Ik kan regelmatig genieten van de stijl van Godfried Bomans. Er zijn een aantal cd's verschenen met zijn voordrachten en zijn antwoorden op vragen onder de noemer Kopstukken. Op de vraag of Sinterklaas bekeurd kan worden wanneer hij met zijn paard te snel rijdt, de volzin: 'Het kan natuurlijk zijn dat Sinterklaas in mei of augustus in Bussum in cognito op een paard zit en dan de bochten te snel neemt, dan is hij tegen de plaatselijke verordening en dan kan hij gewoon bekeurd worden, maar is hij in functie, rijdt hij op 5 december ambsthalve te snel, dan ressorteert hij onder het Vaticaan.' Of op de vraag van iemand hoe deze een familielid op muziekles kan krijgen, de openingszin: 'Zoals u weet heb ik nogal een uitgebreide familie, en wij zijn dus in staat om de Negende symfonie van Beethoven in familieverband te spelen, met slotkoor, dat wordt uitsluitend door tantes gezongen.' Het zijn zulke tussenwoorden als 'ambtshalve' en 'familieverband' die de teksten van Bomans de kitsch doen ontstijgen. Je moet er niet teveel van innemen, dan wordt het te melig en te kneuterig, maar ik blijf een zwak houden voor deze Haarlemse schrijver. Ik had ooit een exemplaar van Kopstukken, één van zijn beste boekjes, maar dat bleek al een poosje verdwenen. Ik kocht vorige week in een antiquariaat een nieuw exemplaar, en las het tussen de bedrijven door. De interviews met zomaar wat beroemdheden bevatten enkele juweeltjes. Natuurlijk het interview met de brandmeester (de belendende percelen), de grootmeester (de Koningin wordt gekraakt tussen e4 en g5. Hierop zal er onder de pionnen een paniek uitbreken, nog vergroot door Lf4-h6. Natuurlijk zullen de kastelen toesnellen, doch tegen h4 machteloos te pletter lopen.) en de kunstkenners (En met een dun stokje zwiepte hij een Moeder met Kind van een pilaartje af.). En ach, de Vondelherdenking te Beetsterzwaag is ook al zo prachtig. Heerlijk boekje.
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
22 december 2008
Bomans
Ik kan regelmatig genieten van de stijl van Godfried Bomans. Er zijn een aantal cd's verschenen met zijn voordrachten en zijn antwoorden op vragen onder de noemer Kopstukken. Op de vraag of Sinterklaas bekeurd kan worden wanneer hij met zijn paard te snel rijdt, de volzin: 'Het kan natuurlijk zijn dat Sinterklaas in mei of augustus in Bussum in cognito op een paard zit en dan de bochten te snel neemt, dan is hij tegen de plaatselijke verordening en dan kan hij gewoon bekeurd worden, maar is hij in functie, rijdt hij op 5 december ambsthalve te snel, dan ressorteert hij onder het Vaticaan.' Of op de vraag van iemand hoe deze een familielid op muziekles kan krijgen, de openingszin: 'Zoals u weet heb ik nogal een uitgebreide familie, en wij zijn dus in staat om de Negende symfonie van Beethoven in familieverband te spelen, met slotkoor, dat wordt uitsluitend door tantes gezongen.' Het zijn zulke tussenwoorden als 'ambtshalve' en 'familieverband' die de teksten van Bomans de kitsch doen ontstijgen. Je moet er niet teveel van innemen, dan wordt het te melig en te kneuterig, maar ik blijf een zwak houden voor deze Haarlemse schrijver. Ik had ooit een exemplaar van Kopstukken, één van zijn beste boekjes, maar dat bleek al een poosje verdwenen. Ik kocht vorige week in een antiquariaat een nieuw exemplaar, en las het tussen de bedrijven door. De interviews met zomaar wat beroemdheden bevatten enkele juweeltjes. Natuurlijk het interview met de brandmeester (de belendende percelen), de grootmeester (de Koningin wordt gekraakt tussen e4 en g5. Hierop zal er onder de pionnen een paniek uitbreken, nog vergroot door Lf4-h6. Natuurlijk zullen de kastelen toesnellen, doch tegen h4 machteloos te pletter lopen.) en de kunstkenners (En met een dun stokje zwiepte hij een Moeder met Kind van een pilaartje af.). En ach, de Vondelherdenking te Beetsterzwaag is ook al zo prachtig. Heerlijk boekje.
21 december 2008
Booker Prize
Ik struinde door Scheltema en kon niet echt veel van mijn gading vinden; in een hoek wel een stapel exemplaren van De witte tijger, de dit najaar met de Booker Prize bekroonde debuutroman van de Indiase schrijver Aravind Adiga. Het leek me wel een pageturner, dus vooruit. En inderdaad, ik las het boek van 279 bladzijden in een zaterdag- en zondagmiddag uit. Het is een rauw verhaal over de wijze waarop de ik-figuur zich aan zijn bediendenbestaan weet te ontworstelen en zelf een rijk en manipulerende persoon wordt. Want dat is de boodschap van het boek: het moderne India is een door en door verziekt, corrupt land waar de politieke praktijk, het nimmer uit te roeien kastesysteem, machtsuitoefening en familiebanden voorkomen dat het echt de status van ontwikkelingsland weet te onstijgen. De beschrijvingen van het ouderlijk dorpje op het platteland en de hoofdstad New Delhi kwamen erg overeen met de indrukken die ik er zelf opdeed tijdens mijn reis twee jaar geleden. De grote tegenstellingen in New Delhi en andere miljoenensteden waar ik was (Jodhpur, Jaipur), en de ontelbare rondhangende mensen in de vele smerige dorpjes waar we met onze bus doorheen reden, bieden het decor voor dit verhaal waarin de rauwe werkelijkheid nergens geromantiseerd wordt. Dat maakt deze roman zeker een apart en nuttig boek, ook al was de boodschap me halverwege eigenlijk wel duidelijk. Maar goed, geenszins een miskoop.
20 december 2008
Oorlog
Mijn exemplaar van Salammbô van Gustave Flaubert stond al sinds 1999 in mijn boekenkast; pas nu las ik het. Daarmee heb ik nu alle romans en verhalen van de Franse meester gelezen. Misschien gewoon weer alles overnieuw gaan lezen, want Flaubert behoort tot mijn toppers, ook al zijn zijn geschriften niet altijd even makkelijk toegankelijk. Salammbô is daarvan een goed voorbeeld. In deze historische roman wordt verhaald over de oorlog van de Huurlingen en Barbaren tegen de stad Carthago (240-237 v.Chr.). Deze Huurlingen en Barbaren kregen van de Carthagers niet hun beloofde soldij voor hun bijdrage aan de oorlog van de Carthagers tegen de Romeinen. Deze Huurlingenoorlog geldt als één van de meest gruwelijke oorlogen uit de geschiedenis, en Flaubert spaart de lezer daarbij niet. Naast de oorlog staan ook de liefde van de Huurlingenleider voor Salammbô, de dochter van de Carthaagse legerleider, en de mystieke godenverering centraal. Flaubert vond dat zijn verhalen zo waarheidsgetrouw moesten zijn, waarbij de stem van de verteller volledig afwezig moest blijven. Hij reisde speciaal naar Carthago af om zich een indruk te vormen hoe de stad er ooit uitgezien moet hebben, als ook van de omgeving waarin de oorlog zich afspeelt. Het uitzoeken van alle religieuze details moet hem onstellend veel werk gekost hebben. Flaubert deed een jaar of vijf over het schrijven van dit boek; het werd in 1862 gepubliceerd. Het geldt als het schoolvoorbeeld van de perfecte historische roman. Ruim 140 jaar later leest het nog steeds als een modern werk. De vertaling van Hans van Pinxteren is krachtig en niet altijd even gemakkelijk (veel woorden zijn weinig gangbaar), maar doet de oorsprong denk ik alle recht. Het lezen van Salammbô kost soms wat concentratie, maar dan lees je wel een meesterwerk over een boeiende en rumoerige periode.
15 december 2008
Terloops
Nikolski is de debuutroman van de Canadese schrijver Nicolas Dickner, en die in Canada een bestseller schijnt te zijn. De Nederlandse vertaling vormde de eerste uitgave van de nieuwe literaire uitgeverij Ailantus; ik kreeg het boek van een vriendin die de uitgeefster kent, en ik las het op een grijze zondag in enkele uren uit. Het is een uitermate leuke, frisse en onderhoudende roman. In een heuse raamvertelling wordt het leven van drie jongelui verteld. Ze kennen elkaar niet, maar zijn toch familie van elkaar. Hun avontuurlijke achtergrond heeft hen tot eigenaardige, maar boeiende persoonlijkheden gemaakt, en ieder vindt broodwinning in oude spullen: de ik-verteller werkt in een antiquariaat, Noah studeert archeologie en wordt de assistent van een docent die zich in afval heeft gespecialiseerd, en Joyce legt zich toe op computerpiraterij op computers die ze zelf uit afgedankte pc's heeft samengesteld. In Montreal komen hun levens dicht bij elkaar, vinden ook terloopse ontmoetingen plaats, maar daarin ligt niet de kern van het verhaal. De terloopsheid van alles blijkt een boeiend uitgangspunt in dit boek, waarin de zee, vis, afval en het Boek met de Drie Hoofden boeiende neventhema's vormen. Geen ondubbelzinnig meesterwerk, want daarvoor zijn er nog wel wat losse eindjes. Maar voor een saaie middag of een treinretourtje naar een verre stad is dit een heerlijk boek.
Baron
Er zijn twee versies van de Avonturen van de Baron Von Münchhausen. Ik las de vertaling door Jeroen Brouwers van de Wonderbare reizen ter land en ter zee, veldtochten en vrolijke avonturen van de Baron Von Münchhausen zoals hij deze in de kring zijner vrienden met de fles onder handbereik zelf pleegt te vertellen, in 1788 geschreven door Gottfried August Bürger. Hij baseerde zich op een enkele jaren daarvoor uitgegeven boekje met Baron Munchausen's Narrative of his Marvellous Travels and Campaigns in Russia van Rudolf Erich Raspe. Bürger vulde Raspe's vertelling aan met meerdere avonturen, zodat zijn versie het meest compleet is. Het ene avontuur is nog onwaarschijnlijker dan het andere, maar de ironische toets en de zorgvuldige vertaling van Jeroen Brouwers maken dit toch wel een aardig boekwerk dat zich snel laat lezen.
10 december 2008
560 bladzijden gekanker
Reis naar het einde van de nacht stond al ruim een jaar op mijn plankje met nog te lezen boeken. En pas nu waagde ik dit beroemde boek van Louis-Ferdinand Céline te lezen. Ik deed er ruim een week over, wat eigenlijk best snel is voor zo'n dik en dichtbedrukt boek. Wanneer je nederlandse internetpagina's opslaat over dit boek, lees je vooral positieve indrukken over deze roman. Céline was weliswaar geen vrolijke man, en zijn anti-semitisme maakt hem geenszins sympathiek, maar over dit boek zelf weinig negatiefs. Onlangs vertelde iemand me echter dat het boek in Frankrijk een geheel andere status heeft. Het schijnt daar zelfs not done te zijn om Céline te lezen. Enfin, het boek is nu uit en ik kan erover meepraten... Maar echt genoten heb ik er niet van. Het is zeker een groots werk, want 560 bladzijden onafgebroken gekanker op alles en iedereen zonder enig lichtpuntje, en in zulk een ruw en modern taalgebruik - geschreven in de jaren dertig van de vorige eeuw! - tja, dan is zeker sprake van een vernieuwend werk. Het is echter ook flink vermoeiend, al dat negatieve gezeur. Ik sla nu willekeurg wat pagina's open en noteer de woorden die ik zie: stinken, hel, afschuwelijk, stommiteiten, ramp, vuilnisbelten, venijnig, opgezwollen, laf, rottigheid, catastrofe, prut, gesticht, agressief, klootzak, stikken, hufters, smerig, zwendelaar, futloos, gammel zootje, wanhoop... Het is W.F. Hermans in het kwadraat. Zeerzeker knap gedaan, maar kunst is zeker niet altijd mooi en genietbaar.
29 november 2008
Youri Egorov
In mei 1989 begon ik voor de zoveelste keer - en wederom niet voor permanent - aan een dagboek. Ik begon op de eerste pagina over de diepe indruk die een tv-programma over de toen een jaar daarvoor aan aids overleden pianist Youri Egorov bij me had achtergelaten. Dat programma kan ik me niet meer herinneren, maar de stemming van toen zal ongeveer hetzelfde zijn geweest als die ik gisteren en vandaag had bij het lezen van In het huis van de dichter van Jan Brokken. Het boek krijgt de misplaatste aanduiding 'roman' mee, maar is in feite een geschreven documentaire over het leven van Youri Egorov die op zijn 22ste de Sovjet-Unie ontvluchtte, via Rome in Amsterdam terechtkwam en hier zijn thuis vond. Hij was een briljant pianist, werd vergeleken met de grootsten, maar zoop, blowde en scharrelde als homo zich een ongeluk. Dit laatste werd hem fataal; net als vele anderen had hij het hiv-virus al onder de leden nog voordat de ziekte überhaupt bekend werd. Hij overleed op 16 april 1988, ruim een maand voor zijn 34ste verjaardag. Dit boek is een prachtige hommage aan deze grote pianist. Jan Brokken was hecht bevriend met Egorov, en als er één iemand in staat is met groot inzicht over klassieke musici te schrijven is het Brokken wel. In dit boek combineert hij vijf verhalen: van een vriendschap, van een vlucht, van een pianist, van een bestaan en van een tijd. In het boek veel achtergronden bij de Egorov-cd's in mijn kast. De meest aangrijpende is een live-opname van de Moments Musicaux van Schubert, opgenomen in de Kleine zaal van het Concertgebouw op 27 november 1987 - niet zijn laatste concert, maar zo klinkt het wel en zo zag Egorov het zelf ook. Volgens Brokken schijnt er wat afgejankt te zijn in het publiek; en als je die opname hoort begrijp je volledig waarom. Op die eerste pagina van dat dagboek schreef ik een opmerking uit dat tv-programma die Egorov over Schubert maakte en die me altijd is bijgebleven. In dit boek staat die opmerking ook; ik vind het nog steeds de meest rake typering van Schuberts muziek. 'Bij Schubert is het vaak droefenis - droefheid is het woord, niet gekweldheid, gewoon droefheid.'
27 november 2008
Koningin en Prins
Direct bij het verschijnen van Juliana en Bernhard. Het verhaal van een huwelijk. De jaren 1936-1956 van Koninklijk Huis-historicus Cees Fasseur kreeg het boek volle media-aandacht. Dat was ook wel logisch: Fasseur kon als eerste en voorlopig als enige onbeperkt en vrijuit gebruikmaken van het Koninklijk Huis Archief, en zodoende de ware aard van de Greet Hofmans-affaire achterhalen. Ook bevat het boek de integrale tekst van het rapport van de commissie-Beel, dat in 1956 in de ontknoping van de affaire voorzag. Dat rapport was altijd in het Archief gebleven, waartegen de pers nogal te hoop gelopen is (want immers een staatszaak). Echter geheel onbegrijpelijk was dit achterhouden echter niet. De commissie-Beel was geen regeringscommissie, maar een clubje mediators van ex-staatslieden die op persoonlijk verzoek van het koninklijk paar een huwelijksconflict trachtte te beslechten. Tja, zoiets hoort dan eigenlijk niet openbaar te zijn. Zoals Reinildis van Ditzhuysen opmerkte over de dieptepunten van het huwelijk: '... soms zo genant en intiem dat u het eigenlijk niet wilt weten. Van uw ouders wilt u zulke intimiteiten ook niet weten!' Dit boek ligt dus op het grensvlak van persoonlijke aangelegenheden van een (toevallig) koninklijk echtpaar enerzijds en de wettelijke openbaarheid van constitutionele zaken en de rol van het staatshoofd daarin anderzijds.Wat dit boek vooral boeiend maakt is dat je je eigen standpunt kunt formuleren. Fasseur gunt weliswaar Prins Bernhard het gelijk van diens handelen (Bernhard bracht de zaak in 1956 aan het rollen door te lekken naar de pers), maar voor Juliana valt evenzeer begrip en vooral ook compassie op te brengen. Ik heb die Bernhard altijd al een schuinsmarcheerder gevonden, en zijn rol in dit verhaal bevestigde me in die mening. Hij voelde zich meer dan hem op grond van zijn positie toekwam, en kreeg in het conflict het vertrouwen van de kinderen. Arme Juliana: zij was de koningin, maar ze kwam als verliezer en volledig eenzame figuur uit de strijd. Fasseur laat de gevolgen van de Hofmans-affaire bij de hoofdrolspelers onbesproken; die beschrijving laat hij aan latere biografen van Juliana en Bernhard over. Juliana heeft een dagboek bijgehouden, dat niet eerder dan 50 jaar na haar dood (dus in 2054) openbaar gemaakt zou kunnen worden (als het staatshoofd dan - Amalia? - daartoe toestemming geeft). Eigenlijk bieden die pas het echte inzicht.
Net als in de twee Wilhelmina-boeken is de stijl van Fasseur verrukkelijk. Hij schrijft met een licht ironische toets, en onthoudt zich hier en daar niet van minieme commentaartjes over zaken die niet van belang zijn. Maar die juist wel grappig zijn om te lezen. En de beschrijving van de achtergrond van Greet Hofmans en haar 'paranormale ontwikkeling' leverde bij mij menig lachsalvo op. Met dit boek krijgt de lezer een unieke inkijk in het leven van onze voormalige Koningin en Prins. Met de heerlijke stijl van Fasseur levert dat een prachtboek op.
16 november 2008
La Grande Guerre II
Nog meer over de Eerste Wereldoorlog in het beroemde boek van Robert Graves in de serie Oorlogsdomein van de Arbeiderspers Dat hebben we gehad (Goodbye to All That). Graves schreef het boek eind jaren twintig (hij was toen nog geen vijfendertig) en kenschetste het toen al als zijn autobiografie. En terecht! Hij had toen al zoveel meegemaakt, dat het schrijven van een autobiografie volledig gerechtvaardigd was: opgroeien in een aristocratische familie, een schoolopleiding in een conservatief-traditioneel milieu, drie jaar meevechten in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, een gebroken studie in Oxford, een huwelijk met vier kinderen die daarna op de klippen liep, en een hoogleraarschap aan de universiteit van Caïro... en ondertussen je brood verdienen als dichter. Enfin, dit is een rijk boek, waarin de kern wordt gevormd door de beschrijvingen van de loopgravenoorlog in Noord-Frankrijk. Die oorlog, dezer dagen negentig jaar geleden door de wapenstilstand beëindigd, vormt nog steeds één van de grootste mysteries van de geschiedenis. Want juist door alle machinaties die deze oorlog lieten ontstaan en zo langdurig-gruwelijk lieten zijn, is deze oorlog zo onbegrijpelijk. Als er één oorlog is waarvan gezegd kan worden dat tallozen voor niets gestorven zijn, is het deze oorlog wel. En met Van het westelijk front geen nieuws (Im Westen nichts Neues) van Remarque (hier de leeslog) en Oorlogsroes (In Stahlgewittern) van Jünger is dit nog zo'n beroemd boek over deze onbegrijpelijke strijd. Er zijn nog meer beroemde boeken, die ik niet allemaal achter elkaar kan lezen. Want je wordt er niet echt vrolijk van. Vooral ook vanwege de eigenlijk niet te begrijpen levensopvatting van de schrijver en zijn medesoldaten. Er werd soms gejuicht bij de aankondiging van de zoveelste nieuwe (en dus met voorspelbare afloop eindigende) 'uitvoering'.
09 november 2008
La Grande Guerre
Sinds ik een jaar of zeven geleden Mijn tweede huid van Erwin Mortier las, houd ik hem voor één van de interessantste Nederlandstalige schrijvers. Zijn nieuwste roman Godenslaap is met 400 bladzijden zijn omvangrijkste tot nu toe en wijkt in perspectief ook af van zijn eerdere romans. In Godenslaap blikt een hoogbejaarde vrouw terug naar de Eerste Wereldoorlog, toen zij van meisje vrouw werd en zowel de oorlogsverschrikkingen als de liefde leerde kennen. Die jaren hebben ook haar verdere leven bepaald. In een weelderige, associërende stijl geschreven meandert het relaas van de vrouw door de tijd en koppelt ze indrukken, kleuren, oude foto's en feiten aan elkaar. Hoe rijk en origineel de roman ook is, soms werd het me wat teveel van het goede: je moet soms goed zoeken naar echte gebeurtenissen; sommige zinnen vond ik wel erg zweverig geformuleerd. Bij sommige bladzijden had ik hetzelfde gevoel als wanneer je in de auto achter het stuur mobiel hebt ziten bellen: je herinnert je weinig of niks meer van het autorijden. Maar daarnaast zijn er ook beschrijvingen van het loopgravenbestaan die tot de mooiste behoren die ik ken. Geen volledig overtuigende roman, maar zeker wel een zeer eigenzinnige. Mortier blijft een interessant auteur.
04 november 2008
Jevgeni Onegin
Meteen maar uit de Russische Bibliotheek van Van Oorschot de Verzamelde Werken deel 2 van Alexandr Poesjkin gelezen, met daarin de roman in verzen Jevgeni Onegin. Ik ken het verhaal van de opera die Tsjaikovski erop componeerde. Het blijft een apart verhaal, want de twee hoofdpersonen Tatjana en Onegin zijn beiden geen meeslepende helden. Onegin wijst de liefde van Tatjana eerst hooghartig en bot af. Daarna maakt Tatjana een rare draai door de vrouw te worden van een oude generaal. Tot elkaar komen ze niet. Voor de Russen is dit werk zowat het hoogtepunt uit hun literatuur; ik kon de kracht ervan slechts van verre beleven. Net als in het eerste deel moet je de vele noten eerst zelf in de tekst aangeven; sommige sonnetten bevatten drie of vier verklarende noten om de inhoud begrijpelijk te maken. Vooral uit die noten wordt duidelijk hoeveel Poesjkin erin heeft gestopt. De soepele vertaling van W. Jonker mag er zijn. In deze uitgave is het Russische origineel ook afgedrukt: op de linker pagina's de Russische tekst, op de rechter de Nederlandse vertaling. Er zijn ook uitgaven van alleen de Nederlandse vartaling, maar dan had ik mijn inmiddels fraaie rij uitgaven van de Russische Bibliotheek geweld aangedaan. Ja, ik ben soms een snobistisch boekenlezer.
30 oktober 2008
Van alles en nog wat
Oktober was geen leesmaand; over de Verzamelde werken deel 1 van Alexandr Poesjkin deed ik precies een maand. Maar de 700 bladzijden die dit deel uit de Russische Bibliotheek van Van Oorschot telt bieden wel veel prachtigs, over van alles en nog wat. Het boek bevat toneelwerken en proza. Van het toneel had Boris Godoenov mijn speciale belangstelling vanwege de geweldige opera die Moessorgsky erop componeerde (en die ik juist deze maand twee keer bij De Nederlandse Opera bezocht). Het proza bevat enkele korte verhalen en twee kleine romans. Allemaal meer dan de moeite waard. Want zo'n alineaatje uit het geweldig droogkomische Het dorp Gorjoechino wil je toch niet missen: "De mannen huwden gewoonlijk op hun 13e jaar met 20-jarige meisjes. De vrouwen sloegen hun mannen vier of vijf jaar lang. Daarna begonnen de mannen hun vrouwen reeds te slaan, aldus hadden beide seksen hun machtsperiode en werd het evenwicht bewaard." De romans Doebrowski en De kapiteinsdochter hebben een heerlijk romantische en avontuurlijke lading. Zulke verhalen worden tegenwoordig niet meer geschreven! Het geldt eigenlijk voor alles in deze dikke bundel: prachtige verhalen uit het leven gegrepen, alles bijna 200 jaar geleden geschreven, maar nergens oubollig of verouderd. Een minpuntje: achterin het boek veel nuttige noten, maar daarnaar wordt vanuit de tekst niet via een sterretje o.i.d. verwezen. Voordat je gaat lezen moet je dus eerst zelf flink wat sterretjes in de tekst plaatsen; dat kost je een klein uurtje ongeveer.Binnenkort volgt zijn roman in verzen Jevgeni Onegin.
28 september 2008
Satan
De meester en Margarita van Michael Boelgakov is een uiterst complex boek. Boelgakov werkte er 12 jaar aan, en door zijn dood in 1940 heeft hij de roman niet helemaal kunnen afmaken zoals hij wellicht gewild had. Maar ondanks de enkele losse eindjes is het een afgerond verhaal; het verscheen pas in de jaren zeventig voor het eerst in een volledige ongecensureerde versie, waarna het boek zijn zegetocht als één van de belangrijkste romans uit de twintigste eeuw begon. Ik heb de roman niet als dat meesterwerk ervaren, ook al snap ik wel waarom het boek die kwalificatie heeft. Er lopen drie verhalen door elkaar, waarbij de surrealistische (of magisch-realistische) gebeurtenissen je soms flink op het verkeerde been zetten. De meest eenduidige uitleg over het boek vond ik hier. Om echter de complexiteit van het boek volledig te doorgronden moet je hier zijn: een Vlaming heeft een complete website aan het boek gewijd en alleen al de omvang van deze prachtige site geeft aan dat het boek veel meer bevat dan ik eruit heb weten te halen. Ik houd uiteindelijk meer van rechtlijniger verhalen, ofschoon ik dit zeker een bijzonder boek vind. En de Russische Bibliotheek-uitgaven van Van Oorschot blijven een genot om in de hand te hebben.
21 september 2008
McCain of Obama?
Op deze vraag geeft Michael Moore in zijn grappige en schokkende Mike's Election Guide 2008 een helder antwoord. Grappig omdat zijn inzichten soms flink indruisen tegen wat algemeen wordt aangenomen en hij die common sense graag belachelijk maakt. Maar die inzichten zijn tegelijk ook schokkend. Beste voorbeeld in dit boekje: de positie van McCain als Vietnam-oorlogsheld. Dat maakt hem populair en volgens de peilingen de man bij wie de veiligheid van Amerika in goede handen is, want hij heeft immers vijf jaar lang krijgsgevangenschap overleefd. Maar Michael Moore vraagt zich af: is McCain wel een oorlogsheld als we weten dat hij gevangen werd genomen nadat zijn vliegtuig uit de lucht was geschoten waarmee hij net zijn 23ste bommenvlucht had uitgevoerd, een elektrische installatie bombarderend die midden in een dichtbevolkte woonwijk van Hanoi stond. En zouden wij Amerikanen net zo aardig tegen krijgsgevangen bemanningen zijn, wanneer die zoiets in onze buitenwijken hadden gedaan...? Geen enkele Vietnamees heeft trouwens ooit Amerkikaans grondgebied aangevallen. Enfin, de boodschap is helder, en typisch voor de stijl van Michael Moore. In dit boek ook veel ruimte voor de andere verkiezingen die in november gehouden worden: die voor de senaat en het huis van afgevaardigden. Moore beschrijft kandidaat voor kandidaat de kansen van de Democraten om in het congres flinke meerderheden te behalen. Er is zelfs een hele kleine kans dat de Democraten een tweederde meerderheid kunnen behalen, wat ieder veto van een foute president ongedaan kan maken. Enfin, het wordt spannend in november, en ter voorbereiding is dit een boeiend boekje.
Amerikaans Dagboek
Duitsland heeft me nooit met rust gelaten. Amerikaans Dagboek 1940-1948 biedt een selectie uit de dagboeken van Thomas Mann en is na De Buddenbrooks pas het tweede boek dat ik van de Duitse literaire grootmeester las. Mann werd ook toen al gezien als de grootste levende Duitse schrijver, en hij werd dan ook door de Amerikanen ingehuurd om lezingen te geven over de oorlog en over Duitsland, maar ook om regelmatig radioboodschappen in te spreken die uiteindelijk op radio's in Duitsland te horen zouden zijn. De titel van deze dagboek-selectie zegt dus veel over de inhoud van de aantekeningen, maar daarnaast ook veel huiselijke onderwerpen, en opmerkingen over het ontstaan van Doktor Faustus, de roman die hij in deze jaren schreef. Dit alles wordt vaak in telegramstijl verwoord, waardoor de dagboekaantekeningen een zeer geconcentreerde informatiedichtheid hebben. Het boek geeft een geweldig inzicht in de persoon van deze grote schrijver. Snel maar weer een roman van hem lezen, want net als wat ik me van De Buddenbrooks herinner bezitten de zinnen van Thomas Mann een enorme zeggingskracht die je maar bij weinig schrijvers tegenkomt.
19 augustus 2008
Smakelijk leven van James en Kay Salter is volgens het opslag een literaire eetkalender voor levensgenieters. Wat het specifiek literaire aan dit verder zeer geslaagde boek is, kan ik niet zeggen. Het boek is opgezet als een kalender; iedere dag van iedere maand heeft een eigen verhaaltje waarin eten en drinken centraal staat. En af en toe is dat verhaaltje opgehangen een de herinnering van een schrijver. Maar dat maakt dit boek nog niet literair. Los van dat: ik heb het boek met erg veel plezier gelezen. De Salters zijn levensgenieters en ze boekstaafden al hun kook- en eetwetenswaardigheden gedurende vele jaren in een kookschrift; dit boek is de nette versie daarvan. Het behandelt kriskras onderwerpen over eten, kookboekenschrijvers, chef-koks, beroemdheden die iets speciaals met eten hadden, en ook veel recepten. Vanwege de Amerikaanse invalshoek staan er soms wat rare en overbodige adviezen in, maar dat doet verder geen afbreuk aan de optimistische en warme sfeer die dit boek uitstraalt. Door de indeling kun je er precies een jaar over doen om het te lezen; ik las het in een paar dagen.
18 augustus 2008
Fictie en werkelijkheid
Van Bret Easton Ellis las ik nooit eerder een boek, en met zijn meest recente Lunar Park vang je meteen een glimp op van zijn vorige romans. Ellis speelt in dit boek met de grenzen van fictie en werkelijkheid, maar vooral ook met de vereenzelviging van de ik-figuur met de auteur. De ik-figuur in het boek heet Bret Easton Ellis, en heeft ook daadwerkelijk de romans geschreven die eerder zijn verschenen. Maar gaandeweg neemt de ik-figuur je mee naar een schijnwereld, waar hoofdpersonen uit vorige romans als ook de schrijver van die romans naast de ik-figuur een min of meer actieve rol spelen in de handeling. Kern van het geheel is het onverwerkte verleden van de ik-figuur met zijn overleden vader, en de poging van de ik-figuur om met zijn eigen zoon contact te leggen. In de roman vertegenwoordigen een aantal personages dus de verschillende gezichten van één en dezelfde figuur, lijkt me. Als stijlmiddel vind ik deze meerlaagse benadering zeker boeiend, maar uiteindelijk begon het me te vervelen. Het boek mist de ultieme boodschap, de cirkel wordt uiteindelijk niet gesloten. Het stijlmiddel blijkt slechts het doel te zijn. Een te gekunsteld geheel daardoor, ook al vind ik het als idee niet slecht bedacht.
Harry Bosch
En toen waren de te lezen boeken op. Gelukkig beschikt Ubud op Bali over tweedehands-boekenzaakjes, en daar kochten we nog een tweetal boeken voor de laatste paar dagen. Ik las eerst Slotakkoord van Michael Connelly. Van deze misdaadauteur las ik de afgelopen jaren al wat meer thrillers met inspecteur Harry Bosch als hoofdpersoon. En ook dit boek is weer een geslaagd geheel. Bij zijn terugkeer bij de LAPD krijgt Bosch als testcase een moord van 17 jaar geleden op te lossen. Daarbij ondervindt hij veel hinder van oud-collega's, want de daders mochten indertijd niet gevonden worden. Ach ja, dan lees je zo'n boek van 350 bladzijden in een dag uit.
Indië-roman
Tijdens mijn vorige reis naar Indonesië had ik een halve rugzak vol Indië-literatuur bij me; nu eigenlijk niets. M. had wel wat meegenomen en omdat ik Proust en Tsjechov al sneller uitgelezen had dan gepland, nu de goede gelegenheid om eindelijk eens Indische duinen van Adriaan van Dis te lezen. Het boek stond al vele jaren in mijn boekenkast, maar het bleef vreemd genoeg ongelezen. Ik las het nu in ruim een dag. Het is een erg geslaagde 'afrekening met het verleden'. Alle personages dragen de oorlog in Indië op hun eigen manier met zich mee (de ik-figuur heeft die oorlog niet eens meegemaakt), en hoewel de personages elkaar flink pijn doen valt dat allemaal goed te begrijpen. Van Dis vertelt dit in een vloeiend verhaal waarin heden en verleden fraai en natuurlijk afgewisseld worden. Aan het slot is er geen oplossing voor alle onderlinge tegenstellingen, maar het verhaal is dan wel verteld. Gave roman.
17 augustus 2008
Nog meer verhalen
Direct na Proust begonnen in de Verzamelde verhalen 3, 1887-1888 van Anton Tsjechov, uit de Russische Bibliotheek van Van Oorschot. Tja, dat is een andere dimensie. Niet beter, of slechter, maar hoe zalig toch. Ik ga hier nu geen lange beschrijvingen typen, doch citeer slechts de website van Van Oorschot, helemaal raak getypeerd, verdere toelichting overbodig: In Moskou vestigde Tsjechov zich in 1884 als arts. Uit die tijd dateert zijn beroemde uitspraak dat de geneeskunde zijn wettige echtgenote en de literatuur zijn maitresse was. Hoe deze 'verhouding' in de jaren 1887-1888 omsloeg leze men in dit fascinerende derde deel van zijn verzamelde verhalen. In diezelfde periode nam zijn jaarproductie geleidelijk af maar werden zijn verhalen langer. Voor zijn verzameld werk, dat hij in 1899 samenstelde voor de uitgever Adolf Marx, selecteerde Tsjechov slechts 57 verhalen uit die periode. Daaronder de slechts acht verhalen die hij in 1888 schreef. Eén daarvan is het wanhopig mooie verhaal ‘De steppe’. Het springt boven alle andere verhalen uit, niet alleen omdat het met zijn bijna 100 bladzijden het langste is dat hij ooit schreef. ‘De steppe’ is Tsjechovs liefdesverklaring aan zijn land, het land dat hij zo graag bereisde (‘wie lange reizen maakt, kan veel verhalen’), en aan het leven zelf. In het verhaal wordt de zoon van een handelaar in een karavaan naar de grote stad gebracht, waar hij naar de middelbare school zal gaan. Het is hoogzomer en tijdens de lange reis slaapt hij ’s nachts bovenop een hooiwagen. Liggend op zijn rug luistert hij naar wat de ouderen elkaar vertellen en staart hij naar de sterbezaaide hemel. Dan laat Tsjechov de gesprekken verstommen, trekt alle registers open en brengt de steppe zelf tot leven... Een dan óók nog 'De naamdag', 'De kus', 'Kasjtanka', 'Zonder titel' en en... Ach het is zo mooi allemaal!
16 augustus 2008
Op zoek
Ik ben nog geen mensen tegengekomen die Proust gelezen hebben en die (durven te) zeggen dat ze er niks aan vonden; je hoort louter verrukte uitspraken. Ik ben nog wat terughoudend. Ik werd door dit eerste deel nog niet helemaal gegrepen, maar zoals gezegd: de meesterlijke ontledingen van het kleine moment maken me toch zeer benieuwd naar de volgende delen. Ik heb de eerste stap gezet, de andere zes gaan zeker volgen. Bovendien is de wereld van Proust zo rijk en complex, dat ik deze in dit eerste deel zeker nog niet ten volle begrepen heb. Er is ontzettend veel geschreven over Proust, maar ik wil me vooraf niet laten leiden door wat anderen te verklaren hebben over wat ik nog ga lezen. Maar achteraf ben ik wel benieuwd naar wat zij erover te zeggen hebben. Dus eerst maar die andere zes delen. Verder op zoek!
11 augustus 2008
Wijnroman
Drie weekjes op vakantie (met rugzak door Indonesie) en toch weer een hele stapel boeken gelezen: zes in totaal, 2400 bladzijden. Enfin, hierna (hierboven) verschijnen de leeslogs ervan. In Het Merlot Mysterie van Ilja Gort was ik al voor vertrek begonnen; ik las de tweede helft aan het zwembad van het Borobudur-hotel in Jakarta. Jakarta is een drukke, lawaaiige stad maar grote kans dat mijn schaterlachen het verkeer heeft weten te overstemmen. Want dit boek is uitermate grappig. Het verhaal is dunnetjes, en spannend is het geenszins, maar de stijl van Gort zou je bijna uniek kunnen noemen. Waar het maar kan trekt Gort de bontste vergelijkingen, zo mogelijk voorzien van een overdaad aan bijvoeglijke naamwoorden. Tijdens een gesprek met belastingambtenaren laat de wijnboer een scheet ('biologische oorlogsvoering'): Ongelukkigerwijs bleek zijn flatule evenwel niet zo geurloos te zijn als hij had aangenomen. De kasteelkeuken vulde zich alras met een intense stank die het midden hield tussen een open riool en een opslagkelder voor overjarige camembert. Nog zo'n vergelijking, over een pergola van een enorme wijnstruik: Dikke trossen druiven hingen als vrouwenborsten uit het gebladerte neer. Het is bepaald geen subtiele literatuur, maar wel erg grappig bedacht en geschreven. Niks mis mee!
15 juli 2008
Kunstminnend
Het komt zelden voor dat je een biografie leest waarin de schrijver bepaald geen positief beeld schetst van zijn onderwerp. Dit is nu zo’n zeldzaam voorbeeld. Oliver Hilmes prikt de door Alma Mahler-Werfel zelf ontworpen en in stand gehouden mythe door dat zij een dienstbare kunstminnende vrouw was die haar hele leven ten dienste van de kunst en de kunstenaars stelde. Haar eigen biografie Mijn leven las ik zelf niet, wel een brievenboek Het is een vloek een meisje te zijn. Hilmes ontdekte in archieven allerlei nieuw materiaal, waaronder haar eigen ongecensureerde biografische aantekeningen. En daaruit bleek dat ze moedwillig de zaken heeft veranderd om het beeld over zichzelf zo positief te laten uitpakken. Alma Mahler-Werfel (geboren als Alma Schindler) was drie keer getrouwd (met de componist Gustav Mahler, met de architect Walter Gropius en met de schrijver Franz Werfel), en had daarvoor en daartussen vele serieuze en minder-serieuze verhoudingen. Haar echtgenoten werden door haar geminacht, waarbij ze (met name bij Werfel) niet onder stoelen of banken stak dat ze hem eigenlijk minderwaardig vond omdat hij joods was; bij Mahler had ze nog niet zo’n antisemitisme ontwikkeld. Mannen moesten haar aanbidden, anders beschouwde zij hen als haar vijand, waarnaar ze soms ook handelde. Ondanks haar groeiend antisemitisme en haar sympathie met de politiek van de nazi’s, moest ze na de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland vluchten, en kwam ze na de nodige omzwervingen in de Verenigde Staten terecht, waar ze in Los Angeles in een Duitse kunstenaarskolonie terechtkwam, waar o.a. de schrijvers Thomas en Heinrich Mann, de componisten Schönberg en Korngold en de dirigenten Walter en Klemperer onderdeel van uitmaakten. Ook daar bleef ze een intrigante, die bewust misverstanden in het leven riep om er zelf beter van te worden. Deze vlot geschreven en vertaalde biografie draait vooral om Alma en haar verhoudingen; bijna 400 bladzijden relationeel positiespel. Uitermate boeiend, ook omdat het al die grootheden (met name uit de muziekwereld zijn mij bekend) opeens gewone mensen zijn. Een fraaie biografie.
12 juli 2008
Hierna nog één keer...
Onlangs verscheen het Geheim dagboek 1996-1998 van Hans Warren, het twintigste deel. Het deel uit zijn stervensjaar 2001 was al verschenen, dus er resteert nog één deel: met de laatste maanden uit 1998, en heel 1999 en 2000. Dan is de serie compleet en is het grootste egodocument uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis afgebouwd. Dit deel is wederom een verrukkelijk en indringend dagboekdeel. Eten, muziek, kunst(kopen), huiselijk gedoe en reisjes: er wordt stevig geleefd in huize Warren-Molenaar. En dat terwijl Warren ver in de zeventig is. Alleen wie deze dagboeken mee-leest zal kunnen begrijpen in welk een heerlijk gebalanceerde leestoestand je als lezer bevindt wanneer je weer een stuk hieruit leest. Nadat ik dit boek uitgelezen had, bekeek ik uit de verzamelbox dvd's met de interviews van Adriaan van Dis op televisie zijn gesprek met Hans Warren (ergens begin jaren '90?) - Warren is gewoon een erg boeiende en lieve man. Wanneer het laatste deel verschenen en gelezen is, ga ik weer van vooraf aan beginnen, denk ik.
18 juni 2008
Gestopt
Normaliter maak ik op deze leeslog geen melding van boeken die ik onuitgelezen wegleg. Zo vaak gebeurt dat trouwens niet; het komt gelukkig niet vaak voor dat een boek me niet boeit. Nu dan toch een uitzondering. Het schijnt inmiddels een bestseller te zijn, maar Ik Jan Cremer 3 is zo eendimensionaal en saai dat ik het na 125 pagina's voor gezien houd. Er zit totaal geen lijn in het boek, het begint nergens, gaat nergens heen, en het biedt een opeenvolging van onduidelijke gebeurtenissen waarbij de seks met allerlei onduidelijke dames die het pad van de ik-figuur kruisen de hoofdmoot vormen. Ik heb niets tegen richtingloos gezwets, maar dan wel grappig gezwets graag. Om een enkele uitdrukking van Cremer moest ik wel lachen, maar om de nog resterende 400 bladzijden af te struinen naar nog een paar van zulke uitspraken... Nee, verder met iets beters!
09 juni 2008
Drank en sigaren
De eerste druk van Jean Sibelius van Guy Rickards zag ik een aantal jaren geleden eens in New York in een boekwinkel, en besloot die toen niet te kopen. Sinds een jaar wilde ik wel eens wat meer weten van deze intrigerende Finse componist, maar die eerste druk bleek nergens meer te krijgen. Onlangs kwam er echter een herdruk uit; ik las het in een paar dagen en voldeed daarmee meteen weer aan mijn target van minimaal één boek in het Engels per jaar. Het is geen goede biografie. Rickards raast in 200 bladzijden door het leven van Sibelius (1865-1957), en stipt daarin de gebruikelijke aspecten van een gemiddeld leven aan: geboorte, familie, studie, liefde, trouwen, kinderen, relatieproblemen en dood. Daarnaast natuurlijk ook het nodige over de componist, maar de meesterwerken die Sibelius voortbracht 'zijn' er allemaal opeens. Geen achtergronden over het hoe-of-waarom, geen analyse hoe Sibelius aan zijn eigen karakteristieke stijl kwam. Wel af en toe wat informatie over de politieke verwikkelingen - Finland werd tijdens het leven van Sibelius een eigen staat, inclusief een kort burgeroorlogje en strijd tegen de Russen, Duitsers enzovoort. Sibelius was volgens Rickards geen prettig mens. Hij zoop en rookte zich een ongeluk; hij werd eens door de Engelse douane vastgehouden omdat hij voor zijn tournee van een paar weken naar Engeland een enorme hoeveelheid sigaren van zijn eigen merk met zich meedroeg. Zijn vrouw Aino was haar hele leven depressief vanwege het gedrag van de componist, maar ze bleef hem trouw. Uit Rickards verhaal kun je opmaken dat haar mooiste jaren de 12 jaren na zijn dood waren; zij werd 98...Ik luister de laatste tijd enorm veel naar muziek van Sibelius. Zijn symfonieën (waarvan ik de oneven nummers het mooist vind), maar vooral ook enkele van zijn symfonische gedichten (de Oceaniden, Nachtelijke rit en zonsopkomst, Pohjola's dochter, de Woudnimf), de Lemmikäinen Suite en het Vioolconcert: het zijn allemaal meesterwerken. Onlangs ontdekte ik in een cd-doos de Woudnimf, en dat stuk kan ik dan een week lang minstens een keer per dag horen. Enfin, door het boek van Rickards weet ik nu iets meer over het leven van de Finse meester af, maar een overtuigende biografie is het allerminst.
04 juni 2008
Verdwijning
Als je Tim Krabbé en Het Gouden Ei in Google intikt, krijg je een waslijst aan boekverslagen. Dit verhaal is een hit op boekenlijsten van middelbare scholieren. Het verscheen al in 1984, toen ik net eindexamen deed. Van Krabbé las ik tot nu toe alleen nog maar De grot, en dat is net als Het Gouden Ei een snelgelezen verhaal. Waarschijnlijk heb ik hiervan wel eens de verfilming gezien, want het begin van het verhaal kwam me bekend voor. Het is een boeiend en ingenieus verhaal, maar wat ik zeker geen meesterwerk zou willen noemen. Daarvoor vind ik het jammer dat het perspectief in het tweede hoofdstuk naar de moordenaar verschuift. Noodzakelijk voor het verhaal weliswaar. Je leest het in anderhalf uur uit. Ik ben benieuwd of het aantal bezoekers van mijn boekenlog na publicatie van deze leeslog stijgt door de vele scholieren die op zoek zijn naar verslagen van dit boekje.
03 juni 2008
Achterflap
Een positieve recensie bracht me ertoe Andermans huis van Silvio d'Arzo te lezen. d'Arzo schreef een klein oeuvre en overleed al op zijn 31ste (in 1952). Deze kleine maar fijne roman maakte hem echter onsterfelijk. Het is een puur verhaal over een pastoor in een dorpje in Noord-Italië waar nooit iets gebeurt. De komst van een onbekende vrouw doet dat voor de pastoor veranderen. d'Arzo beschrijft de leegte zoals je zelden te lezen krijgt; je hoort de stilte en je hoort de tijd voortgaan. Prachtig. Zoals de recensent al aangaf: lees vooral NIET de achterflaptekst. Die haalt in één keer de kracht van het verhaal onderuit. Ongelooflijk dat een uitgever zoiets voor elkaar krijgt. Koop en lees dit boekje en stel het lezen van de flaptekst uit totdat je het boekje gelezen hebt. Dat uitstellen kost slechts anderhalf uur, dat is de tijd die je nodig hebt om dit prachtige boekje te lezen. Ik hield me ook aan het gebod van de recensent, en was hem er achteraf zeer dankbaar voor.
29 mei 2008
Vliegen
Bijna twee jaar geleden las ik van Stefan Brijs zijn veelgeprezen en boeiende roman De engelenmaker. Lees hier de leeslog daarvan. Iemand tipte als commentaar een eerdere roman van Brijs: Arend. Dat las ik tijdens drie treinritten in twee dagen uit. Deze roman uit 2000 vertoont thematisch sterke verwantschap met De engelenmaker. Arend is in lichaam en geest een mislukt kind en hij stelt zijn moeder voor grote problemen. Aanvankelijk snap je het gedrag van moeder Anna, maar naarmate Arend ouder wordt en zijn moeder steeds hardvochtiger, gaat de sympathie over naar het kind. Het is verder een treurigstemmend maar fraai geconstrueerd verhaal. Arend heeft iets met vliegen, vogels, en ziet zichzelf op een gegeven moment als een engel die kan vliegen. Wat heeft die Brijs eigenlijk met misvormde kinderen die engelen worden?
25 mei 2008
Haffner op herhaling
Met de uitgave van Duitsland 1939: Jekyll & Hyde is de serie gebonden uitgaven van de boeken van Sebastian Haffner compleet. De uitgeverij had dit boek al eens eerder uitgegeven, en die uitgave las ik een paar jaar geleden ook al, maar het bleef toch een afwijkend deel in mijn boekenkast. In de heruitgave is ook een lang interview met Haffner uit 1989 opgenomen, dus genoeg reden om de heruitgave te kopen en nog eens te lezen. Jekyll & Hyde is Haffners eerste officiële boek. Hij schreef het in de winter van 1939-1940 toen hij als Duitse immigrant in Engeland geïnterneerd was. In niet mis te verstane woorden beschrijft hij de aard van nazi-Duitsland, waarmee Engeland op dat moment wel al in oorlog was, maar waarmee nog niet gevochten werd. Binnen een maand nadat dit boek uitkwam veroverde Duitsland heel West-Europa en begon de Battle of Brittain. Met dit boek opende Haffner de ogen van veel Engelse politieke en militaire beslissers; tegelijkertijd doet hij uitspraken die het denken over de status van Duitsland na de capitulatie hebben beïnvloed. In die maanden waren Hitler en nazi-Duitsland een vast gegeven, en wie twijfelde aan het nut en de noodzaak van een oorlog moest Hitler en nazi-Duitsland wel een plaats in het denken over de toekomstige wereldorde toekennen. Haffner betoogt dat die toekomstige wereldorde alleen door het vernietigen van nazi-Duitsland gestalte kon krijgen. En hoe logisch wij dat nu met onze kennis van de geschiedenis ook vinden, eind 1939/begin 1940 was dat geenszins vanzelfsprekend! Wij weten dat Hitler doelbewust op een grote oorlog uit was, maar dat durfde vóór mei 1940 eigenlijk niemand te geloven. Behalve Haffner, die met deze eersteling een profetisch en beklemmend document schreef, dat bovendien vele uitspraken bevat waarmee we de huidige warrige tijd eveneens kunnen analyseren. Via deze link kom je op de informatiepagina van uitgeverij Mets en Schilt over de tien vertaalde boeken van Haffner. Duik daarin, want het zijn stuk voor stuk meesterwerken over de geschiedenis van Duitsland.
04 mei 2008
Vier tragedies
Met een stapeltje boekenbonnen en wat extra centen kocht ik een poosje terug de complete vertaalde toneelstukken van William Shakespeare. Voor 99 euro haal je een fraaie cassette met 11 delen in huis, en daarin alle toneelwerken vertaald door Willy Courteaux. Hij vertaalde vanaf de jaren zestig in zijn vrije tijd al die stukken, en zijn vertaling schijnt het meest tijdloos te zijn. Ik las wel eens eerder een enkel toneelwerk van Shakespeare (Othello en Macbeth), in de vertaling van Gerrit Komrij. Nu las ik een deel uit deze cassette met vier tragedies: Romeo en Julia, Timon van Athene, Julius Caesar en Macbeth. Met name Romeo en Julia en Macbeth hadden mijn speciale belangstelling, omdat ze de bron zijn voor een aantal bekende muziekwerken. Courteaux schreef bij ieder toneelstuk een gedegen inleiding, waarin hij de datering, kwaliteit en de belangrijkste hoofdpersonen beschrijft. Hij laat zijn mening aardig horen, en daar bleek ik het niet altijd mee eens te zijn. Timon van Athene noemt hij een relatief zwak stuk, vanwege o.a. de beperkte handeling en een aantal slordigheden. Het is misschien niet zo indringend en krachtig als Macbeth, maar de thematiek en de uitwerking daarvan door Shakespeare is alleszins interessant en tijdloos. Romeo en Julia vond ik wat tegenvallen; ik had het emotioneler en dramatischer verwacht. Misschien is de kracht minder wanneer je het leest dan wanneer je het opgevoerd ziet? De andere stukken boeiden me wel van begin tot einde. Macbeth blijft fantastisch. Ik las het zoals gezegd al eens eerder, en ik zag het ook eens opgevoerd (met Pierre Bokma als Macbeth). De opera die Verdi erop componeerde is eveneens een meesterwerk, en volgt getrouw het verhaal en de sfeer van het stuk. Tenslotte: het lezen van toneelstukken is net zo boeiend als het lezen van een roman. Ik kan niet beloven dat ik alle andere tien delen uit deze cassette ga lezen, maar ik zal periodiek zeker nog wat andere delen ter hand nemen.
Abonneren op:
Posts (Atom)