14 maart 2026

Toekomst

Mijn laatste boeklog dateert van anderhalve maand geleden; in de tussentijd las ik minder vanwege een mentale ongesteldheid door een uurtje storm windkracht 17 rond 5 uur 's nachts, eind januari. Daardoor drie weken geen stroom en dus ook geen internet en ander ongemak. Maar alles is weer goed, en vlak voor het natuurgeweld las ik de nieuwste roman van Ian McEwan, die achteraf gezien voorspellend leek. Het heden in Wat we kunnen weten speelt zich af in 2119 en dan gaat een wetenschapper op zoek naar een verloren gewaand gedicht dat de beroemde dichter Francis Blundy ruim honderd jaar daarvoor als verjaardagscadeau tijdens een diner met vrienden aan zijn vrouw aanbood. In de tussentijd, ergens rond 2050, is door een onbedoeld uit de hand gelopen kernoorlog de halve wereld vergaan, maar gaat het leven toch verder. Het is wederom een grandioze roman van McEwan. De ogenschijnlijke futuristische situatie is geheel voorstelbaar, en tegelijkertijd gaat het over wetenschap, relaties, standverschillen en nog veel meer. McEwan verbindt alles aan elkaar, vol eruditie en vloeiende vertelkracht. Las ik zijn vorige roman Lessen met groeiende verbazing en waardering voor McEwans vertelkracht (zie hier de weblog), dat deed ik bij Wat we kunnen weten bepaald niet minder. 

Geen opmerkingen: