De indrukwekkendste roman die ik in lange tijd gelezen heb: In koelen bloede van Truman Capote. Ik kende Capote vaag van een een zomergasten-fragment of zoiets, en toen ik het boek bij de boekhandel in de kast zag staan dacht ik: laat ik maar eens dit boek van hem lezen. Er is al zoveel over dit boek geschreven dat ik het nalaat om de feitelijke achtergronden hiervan te beschrijven, als ook de invloed die dit meesterwerk op het verdere leven van de schrijver had. De titel en de auteur in Google en je komt er alles over te weten. Ik beperk me tot wat voor mij dit boek zo prachtig maakt, en dat is het vertelperspectief. Natuurlijk: het verhaal en de zo feitelijk mogelijke beschrijving van de aanloop tot de moord, de moord zelf, de zoektocht naar de daders, hun ondervraging en berechting, hun wachten op de uitvoering van de doodstraf en tenslotte de voltrekking daarvan, dit alles vormt een boeiend geheel. Maar de wijze waarop Capote dit beschrijft, zoveel mogelijk opgetekend en opgeschreven vanuit de mond van de belangrijkste betrokkenen, is werkelijk fenomenaal. Ieder personage krijgt het karakter mee zoals Capote die persoon heeft ervaren, ook wanneer hij hen citeert en hun spreekwijze onverbloemd weergeeft. De twee moordenaars (of eigenlijk heeft slechts één van de twee de schoten gelost) krijgen uiteraard de meeste aandacht; sympathiek ging ik ze niet vinden, wel minder gruwelijk dan je op basis van hun daden zou verwachten. Nee, geen begrip, maar minder zwartwit. Er schijnen allerlei films over dit boek en over Capote te zijn; ik weet niet of ik die ga zien. Ik denk dat die niet meer inzicht in dit boek zullen geven, daarvoor is het uit zichzelf al krachtig en meesterlijk genoeg.
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
22 augustus 2007
Capote
De indrukwekkendste roman die ik in lange tijd gelezen heb: In koelen bloede van Truman Capote. Ik kende Capote vaag van een een zomergasten-fragment of zoiets, en toen ik het boek bij de boekhandel in de kast zag staan dacht ik: laat ik maar eens dit boek van hem lezen. Er is al zoveel over dit boek geschreven dat ik het nalaat om de feitelijke achtergronden hiervan te beschrijven, als ook de invloed die dit meesterwerk op het verdere leven van de schrijver had. De titel en de auteur in Google en je komt er alles over te weten. Ik beperk me tot wat voor mij dit boek zo prachtig maakt, en dat is het vertelperspectief. Natuurlijk: het verhaal en de zo feitelijk mogelijke beschrijving van de aanloop tot de moord, de moord zelf, de zoektocht naar de daders, hun ondervraging en berechting, hun wachten op de uitvoering van de doodstraf en tenslotte de voltrekking daarvan, dit alles vormt een boeiend geheel. Maar de wijze waarop Capote dit beschrijft, zoveel mogelijk opgetekend en opgeschreven vanuit de mond van de belangrijkste betrokkenen, is werkelijk fenomenaal. Ieder personage krijgt het karakter mee zoals Capote die persoon heeft ervaren, ook wanneer hij hen citeert en hun spreekwijze onverbloemd weergeeft. De twee moordenaars (of eigenlijk heeft slechts één van de twee de schoten gelost) krijgen uiteraard de meeste aandacht; sympathiek ging ik ze niet vinden, wel minder gruwelijk dan je op basis van hun daden zou verwachten. Nee, geen begrip, maar minder zwartwit. Er schijnen allerlei films over dit boek en over Capote te zijn; ik weet niet of ik die ga zien. Ik denk dat die niet meer inzicht in dit boek zullen geven, daarvoor is het uit zichzelf al krachtig en meesterlijk genoeg.
05 augustus 2007
Wijn (5)
Van de boeken die ik het afgelopen jaar over wijn las, is Over de tong van Nicolaas Klei de informatiefste. In bijna 50 hoofdstukjes behandelt Klei allerlei aspecten van wijn: druiven, kwaliteitsbenamingen, proeven, kopen en drinken (al dan niet bij eten). Veel wist ik inmiddels wel al, maar zeker nog niet alles, en de nuchtere toon van Klei draagt veel bij aan de lezenswaardigheid van het boekje. Wat wel begint op te vallen is dat alle wijnschrijvers steeds dezelfde mythes bestrijden: de duurste wijn is niet altijd de beste, de invloed van Robert Parker en zijn smaak voor 'hout' etc. Maar toch blijven dergelijke mythes bestaan, dan wel worden ze steeds weer opnieuw bestreden. Tenzij je veel vrije tijd hebt en je zelf op wijntocht naar die speciale (liefst biologische) wijnboeren kunt, zul je het moeten hebben van de kennis van de importeurs. Boodschap van Klei: zoek daar importeurs uit die leveren wat overeenkomt met jouw smaak en bestel daar je wijnen. In het boekje worden er een paar genoemd, inderdaad ook die importeurs waar ik mijn wijn vandaan haal. Overigens: in Duitsland zijn er een paar uitstekende internethandels die soms zelfs minder duur zijn (incl. verzendkosten) dan de speciale wijnhandels hier in Amsterdam!
02 augustus 2007
Spionage
Van vriend J. kreeg ik Rusteloos cadeau, een spionageverhaal van William Boyd. Het leest als een trein, zit met twee verhaallijnen in heden en verleden ingenieus in elkaar en is bovendien gebaseerd op feiten uit de Tweede Wereldoorlog die in de geschiedschrijving onderbelicht zijn gebleven: de verwoede pogingen van Engeland in de periode voor de Japanse aanval op Pearl Harbour om de Verenigde Staten bij de oorlog te betrekken. Met alle mogelijke middelen probeerde Engeland de publieke en politieke opinie in de VS te bewerken, waaronder ook via spionage. En die staat centraal in dit boek. Er is ook een verhaallijn die zich in het heden van het boek afspeelt; die had Boyd misschien wat beter kunnen uitwerken (er blijven een paar ontwikkelingen hangen), maar hij knoopt de hoofdzaken uiteindelijk prachtig aan elkaar. Goed geschreven en goed vertaald bovendien. Een heerlijk boek.
25 juli 2007
2x Hosseini
Ik ben over het algemeen niet zo'n hype-lezer. Wat iedereen leest zal vast niet deugen, denk ik met snobistisch en elitair gemoed. Vooral de gratis krantjes waar helemaal niks in staat en die toch iedereen pakt en leest geven me iedere dag weer een slechte indruk van de alfabetische medemens. Kluun? Dan Brown? Saskia Noort? Nog nooit wat van gelezen. Alleen bij verschijnen van de vertaling van de nieuwe Potter hol ik naar de winkel. Maar verder haal ik mijn neus op voor rages. En daarmee doe ik mezelf tekort, want eigenlijk zijn de meeste hypeboeken de moeite van het lezen waard. Van mijn moeder en schoonmoeder kreeg ik kort na elkaar de twee boeken van Khaled Hosseini cadeau: De vliegeraar en Duizend schitterende zonnen. Tja, dan zorg je ervoor dat je ze voor het volgende ouderlijk bezoek gelezen hebt. En dat bleek bepaald geen straf.
De vliegeraar is geschreven vanuit een ik-persoon die je al snel met de schrijver zelf associeert. Hosseini zal ongetwijfeld persoonlijke ervaringen en indrukken in zijn verhaal hebben verwerkt, maar het boek is verder een normale 'roman'. Het leest als een trein, ontroert door de ontelbare drama's en geluksmomenten en kent voor zover mogelijk binnen de setting een happy end. Een vriend van mij, leraar Engels en flink ingewijd in het Angelsaksische literaire erfgoed, vertelde me dat de opbouw van het boek typisch het product van een Amerikaanse writersschool is. Aan het slot vond ik de gebeurtenissen allemaal een beetje too much: teveel scherpe smaken op het bord. Maar het zijn slechts kanttekeningen bij een boek dat ik niet had willen missen.
Duizend schitterende zonnen vind ik nog net wat beter geslaagd. Dit boek is geschreven vanuit het perspectief van twee vrouwen die door dezelfde man worden gehuwd en uiteindelijk elkaars lotgenoten en vertrouwelingen worden. Ook hier veel afwisseling van blijdschap en treurigheid wat tot doorlezen dwingt. Het verhaal komt me hier als realistischer over dan dat van De vliegeraar.
Beide boeken boeien en raken je. Maar dat is niet waarom ik ze goed vind. Het is vooral de couleur locale die Hosseini in zijn boeken aanbrengt die deze beide boeken bijzonder maken; dan bedoel ik niet die storende inheemse termen die zowel uit het zinsverband als door de woordenlijsten achterin te begrijpen zijn. Hosseini geeft je wel een prima idee hoe het er de afgelopen decennia in Afghanistan eraan toe is gegaan en je kunt hierdoor goed voorstellen hoe gewone mensen zich alle omwentelingen hebben moeten laten welgevallen. Bij alle berichten over geweld en oorlog in landen als Afghanistan en Irak vergeet je haast dat de overgrote meerderheid van de inwoners van die landen hetzelfde wil als wij: gewoon leven, geld verdienen, je eigen gang (kunnen) gaan, samenleven met je geliefde, omgaan met familie en vrienden en jezelf op een vreedzame manier vermaken. Brood en spelen, kortgezegd. De media scheppen een ander beeld, en dan bieden boeken als die van Hosseini een welkome aanvulling op het dagelijkse nieuws.
De vliegeraar is geschreven vanuit een ik-persoon die je al snel met de schrijver zelf associeert. Hosseini zal ongetwijfeld persoonlijke ervaringen en indrukken in zijn verhaal hebben verwerkt, maar het boek is verder een normale 'roman'. Het leest als een trein, ontroert door de ontelbare drama's en geluksmomenten en kent voor zover mogelijk binnen de setting een happy end. Een vriend van mij, leraar Engels en flink ingewijd in het Angelsaksische literaire erfgoed, vertelde me dat de opbouw van het boek typisch het product van een Amerikaanse writersschool is. Aan het slot vond ik de gebeurtenissen allemaal een beetje too much: teveel scherpe smaken op het bord. Maar het zijn slechts kanttekeningen bij een boek dat ik niet had willen missen.
Duizend schitterende zonnen vind ik nog net wat beter geslaagd. Dit boek is geschreven vanuit het perspectief van twee vrouwen die door dezelfde man worden gehuwd en uiteindelijk elkaars lotgenoten en vertrouwelingen worden. Ook hier veel afwisseling van blijdschap en treurigheid wat tot doorlezen dwingt. Het verhaal komt me hier als realistischer over dan dat van De vliegeraar.Beide boeken boeien en raken je. Maar dat is niet waarom ik ze goed vind. Het is vooral de couleur locale die Hosseini in zijn boeken aanbrengt die deze beide boeken bijzonder maken; dan bedoel ik niet die storende inheemse termen die zowel uit het zinsverband als door de woordenlijsten achterin te begrijpen zijn. Hosseini geeft je wel een prima idee hoe het er de afgelopen decennia in Afghanistan eraan toe is gegaan en je kunt hierdoor goed voorstellen hoe gewone mensen zich alle omwentelingen hebben moeten laten welgevallen. Bij alle berichten over geweld en oorlog in landen als Afghanistan en Irak vergeet je haast dat de overgrote meerderheid van de inwoners van die landen hetzelfde wil als wij: gewoon leven, geld verdienen, je eigen gang (kunnen) gaan, samenleven met je geliefde, omgaan met familie en vrienden en jezelf op een vreedzame manier vermaken. Brood en spelen, kortgezegd. De media scheppen een ander beeld, en dan bieden boeken als die van Hosseini een welkome aanvulling op het dagelijkse nieuws.
14 juli 2007
Uien pellen
Ruim een maand geen updates, dat is ongebruikelijk lang. Er wachten weliswaar drie gelezen boeken op bespreking hier, maar feit is ook dat ik wat minder lees. Thuis kom ik er weinig aan toe; ik lees vooral in de trein. Soms verkies ik het dan om naar muziek te luisteren, te suffen of naar buiten te kijken. Tja, dan schiet het niet op.Enfin in deze log meteen maar twee boeken, een dikke en een bijpassend dunnetje. Van Günter Grass las ik een paar jaar geleden eens zijn meesterlijke In krabbengang, verder nog niets. Nu dan zijn autobiografische roman De rokken van de ui. Het leidde vorig jaar bij verschijnen tot een rel omdat Grass erin onthult dat hij aan het einde van de oorlog bij de WaffenSS diende, en dat terwijl hij zelf een krachtig bestrijder van het zwijgen over het oorlogsverleden is geweest. In Duitsland een belangrijker onderwerp dan daarbuiten. Los van die discussie: De rokken van de ui is gewoon een erg goed boek over wat een opgroeiende jongen vanaf zijn elfde allemaal meemaakt: thuis, tijdens de oorlog en de chaos daarna, tijdens het zoeken naar een plek in de maatschappij die zelf ook zoekende was enzovoort. Grass probeert niet voor alles een verklaring te geven, soms tast hij openlijk in het duister waarom hij bepaalde keuzes maakte zoals hij ze maakte. Daarmee stelt hij zich kwetsbaar op. Dat en een prachtige stijl zijn de ingrediënten voor een groots boek.
Antoine Verbij stelde een bijpassend boekje Bij de rokken van de ui samen, waarin hij inzicht geeft in wat tijdens de 'affaire-Grass' speelde. Daarnaast ook het interview met de Frankfurter Allgemeine dat kort voordat het boek verscheen werd gepubliceerd en het begin van de affaire vormde.
09 juni 2007
Tachtigster
Het zal niet vaak voorkomen dat je een biografie leest omdat je minder geïnteresseerd bent in het onderwerp als wel door de auteur van de biografie. Wie weet dat ik een liefhebber van het werk van Jeroen Brouwers ben, begrijpt waarom ik toch ook zijn boek Hélène Swarth. Haar huwelijk met Frits Lapidoth 1894-1910 wilde lezen. Uit zijn brievenboeken Kroniek van een karakter wordt zijn gestoei met het onderwerp duidelijk, maar het is een prachtig boek geworden. Brouwers schrijft met liefde over deze meest getalenteerde dichter uit de beweging van Tachtig, maar ontziet haar niet wanneer hij haar eeuwige geklaag en haar grote opruimactie van brieven en andere persoonlijke documenten beschrijft. Centraal staan de 16 jaar dat ze getrouwd was met de toneel- en literatuurcriticus Frits Lapidoth, een opgewekte en vriendelijke man die het gezeur van zijn begaafde vrouw niet lang kon verdragen. Swarth nam regelmatig deel aan seances om geesten op te wekken of om in contact te komen met gene zijde van de alledaagse werkelijkheid, en hoe heerlijk beschrijft Brouwers dit allemaal. Licht ironisch, maar toch ook met eerbied voor zijn onderwerp. En dat allemaal in de prachtigste stijl. Tja, dan krijg je weer zo'n gaaf Brouwers-boek!
19 mei 2007
Oesters & de grote appel
Over een week ga ik een weekje naar New York (ik was er ooit eens twee dagen, meer niet) en ter 'voorbereiding' kocht ik onlangs in de boekhandel van Mark Kurlansky zijn boek met de intrigerende titel Oesters van New York, een stadsgeschiedenis. Ik werd erop geattendeerd door iemand in de trein die dit boek aan het lezen was; wat mooi toch dat je in de trein tot lezen wordt aangespoord! Aan de hand van de oesterteelt in de baai van New York en de enorme consumptie van oesters door de bewoners van de groeiende stad beschrijft Kurlansky het verhaal van het ontstaan en de groei van deze metropool. Hij springt daarbij van de hak op de tak, maar dat is nu juist het aardige van dit boek. Om op dezelfde bladzijde te beschrijven hoe Wall Street aan zijn naam komt en de voortplanting van de oester uit te leggen, moet je als schrijver een eigenzinnig perspectief hebben! Kurlansky brengt het allemaal erg overtuigend en innemend. Het boek bevat tevens zo'n 40 recepten waarin oesters zijn verwerkt - ik heb ze tot nu toe alleen rauw gegeten en vind ze zo onweerstaanbaar lekker. Misschien dat ik in New York eens een andere variëteit ga proberen. Een ander verband tussen eten en New York: onlangs las ik Hitte van Bill Bufford (klik hier voor de leeslog). Ik heb inmiddels een tafeltje in Babbo gereserveerd...07 mei 2007
Stieren en boksen
De positieve recensie in NRC Handelsblad van Arjen Fortuin zette me aan om Morgen zijn we in Pamplona van Jan van Mersbergen te kopen en te lezen. Ik had nog nooit van deze auteur gehoord; dit is zijn vierde boek. Het verhaalt over een bokser die door een automobilist wordt opgepikt. De automobilist gaat naar Pamplona om daar bij het jaarlijkse evenement voor de stieren uit te rennen; de bokser heeft geen specifiek reisdoel. Fragmenten over de traag op gang komende interactie tijdens de autorit en flashbacks uit het leven van de bokser wisselen elkaar af. De stijl van Mersbergen is kortaf, de dialogen zijn van alle leestekens ontdaan. Goed geschreven, en goed geconstrueerd. En toch vind ik dit geen goed boek. De opgebouwde spanning vindt geen ontlading en daardoor blijkt de vermeende psychologische diepgang (er wordt vooral gezwegen, ogenschijnlijk verzwegen) van bordkarton. In zijn recensie schrijft Fortuin dat bij tweede en derde lezing het boek meer prijsgeeft. Dat zal vast zo zijn, maar bij eerste lezing gaf het mij te weinig om opnieuw te beginnen en eerlijk gezegd betwijfel ik of de dialogen en de bokstaferelen dan meer diepgang krijgen.
06 mei 2007
Huwelijksnacht
Aan Chesil Beach van Ian McEwan is een geslaagde novelle en laat in al zijn beknoptheid zien waar de kracht van deze schrijver ligt: het tot de kleinste vezel uitpluizen van situaties, relaties en gedragingen en die in een dwingende stijl opdienen. Haast iedere mededeling komt als noodzakelijk over, en dat leest heerlijk. De openingszin zet de toon: Ze waren jong, welopgevoed en allebei nog maagd op deze avond voor hun huwelijksnacht, en ze leefden in een tijd dat een gesprek over seksuele problemen ronduit onmogelijk was. McEwan beschrijft de voorgeschiedenis van Edward en Florence en daarna, haast van seconde tot seconde, wat er die avond gebeurt. Tenslotte raast hij in enkele pagina's door de daaropvolgende veertig jaar. Het lijkt schematisch, maar McEwan maakt daar wat goeds van.
