Ik kreeg de novelle Hereniging van Fred Uhlman enkele dagen geleden cadeau en las het meteen uit; de 90 bladzijden houden je in je greep tot de laatste regel. Met de beschrijving van de vriendschap tussen de joodse ik-figuur en de adellijke telg uit het geslacht Hohenfels die in het voorjaar van 1932 begint en een klein jaar aanhoudt, geeft Uhlman de kern van de Duitse tragiek weer die zich toen in dat land begon af te tekenen en de intelligentsia begon te raken. Kameraadschap in een tijd dat dergelijke vriendschappen niet meer mochten. Subtiel en relatief lichtvoetig geschreven, maar met maximaal effect. Een pareltje, deze novelle, en goed dat het heruitgegeven is. Uhlman schreef het in 1971 en de Nederlandse vertaling verscheen in 1978 onder de titel Reünie. Nu dan weer opnieuw verkrijgbaar; op naar de winkel!
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
01 mei 2011
Reünie
Ik kreeg de novelle Hereniging van Fred Uhlman enkele dagen geleden cadeau en las het meteen uit; de 90 bladzijden houden je in je greep tot de laatste regel. Met de beschrijving van de vriendschap tussen de joodse ik-figuur en de adellijke telg uit het geslacht Hohenfels die in het voorjaar van 1932 begint en een klein jaar aanhoudt, geeft Uhlman de kern van de Duitse tragiek weer die zich toen in dat land begon af te tekenen en de intelligentsia begon te raken. Kameraadschap in een tijd dat dergelijke vriendschappen niet meer mochten. Subtiel en relatief lichtvoetig geschreven, maar met maximaal effect. Een pareltje, deze novelle, en goed dat het heruitgegeven is. Uhlman schreef het in 1971 en de Nederlandse vertaling verscheen in 1978 onder de titel Reünie. Nu dan weer opnieuw verkrijgbaar; op naar de winkel!
10 april 2011
Zelfmoord
David Vann moest de zelfmoord van zijn vader in 1980 flink van zich afschrijven, zoveel is wel duidelijk als je zijn debuut Legende van een zelfmoord leest. In vijf korte beschouwingen en een bizarre novelle belicht Vann verschillende kanten van zijn vader. Die novelle is geschreven vanuit een omgekeerde invalshoek en leest aanvankelijk als een spannend avontuur, maar halverwege wordt je kijk op het boek, en ook op deze novelle, volledig op zijn kop gezet. Dan wordt het boek opeens enorm psychologisch beladen en wrang, en dat blijft tot het einde het geval. Het boek laat je nauwelijk los, ik las het in ruim een dag uit. Het is overal jubelend ontvangen, en dat is goed te begrijpen. Een meesterwerk vind ik het niet, omdat het boek me toch iets teveel als een persoonlijk medicijn voorkwam; de auteur heeft nogal flink met zichzelf overhoop gelegen door die zelfmoord van zijn vader. Zoals de schrijver aan het eind schrijft: alles is fictie, maar gebaseerd op veel uit de werkelijkheid. Tja, dan moet je het ook als fictie lezen, en dan roept het boek ook veel vragen op. Desalniettemin: een boek dat je niet loslaat zodra je erin begin te lezen.
03 april 2011
Eigenlijk
Of het daadwerkelijk de laatste roman van Jeroen Brouwers is weet je pas als hij dood is, maar Bittere bloemen schijnt wel als zodanig aangekondigd te zijn. De thematiek zou er trouwens wel bij passen: het verglijden van de tijd, en het memoreren door de 81-jarige hoofdpersoon van voor hem belangrijke momenten uit zijn voorbije leven. In het hier en nu in de roman gebeurt niet zoveel en het vergde mij soms moeite om te begrijpen of het nu een gedachte door de hoofdpersoon of een beschrijving van het heden betrof. Brouwers weeft een behoorlijk complex net van verhaallijnen, commentaren en herinneringen; dit is geen boek dat het de lezer makkelijk maakt. Misschien ben ik toch iets teveel ongecompliceerd om van zulke abstracte verhalen te genieten. Maar goed, Brouwers trakteert je wel weer op enkele heerlijke uithalen (vooral het gebruik van het woord 'eigenlijk' moet het ontgelden) en soms gebruikt hij woorden en zinsconstructies die je flink doen lachen. Maar ik moet helaas erkennen dat deze roman me een beetje is tegengevallen.
14 maart 2011
De tovenaar
In 2008 las ik van Thomas Mann een selectie uit zijn dagboeken uit de periode 1940-1948, zie hier de weblog daarvan; nu het vervolg Roem en verliefdheid. Dagboeken 1949-1955. Het zijn Manns laatste levensjaren, waarin hij om politieke redenen de Verenigde Staten verlaat en zich vestigt nabij Zürich. Evenals in dat eerdere deel bevatten deze dagboekaantekeningen een enorme informatiedichtheid, wat het lezen van dit boek tot een inspannende, tijdrovende maar bovenal verrijkende bezigheid maakt. Mann schrijft haast opsommend, maar iedere opmerking doet ertoe, ook wanneer zij zijn wat verwende natuur blootleggen. Mann blijkt echter bovenal een man met een zuiver geweten, die voortdurend alert blijft op mentale zuiverheid. Interessant is zijn seksuele ambiguïteit, waarmee zijn vrouw en zijn meest geliefde dochter Erika soms flink de draak steken. Als je die ambiguïteit als vader en literaire tovenaar harmonisch kan laten voortbestaan en bespreekbaar kan laten zijn, dan tekent dat de morele rijkdom die hij met zijn naasten heeft weten te bereiken. De eerdere selecties uit zijn dagboeken zijn niet meer leverbaar en antiquarisch moeilijk verkrijgbaar, maar ze zijn het waard op te sporen. En er zijn nog wat romans te lezen van deze gigant; ik verheug me erop.
21 februari 2011
Balkan
Precies een jaar geleden kocht ik de twee boeken van Frank Westerman die ik nog niet gelezen had; nu las ik de eerste daarvan in ruim een dag uit. Inmiddels is er weer een nieuwe Westerman verschenen en staat weer een nieuwe op stapel, dus voldoende verse aanvoer. De brug over de Tara verscheen voor het eerst in 1994, toen de oorlog in het voormalige Joegoslavië nog aan de gang was. Westerman probeert hierin de achtergrond van deze meedogenloze oorlog te doorgronden, of beter: het karakter van de balkanmens die tot zo'n oorlog in staat bleek. Dat doet hij volgens het recept waar hij in uitblinkt: zoveel mogelijk praten met allerlei mensen, van de gewone man of vrouw tot en met de vrouw van de toenmalige Servische leider Milosevic en uit die gesprekken een zo gevarieerd cq objectief mogelijk beeld van zijn onderwerp destilleren. Zijn bezoek aan de hoogbejaarde A. den Doolaard past in deze opzet: die schreef ooit meerdere romans die zich afspelen in het gebied, en waarin hij de volksaard zo treffend wist te verwoorden dat hij er een bekendheid is. De oorlog tussen Kroatië, Servië en Bosnië eindigde in 1995, maar later rezen er nog gewapende conflicten tussen Servië en Kosovo respectievelijk Montenegro. Alles ligt eigenlijk nog te vers in het geheugen, maar ik zou heel graag eens een goed en zo objectief mogelijk overzichtswerk over deze laatste oorlog in Europa willen lezen. Het zal trouwens geen eenvoudige opgave zijn zo'n boek te schrijven: de oorsprong van de oorlog gaat minstens 700 jaar terug en om dan een evenwichtig en helder 'Vooraf' samen te stellen... Dit boek biedt weliswaar geenszins dat complete overzicht, maar wel voldoende kwaliteit om een begin van begrip te krijgen voor wat er achter die oorlog stak. Wederom onderzoeksjournalistiek van de beste soort van de hand van Westerman, ook al kan zijn kennis van klassieke muziek wel iets opgevijzeld worden: Franz Schubert schreef geen enkel vioolconcert, dus zijn sfeerbeschrijving van een huiskamer 'en een vioolconcert van Franz Schubert op de cd' kan niet kloppen.
20 februari 2011
Binnenzitter
Een nieuwe Maarten 't Hart, en dan autobiografisch, dat is bijna altijd smullen. Of deze nieuwe aflevering in de serie privé-domein (wat goedkoper uitgegeven dan normaal in deze serie; paperpack i.p.v. genaaid gebrocheerd) volledig autobiografisch is in de ware zin des woords, is bepaald geen uitgemaakte zaak. Want Maarten 't Hart vertelt in Dienstreizen van een thuisblijver zulke aanstekelijke en dikwijls bizarre verhalen dat je je afvraagt of die allemaal zo precies zijn voorgevallen. Maar eigenlijk is dat niet zo heel belangrijk; het gaat om de verhalen zelf. En ja, dat is smullen. Soms waaiert hij midden in een zin flink uit naar zijn stokpaardjes muziek, bijbel, boeken, maar zijn zinnen hebben altijd charme en zijn stukken zijn steevast met persoonlijke overtuiging opgeschreven. In dit boek 18 stukken over thuisblijven, of vooral: inbreuken daarop: van een literaire reis naar Zweden tot een week ziekenhuisopname vanwege een gebroken been. Maarten 't Hart weet er steevast een hilarisch verhaal van te maken. Bij veel stukken kun je je de vraag stellen: 'so what?' en een erg substantiële bijdrage aan de vaderlandse letteren is dit boek niet bepaald, maar voor enkele onbezorgde leesuren is dit een niet te missen uitgave.
13 februari 2011
Gifschandaal
Sinds Marjolein Februari columns in NRC Handelsblad schrijft, lees ik haar geregeld, en over haar enige roman uit 2007 had ik positieve verhalen gehoord. Ik las De literaire kring in vier dagen uit. De leesclub in het rijke dorp waar dit verhaal zich afspeelt bestaat uit lieden die niet om een diepzinnige mening verlegen zitten. De debuutroman van een oud-dorpsgenote maakt veel emoties los; het gifschandaal waardoor op Haïti vele kinderen om het leven kwamen hangt hier nauw mee samen. Er wordt veel gediscussieerd in dit verhaal; er zijn weinig boeken met zo'n hoge meningdichtheid als in dit boek van Februari. Zij is zelf ethicus en jurist, en schreef een boek waar zij inhoudelijk van wanten weet. Haar eigen mening valt moeilijk te destilleren; ze lijkt de meeste sympathie voor de jonge Teresa en de wat eigenzinnige Lucius te hebben. De echte confrontaties blijven uiteindelijk uit, en daar had ik stilletjes wel op gehoopt. Uiteindelijk gaat het om het nemen van je verantwoordelijkheid en onderhuids worden daarover meerdere conflicten uitgevochten. Er zitten enkele kleine slordigheden in het verhaal (het is april/mei, en dan zijn er nog geen wespen, ook geen vroege, is de ochtendkrant nog niet bezorgd als het nog volledig donker is, en ook is er dan nooit een wereldkampioenschap voetbal) maar die storen niet. Ook de dialogen zijn weinig alledaags. Maar daar ging het Februari allemaal niet om. Een ongewone roman, vol concentratie geschreven en gelezen.
10 februari 2011
Achterstand
In mijn streven om meer Engels te lezen, kocht ik in november The Secret Diary of Adrian Mole Aged 13 3/4 van Sue Townsend. Ik las ooit eens een stukje in een Nederlandse vertaling, maar nooit het hele boek. Onbegrijpelijk eigenlijk, want de naam en faam van Mole en zijn bedenkster zijn wijdverbreid. Ik begon er toen meteen in, en las steeds wat stukjes in trein en tram. Dat schoot niet op, ook omdat ik prioriteit gaf aan andere boeken. Totdat ik onlangs een poosje aan een stoel gekluisterd was; toen las ik de nog resterende 150 bladzijden in een keer uit. En ja natuurlijk: dit is bijzonder verrukkelijk en uit het leven gegrepen. Het dagboek speelt in 1981 en een stukje in 1982 en doet nergens gedateerd aan. Ik hoef hier niet te beschrijven waar dit dagboek over gaat, want de meesten zullen het wel al gelezen hebben. Wie dat nog niet deed, moet er toch maar aan beginnen; ik ga snel naar de boekhandel voor het vervolg.
2588
Claude Debussy schreef minimaal 2588 brieven; dat is in elk geval het aantal dat in Frankrijk onder de titel Correspondance 1872-1918 is uitgegeven. In 1872 was Debussy tien jaar, en zijn eerste briefje is ook opgenomen in deze selectie die in de serie privé-domein onder de titel Hartstochtelijk houd ik van muziek is uitgegeven. Het schrijven van zoveel brieven moet enorm veel tijd in beslag genomen hebben; tijd die niet werd besteed aan een tweede opera of nog meer orkestwerken, waar Debussy wel plannen voor had maar niet wist te realiseren. Deze selectie van 214 brieven biedt een prima inkijk in het leven van deze mysterieuze componist. Niet alleen zijn muziek is veelal mysterieus, maar ook hoe hij tot die eigen fragiele klankwereld kwam blijft ongewis. Deze brieven maken duidelijk dat Debussy bepaald geen gemakkelijke man was; hij haalde weinig vreugde uit het dagelijks leven, was niet erg standvastig in de liefde, had permanent geldzorgen en voelde zich niet snel ergens thuis. Lucas Bunge was uitgever en is nu musicus, en bepaalde en vertaalde deze selectie, en schreef per levensfase verhelderende inleidingen. Ook de korte karakterschetsen van de correspondenten vormen een goede aanvulling: je krijgt zo een goed idee over wie voor Debussy belangrijk waren. Zo'n brievenboek waarmee je in korte tijd chronologisch door het persoonlijke leven van een grootheid reist, heeft op mij een enorme aantrekkingskracht. Ik lees zo'n boek van bijna 400 bladzijden dan in enkele dagen uit. Eigenlijk zou ik veel meer van zulke boeken moeten lezen.
02 februari 2011
Feesteditie
Ik kende De voorlezer van Bernhard Schlink alleen van het affiche voor de film die van dit boek gemaakt is, ook al zag ik die (nog) niet. Schlink ligt met meerdere titels in de boekhandel, dus ik waagde me aan deze bestseller waarvan vanwege het 15-jarige bestaan een zogenaamde feesteditie is uitgebracht, met een paar antwoorden van de auteur op veelgestelde vragen en een aantal discussievoorstellen voor leesclubs. Wat er dan zo feestelijk aan deze uitgave is? Deze roman past bij mij in de categorie 'boeiend uitgangspunt maar teleurstellend uitgewerkt'. De ik-persoon blikt op zijn relatie met de veel oudere Hanna terug, een relatie die lichamelijk begon toen de ik-figuur nog pas 15 jaar oud was, en in latere fasen een geheel andere invulling kreeg. Slechts het voorlezen lijkt de verbinding. Schlink bouwt zijn verhaal zorgvuldig op waardoor je het boek moeilijk kan wegleggen. Maar uiteindelijk resteren veel open eindjes. De ik-figuur blijkt een vat vol tegenstrijdigheden en onverwerkte emoties, en tussen hem en Hanna wordt het nergens echt spannend en al helemaal niet sensueel zoals de flaptekst belooft. Het grote leeftijdsverschil, het onverwerkte verleden, het hieraangerelateerde generatieconflict, de ware aard van Hanna: ze komen slechts halfjes ter sprake, en te weinig uit de verf. Een gemiste kans dus, ook al is dit wel weer zo'n boek dat je in twee dagen uitleest in de hoop op het ultieme moment. Maar dat blijft helaas uit.
30 januari 2011
Maffia
Ik kreeg het boek een half jaar geleden van een collega bij een uitgeverij waar ik tijdelijk werkte; zij is één van de twee vertaalsters van dit boek van Roberto Saviano dat wereldwijd een enorme bestseller werd. Gomorra biedt een ruwe inkijk in de wereld van de Napolitaanse maffia, die in tegenstelling tot die van Sicilië nog gewelddadiger en meedogenlozer lijkt te zijn. Saviano schreef het boek als een heuse aanklacht vol afschuw over het Systeem, de filosofie erachter en zijn werkwijzen. Een aantal families gaan voor hun eigen financiële gewin letterlijk over lijken, en maken misbruik van vele handlangers en werkzoekenden die in arren moede wel mee moeten doen. Ook voor het landschap van hun eigen regio hebben die families geen enkel respect; heel Zuid-Italië is volgens Saviano een grote vuilnisbelt. Saviano behandelt verschillende economische sectoren die volledig geïmpregneerd zijn door het Systeem: kleding, beton, afval. Daarnaast de werkwijzen van de families en hun afrekenmethoden (in geld en pistoolschoten). Het boek is wat staccato geschreven, soms lijkt de auteur zijn woede niet volledig onder controle te hebben gehad. Maar dat vormt geen belemmering voor een aantal geconcentreerde leeruurtjes.
19 januari 2011
Niet om te lachen
Ik koop zelden een boek vanwege de aanprijzingen die de uitgever op het omslag heeft gezet. Want dan zou je alles moeten kopen. Maar de aanprijzing dat de Franse schrijver Laurent Binet met HhhH de Prix Goncourt 2010 had gewonnen, trok me over de streep. Belangrijkste reden echter om dit boek te kopen was het onderwerp: de moord in mei 1942 op Reinhard Heydrich, de nummer 2 van de SS en de hardste en meest meedogenloze van alle nazi's. HhhH (Himmlers hersens heten Heydrich) is een aardige vondst, ook al dekt deze titel niet de lading. Uiteindelijk gaat het om de moord zelf, de aanloop en de voorbereidingen, en de (gruwelijke) nasleep. Binet speelt in dit boek met de grenzen van fictie en werkelijkheid. Hij noemt het boek een roman, maar het is het geenszins. Het is een reconstructie, zoveel als mogelijk gebaseerd op feiten. Maar omdat hij niet alles kon nagaan en zich dus een voorsteling moest maken hoe bepaalde gebeurtenissen konden zijn gegaan, overtreedt hij naar zijn eigen inzicht de grenzen van de ware geschiedschrijving. Vandaar dus toch een roman, naar zijn idee. De vele korte hoofdstukjes vormen puzzelstukjes over de gebeurtenissen zelf, Binets onderzoek daarnaar, zijn ideeën daarover, zijn twijfels en zijn overtuigingen. Samen vormen ze een uitermate intrigerend geheel dat ik in twee dagen uitlas. Zulke boeken vormen het beste medicijn tegen leesdips.
2010: de balans
Zoals al eerder gemeld sloot mijn leesjaar 2010 pas halverwege januari 2011 af. Voor deze keer dan. 2010 was met 33 boeken en 9516 bladzijden een ondergemiddeld leesjaar; voor het eerst sinds 2000 kwam ik niet boven de 10000 bladzijden uit. Er waren lange leesdips, en ook ben ik een paar keer flink blijven hangen in boeken die ik uiteindelijk onuitgelezen heb weggelegd. Daaruit las ik bij elkaar zeker zo'n 1000 bladzijden: de Ilias van Homerus, Women van T.C. Boyle en Collapse van Jared Diamond. Boeken tellen echter pas mee als ik ze daadwerkelijk helemaal uitgelezen heb. Mijn eerste boek van 2011 is inmiddels uit, dus de kop is er alweer af. Zie hierboven.
16 januari 2011
Allemaal beestjes
Het nieuwe jaar is alweer een halve maand oud, en toch las ik vandaag een boek uit dat ik nog bij het leesjaar 2010 voeg: het eerste deel van Alle beesten van Midas Dekkers. Ik kocht het op 30 december 2009, en begon er zowat direct na het begin van 2010 aan, en las de 799 bladzijden op 50 na in 2010; de overige in 2011, maar ze mogen met wat gesmokkel dus meetellen in 2010. Daarover volgt nog een aparte log, want ik schenk verder graag alle aandacht aan deze verrukkelijke eerste helft van de verzamelde Vroege Vogels-columns waardoor ik in bed, in de trein en ook in vliegtuigen heb zitten schateren. Midas Dekkers is een vrolijke zuurpruim die graag het gedrag van dieren en mensen aan elkaar koppelt. Dat levert sublieme vergelijkingen op en fraaie inkijkjes in de biologie van beide vormen van leven. Het grappigst zijn de vergelijkingen tussen honden en katten. Dekkers is bepaald geen liefhebber van honden, en zijn stukje over de Hot dog is een hoogtepunt over dit thema. Citeren laat ik achterwege; ik kan uit nagenoeg alle stukjes wel een volzin aanhalen om de kracht van Dekkers' stijl te illustreren. Gewoon op je nachtkastje leggen, deze cassette. Er is trouwens ook een dwarsligger verschenen (zo'n miniatuur dundruk boekje dat je van boven naar beneden leest), waarin beide delen in één uitgave van bijna 2000 pagina's gecombineerd zijn. En dat boekje past in de palm van je hand. Enfin, ik begin vanavond nog aan het tweede deel; over een jaar of zo de leeslog ervan.
31 december 2010
Zon
Ik begin het leesjaar met smokkelen. Het lukte me niet om de twee boeken die ik voor het overgrote deel in 2010 las voor het einde van dat jaar uit te lezen. Net niet. En toch laat ik ze tegen mijn eigen statistiche regels in met 2010 meetellen. December was een verhuismaand; van oud naar nieuw, huizen schoonmaken, 4 keer naar Ikea, 150 dozen uitpakken en andere gedoe leidde flink af van mijn normale bezigheden.Solar van Ian McEwan las ik op nieuwjaarsdag uit; het leverde tussendoor fraaie leesuurtjes op. In deze roman staat het klimaat centraal. Nobelprijswinnaar Michael Beard denkt de oplossing voor het energievraagstuk gevonden te hebben en probeert daar de handen voor op elkaar te krijgen. Daarnaast is hij voortdurend in relatieproblemen verwikkeld, en tast hij zijn gezondheid aan met teveel drank en eten. Allemaal aardige onderwerpen die de vaart er goed inhouden. Het is echter McEwans oog voor het detail die dit boek zo lezenswaardig maakt. Het gehannes met een skipak, de treinrit en het zakje chips, de toespraak en de sandwiches zalm: ze vormen het decor voor prachtige beschijvingen van minuut tot minuut, en daarin is McEwan een meester. Andere romans van hem waren completer en complexer, maar ik heb me tussen mijn eigen gedoe in zeer vermaakt met dit boek.
26 november 2010
Midlife
Na vijf jaar is er dan eindelijk weer een nieuwe roman van Michael Cunningham, van wie ik al zijn vorige steeds met groot genoegen las. En ook Bij het vallen van de avond las ik in drie dagen uit. Ofschoon geen meesterwerk, wel weer een typische Cunningham waarin een subtiel spel van menselijke omgang wordt gespeeld en Cunningham scherpe psychologische inzichten daarover geeft. Het ogenschijnlijk boeiende maar schematische leven van de vroege veertigers Peter en Rebecca, beiden min of meer succesvol actief in de kunstwereld in Manhattan, wordt verstoord door de komst van het veel jongere broertje van Rebecca. Het verhaal kent een fraaie verteltrant, tussen het ik- en alwetende vertellersperspectief in, waarbij Peter centraal staat. Hij valt als een soort Aschenbach uit Thomas Manns Dood in Venetië voor zijn mysterieuze neefje; voortdurend speelt Cunningham met de scheiding tussen veronderstelling en werkelijkheid. Dat maakt het verhaal uitermate boeiend en spannend. Het verhaal had uiteindelijk zinderender gekund, en de figuur van het neefje Mizzy had meer diepgang kunnen hebben, maar alles bij elkaar weer een fraaie roman van Cunningham.
21 november 2010
Politiek
Een van de betekenissen van het woord politiek is volgens Van Dale: 'met (of getuigend van) veel overleg, geslepen'. En dat is precies wat er op het Binnenhof gebeurt, in het krachtenveld van politici, lobbyisten, voorlichters en journalisten. Joris Luyendijk liep in september een maandje rond op het Binnenhof en schreef er in Je hebt het niet van mij, maar... een kort maar helder verslag van. Alle krachten hangen met elkaar samen, niks gebeurt spontaan. Fraaiste voorbeeld: de CDA-fractie vergadert achter de dichte deur waarveel journalisten staan te wachten op de uitkomst. Maar hoogstwaarschijnlijk zitten ze in die kamer te kijken naar de televisie waarop de wachtende journalisten worden uitgezonden; men komt pas naar buiten als Den Haag Vandaag afgelopen is. Tja, voor nagenoeg alles in dit boekje geldt de drietrapsraket die Luyendijk zelf verwoordt:1. ik had dit nooit zelf kunnen bedenken;
2. natuurlijk gaat het zo;
3. mijn blik is voorgoed veranderd.
Anders gezegd: een onthullend boekje, dat desondanks niet verbaast, en je daardoor cynischer maakt t.a.v. de politiek.
20 november 2010
Pioniers
Dit boek werd me ten strengste aangeraden en dat bleek volledig terecht. Ik had nog nooit eerder iets van Meir Shalev gelezen, samen met Amos Oz de meest prominente schrijver van Israël, en diens vorig jaar verschenen Het zat zo was een gelukkigmakende eerste kennismaking met zijn werk. De ondertitel van het boek geeft helder aan waar het over gaat: Een zowel grappig als triest, waargebeurd, maar ongelooflijk verhaal dat heeft plaatsgevonden in Oekraïne, Palestina, Israël en de Verenigde Staten, over mijn grootmoeders stofzuiger en zijn reis van Los Angeles naar de Vlakte van Jizreël. Een ander citaat completeert het beeld over dit boek: De dorpelingen keken naar de stofzuiger en de stofzuiger keek terug. Hij zag noeste werkers, werkkleding en sterke handen. Hun uiterlijk wees op een sober leven, eenvoudig eten en een duidelijke weg. Zulke boeren, wist hij, waren er ook in zijn geboorteland, de Verenigde Staten, maar daar leidden ze het harde leven bij gebrek aan keus, terwijl ze het hier, zo begreep hij meteen, leidden uit vrije keus en met een doel.Voor de rest een mooi verteld, humaan en intelligent geschreven familierelaas waarin oma Tonja, haar stofzuiger en de jonge schrijver zelf centraal staan.
De poes
Poezenliefhebbers - ik ben er een - spreken liefst vol vertedering over hun geliefde huisdier(en) - ik heb er twee. Wie het waagt erover te schrijven loopt dus al snel het gevaar een verzameling liefdesverklaringen op papier te zetten die het niveau van het gemiddelde poezie-album niet zullen overstijden. Dat deed Rudy Kousbroek met De aaibaarheidsfactor gelukkig niet. Zijn boekje - in eerste versie verschenen in 1969, later aangevuld met Die Wacht am IJskast - blijft een klassieker. Er is veel gefilosofeer, maar hij biedt ook concrete onderzoeksresultaten van het gedrag van huiskatten. Alles met een wat melige ondertoon, dat maakt het boekje tijdloos.
07 november 2010
De kortste nacht
Ik heb twee engelstalige boeken die ik ongeveer voor de helft gelezen had uiteindelijk weggelegd omdat ze me niet meer volledig konden boeien. Dat gebeurde me niet met June 1941. Hitler and Stalin van de Amerikaans-Hongaarse geschiedschrijver John Lukacs. In dit doorwrochte werkje van ruim 160 bladzijden concentreert Lukacs zich volledig op die ene gebeurtenis op 22 juni 1941 (de inval van Duitsland in de Sovjet-Unie) en op de aanvaller en verdediger. Het bleek het uiteindelijke keerpunt van de Tweede Wereldoorlog. Stalin geloofde zijn oren niet toen hij hoorde dat Hitler hem uiteindelijk wél aanviel, en hij was een zenuwinzinking nabij. Hitler gokte en verloor uiteindelijk, maar hoe dicht was hij niet bij de overwinning? Wanneer Hitler niet had aangevallen, was de geschiedenis geheel anders geweest. Dit boekje vertelt in detail de wegen naar de aanval, en de onvoorziene consequenties ervan. Een boeiend boekje!
24 oktober 2010
Terug naar Berlijn
Van F. Springer was al een poos geen nieuwe roman verschenen; nu is er dan de roman over Berlijn ten tijde van de Wende. Springer zat er toen zelf als ambassadeur. Er zijn schrijvers die je direct aan hun stijl herkent. Wanneer je niet zou weten door wie de tekst geschreven is, weet je dat bij Springer binenn een paar pagina's. De ironische ouwejongenskrentenbrood-setting (veelal met diplomaten die napraten in de bar van een goed hotel) en de vlotte uitspraken zijn typisch Springer. Teheran, een zwanezang vind ik zijn beste boek, omdat die setting het meest tragikomisch wordt uitgewerkt. Maar ook in Quadriga. Een eindspel valt er het nodige te genieten op dit gebied. Helemaal overtuigen doet de roman ook weer niet. Wanneer je zoals Springer hier doet het verhaal vanuit verschillende jaren laat vertellen, moeten die verschillende jaartallen een ondubbelzinnige en onontkoombare eenheid vormen. En dat doen ze m.i. niet. Het verhaal had net zo goed in een flashback verteld kunnen worden. Maar goed, zo'n lichtverteerbare Springer blijft lekker lezen.
16 oktober 2010
Polio
In Nemesis, de jongste roman van Philip Roth heerst dood en verderf. De jonge meneer Cantor is leider van een speelplaats in newark, en in zijn wijk vallen de meeste slachtoffers van de polio-epidemie die zomer 1944 woedt. Pas aan het slot krijgt het verhaal een tragische ondertoon; de beschrijving van de gebeurtenissen zelf is vrij afstandelijk en objectiverend. De roman gaat over de wijze waarop een individu reageert op grote bedreigingen; dat dat individu er uiteindelijk een enorm schuldgevoel aan overhoudt is dan ook des te opmerkelijker. Dit is misschien niet Roths meest sublieme roman die ik van hem gelezen heb, maar wederom weet Roth je bij je lurven te grijpen en je aandacht vast te houden. Dit zijn nog steeds slappe leestijden, maar dit boek las ik binnen 48 uur uit.
26 september 2010
Busreis
De nieuwste roman De laatste liefde van mijn moeder van Dimitri Verhulst zal zeker niet tot een hoogtepunt uit zijn oeuvre gerekend gaan worden, ook al ben ik er enkele keren flink door in lachen uitgebarsten. Het verhaal is vrij eendimensionaal, en vooral een kapstok om ironische of cynische uitspraken over van alles en nog wat aan op te hangen. Die zijn dikwijls zeer de moeite waard, zeker wanneer ze in die prachtige Verhulst-stijl geschreven zijn. Het is vooral de vorm die dit boek weer zeer lezenswaardig maakt, en ofschoon ik nog steeds in een flinke leesdip zit, zorgde dit boek weer voor enkele lekkere leesuurtjes. Geen hoogtepunt, maar gewoon een lekker fraai geschreven boek.
19 augustus 2010
?
Dit meenemertje uit de boekhandel bleek een eigenaardig en aantrekkelijk boek. De vragende vorm van Padget Powell bestaat slechts uit vragen. Iedere zin is in de vragende vorm, er zit geen verhaal in. Je wordt als lezer permanent uitgedaagd, ook heeft het lezen van alleen maar vragen iets hallucinerends; sommige vragen zijn grappig, sommige bizar en onzinnig en te Amerikaans, maar sommige zeer confronterend. Ik had bij het lezen van deze 170 bladzijden vol vragen een potloodje bij de hand om opmerkelijke vragen aan te kruisen. Ik geef er een aantal, dan heb je een indruk van het boek, ook al heb ik vooral de meest aardige of denkwaardige aangetekend, maar goed: Zou je willen dat je had begrepen wat je niet hebt begrepen in elke situatie van onbegrip op elk gebied en op elk moment van je leven? Beschouw je leven volgens vaste patronen als bevrijdend of beperkend? Heb je ooit gedacht dat je in zekere mate gestoord was? Wat is het leukste wat je op dit moment zou kunnen doen? Is begrijpelijkheid te danken aan de intelligentie van de spreker, van de toehoorder of van beiden? Zitten er hiaten in je karakter? Hoeveel schroevendraaiers denk je dat nodig zijn voor bekwaam en normaal onderhoud in huis? Heb je verstrekkende plannen voor zelfontplooiing of heb je het vrijwel opgegeven op dat gebied? Is het hele leven onbenullig, of is het grotendeels onbenullig met kortstondige pieken van benulligheid, of is het een spectrum van onbenulligheid tot benulligheid waarin mensen verschillende posities innemen, en zijn die posities op dat spectrum van onbenulligheid vast of variabel? Wat ik bedoelde was: kun je net als de schuif van een trombone omhoog- en omlaagglijden over het spectrum van onbenulligheid tot benulligheid of toeter je de godganse dag dezelfde domme of minder domme toon?
05 augustus 2010
Moorden en eten
Het diner van Herman Koch bleek een enorme bestseller, lange tijd slechts als dure hardcover verkrijgbaar; nog voordat ik de onlangs goedkope 'midprice' kon kopen kreeg ik het cadeau. Ik las het in enkele dagen uit. Een heuse pageturner, maar geen boek dat bevredigt. Er klopt heel veel niet in dit boek. Geen enkel restaurant dat champagne van het huis aanbiedt, gerechten als 'lamszwezerik gemarineerd in Sardijnse olie met rucola' serveert en een gerant in dienst heeft die dergelijke gerechten met zijn pink uitlegt, zal als dessert dame blanche op de kaart hebben staan. Alleen wie nooit in de duurdere restaurants komt maar er wel een beeld bij denkt te hebben, gelooft dat Koch een rake karikatuur hiervan geeft. Het perspectief is evenzeer matig: de ik-figuur is aanvankelijk slechts een verteller, maar blijkt gaandeweg deelnemer in het complot, en uiteindelijk zelfs hoofdpersoon. Hij weet meer dan je als lezer tijdens de eerste honderd bladzijden te weten komt. Deze ik-figuur houdt je dus aanvankelijk voor de gek, zonder dat daar vanuit zijn eigen perspectief aanleiding toe is. Uiteraard een truc van de schrijver, maar die verwart zodoende de scheiding tussen auteur en vertellende ik-figuur. Het diner zelf (bedoeld om de hele toestand eens goed te bespreken) blijkt eerder een afleiding daarvan. Terugblikken van de ik-figuur over andere, reeds eerder voorgevallen situaties laten jou als lezer de puzzel voltooien. Als er één situatie in het boek er uiteindelijk niet toe doet is het wel 'Het diner'. Ook in het detail rammelt het. Hoofdstuk 35, waarin broer Paul en schoonzus Babette bij de ik-figuur langskomen om de jonge Michel op te halen (moeder ligt in het ziekenhuis, het huis vervuilt): er is een discussie tussen de ik-figuur en Babette, en de ik-figuur mompelt nog dan nog wat: Maar Babette was ondertussen de trap naar boven opgelopen en stond al in de deur van Michels kamer. Daar zat Michel te midden van zijn speelgoed op de grond, hij was juist bezig honderden dominostenen achter elkaar te zetten, in een imitatie van World Domino Day, maar toen hij zijn tante zag, sprong hij op om zich in haar uitgestrekte armen te storten. Dit kan gewoon niet: Babette discussieert beneden met de ik-figuur die nog wat mompelt, maar zij was ondertussen al de trap opgelopen. En die ik-figuur weet exact wat er daarboven zich afspeelt, alsof hij dus eerder boven is dan Babette en het vervolg als alwetende verteller uitlegt. Niks meer en minder dan een overtreding van de regels van het vertellersperspectief. Literair prutswerk. Een pageturner, inderdaad, een boeiend gegeven bovendien, maar slecht geconstrueerd. Een goed boek schrijven is meer dan een spannend verhaaltje semi-literair presenteren! Herman Koch zou Jeroen Brouwers en Gustave Flaubert eens aandachtig moeten bestuderen; die hebben de basale literaire technieken inzichtelijk uitgelegd.
30 juli 2010
Moorden en gedichten
Ik lees ieder jaar wel een thriller, meestal van Val MacDermid en/of Michael Connelly. Ze zijn steevast goed geconstrueerd en meeslepend: je wordt voortdurend op het verkeerde been gezet bij het uiteenrafelen van 'hoe het allemaal gegaan moet zijn', waarbij ook het heden in het verhaal zelf er een schepje bovenop doet. In De dichter van Connelly is dat niet anders, maar toch vind ik het minder geslaagd dan andere thrillers die ik van Connelly las. De oplossing van de gepleegde moorden is vooral een psychologisch proces bij de ik-figuur, en dat weet Connelly niet geheel overtuigend te beschrijven. Het heden in het verhaal speelt te weinig een spanningverhogende rol. Bovendien lijdt het boek aan 'technische veroudering': het speelt zich af ergens in de eerste helft van de jaren negentig, en de technische communicatiemiddelen waar met name de dader gebruik van maakte zijn sindsdien flink geëvolueerd. Enfin, geen topper, maar in deze tijden van algehele leesslapte voldoende aantrekkelijk om toch, hetzij in kleine stapjes, door te blijven lezen.
30 juni 2010
Bizar
Ik werd van verschillende kanten geattendeerd op de eigenaardige verhalen van de Israëlische schrijver Edgar Keret; hij geldt als de belangrijkste jonge schrijver daar, maar zijn spaarzame in het Nederlands vertaalde titels zijn alweer (bijna) niet meer leverbaar. Gaza blues is een dubbelpublicatie samen met de Palestijnse schrijver Samir El-youssef, een wat geforceerd-vriendschappelijke bundeling die inhoudelijk geen raakvlakken heeft. Diens lange verhaal De dag dat het beest dorst kreeg is bovendien minder aantrekkelijk dan de 15 zeer korte, en eigenaardige, soms zelfs absurdistische verhalen van Keret.
Evenals in Pizzeria Kamikaze dat ik in één moeite meenam betoont Keret zich een schrijver die 'out of the box' schrijft. De verhalen lijken ogenschijnlijk heel alledaags, maar altijd zit er een raar kantje aan: of de hoofdpersoon is echt geschift, of het verhaal speelt zich af in een niet-bestaande omgeving die verder heel gewoon lijkt, of het houdt opeens midden in een zin op, enzovoort. Sommige verhalen zijn wat vergezocht, maar er ziten ook juweeltjes tussen, zoals Krankzinnige lijm uit Gaza blues, waar een relatie op een wel erg bijzondere wijze beslecht wordt. Het titelverhaal Pizzeria Kamikaze speelt zich af aan gene zijde van de dood; alle zelfmoordenaars leven daar een heel gewoon leven. Een beetje vreemd allemaal, deze twee boeken, maar wel lekker lezen.
25 mei 2010
Niet tobben
Van de vele brievenboeken van Gerard Reve had ik de door 'kenners' als belangrijkste daarvan aangemerkte bundel Brieven aan Josine M. 1959-1982 nog niet eerder gelezen. Toen ik het boek onlangs in een antiquariaat aantrof kon deze lacune worden ingevuld. Tot 1974 schreef hij overigens aan de gezusters Meijer; na het overlijden van Lennie alleen aan Jobs. Reve leerde haar kennen via de redactie van Tirade, waarvoor zij bijdragen schreef. Met name haar astrologische activiteiten vielen bij Reve blijkbaar erg in de smaak. Gedurende de gehele periode die deze bundel beslaat, vraagt Reve aan Jobs welke periode volgens de hemellichamen het beste is voor een reis, voor het schrijven aan een nieuw boek, voor een verbouwing aan zijn huis etc. Ook de vele vriendjes die tijdens deze periode voorbijkomen worden in opdracht 'gewicheld'. Er is geen brievenboek van Reve waarin hij zo uitgebreid en openhartig zijn ideeën over en ontwikkeling naar het katholicisme beschrijft. Dat maakt deze verzameling een schatkamer voor Reve-vorsers. Het tweede deel van de Reve-biografie van Nop Maas ligt klaar om gelezen te worden, maar het zal mij niet verbazen wanneer daarin veel uit juist deze bundel brieven geciteerd wordt, omdat deze als geen andere een zo evenwichtig mogelijk inzicht geeft in Reves eigen kijk op zijn leven gedurende deze periode. Daarnaast natuurlijk veel superieure zinnen en uitdrukkingen. Veel literatuur verbleekt bij wat Reve in een doodgewone brief aan schoonheid op papier zette...
16 mei 2010
Koning Radboud de derde

Mijn moeizame-lezenperiode duurt voort. Anders gezegd: de kwaliteit prevaleert dezer weken boven de kwantiteit, en daar valt ook veel voor te zeggen. Het zal te zijner tijd hier wel duidelijk worden gemaakt. Een plezierig tussendoortje is Huize Het Gras. Met Gerard Kornelis van het Reve in Greonterp van zijn toemalige vrienden Teigetje & Woelrat. Het fotoboek met begeleidende teksten geeft een fraai beeld van de tien jaar dat Reve op het Friese platteland woonde, de eerste jaren alleen met Teigetje, vanaf eind 1969 ook met Woelrat. De 40 foto's worden dienstbaar beschreven en vullen fraai het beeld aan dat ook uit de brieven van Reve uit deze periode naar voren komt: veel geklus aan huis en tuin, en de rust van een landelijk bestaan aan het einde van de jaren zestig. Tja, zulke oerhollandse vrouwen als Sjuwke Hofmeijer op foto 25 ('dit soort boeken willen wij niet lezen') lijken uitgestorven te zijn.
28 april 2010
Brieven aan de jeugd
In plaats van een boekenweekessay verscheen deze boekenweek 2010 naast het boekenweekgeschenk een verzameling brieven van 75 auteurs aan hun jongere ik. Titaantjes waren we is een gevarieerd geheel met aardige, mooie en soms ook wat saaie brieven. De meeste schrijvers slagen er eigenlijk niet in iets bijzonders te maken van hun opdracht om aan hun jeugdige ik een brief te schrijven. Zij blijven hangen in een betweterige toon: wat jij nog niet weet... Toch bevat het boek enkele juweeltjes, zoals van Midas Dekkers en Ted van Lieshout. Het boek bleek een prima reisbegeleider tijdens de vele korte treinreizen die ik dezer dagen maak: geen treinreis zo kort of je kunt wel een of twee stukjes lezen. Maar nu snel over op substantiëler leesvoer.
17 april 2010
Psychische oorlog
Ik lees opeens een stuk minder; moeizamer ook. Ik ben in teveel boeken tegelijkertijd bezig, en daarvan waren er ook nog eens twee in het Engels, wat me te weinig eenvoudig afgaat. Enfin, nu nog maar een Engels boek, want Regeneration van Pat Barker is nu uit. Het is een roman met een fraaie thematiek: de behandeling van frontsoldaten met een psychisch trauma tijdens de Eerste Wereldoorlog, met als doel hen weer geschikt te maken om terug te keren naar het front. Het verhaal speelt zich grotendeels af in het verpleeghuis Craiglockhart in Noord-Engeland dat daarwerkelijk heeft bestaan, evenals de belangrijkste personages. Toch komt het geheel maar moeizaam tot leven. De behandelend arts William Rivers komt weliswaar in gewetensnood, maar zijn eigen psychische strijd blijft te veel onder de oppervlakte. Ook de relatie tussen de twee dichters Siegfried Sassoon en Wilfred Owen krijgt nergens echte diepgang. Barker stipt veel onderhuidse tegenstellingen aan, maar het daadwerkelijke gevecht blijft uit. Wellicht dat dit in de twee vervolgdelen van wat tot een onbedoelde trilogie is uitgegroeid alsnog gebeurt?
Abonneren op:
Posts (Atom)