Aangeraden voor een vriendin, en ook allerwegen juichend onthaald door de recensenten van kranten en literaire websites. Emma Doude van Troostwijk schreef haar debuutroman Mensen van de dag in het Frans, de taal waarin ze is opgevoed, ook al stamt ze uit een Nederlandse familie. Ik heb me behoorlijk geërgerd aan dit boekje. 169 pagina's met hoofdzakelijk wit. Fragmenten uit een familiesamenzijn van drie generaties, waarbij opa, vader en broer predikant zijn. Wat is dat toch met Nederlandse schrijfsters die in hun debuut de protestantse kerk een rol laten spelen. Franca Treur (Dorsvloer vol confetti, hier), Marieke Lucas Rijneveld (De avond is ongemak, hier) en nu weer. En alles de hemel ingeprezen, want wát betekenisvol alles... Mensen van de dag wordt geprezen om het minimale, waar ieder woord kennelijk veel diepgang bezit. Nou, ik zie er niks anders in dan een verzameling huiselijke tafereeltjes, waar weinig betekenis aan wordt toegekend. Op een gegeven moment loopt broer weg, blijft een poosje onvindbaar en komt dan weer terug. Dat is dan alles, geen verklaring of betekenis daaraan gegeven. Er komen af en toe wat losse zinnetjes in het Frans voor, en dat wordt dan geroemd als tweetaligheid die bijdraagt aan de muzikaliteit van het proza van de schrijfster. En dat vele wit: als je alle hoofdstukjes achter elkaar zou plakken met een witregel ertussen, blijft er een boekje van hooguit 80 pagina's over. Geef mij maar een lekker en-toen-en-toen-verhaal (mag best complex) in plaats van die quasi-diepzinnige familie-navelstaarderij.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten