13 april 2012

Web

En nog maar een roman van Paul Auster. In zijn meest recente Sunset Park uit 2010 weeft hij een fraai web van allerlei familie- en vriendschapsrelaties, met de wat eigenzinnige Miles als centrale figuur. In zijn jeugd hebben enkele heftige gebeurtenissen zijn karakter gevormd (niet: misvormd). Het boek biedt aanvankelijk de historische achtergronden en, na een zevental jaren van afzondering, – in het heden – het herstel van het contact met zijn familie en vrienden. Daar zitten allerlei bonte soorten figuren tussen, die echter allemaal een min of meer herkenbare of begrijpelijke positie innemen. Een meesterwerk is dit boek niet, maar ik had enkele fijne verstilde leesuren. Auster schrijft gedetailleerd, betrokken, de zinnen doen ertoe. En daar houd ik erg van.

31 maart 2012

Meedogenloos

Na De weg dat ik enkele weken geleden las nu een tweede roman van Cormac McCarthy. In Geen land voor oude mannen staat het meedogenloze geweld centraal. Een van de hoofdpersonen vindt aan het begin in het verlaten grensgebied tussen Mexico en de VS tussen doorzeefde auto's en enkele lijken 2,5 miljoen dollar en besluit deze mee te nemen. In het vervolg van het boek wordt hij door allerlei figuren achternagezeten. En deze schuwen het geweld niet. Het bikkelharde verhaal wordt onderbroken door zelfreflecties van de sheriff die op zoek is naar het goede en het evenwicht, ter compensatie van wat hem tijdens de tweede wereldoorlog overkwam. Vooral de dialogen intrigeren: ze zijn kernachtig, onopgesmukt. Een boek dat ook nieuwsgierig maakt naar wat voor persoon die McCarthy is: net als De weg is dit bepaald geen warm of vriendelijk verhaal. Fascinerend, toch.

26 maart 2012

Boekenweek 2012

Ik heb wat in te halen! Ik las ooit, en dankzij mijn boekendagboek weet ik: begin oktober 1992, voor de eerste en laatste keer een boek van Tom Lanoye: Kartonnen dozen. Ik was er niet erg van onder de indruk weet ik nog, maar dat kan ook aan mij liggen. Nu dan zijn boekenweekgeschenk Heldere hemel, en wat een prachtig boekje is het! Goed geconstrueerd, vlot geschreven, op ware feiten gebaseerd en zeer onderhoudend. De internationale koude oorlog op zijn retour versus een familiaire oorlog in zijn heetste en prilste stadium. Met een onbemand vliegtuig als bindend element. Hoe Lanoye de strijd tussen een Amerikaanse democraat en republikein met de Belgische constitutionele situatie verbindt is ronduit subliem. Ik ga stellig meer van Tom Lanoye lezen.

Papoea Nieuw-Guinea

Van de in 2011 overleden F. Springer verscheen posthuum zijn debuutroman, die hij in 1963 vlak voor verschijnen terugtrok omdat hij het verhaal toen niet goed vond aansluiten bij wat hij eigenlijk over de voorbije Nederlandse overheersing van Nieuw-Guinea wilde vertellen. Kort voor zijn dood herzag hij die mening en maakte het boek alsnog voor verschijnen gereed. Dat maakte hij uiteindelijk niet meer mee, maar nu dan toch zijn echte debuut: Met stille trom. Een journaal. Het is een wat rommelig verhaal over de bestuursambtenaar Dekker (Springer zat er zelf vier jaar, en tja, als je dan toch een fictieve naam moet verzinnen...) die in een verlaten oord de chaos veroorzaakt door strijdende inheemse stammen moet zien te bestrijden. Vooral veel gekeuvel tussen de aanwezige ambtenaren zonder dat het verhaal een lijn lijkt te volgen. De ondertitel is dan zeker goed gekozen! Maar goed, ondanks dat het boek voor het merendeel niet echt krachtig overkomt, verraadt de openingszin van hoofdstuk 8 die typische Springer-kwaliteit van latere boeken: Het eerste bericht over vijandelijkheden aan de boven-Wes bereikte Zakar in het middaguur, toen Dekker, Vuurmans en Bouwes met een aantal politieagenten aan het volleyballen waren op het sportveld.

Toekomst

Eind 2010 woonde ik een workshop bij waarbij Wim de Ridder, futuroloog en hoogleraar toekomstverkenning en -onderzoek aan de TU Twente een lezing hield en waarna we zijn jongste boek De wereld breekt open meekregen. Ik las het boek pas nu, in drie dagen al treinend uit. In dit boek verkent De Ridder de mogelijk nog plaats te grijpen gevolgen van wat de afgelopen twintig jaar is gebeurd: internet, de banken, -energie en -klimaatcrises, het verlies van het geloof in de autoriteit van private en overheidsbesturen etc. De Ridder is zeker geen pessimist; als spreker geeft hij je een prettig en optimistisch gevoel, en ook in dit boek wordt weinig gesomberd. Uiteindelijk lijdt ook dit 'managementboek' aan wat wat toch een algemeen kenmerk van de soort is: teveel geschreven vanuit een voorbedachte, per definitie te bewijzen maar niet altijd overtuigende logica, matig geschreven, teveel theoretische hooi op de vork nemend en daardoor van de hak op de tak springend; het Futures Fit-systeem waar hier een lans voor wordt gebroken is alleen te begrijpen voor wie ermee heeft gewerkt. Het is een aardig boek met enkele interessante gezichtspunten, maar een enthousiasmerend boek over wat ons zou kunnen gebeuren is het helaas niet.

18 maart 2012

A.F.Th.Tja

Begin jaren negentig las ik de proloog en de eerste twee delen van de tandeloze tijd-cyclus van A.F.Th. van der Heijden, sindsdien niks meer. Ondanks alle lovende kritieken stonden zijn vuistdikke boeken me tegen, zeker als die werden gepresenteerd als een eerste (of zelfs nulde) deel van weer een cyclus. Ik was al bij voorbaat leesmoe. Ik zag onlangs bij de boekhandel Engelenplaque liggen, het deel uit de privédomeinserie dat bij verschijnen ook veel lof kreeg, en besloot het erop te wagen. Ofschoon ik het boek van bijna 500 bladzijden in anderhalve week tijd uitlas, moet ik concluderen dat A.F.Th. voor mij weer eventjes heeft afgedaan. Deze verzameling Notities van alledag, uit de periode 1966-2003 kan de tand des tijds niet doorstaan. Het boek keuvelt gemoedelijk door, en ofschoon het een beeld geeft van het schrijversbestaan van Van der Heijden biedt het geen daadwerkelijk inzicht daarin. Ik stelde me veelvuldig de vraag waarom ik dit allemaal aan het lezen was; dat ik het boek toch uitlas zal een mysterie blijven. Hoogtepunt van het boek ergens aan het einde wanneer de schrijver zich in een vijfsterrenhotel heeft teruggetrokken om in anderhalve maand tijd een volgende pil te schrijven: de schrijver onderbreekt het opstellen van de dagelijkse notitie voor Engelenplaque om te gaan poepen. Tja...

11 maart 2012

Verlaten

In korte tijd raadden twee mensen mij aan De weg van Cormac McCarthy te lezen; ik las het binnen 24 uur uit. Het is een beklemmend verhaal over een vader en zoon die door een vergane wereld een tocht naar de kust afleggen en in deze verbrande wereld proberen te overleven. Je vermoedt dat er een kernoorlog heeft plaatsgevonden, maar aan de oorzaak van die vergane wereld waarin hier en daar slechte en goede zombies het pad van de hoofdpersonen kruisen wordt geen woord gewijd. Die wereld is uitgangspunt, het gaat in het verhaal slechts over de wijze waarop de hoofdpersonen zich proberen staande te houden. Meest intrigerend aan dit boek vond ik de intentie die McCarthy met het schrijven hiervan moet hebben gehad. Je bedenkt een weinig vrolijke uitgangssituatie, presenteert die als vanzelfsprekend binnen het verhaal, en beschrijft vervolgens hoe mensen daarin zich gedragen. Bijzonder knap gedaan! Het boek is inmiddels verfilmd; ik las de zogenaamde filmeditie (niks meer dan een omslag met een 'still' uit de film). Ik hoef die film niet te zien. Het boek bied je alle ruimte zelf een beeld te vormen.
McCarthy schijnt meer goede boeken geschreven te hebben. Ik ga erachteraan.

04 maart 2012

Speurwerk

En binnen enkele dagen ook het tweede boek van Paul Auster uit. De New York-trilogie bestaat uit drie verhalen (Broze stad, Schimmen en De gesloten kamer) waarin steeds iemand de opdracht krijgt of zichzelf oplegt om zich in het gedrag/leven van iemand anders te verdiepen. Ook is in ieder verhaal steeds één van de twee (geobserveerde of observator) een schrijver. Schimmen vond ik sterk lijken op Broze stad, en door de gebruikte eigennamen (Wit, Zwart, Blauw) kreeg het geheel een wat absurdistische sfeer. Vooral De gesloten kamer vond ik bijzonder gaaf geschreven; de twee voorafgaande delen waren me toch iets te apart. Ofschoon het boek als geheel niet dezelfde verpletterende indruk achterliet als Onzichtbaar (zie hieronder), tch weer een boek van Auster dat ik met grote aandacht en in hoog tempo heb gelezen. Er volgen ongetijfeld meer titels van Auster.

26 februari 2012

Manuscript

Ik had nog nooit een boek van Paul Auster gelezen en vond dat het er eens van moest komen. Op basis van wat besprekingen op internet koos ik voor Onzichtbaar, een in 2009 verschenen roman. Ik las het in twee dagen uit, vol overgave en welhaast ademloos. Op een gegeven moment kon ik niet meer ophouden, ik las zelfs op het perron wachtend op een trein verder in dit boek. De vraag is natuurlijk waarom. Allereerst het verhaal: je wilt weten hoe het afloopt. Verder en zeker niet in het minst: de constructie. Het boek kent verschillende vertelperspectieven, maar alles is volledig coherent en logisch opgebouwd. Voorts de stijl: deze is uiterst precies, geconcentreerd en evenwichtig, nergens gehaast of kort door de bocht. En tenslotte: het verhaal is aangrijpend. De hoofdpersonen maken emoties los. Ik ben inmiddels in een tweede boek van Paul Auster begonnen.

Tietenkont

In zijn boek over de Lipizaner-paarden (zie hieronder) vertelt Frank Westerman dat hij de roman Radetzkymars van Joseph Roth leest, waarin een optreden van deze paarden in de Spaanse Rijschool in Wenen genoemd wordt. Dat was een aansporing om nu toch eens dit boek te lezen; het stond al een poosje op mijn verlanglijst. Het is een grootse roman, eigenlijk niet te missen voor wie geïnteresseerd is in Europese geschiedenis. Roth schreef het boek in 1932, vlak voordat Europa voor de tweede keer ten onder zou gaan, maar beschreef in zijn roman uiterst subtiel en treffend hoe dat de eerste keer gebeurde. Drie generaties Von Trotta, alledrie nauw gelieerd aan Frans-Joseph de Eerste, keizer van Oostenrijk en koning van Hongarije, en uiteindelijk samen met hun heerser tenondergaand aan degeneratie en verval. De Eerste Wereldoorlog was nog slechts het noodzakelijke laatste duwtje in de rug. Roth beschrijft het allemaal prachtig; de militaire strengheid in het begin brokkelt in halve bijzinnen maar onherroepelijk uiteen. Een meesterwerk. Net als de muziek die Johann Strauss senior in 1848 componeerde: tietenkont tietenkont tietenkontkontkont.

29 januari 2012

Man en paard

Dier, bovendier is het laatste boek van Frank Westerman dat ik nog niet gelezen had. Het is inmiddels een beproefd en geslaagd recept van de schrijver: via een weinig gangbaar onderwerp een grotere geschiedenis vertellen. In dit boek doorkruist Westerman het einde van de Habsburgse dubbelmonarchie, het derde rijk, het communisme en de oorlog in Joegoslavië aan de hand van het Lipizaner-paardenras dat bekend is van de Spaanse Rijschool in Wenen. Westerman leerde dit type paard kennen via een leraar op zijn school en raakte geïnteresseerd in de 'pedigree' van dit ras. De beschrijvingen van zijn omzwervingen leverden een interessant boek op, dat misschien soms wat inconsistent zwalkt tussen klein en groot maar wel boeit van begin tot einde. Westerman blijft een uitermate intrigerend schrijver. Dat zijn uitgever een fletse uitspraak van Matthijs van Nieuwkerk als aansporing op het voorplat meent te moeten zetten, zou een reden zijn om naar een andere uitgeefhuis uit te zien.

21 januari 2012

Herinnering

Geschiedenis is de zekerheid die ontstaat op het punt waar de gebreken van de herinnering en de onvolkomenheden van de documentatie samenkomen. Deze nooit meer te vergeten uitspraak door de schoolvriend van de ik-verteller lijkt de kernzin van de korte roman Alsof het voorbij is van Julian Barnes. Het gemiddelde levensverhaal van deze ik-verteller, de zelfmoord van zijn schoolvriend, diens nagelaten dagboek en de gebreken in de herinnering van de ik-persoon die terugblikt op zijn verleden, vormen de pijlers waarop dit meesterwerk steunt. Er staat geen woord teveel in, de compositie is perfect en de informatiekracht is enorm. Een niet te missen roman.

Hersenen

'Gebruik nu eens je hersens!' is een uitspraak die veel ouders wel eens een keer tegen hun kinderen hebben geroepen. Met name in de puberteit is onhandig gedrag niet ongewoon, maar als er een periode in een mensenleven is waar de hersenen dan volop aan het werk zijn is het wel de puberteit. In de bestseller Wij zijn ons brein maakt hersenonderzoeker Dick Swaab duidelijk dat veel menselijk gedrag letterlijk zit ingebakken in de hersenen. Hiermee neemt hij krachtig stelling tegen de 'maakbare samenleving': (afwijkend) gedrag is veel minder te beïnvloeden en blijvend te corrigeren dan wat velen denken. In dit boek behandelt Swaab allerlei vormen van afwijkingen en ziektes, van homoseksualiteit tot alzheimer en van anorexia tot (vanuit Swaabs theorie) religie. Soms vind ik zijn uitgangspunten wat al te rechtlijnig, maar ik kan geen steekhoudende argumenten daartegenin werpen. Naast een interessant en leerzaam boek stemt het vooral ook tot nadenken en zelfreflectie.

