen deze zeer gedetailleerde autobiografie. Zweig stamt uit een rijke joodse Oostenrijkse familie, en ontwikkelde zich tot een veelgelezen schrijver, humanist en kunstliefhebber. De periode tot de Eerste Wereldoorlog worden door Zweig met de grootste weemoed beschreven, echter zonder zwijmelarij. Uiterst precies beschrijft hij hoe de maatschappij in elkaar stak: familierelaties, het onderwijssysteem, het opgroeien van de jeugd, politiek. De Eerste Wereldoorlog, het herstel erna en de nakende afgrond van het nazidom: Zweig legt verbanden en geeft inzichten die je niet vaak tegenkomt bij 'deelnemers' aan deze perioden. Over zijn twee huwelijken vertelt hij nauwelijks iets; des te meer over zijn vriendschappen met kunstenaars. Hij kende het puikje van de kunstenaarswereld; bijzonder boeiend vond ik zijn verhaal over zijn samenwerking met Richard Strauss. Na de dood van Hugo von Hoffmansthal die meerdere libretti voor Strauss schreef, kreeg Zweig het verzoek om er eentje aan te leveren. Dat leidde tot een hechte samenwerking. Toen de opera Die sweigsame Frau gereed was, en door de opera van Dresden werd aangekondigd, kwamen de nazi's aan de macht. En die opera vonden de nazi's lastig: een opera van de grote Strauss waar het libretto door een jood geschreven was. Enfin, Zweig vertelt er zowel gniffelend als treurig over. Zelf was Zweig een succesvol schrijver; zijn boeken gingen met tienduizenden tegelijk over de toonbank. Die zelfmoord blijft knagen: wat als Zweig een jaar of wat had doorgezet? Wellicht had hij dan weer nieuwe hoop gekregen. Hoe dan ook een auteur om verder te ontdekken (zijn Schaaknovelle was ook al zo prachtig, zie hier de weblog ervan). Niet onbelangrijk: de stijl van Zweig is fenomenaal: lange, vloeiende en afgewogen zinnen die de ernst en kracht van de inhoud extra onderstrepen. Een onzettend rijk boek, onmogelijk kort samen te vatten.

02 februari 2015

Drugs & Seks

Ik las, denk ik, nooit eeder zo'n even onbegrijpelijk als fascinerend boek als Naakte lunch van William S. Burroughs. Als je zijn naam googelt en dan de afbeeldingen bekijkt, dan zie een een pagina vol foto's van een oude, ietwat verlopen, maar verder wat stijve man. Dat beeld correspondeert geenszins met dit boek, dat grotendeels autobiografisch gebaseerd is. Het boek is een plotloze verzameling scènes waarin harddrugs en (veelal masochistische) (homo)sex centraal staan. Sommige stukken lezen als geschreven tijdens een delirium, en wie allereerst structuur zoekt in de teksten die hij leest (zoals ik), heeft het soms heel moeilijk met dit boek. Maar anderzijds fascineert het door zijn werkelijk atypische karakter; nog nooit las ik zo'n ongemakkelijk en vreemd boek. Deze uitgave opent met een lange beschouwing van de bezorgers, die vertellen dat er in de jaren vijftig oneindig aan gesleuteld is, zowel voor, tijdens als na de debuutuitgave in 1959. Dat sleutelen veronderstelt een structuur en subtiliteit die ik er niet uithaalde. Maar dat ligt vast en zeker aan mij.

30 januari 2015

Held

Bijna exact een jaar geleden las ik de zeer geslaagde biografie van Koning Willem I van Jeroen Koch, zie hier de weblog daarvan. Pas een jaar later het vervolg in dit drieluik van koningsbiografieën. Koning Willem II. 1792-1849 is een zo mogelijk nog betere biografie van deze koning die slechts een kleine negen jaar ons land regeerde. Maar de impact van zijn korte regeerperiode was waarschijnlijk groter dan die van zijn vader en zoon die beiden meerdere decennia op de troon zaten. Zijn schoondochter, de eerste vrouw van Koning Willem III, de fijnzinnige Sophie van Wurtemberg, wordt door Jeroen van Zanten treffend aangehaald: 'Twinting jaar na zijn dood tekende de vrouw van zijn oudste zoon, Sophie van Wurtemberg, in haar memoires op dat het 'horloge' van haar schoonvader 'op 19 juni 1815' was gestopt met lopen. 'De grote indrukken van zijn jeugd waren gefixeerd' en 'diep in hem doorgedrongen.' Sophie zag het scherp. Voor haar schoonvader bestond er een leven voor en een leven na Waterloo. En inderdaad, Waterloo vormde een waterscheiding in zijn leven. Ervoor was hij een heuse held, strijdend in Spanje (aan de zijde van lord Wellington) en in juni 1815 op (toen nog) eigen grondgebied bij Quatre-Bras en Waterloo tegen Napoleons troepen. Hij verrichtte in het heetst van de strijd heldhaftige daden, werd er meerdere keren een paard onder hem weggeschoten en ging hij de strijders voor in de aanval. Tja, zulke kroonprinsen hebben we lang niet gehad. Na Waterloo moest hij nog 25 jaar wachten tot hij tot koning gekroond werd, steeds in onmin levend en zich verzoenend met zijn vader Koning Willem I. Bij verschijnen van deze biografie werd veel nadruk gelegd op zijn vermeende homoseksualiteit, maar Van Zanten beschrijft het allemaal heel genuanceerd. Willem studeerde een poos in Oxford, en had daar waarschijnlijk de innige student-broederschap leren kennen, waar af en toe ook de kleren bij uitgingen. Maar Willem was ook een vrouwenversierder. En veel bewijzen over mannenvriendschappen zijn er niet; wel dat hij regelmatig doelwit van chantage was. Ondertussen was hij ook heel gelukkig getrouwd met Anna Paulowna. De wijze waarop zijn vader Willem wilde koppelen aan de Engelse kroonprinses en hoe deze zich tegen wil en dank zijn best deed hierbij zijn vader ter wille te zijn, behoort tot de meest interessante delen van dit boek. Hoe fragiel kan een vader-zoonrelatie zijn! De eerste helft van deze biografie (tot 1815) leest als een spannend jongensboek; de tweede helft is dan automatisch wat weerbarstiger. Maar goed: Willem reed in 1830 op zijn paard het opstandige Brussel binnen - ook spannend. Hij zag het wel zitten: koning van het vrijgevochten België en te zijner tijd, na de dood van Willem I, beide landen weer verenigend... Het liep allemaal anders. Daarna de langzame gang naar de ingrijpende staatshervorming, die nog steeds de basis van ons huidige staatsbestel vormt. Bijzonder interessant. Al die rare ministers, en die eigenzinnige Thorbecke... Ik las dit dikke boek in een kleine twee weken uit. Het zegt genoeg over de kwaliteit ervan.

28 januari 2015

Eenzaamheid

In 2013 las ik twee delen van de Adrian Mole-serie van Sue Townsend; in 2014 geen een. Nu aan het begin van het jaar dan toch het zesde deel, grotendeels op 11 kilometer hoogte. The lost diaries of Adrian Mole 1999-2001 beschrijft niet het meest vrolijke deel uit Adrians leven. Opgescheept met twee zoons van 7 en 13, sex- en werkloos en zichzelf overschattend, rijgt Adrian dag aan dag. Zijn ouders, Pandora, de politiek en wat er verder in de wereld gebeurt houden Adrian flink bezig, en zijn eigenzinnige, wereldvreemde maar soms messcherpe commentaar op alles wat er om hem heen plaatsvindt, zijn een lust om te lezen. Sue Townsend overleed april 2014; met deze Adrian Mole-serie bleek ze vernieuwend en deel voor deel onweerstaanbaar grappig. Er zijn er nog meer!
En o ja, het is slechts een getal. Maar sinds ik in januari 1989 mijn gelezen boeken begon bij te houden (zie hier en vooral hier hoe en wat) is dit boek het 1000ste.

27 januari 2015

Plant en paus

Wederom een boekje dat lang op het bekende plankje stond (bijna vijf jaar) - ik las het binnen 24 uur uit. In De tuinen van Bomarzo gaat Hella Haasse op zoek naar de geschiedenis achter het geheimzinnige park Bomarzo nabij het Italiaanse dorpje Viterbo. Ze belandt in haar zoektocht in een 15e en 16e eeuwse familiegeschiedenis die veel weg heeft van een detective, vol roddel en achterklap. En dat zich afspelend in de hoogste kringen: pausen en kroonprins-pausen, hun maîtresses, vaders, broers enzovoort. Ofwel: de renaissance op zijn hoogtepunt met een tuin als statussymbool en als vluchtobject. Haasse schrijft in dit boekje uit 1968 op haar vloeiendst. De eruditie spat van de pagina's af, en daar waar ze slechts vermoedens heeft (heel dikwijls), steekt ze dat niet onder stoelen of banken. Het is verslavend proza, ook al snapte ik niet alles wat Haasse schreef. Ik begon eraan op nieuwjaarsochtend in het hotel in Kochi, en las het vlak voor het 'boarden' voor de vlucht naar Dubai om 4 uur 's nachts uit. Ofwel: een goed boek kan altijd.