Het werd een jaar later dan beloofd: ik las pas dit jaar het tweede deel van de biografie van Lodewijk van Deyssel: Een vreemdeling op de wegen. Het leven van Lodewijk van Deyssel vanaf 1890. Twee jaar geleden las ik het eerste deel en de reden waarom leg ik in die weblog uitgebreid uit. Zie hier. Van 5 maart tot 5 september dit jaar las ik dit tweede deel, 1430 bladzijden inclusief noten- en bibliografieapparaat en register, waarvan 1151 volbedrukte bladzijden vol leestekst. Naar verhouding tot dat eerste deel over de eerste 26 jaren van Van Deyssel raast biograaf Harry G.M. Prick in dit lijvige tweede deel door de laatste 62 jaren van diens leven. Er gebeurt hoegenaamd steeds minder in Van Deyssels leven, maar Prick weet ook in dit boek het onbenulligste detail tot leven te wekken en vermeldenswaardig te laten zijn. Ik had een Ikea-potloodje bij de hand om grappige of gewoon mooie passages te markeren, zoals deze, toen in 1895 Van Deyssel nog op goed voet leefde met Frederik van Eeden: Zelf hoorde hij (VD) (...) toen iets verluiden over Van Eedens deelname aan een soort harddraverij, die inderdaad plaats zou vinden op zaterdag 25 mei en waarvan Van Eeden de aangenaamste herinneringen bewaarde. Vermoedelijk is hij er onkundig van gebleven dat Van Deyssel zich min of meer verplicht had gevoeld de hippische verrichtingen van zijn vriend te gaan gadeslaan. In de, onjuist gebleken, veronderstelling dat het gebeuren plaatsvond op dinsdagmiddag 28 mei, belandde Van Deyssel weliswaar op een harddraverij (harddraverijen waren toen in het Gooi kennelijk schering en inslag), maar toch niet een zodanige waarop hij Van Eeden aanmoedigend zou hebben kunnen toejuichen. Voor zijn gevoel hield hij, almaar tevergeefs naar Van Eeden uitziend, er een volledig 'verwoeste middag' aan over. Pas als je dit drie keer opnieuw leest, vallen de ironie en details op die je normaliter gedachteloos overleest. En zo gaat het ook in dit tweede deel dus ruim 1100 pagina's door. Van Deyssel moge als literator in de vergetelheid zijn geraakt, ooit komt hij misschien weer aan de oppervlakte. Maar in elk geval was hij aanleiding voor een grandioze biografie in twee delen, zoals er in de Nederlandse letterkundige geschiedenis niet eerder biografieën werden geschreven. Eerder loofde ik de biografie-kunst van Marita Mathijsen (zie hier) en er staat voor dit jaar nog een derde biografie over een Nederlandse schrijver op mijn plank met te lezen boeken, maar Harry G.M. Prick nemen ze niet meer van me af. In de eregalerij van biografen hoort hij zeker thuis!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten