Zowat ieder jaar verschijnt er een nieuw boek van Fik Meijer, hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, over de romeinse tijd. Zijn eerste boek in die reeks Keizers sterven niet in bed is het meest sterk. Het biedt een fraaie opsomming van alle romeinse keizers, een korte levensschats en een beschrijving van de wijze waarop ze aan hun einde kwamen. Twee latere boeken (Gladiatoren en Wagenrennen) vond ik minder en lijden ook aan wat me in zijn jongste boek Macht zonder grenzen, Rome en zijn imperium stoort. Fik Meijer is een schriftelijke ouwehoer. Hij gaat maar door in het aanbrengen van details die hem als noodzakelijke feiten voorkomen, maar die de rode draad van het verhaal verstoren. Meijer weet zijn onderwerpen helemaal uit te kauwen, en dat is jammer. Want anderzijds: het onderwerp dat hij beschrijft is interessant genoeg en ik ken geen andere schrijvers die het onderwerp van de romeinen zo toegankelijk maakt. Meneer Meijer: blijf schrijven, maar houd 't kort alstublieft!
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
26 februari 2006
Over de Romeinen
Zowat ieder jaar verschijnt er een nieuw boek van Fik Meijer, hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, over de romeinse tijd. Zijn eerste boek in die reeks Keizers sterven niet in bed is het meest sterk. Het biedt een fraaie opsomming van alle romeinse keizers, een korte levensschats en een beschrijving van de wijze waarop ze aan hun einde kwamen. Twee latere boeken (Gladiatoren en Wagenrennen) vond ik minder en lijden ook aan wat me in zijn jongste boek Macht zonder grenzen, Rome en zijn imperium stoort. Fik Meijer is een schriftelijke ouwehoer. Hij gaat maar door in het aanbrengen van details die hem als noodzakelijke feiten voorkomen, maar die de rode draad van het verhaal verstoren. Meijer weet zijn onderwerpen helemaal uit te kauwen, en dat is jammer. Want anderzijds: het onderwerp dat hij beschrijft is interessant genoeg en ik ken geen andere schrijvers die het onderwerp van de romeinen zo toegankelijk maakt. Meneer Meijer: blijf schrijven, maar houd 't kort alstublieft!
Mijn kleine waanzin
Twee weken terug las ik Mijn kleine waanzin van Jan Brokken; een boek dat me was aanbevolen. Ik las van Jan Brokken jaren geleden eens zijn verzameling interviews Met musici, waarin een superieur gesprek met Bernard Haitink uit 1982, eerder geplaatst in de Haagse Post dat me toentertijd als 17-jarige abonnee bijzonder greep. Mijn kleine waanzin heet een roman te zijn; volgens mij is dit een onvervalste autobiografie. Weliswaar geen 'bloedstollend relaas' zoals de achterplattekst vermeldt (de uitgever die zulke misplaatste teksten op integere boeken zet moet zich schamen), maar wel een boeiende vertelling over een jeugd en persoonlijke ontwikkeling. Het boek doet vanwege de nauwe band tussen persoonlijke lotgevallen en de maatschappelijke ontwikkelingen in de decennia na de Tweede Wereldoorlog sterk aan De eeuw van mijn vader van Geert Mak denken, maar de vergelijking gaat ook mank. Bij Geert Mak speelt de geschiedschrijving een belangrijke rol; hier veel minder. Mijn kleine waanzin overtuigt vooral door de levensechte personages (vader, broers, vrienden) - de ik-figuur komt daarenetegen minder scherp naar voren. In ieder geval een heerlijk leesboek, waar ik steeds weer vergenoegd in verder las.
09 februari 2006
Hollandse nuchterheid
Tussen de duizend armen door las ik ook nog het grootste gedeelte van De wereld volgens Maarten van Rossem; vandaag las ik het uit. Het is een prachtig boek vol Hollandse nuchterheid die Van Rossem zo boeiend maakt. Maar lichtzinnig is dit boek geenszins. Het openingsstuk waarin hij de vele vooroordelen over Nederland ontkracht is eerder een wetenschappelijk betoog dan een populair verhaal. En ook in andere stukken veronderstelt hij voldoende kennis van cultuur en geschiedenis. Van Rossum hekelt het anti-terrorismebeleid en de economische politiek van het huidige kabinet. Waarom een aantal grondwettelijke rechten inperken ten behoeve van de strijd tegen het terrorisme, terwijl wanneer je überhaupt al vermoord wordt, de kans dat dat uit terrorisme gebeurt kleiner is dan 1%? En de economische boodschap van het huidige kabinet is steeds geweest dat het slecht met ons land gaat. Daardoor heeft het kabinet de economie verder in de put gepraat, terwijl het relatief gezien helemaal niet slecht ging. Voorts: "Het langjarige beleid van Zalm moet als zeer eigenaardig worden gekenschetst. Hij verlaagde de belastingen op het hoogtepunt van de hoogconjunctuur en bezuinigde in de recessiejaren. Dat is precies het tegendeel van wat hij had moeten doen."Heerlijk is zijn lange stuk waarin hij een grootschalige geschiedenis schrijft van de oerknal tot heden. "Laat ik er dit van zeggen: van het een kwam het ander en het had ook heel anders kunnen lopen, al kan ik dat laatste niet bewijzen." Van dit soort boeken waarin eruditie en een frisse stijl samengaan kan ik geen genoeg krijgen.
08 februari 2006
Duizend armen
Vandaag in de trein Ik omhels je met duizend armen van Ronald Giphart uitgelezen. Het viel me niet tegen: met Phileine zegt sorry zijn beste boek. Een typisch Giphart-verhaal over vrienden en vriendinnen, seks en vakantie wordt verweven met het verhaal over de euthanasie van zijn moeder. Giphart is misschen wat te breedsprakig om dit echt een meesterwerk te laten zijn, maar de opbouw is goed en de dood van zijn moeder beschrijft hij erg fraai, precies passend bij de stemming van de hoofdpersonen op dat moment. Goed gedaan!
Berlijn 1945
In Berlijn. De ondergang 1945 van Antony Beevor wordt duidelijk dat de échte Tweede Wereldoorlog vooral in het oosten werd gevoerd. In lijn met het uitgangspunt van Hitler (het westen zo snel mogelijk bezetten om vervolgens alle krachten in het oosten te kunnen inzetten tegen de Sovjet-Unie), zo werd ook de ondergang van het Derde Rijk in het oosten ingezet. De meeste aandacht in het boek gaat dan ook uit naar de strijd tussen de Duitsers en de Russen (de Iwans), welke laatste verkrachtend, plunderend, moordend of korter: dood en verderf zaaiend dorp voor dorp oprukten naar Berlijn. Dit boek is daarom geen feest om te lezen, maar wel noodzakelijk voor wie geïnteresseerd is in het verloop van de oorlog. Dat geldt trouwens ook voor Beevors andere boek over Stalingrad, dat ik twee jaar geleden las. Net als in dat boek weet Beevor het vertellen van de vele details en de grote verhaallijn niet helemaal goed te scheiden, maar desondanks: een imponerend boek.Voor de statistieken: ik las dit boek al vorige week uit, en publiceerde hier in het weekend ook al een weblog over. Deze bleek echter gewist.
26 januari 2006
Sonny Boy
Vorige week vrijdag stond er een wat vaag artikel in NRC Handelsblad over de opkomst van de zogenaamde literaire non-fictie: een waar gebeurd verhaal naverteld op literair niveau. Over die term kun je discussiëren, maar Sonny Boy van Annejet van der Zijl, dat ik net de dag voor het verschijnen van het artikel uitlas, kan tot die groep boeken gerekend worden. Ik vond het een prachtig boek. Van der Zijl vertelt een verhaal waarmee ze aantoont dat de werkelijkheid onvoorspelbaarder en spannender is dan wat aan de verbeelding ontspruit. Juist die werkelijkheidsbeleving maakt het boek ontroerend, in de hand gewerkt door de journalistieke toon van de schrijfster. Dat is wat ik me ook van haar Annie MG Schmidt-biografie herinner: goed, zakelijk geschreven, zonder overdreven feitendrang. Knap!
22 januari 2006
Jacques Kersten

Hij was toen nog geen 35 jaar oud. Afgelopen juni hoorde ik van een vriendin dat Jacques Kersten in april 1991 was overleden; hij is 43 jaar oud geworden. Die vriendin vertelde dat een jaar na zijn dood een boek ter nagedachtenis van Jacques Kersten was verschenen en leende mij haar exemplaar uit; ze is familie van Kerstens ex-vrouw. Ik lees zelden of nooit geleende boeken (ik ben een materialist als het om boeken gaat) en wist via Antiqbook een exemplaar van Als ik dan ga, Documentatie Jacques Kersten te bemachtigen. Ik las het vorige week.
Het boek is een bijzonder geslaagd eerbetoon aan Jacques Kersten. Zonder overdreven ontzag worden de kwaliteiten en mindere eigenschappen blootgelegd. Kersten was uiteindelijk slechts 13 jaar leraar Nederlands aan het Bernardinuscollege te Heerlen; vanaf 1983 was hij afgekeurd. Hij schreef studies over vooral de Vlaamse schrijvers Lampo, Ruyslinck en Raes, kritieken in Limburgse en Vlaamse periodieken, organiseerde lezingen over en met schrijvers, en stond in het doel van een amateur voetbalploeg.
In zijn klaslokaal hingen grote foto's van allerlei schrijvers; ik kende er geen. Hij ging ze stuk voor stuk langs, en zei: 'Dit is nu een gezicht.' Uiteindelijk kwam hij bij de foto van Kloos. 'En dit is nu een gelaat.' Vervolgens droeg hij in een doodstille klas enkele van Kloos' beste sonnetten voor - de exemplaren van bundels met Kloos' gedichten van alle bibliotheken in (de omtrek van) Heerlen waren daarna weken uitgeleend. Kerstens lessen waren even onvoorspelbaar als geïnspireerd. Er hing een bijzondere sfeer van de hogere kunst in het lokaal. Om ons aan het lezen te krijgen nam hij ons al tijdens één van de eerste lessen in Havo-4 mee naar de schoolbibliotheek en pakte daar voor iedere leerling een boek uit de kast. Mij gaf hij Het fregatschip Johanna Maria van Arthur van Schendel; ik vond (en vind) het prachtig. Kersten organiseerde in het voorjaar van 1981 de schoolreis naar Berlijn en leidde ons naar vele musea, en via Checkpoint Charlie ook een dag naar Oost-Berlijn. Hij organiseerde een schoolavond waar Harry G.M. Prick over Van Deyssel kwam praten; we hebben erg gelachen om zijn humorvolle verhaal. Voor een scriptie mocht ik van Kersten eens bij hem thuis komen opdat ik in zijn archief naar bruikbare artikelen kon zoeken.
In het boek wordt verteld dat een ongewoon hoog aantal leerlingen van Kersten Nederlands is gaan studeren. Zo ook ik. Daardoor ben ik uiteindelijk in het uitgeversvak terechtgekomen en is het lezen, verzamelen en uitgeven van boeken een ware passie. Ik heb meer aan Jacques Kersten te danken dan ik eigenlijk kan beseffen.
18 januari 2006
Langzame man
Vorige week Langzame man van Coetzee gelezen. Ik kreeg het van vriendin J. cadeau. Ruim een jaar geleden las ik mijn eerste Coetzee-boek (In ongenade) en vond dat geen onverdeeld succes, ofschoon het boek zeker eigenzinnig geschreven was. Ook dit boek heeft iets bonkigs; de hoofdpersonen hebben - tegen wil en dank, zo lijkt het - een wat dwarse persoonlijkheid, maar over het algemeen is dit een lichtere roman dan In ongenade. De intrede in het verhaal van Elisabeth Costello plaatste me aanvankelijk voor een raadsel, maar uiteindelijk werd me de functie wel duidelijk. Coetzee pelt de menselijke interactie en zijn invloed op stemmingen helemaal af; boeiend!
07 januari 2006
Walgvogel
Tijdens de eerste werkweek van 2006 in de trein De Walgvogel van Jan Wolkers gelezen. Ik werd er niet helemaal door gegrepen. Het is een soort mengeling van stoere Jan Cremer-achtige gebeurtenissen met een verslag van een dramatisch eindigende liefde. Verteld in een stijl die evenzeer vanalles in zich heeft: woede, humor, mislukte grapjes enzovoort. De zinnen lopen niet altijd even fraai bovendien. En toch heb ik het voor het grootste deel geboeid gelezen. Het boek geeft een eigenzinnige kijk op de oorlog en de acties in Indië. Het zal niet het hoogtepunt van 2006 worden, maar zeker ook geen dieptepunt.
31 december 2005
2005: de balans
* gelezen boeken: 62
* totaal aantal bladzijden: 16.189
Daarmee 'scoort' 2005 in mijn boekenschrift (sinds 1989) een mooie derde plaats. 2003 met 51 boeken/18.243 bladzijden en 2002 met 76 boeken/23.107 bladzijden staan nog steeds fier bovenaan. Ik zal later eens mooie staatjes over de jaren heen maken.
Mijn top-10 van 2005 (in chronologische volgorde):
* Jan Siebelink: Knielen op een bed violen (ik kocht de eerste druk!)
* Anton Tsjechov: Verzamelde werken 1 - Verhalen 1880-1885
* Philip Roth: Het complot tegen Amerika
* Gerard Reve & Geert van Oorschot: Briefwisseling
* Jan Wolkers: Turks fruit
* Hans Warren: Geheim Dagboek 1987-1990
* Tommy Wieringa: Joe Speedboot
* Jeroen Brouwers: De schemer daalt - Feuilletons 7
* Jeroen Brouwers: Alles is iets - Feuilletons lente 1998
* Ian McEwan: Zaterdag
Er waren ook enkele afknappers:
* Anna Enquist: De thuiskomst
* John Keegan: The Iraq War
* Alan Hollinghurst: De schoonheidslijn
Van Jeroen Brouwers las ik dit jaar 9 boeken.
Iedereen een gezond en leesbaar 2006!
Felix Eijgenraam: De plezierfactor
30 december 2005
Ian McEwan: Zaterdag
Ik wilde Zaterdag van Ian McEwan per se nog dit jaar lezen, omdat ik daarmee in 2005 alle drie (of eigenlijk vier) belangrijke nieuwe romans uit het Engelse taalgebied over de nasleep van '11 september' gelezen heb. Het had natuurlijk niks uitgemaakt wanneer ik dit boek volgende week gelezen zou hebben, maar allez c'est moi. Die andere romans zijn: Stralende dagen van Michael Cunningham en Extreem luid & ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer. Met enige goede wil past hier ook Het complot tegen Amerika van Philip Roth bij. Al deze boeken heb dit jaar gelezen. In deze boeken staat het gedrag van individuen als reactie op terreur centraal. Bij McEwan en Foer speelt de aanslag op de Twin towers op 11 september 2001 of de nasleep daarvan een rol, maar in alle boeken is er een (dreigende) terreur waartegen de hoofdpersonen zich teweer stellen. Het boek van Foer viel me zoals hier eerder gerapporteerd tegen, maar de andere boeken vond ik groots.Met Zaterdag heeft McEwan in mijn ogen een meesterwerk geschreven. Het boek omspant ruim 24 uur uit het leven van neurochirurg Henry Perowne: zaterdag 15 februari 2003, de dag waarop in Londen een massabetoging tegen de dreigende oorlog tegen Irak gehouden wordt. Die betoging is voortdurend op de achtergrond aanwezig, maar is ook de oorzaak voor het onschuldige auto-ongelukje dat Perowne krijgt dat later die dag echter nog een gevaarlijk vervolg krijgt. Lees dit boek, want het zijn niet alleen de gebeurtenissen die boeien (werkelijk alles grijpt in elkaar en geen enkele gebeurtenis is zonder reden). Hiernaast zijn het ook de fantastische stijl (en vertaling) en de minutieuze beschrijving van alle handelingen, gedachten en associaties die je als lezer van je omgeving doet afsluiten. McEwan beschrijft zelfs een hersenoperatie die Perowne uitvoert, de vaktermen buitelen over elkaar heen. Je snapt er geen zier van, en toch is het spannend! Bij Cunningham is het de zoektocht naar de schoonheid die het individu in de harde en bedreigende omgeving overeind houdt; bij Foer de kinderlijke onschuld en wijsheid. McEwan kruist op meesterlijke wijze twee degens tegen de terreur: wetenschap en poëzie. Wat is dit een goed boek!