03 januari 2012

2011: de balans

Het afgelopen leesjaar was bijzonder gemiddeld. Sinds 1990 lees ik per jaar gemiddeld zo'n 37 boeken en 10930 boekpagina's per jaar; in 2012 waren dat er respectievelijk 34 en 10990. Allez ja! Naast deze koele cijfers vond ik het vooral een kwalitatief leesjaar: veel mooie en interessante boeken. Weinig leesdips; wel enkele doorwrochte boeken die je niet eventjes in een weekendje uitleest. Hopelijk zaten er enkele tips voor de bezoekers van deze weblog tussen, daar doe ik het uiteindelijk om.
Het was weer een hele klus, maar de indexen zijn weer helemaal up to date!

Iedereen een geweldig leesjaar 2012!

31 december 2011

Complex

Zo complex als de late geschiedenis van het jodendom en de staat Israël is, zo complex is de roman die Philip Roth erover schreef. In Operatie Shylock. Een bekentenis wordt de schrijver Philip Roth geconfrontreerd met een dubbelganger die onder zijn naam het diasporisme bepleit om te voorkomen dat er een tweede holocaust zou plaatsvinden. De schrijver Roth reist vervolgens naar Jeruzalem, ontmoet daar zijn dubbelganger, bezoekt er het proces tegen Demjanjuk en raakt verstrikt in een geheime operatie van de Mossad. De dwingende vertreltrant van Roth, de besproken onderwerpen en de plaats van handeling maken dat je het boek moeilijk weglegt, ook al raakte ik soms de draad bijna kwijt. Roth brengt je vervolgens weer snel op het juiste spoor. Een boek als een doolhof, boeiend en intensief.

18 december 2011

Klassiek

Ik was net 18 en werd in de krant opeens met de kop van William Golding geconfronteerd; hij kreeg toen (in 1983) de Nobelprijs voor de literatuur. Sindsien stond zijn bekendste roman Heer van de vliegen op mijn lijstje te lezen boeken. Nu kwam het ervan. Het is inderdaad een meesterwerk. Eenduidig van boodschap, prachtig uitgebeeld en uitgewerkt, herkenbaar en toch onnavolgbaar. Zoals op wikipedia treffend opgemerkt: het tegenovergestelde van Robinson Crusoe. En zoveel werkelijker! Het is een jongensboek voor volwasssenen, een grootse roman! Golding werd 100 jaar geleden geboren, vandaar deze nieuwe uitgave in een nieuwe vertaling.

10 december 2011

Voortvluchtig

Ik las over Het zevende kruis van Anna Seghers een lovende bespreking in de NRC en had dit bijna 400 bladzijden dikke boek in een week uit. De Duite schrijfster Anna Seghers (pseudoniem voor Netty Reiling) publiceerde het boek al in 1942 in Mexico en gaf hiermee een krachtige inkijk in het leven in vooroorlogs nazi-Duitsland. Het gaat over Georg Heisler die met zes mede-gevangenen uit een concentratiekamp voor communisten ontsnapt. Voor deze zes anderen mislukt de ontsnapping, maar Heisler weet uit handen van zijn speurders te blijven. Zijn vlucht brengt de lezer in allerlei situaties die het leven in dit vooroorlogse Duitsland openbaren. Inzichtelijk, en tegelijkertijd spannend: dat maakt dit boek tot een heuse pageturner. Een literaire thriller van de beste soort, maar wel met een verschrikkelijke realiteit als decor. Een prachtig boek.

03 december 2011

Onzijdig

Ik had nog nooit van Jeanette Winterson gehoord, totdat ik onlangs via twee verschillende kanten op deze Engelse schrijfster gewezen werd en men Op het lichaam geschreven aanbeval. De ik-figuur vertelt hierin het verhaal over de liefdesrelatie met Louise. Meest geheimzinnige is de sexe van deze ik-figuur; nergens staat of deze nu een man of een vrouw is. Eigenlijk is het onbelangrijk om dat te weten. In dit verhaal staat het uitpluizen van de liefde als verschijnsel centraal, en dan maakt de sexe van de personages niets uit. De ik-figuur grossiert in kortstondige relaties, maar lijkt door Louise echt geraakt. Deze heeft door kanker echter niet lang meer te leven, wat de analyse van de liefde in een stroomversnelling brengt. Voor de gebeurtenissen hoef je dit boek niet te lezen; het gaat vooral om een relatief abstracte schets van de liefde. Ik vond het boek af en toe te vaag en te zweverig, maar er staan wel treffende uitspraken in die Winterson een intrigerende schrijfster doet zijn. Maar het boek maakte op mij niet die onuitwisbare indruk die dit boek wel maakte op wie dit boek mij aanraadden.

