Reis naar het einde van de nacht stond al ruim een jaar op mijn plankje met nog te lezen boeken. En pas nu waagde ik dit beroemde boek van
Louis-Ferdinand Céline te lezen. Ik deed er ruim een week over, wat eigenlijk best snel is voor zo'n dik en dichtbedrukt boek. Wanneer je nederlandse internetpagina's opslaat over dit boek, lees je vooral positieve indrukken over deze roman. Céline was weliswaar geen vrolijke man, en zijn anti-semitisme maakt hem geenszins sympathiek, maar over dit boek zelf weinig negatiefs. Onlangs vertelde iemand me echter dat het boek in Frankrijk een geheel andere status heeft. Het schijnt daar zelfs
not done te zijn om Céline te lezen. Enfin, het boek is nu uit en ik kan erover meepraten... Maar echt genoten heb ik er niet van. Het is zeker een groots werk, want 560 bladzijden onafgebroken gekanker op alles en iedereen zonder enig lichtpuntje, en in zulk een ruw en modern taalgebruik - geschreven in de jaren dertig van de vorige eeuw! - tja, dan is zeker sprake van een vernieuwend werk. Het is echter ook flink vermoeiend, al dat negatieve gezeur. Ik sla nu willekeurg wat pagina's open en noteer de woorden die ik zie: stinken, hel, afschuwelijk, stommiteiten, ramp, vuilnisbelten, venijnig, opgezwollen, laf, rottigheid, catastrofe, prut, gesticht, agressief, klootzak, stikken, hufters, smerig, zwendelaar, futloos, gammel zootje, wanhoop... Het is W.F. Hermans in het kwadraat. Zeerzeker knap gedaan, maar kunst is zeker niet altijd mooi en genietbaar.