27 juni 2022

Fax1

Ruim twee jaar geleden las ik het uiterst verrukkelijke Moord op de moestuin van Nicolien Mizee (zie hier de weblog), en aldus de belangstelling in deze apart denkende schrijfster gewekt (Hij: Ik wil een terreinwagen. Zij: Maar we hebben geen terrein.) ging ik op zoek naar meer van haar. Er waren inmiddels enkele delen Faxen aan Ger verschenen en ook lovend besproken, dus ik kocht het eerste deel De kennismaking. Al na twintig pagina's was ik het spoor volledig bijster en legde ik het boek teleurgesteld weg. Onlangs facetimede ik met een dierbare vriendin die naast het opvoeden van drie kinderen en een drukke baan meer tijd aan het lezen van boeken besteedt dan ik, en we kwamen over dit eerste deel Faxen aan Ger te spreken. Soms moet je gewoon naar goede vriendinnen luisteren, dus pakte ik het boek uit de kast, begon opnieuw erin te lezen en raakte ik vervolgens een beetje verslaafd aan dit gekke boek. Want: welke schrijver komt er in 2017 op om een soort-van brievenboek te schrijven met faxen gericht aan een niet-antwoordend persoon, gedateerd tussen 1994 en 1997? Wie onder de veertig jaar oud weet überhaupt wat een fax is en hoe dat ding werkte? Het is typisch Nicolien Mizee: volledig andersdenkend (niet: tegendraads of out-of-the-box), maar gewoon redenerend op een andere golflengte. En dat maakt deze faxen zo enorm boeiend. De ik-figuur (genaamd Nicolien Mizee) is in alles anders, poseert naakt voor amateur-kunstschilders, schaaft eindeloos aan een filmscript, doet aan lesbisch stijldansen met een ex, en probeert afgekeurd te worden (want ze vindt zichzelf volledig ongeschikt om ergens te werken). Ze psychologiseert er soms iets te diepgravend op door, maar opeens beland je in situaties of volzinnen die je vol verrukking leest. Zoals deze (over een vriend van haar): Ook Evert is namelijk op zoek naar het allesomvattend geweldig ongelofelijke, maar hij zoekt het niet bij de messenjongens maar in het paranormale. Hij praat vol ontzag over vorige levens, over 'boodschappen van boven', over die 'vreemde liefde voor Spanje die hij heeft, waardoor hij vóelt dat Spanje iets bijzonders voor hem in petto heeft...' over zijn eeuwige verlangen zichzelf nou eens echt hélemaal in iets te verliezen... en dan duwt hij me weer een of ander door een zekere Sjaloem Sjaloom geschreven boekwerk in de hand dat De zeven chakra's van het succes heet, of Het Tiende Inzicht en van welks achterflap een gemene misdadiger met een Armanipak en een tulband ons allergriezeligst toegrijnst. Zulke zinnen maken boeken lezen tot het verrukkelijkste wat je kan doen.

12 juni 2022

Helft

Ruim een jaar na het eerste deel (zie hier de weblog) las ik nu het tweede deel van Kroniek van een karakter Deel 2 - 1982-1986 - de oude Faust van Jeroen Brouwers. Kort nadat ik dit tweede deel uitlas overleed Brouwers, 82 jaar oud. Voor mij was Brouwers onbetwist de grootste levende Nederlandstalige schrijver en het overgrote deel van zijn boeken staan bij mij in de kast, en ik ga er de komende jaren stellig het nodige van herlezen. Brouwers is bepaald niet jong gestorven, terwijl hij in de brieven in dit tweede deel van Kroniek van een karakter, geschreven toen hij begin veertig was, er herhaaldelijk op zinspeelt dat hij al met een been in het graf staat. Tijdens deze jaren is Brouwers vader van een jong dochtertje, is zijn huwelijk stabiel, schrijft hij onder andere De laatste deur (het boek over zelfmoord in de literatuur), een soort-van biografie van Hélène Swarth, de roman Winterlicht, en deze brieven (en vast veel meer). Voor wie over de ontstaanswijze van deze titels wil lezen, zijn deze brieven een rijke bron. Maar ook over alledaagse zaken schrijft Brouwers meesterlijk, zoals over het contact met de werklui tijdens de verbouwing van zijn huis. Evenals bij de bespreking van het eerste deel heeft citeren geen zin; ik zou dan het hele boek moeten overtypen. Maar wie deze brievenbundels nog niet kent, moet ze stellig gaan lezen. Er moeten nog vele honderden, misschien wel duizenden brieven van Brouwers zijn  - de twee bundels Kroniek van een karakter beslaan slechts tien jaar van zijn leven. Het is zowat een artistieke misdaad die ongepubliceerd te laten.

04 juni 2022

Toeslag

Hier in Portugal ben ik nog niet in een hogere leesversnelling geraakt, ik lees eerder minder dan toen ik nog in Amsterdam woonde, maar die hogere versnelling gaat zeker wel komen. Er liggen vier gelezen boeken te wachten op bespreking, terwijl ik de eerste daarvan al eind maart/begin april las. In Zo hadden we het niet bedoeld. De tragedie achter de toeslagenaffaire analyseert Correspondent-journalist Jesse Frederik hoe het zo uit de hand kon lopen met hoe de overheid onschuldige burgers als criminelen ging beschouwen. Die affaire is tot op de dag van vandaag nog steeds niet opgelost, maar dit boek is een prima eerste analyse van de oorzaken. Sinds zo ongeveer drie jaar geleden de toeslagenaffaire een daadwerkelijke affaire werd, ligt de zwarte piet vooral bij de ambtelijke molens van de belastingdienst en het ministerie van Financiën. Degenen die die zwarte pieten uitdelen, de politici (van met name oppositiepartijen) en de media vergeten daarbij de eigen, minstens zo dubieuze rol. Frederik geeft enkele ontluisterende voorbeelden van journalisten en politici die binnen enkele jaren hun mening volledig omkeerden, en zich nu de ellende van de gedupeerden toe-eigenen, terwijl ze indertijd mede voor een keiharde behandeling van overtreders pleitten. Inclusief Pieter Omtzigt. Frederik is naar mijn mening soms een iets te rechtlijnige analist, maar zijn research is uiterst bewonderenswaardig. En bij journalisten helaas steeds zeldzamer. Ik beluister af en toe zijn podcast (met Rutger Bregman) en sta steeds weer versteld waar hij de tijd vandaan haalt om al die informatie tot zich te nemen en te gebruiken in zijn analyses. Dit boek is daar een sterk staaltje van. Erg knap.

22 mei 2022

Bestendiging

Een paar maanden geleden las ik het eerste deel van wat een cyclus van vier delen over de Italiaanse fascistische dictator Benito Mussolini moet worden (zie hier de weblog over dat eerste deel). Een geweldig boek, een roman, maar eveneens een op ware bronnen gebaseerde kroniek. Ik las nu het tweede deel van de cyclus: De man van de voorzienigheid. In dit deel, over de jaren 1925-1932, bestendigt Mussolini zijn dictatuur, wordt hij meer en meer absoluut heerser. Antonio Scurati citeert bronnen (krantenartikelen, brieven etc.) en hangt daaraan de dag-in-dag-uit levensbeschrijving van Mussolini. Net als dat eerste deel is dit een uiterst originele maar vooral: levensechte roman. Het boek eindigt niet voor niets eind 1932. Enkele weken later werd in Duitsland een andere dictatuur gevestigd die die van Mussolini in de schaduw zou stellen. Dat nog te verschijnen derde deel moet daardoor nog interessanter worden. Maar tjonge, wat een kracht hebben dat eerste en dit tweede deel!

17 april 2022

Zeven

Ik werkte tot oktober 2019 een aantal jaren bij Wijzer in geldzaken, onderdeel van het ministerie van Financiën. Vlak voordat ik er vertrok hield Joris Luyendijk een lezing (met borrel na) en dat ging over zijn onderzoek naar de voordelen die mensen in hun carrière hebben als ze aan een aantal kenmerken voldoen. Ik herinner me die lezing nog goed; het was een krachtig verhaal, en ik dacht al: daar zit een boek in. Pas onlangs verscheen het: De zeven vinkjes. Hoe mensen zoals ik de baas spelen. Kern van zijn betoog: Nederland wordt bestuurd door mensen die zes of liefst zeven van die zeven kenmerken hebben: minstens een hoogopgeleide en/of welgestelde ouder, minstens een in Nederland geboren ouder, man, hetero, wit, gymnasium of vwo, universiteit. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar inderdaad: die bevestigen de regel. De belangrijkste wetgevende, uitvoerende en controlerende organen (inclusief de media) worden geleid door mensen die zeven (soms zes) vinkjes hebben. Enfin, in het boek geeft Luyendijk voldoende voorbeelden. In tegenstelling tot wat ik me van die lezing herinner, concentreert Luyendijk zich naast deze theorie vooral op zichzelf: wat zou er van hem geworden zijn als hij niet die zeven kenmerken had kunnen aanvinken. In die lezing ging het juist vooral over de mensen die er maar twee of drie hebben, de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking. Die dus niet weten hoe je een onterecht vmbo-schooladvies over je kind moet aanvechten, die niet via connecties een huurhuis voor hun kinderen kunnen regelen, die niet een doeltreffend bezwaarschrift tegen een boete kunnen schrijven, etc. Ik hoor het hem nog zeggen tegen de verzamelde Financiën-ambtenaren: jullie behoren tot die drie procent zes/zeven-vinkers die wetten maken die die overige 97% niet begrijpt. De toeslagenaffaire is er het gevolg van (zie twee boeken hierna). Luyendijks boek viel me dus een beetje tegen, juist omdat ik zijn lezing in 2019 zo krachtig vond. Maar de kern van zijn boodschap staat er wel degelijk in. Dat zijn boek veel kritiek kreeg van mensen die zich aangesproken voelden, onderstreept die boodschap alleen maar. Overigens: niet alle vinkjes vind ik even overtuigend onderbouwd: man en hetero. Voldoende vrouwen die ook tot de elite weten door te dringen, en de seksuele geaardheid maakt veelal weinig meer uit (want geen issue bij benoemingen). Ondanks alle kanttekeningen: een boek dat duidelijk maakt dat onze maatschappij grondig (en gevaarlijk) verdeeld is. 

01 april 2022

Natuur

Tussen 2017 en 2019 herlas ik de memoires Verhaal van een leven van Konstantin  Paustovski, in drie delen opnieuw uitgegeven in de Russische bibliotheek van Van Oorschot (zie de leeslogs hier, hier en hier). In 2020 verscheen bij dezelfde uitgeverij een dikke bundel verhalen De muziek van de herfst. Verzamelde verhalen. Ik kocht het boek eind 2020 vlak voordat ik verhuisde naar Portugal, nam het mee als reisbagage maar las het pas de afgelopen twee maanden. Het merendeel van deze 57 verhalen (tezamen ruim 600 pagina's) schreef Paustovski tijdens de Stalinperiode, dus hij moest uiterst voorzichtig formuleren. In veel verhalen staat de natuur centraal, en zoals de memoires bewijzen is Paustovski daarin op zijn best. Veel verhalen zijn in de ik-verteltrant geschreven, dus heel gemakkelijk om daarin de auteur te zien. Hij reist half Rusland door, van de koude noordelijke streken (Karelië), via de hooggebergten van de Kaukasus naar de onverbiddelijke woestijnen in het zuiden. Rivieren, zeeën, bossen: Paustovski beschrijft ze onnavolgbaar prachtig, ook al is die natuur soms bijna dodelijk. In sommige verhalen voert de verbeelding de boventoon: Mozart en Grieg krijgen een uiterst humane rol toebedeeld. En bovenal: veel verhalen zijn geen verhalen, want plotloos, gewoon een beschrijving van iets. Prachtig boek, helaas iets te slordig in de (ontbrekende) annotaties. 

22 maart 2022

Extra

Het wordt hoog tijd dat ik Gerard Reve ga herlezen. Het merendeel van zijn boeken las ik voordat ik in 2005 aan deze leeslog begon; in de auteursindex (zie hiernaast) staan wel een paar boeken, maar ook die las ik tien jaar geleden en daarvoor. Onlangs verscheen uit het niets een bundel met 19 brieven aan televisiemaker Jef Rademakers. Zeer Fijne Boy. Brieven aan Jef R. (1986-1997) is voor Reve-liefhebbers vooral een feest der herkenning en van stilistische eigenzinnigheid en schoonheid. Inhoudelijk diepgravend is het allemaal niet, maar iedere brief van Reve verdient het om gepubliceerd en gelezen te worden. 19 brieven slechts, maar zeer fraai uitgegeven en geannoteerd. De voor- en nawoorden zijn een beetje obligaat. Desondanks een zeer fijn boek.

20 maart 2022

Aanklacht

Ik had nog niet eerder van hem gehoord, maar vrienden namen een boek mee van Édouard Louis, een jonge Franse schrijver die inmiddels een paar goed ontvangen boeken op zijn naam heeft staan. Ze hebben mijn vader vermoord is een dun boekje van 72 pagina's maar biedt een uiterst krachtig verhaal. Of beter: twee verhalen, beide over de vader. In het eerste deel beschrijft Louis hoe deze thuis allesbehalve een aardige vader was: veelal dronken en agressief. In het tweede deel hoe de vader door het beleid van de opeenvolgende presidenten van Frankrijk, tot aan Macron toe, het leven zuur is gemaakt. Ik las op de boekensite Tzum een goede conclusie: politici zouden dit boekje moeten lezen als ze willen begrijpen waarom kiezers boos zijn. Ik ga de debuutroman van Louis ook lezen binnenkort. 

06 maart 2022

Knoop

De bekroonde roman De goede zoon van Rob van Essen kon mijn geenszins bekoren (zie hier), maar toen ik een uiterst lovende recensie van zijn nieuwste roman Miniapolis in NRC Handelsblad las, gaf ik die het voordeel van de twijfel. Uiterst geestig, het vertelplezier spat van de bladzijden... dat soort uitspraken in die recensie. Nou, wederom begon ik tijdens het lezen van deze roman aan mezelf te twijfelen. Twee mistroostige verhaallijnen over ieder twee personen die onderling een kleine connectie hebben, en uiteindelijk moet een vijfde personage de boel aan elkaar knopen en laten ontknopen. Grappig: recensies op Tzum (altijd een goede bron), Trouw e.a.: het verhaal wordt enigszins naverteld maar een oordeel durven de recensenten niet te vellen, angstig om de plank mis te slaan. Lees die recensies maar om dat verhaal naverteld te rijgen, maar ik besteed er verder geen woorden meer aan. 

04 maart 2022

Verschillen

Je hebt verschillende hondenrassen en tomatenrassen etcetera, en niemand die daar moeilijk over doet. Dat is geheel anders wanneer gaat over mensenrassen. Dat is een onderwerp dat sinds de Tweede Wereldoorlog een te zware lading heeft. Ontkennen is dan ook de beste manier om het er niet over te hebben. Midas Dekkers durfde het aan het begrip ras vanuit een zuiver biologische blik te onderzoeken. Een poedel is anders dan een herdershond, en een cherrytomaat anders dan een romatomaat. Maar lichamelijke verschillen tussen blanke, zwarte, gele mensen, of tussen noord- en zuid-Europeanen laten we liever onbesproken. Niet dat die verschillen er niet zijn, maar we zijn vooral bang dat die benoemde verschillen gebruikt worden om de ene mens boven de ander te plaatsen, zoals het verleden op verschrikkelijke wijze heeft laten zien. In Wat loopt daar? Een biologische kijk op rassen analyseert Midas Dekkers verschillen tussen soorten: mensen, dieren en planten. Hij benoemt evenzeer het misbruik ervan, niet alleen door de nazi's, maar ook door de koloniale overheersers. En ontkracht hun gebruikte redeneringen. Ik ben geen bioloog en kan niet beoordelen of Dekkers het overal bij het rechte eind heeft. Hoe dan ook: dit boek is vooral een verzameling eruditie die je met verbazing leest. Dekkers brengt in dit boek kennis uit ontelbare bronnen samen, geschreven in zijn bekende licht-humoristische stijl. Door al die kennis is dit bepaald geen pageturner, maar wel een boek dat ik met aandacht las. Tenslotte: ik las in 1999 de eerste biologische studie van Midas Dekkers: De vergankelijkheid. Daarna volgden meerdere studies over kinderen, sport, poep en bestialiteit. Ik kocht en las ze allemaal. In 24 jaar meerdere uitgaven die allemaal op dezelfde wijze uitgegeven zijn: formaat, lay-out, typografie, omslagontwerp. Alleen grote uitgevers lukt zoiets. Privé-domein van de Arbeiderspers en de Russische bibliotheek van Van Oorschot zijn de enige andere voorbeelden van uniform uitgeven over langere tijd. 

07 februari 2022

Vinger

Nederland gedraagt zich internationaal als een groot, verongelijkt kind. Wij weten wat goed is in de wereld, wat andere landen fout doen, maar voelen ons ongehoord. Dat ligt echter aan Nederland zelf. De (terechte) verbetenheid om de daders van de aanslag op de MH17 te berechten staat in schril contrast met hoe wij Nederlanders omgaan met Srebrenica en met de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië (1945-1949). Nog steeds, anno 2022, houden we in Nederland aan dat Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, het jaar waarin Nederland de soevereiniteit overdroeg. Terwijl in Indonesië de onafhankelijkheidsverklaring in 1945 als hét moment geldt en wordt herdacht. Om de soldaten die in Srebrenica en Indonesië dienden niet voor het hoofd te stoten, wordt objectieve geschiedschrijving vermeden. Het moest dus de Belg David Van Reybrouck zijn die eindelijk een helder relaas over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië schreef, inclusief ruime aandacht voor de historie daarvoor. Tekenend is de reactie van de PVV op dit boek: jij Belg, schrijf eerst eens iets over jullie eigen schanddaden in jullie kolonie. Tja, dat deed hij al (zie hier) maar PVV'ers lezen geen boeken. Mijn verzuchting in de laatste zin van die weblog uit 2012 werd door Van Reybrouck zelf ingelost. Revolusie. Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld is een noodzakelijk boek over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië, aan wat er in de lange tijd van Nederlandse overheersing aan voorafging en wat erop volgde. Dat laatste vind ik niet het sterkste deel van het boek; de conferentie van Bandung in 1955 wordt door Van Reybrouck een beetje teveel uitgemolken, terwijl de interne politiek van Soekarno en daarna Soeharto onbeschreven blijft. Het zij hem vergeven; alle hoofdstukken ervoor zijn uiterst interessant en grandioos geschreven. Met dit boek is het laatste woord over de Nederlandse rol in Indonesië geenszins gezegd, maar het is wel de eerste keer dat er een boek verschijnt waarin die rol zo objectief mogelijk (op basis van vele gesprekken met overlevenden) wordt belicht.

26 januari 2022

Sluitstuk

Ik houd al zo'n dertig jaar een boekenschrift bij waarin ik alle gelezen boeken opschrijf - de voorloper van deze weblog, maar ondanks deze weblog werk ik dat schrift nog steeds bij. Ik houd daarin onder andere het aantal gelezen pagina's per jaar bij, wat maakt dat ik rond 31 december het laatste boek van het jaar uitgelezen moet hebben. Ik had nog twee dagen over en koos een 'dunnetje' - tevens een boek dat al jaren ongelezen in de kast stond. Ook een neurotisch iets: ik wil het aantal ongelezen boeken in mijn kast verder terugdringen. Ik las de afgelopen twee jaar van Gerrit Komrij al veel boeken, maar het 96 pagina's tellende Intimiteiten bleef nog ongelezen. Het is een typische Komrij-bundel met korte, veelal persoonlijke stukjes: soms volledig onbegrijpelijk en soms lig je dubbel van het lachen. Ik moet bekennen dat de inhoud alweer grotendeels in de vergetelheid is geraakt; ik las in het nieuwe jaar alweer enkele indringende boeken. Voor de statistiek: ik las in 2021 nog geen 7000 pagina's, terwijl de laatste jaren 11-14 duizend normaal was. Maar goed, het was het jaar van de verhuizing naar Portugal - rond de kerst zijn mijn boekenkasten geïnstalleerd en gevuld, dus nu kan ik weer gemoedelijk verder lezen.

24 januari 2022

Serieus

Cadeau van mijn vader: een door Joost Prinsen samengestelde bundel met essays van Godfried Bomans gepubliceerd in de Volkskrant en Elseviers Weekblad vanaf eind jaren veertig tot vlak voor Bomans' dood in 1971. Ik heb alle zeven delen Werken van Bomans in de kast staan, en daarin staan ook al deze in In alle ernst opgenomen stukken, maar dat wist ik pas toen ik de verantwoording van Prinsen las. De titel van de bundel is goed gekozen; de gewoonlijke Bomansiaanse kneuterigheid en joligheid ontbreken, ook al lardeert hij zijn dikwijls scherpe analyses met een kwinkslag. Er zitten juweeltjes tussen, zoals die over de Tachtigers en over Lodewijk van Deyssel. Uiterst verrukkelijk is de anekdote dat Bomans regelmatig een partij schaak speelde met Van Deyssel. Deze bakte er helemaal niets van, Bomans won alle partijen die zij speelden. Ooit merkte Van Deyssel op na alweer een verloren partij: Je kunt net zo goed tegen een hond spelen. Bomans nam een gepast stilzwijgen in acht want de uitspraak was volkomen juist, waarna Van Deyssel na een lange pijnlijke stilte opmerkte: Men wordt geacht dit te ontkennen. Een fraaie bundel - die dikke zeven delen Werken moet ik absoluut nader onderzoeken...

16 januari 2022

Opkomst

Vier delen moet de roman over de Italiaanse fascistische dictator Mussolini gaan tellen; de eerste twee zijn reeds verschenen en ook al vertaald in het Nederlands. In het eerste deel M. De zoon van de eeuw beschrijft Antonio Scurati in ruim 800 pagina's de eerste jaren van Mussolini's politieke bestaan (1919-1924). In deze jaren brengt Mussolini het van voorman van een chaotisch groepje rechtsradicalen tot minister-president van Italië. Hij vormt de Fasci del combattimento - de fascistische partij - en weet een enorme ledengroei te realiseren. Zijn politieke tegenstanders worden door knokploegen geïntimideerd of vermoord, en met name de socialisten gaan aan een interne richtingenstrijd ten onder. Scurati beschrijft alles uiterst gedetailleerd in een unieke vorm. In korte hoofdstukken worden de gebeurtenissen en ontwikkelingen chronologisch in de tijd beschreven, vanuit het perspectief van de politieke hoofdrolspelers, afgewisseld met krantenartikelen, brieven, telegrammen etc. Hoewel een roman is het overgrote deel wat je leest werkelijk gebeurd - dit boek is een geschiedenisboek in romanvorm. Fascinerend en uniek. Dichter bij Mussolini kun je eigenlijk niet komen, ook niet met een biografie. Het tweede deel heb ik reeds in huis - de nog te verschijnen vervolgdelen ga ik zeker ook kopen en lezen.

06 januari 2022

Lijfsbehoud

In Duitsland een bestseller, en ook in Nederland goed ontvangen: De fabriek van klootzakken is een lijvige roman over twee Duitse broers die in Letland opgroeien, een Joods stiefzusje erbij krijgen en die beiden eerst bij de SS en na de oorlog bij de CIA, en eentje zelfs voor de Mossad, werken. Deze roman van Chris Kraus is vergeleken met De welwillenden van Jonathan Littell (zie hier) maar die vergelijking gaat mank. Bij Littell staan kerngebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog centraal, terwijl De fabriek van klootzakken meer een familiekroniek is waar de hoofdpersonen uit lijfsbehoud over lijken gaan. Het is een bonte roman die enorm intrigeert, en waarbij de sympathie voor de verteller (een van de twee broers) langzaamaan omslaat in afschuw. Alleen het stiefzusje blijft menselijk, maar de twee broers worden elkaars vijanden en vijanden van de medemenselijkheid en het fatsoen. Hoe onwaarschijnlijk de levensloop van de hoofdpersonen ook overkomt: de Tweede Wereldoorlog en wat eraan voorafging en wat erop volgde maakt alles mogelijk, dus je leest het als een waar gebeurd verhaal. Het hele boek is een raamvertelling: een van de broers vertelt het verhaal aan een jonge medepatiënt in een ziekenhuis, ergens in de jaren zeventig. Dat vond ik uiteindelijk het zwakste aspect van het boek: overbodig en nodeloos afleidend. Maar goed, die ruim 800 pagina's lezen wel vlot.

30 december 2021

Familie

Voormalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem was jaren voordat hij minister werd voorzitter van een commissie die de stand van het onderwijs in Nederland onder de loep nam. Hij had wel een band met het onderwijs: in zijn familie aan zowel vaders- als moederkant zijn velen leraar geweest cq zijn dat nog steeds. Aan de hand van de levensbeschrijvingen van al die familieleden schetst Dijsselbloem in De onderwijsfamilie een beeld van het Nederlandse onderwijs in de gehele 20ste eeuw en de 21ste tot op heden, met name het basis- en middelbaar onderwijs. Een beeld dat het onderwijs vooral aan grote verandering onderhevig was en hoe die veranderingen van invloed waren op de positie van de leraar en op de aard en kwaliteit van het onderwijs. Een lezenswaardig boek waarin de rode draad een beetje verzuipt in de lange lijst van beschreven familieleden. Het zijn er tientallen. In de epiloog beschrijft Dijsselbloem wat er volgens hem moet gebeuren om het Nederlandse onderwijs een kwaliteitsimpuls te geven; naar mijn mening een te vaag en te 'politiek' advies. 

20 december 2021

Fantastique

Eerder dit jaar las ik achter elkaar twee biografieën van Franz Schubert (zie hier de weblog) en in die weblog schreef ik dat ik wil lezen om het mysterie van de componist te proberen te begrijpen, en dat er maar weinig biografieën zijn waarin dat mysterie op zijn minst een beetje onthuld wordt. Gelukkig is er nog de autobiografie, en ofschoon de auteur daarin zichzelf meestal niet objectief portretteert, krijg je een indruk 'uit de eerste hand'. Er zijn niet veel componisten die een autobiografie schreven, maar die van Hector Berlioz is werkelijk grandioos. Ik herlas na ruim dertig jaar eindelijk het eerste deel: Mijn leven 1803-1834 uitgegeven in de privé-domein serie. Ik kocht en las het direct na verschijnen in juli 1987 - ik was toen 22 en kende nog niet veel meer van Berlioz dan zijn Symphonie fantastique, Les nuits d'eté en een enkel ander werk. Nu het merendeel van zijn composities, ook zijn opera's. En altijd als ik naar zijn muziek luister overheerst bewondering en vooral: verbazing. Berlioz is enorm eigenzinnig, heeft een volstrekt unieke en onconventionele stijl. Enfin, hoogste tijd om zijn autobiografie te herlezen. In dit eerste deel beschrijft hij zijn jonge jaren, en zijn strijd voor onafhankelijkheid. Zijn karakter zoals hij zichzelf beschrijft is als de Symphonie fantastique: meeslepend, heroïsch en romantisch. Maar tegelijkertijd: gecontroleerd. Geweldige conversaties met zijn tegenwerkende conservatorium-directeur Cherubini, die hij inclusief Italiaans accent te kakken zet. Maar ook: het medisch college anatomie (de ratten pikken hun graantje mee) en zijn voettocht terug vanuit Italië - het zijn prachtige beschrijvingen van een vroeg-negentiende-eeuws bestaan. Snel het tweede deel; Berlioz is 'fantastique'.

11 december 2021

Ongeloofwaardig

Ik had niet van de wereldwijde bestseller Middernachtbibliotheek van Matt Haig gehoord, totdat ik het cadeau kreeg. Hiervoor las ik vooral wat taaiere boeken, en was wel toe aan een soepel lezende pageturner. Helaas begon het me steeds meer te ergeren en ik las het boek met lange tanden uit. In de roman pleegt de hoofdpersoon zelfmoord en op de grens van leven en dood komt ze in een bibliotheek waar ze boeken kan inzien die een verhaal brengen over wat er met haar zou kunnen zijn gebeurd als ze tijdens haar leven op enig moment een andere keuze had gemaakt of een andere weg was ingeslagen. Een aardig gegeven waar iedereen weleens over nadenkt: hoe zou mijn leven eruitzien (of gegaan zijn) als ik toen en toen dat ene anders had gedaan: juist geen zzp'er was geworden, of wel met die Canadees was meegegaan, etc. De verzameling andere levens waar de hoofdpersoon uit kan kiezen zijn vermoeiend uiteenlopend, en maakt haar daardoor tot ongeloofwaardig karakter. Ik geloof stellig dat je leven er geheel anders uit had kunnen zien, maar ik geloof niet dat je dan ook een volledig ander persoon zou zijn geworden met een geheel ander karakter. En Haig laat zijn hoofdpersoon niet op een mentale twee- of driesprong staan, maar op een twaalf- of vijftiensprong die haar als karakter doet vervagen. Na een zestal levens weet je het wel, en dan is het boek nog lang niet uit.

05 november 2021

Apart

Ook over dit privé-domeindeel van Clarice Lispector deed ik lang, ruim een maand. Net verhuisd, vrienden en familie over de vloer, en ook een weerbarstig boek dat zich niet gemakkelijk laat lezen. De ontdekking van de wereld biedt een selectie uit de 'columns' die Lispector tussen 1967 en 1973 wekelijks voor een Braziliaanse krant schreef. En in die columns (die dus geen columns waren) ging ze alle kanten op. Ze schreef over heel persoonlijke gebeurtenissen, mijmerde over van alles en nog wat, haalde herinneringen op enzovoort. Alles bij elkaar krijg je een aardig beeld van deze schrijfster (van wie ook een dikke bundel korte verhalen in het Nederlands verscheen), maar het is vooral de poëtische stijl die dit boek bijzonder maakt. Reeds na enkele pagina's heeft Lispector je zoveel voorgeschoteld, dat je het boek moet wegleggen. Bepaald geen pageturner dit boek, maar dat is niet anders dan een compliment. 

28 september 2021

Bezorgd

Ik lees niet zo veel dezer maanden. Wat ik lees lees ik traag, en verder zijn er teveel andere zaken: een verhuizing naar mijn definitieve stek in Portugal, veel planten en enkele dieren die om onderhoud vragen, druivenpluk en wat dan ook. Heel geweldig allemaal, maar het lezen schiet er dan een beetje bij in. Of ik pak voor het slapengaan een dicionário voor Portugese brugklassers om wat alledaagse woordjes te leren. Maar goed, mondjesmaat toch ook wat 'gewoons'. Ik lig bovendien enkele te beschrijven boeken achter, dus meteen weer twee tegelijk in een weblog. In juli las ik twee essaybundels: De fundamenten van Ramsey Nasr en Groter denken, kleiner doen van Herman Tjeenk Willink. In De fundamenten drie essays die Nasr tijdens de lockdowns van de coronacrisis schreef en waarin hij betoogt dat het neo-liberale denken van deze tijd de aarde uiteindelijk kapotmaakt. Een verhaal over de klimaatcrisis dat vaker gehoord wordt, maar Nasr schrijft de boodschap helder op. Ik schrijf deze weblog kort nadat bekend werd dat ook de derde informateur (Remkes) geen mogelijkheden ziet om een kabinet te formeren. Herman Tjeenk Willink was de eerste van de drie, en zijn eindverslag bevat uitspraken die hij in Groter denken, kleiner doen uit 2018 breder bespreekt. Kortgezegd draagt hij de politiek en de overheid op de kloof met de burger te dichten, dienend en 'er voor de mensen' te zijn. Hoewel Nasr en Tjeenk Willink het over verschillende onderwerpen hebben, ligt hun boodschap wel in elkaars verlengde. Bovendien schrijft Tjeenk Willink meer vanuit het hoofd, en Nasr vanuit het hart. Goed dat het opgeschreven, uitgegeven en gelezen wordt.

29 augustus 2021

Boekenweek 2021

In tijden van corona is alles anders, zo ook de Boekenweek. Die werd pas eind mei/begin juni gehouden (normaal in maart), en er was ook geen boekenbal. Wel verschenen het boekenweekgeschenk en het boekenweekessay. Ik las beide boeken na elkaar. Het boekenweekgeschenk is zelden echt goed, zo ook Wat wij zagen van Hanna Bervoets niet, maar het is wel een lezenswaardig verhaal, waarin de duistere kant van het internet een rol speelt. De gelaagdheid - ik-figuur schrijft het geheel aan haar psycholoog, en naast het werk als speurhond naar duistere posts op internet is er ook nog een liefdesverhaal met een collega - oogt interessant, maar mist diepgang en noodzakelijkheid. Eigelijk hadden die liefdesperikelen eruit gekund, om meer gewicht aan het werk-thema te kunnen geven. Maar goed, het leest allemaal vlot weg.
De genoxidefax van Roxane van Iperen is eigenlijk een veel spannender verhaal; helaas volledig op feiten gebaseerd. Op 11 januari 1994 stuurde VN-commandant Romeó Dallaire een fax naar het hoofdkantoor van de VN in New York. In die fax luidt hij de alarmklok over de ontwikkelingen in Rwanda. Eigenlijk voorspelt hij daarin wat pas enkele maanden later werkelijkheid zou worden: de massaslachting van honderdduizenden Tutsi's door de Hutu's. Van Iperen beschrijft wat er in die maanden gebeurde, of meer: wat nagelaten werd. De VN, de Amerikanen en vooral ook de Belgen deden toen in Rwanda wat nu ook in Afghanistan gebeurde: de eigen mensen evacueren, en de boel de boel laten. Moge Afghanistan zo'n genocide bespaard blijven, maar niemand die het weet. De genocidefax heeft een indringende ondertitel: Wat doe jij als het erop aankomt? (Op de afbeelding erboven staat nog het woord werkelijk in die ondertitel, maar niet op mijn exemplaar.)

14 juli 2021

Schubert

Klassieke muziek en een aantal componisten liggen me zo na aan het hart dat ik me voortdurend afvraag hoe die muziek tot stand kwam, en hoe die componisten zulke geniale en ontroerende muziek konden schrijven. Ik las al wel een aantal biografieën maar dikwijls bleef die vraag in het vage. Jan Caeyers kwam met zijn Beethoven-biografie een eind in de goede richting (zie hier). Veel grote componisten om nog heel veel over te weten te komen trouwens. Al heel lang hoog op mijn wensenlijst: Franz Schubert. Leeftijdgenoot van Beethoven, althans hun laatste 30 jaar, maar Schubert was wel 27 jaar jonger. Ofwel: Beethoven overleed op 57-jarige leeftijd in 1827, Schubert anderhalf jaar later. Hij werd 31. En toch componeerde hij zo'n 1000 werken, waarvan veel liederen, maar ook pianomuziek, strijkkwartetten, opera's, missen en symfonieën. Beethoven verbaast door zijn structuren, vernieuwingsdrang en energie, Schubert is intiemer, lieflijker en tegelijkertijd tragischer, en: onvoltooid. In de laatste anderhalf jaar van zijn leven componeerde Schubert als een dolle, alsof hij wist dat zijn einde naderde. Pure onzin, want dat is wijsheid achteraf. Maar mocht hem nog een jaar of vijf extra gegeven zijn geweest; wat een enorme hoeveelheid extra meesterwerken hadden we dan cadeau gekregen. Helaas, het moest zo zijn. Niet voor niets werd een jaar na zijn dood op zijn grafmonument deze tekst gebeiteld: de Dood begroef hier een rijk bezit, maar nog schonere verwachtingen.
In ruim een jaar tijd verschenen twee Nederlandstalige biografieën; ik las ze achter elkaar. De Vlaming Yves Knockaert gaf zijn boek de titel Schubert. De biografie mee. Je moet maar durven. De verwachtingen die de titel wekt worden niet waargemaakt. Knockaert geeft vooral de droge feiten, en besteedt daarnaast veel pagina's aan het antwoord op de vraag of Schubert en Beethoven elkaar nu wel of niet persoonlijk hebben ontmoet. Maar hij onderneemt geen enkele poging het 'geheim' van Schubert te ontrafelen. Een teleurstellend boek. De Nederlander Robert Joost Willink gooit het over een geheel andere boeg. In Een onvoltooid leven. Franz Schuberts Schmerz en de schaduw van Beethoven worden al die feiten eveneens gepresenteerd, maar probeert Willink Schuberts muziek en de ontwikkeling daarin te analyseren, waar mogelijk in relatie tot de studie die Schubert van zijn beroemde stadgenoot maakte - en op een gegeven moment bewust een andere weg koos. Beethoven was in Wenen en daarbuiten een bekend en (financieel) succesvol componist, ook al trok hij zich door zijn totale doofheid in zijn laatste jaren volledig uit het openbare leven terug. Schubert bleef eigenlijk zijn hele leven onbekend; slechts een luttel aantal composities werden regelmatig uitgevoerd. In 1822 liep Schubert syfilis op - toentertijd een uiteindelijk dodelijke infectieziekte. Dat heeft hij geweten, maar hij hoopte dat hij het nog een poos kon uitzingen. Willink beschrijft deze feiten diepgaand, en brengt ze waar mogelijk in relatie tot Schuberts muziek. Ook probeert Willink een verklaring te geven voor de opvallende uitbarstingen in een aantal van Schuberts latere werken. Hoe opmerkelijk: in juist de langzame delen, waarin Schubert uitermate simpele maar even aangrijpende melodieën presenteert, komen halverwege die delen enorme uitbarstingen voor, alle remmen los, je houdt je hart vast: in het strijkkwintet, het tweede pianotrio, de negende/achtste ('grote') symfonie, de pianosonate D959, zelfs al in die prachtige tweede Moment musicaux D780 in As: tragische lieflijkheid, maar opeens onverwacht complete desoriëntatie, woede, of domweg een steek recht door je hart. Willink besteedt een apart hoofdstuk aan die uitbarstingen: eindelijk een biografie die probeert het muzikale geheim te ontrafelen. Dat kan natuurlijk nooit, maat dat is de kracht van muziek. Maar ach, arme Schubert: zoveel moois gegeven, maar zo te kort geleefd. 

10 juli 2021

Trans

Ik kreeg het van een vriend mee voor onderweg, en inderdaad, ik begon er bij de gate op Schiphol in te lezen en las het halverwege de vlucht terug naar Lissabon uit. Welkom bij de club is een lichtvoetig geschreven roman door Thomas van der Meer over een ik-figuur die als meisje geboren wordt maar bij wie het al snel duidelijk is dat ze een jongen is cq wil zijn. Met zevenmijlslaarzen loopt het verhaal door de tijd, want zowel de transitie als het tijdsverloop gaan razendsnel. Dat lijkt een zwakte, maar maakt het boek juist aantrekkelijk: geen zwaarwichtig gedoe, maar een soepele vertelling over een operatie en de aanvaarding door vrienden en collega's. Op de laatste bladzijde een vrolijk lachende auteur met het onderschrift dat hij met de opbrengst van het boek de verbouwing van zijn badkamer hoopt te kunnen financieren. Een opmerking die de sfeer van het boek treffend weergeeft.

30 april 2021

Scheepsrecht

Deze eerste maanden in Portugal lees ik niet veel. Werk, huizenkoop en autoimport houden me uit de stemming om regelmatig uren achtereen geconcentreerd te lezen. Ik lees wel, maar het zijn slechts een tiental pagina's zo af en toe. Wel nog drie boeken te beschrijven, dus geheel hopeloos is het ook niet. Over een maand betrek ik mijn nieuwe huis, en na een periode van inrichten zal er in het najaar wel weer wat meer rust komen. Enfin, ik las in april Weduwe voor een jaar, dat ik al zeker vijftien jaar onuitgelezen in de kast had staan. Ik begon er ooit twee keer eerder in maar stopte na een pagina of honderd. Nu dan wel helemaal gelezen, en met groot genoegen. Voordat ik in 2006 deze weblog startte las ik enkele andere bekende titels van John Irving, steeds in sneltreinvaart: garp, hotel new hampshire, owen meany en regels ciderhuis. Die vier kenden een enorme vertellerskracht, en in Weduwe voor een jaar is dat iets minder sterk. Eigenlijk bevat de roman twee delen met elk een eigen atmosfeer en Irving moet iets teveel toeren uithalen om alles logisch aan elkaar te verbinden. Maar verder is hij ook in deze roman ouderwets op dreef door zonder schaamte alles erbij te betrekken wat er te betrekken valt; geen ingrediënt is hem teveel, en dat is gewoon lekker lezen, zo'n bont-barok verhaal. De Nobelprijs zal hij wel nooit krijgen, maar Irving is een unieke schrijver met een eigen thematiek en stijl.

31 maart 2021

Achterhoek

In mijn overlevingsdoos met boeken die met de auto meeging naar mijn tijdelijke verblijf in Portugal stopte ik twee boeken van Jeroen Brouwers die ik in 2003 van allerliefste collega's cadeau kreeg en toen meteen las, en sindsdien direct hoog op mijn lijst van te herlezen boeken stonden. Nu dan het eerste boek: Kroniek van een karakter Deel 1 - 1976-1981 - De Achterhoek. Ik las die 400 pagina's toen in drie dagen, nu in drie weken, maar het genot was er geen spat minder om. Ik was in 2003 net begonnen om zoveel mogelijk van Brouwers te lezen, en de twee delen Kroniek van een karakter (hoe moeilijk antiquarisch toen al verkrijgbaar) waren noodzakelijk daarbij. Sindsdien las ik nog zeker een meter Brouwers, en met die bagage lees je dit eerste deel met nog meer genoegen. Hij schrijft dezer jaren de romans Zonsondergangen boven zee en Bezonken rood en legt de basis voor De laatste deur, Winterlicht en het boek over Hélène Swarth, boeken die ik alle eveneens met groot genoegen las. Nu weet ik pas de achtergrond van die peren uit Winterlicht! De meeste brieven zijn gericht aan Tom van Deel en Jaap Goedegebuure. Maar ook aan Maarten 't Hart, Angèle Manteau en Walter van den Broeck. Ik gaf ooit eens een handje aan 't Hart en Goedegebuure - ik ben er eentje verwijderd van Brouwers! In de Inleiding schrijft Brouwers over hoe de brieven zijn gepubliceerd, en dat hij het genre (brievenboeken) eigenlijk verafschuwt. Het vervolg bewijst het tegendeel. Ik gun Brouwers het eeuwige leven, maar de wetenschap dat hij tienduizenden brieven moet hebben geschreven en dat die nooit gebundeld zullen worden, vind ik een onuitstaanbare gedachte. Maar goed, dit eerste deel Kroniek van een karakter biedt de lezer het verrukkelijkste wat je in het Nederlands kunt lezen. Citeren doet afbreuk aan de context en het bouwwerk in dit boek. maar je lacht je tranen om de taalvariatie, rijker dan in welk brievenboek ook. Kan een cadeau ooit rijker zijn? Het tweede deel laat ik even liggen; op mijn leeftijd moet je het ultieme genot spreiden. Maar het volgt spoedig. De rest van Brouwers komt hopelijk spoedig uit de opslag naar Portugal - ik ga die ruime meter stellig ook herlezen. Maar eerst dat tweede deel van deze grandioze brievenbundel. 

22 maart 2021

Zang

Ik sprak met de eigenaars van mijn huurhuis in Portugal over boeken, lezen en klassieke muziek en werd me vervolgens een roman aanbevolen/opgedrongen van Ann Patchett, een mij onbekende Amerikaanse schrijfster die in Bel Canto een operazangeres centraal stelt. Deze eigenaars ontmoetten deze schrijfster eens tijdens een boottocht; enfin, ik kreeg het boek te leen, een door de schrijfster gesigneerd exemplaar. Ik lees zelden boeken in het Engels, maar nu ik permanent in het buitenland woon moet ik me maar over taalbarrières heenzetten, te beginnen met het Engels uiteraard. Een boeiend verhaal: een rijke Japanner op zakenreis in een onbenoemd Zuid-Amerikaans land geeft een party in de ambtswoning van de vice-president, waar zijn favoriete sopraan een paar liederen ten gehore brengt. Die sopraan is de absolute nummer 1 van de wereld, en was toevallig in de buurt. Tijdens de party bestormen guerrila's de ambtswoning en nemen iedereen in gijzeling. Alle vrouwen worden vrijgelaten, met uitzondering van de sopraan, en daarna volgt een wekenlange patstelling. Er vindt langzaamaan toenadering tussen de gijzelnemers en gijzelaars plaats, en dat is het sterke van deze roman: de subtiele verandering in de verhouding tussen de gijzelnemers en gijzelaars, maar ook tussen de vormelijke Japanner en zijn vertaler en de sopraan en anderen. Het is nergens spannend omtrent de afloop, maar daar gaat het in deze roman niet om. De afloop is desalniettemin een koude douche. Geen meesterwerk, maar wel een apart en boeiende roman, misschien iets te Amerikaans-eendimensionaal, maar alleszins het lezen waard.

16 maart 2021

(Geen) spijt

Na drie boeken over geld, reizen en wijn (hier en hier de weblogs erover) een andere bestseller van de Nijmeegse hoogleraar psychologie Ab Dijksterhuis. Hij heeft er ruim 300 pagina's voor nodig om de kern van geluk te beschrijven. Op naar geluk. De psychologie van een fijn leven heeft naar mijn idee teveel woorden nodig om die kern te beschrijven: je hebt zelden of nooit spijt van wat je doet, maar veel vaker of altijd van wat je niet doet (of niet hebt gedaan). Die kern kende ik al cq was ik zelf al achter gekomen, maar veel dieper gaat dit boek eigenlijk niet. Dijksterhuis strooit met onderzoeken die vanalles aantonen of ontkrachten, maar veelal betreffen het open deuren. Misschien ben ik te verlicht en zijn er velen die door dit boek hun ogen geopend hebben: ik gun het boek zijn succes. Maar in tegenstelling tot Dijkserhuis' boeken over geld, reizen en wijn las ik dit boek met moeite uit. 

13 maart 2021

Val


De drie eerdere romans, alsook zijn naam, waren me ontgaan, maar het in november j.l. verschenen Wildevrouw kreeg de nodige publiciteit die me de naam van Jeroen Olyslaegers in een uithoek van mijn geheugen deed postvatten. Daar had het nog steeds gezeten ware het niet dat ik vlak voor mijn migratie naar Portugal het boek cadeau kreeg van een Vlaamse vriend. Wij werkten ooit bij een Vlaamse uitgeverij die de naam draagt van een bekende drukker tijdens de tweede helft van de zestiende eeuw (het bedrijf van die drukker bleef overigens voortbestaan tot in de negentiende eeuw, waarna het een museum werd dat ik ooit als puber tijdens een schoolreis bezocht; het was mijn eerste kennismaking met letterbakken en loden zetsel). Plantijn komt zelf niet in deze roman voor, maar het speelt wel tijdens de jaren voorafgaand aan wat we in de geschiedenisles leerden als de val van Antwerpen (1585), maar wat eigenlijk het beleg van Antwerpen was, en dat beleg was ook weer een gevolg van langdurig religieuze twisten en strijd om heerschappij, vrijheid, onafhankelijkheid; enfin: onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog. Olyslaegers beschrijft vanuit de ik-figuur Beer (herbergier te Antwerpen, gevlucht naar Amsterdam en daar zijn herinneringen optekenend) een turbulente tijd ruim een decennium voorafgaande aan dat beleg, maar je voelt dat dat beleg en de val eraan zitten te komen. Beer verliest drie vrouwen aan geboorten, waarvan alleen bij de laatste het kind overleeft, en zijn schuldgevoel, vadergevoelens, hang naar onafhankelijkheid en overlevingsdrang maken hem een ideale eigenaar van een herberg waar het vrijheidsdenken welkom is. Vaste gast is onder andere Abraham Ortelius, kaartenmaker en naamgever van de straat in Amsterdam-Bos en Lommer waarin ik drie jaar heb gewoond. Olyslaegers schrijft in een archaïsche stijl, die weliswaar niet altijd even vloeiend leest maar je wel het gevoel geeft dat je daadwerkelijk in die zestiende eeuw bent. Een strenge winter voelt ook als uiterst lang, en de martelingen voorafgaande aan het ophangen van een tweetal overvallers voel je in lijf en leden. Olyslaegers biedt je eerder een tijdsbeeld dan een verhaal met een plot, maar dat doet hij uiterst weelderig: een unieke historische roman!

06 maart 2021

Thuis

Het blijkt alweer ruim zes jaar geleden dat ik de eerste uitgave kocht van wat later een serie bleek te gaan worden. Carmiggelt gedundrukt bevatte een selectie Kronkels, fraai uitgegeven door Van Oorschot, zie hier de weblog. Er volgden andere schrijvers die ik al min of meer in Verzameld Werk in de kast heb staan of die ik even niet zo interessant vond/vind, maar nu Gerrit Komrij ook gedundrukt is kon ik de aanschaf niet laten. De ultieme vergaarbak is een fraaie bundel proza en poëzie die je doet schateren en soms ook vol onbegrip doorleest. Met zijn gedichten heb ik niet zoveel, en sommige prozastukken snap ik domweg niet, of doen me niets. Maar het merendeel van die prozastukken is grandioos, enorm goed geschreven en dikwijls uiterst vermakelijk. Ik schaterde soms de kalk van de muren, hier in mijn nieuwe tijdelijke huisje in Portugal. Voldoende stof om te citeren, maar koop en lees het boekje eigenlijk zo snel mogelijk zelf. Ik heb een haat-liefdeverhouding met dit soort verzamelbundels: ze bieden goede waar, maar ik weiger me ook neer te leggen bij de beperkte keuze van de samensteller(s). Publicatie van een Verzameld Werk zou ik zeer toejuichen en ook geheel lezen. Bepaald geen straf om dan af en toe iets te herlezen wat je al in deze verzamelbundel hebt gelezen.

27 februari 2021

Evenwicht

Het was het laatste boek dat ik uitlas in mijn Amsterdamse huis waar ik tien jaar woonde: het Geheim dagboek 1981-1982 van Hans Warren. Maar nu ruim anderhave maand later in Portugal lijkt het een eeuwigheid geleden en kan ik me er niet anders van herinneren dat Warren in deze twee jaren een gemoedelijk evenwichtig leven had met zijn jonge nieuwe liefde Mario. De bekende maar fijne elementen: een nieuwe reis naar Griekenland, veel op en neer-gereis naar Amsterdam naar Gerrit en Charles, goed eten, sex, kunstaankopen en klein-huiselijke strubbelingen. Tegelijkertijd ligt Nederland en Amsterdam opeens ver weg, maar dat zegt meer over mij dan over dit dagboekdeel. Warren in rustiger vaarwater, het was hem gegund!

21 februari 2021

Gif


Sinds de vorige post een hoop gebeurd: om kort te gaan verhuisd en geëmigreerd. Wel het nodige gelezen, inmiddels wachten er vijf boeken op beschrijving. Te beginnen met De rat van Amsterdam, de jongste roman van Pieter Waterdrinker. Misschien niet zo groots als Poubelle (zie hier), maar zeker beter dan Tsjaikovskistraat 40 (hier). Het is een lijvige roman waar Waterdrinker eens goed voor is gaan zitten. De ik-figuur schrijft in de gevangenis het hoe en waarom, en inclusief die passages over het heden in de gevangenis, maar natuurlijk vooral de opgeschreven herinneringen vormen een verrukkelijk verhaal. Breedsprakig, barok, en lekker giftig. De ik-figuur is eeuwig verliefd op een (oud)klasgenote en ondanks dat hij zelf flink in de smaak valt bij het damespubliek blijft die liefde eigenlijk min of meer onbeantwoord. Maar het verhaal bevat eigenlijk de gehele geschiedenis van geboorte tot heden van de ik-figuur en daardoor leest het tegelijkertijd als een spannend jongensboek. De verteldrift van Waterdrinker zit hem soms iets teveel in de weg, maar weinig hedendaagse Nederlandse romans die zo'n vertelplezier etaleren.