28 november 2011

Tsjechov 5

Aan mijn persoonlijke opdracht om ieder jaar minstens een deel uit de Russische Bibliotheek van Van Oorschot te lezen heb ik vorig jaar niet voldaan; in 2009 las ik er echter twee, en in 2008 zelfs vier, dus gemiddeld zit ik de laatste jaren nog goed. In de voorbije twee maanden las ik met groot genoegen de Verzamelde Werken deel 5 van Anton Tsjechov, in de nieuwe vertalingen van Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel. Drie jaren en Mijn leven zijn eerder kleine romans, met hun ruim 90 bladzijden. Veder ook veel korte verhalen, wederom alle facetten van het negentiende-eeuwse leven in Rusland beschrijvend. Tsjechov is naar mijn indruk in deze late verhalen (geschreven tussen 1894 en 1903) meer geëngageerd. De standsverschillen tussen boeren en arbeiders enerzijds en de midden- en hogere klassen anderzijds worden scherper geportretteerd. Weinig vrolijkheid vooral: de arbeiders en boeren leven in bittere armoede, de meer welgestelde klassen vervelen zich te pletter of zijn ongelukkig in de liefde. Nu ik met het uitlezen van dit deel alle delen met verhalen van Tsjechov uit de Russische Bibliotheek gelezen heb, is de conclusie gerechtvaardigd dat ik geen andere schrijver ken die met zijn oeuvre zo'n volledig beeld van een hele maatschappij schetst. Alleen de tsarenfamilie wordt nog niet van binnenuit beschreven, maar voor de rest kom je in zijn verhalen bij iedereen thuis. Oneindig boeiend, en oneindig mooi geschreven. Een monument, deze serie, en wat een schrijver. Tsjechov werd pas 44 jaar oud, onvoorstelbaar!

20 november 2011

Op het randje

Van John Lukacs las ik al eerder boeken over de Tweede Wereldoorlog, en zijn Vijf dagen in Londen. Mei 1940 stond al een poosje op mijn leeslijst. In chronologische volgorde beschrijft Lukacs wat er in Londen gebeurde tussen vrijdag 24 mei en dinsdag 28 mei 1940. In deze dagen voerde de pas twee weken eerder aangetreden premier Churchill een scherpe strijd met zijn minister van buitenlandse zaken Lord Halifax. Ondertussen werden de Engelse legers bij Duinkerken teruggedreven en begon de evacuatie. Lucaks boodschap: In deze dagen naderde Adolf Hitler het punt waarop hij de Tweede Wereldoorlog, zijn oorlog, zou winnen, het dichtst. (...) Churchill en Groot-Brittannië zouden de Tweede Wereldoorlog niet gewonnen kunnen hebben; uiteindelijk werd de oorlog door de VS en de Sovjet-Unie gewonnen. In mei 1940 was Churchill echter de man die hem niet verloor. Dit boek beschrijft hoe dat zo gebeurde. Uitermate boeiend, en vooral ook spannend.

06 november 2011

Sterren

Paul van Craenenbroeck was jarenlang hoofdinspecteur namens Michelin in de Benelux, en hij deelde de sterren aan toprestaurants uit (of nam ze af). In De magie achter de Michelin ster. Onthullingen van een hoofdinspecteur blikt Van Craenenbroeck terug op zijn carrière. Ik vind het wel meevallen met het imago dat dit boekje heeft als dat het een afrekening is met het beoordelingssysteem van Michelin. Op de keper beschouwd biedt boek vooral het verhaal van een ouwe zeur die nog eens even lekker tegen zijn oud-collega's de waarheid wil vertellen. Van Craenenbroeck zal vast een groot kenner van de goede gastronomie zijn, maar er boeiend en goed over schrijven is toch een ander vak. Hij wil vooral tegen de onzichtbare opponent zijn gelijk halen en dat maakt dit boekje gaandeweg een vervelend geheel. Bovendien is het uitermate slecht geschreven. En zijn geschrijf over zijn honden is misschien leuk voor intimi van de schrijver, maar ik had er een flink 'so what?' gevoel bij. Een goede redacteur die Van Cranenbroeck had geholpen tot een coherent verhaal te komen, was geen overbodige luxe geweest. Nu resteert slechts een armzalig boekje vol nutteloos en vaag gezever. Enkele zinnen: Het moeilijkste is om de aanwezigheid van een hond, die bepaald wordt door zijn karakter, door een andere te vervangen. ... Ik ben van nature optimistisch, maar sta altijd wel met beide benen op de grond, omdat ik me ook bewust ben van de alledaagse verplichtingen. ... Je moet een oude aap geen smoelen leren trekken, daar moet je gewoon naar luisteren.

30 oktober 2011

België

Ik werk momenteel tijdelijk in België en woon door de week in Brussel. Dan leest het nieuwe boek van Dimitri Verhulst extra plezierig. Aan het gerucht over De intrede van Christus in Brussel (in het jaar 2000 en oneffen ongeveer) hangt Verhulst in 14 statiën zijn commentaar op de huidige maatschappij in Brussel, België en daaromtrent op. Blinkt Erwin Mortier uit in fijnzinigheid en poëzie, Dimitri Verhulst rijgt de ene weelderige volzin aan de andere. Koning, kerk en vaderland moeten het flink ontgelden, ofschoon er ook liefde voor met name Brussel door de regels heen spreekt. Verhulst schrijft zoals Nederlanders het Vlaams waarderen: mooi, rijk woordgebruik in lange, soepele zinnen. Alleen ontbreekt het woord 'allez', dat men in Vlaanderen gemiddeld twee keer per minuut uitroept; stellig het meest gebruikte woord in Vlaanderen. Geen meesterwerk, wel een heerlijk boekje.

Ziekte

Het nieuwste boek van Erwin Mortier is een parel. In Gestameld liedboek. Moedergetijden beschrijft Mortier het ziekteproces van zijn moeder die - nog geen zestig jaar oud - aan Alzheimer lijdt. De titel geeft scherp de vorm weer van dit boek. In doorgaans korte fragmenten schrijft Mortier over wat de ziekte met zijn moeder doet, en wat dat met haar directe omgeving (zijn vader, hemzelf vooral) doet. Mortier schrijft poëtisch proza, en soms slaat de balans om naar prozaïsche poëzie. Uiterst fragiel en fraai, een zeer bijzonder boek.

23 oktober 2011

Economie 2

Ik kreeg Huid en haar van Arnon Grunberg vlak na verschijnen cadeau, een klein jaar geleden, maar las het pas nu. Deze ruim 500 bladzijden dikke roman leest als een trein, houdt de aandacht voortdurend vast, maar bevredigt niet. De centrale figuur Roland Oberstein is econoom en woont en werkt in de VS, maar heeft een ex-vrouw, een zoontje, en een vriendin in Nederland. Tijdens een congres ontmoet hij een Amerikaanse en die voegt hij aan zijn lijst veroveringen toe. Uiteindelijk komt het erop neer dat alle personages (Oberstein, zijn ex-vrouw, zijn vriendin in Nederland, zijn nieuwe vriendin in Amerika, haar man) er weer andere scharrels op nahouden en in korte hoofdstukjes komen we hun belevenissen te weten. Seks staat daarbij centraal - er zijn delen van het boek dat het louter over neuken gaat. De verhoudingen tussen de personages worden steeds koeler. Uiteindelijk blijken seks en liefde niets anders dan een economisch ruilmiddel: er is schaarste, dus ontstaat er handel op basis van vraag en aanbod. Op zich een boeiend gegeven, maar ik vind de uitwerking van de personages en handelingen vlak en dikwijls zeer ongeloofwaardig, de dialogen zijn veelal kunstmatig. Aan het slot van het boek vergaloppeert Oberstein zich door een verhouding met een studente en door haar gaat hij zijn ondergang tegemoet. Het kwam op mij teveel als een noodzakelijke coda over om een einde aan het geheel te kunnen breien; geen logisch uitvloeisel uit het voorafgaande.

15 oktober 2011

Meer meligheid

Het derde deel uit de Adrian Mole-serie bevat meer dan alleen de dagboeken van de opgroeiende Mole. De tweede helft van True Confessions of Adrian Albert Mole van Sue Townsend bestaat uit dagboekaantekeningen van Margaret Hilda Roberts, een aristocratisch en superintelligent meisje ergens uit de jaren dertig, en van aantekeningen van Susan Lilian Townsend over reizen naar Mallorca en Moskou. De precieze bedoeling van deze uitstapjes ontgaat me eigenijk, maar de droogkomische inhoud vergoedt alles. Townsend heeft een geest overlopend van meligheid en inzicht in het menselijk denken en handelen. Die combinatie houdt je permanent geboeid!