27 december 2005
Dit land kan zoveel beter
Jonstleden vrijdag signeerde Wouter Bos zijn boek Dit land kan zoveel beter bij Scheltema in Amsterdam. Ik ben het er wezen kopen en heb het als kerstcadeau voor M. laten signeren. Wat me opviel: het was er flink druk en de overgrote meerderheid van de mensen in de rij was van jeugdige leeftijd. Ik denk dat Wouter Bos populairder is dan de standpunten van de PvdA.Het is bepaald geen slecht boekje geworden; vlot geschreven en zeker inspirerend. Ik hoop oprecht dat Wouter Bos bij de komende verkiezingen het huidige kabinet naar huis weet te sturen. Een sjagrijniger regering dan het kabinet-Balkenende heeft Nederland geloof ik nog niet eerder gehad. Het is als bij een matig concert: de noten zijn er wel, maar er klinkt geen muziek. Ofwel: cola in een fles waar al een dag de dop vanaf is. Bij alle kritiek op Wouter Bos: hij is de enige van de huidige politieke leiders die een statement durft af te geven en hoegenaamd geen slechte bovendien. Het overgrote deel van het boekje gaat over zijn eigen carrière en over zijn analyse van de huidige werkelijkheid. Pas aan het eind komen zijn oplossingen tevoorschijn. Ik ga daar mijn stem voor geven.
Pindakaas
Vorige week in de forensentrein van Karel van het Reve de bundel Met twee potten pindakaas naar Moskou gelezen (1970). Het bevat een aantal stukken die eind jaren zestig met name in Het Parool en de Volkskrant verschenen, tijdens zijn verblijf als correspondent in de Sovjet-Unie. Natuurlijk staat de aard van het communistische regime centraal, maar soms ook alledaagse onderwerpen als een voeltbalwedstrijd tussen de Sovjet-Unie en België. De bureaucratische wijze van het berekenen van de huur van een woning in Moskou wordt door Van het Reve fijntjes nagedaan. Het boek bevat ook vier wat langere artikelen waarin Van het Reve in zijn karakteristieke droge stijl de gebeurtenissen tijdens de twee Russische revoluties van 1917 beschrijft. Geenszins volledig, maar voldoende informatief.En ja, ook in deze stukken die nonchalante slordigheid waar Jeroen Brouwers in De schemer daalt (Feuilletons 7) flink tegen tekeer gaat: "De man schreef dusdanig slordig dat ik er kloppende koppijn en hartkrimpingen van ergernis door krijg." Inderdaad: Van het Reve vindt het geen probleem om bepaalde feiten niet te staven, en gebruikt termen als 'of zoiets', 'wat er verder gebeurde weet ik niet meer', 'er zal ongetwijfeld een fout inzitten' (bij die huurberekening). Ik stoor me er niet aan en vindt het zelfs wel grappig bij Van het Reve. Ik mag zijn boeken graag lezen vanwege zijn tegendraadsheid en vermogen om via beschrijvingen van kleine voorvallen een groter geheel te duiden. Van het net geplukt: een mooie foto van Van het Reve met uitgever G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1982. Foto: Ewoud de Kat.
2x Bob den Uyl
Ik las nog nooit eerder iets van Bob den Uyl. Jeroen Brouwers schreef in De schemer daalt (Feuilletons 7) dat ik begin december las zo'n toegewijd essay over deze Rotterdamse schrijver, dat ik bij internetantiquaritaat Klondyke in Almere twee aldaar beschikbare titels van Den Uyl kocht en deze achterelkaar las: de verhalenbundel Een zachte fluittoon en zijn roman Een zwervend bestaan. Ik heb beide boeken met groot plezier gelezen.Een zwervend bestaan dateert van 1977 en heet een roman te zijn, maar is het eigenlijk niet. Op het achterplat schrijft Den Uyl: "Een zwervend bestaan is opgebouwd uit zesentwintig afgeronde fragmenten, die te zamen een beeld geven van, of delen van, mijn leven vanaf jeugd tot heden. Het accent valt hierbij op reizen of in ieder geval verplaatsingen in de ruimte van mijzelf en anderen, en commentaar daarop. Het leven, zo is mij ten slotte duidelijk geworden, is voor iedereen van het begin tot het einde een treurige zwerftocht om, als je ten minste geluk hebt, een aantal rustpunten heen.
Geen aan de schrijftafel bedachte verhalen dus, maar niets dan de harde waarheid, zij het een keuze daaruit. Met wat goede wil zou je het een autobiografische roman kunnen noemen, waarom niet."
Een bijzonder fraai werk, waarin Den Uyl het 'ijzig geouwehoer, smaakvol opgedist, ook' (Komrij) treffend in praktijk brengt. Meerdere fragmenten beginnen over een bepaald onderwerp, waarna binnen enkele regels een haakje openen verschijnt, de schrijver soms anderhalve pagina lang een zijweg bewandelt, en dan na een haakje sluiten gemoedereerd verdergaat waar hij gebleven was. Bovendien bedriegen de openingen van menig fragment de lezer: het onderwerp waar het stuk mee begint, is niet altijd het onderwerp waar het stuk mee eindigt. Of zoals Jeroen Brouwers schrijft: "Den Uyl moest het hebben van 'freewheelend' vertellen, vrij associërend om zich op die manier de krankzinnigste wendingen toe te staan, - van waarneming naar herinnering, van belevenis naar filosofische bespiegeling, alles luchtig en elegant van zegging en met bijna verijblijvende terloopsheid, maar dit laatste is gezichtsbedrog."
Een zachte fluittoon dateert van 1968 en bevat acht verhalen. Sommige vond ik zeer geslaagd; een enkele niet. Groots vond ik het verhaal 'Luister, een Montenegrijnse oorlogszang!' waarin de ik-figuur op zoek gaat naar de authentieke volksmuziek in Calabrië, maar helemaal niets vindt. In beide werken valt naast de door Komrij en Brouwers genoemde eigenschappen van Den Uyls proza ook diens stilistische kwaliteiten op. Den Uyl schrijft mooi verzorgd Nederlands. De woorden zijn ondanks het 'geouwehoer' en 'freewheelen' altijd goed gekozen. Ik ga zeker meer boeken van Den Uyl opsporen.
ps De fraaie foto van Den Uyl is gemaakt door Chris van Houts- bij wijze van copyright
17 december 2005
Jeroen Brouwers: Feuilletons lente 1998
Alles wat zijn vogelhart begeerde: dagelijks alle zaden daar hij van hield zulke te eten, alsook regelmatig 1 slaatje bla, 1 busseltje muur, 1 precies tussen de tralies van zijn kooi door passend stukje appel. Zangparels ook en honingzaadstengels. Slijpstenen om de bek aan te scherpen. Twee zitstokjes laag, 1 zitstokje hoog en ook nog een schommeltje.
Maar zingen neen. Al hing ik hem in de zon of in de schaduw, een beetje leuke roller uit zijn keeltje laten glijden om mijn mistroostigheid, gelijk aan die van de keizer van China, wat te verzachten, kon hij niet, lukte hem niet. Hij zei alleen maar piet.
Daar had hij wroeginkjes over, dat was wel duidelijk, maar als ik de keuken betrad, begon hij toch enthousiast te dansen en met zijn staart te waaieren (alsof hij 'kwispelde') en steeg er een soort gekwetter op uit zijn keel. Dan verstond ik dat hij zei: 'Ha die schrijver, hoe is 't, bonkig stuk saggerijn?'"
Alles is iets. Dagboekbladen en brieven. Feuilletons lente 1998 is samen met Extra Edietzie de vermakelijkste van de tot op heden verschenen zeven Feuilletonsboeken. Het boekje was het zoeken meer dan waard; ik las het gisteren in een dag uit. Bovenstaand citaat bezorgde me in de overvolle avondtrein de slappe lach; de tranen biggelden over mijn wangen. Ik zal later eens een overzichtje schrijven van de zeven Feuilletons van Jeroen Brouwers.
15 december 2005
Ontroert Foer?
Wederom in drie dagen in de trein een heel boek uitgelezen. Dit keer Extreem luid & ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer. Zijn eerdere roman Alles is verlicht las ik een paar jaar geleden, en vond ik boeiend én verrassend tegelijkertijd. Verrassend vanwege de schrijflust en originaliteit die een mid-twintiger ermee wist te produceren. Over zijn tweede roman lees ik op internet allemaal juichende recensies en berichten dat men erbij heeft zitten lachen en huilen. Mah, nou..., het zal aan mij liggen, maar ik ben niet zo overtuigd van dit boek. Het boek heeft meerdere lagen in zich, maar handelt kortgezegd over de zoektocht van een wijs en beetje wereldvreemd jochie van 9 (een echte bèta-denker) naar zijn vader die op 9/11 2001 omkwam bij de aanslag op het WTC in New York. Foer legt een verband met het bombardement op Dresden en de wijze waarop individuen (familie van het jochie) daarmee omgingen. Ik had nogal moeite met de steeds wisselende vertelperspectieven, als ook met de typografische variaties en de illustraties. Alleen de pagina's met de steeds dichter wordende belettering, uiteindelijk overgaand in een zwarte brij letters vond ik sterk gedaan: de pagina's beelden zo het instorten van de twee WTC-torens uit. Maar verder ben ik puriteins ingesteld: een roman die illustraties nodig heeft om het verhaal kracht bij te zetten is in zichzelf blijkbaar niet beeldend genoeg. Het stoort mij een beetje en brengt me als lezer uit balans. Eerlijk gezegd: ik had heel dikwijls het gevoel dat ik niet alles begreep. Het kan best aan mij liggen, maar ik acht mezelf tegelijkertijd voldoende leesvaardig om dan ook het boek deels aansprakelijk te stellen voor mijn onbegrip. Foer is zeker een schrijver waarvan nog het nodige verrassends te verwachten valt, maar dit boek heeft mij niet geraakt.En ja: Alles is iets van Jeroen Brouwers is binnen! Ik heb nu zijn serie feuilletons compleet. Een zoektocht van een jaar is ten einde. Met dank aan die onvolprezen site Antiqbook én antiquariaat Diogenes in het Belgische Damme. Ik begin morgen meteen met het te lezen. Tjee: ik typte net deze laatste regels en wilde even de naam van dat antiquariaat en het plaatsje Damme verifiëren. Kwam ik via google op de site www.dammeboekendorp.be. Staat er een fotootje op van het stadhuis en herkende het als een plaats waar ik ooit eens heel even geweest ben en op dat bordes heb gestaan. Het ligt geloof ik tussen Brugge en Zeeuws-Vlaanderen. Ziehier dat stadhuis. Aardig toch?
12 december 2005
In aantocht...
11 december 2005
Passievrucht
Vandaag De Passievrucht van Karel Glastra van Loon uitgelezen. Soepel lezend verhaal over de zoektocht van een vader naar wie de échte vader van zijn zoon is. Mooi gegeven, goed uitgewerkt en boeiend verteld. Alleen: ik weet nu al dat het boek niet beklijft. Het daagt je niet uit, biedt geen palet emoties waar je vol van raakt en verrast je na 15 pagina's ook niet verder. Je wilt weten wie nu wél die vader is en daarom lees je verder; de rest is eigenlijk niet echt interessant. Ik kon dit boek natuurlijk niet ongelezen laten (zoveel lezen en dan deze bestseller negeren), en ik heb er ook geen spijt van. Maar na deze eenvoudige landwijn snel aan de rijpe bourgogne. Oef, dat lijkt op een opdracht...!
08 december 2005
Spaans Hondje
In drie dagen in de trein Een Spaans hondje van Rascha Peper gelezen. Het boek is een bewijs voor de vreemde en gelukkig zeldzame ervaring dat je een boek weliswaar geboeid en met gretigheid leest, maar het uiteindelijk niet geslaagd vond. Ik heb inmiddels het merendeel van de boeken van Peper gelezen, en dit is toch het minste. Er is een goede setting, er gebeurt vanalles en de spanning wordt ook goed opgevoerd, maar het einde blijkt teleurstellend en dan besef je dat alle informatie in het boek er niet toe deed (terwijl je daar wel vanuit ging). Want Peper suggereert een hoop (door de dood van de moeder, de dromen), maar die vallen niet echt op hun plaats. Eén van de broers (Victor) verdwijnt halverwege het boek, en zoals de achterplattekst vermeldt: 'Hij schept een raadsel waarop de achterblijvers ieder op hun eigen manier reageren.' Tja, als hij dan uiteindelijk wordt opgespoord, dan verwacht je op zijn minst een verklaring. Maar nee, men drinkt op een terras een goede fles wijn en dat is het dan. Peper is ook slordig: ze vertelt ergens dat broer Felix eens cd's brak met daarop en paar zeikerige Hongaarse dansen van Ravel. Brahms componeerde Hongaarse dansen, Dvorak Slavische dansen maar niet Ravel. Maar goed, da's een onvergeeflijk kleinigheidje.
05 december 2005
Het boekenschrift (2): het prille begin
Het eerste boek in mijn boekenschrift dateert van januari 1989. Het boekenschrift kocht ik op 9 januari 1991, nadat ik de dag ervoor het boekje van Felix Eijgenraam gekocht en gelezen had. Blijkbaar was ik er zo door geïnspireerd dat ik meteen de dag erna naar een kantoorboekhandel ging om dit schrift te kopen...
Daarin heb ik toen meteen het definitieve systeem voor de boekendagboeknotities vastgelegd; dat systeem hanteer ik tot op de dag van vandaag. Ik ben toen eerst alle boeken van die systeemkaartjes in het schrift gaan overschrijven, startend met januari 1989 (Hugo Claus: Vrijdag), waar slechts de opmerking verplicht voor lit. tentamen bij stond. Verder ? blz. en in de kolom bestemd voor de waardering eveneens een ?. Bij het tweede boek (Ivo Michiels: Het afscheid) dezelfde summiere aantekeningen, wél dat het boek 154 bladzijden besloeg. Met ingang van 1990 noteerde ik structureel het aantal pagina's van de gelezen boeken, zodat ik vanaf dat jaar een overzicht van het totaal aantal gelezen boeken en totaal aantal boekpagina's per jaar bezit. Later zal ik inzicht geven in de wijze waarop ik mijn boekenschrift heb opgebouwd. Alles stapje voor stapje! Voor de nieuwsgierigen wel een tip: via de link kun je op mijn persoonlijke website komen, waar je per jaar gerangschikt alle gelezen boeken sinds 1989 aantreft. Inderdaad: deze leeslog heeft een voorloper...
04 december 2005
Jeroen Brouwers Feuilletons 7
Vandaag Jeroen Brouwers' De schemer daalt. Slenteren door mijn boekenkast uitgelezen, het zevende deel van zijn éénmanstijdschrift Feuilletons. Ik kocht het boek al in mei, maar pas dezer dagen nam ik het ter hand. Het is het achtste boek van Brouwers dat ik dit jaar las, en wederom een bewijs van Brouwers' essayistische meesterschap en eruditie. De Feuilletons behoren tot de parels in mijn boekenkast; ieder deel gaf me intens leesgenot. Zo ook bij dit deel, dat vooral een aantal Vlaamse schrijvers tot onderwerp heeft. Brouwers schrijft over enkele volledig vergeten auteurs (Maria Messens, Frans Buyle) of literaire figuren (Freddy de Vree) en doet dat met zulk een toewijding en genegenheid voor zijn onderwerp, dat je niet begrijpt dat deze figuren ooit vergeten zijn. Bovendien: wie denkt dat Brouwers in zijn essays alleen maar kan schelden, moet dit boek lezen. Ontroerend zijn de twee laatste stukken Autobiografische suite en Heimwee waarin Brouwers de lezer een kijkje in zijn getergde ziel gunt. Nogmaals: wie helpt me aan dat onvindbare Feuilletons-deel Alles is iets? Ik heb nog lang niet alles van Brouwers gelezen, ook al verslond ik de afgelopen jaren al ruim 20 boeken van hem. Brouwers is onmiskenbaar één van de beste Nederlandse schrijvers!
30 november 2005
Harry Potter 6
Eindelijk Harry Potter en de Halfbloed Prins kunnen uitlezen vandaag. Ik kocht het boek op de dag van verschijnen (19 november) en ben er toen ook in beginnen te lezen, maar door drukte kwam ik er nauwelijks aan lezen toe. Aan de kwaliteit lag het niet, want ondanks de hype en het circus eromheen vind ik het een geslaagd geheel, die Potter-cyclus. Het verhaal zit ingenieus in elkaar en biedt voldoende verrassingen. Natuurlijk: het is een boek voor kinderen en als volwassene doorzie je die trucjes die de schrijfster uithaalt om het voor die leeftijdsgroep aantrekkelijk te maken. Maar daar is niks op tegen. In dit zesde deel wordt duidelijk hoe de uiteindelijke strijd tussen Harry Potter en Voldemort beslecht zal moeten worden. Het lijkt me niet eenvoudig om in het nog te schrijven laatste deel alle eindjes aan elkaar te knopen. We wachten dus af. Nu weer terug naar de grotemensenliteratuur. Ik heb de laatste feuilletons-uitgave De schemer daalt van Jeroen Brouwers van mijn plankje 'nog te lezen boeken' gehaald.
19 november 2005
Het boekenschrift (1): de plezierfactor
Met dit boekje is het allemaal begonnen: De plezierfactor van Felix Eijgenraam. Ondertitel: Nut en genot van het boekenschrift. Ik kocht het op 8 januari 1991 bij de V&D in de Amsterdamse Kalverstraat voor fl. 14,95 (inderdaad: ook de aankoopgegevens houd ik bij). Ik denk dat ik erop geattendeerd ben door een artikel in de krant, want Eijgenraam schreef regelmatig voor NRC Handelsblad. Bovendien ontstond het uit een stuk in die krant waarin hij schreef dat hij zo'n boekenschrift bijhield en op dat gebied waarschijnlijk wel een uitzonderlijke neuroot zou zijn. De vele reacties van mensen die een vergelijkbaar systeem erop nahielden vormden de basis voor dit geweldige boekje van 71 bladzijden. In dit boekje geeft Eijgenraam voorbeelden van hoe je een boekenschrift kunt inrichten, welk nut en plezier je ervan kunt hebben en welk wetenschappelijke waarde een verzameling boekenschriften eigenlijk heeft. Om op dat laatste in te gaan: Eijgenraam vertelt dat een verzameling leesverslagen van de 'gewone' lezer meer zegt over de receptie van een boek dan de verkoopcijfers of de recensies. Want uit hoge verkoopcijfers kun je niet waterdicht afleiden dat mensen die boeken daadwerkelijk hebben gelezen en dat ze die boeken ook gewaardeerd hebben. Om een voorbeeld te noemen: de meeste lezers die ik ken hebben De wetten van Connie Palmen in de kast staan; dat boek was indertijd ook een enorme bestseller. Maar ik moet de eerste nog tegenkomen die me zegt dat-i dat een fantastisch boek vond...In De plezierfactor krijgt één boekenlezer extra aandacht: Maarten 't Hart. Deze veellezer begon op 1 januari 1960 met een boekenschrift. Zoals bekend is zijn leeshonger niet te stillen; het aantal gelezen boeken per jaar van 1960 tot 1989 varieert tussen ruim 100 en 472!
Uit de genoteerde gegevens zijn allerlei grafieken te herleiden, en daar geeft het boekje ook fraaie voorbeelden van. Denk bijvoorbeeld aan het aantal boeken (per jaar), het aantal bladzijden (per jaar, per boek gemiddeld), de leesduur per boek, een waarderingssysteem enzovoort. Het volgende schema is daarvan nog het simpelste voorbeeld, maar hoe geweldig leek me dat om zoiets ook ooit van mijn eigen leesgedrag te kunnen maken:
Ik kom in latere blogs terug op mijn eigen boekenschrift, maar ik moest daartoe natuurlijk eerst dat geweldige boekje noemen van Felix Eijgenraam. Hulde aan hem, die in 1994 op 37-jarige leeftijd overleed. Alleen al voor dit boekje verdient hij herinnerd te worden!
18 november 2005
Tommy Wieringa: Joe Speedboot

Vandaag uitgelezen: de nèt niet met de AKO-literatuurprijs bekroonde roman van Tommy Wieringa: Joe Speedboot. Het is één van de meest vermakelijke en verrassende romans die ik de afgelopen tijd gelezen heb. De stijl van Wieringa is levendig en vlot, en je valt van de ene verbazing in de andere. Het perspectief van de ik-figuur die aan een rolstoel gekluisterd is, en daardoor aanvankelijk vooral observeert in plaats van aan de handeling deelneemt, is erg goed gekozen. Het boek bevat ontzettend veel scherpe uitspraken, die me deden afvragen waar Wieringa ze vandaan heeft gehaald. Volgens mij moet hij ze in vele jaren verzameld hebben. Ze maken duidelijk dat Wieringa met een scherp oog naar zijn omgeving kijkt. Naast dit alles valt er met dit boek vooral ook veel te lachen; ik heb meerdere keren zitten schateren. Dit is één van die boeken die je dat heerlijke gevoel geven dat lezen eigenlijk de allerfijnste bezigheid is! Ik vertel hier niet waar het boek over gaat, want je moet het absoluut zelf gaan lezen. Goed hoor, van die Tommy Wieringa. En morgen verschijnt de nieuwe Harry Potter, dus op naar Zweinstein.
14 november 2005
Wat heeft een speedboot te maken met een iPod?

Meteen na het uitlezen van het Geheim Dagboek van Hans Warren ben ik begonnen in Joe Speedboot van Tommy Wieringa. Ik had gedacht het dit weekend uit te lezen (want het is een vermakelijk en goed geschreven boek - tot op 60 bladzijden althans). Maar afgelopen zaterdag heb ik een iPod gekocht, en ben nu even in de wolken met dit kleine witte wonder... Geef me dus nog een paar dagen voordat deze blog wordt aangevuld. Er volgen echter een paar dagen met lange treinreizen, dus ik ga de iPod en Speedboot met elkaar proberen te combineren!
09 november 2005
Geheim Dagboek (2)

Vandaag Geheim Dagboek 1987-1990 van Hans Warren uitgelezen. Een prachtig deel, waarin kunst, eten, de relatie met M. en de perikelen daarin centraal staan. Warren bezoekt veel tentoonstellingen, maakt kortere reizen door Frankrijk en is jurylid van de AKO-prijs. Interessante noviteit in dit deel is dat M. verliefd wordt op een vrouw die ze bij televisieopnames leren kennen; het levert veel spanning en ruzies op. Ondanks deze 'stormen' geniet Warren van het leven: zijn zintuigen werken op volle kracht en in glooiend proza schrijft hij daar prachtig over. Het lezen van het Geheim Dagboek is een genotvolle bezigheid waarvoor je de tijd neemt en dat verrassend én vertrouwd is. Het monument is weer een stukje hoger geworden. Tenslotte: wie meer wil weten over Hans Warren neemt een kijkje op deze website.
Innemend
Ergens in Utrecht, gegrift in een stoeptegel.
07 november 2005
Help!

Ik ben een groot liefhebber van het werk van Jeroen Brouwers. Ik heb nog lang niet alles van hem gelezen, maar sinds een jaar of twee (toen ik structureel zijn boeken begon te lezen) heb ik toch zeker zo'n 20 titels van hem gelezen. Onbetwist hoogtepunt zijn de twee kloeke delen met brieven Kroniek van een karakter (let op: met dezelfde titel is in de serie Privé domein en onlangs bij Uitgeverij Atlas herdrukt een bekort, ééndelig uittreksel daaruit verschenen). Ook het essayistische werk van Brouwers vind ik verheven boven zijn fictie; de feuilletons-uitgaven bijvoorbeeld bieden de lezer een bron van vermaak, eruditie en vakmanschap. Alleen: waar is dat ene onvindbare Feuilletons deel 4 Alles is iets? Wie kan mij helpen aan een exemplaar? Alle zoekmachines, internetantiquariaten, verborgen uitdragerijtjes gespecialiseerd in onvindbare boeken verscholen in duistere stegen in alle steden van Nederland en ook De Slegte: helaas meneer. De overige Feuilletons-delen zijn ofwel gewoon leverbaar, ofwel eenvoudig via de antiqbook- en andere websites op te sporen. Maar van dit deel 4 ontbreekt ieder spoor. Eeuwige roem voor wie mij de gouden tip doet toekomen!
06 november 2005
Pietlut?

Vorig jaar een onverwacht succes, en nu herhaald en nagebootst: een serie van 10 boeken voor slechts een paar euro per deel, met bon uit de krant. De Volkskrant en uitgeverij Meulenhoff lanceerden vorig jaar de serie met tien boeken van Nobelprijswinnaars. En nu heeft dezelfde combinatie een serie met boeken die een literaire prijs ontvingen; het Parool biedt de Bibliotheek van verboden boeken.
Ik tik graag boeken op de kop; en gebonden uitgaven zijn geenszins te versmaden. Er zijn echter twee redenen waarom ik de series links laat liggen. Allereerst koop ik alleen boeken waarvan ik me stellig voorneem ze ook daadwerkelijk te lezen. Niet alle boeken uit de series leken me noodzakelijk om te lezen. Daarnaast had ik sommige boeken al. Conclusie: ik zou dus slechts enkele delen uit die series hoeven te kopen. En inderdaad: er zitten boeken bij die ik graag wil lezen (McEwan: Amsterdam / Brecht: De blikkentrommel / Rushie: Duivelsverzen etc.). Maar: welke idioot van een uitgever heeft goedkeuring gegeven aan het plaatsen van een groot serienummer op de rug van ieder omslag? Ik wil in mijn boekenkast tussen mijn paar McEwan-titels geen uitgave waarop een grote 1 prijkt. Of bij de Dostojevski's een boek met een vette 9.
De uitgever die dit heeft goedgekeurd heeft de series niet voor boekenliefhebbers uitgegeven, maar voor Lecturama- en Encyclopedie-verzamelaars. De series zijn bedoeld voor mensen die zo'n mooi rijtje van 1 tot 10 naast elkaar willen hebben. Die de 120 dagen van Sodom van De Sade hoogstwaarschijnlijk nooit zullen lezen, maar het niet kunnen verdragen dat in het rijtje boeken in de kast het deel met de 5 op de rug ontbreekt. Ik gun die mensen boekenkasten vol series, maar als boekenlezer én als uitgever gruwel ik van deze manier van uitgeven. De series bieden titels die onderling geen inhoudelijke band met elkaar hebben en toch een rangnummer hebben gekregen. Ik ga voor de titels die ik wel wil lezen op zoek op naar een oudere druk...




