Duitsland heeft me nooit met rust gelaten. Amerikaans Dagboek 1940-1948 biedt een selectie uit de dagboeken van Thomas Mann en is na De Buddenbrooks pas het tweede boek dat ik van de Duitse literaire grootmeester las. Mann werd ook toen al gezien als de grootste levende Duitse schrijver, en hij werd dan ook door de Amerikanen ingehuurd om lezingen te geven over de oorlog en over Duitsland, maar ook om regelmatig radioboodschappen in te spreken die uiteindelijk op radio's in Duitsland te horen zouden zijn. De titel van deze dagboek-selectie zegt dus veel over de inhoud van de aantekeningen, maar daarnaast ook veel huiselijke onderwerpen, en opmerkingen over het ontstaan van Doktor Faustus, de roman die hij in deze jaren schreef. Dit alles wordt vaak in telegramstijl verwoord, waardoor de dagboekaantekeningen een zeer geconcentreerde informatiedichtheid hebben. Het boek geeft een geweldig inzicht in de persoon van deze grote schrijver. Snel maar weer een roman van hem lezen, want net als wat ik me van De Buddenbrooks herinner bezitten de zinnen van Thomas Mann een enorme zeggingskracht die je maar bij weinig schrijvers tegenkomt.
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
21 september 2008
Amerikaans Dagboek
Duitsland heeft me nooit met rust gelaten. Amerikaans Dagboek 1940-1948 biedt een selectie uit de dagboeken van Thomas Mann en is na De Buddenbrooks pas het tweede boek dat ik van de Duitse literaire grootmeester las. Mann werd ook toen al gezien als de grootste levende Duitse schrijver, en hij werd dan ook door de Amerikanen ingehuurd om lezingen te geven over de oorlog en over Duitsland, maar ook om regelmatig radioboodschappen in te spreken die uiteindelijk op radio's in Duitsland te horen zouden zijn. De titel van deze dagboek-selectie zegt dus veel over de inhoud van de aantekeningen, maar daarnaast ook veel huiselijke onderwerpen, en opmerkingen over het ontstaan van Doktor Faustus, de roman die hij in deze jaren schreef. Dit alles wordt vaak in telegramstijl verwoord, waardoor de dagboekaantekeningen een zeer geconcentreerde informatiedichtheid hebben. Het boek geeft een geweldig inzicht in de persoon van deze grote schrijver. Snel maar weer een roman van hem lezen, want net als wat ik me van De Buddenbrooks herinner bezitten de zinnen van Thomas Mann een enorme zeggingskracht die je maar bij weinig schrijvers tegenkomt.
19 augustus 2008
Smakelijk leven van James en Kay Salter is volgens het opslag een literaire eetkalender voor levensgenieters. Wat het specifiek literaire aan dit verder zeer geslaagde boek is, kan ik niet zeggen. Het boek is opgezet als een kalender; iedere dag van iedere maand heeft een eigen verhaaltje waarin eten en drinken centraal staat. En af en toe is dat verhaaltje opgehangen een de herinnering van een schrijver. Maar dat maakt dit boek nog niet literair. Los van dat: ik heb het boek met erg veel plezier gelezen. De Salters zijn levensgenieters en ze boekstaafden al hun kook- en eetwetenswaardigheden gedurende vele jaren in een kookschrift; dit boek is de nette versie daarvan. Het behandelt kriskras onderwerpen over eten, kookboekenschrijvers, chef-koks, beroemdheden die iets speciaals met eten hadden, en ook veel recepten. Vanwege de Amerikaanse invalshoek staan er soms wat rare en overbodige adviezen in, maar dat doet verder geen afbreuk aan de optimistische en warme sfeer die dit boek uitstraalt. Door de indeling kun je er precies een jaar over doen om het te lezen; ik las het in een paar dagen.
18 augustus 2008
Fictie en werkelijkheid
Van Bret Easton Ellis las ik nooit eerder een boek, en met zijn meest recente Lunar Park vang je meteen een glimp op van zijn vorige romans. Ellis speelt in dit boek met de grenzen van fictie en werkelijkheid, maar vooral ook met de vereenzelviging van de ik-figuur met de auteur. De ik-figuur in het boek heet Bret Easton Ellis, en heeft ook daadwerkelijk de romans geschreven die eerder zijn verschenen. Maar gaandeweg neemt de ik-figuur je mee naar een schijnwereld, waar hoofdpersonen uit vorige romans als ook de schrijver van die romans naast de ik-figuur een min of meer actieve rol spelen in de handeling. Kern van het geheel is het onverwerkte verleden van de ik-figuur met zijn overleden vader, en de poging van de ik-figuur om met zijn eigen zoon contact te leggen. In de roman vertegenwoordigen een aantal personages dus de verschillende gezichten van één en dezelfde figuur, lijkt me. Als stijlmiddel vind ik deze meerlaagse benadering zeker boeiend, maar uiteindelijk begon het me te vervelen. Het boek mist de ultieme boodschap, de cirkel wordt uiteindelijk niet gesloten. Het stijlmiddel blijkt slechts het doel te zijn. Een te gekunsteld geheel daardoor, ook al vind ik het als idee niet slecht bedacht.
Harry Bosch
En toen waren de te lezen boeken op. Gelukkig beschikt Ubud op Bali over tweedehands-boekenzaakjes, en daar kochten we nog een tweetal boeken voor de laatste paar dagen. Ik las eerst Slotakkoord van Michael Connelly. Van deze misdaadauteur las ik de afgelopen jaren al wat meer thrillers met inspecteur Harry Bosch als hoofdpersoon. En ook dit boek is weer een geslaagd geheel. Bij zijn terugkeer bij de LAPD krijgt Bosch als testcase een moord van 17 jaar geleden op te lossen. Daarbij ondervindt hij veel hinder van oud-collega's, want de daders mochten indertijd niet gevonden worden. Ach ja, dan lees je zo'n boek van 350 bladzijden in een dag uit.
Indië-roman
Tijdens mijn vorige reis naar Indonesië had ik een halve rugzak vol Indië-literatuur bij me; nu eigenlijk niets. M. had wel wat meegenomen en omdat ik Proust en Tsjechov al sneller uitgelezen had dan gepland, nu de goede gelegenheid om eindelijk eens Indische duinen van Adriaan van Dis te lezen. Het boek stond al vele jaren in mijn boekenkast, maar het bleef vreemd genoeg ongelezen. Ik las het nu in ruim een dag. Het is een erg geslaagde 'afrekening met het verleden'. Alle personages dragen de oorlog in Indië op hun eigen manier met zich mee (de ik-figuur heeft die oorlog niet eens meegemaakt), en hoewel de personages elkaar flink pijn doen valt dat allemaal goed te begrijpen. Van Dis vertelt dit in een vloeiend verhaal waarin heden en verleden fraai en natuurlijk afgewisseld worden. Aan het slot is er geen oplossing voor alle onderlinge tegenstellingen, maar het verhaal is dan wel verteld. Gave roman.
17 augustus 2008
Nog meer verhalen
Direct na Proust begonnen in de Verzamelde verhalen 3, 1887-1888 van Anton Tsjechov, uit de Russische Bibliotheek van Van Oorschot. Tja, dat is een andere dimensie. Niet beter, of slechter, maar hoe zalig toch. Ik ga hier nu geen lange beschrijvingen typen, doch citeer slechts de website van Van Oorschot, helemaal raak getypeerd, verdere toelichting overbodig: In Moskou vestigde Tsjechov zich in 1884 als arts. Uit die tijd dateert zijn beroemde uitspraak dat de geneeskunde zijn wettige echtgenote en de literatuur zijn maitresse was. Hoe deze 'verhouding' in de jaren 1887-1888 omsloeg leze men in dit fascinerende derde deel van zijn verzamelde verhalen. In diezelfde periode nam zijn jaarproductie geleidelijk af maar werden zijn verhalen langer. Voor zijn verzameld werk, dat hij in 1899 samenstelde voor de uitgever Adolf Marx, selecteerde Tsjechov slechts 57 verhalen uit die periode. Daaronder de slechts acht verhalen die hij in 1888 schreef. Eén daarvan is het wanhopig mooie verhaal ‘De steppe’. Het springt boven alle andere verhalen uit, niet alleen omdat het met zijn bijna 100 bladzijden het langste is dat hij ooit schreef. ‘De steppe’ is Tsjechovs liefdesverklaring aan zijn land, het land dat hij zo graag bereisde (‘wie lange reizen maakt, kan veel verhalen’), en aan het leven zelf. In het verhaal wordt de zoon van een handelaar in een karavaan naar de grote stad gebracht, waar hij naar de middelbare school zal gaan. Het is hoogzomer en tijdens de lange reis slaapt hij ’s nachts bovenop een hooiwagen. Liggend op zijn rug luistert hij naar wat de ouderen elkaar vertellen en staart hij naar de sterbezaaide hemel. Dan laat Tsjechov de gesprekken verstommen, trekt alle registers open en brengt de steppe zelf tot leven... Een dan óók nog 'De naamdag', 'De kus', 'Kasjtanka', 'Zonder titel' en en... Ach het is zo mooi allemaal!
16 augustus 2008
Op zoek
Ik ben nog geen mensen tegengekomen die Proust gelezen hebben en die (durven te) zeggen dat ze er niks aan vonden; je hoort louter verrukte uitspraken. Ik ben nog wat terughoudend. Ik werd door dit eerste deel nog niet helemaal gegrepen, maar zoals gezegd: de meesterlijke ontledingen van het kleine moment maken me toch zeer benieuwd naar de volgende delen. Ik heb de eerste stap gezet, de andere zes gaan zeker volgen. Bovendien is de wereld van Proust zo rijk en complex, dat ik deze in dit eerste deel zeker nog niet ten volle begrepen heb. Er is ontzettend veel geschreven over Proust, maar ik wil me vooraf niet laten leiden door wat anderen te verklaren hebben over wat ik nog ga lezen. Maar achteraf ben ik wel benieuwd naar wat zij erover te zeggen hebben. Dus eerst maar die andere zes delen. Verder op zoek!
11 augustus 2008
Wijnroman
Drie weekjes op vakantie (met rugzak door Indonesie) en toch weer een hele stapel boeken gelezen: zes in totaal, 2400 bladzijden. Enfin, hierna (hierboven) verschijnen de leeslogs ervan. In Het Merlot Mysterie van Ilja Gort was ik al voor vertrek begonnen; ik las de tweede helft aan het zwembad van het Borobudur-hotel in Jakarta. Jakarta is een drukke, lawaaiige stad maar grote kans dat mijn schaterlachen het verkeer heeft weten te overstemmen. Want dit boek is uitermate grappig. Het verhaal is dunnetjes, en spannend is het geenszins, maar de stijl van Gort zou je bijna uniek kunnen noemen. Waar het maar kan trekt Gort de bontste vergelijkingen, zo mogelijk voorzien van een overdaad aan bijvoeglijke naamwoorden. Tijdens een gesprek met belastingambtenaren laat de wijnboer een scheet ('biologische oorlogsvoering'): Ongelukkigerwijs bleek zijn flatule evenwel niet zo geurloos te zijn als hij had aangenomen. De kasteelkeuken vulde zich alras met een intense stank die het midden hield tussen een open riool en een opslagkelder voor overjarige camembert. Nog zo'n vergelijking, over een pergola van een enorme wijnstruik: Dikke trossen druiven hingen als vrouwenborsten uit het gebladerte neer. Het is bepaald geen subtiele literatuur, maar wel erg grappig bedacht en geschreven. Niks mis mee!
15 juli 2008
Kunstminnend
Het komt zelden voor dat je een biografie leest waarin de schrijver bepaald geen positief beeld schetst van zijn onderwerp. Dit is nu zo’n zeldzaam voorbeeld. Oliver Hilmes prikt de door Alma Mahler-Werfel zelf ontworpen en in stand gehouden mythe door dat zij een dienstbare kunstminnende vrouw was die haar hele leven ten dienste van de kunst en de kunstenaars stelde. Haar eigen biografie Mijn leven las ik zelf niet, wel een brievenboek Het is een vloek een meisje te zijn. Hilmes ontdekte in archieven allerlei nieuw materiaal, waaronder haar eigen ongecensureerde biografische aantekeningen. En daaruit bleek dat ze moedwillig de zaken heeft veranderd om het beeld over zichzelf zo positief te laten uitpakken. Alma Mahler-Werfel (geboren als Alma Schindler) was drie keer getrouwd (met de componist Gustav Mahler, met de architect Walter Gropius en met de schrijver Franz Werfel), en had daarvoor en daartussen vele serieuze en minder-serieuze verhoudingen. Haar echtgenoten werden door haar geminacht, waarbij ze (met name bij Werfel) niet onder stoelen of banken stak dat ze hem eigenlijk minderwaardig vond omdat hij joods was; bij Mahler had ze nog niet zo’n antisemitisme ontwikkeld. Mannen moesten haar aanbidden, anders beschouwde zij hen als haar vijand, waarnaar ze soms ook handelde. Ondanks haar groeiend antisemitisme en haar sympathie met de politiek van de nazi’s, moest ze na de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland vluchten, en kwam ze na de nodige omzwervingen in de Verenigde Staten terecht, waar ze in Los Angeles in een Duitse kunstenaarskolonie terechtkwam, waar o.a. de schrijvers Thomas en Heinrich Mann, de componisten Schönberg en Korngold en de dirigenten Walter en Klemperer onderdeel van uitmaakten. Ook daar bleef ze een intrigante, die bewust misverstanden in het leven riep om er zelf beter van te worden. Deze vlot geschreven en vertaalde biografie draait vooral om Alma en haar verhoudingen; bijna 400 bladzijden relationeel positiespel. Uitermate boeiend, ook omdat het al die grootheden (met name uit de muziekwereld zijn mij bekend) opeens gewone mensen zijn. Een fraaie biografie.
12 juli 2008
Hierna nog één keer...
Onlangs verscheen het Geheim dagboek 1996-1998 van Hans Warren, het twintigste deel. Het deel uit zijn stervensjaar 2001 was al verschenen, dus er resteert nog één deel: met de laatste maanden uit 1998, en heel 1999 en 2000. Dan is de serie compleet en is het grootste egodocument uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis afgebouwd. Dit deel is wederom een verrukkelijk en indringend dagboekdeel. Eten, muziek, kunst(kopen), huiselijk gedoe en reisjes: er wordt stevig geleefd in huize Warren-Molenaar. En dat terwijl Warren ver in de zeventig is. Alleen wie deze dagboeken mee-leest zal kunnen begrijpen in welk een heerlijk gebalanceerde leestoestand je als lezer bevindt wanneer je weer een stuk hieruit leest. Nadat ik dit boek uitgelezen had, bekeek ik uit de verzamelbox dvd's met de interviews van Adriaan van Dis op televisie zijn gesprek met Hans Warren (ergens begin jaren '90?) - Warren is gewoon een erg boeiende en lieve man. Wanneer het laatste deel verschenen en gelezen is, ga ik weer van vooraf aan beginnen, denk ik.
18 juni 2008
Gestopt
Normaliter maak ik op deze leeslog geen melding van boeken die ik onuitgelezen wegleg. Zo vaak gebeurt dat trouwens niet; het komt gelukkig niet vaak voor dat een boek me niet boeit. Nu dan toch een uitzondering. Het schijnt inmiddels een bestseller te zijn, maar Ik Jan Cremer 3 is zo eendimensionaal en saai dat ik het na 125 pagina's voor gezien houd. Er zit totaal geen lijn in het boek, het begint nergens, gaat nergens heen, en het biedt een opeenvolging van onduidelijke gebeurtenissen waarbij de seks met allerlei onduidelijke dames die het pad van de ik-figuur kruisen de hoofdmoot vormen. Ik heb niets tegen richtingloos gezwets, maar dan wel grappig gezwets graag. Om een enkele uitdrukking van Cremer moest ik wel lachen, maar om de nog resterende 400 bladzijden af te struinen naar nog een paar van zulke uitspraken... Nee, verder met iets beters!
09 juni 2008
Drank en sigaren
De eerste druk van Jean Sibelius van Guy Rickards zag ik een aantal jaren geleden eens in New York in een boekwinkel, en besloot die toen niet te kopen. Sinds een jaar wilde ik wel eens wat meer weten van deze intrigerende Finse componist, maar die eerste druk bleek nergens meer te krijgen. Onlangs kwam er echter een herdruk uit; ik las het in een paar dagen en voldeed daarmee meteen weer aan mijn target van minimaal één boek in het Engels per jaar. Het is geen goede biografie. Rickards raast in 200 bladzijden door het leven van Sibelius (1865-1957), en stipt daarin de gebruikelijke aspecten van een gemiddeld leven aan: geboorte, familie, studie, liefde, trouwen, kinderen, relatieproblemen en dood. Daarnaast natuurlijk ook het nodige over de componist, maar de meesterwerken die Sibelius voortbracht 'zijn' er allemaal opeens. Geen achtergronden over het hoe-of-waarom, geen analyse hoe Sibelius aan zijn eigen karakteristieke stijl kwam. Wel af en toe wat informatie over de politieke verwikkelingen - Finland werd tijdens het leven van Sibelius een eigen staat, inclusief een kort burgeroorlogje en strijd tegen de Russen, Duitsers enzovoort. Sibelius was volgens Rickards geen prettig mens. Hij zoop en rookte zich een ongeluk; hij werd eens door de Engelse douane vastgehouden omdat hij voor zijn tournee van een paar weken naar Engeland een enorme hoeveelheid sigaren van zijn eigen merk met zich meedroeg. Zijn vrouw Aino was haar hele leven depressief vanwege het gedrag van de componist, maar ze bleef hem trouw. Uit Rickards verhaal kun je opmaken dat haar mooiste jaren de 12 jaren na zijn dood waren; zij werd 98...Ik luister de laatste tijd enorm veel naar muziek van Sibelius. Zijn symfonieën (waarvan ik de oneven nummers het mooist vind), maar vooral ook enkele van zijn symfonische gedichten (de Oceaniden, Nachtelijke rit en zonsopkomst, Pohjola's dochter, de Woudnimf), de Lemmikäinen Suite en het Vioolconcert: het zijn allemaal meesterwerken. Onlangs ontdekte ik in een cd-doos de Woudnimf, en dat stuk kan ik dan een week lang minstens een keer per dag horen. Enfin, door het boek van Rickards weet ik nu iets meer over het leven van de Finse meester af, maar een overtuigende biografie is het allerminst.
04 juni 2008
Verdwijning
Als je Tim Krabbé en Het Gouden Ei in Google intikt, krijg je een waslijst aan boekverslagen. Dit verhaal is een hit op boekenlijsten van middelbare scholieren. Het verscheen al in 1984, toen ik net eindexamen deed. Van Krabbé las ik tot nu toe alleen nog maar De grot, en dat is net als Het Gouden Ei een snelgelezen verhaal. Waarschijnlijk heb ik hiervan wel eens de verfilming gezien, want het begin van het verhaal kwam me bekend voor. Het is een boeiend en ingenieus verhaal, maar wat ik zeker geen meesterwerk zou willen noemen. Daarvoor vind ik het jammer dat het perspectief in het tweede hoofdstuk naar de moordenaar verschuift. Noodzakelijk voor het verhaal weliswaar. Je leest het in anderhalf uur uit. Ik ben benieuwd of het aantal bezoekers van mijn boekenlog na publicatie van deze leeslog stijgt door de vele scholieren die op zoek zijn naar verslagen van dit boekje.
03 juni 2008
Achterflap
Een positieve recensie bracht me ertoe Andermans huis van Silvio d'Arzo te lezen. d'Arzo schreef een klein oeuvre en overleed al op zijn 31ste (in 1952). Deze kleine maar fijne roman maakte hem echter onsterfelijk. Het is een puur verhaal over een pastoor in een dorpje in Noord-Italië waar nooit iets gebeurt. De komst van een onbekende vrouw doet dat voor de pastoor veranderen. d'Arzo beschrijft de leegte zoals je zelden te lezen krijgt; je hoort de stilte en je hoort de tijd voortgaan. Prachtig. Zoals de recensent al aangaf: lees vooral NIET de achterflaptekst. Die haalt in één keer de kracht van het verhaal onderuit. Ongelooflijk dat een uitgever zoiets voor elkaar krijgt. Koop en lees dit boekje en stel het lezen van de flaptekst uit totdat je het boekje gelezen hebt. Dat uitstellen kost slechts anderhalf uur, dat is de tijd die je nodig hebt om dit prachtige boekje te lezen. Ik hield me ook aan het gebod van de recensent, en was hem er achteraf zeer dankbaar voor.
29 mei 2008
Vliegen
Bijna twee jaar geleden las ik van Stefan Brijs zijn veelgeprezen en boeiende roman De engelenmaker. Lees hier de leeslog daarvan. Iemand tipte als commentaar een eerdere roman van Brijs: Arend. Dat las ik tijdens drie treinritten in twee dagen uit. Deze roman uit 2000 vertoont thematisch sterke verwantschap met De engelenmaker. Arend is in lichaam en geest een mislukt kind en hij stelt zijn moeder voor grote problemen. Aanvankelijk snap je het gedrag van moeder Anna, maar naarmate Arend ouder wordt en zijn moeder steeds hardvochtiger, gaat de sympathie over naar het kind. Het is verder een treurigstemmend maar fraai geconstrueerd verhaal. Arend heeft iets met vliegen, vogels, en ziet zichzelf op een gegeven moment als een engel die kan vliegen. Wat heeft die Brijs eigenlijk met misvormde kinderen die engelen worden?
25 mei 2008
Haffner op herhaling
Met de uitgave van Duitsland 1939: Jekyll & Hyde is de serie gebonden uitgaven van de boeken van Sebastian Haffner compleet. De uitgeverij had dit boek al eens eerder uitgegeven, en die uitgave las ik een paar jaar geleden ook al, maar het bleef toch een afwijkend deel in mijn boekenkast. In de heruitgave is ook een lang interview met Haffner uit 1989 opgenomen, dus genoeg reden om de heruitgave te kopen en nog eens te lezen. Jekyll & Hyde is Haffners eerste officiële boek. Hij schreef het in de winter van 1939-1940 toen hij als Duitse immigrant in Engeland geïnterneerd was. In niet mis te verstane woorden beschrijft hij de aard van nazi-Duitsland, waarmee Engeland op dat moment wel al in oorlog was, maar waarmee nog niet gevochten werd. Binnen een maand nadat dit boek uitkwam veroverde Duitsland heel West-Europa en begon de Battle of Brittain. Met dit boek opende Haffner de ogen van veel Engelse politieke en militaire beslissers; tegelijkertijd doet hij uitspraken die het denken over de status van Duitsland na de capitulatie hebben beïnvloed. In die maanden waren Hitler en nazi-Duitsland een vast gegeven, en wie twijfelde aan het nut en de noodzaak van een oorlog moest Hitler en nazi-Duitsland wel een plaats in het denken over de toekomstige wereldorde toekennen. Haffner betoogt dat die toekomstige wereldorde alleen door het vernietigen van nazi-Duitsland gestalte kon krijgen. En hoe logisch wij dat nu met onze kennis van de geschiedenis ook vinden, eind 1939/begin 1940 was dat geenszins vanzelfsprekend! Wij weten dat Hitler doelbewust op een grote oorlog uit was, maar dat durfde vóór mei 1940 eigenlijk niemand te geloven. Behalve Haffner, die met deze eersteling een profetisch en beklemmend document schreef, dat bovendien vele uitspraken bevat waarmee we de huidige warrige tijd eveneens kunnen analyseren. Via deze link kom je op de informatiepagina van uitgeverij Mets en Schilt over de tien vertaalde boeken van Haffner. Duik daarin, want het zijn stuk voor stuk meesterwerken over de geschiedenis van Duitsland.
04 mei 2008
Vier tragedies
Met een stapeltje boekenbonnen en wat extra centen kocht ik een poosje terug de complete vertaalde toneelstukken van William Shakespeare. Voor 99 euro haal je een fraaie cassette met 11 delen in huis, en daarin alle toneelwerken vertaald door Willy Courteaux. Hij vertaalde vanaf de jaren zestig in zijn vrije tijd al die stukken, en zijn vertaling schijnt het meest tijdloos te zijn. Ik las wel eens eerder een enkel toneelwerk van Shakespeare (Othello en Macbeth), in de vertaling van Gerrit Komrij. Nu las ik een deel uit deze cassette met vier tragedies: Romeo en Julia, Timon van Athene, Julius Caesar en Macbeth. Met name Romeo en Julia en Macbeth hadden mijn speciale belangstelling, omdat ze de bron zijn voor een aantal bekende muziekwerken. Courteaux schreef bij ieder toneelstuk een gedegen inleiding, waarin hij de datering, kwaliteit en de belangrijkste hoofdpersonen beschrijft. Hij laat zijn mening aardig horen, en daar bleek ik het niet altijd mee eens te zijn. Timon van Athene noemt hij een relatief zwak stuk, vanwege o.a. de beperkte handeling en een aantal slordigheden. Het is misschien niet zo indringend en krachtig als Macbeth, maar de thematiek en de uitwerking daarvan door Shakespeare is alleszins interessant en tijdloos. Romeo en Julia vond ik wat tegenvallen; ik had het emotioneler en dramatischer verwacht. Misschien is de kracht minder wanneer je het leest dan wanneer je het opgevoerd ziet? De andere stukken boeiden me wel van begin tot einde. Macbeth blijft fantastisch. Ik las het zoals gezegd al eens eerder, en ik zag het ook eens opgevoerd (met Pierre Bokma als Macbeth). De opera die Verdi erop componeerde is eveneens een meesterwerk, en volgt getrouw het verhaal en de sfeer van het stuk. Tenslotte: het lezen van toneelstukken is net zo boeiend als het lezen van een roman. Ik kan niet beloven dat ik alle andere tien delen uit deze cassette ga lezen, maar ik zal periodiek zeker nog wat andere delen ter hand nemen.
21 april 2008
Succes
Evenals in zijn boek voor de jeugd Kaas & De evolutietheorie dat ik anderhalf jaar geleden las (zie de leeslog) legt Bas Haring in zijn boekje Voor een echt succesvol leven veel verbanden tussen dieren en menselijk gedrag. Haring vraagt zich in dit boekje af of succes of wat algemeen als succesvol wordt beschouwd wel daadwerkelijk succes is, dat wil zeggen: altijd in het belang van het individu. Dat is dus niet het geval, en dat legt Haring fijntjes uit. Het is geen al te diepzinnig boekje, maar zijn schrijfstijl en zijn relativeringsvermogen zijn aanstekelijk. Het leest lekker weg.
06 april 2008
Briefwisseling
Op papier had het de meest interessante en smeuïge briefwisseling uit de vaderlandse letteren kunnen zijn: die tussen Gerard Reve en Willem Frederik Hermans. Maar de onlangs verschenen bundel Verscheur deze brief! Ik vertel veel te veel valt een beetje tegen. Reve en Hermans schreven het merendeel van hun brieven eind jaren veertig en in de jaren vijftig. Daarin ook de periode waarin Reve in het Engels schreef; ongeveer de helft van zijn brieven zijn dan ook in die taal, en missen daardoor zijn heerlijke stijl (want in het Engels komt zijn stijl niet tot zijn recht). Daarnaast gaan veel brieven over niks; af en toe wat zeuren over andere schrijvers, maar dikwijls over hun katten en over ander klein leed. Aan het eind van de jaren vijftig houdt Hermans de vriendschappelijke relatie voor gezien. Reve blijft dan nog wel wat vriendelijke brieven schrijven, maar Hermans reageert daar niet, of nukkig op. Via de brieven wordt duidelijk wat de oorzaak hiervan was, en dat maakt deze bundel toch weer wel interessant. Maar ik had op meer gehoopt. Volgens mij zou een bundel met de brieven van Reve met uitgever Polak nog wel wat vuurwerk kunnen bieden. Wie weet.
01 april 2008
Boekenweek 2008
Het boekenweekessay was helaas al uitverkocht toen ik na mijn vakantie aan het einde van de boekenweek de boekhandel bezocht. Het geschenk geschreven door Bernlef was er nog wel; ik las het in anderhalf uur in de trein van en naar het werk. De pianoman is een variatie op de gebeurtenissen met een Duitse jongeman die een paar jaar geleden opeens in Engeland verscheen en die niets zei; alleen kon hij goed pianospelen. Bernlef maakte er een aardig verhaal van, onderhoudend en afgerond. Maar ik vond het ook wat gemakkelijk en weinig diepgaand. Samengevat: jongen gaat weg, reist wat rond en komt in Engeland terecht, zegt niks over zijn achtergrond maar wordt uiteindelijk opgespoord en gaat tenslotte weer terug naar huis. Geen hoogvlieger, dit boekenweekgeschenk, maar ook niet slecht.
30 maart 2008
Koning van het verhaal
Ooit heb ik mezelf opgedragen om ieder jaar minstens één deel uit de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot te lezen. Tot nu toe las ik dertien van die prachtige gebonden dundrukuitgaven; in 1990 begonnen met Oblomov van Gonstjarow. Nu de veertiende: de Verzamelde Werken deel 2 van Anton Tsjechov. Van Oorschot brengt de vijf delen met verhalen in een nieuwe, meer eigentijdse vertaling uit, en drie jaar geleden las ik het eerste deel van die nieuwe reeks. Nu dus het vervolg met 84 relatief vroege verhalen die Tsjechov schreef van mei 1885 tot december 1886. De variatie in deze verhalen is enorm. Tsjechov schiep 84 verschillende werelden, in dikwijls minder dan 8 pagina's, en schetste zo een fraaie dwarsdoorsnede van de Russische maatschappij. Allerlei figuren passeren de revue: landlopers, kunstenaars, luitenants, doktoren, kinderen, eenzame geliefden enzovoort. Tsjechov was geen schrijver van happy endings; droevigheid of melancholie overheersen. Het schijnt dat de latere verhalen nog beter en rijker zijn; ik moet maar snel verder met de reeds verschenen delen drie en vier!Thriller
Af en toe ook eens een thriller; ik lees ze niet veel, maar wanneer je eenmaal in het verhaal zit kom je er ook niet meer van los. Dat vind ik wel vaak het lastigste van thrillers: er zijn dikwijls tientallen pagina's nodig om iets neer te zetten, de spanning op te bouwen, en omdat je als lezer denkt dat alles ertoe kan doen om de kwestie op te lossen, wil je alles onthouden. Die eerste tientallen bladzijden zijn vaak wat eendimensionaal, om het geheel vlot te trekken. In (goede) literaire romans heeft de opbouw al genoeg in zich. Maar goed, de thrillers van Val McDermid zijn steevast goed opgebouwd en boeiend. De terechtstelling gaat over de verdwijning van een dertienjarig meisje en de ontmaskering van de dader, en de reportage die een journaliste er 35 jaar later van maakt. Uitermate fraai opgezet en een verrassende ontknoping, zoals het een goede thriller betaamt.
Muziekroman
Op het strand onder de parasol las ik in twee dagen de muziekroman Verwante stemmen van Vikram Seth. Het verhaal combineert liefde en muziek met elkaar. De hoofdpersoon, tweede violist in een professioneel strijkkwartet, komt maar niet los van zijn oude geliefde. Nadat hij haar na vele jaren toevallig tegen het lijf loopt, het kwartet een tournee naar Wenen maakt en zelfs uitgenodigd wordt om een cd-opname te maken, raakt het verhaal in een stroomversnelling. Seth heeft naast een warmbloedig liefdesverhaal vooral ook een goed en interessant muziekboek geschreven. De verhouding tussen de kwartetleden onderling is even intens als in een liefdesrelatie, en daarnaast hebben al die musici ook nog een speciale verhouding met de muziek die ze spelen, en met hun instrument. Op al die aspecten gebeurt er vanalles in deze roman. Dat het verhaal desondanks een coherent geheel is en bovendien boeit van begin tot einde, maakt dit een uiterst geslaagde roman!
24 maart 2008
Bakker
JC raadde me aan om de twee boeken van Gerbrand Bakker te lezen. Volgens haar een nieuwe ster aan het Nederlandse literatuurfirmament. Vlak voor mijn weekje zonvakantie griste ik beide boeken van het schap; ik las ze binnen 24 uur op het strand en in bed.Boven is het stil geldt als zijn debuut, maar dat is het niet echt (zie hieronder). Wel kan het als zijn eerste grote roman gelden. Het is een prachtig boek vol verstilde omgeving en emotie en ongemakkelijke communicatie. Deze boerenroman ontdoet het boerenleven van die misplaatste boerenromantiek, waardoor het televisieprogramma Boer zoekt vrouw zo populair is. Deze roman is een schoolvoorbeeld van het verhaal waar de lezer alle ruimte krijgt om zelf invulling te geven aan wat er precies aan de hand is. Dat zowel M, die ook dit boek las, als ik tot deze zelfde conclusie kwamen zegt dan genoeg. Bovendien kwamen we tot dezelfde invulling. Boven is het stil is danook vrij ééndimensionaal, maar wel erg fraai geschreven en sowieso eigenzinnig. Voldoende om een goed boek te laten zijn.
Perenbomen bloeien wit verscheen weliswaar ná Boven is het stil, maar het is een bewerking van een (jeugd)roman die al eerder bij een andere uitgeverij verscheen. Het is een kort en krachtig verhaal, geschreven vanuit het gezichtspunt van een tweeling, hun broertje en hun hond. Dat levert soms wat minder zuivere stilistische vormen op maar het is een aandoenlijk verhaal geschreven in eenzelfde sobere stijl. Wanneer Gerbrand Bakker een nieuwe roman laat verschijnen, dan ga ik die zeker kopen en lezen.
22 maart 2008
Joop den Uyl
Over de eerste helft van Joop den Uyl 1919-1987, Dromer en doordouwer deed ik ruim twee weken; de andere helft binnen tien uur tussen de vliegvelden van Amsterdam en Curacao. De biografie van Anet Bleich over deze meestbesproken minister-president van na de oorlog is een goed leesbaar en boeiend boek. De ruime aandacht die Bleich aan Den Uyls volwassenwording, studie, en transformatie tijdens de oorlog besteedt vormt een noodzakelijke basis om zijn politiek als minister-president te begrijpen. Den Uyl was een bezeten werker, hij had de overtuiging dat hij het allemaal móest doen: directeur van de Wiardi Beckmanstichting, wethouder van Amsterdam, minister van Economische Zaken, minister-president, daarna gewoon weer fractievoorzitter, minister van Sociale zaken. Hij was de laatste minister-president die daarna gewoon weer fractievoorzitter en oppositieleider werd, hoe vanzelfsprekend (en uniek...). Wat Bleich niet helemaal weet duidelijk te maken is waaruit deze verplichte werklust vandaan kwam. Dat is sowieso het minder geslaagde aspect van deze biografie: de mens Den Uyl achter de functionaris Den Uyl. Af en toe komt dat aspect zeker ter sprake, maar steeds in relatie tot of verklaring van een ander aspect dat met de functionaris te maken had. En juist de psyche van den Uyl vormde de kern van zijn successen, nederlagen en mislukkingen. Onlosmakelijk met (het imago van) zijn minister-presidentschap zijn de jaren daarna, waarin hij recht meende te hebben op een tweede termijn, maar die niet voor elkaar kreeg. Zijn bedorven relatie met Van Agt en andere kopstukken uit het net opgerichte CDA speelde hierbij een centrale rol. En Den Uyl was zelf zwaar schuldig aan het bederven van die relatie, zonder dat hij het bewust deed, of zelfs doorhad. En ondertussen wel het koningshuis redden en twee treinkapingen oplossen! Dat vraagt om een gedetailleerde analyse van 'de mens Den Uyl', en dat ontbreekt hier. Desondanks een fraaie prestatie dit boek; Bleich heeft ontzettend veel onderzoek gedaan. Twee aardige feiten uit het boek tot slot. Allereerst de Lockheed-affaire. Bij het verschijnen van dit boek werd in de pers vooral de nadruk gelegd op het feit dat Den Uyl het bewijs voor een tweede ontvangst van steekpenningen door prins Berhard had achtergehouden. Inderdaad: als dat bewijs openbaar gemaakt zou zijn, zou Nederland hoogstwaarschijnlijk geen monarchie meer zijn. Niet omdat Juliana dan had moeten aftreden, maar omdat Beatrix weigerde haar moeder op te volgen als die hierdoor had moeten aftreden. Aan Den Uyl te danken dat Beatrix nu dus gewoon koningin is (ja, dat vind ik allemaal uitstekend), maar het zegt ook iets over Beatrix, lijkt me. Tweede feit: er werd door sommige ministers van het kabinet den Uyl flink gezopen. Eens werd bij de minister van Financiën Duisenberg thuis 's nachts om vier uur aangebeld. De minister van defensie Vredeling stond flink aangeschoten voor de deur. En die vroeg: 'Is de bar nog open?' Ach ja, zulke excellenties worden tegenwoordig niet meer aangenomen.
20 februari 2008
Profeet
Met deze Kanttekeningen van een rationele profeet voltooit uitgeverij Mets & Schilt een geweldige serie vertalingen van de werken van Sebastian Haffner (1909-1999) die de meest heldere historicus over de Duitse geschiedenis van de 20ste eeuw kan worden genoemd. De tien boeken die van hem nu zijn vertaald zijn in alle gevallen parels. Ik las jaren geleden (oktober 2002) als eerste Het verhaal van een Duitser en met deze Kanttekeningen heb ik al zijn boeken die zijn vertaald gelezen. Toch neem ik twee daarvan alsnog ter hand: van Het verhaal van een Duitser verscheen later een uitgebreidere editie, omdat er opeens zo'n 50 bladzijden manuscript opdoken. Van Jekyll & Hyde verscheen onlangs een eveneens nieuwe editie, met een lang interview met Haffner als extra. Goede redenen om beide boeken nog eens te lezen. Deze Kanttekeningen biedt een selectie van Haffners artikelen geschreven tussen eind jaren dertig en halverwege jaren zeventig. Althans, zo valt uit de wat gebrekkige datering bij de artikelen af te leiden. Want dat is het enige minpunt van deze uitgave: de bronvermelding is niet altijd even secuur. Soms wordt als bronvermelding een verzamelbundel gegeven en het jaar van verschijnen van die bundel, maar uit de inhoud van het artikel is duidelijk dat het al veel eerder geschreven is. Maar goed, die inhoud is bijna altijd erg goed. Haffner levert commentaar op actuele kwesties, meestal Duitse kwesties. Al in 1942, 1943 en 1944 schrijft hij in The Observer haarscherpe karakterschetsen van Himmler, Goebbels en Speer. Op 9 juli 1944 schrijft hij in hetzelfde tijdschrift: '...als Hitler zijn huidige politiek van doorvechten tot de laatste man volhoudt, zal de eenheid van Duitsland, die de afgelopen driekwart eeuw een beslissende rol heeft gespeeld voor het lot van Europa, verloren gaan. Het volgende hoofdstuk zou nieuw zijn voor Europa, zeker voor de Duitsers.' Vooruit, D-day was ruim een maand daarvoor, en ook waren de geallieerden al met elkaar in gesprek over de situatie na de oorlog, maar de oorlog zelf was nog op alle fronten in volle gang, Anne Frank zat nog ondergedoken, er moest nog een lange hongerwinter komen, en Haffner schrijft al over de deling van Duitsland. Hoe toepasselijk dan de titel van dit boek. Veel ruimte hierin ook voor de Duitse binnenlandse aangelegenheden na de oorlog, en tenslotte twee lange en goede stukken over het huwelijk en de oorlogsfilosofie van Mao. Een groots Haffner-boek, wederom.
13 februari 2008
Winkeldagboek - vervolg
In februari 2004, dus precies 4 jaar geleden, kocht en las ik het Winkeldagboek van Hans Engberts en René Hesselink, de eigenaars van het Utrechtse antiquariaat Hinderickx en Winderickx. Het is een goed antiquariaat en heb er de nodige uitverkochte en onvindbare Brouwers-uitgaven vandaan gehaald. Nu ik niet meer in Utrecht werk, kom ik er nooit meer. In het Winkeldagboek dat loopt van 1983 tot begin 2003 tekenden zij allerlei gebeurtenissen op die hun nering betreffen. Ik las het toen met veel plezier. Nu is er een vervolg uitgegeven Oude Gracht 234. Winkeldagboek 2003-2007. Ik las het eveneens met groot plezier. De meeste aantekeningen zijn van Hesselink, die nauwkeuriger en bedrijfsmatiger is. Hij klaagt nogal veel over zijn kompaan Engberts, die vooral veel zuipt en weinig uitspookt. Toch zijn de aantekeningen van de romanticus Engberts het aardigst. Hij gebruikt een prachtig woord: Totallgelull - om vaker te gebruiken. Wat opvalt is dat de heren niets schrijven over wat ze zelf lezen; daardoor lijkt het hen met name om de vorm van boeken te gaan. Maar goed, het is heerlijke lectuur over het drijven van een antiquariaat.
31 januari 2008
Poëzie
Ik ben geen poëzie-lezer. Ik houd van vloeiende teksten, brede en ferme verhaallijnen. Geen subtiele werelden op de vierkante milimeter. Ik houd zeker van haute cuisine, maar wel een bord vol graag. Geen bordje met drie oesters op drie manieren klaargemaakt, maar een schaal met een dozijn verse Belons 00000! Enfin, De Golden Gate van Vikram Seth vormde een welkome uitzondering op deze regel, alhoewel... Het is een roman in verzen: in ruim 500 sonnetten vertelt hij een fraai liefdesverhaal. Het loopt als een trein; ik had het boek van ruim 300 bladzijden in twee drukke werkdagen uit. Gewoon een lekker verhaal ook: vijf hoofdpersonen waarvan de meesten elkaar aan het begin nog niet kennen, maar waar allerlei verwikkelingen ervoor zorgen dat ze onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. De versvorm maakt het boek luchtig; de vertaling is erg fraai gedaan. Soms zijn de rijmwoorden wat gezocht, maar meestal erg geslaagd en vrolijk stemmend. Na Twee levens dat ik anderhalf jaar geleden las wederom een geslaagd boek van Vikram Seth. Op mijn plankje 'nog te lezen boeken' staat reeds Verwante stemmen, waar ik louter positieve berichten over hoor. En in het voorjaar verschijnt bij Van Oorschot de vertaling van Seth's grootste roman A suitable boy, dat naar het schijnt de dikste roman uit het Engelse taalgebied is. Ik ga beide boeken dit jaar nog lezen! Hierna twee foto's van De golden gate, in 2005 zelf geschoten: de eerste vanaf de boot, de tweede vanuit de auto - klik op de foto voor een groter formaat. Gewoon fraai, zoals dit boek. (Ik kocht het onlangs in de ramsj bij de Slegte...)
23 januari 2008
Kleinburgerlijk?
Ik kom duidelijk minder aan lezen toe; het gaat stroever dan een tijdlang het geval was. Dus hier niet wekelijks updates met nieuwe besprekingen. Maar geen wanhoop: ik lees absoluut, alleen minder (snel). Wel begonnen met een oud voornemen: het lezen van hoogtepunten uit de (wereld)literatuur. Meteen ook een voltreffer: Bouvard en Pécuchet van Gustave Flaubert. Wat een meesterwerk! Het verhaal is eigenlijk simpel: twee kantoorklerken ontmoeten elkaar, worden vrienden en kunnen door een onverwachte erfenis hun baan opzeggen en op het platteland gaan wonen. Daar geven ze zich over aan het verzamelen van kennis over allerlei onderwerpen. In ieder hoofdstuk verdiepen ze zich in weer een heel ander onderwerp, en bestuderen en bediscussieren dat tot op het bot: land- en tuinbouw, het opvoeden van kinderen, het geloof, filosofie, chemie enzovoort. Hierdoor geeft Flaubert een caleidoscopisch overzicht van de toen beschikbare kennis en ideeën over die onderwerpen. Bouvard en Péchuchet weten heel veel, maar snappen er eigenlijk weinig van. De ironie waarmee Flaubert dit alles beschrijft maakt dit boek geniaal en ontzettend grappig. Hun doorzettingsvermogen dwingt respect af (kom daar nu maar eens om), maar is ook een beetje zielig. Waarover ik me bij het lezen van dit boek vooral verbaasde, was het enorme (voorbereidings)werk dat Flaubert eraan moet hebben gehad. Uit zijn brieven weten we dat hij werkelijk alles navlooide. Een weg die van de ene plaats naar de andere plaats liep, werd door hem bezocht of hij liet vrienden exact beschrijven hoe de loop van die weg eruitzag. Want de beschrijving van die weg moest helemaal kloppen met de werkelijkheid. Op veel plaatsen discussiëren Bouvard en Pécuchet over een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld het socialisme, of staatsinrichting. Zij beroepen zich daarbij uitsluitend op meningen van denkers van wie zij boeken hebben gelezen. Soms vliegen de namen daarvan om je oren. Flaubert zal die boeken dus allemaal gelezen hebben - het moeten er vele honderden zijn geweest. En vervolgens alles hebben gearchiveerd om er passend gebruik van te maken. Zonder kopieerapparaat en computer, slechts met pen en papier. Wanneer je dit boek leest snap je zijn verzuchting ergens in één van zijn brieven dat hij van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat heeft gewerkt, nauwelijks een kwart bladzijde heeft geschreven, en doodop is. (Wanneer ik Flaubert zou zijn, zou ik dus hier eerst al zijn brieven hebben moeten nazoeken en de betreffende uitspraak precies moeten citeren - dat had me minstens een halve dag gekost.) Het verhaal is vooral grappig vanwege zijn kneuterigheid. Veel gaat mis bij de heren, maar ze laten zich niet snel teleurstellen. Flaubert schrijft ook lekker ironisch: De salon was zo glad geboend dat je je er nauwelijks staande kon houden. Tja, heerlijk.Deze uitgave verscheen in het najaar als onderdeel van een serie voor de leesclub van NRC Handelsblad (gelukkig zonder nummer op de rug). Ik doe niet mee aan die leesclub, maar hierdoor wel de mogelijkheid op internet allerlei recensies en reacties te lezen. Klik op deze link. Tenslotte maar weer een fraaie afbeelding van de Franse meester.
01 januari 2008
2007: de balans
Eerst maar even de feiten:
* gelezen boeken: 43
* aantal bladzijden: 11320
Hiermee is 2007 een flinke 'inkakker' geworden ten opzichte van voorgaande jaren (ik beloof: er komt binnenkort een overzichtje daarvan). Ook heb ik mijn doelstelling om de 'grote jongens van de wereldliteratuur' te lezen niet echt waargemaakt. Maar toch een aantal toppers - in chronologische volgorde:
* Jeroen Brouwers: De laatste deur (april)
* Ian McEwan: Aan Chesil beach (mei)
* Günter Grass: De rokken van de ui (juli)
* Truman Capote: In koelen bloede (augustus)
* Gerard Reve: Moedig voorwaarts (september)
* Hans Warren: Geheim Dagboek 1993-1995 (september)
* Gerard Reve: Brieven aan Simon Carmiggelt (oktober)
* P.F. Thomése: Valdiwostok! (november)
* Jeroen Brouwers: Datumloze dagen (oktober)
Iedereen een goed nieuw (lees)jaar!
* gelezen boeken: 43
* aantal bladzijden: 11320
Hiermee is 2007 een flinke 'inkakker' geworden ten opzichte van voorgaande jaren (ik beloof: er komt binnenkort een overzichtje daarvan). Ook heb ik mijn doelstelling om de 'grote jongens van de wereldliteratuur' te lezen niet echt waargemaakt. Maar toch een aantal toppers - in chronologische volgorde:
* Jeroen Brouwers: De laatste deur (april)
* Ian McEwan: Aan Chesil beach (mei)
* Günter Grass: De rokken van de ui (juli)
* Truman Capote: In koelen bloede (augustus)
* Gerard Reve: Moedig voorwaarts (september)
* Hans Warren: Geheim Dagboek 1993-1995 (september)
* Gerard Reve: Brieven aan Simon Carmiggelt (oktober)
* P.F. Thomése: Valdiwostok! (november)
* Jeroen Brouwers: Datumloze dagen (oktober)
Iedereen een goed nieuw (lees)jaar!
Gelukkige klas
Met een uurtje op 1 januari erbij gesmokkeld werd De gelukkige klas van Theo Thijssen mijn laatste boek van 2007. Het boek stond centraal tijdens de actie Nederland Leest en werd toen gratis uitgedeeld aan leden van de openbare bibliotheek; ik kreeg een exemplaar van mijn ouders. Een paar jaar geleden las ik ook al een paar andere boeken van Theo Thijssen. Uiteraard Kees de Jongen, maar ook Barend Wels en Schoolland, waarmee De gelukkige klas in sfeer en taalgebruik veel overeenkomsten vertoont. Het is een fraai verhaal, waarin Thijssen zich niet alleen uitspreekt over onderwijs, maar ook over gelijke kansen en armoede. Zijn rondborstige stijl maakt Thijssen uniek.
Abonneren op:
Posts (Atom)