Economie 1

Van een vriend kreeg ik een alleraardigst boekje van A.H.J. Dautzenberg cadeau: Rock & Roll. Economie voor en door leken verklaard. Het bevat 5 interviews met bekende mensen die ieder op eigen wijze succesvol zijn in het economisch verkeer: de lingeriekoningin Marlies Dekkers, oud-rebel Ronnie Brunswijk, ex-Pippi Langkous Inger Nilsson, oud-voetballer Ronald de Boer en popster Ian 'Lemmy' Kilmister. Zij allen zijn prive-expert in de economie, en de interviews leveren interssante inzichten op. Kilmister ilustreert zijn mening dat de muntunie in Europa niet kan slagen en slechts eenheid symboliseert, maar niet realiseert zeer treffend: De prositutie. Een sector die ik door en door ken. In Amsterdam betaal ik zo'n honderd euro voor een goede wip. In Duitsland honderdvijftig. De Portugese hoeren spreiden hun benen voor veertig euro. In Griekenland kun je voor dat bedrag een hele nacht kezen, al heb ik daar gezien mijn leeftijd de conditie niet meer voor. Dat geeft al aan hoe verschilend economieën zijn. Extrapoleer dit voorbeeld naar de andere sectoren en je weet genoeg. Boeiend boekje!

30 september 2011

Gods strijdperk

Ik was voor het eerst in Jeruzalem in augustus 2000, toen het relatief rustig was in Israël. Toen werd ik al gegrepen door deze stad. Ik verbleef toen weliswaar in Tel Aviv, maar reisde in anderhalve week vier keer een hele dag naar Jeruzalem. Ik bezocht er de highlights, en liep ook op de Tempelberg rond. Door plezierige persoonlijke omstandigheden was ik het afgelopen jaar meerdere keren in Israël, en bezocht ik wederom enkele keren Jeruzalem, jongstleden juni voor het laatst. Inderdaad: het is de mooiste stad die ik ken, en ofschoon ik geenszins religieus ben ook de meest essentiële. Die gekke Heilig Grafkerk is een welhaast potsierlijk geheel, maar wél de plek waar datgene gebeurde waar we ons iedere jaar weer met de Matthäus Passion door laten meeslepen. Als er trouwens één religie in Jeruzalem door de mand valt is het wel het christendom. Het is overigens niet louter fantastisch wat je er aantreft: voor liberale Israeliërs is Jeruzalem bijna een no go-area geworden. Enfin, er valt vanalles over die stad vertellen, en het verhaal over de geschiedenis van de stad werd deze zomer op een presenteerblaadje aangereikt door de verschijning van Jeruzalem. De biografie van Simon Sebag Montefiore. In ruim 700 met kleine lettertjes dichtbedrukte pagina's beschrijft Montefiore chrolonogisch de geschiedenis van de stad, tot aan het heden. Ik denk dat er geen stad is die zoveel machtswisselingen heeft meegemaakt. En er werd wat afgemoord, verkracht, ledematen afgehakt, geroofd en geplunderd. Het bloed spat van de bladzijden. Wat moet God toch met zijn Heilige Stad hebben voorgehad? Ik kende Montefiore van zijn boek over Stalin, dat ik echter na 40 bladzijden teleurgesteld weglegde; ik vond hem te vooringenomen. Ook in dit boek komt op een gegeven moment de aap uit de mouw: de schrijver is telg uit een Joodse familie die in de negentiende eeuw nogal veel macht had. Zijn beschrijvingen van de laatste 50 jaar zijn niet helemaal objectief. Maar de kracht van het boek ligt vooral in de beschrijving van de duizenden jaren daarvoor. Koning David, Herodes de Grote, de Kruistochten, de Ottomanen, Napoleon en Lawrence of Arabia: never a dull moment in Jeruzalem.
Ik weet nu dat ik, toen ik in augustus 2000 op de Tempelberg was, op terrein liep waar 901 jaar plus ruim een maand daarvóór geen vierkante meter onbedekt bleef met afgeslachte mensen. Alleen al op de Tempelberg werden toen in een enorme woeste orgie 10.000 mensen gedood. In Jeruzalem stonk het er een half jaar later nog naar menselijke resten. Gelukkig noemt Montefiore ook die uitspraak van Gustave Flaubert waaraan ik iedere moest denken als ik door de Jaffapoort de oude stad binnenliep: 'Ik liet een wind toen ik over de drempel ging.'
Een fascinerend boek over een geweldige stad. Jeruzalem: gottegot!

