
Mijn verzuchting aan het slot van mijn vorige leeslog lijkt verhoord: vandaag werd bekend dat aan Jeroen Brouwers de Prijs der Nederlandse Letteren wordt toegekend. Hulde!
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.

Het boek stond al twee jaar in mijn kast, maar pas nu las ik het: De laatste deur van Jeroen Brouwers. Ondertitel: Essays over zelfmoord in de Nederlandstalige letteren. Het is een groots boek, behorend tot het beste wat Brouwers publiceerde. Ruim de helft van het boek (van iets meer dan 500 bladzijden) besteedt Brouwers aan minibiografietjes en verhandelingen over schrijvers die de hand aan zichzelf sloegen. Daaronder bekendere schrijvers (Ter Braak, Haverschmidt, Emmens, Arends en T'Hooft), en ook veel onbekende. Hij schrijft met eerbied over hen, en ontkracht waar mogelijk de vele geruchten die over hen de ronde doen/deden. Maar soms schrijft Brouwers ook met ingehouden woede, zoals in het stuk over Dirk de Witte, die hij het flink kwalijk neemt dat hij voorafgaande aan zijn zelfmoord allerlei vage tekenen noteerde en uitsprak, en zo de nabestaanden opzadelde met een zoektocht naar een zogenaamde diepere waarheid die echter helemaal niet bestond. Hiernaast ruimt Brouwers veel plaats in voor allerlei essays over zelfmoord, de terminologie en het taboe rondom zelfmoord, de wijze waarop zelfmoord in jeugdliteratuur wordt weggemoffeld, enzovoort. Dit alles bij elkaar levert een meesterlijk boek op, met eruditie geschreven in een stijl die niet minder verheven is. Wat een gevarieerd en belangwekkend oeuvre heeft Brouwers toch op zijn naam staan. En nog steeds geen PC Hooftprijs... Schandalig!
In de NRC van vandaag kreeg het boek niet zo'n goede recensie, maar ik vond Reporter van de Amerikaanse journalist David Remnick een fantastisch boek. Het bevat reportages en portretten uit het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker; een dergelijke diepgang kennen we in de Nederlandse journalistiek niet (meer). Remnick portretteert Al Gore, Tony Blair, Philip Roth, Don Delillo, Vaclav Havel, Solzjenitsyn, Vladimir Poetin en Amos Oz; velen interviewde hij ook. Hiernaast ook prachtige reportages over de PLO, Hamas en de bokser Mike Tyson. De meeste stukken tellen meer dan 30 pagina's - tja, dan gaat het tenmiste ergens over. Ieder stuk lees je met de overtuiging dat Remnick je de kern van zijn onderwerp aandraagt. Hij observeert scherp bovendien. Een bijzonder goed boek!
Van Geert Mak verscheen onlangs de bundel met essays en toespraken De goede stad. Het is een aardige verzameling met interessante stukken over o.a. de stad als entiteit, geplaatst tegenover het platteland, maar ook als symbool van (verderfelijke) westerse levensstijl. Boeiend zijn vooral de toespraken die Mak hield als inleiding van heidagen van burgemeesters en wethouders van de grootste steden, of een brainstormbijeenkomst van een ministerie. Dan vertelt hij een verhaal waarin de boodschap is: regel nou gewoon datgene wat geregeld moet worden waar iedereen het over eens is, maar wat jullie blijkbaar niet kunnen of willen. Ik vind Mak af en toe iets teveel een zeurpiet die ondanks zijn sociologische, dus abstracte perspectief zijn eigen persoonlijke nostalgie teveel laat meewegen, wat hem onbedoeld een generatieschrijver maakt. Aan dat euvel lijden ook de boeken waar hij bekend mee werd: Een kleine geschiedenis van Amsterdam, De eeuw van mijn vader en In Europa. Zodra in die boeken de chronologie is aanbeland bij het punt waar hij zelf onderdeel van de tijd uitmaakt, verworden ze tot egodocumenten. En dat is niet Maks sterkste kant. Maar het moet gezegd: dit boek was eindelijk weer eens een goed leesbare Geert Mak.
Het boekenweekgeschenk en -essay blijken aardige lectuur voor een buiige zondagmiddag, maar ook niet meer dan dat. In De brug vertelt Geert Mak een soort minisociologie van de Galatabrug in Istanboel: verhalen van de vaste 'bewoners' van de brug, afgewisseld met een kort overzicht van de rol van Turkije in de geschiedenis als brug tussen west en oost. Lezenswaardig allemaal, maar niet diepgravend. De opzet en de stijl van het verhaal lijken sterk op de achtergrondreportages zoals die dikwijls in de periodieke zaterdagse kleurenbijlage van NRC Handelsblad staan. Dit boekenweekgeschenk is dit keer dus een ander product dan we de laatste jaren gewend waren: geen novelle of verhaal maar een journalistieke reportage.
Sinds een jaar of acht verschijnen bij uitgeverij Mets en Schilt vertalingen van boeken van de Duitse journalist en gelegenheidshistoricus Sebastian Haffner (pseudoniem voor Raimund Pretzel, 1907-1999). Zijn Het verhaal van een Duitser 1914-1933 is wellicht het bekendst, maar eigenlijk is ieder boek van Haffner een topper voor wie in de geschiedenis van Duitsland is geïnteresseerd. Zijn boeken tellen nooit meer dan 300 bladzijden (dikwijls eerder rond 200) en daarmee legt Haffner in heldere taal zijn kijk op een bepaald aspect van de Duitse geschiedenis bloot. De zeven doodzonden van Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog en Kanttekeningen bij Hitler zijn het meest geniaal: weinig woorden, maar complete duiding. Daar houd ik van. Een korte maar heftige buikgriep kon ik met de nieuwste vertaling draaglijk maken: Van Bismarck tot Hitler. Duitsland 1871-1945. In dit laatste boek van Haffner (uit 1987) betoogt hij dat het Duitse Rijk reeds bij zijn ontstaan in 1871 gedoemd was te mislukken. De ongelukkige omvang en de geografische ligging maakten het rijk een misbaksel. Anders gezegd: het was te groot om geen bedreiging te vormen voor de andere grote mogendheden en die grensden bovendien aan alle kanten aan Duitsland. In tien hoofdstukken geeft Haffner in chronologische volgorde een beschrijving van de binnenlandse en buitenlandse politiek van Duitsland tussen 1870 en 1945, met nadruk op Bismarck, de Eerste Wereldoorlog, Weimar en Hitler. In feite is dit boek daarmee een kort overzichtswerk geworden. Haffner is een uitmuntend historicus. Vooruit kijken was niet zijn sterkste kant. Op de laatste bladzijde schrijft hij: ...een hereniging waarbij de twee Duitslanden zoals zijn nu zijn, samengesmolten kunnen worden tot een goed functionerende staat, kan men zich niet voorstellen, zelfs niet theoretisch. Drie jaar na verschijnen van dit boek was de hereniging een feit, en bestaat het Duitse Rijk in omvang en geografische ligging weer ongeveer zoals het voorheen bestond. Daarmee is de hoofdstelling van Haffner in dit boek door de tijd ingehaald, maar dat is dan ook de enige kanttekening bij dit wederom geweldige boek.
Avonturen op de wijnroute van Kermit Lynch is al bijna 20 jaar oud, pas in 2005 in het Nederlands vertaald en nu aan zijn tweede druk toe. Het blijkt nog steeds een meer dan uitstekend boek over de geheimen en de duistere kanten van de wijnindustrie. Lynch is een Amerikaanse wijnhandelaar die in dit boek verslag doet van zijn reizen naar Frankrijk om daar de beste wijnen te selecteren die hij in zijn winkel wil leggen. Het boek is ingedeeld naar de belangrijkste wijngebieden van Frankrijk; beginnend in de Loirestreek reist Lynch tegen de wijzers van de klok in door Frankrijk, eindigend in Chablis. Een goed glas wijn bevat meer dan alleen wijn. Het is een geschenk van de natuur dat zijn smaak ontleent aan de kwetsbaarste kanten van de mens. Zijn gevoel voor het schone, zijn idealisme en zijn virtuositeit. Deze laatste regels van het boek geven goed aan waarnaar Lynch op zoek is, en hoe kritisch hij is op allerlei machinaties in de wijnbereiding die het authentieke karakter van wijnen verpesten. Lynch verhaalt over zijn ontmoetingen met wijnboeren, waarvan sommigen de kwaliteit van hun wijn ondergeschikt hebben gemaakt aan de marktvraag en anderen juist tegen beter weten in vasthouden aan vaste gebruiken. Een verhelderend boek!
Mijn leesgedrag bevindt zich op een wat laag pitje. Er is veel werk te doen, dus tijdens de vele treinreizen zit ik dikwijls achter ander leesvoer, of mijn laptop. Daarnaast ben ik wat vastgelopen in Overtocht naar India van E.M. Forster. En dan kost het even voordat ik besluit het boek weg te leggen en over te stappen op wat anders. Dat werd eerst Hoe God verdween uit Jorwerd van Geert Mak, maar zijn psychologie van de koude grond is ook niet zaligmakend. Vorige week dan in drie dagen van Jeroen Brouwers het nieuw verschenen In het midden van de reis door mijn leven gelezen, dat als ondertitel de intrigerende term Oerboek draagt. Brouwers bezit een basismanuscript dat allerlei invallen, korte fragmenten en halve verhalen bevat. Dat oermanuscript blijkt een rijke bron voor veel van zijn werken. In dit boek een kort fragment daaruit, voorafgegaan door een lange uitweiding van Johan Vandenbroucke waar de elementen uit dat fragment allemaal zijn terechtgekomen. Het interessantst is echter het voorwoord van Brouwers zelf, die de ontstaanswijze van zijn oerboek verklaart. Verder bevat deze bundel nog De Exelse testamenten, die ik al eens eerder las in een andere uitgave. Deze bundel is een aardigheidje, maar ook niet meer dan dat, en alleen voor Brouwers-liefhebbers een hebbedingetje. Maar moge Brouwers binnenkort weer eens een hele essaybundel of roman publiceren...
In dit boekje betogen Ian Buruma en Avishai Margalit dat het Occidentalisme (haat tegen het Westen) geen hedendaags verschijnsel is, maar reeds in de 19e eeuw voorkwam en in de loop van de 20ste eeuw al meerdere verschijningsvormen had. De aanval op de Twin Towers in 2001 was natuurlijk spectaculair, maar zeker niet het eerste harde bewijs van het bestaan van Occidentalisme. Ik had in dit boekje desondanks een helderder analyse van de tegenwoordige strijd tussen het Westen en de moslimterreur gelezen, maar deze ontbreekt. Het boekje is vooral een historische schets over de wijze waarop westerse landen in het verleden schuldig waren aan het zaaien van afkeer en een analyse van waarom dit bij andere landen en andere religies kwaad bloed zette. Geen eenvoudig leesbaar boekje, maar ach: weer wat geleerd.
Ik ken de persoon aan wie het boek is opgedragen en was bij de uitreiking op de uitgeverij van het eerste exemplaar van Moederziel aan Herman Stevens. Ik las het vorige week en heb zeer van de roman genoten. Stevens schetst een fraai beeld van de jeugd van Wessel vanaf het moment dat zijn moeder met hem zijn vader verlaat en in het gebouw van haar eigen balletschool gaat wonen. De rustieke en weelderige stijl gaat hand in hand met de veilige en gelukzalige wereld van Wessel, en dat maakt lezen een ontspannen en heerlijke bezigheid. Moederziel is geen meesterwerk, het boek is niet spannend, er gebeurt weinig en herbergt geen diepgravende thematiek. Maar het is wel een verrassende en prettig stemmende roman van een schrijver van wie ik anders nooit iets gelezen zou hebben en waar ik nu blij om ben dat wel te hebben gedaan.
In Hitte doet de Amerikaanse journalist Bill Buford verslag van zijn ervaringen als keukenslaaf van het befaamde restaurant Babbo in Manhattan. Daar leert hij ontzag te hebben voor een zuivere bereiding van typisch Italiaanse gerechten en besluit naar Italie te gaan om te leren hoe je authentieke pasta maakt. Uiteindlijk gaat hij ook in de leer bij een Toscaanse slager, en leert er alles over vlees. Dit boek is een niet altijd evenwichtige beschrijving van dit alles, maar smaakvol is het alleszins. Meermaals kreeg ik de behoefte om alle recepten uit te proberen, om voortaan uitsluitend bij de allerbeste winkeltjes mijn eten te kopen, uitsluitend zelfgemaakte pasta's te eten en om zo snel mogelijk een kookcursus te volgen. Dat maakt dit boek dus geslaagd, ook al is het wat breedsprakig geschreven. Maar wie interesse heeft in eten en koken, moet dit boek absoluut eens lezen.
Van Hans Münstermann had ik nog nooit gehoord, totdat zijn roman De bekoring de AKO Literatuurprijs won. Ik heb het in twee dagen uitgelezen, en vond het best een aardig geschreven boek. Maar een meesterlijk boek? Niet echt. Alles wat de achterplattekst beschrijft wordt in het boek naar mijn idee niet waargemaakt. De bevrijdende glorende sixties? Niks van gemerkt. En wat dreef Andreas' moeder nu werkelijk tot het 'verraad'? Er wordt wel wat over geschreven, maar een afdoende verklaring wordt in het boek niet gegeven. Op zich niet erg, maar wie afgaat op de achterplattekst komt in dit boek bedrogen uit. Vanuit wisselende perspectieven en in verschillende periodes beschrijft Münstermann wat er op die dag in 1960 precies gebeurde en hoe de vlucht afliep. Een gewoon fraaie roman, dat wel.
De eerste dagen van het nieuwe jaar gingen wat lezen betreft vooral op aan het opnieuw bestuderen van de cursusmap over wijn; inmiddels heb ik examen gedaan en het wijnbrevet gehaald. In de trein het echte leesjaar begonnen met een 'dunnetje', maar daardoor niet minder fraai: Het verzonkene van Jeroen Brouwers. Het is een roman van nog geen 100 bladzijden met een sterk autobiografisch karakter. Brouwers blikt terug op zijn kinderjaren in Indie, de periode vlak na de oorlog in 's-Hertogenbosch en het internaat, en verklaart dat hij van zijn familie alleen zijn grootvader liefhad. Een kort en stemmig meesterwerkje dat meer vertelt dan het woorden bevat.
Van Ian McEwan las ik tot nu toe louter goede boeken, en dat dacht ik tot tien pagina's voor het einde ook van de roman Amsterdam, waar hij in 1998 de Booker Prize mee won. Net als in Boetekleed (leeslog juni 2006), Zaterdag (leeslog december 2005) en Ziek van liefde weeft McEwan een vaag web van verbanden; in die drie romans viel uiteindelijk alles op zijn plaats en werd je verbaasd door het ingenieuze plot. In Amsterdam wordt de door de twee hoofdpersonen afgesproken euthanasie wel zeer luguber uitgevoerd. McEwan, die zich normaliter voor zijn romans erg goed documenteert vergaloppeert zich in dit boek met zijn voorstelling van de Nederlandse euthanasiepraktijk. En dan mislukt zo'n plot, en heb je er als Nederlander nog een rare bijsmaak over ook. De eerste 165 pagina's zijn zeer overtuigend, in de resterende 25 gaat het mis.
Na zijn Leven als Gort in Frankrijk (zie leeslog 17 november j.l.) las ik van Ilja Gort het nog leukere Het wijnsurvivalboek. Het is een uiterst vermakelijk boekje, met heldere uitleg van de theorie (cq Gorts interpretatie ervan), en de nodige anekdotes uit de wijnwereld en belevenissen van Gort als wijnboer. Was Leven als Gort in Frankrijk af en toe iets te melig en te populair geschreven, in dit boekje is de toon precies goed getroffen. Achterin geeft Gort een uitleg van de belangrijkste termen waarmee wijn wordt gekarakteriseerd. Bij Finesse schrijft hij: Oei! Dat bofje hebben we helaas alleen als het een dure, tot zeer dure jongen betreft. Een complexe, verfijnde wijn met een lange, lange afdronk. Zo'n wijn komt binnen als een juwelendief met witte handschoenen, maar een seconde later vieren alle smaakpapillen tegelijkertijd feest. Zoet, zuur zout, en alle andere andere smaakkabouters leggen de handen op elkaars schouders en trekken in een joelende polonaise door uw mond. Tja, dan schiet ik in de lach. Hoogtepunt is het verslag van de 'Salon du vin', het jaarlijkse feest van de wijnboeren uit het dorpje in Bordeaux waar Gort ook zijn chateau heeft. Twee buurman-wijnboeren zijn tegen elkaar bijzonder hoffelijk wanneer ze elkaars wijn proeven. Maar zodra de een naar de wc is, zegt de ander: ' Zijn wijn is nog niet goed genoeg om je auto mee te wassen.' Een prima boekje!
In 2003 kreeg pianist en componist Michiel Borstlap de opdracht om een opera te componeren voor de Emir van Qatar. Het stuk moest in een paar weken klaar zijn, waarna het in allerijl werd gerepeteerd. De twee uitvoeringen (eerst in het Engels, een week later in het Arabisch) waren al gepland en zouden door Al Jazeera live worden uitgezonden in veel arabische landen. Zowel het componeren als het voorbereiden van de uitvoeringen bleken een chaotische toestand. De beschrijving van dit alles door Borstlap in dit boekje Opera in Qatar is onderhoudende lectuur. Borstlap is geen schrijver, en bij het zichtbaar ontbreken van een goede redactie zijn er in de tekst de nodige slordigheden blijven staan. Maar goed, het boekje leest lekker weg.
Denkend aan Holland is een uitermate geslaagd pleidooi van Thomas Rosenboom voor verlegenheid, geduld en het zich inhouden. In tegenstelling tot buitenlandse kinderen worden Nederlandse kinderen opgevoed met het uitgangspunt dat de wereld om hen draait. En daar krijg je vervelende, verveelde en agressieve mensen van. Rosenboom pleit voor een algeheel schreeuwverbod voor alle onderwijsinstellingen en het beperken van het televisie-aanbod in gevangenissen tot louter een klassieke-muziekzender en National Geographic: het perfecte medicijn tegen een agressieve inborst. Rosenboom moet maar minister in het nieuwe kabinet worden, vind ik.
Een heuse topper, deze nieuwe selectie brieven van Gustave Flaubert verschenen onder de titel Geluk is onmogelijk. Dit is nu de vierde vertaalde brievenbundel; hoeveel brieven liggen nog onvertaald te wachten? Wat mij betreft dient het nieuwe kabinet de vertaler een beurs te geven voor de tijd dat hij ermee bezig denkt te zijn om alles wat nog rest te vertalen. Want het lezen van Flauberts brieven is een van de meest gelukzalige bezigheden die er zijn. Ondanks het voorturende gekanker en gescheld van de schrijver. Zomaar wat citaten, dan begrijp je wat ik bedoel:
Een kleine maand geen updates toegevoegd - schande. Andere bezigheden hielden me van het lezen af. Nu dan toch weer twee nieuwe utigaven, te beginnen met wat eigenlijk geen boek is, maar een cursusmap. Het is de theorie van de wijncursus die M. en ik volgden: De drankenwereld, geschreven door Michel van Tuil. In januari volgt het examen, en dan ben ik hopelijk de trotse bezitter van het wijnbrevet, wat je er ook mee kunt. In deze cursusmap wordt eerst in nogal droge taal uitgelegd hoe het maken van wijn in zijn werk gaat en welke verschillende technieken hierbij worden toegepast. Daarna volgt een rondgang langs de belangrijkste wijnbouwgebieden van de wereld. Veel opsommingen, maar als naslagwerk zal het zeker nog zijn diensten bewijzen. Ik ben nu begonnen met het aarzelend opbouwen van een wijnvoorraad. Het kost allemaal een godsvermogen, maar ik moet erkennen dat ik me sinds kort hoofdschuddend afvraag waarom mensen bij de Albert Heijn zomaar een bulkwijntje meenemen, in plaats van zich te verdiepen in de rijke variatie aan gebieden, domeinen en druivensoorten. Ach ja, iedereen die zich met wijn bezighoudt ontkomt niet aan snobisme, dus vergeef me deze elitaire houding. Van de map kon ik geen omslag op het internet vinden, en hij is te groot om onder de scanner te leggen, dus daarom bovenstaand sfeerplaatje.
Op 7 november j.l. was het precies 50 jaar geleden dat Bernard Haitink voor het eerst een concert gaf met met Concertgebouworkest. Dat gouden jubileum werd begin deze maand gevierd met een prachtig concert waarbij Haitink een droomprogramma dirigeerde: Mahlers Das Lied von der Erde en Vierde symfonie. Het concert was vele keren uitverkocht, maar ik was erbij. In september ontstond er een relletje. Bij dit jubileum zou aan Haitink het eerste exemplaar van een boek overhandigd worden waarin zijn relatie met het Concertgebouworkest beschreven werd. Haitink had een stukje uit het manuscript mogen lezen, en wees de inhoud af. Communicatief eigenaardig als Haitink altijd al is geweest verklaarde hij dat het boek niet bij het jubileum overhandigd mocht worden, anders zou hij niet komen dirigeren. Enfin, de directie van het Koninklijk Concertgebouworkest trok zijn handen van het boek af, en voldeed aldus aan Haitinks eis. Het concert ging gewoon door, en het boek verscheen een week later in alle stilte. Het is geschreven door Jan Bank en Emile Wennekes, getiteld De klank als handschrift. Bernard Haitink en het Concertgebouworkest.
Van verschillende kanten werd ik een poosje terug geattendeerd op de boeken van Jonathan Coe, van wie ik nog nooit gehoord had. Ach ja, ik ben geenszins perfect. Daarom eerst begonnen met De Rotters Club, waarvan ook al een vervolg bestaat (De gesloten kring). Dat ga ik zeker lezen, want de inhoud van De Rotters Club is boeiend genoeg om te willen weten hoe het verder gaat met de hoofdpersonen. Dit boek speelt in de jaren zeventig; de hoofdpersonen zijn ongeveer even oud als ikzelf was in die tijd, ook al is dat de enige overeenkomst. Helemaal overtuigd van de opzet van dit boek ben ik niet. Van een (h)echte club is namelijk geenszins sprake. Bovendien ben ik niet overtuigd van de noodzaak om alles vanuit allerlei perspectieven te vertellen. Anders gezegd: mij werd niet duidelijk welk doel deze bonte verzameling perspectieven dient. Het komt me voor dat Coe teveel ineens wilde, want een heleboel verhaallijnen blijven onopgelost. Een slecht boek is dit echter niet; daarvoor heb ik het met teveel plezier gelezen en ook: de tijdgeest is goed te proeven. De onvoorspelbaarheid van die vele verhaallijnen is misschien wel het meest interessante aan het boek, maar als losstaand geheel voldoet het boek niet. Hopelijk biedt De gesloten kring helderheid...
Voor wie zich wel eens hoofdschuddend afvraagt hoe het ooit goed moet komen met de jeugd van tegenwoordig, is er nu een interessant boek verschenen: Generatie Einstein door Jeroen Boschma en Inez Groen. Het is een leerzaam en verrassend betoog waarin de eigenschappen van de jeugd geboren na 1985 wordt geanalyseerd en verklaard. De ondertitel Communiceren met jongeren van de 21ste eeuw slaat op het uitgangspunt dat het boek vooral bedoeld is voor beroepsbeoefenaren die veel met jongeren te maken hebben. In de laatste hoofdstukken van het boek komt de nadruk te liggen op hoe je als marketeer/reclamemaker de aandacht van jongeren kan trekken. Dat is niet het sterkste deel van het boek. Vooral de analyse van deze generatie (en de vergelijkingen die worden gemaakt met de vorige generaties X en babyboom) is erg boeiend. Enkele vergelijkingen:
De thuisreis van India naar Nederland bleek een enorm drama; uiteindelijk deden we er van het hotel in Delhi tot thuis in Amsterdam precies 24 uur over. 8 lange rijen, een vertraagde vlucht, aansluiting in Londen gemist, stressen om nog met een ander toestel mee te mogen etc. Die dag kende één lichtpuntje en dat was het boekje Kaas & de evolutietheorie van Bas Haring, dat ik tijdens de vlucht van Delhi naar Londen in één keer uitlas. Het is een boek geschreven voor jongeren en legt uit hoe het leven ontstond en hoe soorten leven zich ontwikkelden. Kern van Harings betoog is dat soorten niet een bepaalde eigenschap of gedraging ontwikkelden omdat die zo handig bleek. Het is slechts pure selectie: soorten waarvan individuen opeens een bepaalde gedraging vertoonden, bleken beter te kunnen overleven dan soortgenoten die dat niet deden. Het is dan een kwestie van overdracht en tijd (de biologische kopieermachine) om die gedraging bij een soort erin te krijgen. Of door Haring kernachtig samengevat: Doordat alle miljoenen, miljoenen en miljoenen mislukte planten en dieren van de aardbodem verdwijnen en alleen de succesvolle overblijven, lijkt het alsof de planten en dieren door iets slims bedacht zijn. Leuk boekje hoor.
Soms lees je op vakantie een boek dat past bij de reis die je maakt, en soms helemaal niet. In India las ik ook Leven als Gort in Frankrijk van Ilja Gort. Deze van oorsprong componist van reclamemuziek gooide in de jaren '90 het roer om en kocht een verlopen wijnchâteau in de Bordeauxstreek, en wist er binnen een paar jaar een bloeiend en gerespecteerd bedrijf van de maken. In dit boekje doet hij verslag van deze operatie. De stijl is nogal van dik hout zaagt men planken: maandenlang keihard pezen, nahijgend van de stress, ik voelde me of ik de hoofdpersoon was in een vruchtbaarheidsrite van de Boeroeboeroestam in Papoea Nieuw-Guinea, ik kan bijna leunen tegen de overweldigende wolk aftershave die hem omhult. Maar de stijl past ook wel bij de aardigheid van het boekje, waarin je het nodige te weten komt over wijnmaken en de strenge regels waaraan dat moet voldoen. Ilja Gort is natuurlijk vooral een succesvol zakenman, en in dit verhaal smaakt dat succes naar vers stokbrood, rijke salades met olijven en knoflook en naar betaalbare maar perfecte rosé.
Het land van haat en nijd van VN-journalisten Margalith Kleijwegt en Max van Weezel leverde een poosje terug nogal wat ophef op omdat toenmalig minister van Justitie Donner in dit boek zegt dat het invoeren van de sharia in Nederland in principe mogelijk is, mits er voldoende meerderheid is bij kiezers en daarna parlement. De overdreven en hypercorrecte reactie van enkele politici op deze uitspraak tekent de spastische houding van autochtonen tegenover hun vreemde bevolkingsgroepen. Zolang de buren keurig netjes hun vuilniszakken op tijd langs de straatkant zetten en hun hegje netjes knippen, zijn we bereid ze te accepteren. (Ik moet toegeven: ik erger me ook aan onaangepast gedrag, maar dan vooral aan bellers in stiltecoupés in de trein en ouders die met 80 km per uur hun kinderen in de SUV naar school crossen). Dit boekje lees je in een vloek en een zucht uit, en biedt op zich aardige voorbeelden van de tegenstellingen tussen allochtonen en autochtonen, bekeken vanuit beider gezichtspunten. Wat me stoorde aan dit boek is de beperkte blik. Er zijn enkele mensen gevolgd, en die heten dan representatief voor de gehele problematek te zijn. En ook in dit boek is er steeds één partij die de schuld krijgt (PvdA) - zelfs bij Vrij Nederland is men bang om te links gevonden te worden. Wie durft nu eens te roepen dat de VVD toch ook alweer 12 jaar onafgebroken aan de macht is - als daar niet minstens ook een verantwoordelijkheid ligt... De ondertitel 'Hoe Nederland radicaal veranderde' wordt in het boek overigens niet verklaard, want er worden slechts voorbeelden van verandering gegeven, niet de achterliggende redenen ervan. Het boekje heeft me dus vooral ergernis opgeleverd; toch ook daarom was het lezen ervan geen verloren tijd.
Al voor mijn vakantie in begonnen, en op een verstilde veranda ergens in Rajasthan uitgelezen: Heeft geschiedenis nut? van Maarten van Rossem. Het is een leesbare verzameling stukken over geschiedenis (oorlog), politiek, kunst en cultuur. Het langste stuk, waarin Van Rossem de Tweede Wereldoorlog samenvat, las ik ruim een jaar geleden ook al eens in een aparte uitgave. Het meest interessant zijn echter zijn korte stukjes (eerder in kranten verschenen) over cultuur en politiek. Hierin laat hij zich van zijn origineelste kant zien en word je getrakteerd op eigenzinnige visies die tot nadenken stemmen. Zijn verhandeling over het poldermodel is daarvan een goed voorbeeld. Het boek was bovendien perfect voor het doorkomen van de ellenlange vliegtuiguren. Voor een roman is de afleiding in zo'n aluminium koker vol onrustige mensen en voorbijhollende stewardessen te groot; een boek met korte stukjes over interessante onderwerpen is dan een perfecte match! Op zich een mooi onderwerp voor een aparte log: boeken lezen in verschillende vormen van (openbaar) vervoer. Wie weet.