05 mei 2007
Autowrak
Op andere weblogs had ik al eens iets positiefs over de geschriften van Jaap van Heerden gelezen, dus bij de boekhandel pakte ik onlangs voor de vuist weg zijn nieuwste bundel Uit het autowrak gezaagd. Van Heerden is hoogleraar psychologie en schrijft in deze verzameling stukken vooral over ontwikkelingen in zijn vak. Zulke zaken grijpen mij te hoog. Eerlijk gezegd raak ik niet zo geboeid door een semi-wetenschappelijk discours over hoe verschillende hooggeleerde psychologen tegen hun vak aankijken. Wanneer Van Heerden in andere stukken facetten van het menselijk gedrag probeert te duiden, dan ben ik weer bij. Ik geef het toe: geef mij maar simpele kost. Psychologie van de koude grond!
24 april 2007
Gerechtigheid

Mijn verzuchting aan het slot van mijn vorige leeslog lijkt verhoord: vandaag werd bekend dat aan Jeroen Brouwers de Prijs der Nederlandse Letteren wordt toegekend. Hulde!
19 april 2007
Zelfmoord in de literatuur
Het boek stond al twee jaar in mijn kast, maar pas nu las ik het: De laatste deur van Jeroen Brouwers. Ondertitel: Essays over zelfmoord in de Nederlandstalige letteren. Het is een groots boek, behorend tot het beste wat Brouwers publiceerde. Ruim de helft van het boek (van iets meer dan 500 bladzijden) besteedt Brouwers aan minibiografietjes en verhandelingen over schrijvers die de hand aan zichzelf sloegen. Daaronder bekendere schrijvers (Ter Braak, Haverschmidt, Emmens, Arends en T'Hooft), en ook veel onbekende. Hij schrijft met eerbied over hen, en ontkracht waar mogelijk de vele geruchten die over hen de ronde doen/deden. Maar soms schrijft Brouwers ook met ingehouden woede, zoals in het stuk over Dirk de Witte, die hij het flink kwalijk neemt dat hij voorafgaande aan zijn zelfmoord allerlei vage tekenen noteerde en uitsprak, en zo de nabestaanden opzadelde met een zoektocht naar een zogenaamde diepere waarheid die echter helemaal niet bestond. Hiernaast ruimt Brouwers veel plaats in voor allerlei essays over zelfmoord, de terminologie en het taboe rondom zelfmoord, de wijze waarop zelfmoord in jeugdliteratuur wordt weggemoffeld, enzovoort. Dit alles bij elkaar levert een meesterlijk boek op, met eruditie geschreven in een stijl die niet minder verheven is. Wat een gevarieerd en belangwekkend oeuvre heeft Brouwers toch op zijn naam staan. En nog steeds geen PC Hooftprijs... Schandalig!
06 april 2007
Reporter
In de NRC van vandaag kreeg het boek niet zo'n goede recensie, maar ik vond Reporter van de Amerikaanse journalist David Remnick een fantastisch boek. Het bevat reportages en portretten uit het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker; een dergelijke diepgang kennen we in de Nederlandse journalistiek niet (meer). Remnick portretteert Al Gore, Tony Blair, Philip Roth, Don Delillo, Vaclav Havel, Solzjenitsyn, Vladimir Poetin en Amos Oz; velen interviewde hij ook. Hiernaast ook prachtige reportages over de PLO, Hamas en de bokser Mike Tyson. De meeste stukken tellen meer dan 30 pagina's - tja, dan gaat het tenmiste ergens over. Ieder stuk lees je met de overtuiging dat Remnick je de kern van zijn onderwerp aandraagt. Hij observeert scherp bovendien. Een bijzonder goed boek!30 maart 2007
Stadsbiograaf
Van Geert Mak verscheen onlangs de bundel met essays en toespraken De goede stad. Het is een aardige verzameling met interessante stukken over o.a. de stad als entiteit, geplaatst tegenover het platteland, maar ook als symbool van (verderfelijke) westerse levensstijl. Boeiend zijn vooral de toespraken die Mak hield als inleiding van heidagen van burgemeesters en wethouders van de grootste steden, of een brainstormbijeenkomst van een ministerie. Dan vertelt hij een verhaal waarin de boodschap is: regel nou gewoon datgene wat geregeld moet worden waar iedereen het over eens is, maar wat jullie blijkbaar niet kunnen of willen. Ik vind Mak af en toe iets teveel een zeurpiet die ondanks zijn sociologische, dus abstracte perspectief zijn eigen persoonlijke nostalgie teveel laat meewegen, wat hem onbedoeld een generatieschrijver maakt. Aan dat euvel lijden ook de boeken waar hij bekend mee werd: Een kleine geschiedenis van Amsterdam, De eeuw van mijn vader en In Europa. Zodra in die boeken de chronologie is aanbeland bij het punt waar hij zelf onderdeel van de tijd uitmaakt, verworden ze tot egodocumenten. En dat is niet Maks sterkste kant. Maar het moet gezegd: dit boek was eindelijk weer eens een goed leesbare Geert Mak.
19 maart 2007
Boekenweek 2007
Het boekenweekgeschenk en -essay blijken aardige lectuur voor een buiige zondagmiddag, maar ook niet meer dan dat. In De brug vertelt Geert Mak een soort minisociologie van de Galatabrug in Istanboel: verhalen van de vaste 'bewoners' van de brug, afgewisseld met een kort overzicht van de rol van Turkije in de geschiedenis als brug tussen west en oost. Lezenswaardig allemaal, maar niet diepgravend. De opzet en de stijl van het verhaal lijken sterk op de achtergrondreportages zoals die dikwijls in de periodieke zaterdagse kleurenbijlage van NRC Handelsblad staan. Dit boekenweekgeschenk is dit keer dus een ander product dan we de laatste jaren gewend waren: geen novelle of verhaal maar een journalistieke reportage.In het boekenweekessay Op weg naar het schavot geeft Kees Fens een paar voorbeelden van humor (of ironie) in de literatuur; althans: voorbeelden die hem in zijn eigen leesgeschiedenis troffen. Een aardig boekje, maar na lezing blijven geen uitspraken hangen.
14 maart 2007
Haffner
Sinds een jaar of acht verschijnen bij uitgeverij Mets en Schilt vertalingen van boeken van de Duitse journalist en gelegenheidshistoricus Sebastian Haffner (pseudoniem voor Raimund Pretzel, 1907-1999). Zijn Het verhaal van een Duitser 1914-1933 is wellicht het bekendst, maar eigenlijk is ieder boek van Haffner een topper voor wie in de geschiedenis van Duitsland is geïnteresseerd. Zijn boeken tellen nooit meer dan 300 bladzijden (dikwijls eerder rond 200) en daarmee legt Haffner in heldere taal zijn kijk op een bepaald aspect van de Duitse geschiedenis bloot. De zeven doodzonden van Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog en Kanttekeningen bij Hitler zijn het meest geniaal: weinig woorden, maar complete duiding. Daar houd ik van. Een korte maar heftige buikgriep kon ik met de nieuwste vertaling draaglijk maken: Van Bismarck tot Hitler. Duitsland 1871-1945. In dit laatste boek van Haffner (uit 1987) betoogt hij dat het Duitse Rijk reeds bij zijn ontstaan in 1871 gedoemd was te mislukken. De ongelukkige omvang en de geografische ligging maakten het rijk een misbaksel. Anders gezegd: het was te groot om geen bedreiging te vormen voor de andere grote mogendheden en die grensden bovendien aan alle kanten aan Duitsland. In tien hoofdstukken geeft Haffner in chronologische volgorde een beschrijving van de binnenlandse en buitenlandse politiek van Duitsland tussen 1870 en 1945, met nadruk op Bismarck, de Eerste Wereldoorlog, Weimar en Hitler. In feite is dit boek daarmee een kort overzichtswerk geworden. Haffner is een uitmuntend historicus. Vooruit kijken was niet zijn sterkste kant. Op de laatste bladzijde schrijft hij: ...een hereniging waarbij de twee Duitslanden zoals zijn nu zijn, samengesmolten kunnen worden tot een goed functionerende staat, kan men zich niet voorstellen, zelfs niet theoretisch. Drie jaar na verschijnen van dit boek was de hereniging een feit, en bestaat het Duitse Rijk in omvang en geografische ligging weer ongeveer zoals het voorheen bestond. Daarmee is de hoofdstelling van Haffner in dit boek door de tijd ingehaald, maar dat is dan ook de enige kanttekening bij dit wederom geweldige boek.
11 maart 2007
Wijn (4)
Avonturen op de wijnroute van Kermit Lynch is al bijna 20 jaar oud, pas in 2005 in het Nederlands vertaald en nu aan zijn tweede druk toe. Het blijkt nog steeds een meer dan uitstekend boek over de geheimen en de duistere kanten van de wijnindustrie. Lynch is een Amerikaanse wijnhandelaar die in dit boek verslag doet van zijn reizen naar Frankrijk om daar de beste wijnen te selecteren die hij in zijn winkel wil leggen. Het boek is ingedeeld naar de belangrijkste wijngebieden van Frankrijk; beginnend in de Loirestreek reist Lynch tegen de wijzers van de klok in door Frankrijk, eindigend in Chablis. Een goed glas wijn bevat meer dan alleen wijn. Het is een geschenk van de natuur dat zijn smaak ontleent aan de kwetsbaarste kanten van de mens. Zijn gevoel voor het schone, zijn idealisme en zijn virtuositeit. Deze laatste regels van het boek geven goed aan waarnaar Lynch op zoek is, en hoe kritisch hij is op allerlei machinaties in de wijnbereiding die het authentieke karakter van wijnen verpesten. Lynch verhaalt over zijn ontmoetingen met wijnboeren, waarvan sommigen de kwaliteit van hun wijn ondergeschikt hebben gemaakt aan de marktvraag en anderen juist tegen beter weten in vasthouden aan vaste gebruiken. Een verhelderend boek!
09 maart 2007
Oerboek
Mijn leesgedrag bevindt zich op een wat laag pitje. Er is veel werk te doen, dus tijdens de vele treinreizen zit ik dikwijls achter ander leesvoer, of mijn laptop. Daarnaast ben ik wat vastgelopen in Overtocht naar India van E.M. Forster. En dan kost het even voordat ik besluit het boek weg te leggen en over te stappen op wat anders. Dat werd eerst Hoe God verdween uit Jorwerd van Geert Mak, maar zijn psychologie van de koude grond is ook niet zaligmakend. Vorige week dan in drie dagen van Jeroen Brouwers het nieuw verschenen In het midden van de reis door mijn leven gelezen, dat als ondertitel de intrigerende term Oerboek draagt. Brouwers bezit een basismanuscript dat allerlei invallen, korte fragmenten en halve verhalen bevat. Dat oermanuscript blijkt een rijke bron voor veel van zijn werken. In dit boek een kort fragment daaruit, voorafgegaan door een lange uitweiding van Johan Vandenbroucke waar de elementen uit dat fragment allemaal zijn terechtgekomen. Het interessantst is echter het voorwoord van Brouwers zelf, die de ontstaanswijze van zijn oerboek verklaart. Verder bevat deze bundel nog De Exelse testamenten, die ik al eens eerder las in een andere uitgave. Deze bundel is een aardigheidje, maar ook niet meer dan dat, en alleen voor Brouwers-liefhebbers een hebbedingetje. Maar moge Brouwers binnenkort weer eens een hele essaybundel of roman publiceren...
09 februari 2007
Occidentalisme
In dit boekje betogen Ian Buruma en Avishai Margalit dat het Occidentalisme (haat tegen het Westen) geen hedendaags verschijnsel is, maar reeds in de 19e eeuw voorkwam en in de loop van de 20ste eeuw al meerdere verschijningsvormen had. De aanval op de Twin Towers in 2001 was natuurlijk spectaculair, maar zeker niet het eerste harde bewijs van het bestaan van Occidentalisme. Ik had in dit boekje desondanks een helderder analyse van de tegenwoordige strijd tussen het Westen en de moslimterreur gelezen, maar deze ontbreekt. Het boekje is vooral een historische schets over de wijze waarop westerse landen in het verleden schuldig waren aan het zaaien van afkeer en een analyse van waarom dit bij andere landen en andere religies kwaad bloed zette. Geen eenvoudig leesbaar boekje, maar ach: weer wat geleerd.
08 februari 2007
Moederziel
Ik ken de persoon aan wie het boek is opgedragen en was bij de uitreiking op de uitgeverij van het eerste exemplaar van Moederziel aan Herman Stevens. Ik las het vorige week en heb zeer van de roman genoten. Stevens schetst een fraai beeld van de jeugd van Wessel vanaf het moment dat zijn moeder met hem zijn vader verlaat en in het gebouw van haar eigen balletschool gaat wonen. De rustieke en weelderige stijl gaat hand in hand met de veilige en gelukzalige wereld van Wessel, en dat maakt lezen een ontspannen en heerlijke bezigheid. Moederziel is geen meesterwerk, het boek is niet spannend, er gebeurt weinig en herbergt geen diepgravende thematiek. Maar het is wel een verrassende en prettig stemmende roman van een schrijver van wie ik anders nooit iets gelezen zou hebben en waar ik nu blij om ben dat wel te hebben gedaan.
28 januari 2007
Eten
In Hitte doet de Amerikaanse journalist Bill Buford verslag van zijn ervaringen als keukenslaaf van het befaamde restaurant Babbo in Manhattan. Daar leert hij ontzag te hebben voor een zuivere bereiding van typisch Italiaanse gerechten en besluit naar Italie te gaan om te leren hoe je authentieke pasta maakt. Uiteindlijk gaat hij ook in de leer bij een Toscaanse slager, en leert er alles over vlees. Dit boek is een niet altijd evenwichtige beschrijving van dit alles, maar smaakvol is het alleszins. Meermaals kreeg ik de behoefte om alle recepten uit te proberen, om voortaan uitsluitend bij de allerbeste winkeltjes mijn eten te kopen, uitsluitend zelfgemaakte pasta's te eten en om zo snel mogelijk een kookcursus te volgen. Dat maakt dit boek dus geslaagd, ook al is het wat breedsprakig geschreven. Maar wie interesse heeft in eten en koken, moet dit boek absoluut eens lezen.
17 januari 2007
Münstermann
Van Hans Münstermann had ik nog nooit gehoord, totdat zijn roman De bekoring de AKO Literatuurprijs won. Ik heb het in twee dagen uitgelezen, en vond het best een aardig geschreven boek. Maar een meesterlijk boek? Niet echt. Alles wat de achterplattekst beschrijft wordt in het boek naar mijn idee niet waargemaakt. De bevrijdende glorende sixties? Niks van gemerkt. En wat dreef Andreas' moeder nu werkelijk tot het 'verraad'? Er wordt wel wat over geschreven, maar een afdoende verklaring wordt in het boek niet gegeven. Op zich niet erg, maar wie afgaat op de achterplattekst komt in dit boek bedrogen uit. Vanuit wisselende perspectieven en in verschillende periodes beschrijft Münstermann wat er op die dag in 1960 precies gebeurde en hoe de vlucht afliep. Een gewoon fraaie roman, dat wel.
Jeroen Brouwers
De eerste dagen van het nieuwe jaar gingen wat lezen betreft vooral op aan het opnieuw bestuderen van de cursusmap over wijn; inmiddels heb ik examen gedaan en het wijnbrevet gehaald. In de trein het echte leesjaar begonnen met een 'dunnetje', maar daardoor niet minder fraai: Het verzonkene van Jeroen Brouwers. Het is een roman van nog geen 100 bladzijden met een sterk autobiografisch karakter. Brouwers blikt terug op zijn kinderjaren in Indie, de periode vlak na de oorlog in 's-Hertogenbosch en het internaat, en verklaart dat hij van zijn familie alleen zijn grootvader liefhad. Een kort en stemmig meesterwerkje dat meer vertelt dan het woorden bevat.
09 januari 2007
2006: de balans
De feiten over mijn leesgedrag in 2006:
* gelezen boeken: 68
* totaal aantal bladzijden: 18085
Hiermee verdrijf ik 2005 van de derde plaats in mijn boekenschrift (sinds 1989): 2003 met 51 boeken/18.243 bladzijden en 2002 met 76 boeken/23.107 bladzijden staan nog steeds bovenaan. Mijn doel voor 2007 is om geen aanval te doen op deze top-3 records, maar om het in de kwaliteit te zoeken: het is mijn voornemen me te richten op de hoogtepunten uit de wereldliteratuur. Mann, Proust, Tsjechov, Grass, Flaubert - dat soort jongens. Ach, misschien ijdele hoop.
Mijn toppers in 2006 (in chronologische volgorde):
* Als ik dan ga. Documentatie Jacques Kersten (januari)
* Maarten van Rossem: De wereld volgens Maarten van Rossem (februari)
* Jeroen Brouwers: Mijn Vlaamse jaren (april)
* Ian McEwan: Boetekleed (juni)
* Erich Maria Remarque: Van het westelijk front geen nieuws (juni)
* Anne Frank: Het achterhuis (augustus)
* Primo Levi: Is dit een mens (augustus)
* Hans Warren: Geheim Dagboek 1990-1992 (september)
* Gustave Flaubert: Geluk is onmogelijk (december)
De afknappers:
* Arthur Japin: De grote wereld (maart)
* John Grisham: Het vonnis (juli)
* Bank/Wennekes: De klank als handschrift (november)
* Ian McEwan: Amsterdam (december)
Iedereen een gezond en leesbaar 2007!
* gelezen boeken: 68
* totaal aantal bladzijden: 18085
Hiermee verdrijf ik 2005 van de derde plaats in mijn boekenschrift (sinds 1989): 2003 met 51 boeken/18.243 bladzijden en 2002 met 76 boeken/23.107 bladzijden staan nog steeds bovenaan. Mijn doel voor 2007 is om geen aanval te doen op deze top-3 records, maar om het in de kwaliteit te zoeken: het is mijn voornemen me te richten op de hoogtepunten uit de wereldliteratuur. Mann, Proust, Tsjechov, Grass, Flaubert - dat soort jongens. Ach, misschien ijdele hoop.
Mijn toppers in 2006 (in chronologische volgorde):
* Als ik dan ga. Documentatie Jacques Kersten (januari)
* Maarten van Rossem: De wereld volgens Maarten van Rossem (februari)
* Jeroen Brouwers: Mijn Vlaamse jaren (april)
* Ian McEwan: Boetekleed (juni)
* Erich Maria Remarque: Van het westelijk front geen nieuws (juni)
* Anne Frank: Het achterhuis (augustus)
* Primo Levi: Is dit een mens (augustus)
* Hans Warren: Geheim Dagboek 1990-1992 (september)
* Gustave Flaubert: Geluk is onmogelijk (december)
De afknappers:
* Arthur Japin: De grote wereld (maart)
* John Grisham: Het vonnis (juli)
* Bank/Wennekes: De klank als handschrift (november)
* Ian McEwan: Amsterdam (december)
Iedereen een gezond en leesbaar 2007!
30 december 2006
Amsterdam
Van Ian McEwan las ik tot nu toe louter goede boeken, en dat dacht ik tot tien pagina's voor het einde ook van de roman Amsterdam, waar hij in 1998 de Booker Prize mee won. Net als in Boetekleed (leeslog juni 2006), Zaterdag (leeslog december 2005) en Ziek van liefde weeft McEwan een vaag web van verbanden; in die drie romans viel uiteindelijk alles op zijn plaats en werd je verbaasd door het ingenieuze plot. In Amsterdam wordt de door de twee hoofdpersonen afgesproken euthanasie wel zeer luguber uitgevoerd. McEwan, die zich normaliter voor zijn romans erg goed documenteert vergaloppeert zich in dit boek met zijn voorstelling van de Nederlandse euthanasiepraktijk. En dan mislukt zo'n plot, en heb je er als Nederlander nog een rare bijsmaak over ook. De eerste 165 pagina's zijn zeer overtuigend, in de resterende 25 gaat het mis.
29 december 2006
Wijn (3)
Na zijn Leven als Gort in Frankrijk (zie leeslog 17 november j.l.) las ik van Ilja Gort het nog leukere Het wijnsurvivalboek. Het is een uiterst vermakelijk boekje, met heldere uitleg van de theorie (cq Gorts interpretatie ervan), en de nodige anekdotes uit de wijnwereld en belevenissen van Gort als wijnboer. Was Leven als Gort in Frankrijk af en toe iets te melig en te populair geschreven, in dit boekje is de toon precies goed getroffen. Achterin geeft Gort een uitleg van de belangrijkste termen waarmee wijn wordt gekarakteriseerd. Bij Finesse schrijft hij: Oei! Dat bofje hebben we helaas alleen als het een dure, tot zeer dure jongen betreft. Een complexe, verfijnde wijn met een lange, lange afdronk. Zo'n wijn komt binnen als een juwelendief met witte handschoenen, maar een seconde later vieren alle smaakpapillen tegelijkertijd feest. Zoet, zuur zout, en alle andere andere smaakkabouters leggen de handen op elkaars schouders en trekken in een joelende polonaise door uw mond. Tja, dan schiet ik in de lach. Hoogtepunt is het verslag van de 'Salon du vin', het jaarlijkse feest van de wijnboeren uit het dorpje in Bordeaux waar Gort ook zijn chateau heeft. Twee buurman-wijnboeren zijn tegen elkaar bijzonder hoffelijk wanneer ze elkaars wijn proeven. Maar zodra de een naar de wc is, zegt de ander: ' Zijn wijn is nog niet goed genoeg om je auto mee te wassen.' Een prima boekje!
26 december 2006
Arabische Opera
In 2003 kreeg pianist en componist Michiel Borstlap de opdracht om een opera te componeren voor de Emir van Qatar. Het stuk moest in een paar weken klaar zijn, waarna het in allerijl werd gerepeteerd. De twee uitvoeringen (eerst in het Engels, een week later in het Arabisch) waren al gepland en zouden door Al Jazeera live worden uitgezonden in veel arabische landen. Zowel het componeren als het voorbereiden van de uitvoeringen bleken een chaotische toestand. De beschrijving van dit alles door Borstlap in dit boekje Opera in Qatar is onderhoudende lectuur. Borstlap is geen schrijver, en bij het zichtbaar ontbreken van een goede redactie zijn er in de tekst de nodige slordigheden blijven staan. Maar goed, het boekje leest lekker weg.
Pamflet
Denkend aan Holland is een uitermate geslaagd pleidooi van Thomas Rosenboom voor verlegenheid, geduld en het zich inhouden. In tegenstelling tot buitenlandse kinderen worden Nederlandse kinderen opgevoed met het uitgangspunt dat de wereld om hen draait. En daar krijg je vervelende, verveelde en agressieve mensen van. Rosenboom pleit voor een algeheel schreeuwverbod voor alle onderwijsinstellingen en het beperken van het televisie-aanbod in gevangenissen tot louter een klassieke-muziekzender en National Geographic: het perfecte medicijn tegen een agressieve inborst. Rosenboom moet maar minister in het nieuwe kabinet worden, vind ik.
23 december 2006
Flaubert
Een heuse topper, deze nieuwe selectie brieven van Gustave Flaubert verschenen onder de titel Geluk is onmogelijk. Dit is nu de vierde vertaalde brievenbundel; hoeveel brieven liggen nog onvertaald te wachten? Wat mij betreft dient het nieuwe kabinet de vertaler een beurs te geven voor de tijd dat hij ermee bezig denkt te zijn om alles wat nog rest te vertalen. Want het lezen van Flauberts brieven is een van de meest gelukzalige bezigheden die er zijn. Ondanks het voorturende gekanker en gescheld van de schrijver. Zomaar wat citaten, dan begrijp je wat ik bedoel:- Als ik enige kennis omtrent het leven heb opgedaan, komt dat doordat ik in de gewone betekenis van het woord weinig heb geleefd, want ik heb weinig gegeten, maar heel wat herkauwd.
- De stijl schuilt evenzeer achter de woorden als in de woorden. Het is evenzeer de ziel als het vlees van het boek.
- Ik amuseer me al met al maar matig op deze planeet.
- Ieder van ons heeft in zijn hart een koninklijke kamer. Ik heb hem dichtgemetseld, maar niet gesloopt.
- Welk werk dan ook is voor mij een lange reis; ik aarzel om me in te schepen en ik ben al van tevoren misselijk. (Over het schrijven aan een nieuw boek.)
- Ik ben van leem wanneer het om het ontvangen van indrukken gaat, en van brons om ze te bewaren.
- ...het verplaatsen van mijn enorme individu omstreeks de ochtendstond is een titanenarbeid die boven mijn krachten gaat.
- ... ook mij hangt alles verschrikkelijk de keel uit en voornamelijk mijn eigen individu.
- ... werken hangt me geweldig de keel uit, ik ben luier dan een oude aap en triest als een doodskist.
- Ik heb in mijn leven alles opgeofferd aan de vrijheid van mijn intelligentie.
- Ik heb gisteren zestien uur lang gewerkt, vandaag de hele dag en vanavond heb ik eindelijk de eerste bladzijde voltooid.
- ... bovendien heb ik genoeg van begrafenissen en ik wacht vol ongeduld op de mijne.
- Het is mogelijk dat ik erin verzuip, maar als ik het red, is de aardbol het niet waardig mij te torsen. Enfin, je moet wel een stokpaardje hebben om je in dit hondenleven staande te houden. (Over zijn roman Bouvard en Pecuchet, die hij door zijn vroegtijdige dood niet meer zou voltooien.)
- U weet wel dat ik u niet uitnodig omdat u te onaangenaam bent met die allesoverheersende gedachte dat u gauw weer moet vertrekken. Als u korter dan een week blijft, wil ik u niet hebben!
Ach, hoe prachtig allemaal. Hieronder een fraaie foto van de Franse meester.
Wijn (2)
Een kleine maand geen updates toegevoegd - schande. Andere bezigheden hielden me van het lezen af. Nu dan toch weer twee nieuwe utigaven, te beginnen met wat eigenlijk geen boek is, maar een cursusmap. Het is de theorie van de wijncursus die M. en ik volgden: De drankenwereld, geschreven door Michel van Tuil. In januari volgt het examen, en dan ben ik hopelijk de trotse bezitter van het wijnbrevet, wat je er ook mee kunt. In deze cursusmap wordt eerst in nogal droge taal uitgelegd hoe het maken van wijn in zijn werk gaat en welke verschillende technieken hierbij worden toegepast. Daarna volgt een rondgang langs de belangrijkste wijnbouwgebieden van de wereld. Veel opsommingen, maar als naslagwerk zal het zeker nog zijn diensten bewijzen. Ik ben nu begonnen met het aarzelend opbouwen van een wijnvoorraad. Het kost allemaal een godsvermogen, maar ik moet erkennen dat ik me sinds kort hoofdschuddend afvraag waarom mensen bij de Albert Heijn zomaar een bulkwijntje meenemen, in plaats van zich te verdiepen in de rijke variatie aan gebieden, domeinen en druivensoorten. Ach ja, iedereen die zich met wijn bezighoudt ontkomt niet aan snobisme, dus vergeef me deze elitaire houding. Van de map kon ik geen omslag op het internet vinden, en hij is te groot om onder de scanner te leggen, dus daarom bovenstaand sfeerplaatje.
26 november 2006
Dramatisch slechte Haitink-biografie
Op 7 november j.l. was het precies 50 jaar geleden dat Bernard Haitink voor het eerst een concert gaf met met Concertgebouworkest. Dat gouden jubileum werd begin deze maand gevierd met een prachtig concert waarbij Haitink een droomprogramma dirigeerde: Mahlers Das Lied von der Erde en Vierde symfonie. Het concert was vele keren uitverkocht, maar ik was erbij. In september ontstond er een relletje. Bij dit jubileum zou aan Haitink het eerste exemplaar van een boek overhandigd worden waarin zijn relatie met het Concertgebouworkest beschreven werd. Haitink had een stukje uit het manuscript mogen lezen, en wees de inhoud af. Communicatief eigenaardig als Haitink altijd al is geweest verklaarde hij dat het boek niet bij het jubileum overhandigd mocht worden, anders zou hij niet komen dirigeren. Enfin, de directie van het Koninklijk Concertgebouworkest trok zijn handen van het boek af, en voldeed aldus aan Haitinks eis. Het concert ging gewoon door, en het boek verscheen een week later in alle stilte. Het is geschreven door Jan Bank en Emile Wennekes, getiteld De klank als handschrift. Bernard Haitink en het Concertgebouworkest.Afgelopen week las ik dit boek, en ik kan niet anders zeggen dan dat ik zelden zo’n dramatisch slecht boek gelezen heb. Het barst werkelijk van de fouten en slordigheden, is erbarmelijk geschreven, getuigt van haastwerk en lapt alle basisregels van het schrijven van een biografie aan zijn laars. Ik heb alles wat mij opviel in het boek aangetekend, en in een worddocument gezet. Dat telt meer dan tien pagina’s! Liefhebbers moeten maar even als ‘comment’ hun mailadres achterlaten, dan stuur ik het document toe. Het gaat aan het begin al helemaal mis. Op het omslag staat als ondertitel Haitink en het Concertgebouworkest. Op de titelpagina: Bernard Haitink en het Concertgebouworkest. Inhoudelijk misschien een peulenschil, maar boekenmakers gruwen van zo’n misser. Hoe moet het boek voortaan geannoteerd worden? Voorts: ook de eerste regels van het voorwoord zijn een overtreding van de normen en waarden van het (biografisch) boekenschrijven. Je grabbelt wat akkoorden bij elkaar op een piano, maar pas wanneer je voor een orkest staat, begint pas het echte werken. [voetnoot 1]. Zo ongeveer beschreef Bernard Haitink eens het repetitieproces. Het citaat van Haitink is te vinden in het boek Met musici van Jan Brokken, en werd oorspronkelijk in de Haagse Post gepubliceerd. De woorden van Haitink zijn per letter in twee (!) bronnen na te gaan als ook dat de publicatiedata van deze bronnen nauwkeurig zijn te herleiden. En wat zeggen de auteurs, beiden hoogleraar dus kenners van wetenschappelijk onderzoek: zo ongeveer beschreef Bernard Haitink eens… Op dezelfde pagina, bij de derde keer dat de naam van het onderwerp wordt genoemd: Hatink. De auteurs grossieren in tautologieën en pleonasmen. Wat te denken van constructies als: geleidelijk steeds meer, of: de discussie golfde heen en weer, of: internationale broederschap van musici over de nationale grenzen heen. En hoogleraren die het aantal toehoorders zeer te wensen overhield schrijven dienen subiet ontslagen en terugverwezen te worden naar de brugklas vmbo. Wie de zin De blazerssectie vormt doorgaans een toch elastisch en wendbaar accurate slagwerkgroep die als specie tussen de orkestgroepen aaneensmeedt. begrijpt en weet uit te leggen mag het zeggen en krijgt van mij een boekenbon.
Ik wil mezelf geen kenner van de carrière van Haitink noemen, maar heb wel sinds begin jaren tachtig veel over hem gelezen, en veel concerten van Haitink bijgewoond. Als amateur-liefhebber kan ik ettelijke fouten in dit boek aanwijzen. De twee auteurs zijn hoogleraar; Wennekes zelfs hoogleraar Muziekwetenschap. Ze dienen zich diep te schamen!
Abonneren op:
Posts (Atom)