Ik werk momenteel tijdelijk in België en woon door de week in Brussel. Dan leest het nieuwe boek van Dimitri Verhulst extra plezierig. Aan het gerucht over De intrede van Christus in Brussel (in het jaar 2000 en oneffen ongeveer) hangt Verhulst in 14 statiën zijn commentaar op de huidige maatschappij in Brussel, België en daaromtrent op. Blinkt Erwin Mortier uit in fijnzinigheid en poëzie, Dimitri Verhulst rijgt de ene weelderige volzin aan de andere. Koning, kerk en vaderland moeten het flink ontgelden, ofschoon er ook liefde voor met name Brussel door de regels heen spreekt. Verhulst schrijft zoals Nederlanders het Vlaams waarderen: mooi, rijk woordgebruik in lange, soepele zinnen. Alleen ontbreekt het woord 'allez', dat men in Vlaanderen gemiddeld twee keer per minuut uitroept; stellig het meest gebruikte woord in Vlaanderen. Geen meesterwerk, wel een heerlijk boekje.
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
30 oktober 2011
België
Ik werk momenteel tijdelijk in België en woon door de week in Brussel. Dan leest het nieuwe boek van Dimitri Verhulst extra plezierig. Aan het gerucht over De intrede van Christus in Brussel (in het jaar 2000 en oneffen ongeveer) hangt Verhulst in 14 statiën zijn commentaar op de huidige maatschappij in Brussel, België en daaromtrent op. Blinkt Erwin Mortier uit in fijnzinigheid en poëzie, Dimitri Verhulst rijgt de ene weelderige volzin aan de andere. Koning, kerk en vaderland moeten het flink ontgelden, ofschoon er ook liefde voor met name Brussel door de regels heen spreekt. Verhulst schrijft zoals Nederlanders het Vlaams waarderen: mooi, rijk woordgebruik in lange, soepele zinnen. Alleen ontbreekt het woord 'allez', dat men in Vlaanderen gemiddeld twee keer per minuut uitroept; stellig het meest gebruikte woord in Vlaanderen. Geen meesterwerk, wel een heerlijk boekje.
Ziekte
Het nieuwste boek van Erwin Mortier is een parel. In Gestameld liedboek. Moedergetijden beschrijft Mortier het ziekteproces van zijn moeder die - nog geen zestig jaar oud - aan Alzheimer lijdt. De titel geeft scherp de vorm weer van dit boek. In doorgaans korte fragmenten schrijft Mortier over wat de ziekte met zijn moeder doet, en wat dat met haar directe omgeving (zijn vader, hemzelf vooral) doet. Mortier schrijft poëtisch proza, en soms slaat de balans om naar prozaïsche poëzie. Uiterst fragiel en fraai, een zeer bijzonder boek.
23 oktober 2011
Economie 2
Ik kreeg Huid en haar van Arnon Grunberg vlak na verschijnen cadeau, een klein jaar geleden, maar las het pas nu. Deze ruim 500 bladzijden dikke roman leest als een trein, houdt de aandacht voortdurend vast, maar bevredigt niet. De centrale figuur Roland Oberstein is econoom en woont en werkt in de VS, maar heeft een ex-vrouw, een zoontje, en een vriendin in Nederland. Tijdens een congres ontmoet hij een Amerikaanse en die voegt hij aan zijn lijst veroveringen toe. Uiteindelijk komt het erop neer dat alle personages (Oberstein, zijn ex-vrouw, zijn vriendin in Nederland, zijn nieuwe vriendin in Amerika, haar man) er weer andere scharrels op nahouden en in korte hoofdstukjes komen we hun belevenissen te weten. Seks staat daarbij centraal - er zijn delen van het boek dat het louter over neuken gaat. De verhoudingen tussen de personages worden steeds koeler. Uiteindelijk blijken seks en liefde niets anders dan een economisch ruilmiddel: er is schaarste, dus ontstaat er handel op basis van vraag en aanbod. Op zich een boeiend gegeven, maar ik vind de uitwerking van de personages en handelingen vlak en dikwijls zeer ongeloofwaardig, de dialogen zijn veelal kunstmatig. Aan het slot van het boek vergaloppeert Oberstein zich door een verhouding met een studente en door haar gaat hij zijn ondergang tegemoet. Het kwam op mij teveel als een noodzakelijke coda over om een einde aan het geheel te kunnen breien; geen logisch uitvloeisel uit het voorafgaande.
15 oktober 2011
Meer meligheid
Het derde deel uit de Adrian Mole-serie bevat meer dan alleen de dagboeken van de opgroeiende Mole. De tweede helft van True Confessions of Adrian Albert Mole van Sue Townsend bestaat uit dagboekaantekeningen van Margaret Hilda Roberts, een aristocratisch en superintelligent meisje ergens uit de jaren dertig, en van aantekeningen van Susan Lilian Townsend over reizen naar Mallorca en Moskou. De precieze bedoeling van deze uitstapjes ontgaat me eigenijk, maar de droogkomische inhoud vergoedt alles. Townsend heeft een geest overlopend van meligheid en inzicht in het menselijk denken en handelen. Die combinatie houdt je permanent geboeid!
Economie 1
Van een vriend kreeg ik een alleraardigst boekje van A.H.J. Dautzenberg cadeau: Rock & Roll. Economie voor en door leken verklaard. Het bevat 5 interviews met bekende mensen die ieder op eigen wijze succesvol zijn in het economisch verkeer: de lingeriekoningin Marlies Dekkers, oud-rebel Ronnie Brunswijk, ex-Pippi Langkous Inger Nilsson, oud-voetballer Ronald de Boer en popster Ian 'Lemmy' Kilmister. Zij allen zijn prive-expert in de economie, en de interviews leveren interssante inzichten op. Kilmister ilustreert zijn mening dat de muntunie in Europa niet kan slagen en slechts eenheid symboliseert, maar niet realiseert zeer treffend: De prositutie. Een sector die ik door en door ken. In Amsterdam betaal ik zo'n honderd euro voor een goede wip. In Duitsland honderdvijftig. De Portugese hoeren spreiden hun benen voor veertig euro. In Griekenland kun je voor dat bedrag een hele nacht kezen, al heb ik daar gezien mijn leeftijd de conditie niet meer voor. Dat geeft al aan hoe verschilend economieën zijn. Extrapoleer dit voorbeeld naar de andere sectoren en je weet genoeg. Boeiend boekje!
30 september 2011
Gods strijdperk
Ik was voor het eerst in Jeruzalem in augustus 2000, toen het relatief rustig was in Israël. Toen werd ik al gegrepen door deze stad. Ik verbleef toen weliswaar in Tel Aviv, maar reisde in anderhalve week vier keer een hele dag naar Jeruzalem. Ik bezocht er de highlights, en liep ook op de Tempelberg rond. Door plezierige persoonlijke omstandigheden was ik het afgelopen jaar meerdere keren in Israël, en bezocht ik wederom enkele keren Jeruzalem, jongstleden juni voor het laatst. Inderdaad: het is de mooiste stad die ik ken, en ofschoon ik geenszins religieus ben ook de meest essentiële. Die gekke Heilig Grafkerk is een welhaast potsierlijk geheel, maar wél de plek waar datgene gebeurde waar we ons iedere jaar weer met de Matthäus Passion door laten meeslepen. Als er trouwens één religie in Jeruzalem door de mand valt is het wel het christendom. Het is overigens niet louter fantastisch wat je er aantreft: voor liberale Israeliërs is Jeruzalem bijna een no go-area geworden. Enfin, er valt vanalles over die stad vertellen, en het verhaal over de geschiedenis van de stad werd deze zomer op een presenteerblaadje aangereikt door de verschijning van Jeruzalem. De biografie van Simon Sebag Montefiore. In ruim 700 met kleine lettertjes dichtbedrukte pagina's beschrijft Montefiore chrolonogisch de geschiedenis van de stad, tot aan het heden. Ik denk dat er geen stad is die zoveel machtswisselingen heeft meegemaakt. En er werd wat afgemoord, verkracht, ledematen afgehakt, geroofd en geplunderd. Het bloed spat van de bladzijden. Wat moet God toch met zijn Heilige Stad hebben voorgehad? Ik kende Montefiore van zijn boek over Stalin, dat ik echter na 40 bladzijden teleurgesteld weglegde; ik vond hem te vooringenomen. Ook in dit boek komt op een gegeven moment de aap uit de mouw: de schrijver is telg uit een Joodse familie die in de negentiende eeuw nogal veel macht had. Zijn beschrijvingen van de laatste 50 jaar zijn niet helemaal objectief. Maar de kracht van het boek ligt vooral in de beschrijving van de duizenden jaren daarvoor. Koning David, Herodes de Grote, de Kruistochten, de Ottomanen, Napoleon en Lawrence of Arabia: never a dull moment in Jeruzalem.Ik weet nu dat ik, toen ik in augustus 2000 op de Tempelberg was, op terrein liep waar 901 jaar plus ruim een maand daarvóór geen vierkante meter onbedekt bleef met afgeslachte mensen. Alleen al op de Tempelberg werden toen in een enorme woeste orgie 10.000 mensen gedood. In Jeruzalem stonk het er een half jaar later nog naar menselijke resten. Gelukkig noemt Montefiore ook die uitspraak van Gustave Flaubert waaraan ik iedere moest denken als ik door de Jaffapoort de oude stad binnenliep: 'Ik liet een wind toen ik over de drempel ging.'
Een fascinerend boek over een geweldige stad. Jeruzalem: gottegot!
21 augustus 2011
Gods water en Gods akker
De afgelopen jaren verschenen een aantal zogenaamde literaire thrillers geschreven door jonge schrijfsters met volbloedige Hollandse namen; de stations hingen vol met posters met de omslagen. Ik ben geen liefhebber van dat genre, of beter: ik besteed mijn leestijd liever aan andere boeken. Door mijn vooringenomenheid miste ik de debuurtroman van Franca Treur die ik zonder pardon onder dezelfde categorie schaarde. Dorsvloer vol confetti werd me echter onlangs aanbevolen, en ik las de 26ste druk van deze roman die twee jaar geleden verscheen. Het is een fraai geschreven en stemmig boek over de jeugd van een meisje in een groot boerengezin in Zeeland, waarin godsvrucht en het boerenbedrijf centraal staan. Franca Treur groeide in een vergelijkbare situatie op, maar vermeldt voor alle duidelijkheid voorin het boek dat overeenkomsten met werkelijk bestaande personen op toeval berusten. Dit is zeker niet het zoveelste voorbeeld van een afrekening met een calvinistische jeugd; integendeel eigenlijk. Onderhuids is er zeker een groeiende mate van twijfel en een wil tot ontdekken wat er verder is tussen hemel en aarde, maar tot een doorbraak komt het in het boek niet. Dat is ook niet de aard van de roman; de lezer kan zijn eigen conclusies over dit calvinistische milieu trekken.Het omslag is mij teveel van het goede. Op het achterplat een foto van de schrijfster, een jonge blonde juffrouw. Op het voorplat eveneens een blond meisje. Als het het boek wijd openslaat is het wel erg blond en quasi-diepzinnig gestaar allemaal.
06 augustus 2011
Oorlog zonder vrede
Het moest er zeker van komen, en in een week of vier was ik volledig ondergedompeld in wellicht de grootste Russische roman van de twintigste eeuw: Leven & lot van Vasili Grossman. Met de slag om Stalingrad als centraal gegeven beschrijft Grossman de levens van een flinke hoeveelheid uiteenlopende figuren waarvan de belangrijkste via via aan elkaar gelieerd zijn. Zij allen nemen deel aan of ondervinden de gevolgen van de oorlog en het het sovjet-regime, of het nu direct aan het front in de puinhopen van Stalingrad zelf is, in een werkkamp van de Duitsers of de Russen, of aan de wetenschappelijk academie in Moskou. Achterin het boek is over tien pagina's een lijst van personages opgenomen, over 17 situaties gegroepeerd. Deze enorme collectie personages dwingt je tot een grote concentratie maar ook tot doorlezen om de grip op het boek niet te verliezen. Sommige personages worden zelfs soms tot drie keer verschillend genoemd: met hun voornamen, hun achternaam en hun bijnaam. Ik ken geen ander boek waarin zo treffend en compleet een gehele maatschappij (in dit geval een totalitaire maatschappij in oorlog) wordt beschreven. Grossman baseerde veel gebeurtenissen op eigen ervaringen: als oorlogscorrespondent was hij aan het front in Stalingrad en zag hij vlak na de bevrijding de gaskamers van Treblinka; hij kende ook de werking van de partijkaders van binnenuit. Dat maakte dit boek tot een gevaarlijk boek voor de Sovjet-Unie; geen wonder dat het niet mocht verschijnen. Wel een wonder is dat er een versie van het manuscript bewaard bleef. Grossman zelf stierf enkele jaren na het voltooien en afwijzen van het boek verbitterd aan kanker, waarschijnlijk met de gedachte dat hij in tien jaar tijd een grootse roman schreef die nooit gelezen zou worden. Het lot besliste gelukkig anders; met Leven & lot schreef hij een waardige en eigentijdse opvolger van de grote Russische romans uit de negentiende eeuw.
15 juli 2011
Op reis
Ik vermoed dat veel lezers stiekem stikjaloers zijn op Frank Westerman: de hele wereld over reizen, daar interessante mensen spreken, en goede boeken daarover schrijven. Zulk leven wil iedereen eigenlijk wel. In El Negro en ik vormt een opgezette Afrikaan in een lokaal Spaans museum de aanleiding voor een zoektocht over de hele wereld naar de achtergronden van deze Afrikaan, en naar de cultuur die de gedachte van de superieure blanke westerse mens tot gevolg had, alsook naar de waarde van ontwikkelingshulp. Het is een gevarieerd een aantrekkelijk verslag. Het onderwerp trok mij iets minder dan vier andere boeken die ik van hem gelezen heb: Ararat, Ingenieurs van de ziel, De graanrepubliek en De brug over de Tara. Klik op de titel voor de logs van die boeken. Desalniettemin wederom een overtuigend staaltje onderzoeksjournalistiek!
Oponthoud
Zo af en toe een roman van Hella Haase, altijd een genot. Haar boeken hebben kwaliteit en zijn in bijzonder fraai Nederlands geschreven. Cider voor arme mensen dateert van 1960 en gaat over een vriend en vriendin die een 'overspelig' tochtje naar Parijs maken maar ergens in Noord-Frankrijk met autopech stranden. De relatie van die twee is geenszins warm en de stranding maakt de sfeer er allesbehalve beter op. Ze komen terecht in een arm dorpje waar maar een paar huizen en boerderijen staan en daar door een boerenfamilie niet bepaald vriendelijk worden onthaald, ook al zorgt die er wel voor dat de auto gerepareerd wordt. Het verhaal geeft langzaam en verscholen zijn geheimen prijs: er is van alles aan de hand met de boerenfamilie en met de relatie tussen de twee en dat alles ontvouwt zich traag en mysterieus.
18 juni 2011
Onvoltooide?
Op de dag dat bekend werd dat de rechter het verschijnen van het derde deel van de Reve-biografie van Nop Maas tegenhield, las ik het tweede deel uit. Over Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. De 'rampjaren' 1962 - 1975 deed ik alles bij elkaar een maand of vier. Aanvankelijk schoot het weinig op, maar nu ik sinds kort voor werk lange treinreizen moet maken vloog ik in twee weken door zo'n 500 bladzijden heen. Voor het beschrijven van 14 jaar van Reve's leven heeft Nop Maas ruim 800 bladzijden nodig: het illustreert de gedetailleerdheid van dit boek. Maas beschrijft werkelijk alles, en soms is dat teveel van het goede. Een voordeel is dat jezelf conclusies kunt trekken over Reve en al diegenen met wie hij te maken heeft. Maas onthoudt zich meestal van een eigen mening, interpreteert relatief weinig. Hij heeft vooral al zijn bronnen geordend, gerubriceerd en op volgorde gelegd, en zodoende kwam hij tot een chronologisch verhaal. Het boek zou onmetelijk saai zijn geweest ware het niet dat Maas veel citeert uit niet eerder of in onvindbare media gepubliceerde documenten van Reve zelf. Net als bij het eerste deel van de Reve-biografie steelt Reve zelf de show in dit boek. Wachten op een trein las ik onderstaande bespreking van De walgvogel van Jan Wolkers, en mijn geschater zette bijna alle seinen op rood. Wij menen zonder stoutmoedig te worden te kunnen voorspellen, dat Ans Wolkers een groot braakboek, wellicht het braakboek van deze eeuw gecreëerd heeft. Er wordt gespuugd, gevomeerd, gebraakt, overgegeven en soms zelfs gekotst in waarlijk àlle standen. Wij noemen: op de grond, op de vensterbank, op het privaat, in struikgewas en op het uniform. En altijd vindt de vindingrijke auteur wel een aanleiding zo niet een reden om zijn weergaloze peristaltiek in omgekeerde richting in beweging te zetten. Meer hoef je dan even niet.Het laatste deel van de biografie zal ooit wel verschijnen, na de dood van Schafthuizen waarschijnlijk. Eerst gewoon maar alles van Reve herlezen.
Groeipijnen
In februari j.l. las ik het eerste deel van de dagboeken van Adrian Mole van Sue Townsend. Nu het vervolg: The growing pains of Adrian Mole. Het is wederom een verrukkelijk boekje. De relatieproblemen van zijn ouders en van hemzelf, zijn pogingen intellectueel te worden: het is allemaal even tragikomisch. Het dagboek begint in 1982, wanneer Groot-Brittannië met Argentinië een oorlog voert over de Falkland-eilanden. Alleen al zo'n opmerking daarover op de eerste bladzijde van dit boekje: At tea-time I was looking at our world map, but I couldn't see the Falkland Islands anywhere. My mother found them: they were hidden under a crumb of fruitcake. Op een dag besluit Adrian zwerver te worden, en daartoe zijn baard te laten staan. Een dag later schrijft hij: No sign of the beard yet. Het zijn zulke kleine opmerkingen die dit dagboek tot een feest maken. Daarnaast ook krachtige ontwikkelingen thuis en op school. De delen 3 en 4 van de serie liggen al klaar.
Kleur bekennen
Midas Dekkers houdt van mensen met rood haar, dat wist ik al uit eerdere publicaties van deze bioloog. Hij schreef er nu een heel boek over: Rood. Een bekoring. Het is minder krachtig dan zijn andere thematische boeken. Vooral in de eerste helft had ik meermalen het gevoel dat ik de link naar het hoofdonderwerp een beetje kwijt was; Dekkers kan soms goed doorouwehoeren. Maar uiteindelijk word je toch weer beloond: Dekkers legt interessante verbanden tussen kleurgebruik in de natuur en wat mensen ermee doen: Bij de aanblik van een vrouw in een tijgerpakje voelen veel mannen zich opeens heel erg tijger - om precies te zijn een tijger in de paartijd. Bij een jurkje met zebramotief lukt iets dergelijks dan weer niet. Zulke frisse opmerkingen lees ik graag.
Populisme
Ik lig vier te bespreken boeken achter; ondanks de lange radiostilte gelukkig geen leesdip! Moeten wij van elkaar houden. Het populisme ontleed is een essaybundel waarin Bas Heijne probeert te verklaren waarom zovelen voor het populisme vallen en wat het populisme daadwerkelijk is. Een echte ontleding van het populisme is dit boekje echter niet, maar ik denk dat het populisme ook moeilijk te ontleden valt. Het is geen eenduidige stroming met een specifiek programma. Integendeel: het populisme waaiert alle kanten uit, juist om aan de snelle emoties van het kiezersvolk te kunnen blijven voldoen. Ik vind Bas Heijne in zijn nu wekelijkse columns in NRC Handelsblad sterker dan in deze wat langere essays. Hij wil iets verklaren en analyseren wat moeilijk te verklaren en te analyseren is. daardoor veel getheoretiseer zonder dat je het gevoel hebt dat je naar een eenduidige conclusie wordt geleid. Het geeft niet: het is van belang erover te lezen, aspecten uitgelegd te krijgen, en daarna je eigen mening te vormen. Dit boekje helpt daarbij en dat maakt het tot een nuttig geheel.
01 mei 2011
Innemend
Tommy Wieringa is een interessante schrijver en sinds Joe Speedboot nam ik me voor alles van hem te lezen. Caesarion vond ik niet zo heel erg geslaagd, en toen ik Ga niet naar zee voor het eerst zag liggen leek me het een manier om de inkomsten hoog te houden, zowel voor uitgeverij als auteur. Pas na een paar maanden won mijn nieuwsgierigheid het van mijn vooringenomenheid en kocht ik het boek toch. Ik heb er geen spijt van. Het bevat zo'n 140 korte stukjes die Wieringa deels al eerder publiceerde in kranten en tijdschriften. Als verzameling geven ze echter een innemend beeld van de bezigheden van Wieringa en van zijn belangstellingen. Het leest allemaal erg soepel, en dikwijls zitten er zeer fraaie miniaturen bij. Voor trein en nachtkast een ideaal boek.
Reünie
Ik kreeg de novelle Hereniging van Fred Uhlman enkele dagen geleden cadeau en las het meteen uit; de 90 bladzijden houden je in je greep tot de laatste regel. Met de beschrijving van de vriendschap tussen de joodse ik-figuur en de adellijke telg uit het geslacht Hohenfels die in het voorjaar van 1932 begint en een klein jaar aanhoudt, geeft Uhlman de kern van de Duitse tragiek weer die zich toen in dat land begon af te tekenen en de intelligentsia begon te raken. Kameraadschap in een tijd dat dergelijke vriendschappen niet meer mochten. Subtiel en relatief lichtvoetig geschreven, maar met maximaal effect. Een pareltje, deze novelle, en goed dat het heruitgegeven is. Uhlman schreef het in 1971 en de Nederlandse vertaling verscheen in 1978 onder de titel Reünie. Nu dan weer opnieuw verkrijgbaar; op naar de winkel!
10 april 2011
Zelfmoord
David Vann moest de zelfmoord van zijn vader in 1980 flink van zich afschrijven, zoveel is wel duidelijk als je zijn debuut Legende van een zelfmoord leest. In vijf korte beschouwingen en een bizarre novelle belicht Vann verschillende kanten van zijn vader. Die novelle is geschreven vanuit een omgekeerde invalshoek en leest aanvankelijk als een spannend avontuur, maar halverwege wordt je kijk op het boek, en ook op deze novelle, volledig op zijn kop gezet. Dan wordt het boek opeens enorm psychologisch beladen en wrang, en dat blijft tot het einde het geval. Het boek laat je nauwelijk los, ik las het in ruim een dag uit. Het is overal jubelend ontvangen, en dat is goed te begrijpen. Een meesterwerk vind ik het niet, omdat het boek me toch iets teveel als een persoonlijk medicijn voorkwam; de auteur heeft nogal flink met zichzelf overhoop gelegen door die zelfmoord van zijn vader. Zoals de schrijver aan het eind schrijft: alles is fictie, maar gebaseerd op veel uit de werkelijkheid. Tja, dan moet je het ook als fictie lezen, en dan roept het boek ook veel vragen op. Desalniettemin: een boek dat je niet loslaat zodra je erin begin te lezen.
03 april 2011
Eigenlijk
Of het daadwerkelijk de laatste roman van Jeroen Brouwers is weet je pas als hij dood is, maar Bittere bloemen schijnt wel als zodanig aangekondigd te zijn. De thematiek zou er trouwens wel bij passen: het verglijden van de tijd, en het memoreren door de 81-jarige hoofdpersoon van voor hem belangrijke momenten uit zijn voorbije leven. In het hier en nu in de roman gebeurt niet zoveel en het vergde mij soms moeite om te begrijpen of het nu een gedachte door de hoofdpersoon of een beschrijving van het heden betrof. Brouwers weeft een behoorlijk complex net van verhaallijnen, commentaren en herinneringen; dit is geen boek dat het de lezer makkelijk maakt. Misschien ben ik toch iets teveel ongecompliceerd om van zulke abstracte verhalen te genieten. Maar goed, Brouwers trakteert je wel weer op enkele heerlijke uithalen (vooral het gebruik van het woord 'eigenlijk' moet het ontgelden) en soms gebruikt hij woorden en zinsconstructies die je flink doen lachen. Maar ik moet helaas erkennen dat deze roman me een beetje is tegengevallen.
14 maart 2011
De tovenaar
In 2008 las ik van Thomas Mann een selectie uit zijn dagboeken uit de periode 1940-1948, zie hier de weblog daarvan; nu het vervolg Roem en verliefdheid. Dagboeken 1949-1955. Het zijn Manns laatste levensjaren, waarin hij om politieke redenen de Verenigde Staten verlaat en zich vestigt nabij Zürich. Evenals in dat eerdere deel bevatten deze dagboekaantekeningen een enorme informatiedichtheid, wat het lezen van dit boek tot een inspannende, tijdrovende maar bovenal verrijkende bezigheid maakt. Mann schrijft haast opsommend, maar iedere opmerking doet ertoe, ook wanneer zij zijn wat verwende natuur blootleggen. Mann blijkt echter bovenal een man met een zuiver geweten, die voortdurend alert blijft op mentale zuiverheid. Interessant is zijn seksuele ambiguïteit, waarmee zijn vrouw en zijn meest geliefde dochter Erika soms flink de draak steken. Als je die ambiguïteit als vader en literaire tovenaar harmonisch kan laten voortbestaan en bespreekbaar kan laten zijn, dan tekent dat de morele rijkdom die hij met zijn naasten heeft weten te bereiken. De eerdere selecties uit zijn dagboeken zijn niet meer leverbaar en antiquarisch moeilijk verkrijgbaar, maar ze zijn het waard op te sporen. En er zijn nog wat romans te lezen van deze gigant; ik verheug me erop.
21 februari 2011
Balkan
Precies een jaar geleden kocht ik de twee boeken van Frank Westerman die ik nog niet gelezen had; nu las ik de eerste daarvan in ruim een dag uit. Inmiddels is er weer een nieuwe Westerman verschenen en staat weer een nieuwe op stapel, dus voldoende verse aanvoer. De brug over de Tara verscheen voor het eerst in 1994, toen de oorlog in het voormalige Joegoslavië nog aan de gang was. Westerman probeert hierin de achtergrond van deze meedogenloze oorlog te doorgronden, of beter: het karakter van de balkanmens die tot zo'n oorlog in staat bleek. Dat doet hij volgens het recept waar hij in uitblinkt: zoveel mogelijk praten met allerlei mensen, van de gewone man of vrouw tot en met de vrouw van de toenmalige Servische leider Milosevic en uit die gesprekken een zo gevarieerd cq objectief mogelijk beeld van zijn onderwerp destilleren. Zijn bezoek aan de hoogbejaarde A. den Doolaard past in deze opzet: die schreef ooit meerdere romans die zich afspelen in het gebied, en waarin hij de volksaard zo treffend wist te verwoorden dat hij er een bekendheid is. De oorlog tussen Kroatië, Servië en Bosnië eindigde in 1995, maar later rezen er nog gewapende conflicten tussen Servië en Kosovo respectievelijk Montenegro. Alles ligt eigenlijk nog te vers in het geheugen, maar ik zou heel graag eens een goed en zo objectief mogelijk overzichtswerk over deze laatste oorlog in Europa willen lezen. Het zal trouwens geen eenvoudige opgave zijn zo'n boek te schrijven: de oorsprong van de oorlog gaat minstens 700 jaar terug en om dan een evenwichtig en helder 'Vooraf' samen te stellen... Dit boek biedt weliswaar geenszins dat complete overzicht, maar wel voldoende kwaliteit om een begin van begrip te krijgen voor wat er achter die oorlog stak. Wederom onderzoeksjournalistiek van de beste soort van de hand van Westerman, ook al kan zijn kennis van klassieke muziek wel iets opgevijzeld worden: Franz Schubert schreef geen enkel vioolconcert, dus zijn sfeerbeschrijving van een huiskamer 'en een vioolconcert van Franz Schubert op de cd' kan niet kloppen.
20 februari 2011
Binnenzitter
Een nieuwe Maarten 't Hart, en dan autobiografisch, dat is bijna altijd smullen. Of deze nieuwe aflevering in de serie privé-domein (wat goedkoper uitgegeven dan normaal in deze serie; paperpack i.p.v. genaaid gebrocheerd) volledig autobiografisch is in de ware zin des woords, is bepaald geen uitgemaakte zaak. Want Maarten 't Hart vertelt in Dienstreizen van een thuisblijver zulke aanstekelijke en dikwijls bizarre verhalen dat je je afvraagt of die allemaal zo precies zijn voorgevallen. Maar eigenlijk is dat niet zo heel belangrijk; het gaat om de verhalen zelf. En ja, dat is smullen. Soms waaiert hij midden in een zin flink uit naar zijn stokpaardjes muziek, bijbel, boeken, maar zijn zinnen hebben altijd charme en zijn stukken zijn steevast met persoonlijke overtuiging opgeschreven. In dit boek 18 stukken over thuisblijven, of vooral: inbreuken daarop: van een literaire reis naar Zweden tot een week ziekenhuisopname vanwege een gebroken been. Maarten 't Hart weet er steevast een hilarisch verhaal van te maken. Bij veel stukken kun je je de vraag stellen: 'so what?' en een erg substantiële bijdrage aan de vaderlandse letteren is dit boek niet bepaald, maar voor enkele onbezorgde leesuren is dit een niet te missen uitgave.
13 februari 2011
Gifschandaal
Sinds Marjolein Februari columns in NRC Handelsblad schrijft, lees ik haar geregeld, en over haar enige roman uit 2007 had ik positieve verhalen gehoord. Ik las De literaire kring in vier dagen uit. De leesclub in het rijke dorp waar dit verhaal zich afspeelt bestaat uit lieden die niet om een diepzinnige mening verlegen zitten. De debuutroman van een oud-dorpsgenote maakt veel emoties los; het gifschandaal waardoor op Haïti vele kinderen om het leven kwamen hangt hier nauw mee samen. Er wordt veel gediscussieerd in dit verhaal; er zijn weinig boeken met zo'n hoge meningdichtheid als in dit boek van Februari. Zij is zelf ethicus en jurist, en schreef een boek waar zij inhoudelijk van wanten weet. Haar eigen mening valt moeilijk te destilleren; ze lijkt de meeste sympathie voor de jonge Teresa en de wat eigenzinnige Lucius te hebben. De echte confrontaties blijven uiteindelijk uit, en daar had ik stilletjes wel op gehoopt. Uiteindelijk gaat het om het nemen van je verantwoordelijkheid en onderhuids worden daarover meerdere conflicten uitgevochten. Er zitten enkele kleine slordigheden in het verhaal (het is april/mei, en dan zijn er nog geen wespen, ook geen vroege, is de ochtendkrant nog niet bezorgd als het nog volledig donker is, en ook is er dan nooit een wereldkampioenschap voetbal) maar die storen niet. Ook de dialogen zijn weinig alledaags. Maar daar ging het Februari allemaal niet om. Een ongewone roman, vol concentratie geschreven en gelezen.
10 februari 2011
Achterstand
In mijn streven om meer Engels te lezen, kocht ik in november The Secret Diary of Adrian Mole Aged 13 3/4 van Sue Townsend. Ik las ooit eens een stukje in een Nederlandse vertaling, maar nooit het hele boek. Onbegrijpelijk eigenlijk, want de naam en faam van Mole en zijn bedenkster zijn wijdverbreid. Ik begon er toen meteen in, en las steeds wat stukjes in trein en tram. Dat schoot niet op, ook omdat ik prioriteit gaf aan andere boeken. Totdat ik onlangs een poosje aan een stoel gekluisterd was; toen las ik de nog resterende 150 bladzijden in een keer uit. En ja natuurlijk: dit is bijzonder verrukkelijk en uit het leven gegrepen. Het dagboek speelt in 1981 en een stukje in 1982 en doet nergens gedateerd aan. Ik hoef hier niet te beschrijven waar dit dagboek over gaat, want de meesten zullen het wel al gelezen hebben. Wie dat nog niet deed, moet er toch maar aan beginnen; ik ga snel naar de boekhandel voor het vervolg.
2588
Claude Debussy schreef minimaal 2588 brieven; dat is in elk geval het aantal dat in Frankrijk onder de titel Correspondance 1872-1918 is uitgegeven. In 1872 was Debussy tien jaar, en zijn eerste briefje is ook opgenomen in deze selectie die in de serie privé-domein onder de titel Hartstochtelijk houd ik van muziek is uitgegeven. Het schrijven van zoveel brieven moet enorm veel tijd in beslag genomen hebben; tijd die niet werd besteed aan een tweede opera of nog meer orkestwerken, waar Debussy wel plannen voor had maar niet wist te realiseren. Deze selectie van 214 brieven biedt een prima inkijk in het leven van deze mysterieuze componist. Niet alleen zijn muziek is veelal mysterieus, maar ook hoe hij tot die eigen fragiele klankwereld kwam blijft ongewis. Deze brieven maken duidelijk dat Debussy bepaald geen gemakkelijke man was; hij haalde weinig vreugde uit het dagelijks leven, was niet erg standvastig in de liefde, had permanent geldzorgen en voelde zich niet snel ergens thuis. Lucas Bunge was uitgever en is nu musicus, en bepaalde en vertaalde deze selectie, en schreef per levensfase verhelderende inleidingen. Ook de korte karakterschetsen van de correspondenten vormen een goede aanvulling: je krijgt zo een goed idee over wie voor Debussy belangrijk waren. Zo'n brievenboek waarmee je in korte tijd chronologisch door het persoonlijke leven van een grootheid reist, heeft op mij een enorme aantrekkingskracht. Ik lees zo'n boek van bijna 400 bladzijden dan in enkele dagen uit. Eigenlijk zou ik veel meer van zulke boeken moeten lezen.
02 februari 2011
Feesteditie
Ik kende De voorlezer van Bernhard Schlink alleen van het affiche voor de film die van dit boek gemaakt is, ook al zag ik die (nog) niet. Schlink ligt met meerdere titels in de boekhandel, dus ik waagde me aan deze bestseller waarvan vanwege het 15-jarige bestaan een zogenaamde feesteditie is uitgebracht, met een paar antwoorden van de auteur op veelgestelde vragen en een aantal discussievoorstellen voor leesclubs. Wat er dan zo feestelijk aan deze uitgave is? Deze roman past bij mij in de categorie 'boeiend uitgangspunt maar teleurstellend uitgewerkt'. De ik-persoon blikt op zijn relatie met de veel oudere Hanna terug, een relatie die lichamelijk begon toen de ik-figuur nog pas 15 jaar oud was, en in latere fasen een geheel andere invulling kreeg. Slechts het voorlezen lijkt de verbinding. Schlink bouwt zijn verhaal zorgvuldig op waardoor je het boek moeilijk kan wegleggen. Maar uiteindelijk resteren veel open eindjes. De ik-figuur blijkt een vat vol tegenstrijdigheden en onverwerkte emoties, en tussen hem en Hanna wordt het nergens echt spannend en al helemaal niet sensueel zoals de flaptekst belooft. Het grote leeftijdsverschil, het onverwerkte verleden, het hieraangerelateerde generatieconflict, de ware aard van Hanna: ze komen slechts halfjes ter sprake, en te weinig uit de verf. Een gemiste kans dus, ook al is dit wel weer zo'n boek dat je in twee dagen uitleest in de hoop op het ultieme moment. Maar dat blijft helaas uit.
30 januari 2011
Maffia
Ik kreeg het boek een half jaar geleden van een collega bij een uitgeverij waar ik tijdelijk werkte; zij is één van de twee vertaalsters van dit boek van Roberto Saviano dat wereldwijd een enorme bestseller werd. Gomorra biedt een ruwe inkijk in de wereld van de Napolitaanse maffia, die in tegenstelling tot die van Sicilië nog gewelddadiger en meedogenlozer lijkt te zijn. Saviano schreef het boek als een heuse aanklacht vol afschuw over het Systeem, de filosofie erachter en zijn werkwijzen. Een aantal families gaan voor hun eigen financiële gewin letterlijk over lijken, en maken misbruik van vele handlangers en werkzoekenden die in arren moede wel mee moeten doen. Ook voor het landschap van hun eigen regio hebben die families geen enkel respect; heel Zuid-Italië is volgens Saviano een grote vuilnisbelt. Saviano behandelt verschillende economische sectoren die volledig geïmpregneerd zijn door het Systeem: kleding, beton, afval. Daarnaast de werkwijzen van de families en hun afrekenmethoden (in geld en pistoolschoten). Het boek is wat staccato geschreven, soms lijkt de auteur zijn woede niet volledig onder controle te hebben gehad. Maar dat vormt geen belemmering voor een aantal geconcentreerde leeruurtjes.
19 januari 2011
Niet om te lachen
Ik koop zelden een boek vanwege de aanprijzingen die de uitgever op het omslag heeft gezet. Want dan zou je alles moeten kopen. Maar de aanprijzing dat de Franse schrijver Laurent Binet met HhhH de Prix Goncourt 2010 had gewonnen, trok me over de streep. Belangrijkste reden echter om dit boek te kopen was het onderwerp: de moord in mei 1942 op Reinhard Heydrich, de nummer 2 van de SS en de hardste en meest meedogenloze van alle nazi's. HhhH (Himmlers hersens heten Heydrich) is een aardige vondst, ook al dekt deze titel niet de lading. Uiteindelijk gaat het om de moord zelf, de aanloop en de voorbereidingen, en de (gruwelijke) nasleep. Binet speelt in dit boek met de grenzen van fictie en werkelijkheid. Hij noemt het boek een roman, maar het is het geenszins. Het is een reconstructie, zoveel als mogelijk gebaseerd op feiten. Maar omdat hij niet alles kon nagaan en zich dus een voorsteling moest maken hoe bepaalde gebeurtenissen konden zijn gegaan, overtreedt hij naar zijn eigen inzicht de grenzen van de ware geschiedschrijving. Vandaar dus toch een roman, naar zijn idee. De vele korte hoofdstukjes vormen puzzelstukjes over de gebeurtenissen zelf, Binets onderzoek daarnaar, zijn ideeën daarover, zijn twijfels en zijn overtuigingen. Samen vormen ze een uitermate intrigerend geheel dat ik in twee dagen uitlas. Zulke boeken vormen het beste medicijn tegen leesdips.
2010: de balans
Zoals al eerder gemeld sloot mijn leesjaar 2010 pas halverwege januari 2011 af. Voor deze keer dan. 2010 was met 33 boeken en 9516 bladzijden een ondergemiddeld leesjaar; voor het eerst sinds 2000 kwam ik niet boven de 10000 bladzijden uit. Er waren lange leesdips, en ook ben ik een paar keer flink blijven hangen in boeken die ik uiteindelijk onuitgelezen heb weggelegd. Daaruit las ik bij elkaar zeker zo'n 1000 bladzijden: de Ilias van Homerus, Women van T.C. Boyle en Collapse van Jared Diamond. Boeken tellen echter pas mee als ik ze daadwerkelijk helemaal uitgelezen heb. Mijn eerste boek van 2011 is inmiddels uit, dus de kop is er alweer af. Zie hierboven.
16 januari 2011
Allemaal beestjes
Het nieuwe jaar is alweer een halve maand oud, en toch las ik vandaag een boek uit dat ik nog bij het leesjaar 2010 voeg: het eerste deel van Alle beesten van Midas Dekkers. Ik kocht het op 30 december 2009, en begon er zowat direct na het begin van 2010 aan, en las de 799 bladzijden op 50 na in 2010; de overige in 2011, maar ze mogen met wat gesmokkel dus meetellen in 2010. Daarover volgt nog een aparte log, want ik schenk verder graag alle aandacht aan deze verrukkelijke eerste helft van de verzamelde Vroege Vogels-columns waardoor ik in bed, in de trein en ook in vliegtuigen heb zitten schateren. Midas Dekkers is een vrolijke zuurpruim die graag het gedrag van dieren en mensen aan elkaar koppelt. Dat levert sublieme vergelijkingen op en fraaie inkijkjes in de biologie van beide vormen van leven. Het grappigst zijn de vergelijkingen tussen honden en katten. Dekkers is bepaald geen liefhebber van honden, en zijn stukje over de Hot dog is een hoogtepunt over dit thema. Citeren laat ik achterwege; ik kan uit nagenoeg alle stukjes wel een volzin aanhalen om de kracht van Dekkers' stijl te illustreren. Gewoon op je nachtkastje leggen, deze cassette. Er is trouwens ook een dwarsligger verschenen (zo'n miniatuur dundruk boekje dat je van boven naar beneden leest), waarin beide delen in één uitgave van bijna 2000 pagina's gecombineerd zijn. En dat boekje past in de palm van je hand. Enfin, ik begin vanavond nog aan het tweede deel; over een jaar of zo de leeslog ervan.
31 december 2010
Zon
Ik begin het leesjaar met smokkelen. Het lukte me niet om de twee boeken die ik voor het overgrote deel in 2010 las voor het einde van dat jaar uit te lezen. Net niet. En toch laat ik ze tegen mijn eigen statistiche regels in met 2010 meetellen. December was een verhuismaand; van oud naar nieuw, huizen schoonmaken, 4 keer naar Ikea, 150 dozen uitpakken en andere gedoe leidde flink af van mijn normale bezigheden.Solar van Ian McEwan las ik op nieuwjaarsdag uit; het leverde tussendoor fraaie leesuurtjes op. In deze roman staat het klimaat centraal. Nobelprijswinnaar Michael Beard denkt de oplossing voor het energievraagstuk gevonden te hebben en probeert daar de handen voor op elkaar te krijgen. Daarnaast is hij voortdurend in relatieproblemen verwikkeld, en tast hij zijn gezondheid aan met teveel drank en eten. Allemaal aardige onderwerpen die de vaart er goed inhouden. Het is echter McEwans oog voor het detail die dit boek zo lezenswaardig maakt. Het gehannes met een skipak, de treinrit en het zakje chips, de toespraak en de sandwiches zalm: ze vormen het decor voor prachtige beschijvingen van minuut tot minuut, en daarin is McEwan een meester. Andere romans van hem waren completer en complexer, maar ik heb me tussen mijn eigen gedoe in zeer vermaakt met dit boek.
26 november 2010
Midlife
Na vijf jaar is er dan eindelijk weer een nieuwe roman van Michael Cunningham, van wie ik al zijn vorige steeds met groot genoegen las. En ook Bij het vallen van de avond las ik in drie dagen uit. Ofschoon geen meesterwerk, wel weer een typische Cunningham waarin een subtiel spel van menselijke omgang wordt gespeeld en Cunningham scherpe psychologische inzichten daarover geeft. Het ogenschijnlijk boeiende maar schematische leven van de vroege veertigers Peter en Rebecca, beiden min of meer succesvol actief in de kunstwereld in Manhattan, wordt verstoord door de komst van het veel jongere broertje van Rebecca. Het verhaal kent een fraaie verteltrant, tussen het ik- en alwetende vertellersperspectief in, waarbij Peter centraal staat. Hij valt als een soort Aschenbach uit Thomas Manns Dood in Venetië voor zijn mysterieuze neefje; voortdurend speelt Cunningham met de scheiding tussen veronderstelling en werkelijkheid. Dat maakt het verhaal uitermate boeiend en spannend. Het verhaal had uiteindelijk zinderender gekund, en de figuur van het neefje Mizzy had meer diepgang kunnen hebben, maar alles bij elkaar weer een fraaie roman van Cunningham.
Abonneren op:
Posts (Atom)