09 juni 2008

Drank en sigaren

De eerste druk van Jean Sibelius van Guy Rickards zag ik een aantal jaren geleden eens in New York in een boekwinkel, en besloot die toen niet te kopen. Sinds een jaar wilde ik wel eens wat meer weten van deze intrigerende Finse componist, maar die eerste druk bleek nergens meer te krijgen. Onlangs kwam er echter een herdruk uit; ik las het in een paar dagen en voldeed daarmee meteen weer aan mijn target van minimaal één boek in het Engels per jaar. Het is geen goede biografie. Rickards raast in 200 bladzijden door het leven van Sibelius (1865-1957), en stipt daarin de gebruikelijke aspecten van een gemiddeld leven aan: geboorte, familie, studie, liefde, trouwen, kinderen, relatieproblemen en dood. Daarnaast natuurlijk ook het nodige over de componist, maar de meesterwerken die Sibelius voortbracht 'zijn' er allemaal opeens. Geen achtergronden over het hoe-of-waarom, geen analyse hoe Sibelius aan zijn eigen karakteristieke stijl kwam. Wel af en toe wat informatie over de politieke verwikkelingen - Finland werd tijdens het leven van Sibelius een eigen staat, inclusief een kort burgeroorlogje en strijd tegen de Russen, Duitsers enzovoort. Sibelius was volgens Rickards geen prettig mens. Hij zoop en rookte zich een ongeluk; hij werd eens door de Engelse douane vastgehouden omdat hij voor zijn tournee van een paar weken naar Engeland een enorme hoeveelheid sigaren van zijn eigen merk met zich meedroeg. Zijn vrouw Aino was haar hele leven depressief vanwege het gedrag van de componist, maar ze bleef hem trouw. Uit Rickards verhaal kun je opmaken dat haar mooiste jaren de 12 jaren na zijn dood waren; zij werd 98...
Ik luister de laatste tijd enorm veel naar muziek van Sibelius. Zijn symfonieën (waarvan ik de oneven nummers het mooist vind), maar vooral ook enkele van zijn symfonische gedichten (de Oceaniden, Nachtelijke rit en zonsopkomst, Pohjola's dochter, de Woudnimf), de Lemmikäinen Suite en het Vioolconcert: het zijn allemaal meesterwerken. Onlangs ontdekte ik in een cd-doos de Woudnimf, en dat stuk kan ik dan een week lang minstens een keer per dag horen. Enfin, door het boek van Rickards weet ik nu iets meer over het leven van de Finse meester af, maar een overtuigende biografie is het allerminst.

04 juni 2008

Verdwijning

Als je Tim Krabbé en Het Gouden Ei in Google intikt, krijg je een waslijst aan boekverslagen. Dit verhaal is een hit op boekenlijsten van middelbare scholieren. Het verscheen al in 1984, toen ik net eindexamen deed. Van Krabbé las ik tot nu toe alleen nog maar De grot, en dat is net als Het Gouden Ei een snelgelezen verhaal. Waarschijnlijk heb ik hiervan wel eens de verfilming gezien, want het begin van het verhaal kwam me bekend voor. Het is een boeiend en ingenieus verhaal, maar wat ik zeker geen meesterwerk zou willen noemen. Daarvoor vind ik het jammer dat het perspectief in het tweede hoofdstuk naar de moordenaar verschuift. Noodzakelijk voor het verhaal weliswaar. Je leest het in anderhalf uur uit. Ik ben benieuwd of het aantal bezoekers van mijn boekenlog na publicatie van deze leeslog stijgt door de vele scholieren die op zoek zijn naar verslagen van dit boekje.

03 juni 2008

Achterflap

Een positieve recensie bracht me ertoe Andermans huis van Silvio d'Arzo te lezen. d'Arzo schreef een klein oeuvre en overleed al op zijn 31ste (in 1952). Deze kleine maar fijne roman maakte hem echter onsterfelijk. Het is een puur verhaal over een pastoor in een dorpje in Noord-Italië waar nooit iets gebeurt. De komst van een onbekende vrouw doet dat voor de pastoor veranderen. d'Arzo beschrijft de leegte zoals je zelden te lezen krijgt; je hoort de stilte en je hoort de tijd voortgaan. Prachtig. Zoals de recensent al aangaf: lees vooral NIET de achterflaptekst. Die haalt in één keer de kracht van het verhaal onderuit. Ongelooflijk dat een uitgever zoiets voor elkaar krijgt. Koop en lees dit boekje en stel het lezen van de flaptekst uit totdat je het boekje gelezen hebt. Dat uitstellen kost slechts anderhalf uur, dat is de tijd die je nodig hebt om dit prachtige boekje te lezen. Ik hield me ook aan het gebod van de recensent, en was hem er achteraf zeer dankbaar voor.

29 mei 2008

Vliegen

Bijna twee jaar geleden las ik van Stefan Brijs zijn veelgeprezen en boeiende roman De engelenmaker. Lees hier de leeslog daarvan. Iemand tipte als commentaar een eerdere roman van Brijs: Arend. Dat las ik tijdens drie treinritten in twee dagen uit. Deze roman uit 2000 vertoont thematisch sterke verwantschap met De engelenmaker. Arend is in lichaam en geest een mislukt kind en hij stelt zijn moeder voor grote problemen. Aanvankelijk snap je het gedrag van moeder Anna, maar naarmate Arend ouder wordt en zijn moeder steeds hardvochtiger, gaat de sympathie over naar het kind. Het is verder een treurigstemmend maar fraai geconstrueerd verhaal. Arend heeft iets met vliegen, vogels, en ziet zichzelf op een gegeven moment als een engel die kan vliegen. Wat heeft die Brijs eigenlijk met misvormde kinderen die engelen worden?

25 mei 2008

Haffner op herhaling

Met de uitgave van Duitsland 1939: Jekyll & Hyde is de serie gebonden uitgaven van de boeken van Sebastian Haffner compleet. De uitgeverij had dit boek al eens eerder uitgegeven, en die uitgave las ik een paar jaar geleden ook al, maar het bleef toch een afwijkend deel in mijn boekenkast. In de heruitgave is ook een lang interview met Haffner uit 1989 opgenomen, dus genoeg reden om de heruitgave te kopen en nog eens te lezen. Jekyll & Hyde is Haffners eerste officiële boek. Hij schreef het in de winter van 1939-1940 toen hij als Duitse immigrant in Engeland geïnterneerd was. In niet mis te verstane woorden beschrijft hij de aard van nazi-Duitsland, waarmee Engeland op dat moment wel al in oorlog was, maar waarmee nog niet gevochten werd. Binnen een maand nadat dit boek uitkwam veroverde Duitsland heel West-Europa en begon de Battle of Brittain. Met dit boek opende Haffner de ogen van veel Engelse politieke en militaire beslissers; tegelijkertijd doet hij uitspraken die het denken over de status van Duitsland na de capitulatie hebben beïnvloed. In die maanden waren Hitler en nazi-Duitsland een vast gegeven, en wie twijfelde aan het nut en de noodzaak van een oorlog moest Hitler en nazi-Duitsland wel een plaats in het denken over de toekomstige wereldorde toekennen. Haffner betoogt dat die toekomstige wereldorde alleen door het vernietigen van nazi-Duitsland gestalte kon krijgen. En hoe logisch wij dat nu met onze kennis van de geschiedenis ook vinden, eind 1939/begin 1940 was dat geenszins vanzelfsprekend! Wij weten dat Hitler doelbewust op een grote oorlog uit was, maar dat durfde vóór mei 1940 eigenlijk niemand te geloven. Behalve Haffner, die met deze eersteling een profetisch en beklemmend document schreef, dat bovendien vele uitspraken bevat waarmee we de huidige warrige tijd eveneens kunnen analyseren. Via deze link kom je op de informatiepagina van uitgeverij Mets en Schilt over de tien vertaalde boeken van Haffner. Duik daarin, want het zijn stuk voor stuk meesterwerken over de geschiedenis van Duitsland.

04 mei 2008

Vier tragedies

Met een stapeltje boekenbonnen en wat extra centen kocht ik een poosje terug de complete vertaalde toneelstukken van William Shakespeare. Voor 99 euro haal je een fraaie cassette met 11 delen in huis, en daarin alle toneelwerken vertaald door Willy Courteaux. Hij vertaalde vanaf de jaren zestig in zijn vrije tijd al die stukken, en zijn vertaling schijnt het meest tijdloos te zijn. Ik las wel eens eerder een enkel toneelwerk van Shakespeare (Othello en Macbeth), in de vertaling van Gerrit Komrij. Nu las ik een deel uit deze cassette met vier tragedies: Romeo en Julia, Timon van Athene, Julius Caesar en Macbeth. Met name Romeo en Julia en Macbeth hadden mijn speciale belangstelling, omdat ze de bron zijn voor een aantal bekende muziekwerken. Courteaux schreef bij ieder toneelstuk een gedegen inleiding, waarin hij de datering, kwaliteit en de belangrijkste hoofdpersonen beschrijft. Hij laat zijn mening aardig horen, en daar bleek ik het niet altijd mee eens te zijn. Timon van Athene noemt hij een relatief zwak stuk, vanwege o.a. de beperkte handeling en een aantal slordigheden. Het is misschien niet zo indringend en krachtig als Macbeth, maar de thematiek en de uitwerking daarvan door Shakespeare is alleszins interessant en tijdloos. Romeo en Julia vond ik wat tegenvallen; ik had het emotioneler en dramatischer verwacht. Misschien is de kracht minder wanneer je het leest dan wanneer je het opgevoerd ziet? De andere stukken boeiden me wel van begin tot einde. Macbeth blijft fantastisch. Ik las het zoals gezegd al eens eerder, en ik zag het ook eens opgevoerd (met Pierre Bokma als Macbeth). De opera die Verdi erop componeerde is eveneens een meesterwerk, en volgt getrouw het verhaal en de sfeer van het stuk. Tenslotte: het lezen van toneelstukken is net zo boeiend als het lezen van een roman. Ik kan niet beloven dat ik alle andere tien delen uit deze cassette ga lezen, maar ik zal periodiek zeker nog wat andere delen ter hand nemen.

21 april 2008

Succes

Evenals in zijn boek voor de jeugd Kaas & De evolutietheorie dat ik anderhalf jaar geleden las (zie de leeslog) legt Bas Haring in zijn boekje Voor een echt succesvol leven veel verbanden tussen dieren en menselijk gedrag. Haring vraagt zich in dit boekje af of succes of wat algemeen als succesvol wordt beschouwd wel daadwerkelijk succes is, dat wil zeggen: altijd in het belang van het individu. Dat is dus niet het geval, en dat legt Haring fijntjes uit. Het is geen al te diepzinnig boekje, maar zijn schrijfstijl en zijn relativeringsvermogen zijn aanstekelijk. Het leest lekker weg.

06 april 2008

Briefwisseling

Op papier had het de meest interessante en smeuïge briefwisseling uit de vaderlandse letteren kunnen zijn: die tussen Gerard Reve en Willem Frederik Hermans. Maar de onlangs verschenen bundel Verscheur deze brief! Ik vertel veel te veel valt een beetje tegen. Reve en Hermans schreven het merendeel van hun brieven eind jaren veertig en in de jaren vijftig. Daarin ook de periode waarin Reve in het Engels schreef; ongeveer de helft van zijn brieven zijn dan ook in die taal, en missen daardoor zijn heerlijke stijl (want in het Engels komt zijn stijl niet tot zijn recht). Daarnaast gaan veel brieven over niks; af en toe wat zeuren over andere schrijvers, maar dikwijls over hun katten en over ander klein leed. Aan het eind van de jaren vijftig houdt Hermans de vriendschappelijke relatie voor gezien. Reve blijft dan nog wel wat vriendelijke brieven schrijven, maar Hermans reageert daar niet, of nukkig op. Via de brieven wordt duidelijk wat de oorzaak hiervan was, en dat maakt deze bundel toch weer wel interessant. Maar ik had op meer gehoopt. Volgens mij zou een bundel met de brieven van Reve met uitgever Polak nog wel wat vuurwerk kunnen bieden. Wie weet.

01 april 2008

Boekenweek 2008

Het boekenweekessay was helaas al uitverkocht toen ik na mijn vakantie aan het einde van de boekenweek de boekhandel bezocht. Het geschenk geschreven door Bernlef was er nog wel; ik las het in anderhalf uur in de trein van en naar het werk. De pianoman is een variatie op de gebeurtenissen met een Duitse jongeman die een paar jaar geleden opeens in Engeland verscheen en die niets zei; alleen kon hij goed pianospelen. Bernlef maakte er een aardig verhaal van, onderhoudend en afgerond. Maar ik vond het ook wat gemakkelijk en weinig diepgaand. Samengevat: jongen gaat weg, reist wat rond en komt in Engeland terecht, zegt niks over zijn achtergrond maar wordt uiteindelijk opgespoord en gaat tenslotte weer terug naar huis. Geen hoogvlieger, dit boekenweekgeschenk, maar ook niet slecht.

30 maart 2008

Koning van het verhaal

Ooit heb ik mezelf opgedragen om ieder jaar minstens één deel uit de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot te lezen. Tot nu toe las ik dertien van die prachtige gebonden dundrukuitgaven; in 1990 begonnen met Oblomov van Gonstjarow. Nu de veertiende: de Verzamelde Werken deel 2 van Anton Tsjechov. Van Oorschot brengt de vijf delen met verhalen in een nieuwe, meer eigentijdse vertaling uit, en drie jaar geleden las ik het eerste deel van die nieuwe reeks. Nu dus het vervolg met 84 relatief vroege verhalen die Tsjechov schreef van mei 1885 tot december 1886. De variatie in deze verhalen is enorm. Tsjechov schiep 84 verschillende werelden, in dikwijls minder dan 8 pagina's, en schetste zo een fraaie dwarsdoorsnede van de Russische maatschappij. Allerlei figuren passeren de revue: landlopers, kunstenaars, luitenants, doktoren, kinderen, eenzame geliefden enzovoort. Tsjechov was geen schrijver van happy endings; droevigheid of melancholie overheersen. Het schijnt dat de latere verhalen nog beter en rijker zijn; ik moet maar snel verder met de reeds verschenen delen drie en vier!

Thriller

Af en toe ook eens een thriller; ik lees ze niet veel, maar wanneer je eenmaal in het verhaal zit kom je er ook niet meer van los. Dat vind ik wel vaak het lastigste van thrillers: er zijn dikwijls tientallen pagina's nodig om iets neer te zetten, de spanning op te bouwen, en omdat je als lezer denkt dat alles ertoe kan doen om de kwestie op te lossen, wil je alles onthouden. Die eerste tientallen bladzijden zijn vaak wat eendimensionaal, om het geheel vlot te trekken. In (goede) literaire romans heeft de opbouw al genoeg in zich. Maar goed, de thrillers van Val McDermid zijn steevast goed opgebouwd en boeiend. De terechtstelling gaat over de verdwijning van een dertienjarig meisje en de ontmaskering van de dader, en de reportage die een journaliste er 35 jaar later van maakt. Uitermate fraai opgezet en een verrassende ontknoping, zoals het een goede thriller betaamt.

Muziekroman

Op het strand onder de parasol las ik in twee dagen de muziekroman Verwante stemmen van Vikram Seth. Het verhaal combineert liefde en muziek met elkaar. De hoofdpersoon, tweede violist in een professioneel strijkkwartet, komt maar niet los van zijn oude geliefde. Nadat hij haar na vele jaren toevallig tegen het lijf loopt, het kwartet een tournee naar Wenen maakt en zelfs uitgenodigd wordt om een cd-opname te maken, raakt het verhaal in een stroomversnelling. Seth heeft naast een warmbloedig liefdesverhaal vooral ook een goed en interessant muziekboek geschreven. De verhouding tussen de kwartetleden onderling is even intens als in een liefdesrelatie, en daarnaast hebben al die musici ook nog een speciale verhouding met de muziek die ze spelen, en met hun instrument. Op al die aspecten gebeurt er vanalles in deze roman. Dat het verhaal desondanks een coherent geheel is en bovendien boeit van begin tot einde, maakt dit een uiterst geslaagde roman!

24 maart 2008

Bakker

JC raadde me aan om de twee boeken van Gerbrand Bakker te lezen. Volgens haar een nieuwe ster aan het Nederlandse literatuurfirmament. Vlak voor mijn weekje zonvakantie griste ik beide boeken van het schap; ik las ze binnen 24 uur op het strand en in bed.
Boven is het stil geldt als zijn debuut, maar dat is het niet echt (zie hieronder). Wel kan het als zijn eerste grote roman gelden. Het is een prachtig boek vol verstilde omgeving en emotie en ongemakkelijke communicatie. Deze boerenroman ontdoet het boerenleven van die misplaatste boerenromantiek, waardoor het televisieprogramma Boer zoekt vrouw zo populair is. Deze roman is een schoolvoorbeeld van het verhaal waar de lezer alle ruimte krijgt om zelf invulling te geven aan wat er precies aan de hand is. Dat zowel M, die ook dit boek las, als ik tot deze zelfde conclusie kwamen zegt dan genoeg. Bovendien kwamen we tot dezelfde invulling. Boven is het stil is danook vrij ééndimensionaal, maar wel erg fraai geschreven en sowieso eigenzinnig. Voldoende om een goed boek te laten zijn.
Perenbomen bloeien wit verscheen weliswaar ná Boven is het stil, maar het is een bewerking van een (jeugd)roman die al eerder bij een andere uitgeverij verscheen. Het is een kort en krachtig verhaal, geschreven vanuit het gezichtspunt van een tweeling, hun broertje en hun hond. Dat levert soms wat minder zuivere stilistische vormen op maar het is een aandoenlijk verhaal geschreven in eenzelfde sobere stijl. Wanneer Gerbrand Bakker een nieuwe roman laat verschijnen, dan ga ik die zeker kopen en lezen.

22 maart 2008

Joop den Uyl

Over de eerste helft van Joop den Uyl 1919-1987, Dromer en doordouwer deed ik ruim twee weken; de andere helft binnen tien uur tussen de vliegvelden van Amsterdam en Curacao. De biografie van Anet Bleich over deze meestbesproken minister-president van na de oorlog is een goed leesbaar en boeiend boek. De ruime aandacht die Bleich aan Den Uyls volwassenwording, studie, en transformatie tijdens de oorlog besteedt vormt een noodzakelijke basis om zijn politiek als minister-president te begrijpen. Den Uyl was een bezeten werker, hij had de overtuiging dat hij het allemaal móest doen: directeur van de Wiardi Beckmanstichting, wethouder van Amsterdam, minister van Economische Zaken, minister-president, daarna gewoon weer fractievoorzitter, minister van Sociale zaken. Hij was de laatste minister-president die daarna gewoon weer fractievoorzitter en oppositieleider werd, hoe vanzelfsprekend (en uniek...). Wat Bleich niet helemaal weet duidelijk te maken is waaruit deze verplichte werklust vandaan kwam. Dat is sowieso het minder geslaagde aspect van deze biografie: de mens Den Uyl achter de functionaris Den Uyl. Af en toe komt dat aspect zeker ter sprake, maar steeds in relatie tot of verklaring van een ander aspect dat met de functionaris te maken had. En juist de psyche van den Uyl vormde de kern van zijn successen, nederlagen en mislukkingen. Onlosmakelijk met (het imago van) zijn minister-presidentschap zijn de jaren daarna, waarin hij recht meende te hebben op een tweede termijn, maar die niet voor elkaar kreeg. Zijn bedorven relatie met Van Agt en andere kopstukken uit het net opgerichte CDA speelde hierbij een centrale rol. En Den Uyl was zelf zwaar schuldig aan het bederven van die relatie, zonder dat hij het bewust deed, of zelfs doorhad. En ondertussen wel het koningshuis redden en twee treinkapingen oplossen! Dat vraagt om een gedetailleerde analyse van 'de mens Den Uyl', en dat ontbreekt hier. Desondanks een fraaie prestatie dit boek; Bleich heeft ontzettend veel onderzoek gedaan. Twee aardige feiten uit het boek tot slot. Allereerst de Lockheed-affaire. Bij het verschijnen van dit boek werd in de pers vooral de nadruk gelegd op het feit dat Den Uyl het bewijs voor een tweede ontvangst van steekpenningen door prins Berhard had achtergehouden. Inderdaad: als dat bewijs openbaar gemaakt zou zijn, zou Nederland hoogstwaarschijnlijk geen monarchie meer zijn. Niet omdat Juliana dan had moeten aftreden, maar omdat Beatrix weigerde haar moeder op te volgen als die hierdoor had moeten aftreden. Aan Den Uyl te danken dat Beatrix nu dus gewoon koningin is (ja, dat vind ik allemaal uitstekend), maar het zegt ook iets over Beatrix, lijkt me. Tweede feit: er werd door sommige ministers van het kabinet den Uyl flink gezopen. Eens werd bij de minister van Financiën Duisenberg thuis 's nachts om vier uur aangebeld. De minister van defensie Vredeling stond flink aangeschoten voor de deur. En die vroeg: 'Is de bar nog open?' Ach ja, zulke excellenties worden tegenwoordig niet meer aangenomen.

20 februari 2008

Profeet

Met deze Kanttekeningen van een rationele profeet voltooit uitgeverij Mets & Schilt een geweldige serie vertalingen van de werken van Sebastian Haffner (1909-1999) die de meest heldere historicus over de Duitse geschiedenis van de 20ste eeuw kan worden genoemd. De tien boeken die van hem nu zijn vertaald zijn in alle gevallen parels. Ik las jaren geleden (oktober 2002) als eerste Het verhaal van een Duitser en met deze Kanttekeningen heb ik al zijn boeken die zijn vertaald gelezen. Toch neem ik twee daarvan alsnog ter hand: van Het verhaal van een Duitser verscheen later een uitgebreidere editie, omdat er opeens zo'n 50 bladzijden manuscript opdoken. Van Jekyll & Hyde verscheen onlangs een eveneens nieuwe editie, met een lang interview met Haffner als extra. Goede redenen om beide boeken nog eens te lezen. Deze Kanttekeningen biedt een selectie van Haffners artikelen geschreven tussen eind jaren dertig en halverwege jaren zeventig. Althans, zo valt uit de wat gebrekkige datering bij de artikelen af te leiden. Want dat is het enige minpunt van deze uitgave: de bronvermelding is niet altijd even secuur. Soms wordt als bronvermelding een verzamelbundel gegeven en het jaar van verschijnen van die bundel, maar uit de inhoud van het artikel is duidelijk dat het al veel eerder geschreven is. Maar goed, die inhoud is bijna altijd erg goed. Haffner levert commentaar op actuele kwesties, meestal Duitse kwesties. Al in 1942, 1943 en 1944 schrijft hij in The Observer haarscherpe karakterschetsen van Himmler, Goebbels en Speer. Op 9 juli 1944 schrijft hij in hetzelfde tijdschrift: '...als Hitler zijn huidige politiek van doorvechten tot de laatste man volhoudt, zal de eenheid van Duitsland, die de afgelopen driekwart eeuw een beslissende rol heeft gespeeld voor het lot van Europa, verloren gaan. Het volgende hoofdstuk zou nieuw zijn voor Europa, zeker voor de Duitsers.' Vooruit, D-day was ruim een maand daarvoor, en ook waren de geallieerden al met elkaar in gesprek over de situatie na de oorlog, maar de oorlog zelf was nog op alle fronten in volle gang, Anne Frank zat nog ondergedoken, er moest nog een lange hongerwinter komen, en Haffner schrijft al over de deling van Duitsland. Hoe toepasselijk dan de titel van dit boek. Veel ruimte hierin ook voor de Duitse binnenlandse aangelegenheden na de oorlog, en tenslotte twee lange en goede stukken over het huwelijk en de oorlogsfilosofie van Mao. Een groots Haffner-boek, wederom.

13 februari 2008

Winkeldagboek - vervolg

In februari 2004, dus precies 4 jaar geleden, kocht en las ik het Winkeldagboek van Hans Engberts en René Hesselink, de eigenaars van het Utrechtse antiquariaat Hinderickx en Winderickx. Het is een goed antiquariaat en heb er de nodige uitverkochte en onvindbare Brouwers-uitgaven vandaan gehaald. Nu ik niet meer in Utrecht werk, kom ik er nooit meer. In het Winkeldagboek dat loopt van 1983 tot begin 2003 tekenden zij allerlei gebeurtenissen op die hun nering betreffen. Ik las het toen met veel plezier. Nu is er een vervolg uitgegeven Oude Gracht 234. Winkeldagboek 2003-2007. Ik las het eveneens met groot plezier. De meeste aantekeningen zijn van Hesselink, die nauwkeuriger en bedrijfsmatiger is. Hij klaagt nogal veel over zijn kompaan Engberts, die vooral veel zuipt en weinig uitspookt. Toch zijn de aantekeningen van de romanticus Engberts het aardigst. Hij gebruikt een prachtig woord: Totallgelull - om vaker te gebruiken. Wat opvalt is dat de heren niets schrijven over wat ze zelf lezen; daardoor lijkt het hen met name om de vorm van boeken te gaan. Maar goed, het is heerlijke lectuur over het drijven van een antiquariaat.

31 januari 2008

Poëzie

Ik ben geen poëzie-lezer. Ik houd van vloeiende teksten, brede en ferme verhaallijnen. Geen subtiele werelden op de vierkante milimeter. Ik houd zeker van haute cuisine, maar wel een bord vol graag. Geen bordje met drie oesters op drie manieren klaargemaakt, maar een schaal met een dozijn verse Belons 00000! Enfin, De Golden Gate van Vikram Seth vormde een welkome uitzondering op deze regel, alhoewel... Het is een roman in verzen: in ruim 500 sonnetten vertelt hij een fraai liefdesverhaal. Het loopt als een trein; ik had het boek van ruim 300 bladzijden in twee drukke werkdagen uit. Gewoon een lekker verhaal ook: vijf hoofdpersonen waarvan de meesten elkaar aan het begin nog niet kennen, maar waar allerlei verwikkelingen ervoor zorgen dat ze onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. De versvorm maakt het boek luchtig; de vertaling is erg fraai gedaan. Soms zijn de rijmwoorden wat gezocht, maar meestal erg geslaagd en vrolijk stemmend. Na Twee levens dat ik anderhalf jaar geleden las wederom een geslaagd boek van Vikram Seth. Op mijn plankje 'nog te lezen boeken' staat reeds Verwante stemmen, waar ik louter positieve berichten over hoor. En in het voorjaar verschijnt bij Van Oorschot de vertaling van Seth's grootste roman A suitable boy, dat naar het schijnt de dikste roman uit het Engelse taalgebied is. Ik ga beide boeken dit jaar nog lezen! Hierna twee foto's van De golden gate, in 2005 zelf geschoten: de eerste vanaf de boot, de tweede vanuit de auto - klik op de foto voor een groter formaat. Gewoon fraai, zoals dit boek. (Ik kocht het onlangs in de ramsj bij de Slegte...)


23 januari 2008

Kleinburgerlijk?

Ik kom duidelijk minder aan lezen toe; het gaat stroever dan een tijdlang het geval was. Dus hier niet wekelijks updates met nieuwe besprekingen. Maar geen wanhoop: ik lees absoluut, alleen minder (snel). Wel begonnen met een oud voornemen: het lezen van hoogtepunten uit de (wereld)literatuur. Meteen ook een voltreffer: Bouvard en Pécuchet van Gustave Flaubert. Wat een meesterwerk! Het verhaal is eigenlijk simpel: twee kantoorklerken ontmoeten elkaar, worden vrienden en kunnen door een onverwachte erfenis hun baan opzeggen en op het platteland gaan wonen. Daar geven ze zich over aan het verzamelen van kennis over allerlei onderwerpen. In ieder hoofdstuk verdiepen ze zich in weer een heel ander onderwerp, en bestuderen en bediscussieren dat tot op het bot: land- en tuinbouw, het opvoeden van kinderen, het geloof, filosofie, chemie enzovoort. Hierdoor geeft Flaubert een caleidoscopisch overzicht van de toen beschikbare kennis en ideeën over die onderwerpen. Bouvard en Péchuchet weten heel veel, maar snappen er eigenlijk weinig van. De ironie waarmee Flaubert dit alles beschrijft maakt dit boek geniaal en ontzettend grappig. Hun doorzettingsvermogen dwingt respect af (kom daar nu maar eens om), maar is ook een beetje zielig. Waarover ik me bij het lezen van dit boek vooral verbaasde, was het enorme (voorbereidings)werk dat Flaubert eraan moet hebben gehad. Uit zijn brieven weten we dat hij werkelijk alles navlooide. Een weg die van de ene plaats naar de andere plaats liep, werd door hem bezocht of hij liet vrienden exact beschrijven hoe de loop van die weg eruitzag. Want de beschrijving van die weg moest helemaal kloppen met de werkelijkheid. Op veel plaatsen discussiëren Bouvard en Pécuchet over een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld het socialisme, of staatsinrichting. Zij beroepen zich daarbij uitsluitend op meningen van denkers van wie zij boeken hebben gelezen. Soms vliegen de namen daarvan om je oren. Flaubert zal die boeken dus allemaal gelezen hebben - het moeten er vele honderden zijn geweest. En vervolgens alles hebben gearchiveerd om er passend gebruik van te maken. Zonder kopieerapparaat en computer, slechts met pen en papier. Wanneer je dit boek leest snap je zijn verzuchting ergens in één van zijn brieven dat hij van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat heeft gewerkt, nauwelijks een kwart bladzijde heeft geschreven, en doodop is. (Wanneer ik Flaubert zou zijn, zou ik dus hier eerst al zijn brieven hebben moeten nazoeken en de betreffende uitspraak precies moeten citeren - dat had me minstens een halve dag gekost.) Het verhaal is vooral grappig vanwege zijn kneuterigheid. Veel gaat mis bij de heren, maar ze laten zich niet snel teleurstellen. Flaubert schrijft ook lekker ironisch: De salon was zo glad geboend dat je je er nauwelijks staande kon houden. Tja, heerlijk.
Deze uitgave verscheen in het najaar als onderdeel van een serie voor de leesclub van NRC Handelsblad (gelukkig zonder nummer op de rug). Ik doe niet mee aan die leesclub, maar hierdoor wel de mogelijkheid op internet allerlei recensies en reacties te lezen. Klik op deze link. Tenslotte maar weer een fraaie afbeelding van de Franse meester.

01 januari 2008

2007: de balans

Eerst maar even de feiten:
* gelezen boeken: 43
* aantal bladzijden: 11320

Hiermee is 2007 een flinke 'inkakker' geworden ten opzichte van voorgaande jaren (ik beloof: er komt binnenkort een overzichtje daarvan). Ook heb ik mijn doelstelling om de 'grote jongens van de wereldliteratuur' te lezen niet echt waargemaakt. Maar toch een aantal toppers - in chronologische volgorde:

* Jeroen Brouwers: De laatste deur (april)
* Ian McEwan: Aan Chesil beach (mei)
* Günter Grass: De rokken van de ui (juli)
* Truman Capote: In koelen bloede (augustus)
* Gerard Reve: Moedig voorwaarts (september)
* Hans Warren: Geheim Dagboek 1993-1995 (september)
* Gerard Reve: Brieven aan Simon Carmiggelt (oktober)
* P.F. Thomése: Valdiwostok! (november)
* Jeroen Brouwers: Datumloze dagen (oktober)

Iedereen een goed nieuw (lees)jaar!

Gelukkige klas

Met een uurtje op 1 januari erbij gesmokkeld werd De gelukkige klas van Theo Thijssen mijn laatste boek van 2007. Het boek stond centraal tijdens de actie Nederland Leest en werd toen gratis uitgedeeld aan leden van de openbare bibliotheek; ik kreeg een exemplaar van mijn ouders. Een paar jaar geleden las ik ook al een paar andere boeken van Theo Thijssen. Uiteraard Kees de Jongen, maar ook Barend Wels en Schoolland, waarmee De gelukkige klas in sfeer en taalgebruik veel overeenkomsten vertoont. Het is een fraai verhaal, waarin Thijssen zich niet alleen uitspreekt over onderwijs, maar ook over gelijke kansen en armoede. Zijn rondborstige stijl maakt Thijssen uniek.

27 december 2007

Istanbul

De afgelopen dagen was ik in Istanbul, en daar las ik de tweede helft van dit boek. Ik had nog nooit eerder iets van nobelprijswinnaar Orhan Pamuk gelezen, en deze persoonlijke bespiegelingen over deze stad en memoires over een jeugd in Istanbul in één vormen toch wel een stemmig en boeiend geheel. In Istanbul heerst de weemoed: het was ooit het centrum van een wereldrijk, maar sindsdien verkeert de stad zowel uiterlijk als innerlijk in een proces van verval. De hoogtepunten dateren allemaal uit het (verre) verleden; in de tegenwoordige tijd brengt de stad niets voort dat een bezoek rechtvaardigt cq waarover de bewoners trots kunnen zijn. Ook Pamuks eigen (aanvankelijk rijke) familie is in verval, zijn ouders vormen bovendien geen harmonisch echtpaar. Dit alles vormt voor Pamuk de kapstok voor 37 hoofdtukken waarin hij allerlei facetten van zijn eigen jeugd en van de stad beschrijft. Hij schrijft breedsprakig, maar tegelijkertijd ook met aandacht voor het detail, op een prachtige toon én met weemoed. Het boek leest niet snel, het is het waard om aandachtig gelezen te worden.

Afslanken?

'Overal mag ik in bijten, mits ik daarvan flink ga schijten,' is het devies van Maarten 't Hart. De uitspraak is overigens één van de vele die hij hanteert in zijn nieuwste boek Het dovemansorendieet. Over zin en onzin van gewichtsverlies. 't Hart schrijft wederom moeiteloos vloeiend, met leesbaar plezier en hij baseert zich op zijn markante en eigenzinnige ervaringen en eruditie. Consistent is zijn mening overigens niet; hij spreekt zich herhaaldelijk tegen. Maar dat is ook niet zo van belang. 't Hart dient de ene smakelijke anekdote na de andere op; zijn vraaggesprekje met de vrouw van de visboer is fantastisch. Verrukkelijk boek.

05 december 2007

Finale Potter

Harry Potter en de relieken van de dood is het zevende en laatste deel van de Potter-serie waarmee J.K. Rowling zich in elk geval in financiële zin tot de meest succesvolle schrijvers ooit heeft gemaakt. Met genoegen heb ik me een jaar of zes geleden overgegeven aan de hype en de laatste delen kocht ik steeds op de dag van verschijnen. In dit laatste deel moesten de puzzelstukjes op hun plaats vallen, en dat doen ze ook. Uiteraard moest er ook een hoop spanning en rustmomenten in. Dat alles maakt dit geen eenvoudig deel: er wordt door de hoofdpersonen hier en daar flink getheoretiseerd om het oog van de naald te vinden. Dat het boek toch spannend en onderhoudend is, en ik de afgelopen twee gewone werkdagen toch ruim de helft van dit 540 pagina's dikke boek las tot het uit was, bewijst de kwaliteit ervan. De Potter-serie is een unieke en originele invulling van het thema over de strijd tussen goed en kwaad. De Potter-hype is natuurlijk overtrokken (dat geldt natuurlijk voor alle hypes), maar over de inhoud van de boeken geen negatief woord.

20 november 2007

Identiteit

Onredelijkheid van Bas Heijne is een essay over identiteit. In ruim honderd pagina's vertelt hij over de paradox tussen het zoeken naar eigenheid (door individuen en door groepen) versus globalisering en veralgemenisering. Hoeveel eigenheid verdragen we van anderen eigenlijk? Een niet helemaal geslaagd betoog, dat wel een aardig gezichtspunt opleverde: mensen en groepen hebben nooit één identiteit, maar meerdere en passen deze identiteiten naar omstandigheden aan cq zetten deze op scherp. Verder geen afgerond verhaal dat beklijft. Toch wel wat meer lezen van Heijne, hij lijkt me toch wel een slimmerd.
Nu aan de laatste Harry Potter...

19 november 2007

Lift

Vorige week las ik de jongste roman van Jeroen Brouwers (even scrollen...); meteen ook maar Zonsopgangen boven zee, zijn tweede roman uit 1977. Hiermee heb ik nu alle romans van Brouwers gelezen. Dat zal niet mijn favoriete roman van hem worden. De verhaallijn is kort: de ik-figuur komt met een jongere vriendin vast te zitten in een lift en dat is aanleiding voor allerlei bespiegelingen, associaties en gedachtes van deze ik-figuur. De scheiding tussen wat er nu echt gebeurt of wordt gezegd in die lift en wat de ik-figuur allemaal denkt vervaagt zienderogen. Bekende Brouwers-thema's (kostschool, geboorte kind, lulligheidsbesef) passeren de revue. Zoals in de vorige bespreking gezegd: ik houd meer van helderder verhaallijnen.

18 november 2007

Held

Ik lig alweer drie gelezen boeken achter, dus hup vooruit. Van Saskia de Coster had ik nog nooit gehoord, totdat kortgeleden in NRC Handelsbald een uiterst positieve recensie van haar vierde (!) boek Held stond. Het kon mij niet zo bekoren. Het verhaal van ruim honderd bladzijden bestaat uit twee delen: de ik-figuur in haar kind-tijd wanneer ze een autistisch vriendje krijgt en twintig jaar later wanneer ze hem als journaliste moet interviewen. In beide delen kijkt de ik-figuur anders dan anders tegen de werkelijkheid aan; de verhaallijn wordt slechts sporadisch en in flarden duidelijk. Er wordt vooral heel veel gedacht en geassocieerd. Op zich apart, maar ik houd liever van helderder verhaallijnen.

12 november 2007

De nieuwste Brouwers

De nieuwste roman van Jeroen Brouwers is een meesterwerk, en één van zijn beste boeken. Datumloze dagen is een roman die je eigenlijk niet snel wilt lezen. De zinnen zijn zo ontzettend fraai geschreven en de inhoud is zo prachtig gecomponeerd, dat je er langer over wilt doen dan de 186 pagina's voorschrijven. Deze roman is als een subliem gerecht in een sterrenrestaurant: je gaat er langzaam van eten om geen enkel smaakdetail te missen. Het verhaal ontroert en brengt je aan het lachen. De zin met de woorden 'in toestand van viscositeit' heb ik drie keer opnieuw gelezen vanwege zijn perfectie in vorm, inhoud en associatie. De Prijs der Nederlandse Letteren geweigerd of niet: Jeroen Brouwers is met afstand de beste Nederlandse schrijver. afth en grunberg hebben blijkbaar hun platvloerse achterbuurtburenruzie nodig om hun libelleliteratuur onder de aandacht te krijgen. Maar hier spreekt de ware meester!

02 november 2007

Onverschilligheid

Op de website van P.F. Thomése staat over zijn nieuwste roman Vladiwostok! het volgende pakkende interview:
Kunt u voor het gemak misschien in één woord samenvatten waar Vladiwostok! over gaat?
Onverschilligheid.
Punt uit?
Punt uit.

Eigenlijk is hiermee over het verhaal van het boek alles gezegd. Iedereen houdt elkaar voor de gek (uit onverschilligheid). Zelfs de aanprijzing op de achterflap (van Matthijs van Nieuwkerk) kun je in die context lezen. Hoe dan ook: het is een verrukkelijke roman met veel vaart geschreven, vol herkenbare ledigheid van geest en veel krachtige scenes. De opmerking van de auteur aan het begin van het boek (Fons, lul, bij deze!) zet de toon. Een heerlijke eigentijdse roman.

01 november 2007

Macro-economie

Jarenlang moest Alan Greenspan permanent letten op wat hij zei, op hoe hij het zei en op zijn mimiek: een verkeerd woord of gelaatsuitdrukking en de beurzen konden omhoog- of omlaagschieten. Er was zelfs een periode dat de dikte van zijn aktentas werd bijgehouden: een dunne tas betekende dat het goed ging; een dikke zou wijzen op een verhoging van de rentetarieven: de Briefcase Indicator. Greenspan was van 1987 tot 2006 voorzitter van de Federal Reserve Board, het orgaan waarin de centrale banken van de VS verenigd zijn. In deze memoires Een turbulente tijd. Een leven in dienst van de economie schudt Greenspan zijn bedachtzaamheid van zich af en praat hij vrijuit over zijn carrière. Het is een uitermate boeiend, en vooral leerzaam boek. De eerste helft is een chronologisch verhaal over zijn jonge jaren, studie en zijn carrière; vanaf het moment dat hij in Washington vooraanstaande posities bekleedde passeren alle Amerikaanse presidenten nauwkeurig de revue. Opvallend: als republikein heeft hij tussen de regels door de meeste waardering voor de democraten; met name Clinton wordt scherp geprezen. Vader en zoon Bush zullen niet blij zijn met dit boek. In de tweede helft behandelt Greenspan belangrijke macro-economische onderwerpen: de opkomst van de nieuwe economische grootmachten China, India en Zuid-Amerika, de invloed van de olieprijs op de economie, het effect van de pensionering van de babyboomers, enzovoort. Greenspans centrale stelling is die van het ultieme kapitalisme en liberalisme: geef mensen en bedrijven zoveel mogelijk vrijheid om te ondernemen en blijf zoveel mogelijk af van hun bezit. Hij toont aan dat dat tot de meeste welwaartsstijging leidt. Protectionisme en corruptie zijn per definitie slecht voor economische groei. Pas wanneer China aan de bevolking het ultieme recht op bezit erkent en bewaakt (zeer anti-communistisch natuurlijk), pas dan wordt China een heuse economische grootmacht. Enfin, allemaal uiterst interessant, ook al gaat het soms flink tegen mijn politieke overtuigingen in. Goed leesbaar bovendien, ofschoon soms wel wat theoretisch. Maar wie zich wil verdiepen in de krachten van de macro-economie heeft met dit boek een ideale leidraad.

04 oktober 2007

Begeerte

Tommy Wieringa was in het voorjaar van 2007 gastschrijver aan de Technische Universiteit van Delft en deed daar o.a. onderzoek naar het verband tussen begeerte, voortplaning en pornografie. Dit essay De dynamica van begeerte is een weerslag van zijn onderzoek. Het brengt Boeddha, Augustinus en porno bij elkaar; soms wat gezocht en quasi-filosofisch, maar ook wel aardig om te lezen. Precies goed voor een gemiddelde enkele reis per trein van of naar een provinciestad.

Poes

Ook ik ben getrapt in het trucje van De Bezige Bij en Remco Campert. Je laat een suffig verhaaltje onder de titel Dagboek van een poes verschijnen waar in principe honderdduizenden poezenbezitters vertederd door kunnen raken, zet er de naam boven van een erkend literator, geeft het fraai uit en ziedaar: vier drukken in twee maanden. Het verhaaltje is werkelijk helemaal niks. Doordeweekse gedachten van een huiskat, in de stijl zoals mensen denken dat katten eventueel zouden kunnen denken. Menselijke gedachten dus over kattengewoonten vanuit kattenperspectief geschreven. Geen opbouw, geen verhaallijn, gewoon flut.