21 augustus 2011

Gods water en Gods akker

De afgelopen jaren verschenen een aantal zogenaamde literaire thrillers geschreven door jonge schrijfsters met volbloedige Hollandse namen; de stations hingen vol met posters met de omslagen. Ik ben geen liefhebber van dat genre, of beter: ik besteed mijn leestijd liever aan andere boeken. Door mijn vooringenomenheid miste ik de debuurtroman van Franca Treur die ik zonder pardon onder dezelfde categorie schaarde. Dorsvloer vol confetti werd me echter onlangs aanbevolen, en ik las de 26ste druk van deze roman die twee jaar geleden verscheen. Het is een fraai geschreven en stemmig boek over de jeugd van een meisje in een groot boerengezin in Zeeland, waarin godsvrucht en het boerenbedrijf centraal staan. Franca Treur groeide in een vergelijkbare situatie op, maar vermeldt voor alle duidelijkheid voorin het boek dat overeenkomsten met werkelijk bestaande personen op toeval berusten. Dit is zeker niet het zoveelste voorbeeld van een afrekening met een calvinistische jeugd; integendeel eigenlijk. Onderhuids is er zeker een groeiende mate van twijfel en een wil tot ontdekken wat er verder is tussen hemel en aarde, maar tot een doorbraak komt het in het boek niet. Dat is ook niet de aard van de roman; de lezer kan zijn eigen conclusies over dit calvinistische milieu trekken.
Het omslag is mij teveel van het goede. Op het achterplat een foto van de schrijfster, een jonge blonde juffrouw. Op het voorplat eveneens een blond meisje. Als het het boek wijd openslaat is het wel erg blond en quasi-diepzinnig gestaar allemaal.

06 augustus 2011

Oorlog zonder vrede

Het moest er zeker van komen, en in een week of vier was ik volledig ondergedompeld in wellicht de grootste Russische roman van de twintigste eeuw: Leven & lot van Vasili Grossman. Met de slag om Stalingrad als centraal gegeven beschrijft Grossman de levens van een flinke hoeveelheid uiteenlopende figuren waarvan de belangrijkste via via aan elkaar gelieerd zijn. Zij allen nemen deel aan of ondervinden de gevolgen van de oorlog en het het sovjet-regime, of het nu direct aan het front in de puinhopen van Stalingrad zelf is, in een werkkamp van de Duitsers of de Russen, of aan de wetenschappelijk academie in Moskou. Achterin het boek is over tien pagina's een lijst van personages opgenomen, over 17 situaties gegroepeerd. Deze enorme collectie personages dwingt je tot een grote concentratie maar ook tot doorlezen om de grip op het boek niet te verliezen. Sommige personages worden zelfs soms tot drie keer verschillend genoemd: met hun voornamen, hun achternaam en hun bijnaam. Ik ken geen ander boek waarin zo treffend en compleet een gehele maatschappij (in dit geval een totalitaire maatschappij in oorlog) wordt beschreven. Grossman baseerde veel gebeurtenissen op eigen ervaringen: als oorlogscorrespondent was hij aan het front in Stalingrad en zag hij vlak na de bevrijding de gaskamers van Treblinka; hij kende ook de werking van de partijkaders van binnenuit. Dat maakte dit boek tot een gevaarlijk boek voor de Sovjet-Unie; geen wonder dat het niet mocht verschijnen. Wel een wonder is dat er een versie van het manuscript bewaard bleef. Grossman zelf stierf enkele jaren na het voltooien en afwijzen van het boek verbitterd aan kanker, waarschijnlijk met de gedachte dat hij in tien jaar tijd een grootse roman schreef die nooit gelezen zou worden. Het lot besliste gelukkig anders; met Leven & lot schreef hij een waardige en eigentijdse opvolger van de grote Russische romans uit de negentiende eeuw.

15 juli 2011

Op reis

Ik vermoed dat veel lezers stiekem stikjaloers zijn op Frank Westerman: de hele wereld over reizen, daar interessante mensen spreken, en goede boeken daarover schrijven. Zulk leven wil iedereen eigenlijk wel. In El Negro en ik vormt een opgezette Afrikaan in een lokaal Spaans museum de aanleiding voor een zoektocht over de hele wereld naar de achtergronden van deze Afrikaan, en naar de cultuur die de gedachte van de superieure blanke westerse mens tot gevolg had, alsook naar de waarde van ontwikkelingshulp. Het is een gevarieerd een aantrekkelijk verslag. Het onderwerp trok mij iets minder dan vier andere boeken die ik van hem gelezen heb: Ararat, Ingenieurs van de ziel, De graanrepubliek en De brug over de Tara. Klik op de titel voor de logs van die boeken. Desalniettemin wederom een overtuigend staaltje onderzoeksjournalistiek!

Oponthoud

Zo af en toe een roman van Hella Haase, altijd een genot. Haar boeken hebben kwaliteit en zijn in bijzonder fraai Nederlands geschreven. Cider voor arme mensen dateert van 1960 en gaat over een vriend en vriendin die een 'overspelig' tochtje naar Parijs maken maar ergens in Noord-Frankrijk met autopech stranden. De relatie van die twee is geenszins warm en de stranding maakt de sfeer er allesbehalve beter op. Ze komen terecht in een arm dorpje waar maar een paar huizen en boerderijen staan en daar door een boerenfamilie niet bepaald vriendelijk worden onthaald, ook al zorgt die er wel voor dat de auto gerepareerd wordt. Het verhaal geeft langzaam en verscholen zijn geheimen prijs: er is van alles aan de hand met de boerenfamilie en met de relatie tussen de twee en dat alles ontvouwt zich traag en mysterieus.