In navolging van het pamflet Regels zijn regels met daarin het interview dat Paul Witteman met Dorien Pessers had over de zogenaamde daadkracht van Rita Verdonk (zie mijn leeslog van 9 augustus j.l.) nu eenzelfde soort boekje met daarin een gedrukt interview van Witteman met André Rouvoet, onder de titel Zwevende politici. Het interview gaat vooral over het opportunisme van politici in Den Haag, maar ook over Rouvoets wijze van politiek bedrijven in relatie tot zijn bijbelvaste geloof. Geen onaardig boekje, en het leest makkelijk weg, maar ik had er eigenlijk wat meer van verwacht. Rouvoet blijft steken in fraai klinkende algemeenheden, zonder veel concrete voorbeelden met naam en toenaam te geven. En dan houdt het allemaal wat vrijblijvends. Ik ga bij de aanstaande verkiezingen zeker niet op Rouvoet stemmen (over een aantal fundamentele onderwerpen ben ik het zeer met hem oneens), maar ik vind zijn optreden in de Tweede Kamer zeerzeker interessant. Wanneer CDA en VVD geen meerderheid halen bij de verkiezingen (waar ik God op mijn blote knieën voor zal danken) kan de positie van de Christenunie bij de formatie opeens heel belangrijk worden. Rutte heeft de Christenunie al afgewezen als coalitiepartner, en het lijkt me ook onmogelijk dat Rouvoet ervoor gaat zorgen dat Verdonk vice-premier wordt. Maar hoe sterk zijn de principes in het zicht van de regeringsmacht...? In dit boekje zegt hij hier helaas niets over.
M. en ik volgen sinds kort een wijncursus en rondom die cursus haal ik allerlei boeken over wijn in huis. Het meest prachtig en rijk is de Wijnatlas van Johnson en Robertson. Dat boek kost zo'n € 70,- maar als je het leest en doorbladert is dat eigenlijk spotgoedkoop. Uit de vertaalde reeks 'Bluff your way in...' las ik vandaag Bluffen over Wijn geschreven door Harry Eyres. Het is een klein boekje van (toch nog) 64 pagina's en bevat naast grappige opmerkingen over het snobisme dat de wereld van de wijn omgeeft ook een hoop goede informatie over druivensoorten, terminologie, wijnlanden en wijnhuizen. Eyres is een kenner die het kaf van het koren probeert te scheiden, en dat levert voor zo'n zondag dat verder in het teken staat van werk en een concert vanavond een smakelijk tussendoortje op.
Ik las tot nu toe slechts twee boeken van Arnon Grunberg: Blauwe maandagen en De asielzoeker. De eerste vond ik vreselijk, waarna ik besloot nooit meer iets van Grunberg te lezen. Pas vorig jaar las ik dan toch De asielzoeker, en dat was al een stuk beter, ofschoon nog steeds geen meesterwerk. Van vriendin Maaike kreeg ik twee weken zijn nieuwste roman Tirza cadeau. En daarmee heb ik me heel goed vermaakt. Ik vind deze roman van ruim 400 bladzijden weliswaar 40 procent te dik en al dat quasi-diepzinnige verklaren van feitjes en gedachten voegen weinig toe aan de psychologische diepgang van het boek, maar ondanks deze twee kritiekpunten is het een geslaagd boek. Bij Grunberg valt helemaal niks te lachen en het wordt naarmate het boek vordert alleen maar ellendiger - ik las in een internetrecensie dat er veel lachwekkende scenes in het boek voorkomen. Ben ik nou zo'n zuurpruim...? Het is één en al noodlot in dit boek. De hoofdpersoon doet er ook helemaal niks aan om dat te voorkomen. Het boek leest trouwens als een trein; door drukke werkzaamheden heb ik het boek eigenlijk alleen in intercity's kunnen lezen. Leve het spoor!