Ik kreeg De steden, de mensen. Nederland 1850-1900 van vrienden cadeau en las het verspreid over een drietal maanden. Dat kan gemakkelijk, want het boek bevat 51 hoofdstukken waarin Auke van der Woud de revolutionaire veranderingen in de Nederlandse samenleving beschrijft. Ieder hoofdstuk begint met een mooie foto, de meeste echter vlak voor en na 1900 genomen, omdat daarvoor de fotografie nog niet breed beoefend werd. Was Nederland in 1850 nog een zwak, verpauperd land vol armoedzaaiers die meestal niet veel ouder werden dan 50 (als ze dat al haalden), vijftig jaar later waren er weliswaar nog steeds een hoop paupers, maar was de levensverwachting een stuk hoger en gloorde er hoop op nog betere levensomstandigheden. In die vijftig jaar werd de waterkwaliteit een stuk beter, deed elektriciteit zijn intrede en was de bestrating van wegen en straten een stuk minder gevaarlijk (voor paarden en voorbijgangers met name). Voor ons zaken die als vanzelfsprekend goed zijn; in die tijd waren die dat allerminst. Over deze onderwerpen is dit een zeer verhelderend boek. Maar helaas besteedt Van der Woud naar mijn indruk te veel pagina's aan de politiek-bestuurlijke/staatsrechtelijke en juridische aspecten en die zijn eigenlijk niet zo heel interessant. Het boek is uiterst leesbaar als het gaat hoe werd geƫxperimenteerd met klinkers en asfalt, hoe Nederland bij het aanleggen van spoor- en waterwegen de Rotterdamse haven internationaal aantrekkelijk wilde maken, et cetera. Maar hoe Thorbecke wetswijzigingen doorvoerde om de verhouding tussen landelijke en lokale bestuurslagen te verankeren: dat is van alle tijden en niet zo heel essentieel voor deze periode. Enfin: een heel interessant boek dat je selectief moet lezen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten