26 september 2022

Biograaf

Godfried Bomans stond in zijn jongere jaren in nauw contact met Lodewijk van Deyssel, de oude Tachtiger, eveneens woonachtig te Haarlem. Zie hier een heerlijke anekdote door Bomans over hun schaakpartijen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog legde de late tiener Harry G.M. Prick uit Vaals contact met Van Deyssel, en uit hun briefwisseling volgde een eerste bezoek enzovoort enzovoort. Later benoemde Van Deyssel de jonge Prick tot zijn officiële biograaf. Prick werd conservator bij het Letterkundig Museum in Den Haag, maar zijn levensroeping werd het schrijven van een meer dan vuistdikke tweedelige biografie van Van Deyssel. Ik kocht die twee delen onlangs, alsook wat Deysseliana, waaronder het dunne Herinneringen aan Lodewijk van Deyssel. Het is een onleesbaar langdradig geschreven boekje. Vreemd, want de luttele fragmenten die ik las in die tweedelige biografie zijn uiterst grappig en boeiend. In dit boekje vertelt Prick over hoe het contact met Van Deyssel tot stand kwam. Ooit nodigde mijn leraar Nederlands (zie hier) aan het Bernardinuscollege in Heerlen Harry G.M. Prick uit voor een vertelavond over Van Deyssel. Het was ergens in 1981/1982. Ik kan me die avond nog levendig herinneren, we hingen aan zijn lippen, een gedenkwaardige avond. Meer volgt wanneer ik hier die biografieën of wat Deysseliana bespreek. 

23 september 2022

Filosofie

Ik las achter elkaar twee boeken van de Amerikaanse psychiater Irvin D. Yalom, die met zijn romans waarin bekende filosofen centraal staan groot succes heeft. In beide romans twee verhaallijnen, waarvan eentje over de betreffende filosoof, en de ander over het (relatieve) heden en waarin de waarde van de filosoof wordt uitgewerkt. Ik las allereerst Het raadsel Spinoza waarin de Amsterdamse filosoof Baruch de Spinoza (1632-1677) in zijn eigen verhaallijn handelend en sprekend wordt opgevoerd, en dat een aardig beeld geeft van zijn denkwijzen die de Joodse gemeenschap veel te ver gingen en die tot zijn excommunicatie (Cherem) leidden. In de andere verhaallijn staat nazi-ideoloog Alfred Rosenberg centraal, die alles wat Joods was per definitie minderwaardig vond, maar desondanks geïntrigeerd was door Spinoza. Een boeiend boek dat ik in sneltreinvaart uitlas.
Daarna las ik De Schopenhauerkuur waarin Yalom een zakelijk geschreven biografie van de Duitse pessimistische filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) koppelt aan de beschrijving van een lange serie (psychische) groepssessies waarin een van de deelnemers volledig in de ban is van Schopenhauer. Hoewel ik ook dit boek in een vloek en een zucht uitlas, vond ik dit minder geslaagd: de verslagen van de groepssessies vond ik veel te langdradig, en niet altijd nuttige bouwstenen in het geheel. Yalom heeft nog een andere roman geschreven, rondom Nietzsche, en dat wil ik ook wel lezen; je krijgt in een aantrekkelijke vorm toch een aardig beeld van een bekende filosoof.

05 september 2022

Meer evenwicht

Ik besprak in februari vorig jaar het Geheim Dagboek 1981-1982 van Hans Warren dat ik nog in Amsterdam las - dat was dus begin 2021 (zie hier de weblog). Ik woon alweer ruim anderhalf jaar in Portugal en meer dan een jaar in het geweldige huis dat ik hier kocht. Ik lees meer en meer, en achter elkaar de volgende delen van Warrens openhartige dagboek: Geheim Dagboek 1982-1983 en Geheim Dagboek 1984-1987. Het verschil in het omslagontwerp van beide delen is duidelijk genoeg: het deel 1982-1983 verscheen in 2000 toen Warren nog leefde, het deel 1984-1987 verscheen in 2004, drie jaar na zijn dood. Mario Molegraaf kreeg het aan de stok met Mai Spijkers van (toen nog) uitgeverij Bert Bakker - na enkele jaren verzoenden zij zich en werden de laatste delen van het Dagboek weer in de oude vormgeving uitgegeven. Inhoudelijk is er weinig verschil, dat wil zeggen: deze jaren waren wellicht Warrens gelukkigste jaren. Mooie reizen in de voetsporen van Kavafis naar Egypte en Griekenland, bezoeken aan en van dierbare vrienden (met name Gerrit Komrij en Charles Hofman), kunstaankopen, rijke diners, museumbezoeken en zo meer. Wel al de eerste haarscheuren in de relatie met Mario Molegraaf - het leeftijdverschil en -perspectief begon zich aarzelend te manifesteren. Ik schreef het al eerder: een kritische editie van de handgeschreven manuscripten en de uiteindelijke uitgaven in boekvorm zou zeer welkom zijn. Wat veranderden Warren en (zeker ook) Molegraaf aan wat Warren oorspronkelijk aan zijn tafeltje in het cahier schreef...? Ik heb er geen bewijzen voor, maar af en toe bekruipt me het gevoel dat de angels uit de teksten zijn gehaald. Desondanks: het herlezen van het Geheim Dagboek van Hans Warren is een heerlijke bezigheid; nog slechts een deel of zeven te gaan.

26 augustus 2022

Kamp

Het wordt tijd om een aantal boeken te herlezen die ik rond mijn twintigste las. Het overlijden van Jeroen Brouwers bracht me ertoe om Bezonken rood te herlezen. Dat bleek toen het in 1981 verscheen een uiterst goed verkopende roman te zijn, voor Jeroen Brouwers zijn eerste echte succes. Ik kocht het in 1984 en moet het toen ook gelezen hebben; ik kan me niet herinneren wat ik er toen van vond. Ik herlas het nu in een dag. Het is een uiterst krachtige compositie, waarin het overlijden van zijn moeder aanleiding vormt voor een verhaal over het toen en nu, en waarin Brouwers alles met elkaar laat samenhangen. Indringend zijn de beschrijvingen van het leven in het beruchte jappenkamp Tjideng, waarin hij met zijn moeder, grootmoeder en zus vanaf 1942 tot aan de bevrijding in augustus 1945 geïnterneerd zat. Brouwers schreef de laatste jaren louter meesterlijke romans, maar deze relatieve vroege (het was zijn vierde roman) behoort zonder twijfel tot zijn beste boeken.

02 augustus 2022

Theater

Nu Jeroen Brouwers onlangs overleed, acht ik Tom Lanoye de beste Nederlandstalige schrijver met een rijk oeuvre - wie anders? Hij is uiterst veelzijdig, en ofschoon ik zeker niet alles van hem heb gelezen overtuigt hij al lange tijd. Dit voorjaar verscheen zijn nieuwe roman, het lijvige De draaischijf. In interviews benoemt hij dit boek tot zijn belangrijkste roman tot nu toe, waarin hij naar eigen zeggen een flinke stap wilde zetten in het schrijven over de Duitse bezetting van Vlaanderen (met name: Antwerpen). In Nederland voldoende literatuur daarover, in Vlaanderen het tegenovergestelde. Het is een rijke, boeiende roman waarin Alex Desmedt vanuit zijn graf terugkijkt op zijn carrière als de toneelpaus van Antwerpen, voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Hij heeft een Nederlandse vriendin, joods, die op miraculeuze wijze de bezetting doorkomt, en een broer, dirigent, en sterk collaborerend. Desmedt vertelt een bont en van arrogantie volgezogen verhaal over zijn theatersuccessen, de relatie met zijn vriendin en zijn broer en over hoe hij zich door alle tegenslagen worstelt. Tegelijkertijd krijg je als lezer colleges over de Vlaamse literatuur en over het ensceneren van toneelstukken. Lanoyes opzet om een krachtige roman te schrijven over de oorlogstijd in Vlaanderen/Antwerpen vind ik niet voldoende geslaagd. Daarvoor krijgt het theateraspect teveel nadruk en krijgen de overleving van zijn joodse vriendin en de relatie met zijn collaborerende broer teveel een bijrol, terwijl die ieder apart een roman rechtvaardigen. Ook het  bombardement op Mortsel Oude God krijgt alle aandacht, maar Neske Beks beschreef het al eerder veel indringender (zie hier). De inspiratie van Lanoye spat van de pagina's, en dat maakt dit boek alleszins leesbaar, maar naar mijn idee wilde hij teveel ineen. 

26 juli 2022

Trás-os-Montes

Gerrit Komrij verhuisde in 1984 van Amsterdam naar Portugal, en huurde daar een groot landhuis in Alvites, een dorpje in de afgelegen noordoostelijke regio van Portugal Trás-os-Montes. Dat bleek geen succes; Komrij en zijn man Charles Hofman werden er uiteindelijk weggepest en ze vluchtten na vier jaar halsoverkop naar een andere streek. Uit de na Komrij's dood samengestelde bundel Brieven uit Alvites krijg je een aardig beeld van die vier jaar (zie hier de weblog). Vanwege 'Portugal' las ik de afgelopen twee jaar meerdere boeken van Komrij (zie de auteursindex - link rechts hiernaast), maar nog niet de roman waarvan ik dacht dat het zijn meest bekende en beste was: Over de bergen. Toen ik het boek uit had las ik op internet wat recensies, en die waren nagenoeg allemaal zeer negatief. Het zij zo, ik heb erg genoten van dit boek. Een begin-veertiger verruilt het stadse bestaan in Lissabon voor een geïsoleerd leven in een landhuis dat aan hem en zijn broers en zusters door een overleden tante is nagelaten. Een stichting geleid door de dorpspastoor mag nog een aantal jaren 'vruchtgebruiken' van wat het landgoed opbrengt, maar de hoofdpersoon kan er wel al gaan wonen. Aanvankelijk wordt hij warm onthaald. Maar zodra hij zich in het testament van tante gaat verdiepen en ziet hoe daarmee de hand wordt gelicht, slaat de stemming om. Een geweigerd huwelijksaanzoek doet de rest. Dit boeiende proces wordt door Komrij uiterst subtiel en gedetailleerd beschreven. In de eerste helft van het boek is er eigenlijk niets aan de hand, maar de ragfijne beschrijvingen van het huis, de schilderijen, het meubilair, de omgeving en de omgang met (notabele) dorpsbewoners leggen een prachtige basis voor het drama dat zich daarna ontvouwt. Proust of Couperus zouden misschien een nóg fijner en noodlottiger verhaal geschreven hebben, maar ik heb Over de bergen (in het Portugees: trás-os-montes) met groot genoegen gelezen.

11 juli 2022

Rauw

In het voorjaar las ik Ze hebben mijn vader vermoord van de jonge Franse schrijver Édouard Louis (zie hier de weblog) en zoals aangekondigd las ik nu zijn debuutroman Weg met Eddy Bellegueule. Louis beschrijft eenzelfde rauw-realistische jeugd. Hij is anders dan alle anderen, en in zijn noord-Frans arbeidersmilieu wordt hij algauw de pispaal van iedereen. Afgelopen weekend misdroegen Nederlanders zich op overeenkomstige wijze tijdens de Formule-1 wedstrijd in Oostenrijk als iedereen in Louis' omgeving. En er is weinig verbeelding voor nodig om die aan de sfeer tijdens de boerenprotesten te koppelen: extreem mannelijk-hetero-nationalistisch, eerst doen dan denken (voor zover er voldoende hersencellen aanwezig zijn), onderbuik, eendimensionaal. De wereld in dit boek bestaat nog steeds. Louis is de outsider, en dan heb je het erg zwaar. Als jongeling is wegwezen is de enige remedie, wat hij uiteindelijk op de allerlaatste pagina's ook doet. Een actueel boek.

05 juli 2022

Boekenweek 2022

Boekenweekgeschenken zijn zelden goed. Hooguit zes en een halfje, meer niet. Ik denk dat het precies tien jaar geleden is dat het boekenweekgeschenk echt goed was (Heldere hemel van Tom Lanoye, zie hier de weblog). Maar nu dan eindelijk weer eens een prima boek: Monterosso mon amour. Een novelle van Ilja Leonard Pfeijffer. Veel reguliere boekenweekgeschenklezers haken waarschijnlijk in de eerste tien pagina's al af. Pfeijffer weeft daar een duister web waar zelfs ik moeite mee had. Maar dat begin heeft een functie, en daarna ontrolt een prachtig meerlaags verhaal dat tot op het eind stand houdt. De ontknoping in het vliegtuig terug naar Nederland is werkelijk een vondst, die uiteindelijk het hele verhaal draagt. Ja, een truc wellicht, maar wel eentje die ik nog niet eerder tegenkwam. Gewoon erg goed gedaan. Die Pfeijffer verrast enorm. Ik kijk al uit naar zijn volgende boek.

27 juni 2022

Fax1

Ruim twee jaar geleden las ik het uiterst verrukkelijke Moord op de moestuin van Nicolien Mizee (zie hier de weblog), en aldus de belangstelling in deze apart denkende schrijfster gewekt (Hij: Ik wil een terreinwagen. Zij: Maar we hebben geen terrein.) ging ik op zoek naar meer van haar. Er waren inmiddels enkele delen Faxen aan Ger verschenen en ook lovend besproken, dus ik kocht het eerste deel De kennismaking. Al na twintig pagina's was ik het spoor volledig bijster en legde ik het boek teleurgesteld weg. Onlangs facetimede ik met een dierbare vriendin die naast het opvoeden van drie kinderen en een drukke baan meer tijd aan het lezen van boeken besteedt dan ik, en we kwamen over dit eerste deel Faxen aan Ger te spreken. Soms moet je gewoon naar goede vriendinnen luisteren, dus pakte ik het boek uit de kast, begon opnieuw erin te lezen en raakte ik vervolgens een beetje verslaafd aan dit gekke boek. Want: welke schrijver komt er in 2017 op om een soort-van brievenboek te schrijven met faxen gericht aan een niet-antwoordend persoon, gedateerd tussen 1994 en 1997? Wie onder de veertig jaar oud weet überhaupt wat een fax is en hoe dat ding werkte? Het is typisch Nicolien Mizee: volledig andersdenkend (niet: tegendraads of out-of-the-box), maar gewoon redenerend op een andere golflengte. En dat maakt deze faxen zo enorm boeiend. De ik-figuur (genaamd Nicolien Mizee) is in alles anders, poseert naakt voor amateur-kunstschilders, schaaft eindeloos aan een filmscript, doet aan lesbisch stijldansen met een ex, en probeert afgekeurd te worden (want ze vindt zichzelf volledig ongeschikt om ergens te werken). Ze psychologiseert er soms iets te diepgravend op door, maar opeens beland je in situaties of volzinnen die je vol verrukking leest. Zoals deze (over een vriend van haar): Ook Evert is namelijk op zoek naar het allesomvattend geweldig ongelofelijke, maar hij zoekt het niet bij de messenjongens maar in het paranormale. Hij praat vol ontzag over vorige levens, over 'boodschappen van boven', over die 'vreemde liefde voor Spanje die hij heeft, waardoor hij vóelt dat Spanje iets bijzonders voor hem in petto heeft...' over zijn eeuwige verlangen zichzelf nou eens echt hélemaal in iets te verliezen... en dan duwt hij me weer een of ander door een zekere Sjaloem Sjaloom geschreven boekwerk in de hand dat De zeven chakra's van het succes heet, of Het Tiende Inzicht en van welks achterflap een gemene misdadiger met een Armanipak en een tulband ons allergriezeligst toegrijnst. Zulke zinnen maken boeken lezen tot het verrukkelijkste wat je kan doen.

12 juni 2022

Helft

Ruim een jaar na het eerste deel (zie hier de weblog) las ik nu het tweede deel van Kroniek van een karakter Deel 2 - 1982-1986 - de oude Faust van Jeroen Brouwers. Kort nadat ik dit tweede deel uitlas overleed Brouwers, 82 jaar oud. Voor mij was Brouwers onbetwist de grootste levende Nederlandstalige schrijver en het overgrote deel van zijn boeken staan bij mij in de kast, en ik ga er de komende jaren stellig het nodige van herlezen. Brouwers is bepaald niet jong gestorven, terwijl hij in de brieven in dit tweede deel van Kroniek van een karakter, geschreven toen hij begin veertig was, er herhaaldelijk op zinspeelt dat hij al met een been in het graf staat. Tijdens deze jaren is Brouwers vader van een jong dochtertje, is zijn huwelijk stabiel, schrijft hij onder andere De laatste deur (het boek over zelfmoord in de literatuur), een soort-van biografie van Hélène Swarth, de roman Winterlicht, en deze brieven (en vast veel meer). Voor wie over de ontstaanswijze van deze titels wil lezen, zijn deze brieven een rijke bron. Maar ook over alledaagse zaken schrijft Brouwers meesterlijk, zoals over het contact met de werklui tijdens de verbouwing van zijn huis. Evenals bij de bespreking van het eerste deel heeft citeren geen zin; ik zou dan het hele boek moeten overtypen. Maar wie deze brievenbundels nog niet kent, moet ze stellig gaan lezen. Er moeten nog vele honderden, misschien wel duizenden brieven van Brouwers zijn  - de twee bundels Kroniek van een karakter beslaan slechts tien jaar van zijn leven. Het is zowat een artistieke misdaad die ongepubliceerd te laten.

04 juni 2022

Toeslag

Hier in Portugal ben ik nog niet in een hogere leesversnelling geraakt, ik lees eerder minder dan toen ik nog in Amsterdam woonde, maar die hogere versnelling gaat zeker wel komen. Er liggen vier gelezen boeken te wachten op bespreking, terwijl ik de eerste daarvan al eind maart/begin april las. In Zo hadden we het niet bedoeld. De tragedie achter de toeslagenaffaire analyseert Correspondent-journalist Jesse Frederik hoe het zo uit de hand kon lopen met hoe de overheid onschuldige burgers als criminelen ging beschouwen. Die affaire is tot op de dag van vandaag nog steeds niet opgelost, maar dit boek is een prima eerste analyse van de oorzaken. Sinds zo ongeveer drie jaar geleden de toeslagenaffaire een daadwerkelijke affaire werd, ligt de zwarte piet vooral bij de ambtelijke molens van de belastingdienst en het ministerie van Financiën. Degenen die die zwarte pieten uitdelen, de politici (van met name oppositiepartijen) en de media vergeten daarbij de eigen, minstens zo dubieuze rol. Frederik geeft enkele ontluisterende voorbeelden van journalisten en politici die binnen enkele jaren hun mening volledig omkeerden, en zich nu de ellende van de gedupeerden toe-eigenen, terwijl ze indertijd mede voor een keiharde behandeling van overtreders pleitten. Inclusief Pieter Omtzigt. Frederik is naar mijn mening soms een iets te rechtlijnige analist, maar zijn research is uiterst bewonderenswaardig. En bij journalisten helaas steeds zeldzamer. Ik beluister af en toe zijn podcast (met Rutger Bregman) en sta steeds weer versteld waar hij de tijd vandaan haalt om al die informatie tot zich te nemen en te gebruiken in zijn analyses. Dit boek is daar een sterk staaltje van. Erg knap.

22 mei 2022

Bestendiging

Een paar maanden geleden las ik het eerste deel van wat een cyclus van vier delen over de Italiaanse fascistische dictator Benito Mussolini moet worden (zie hier de weblog over dat eerste deel). Een geweldig boek, een roman, maar eveneens een op ware bronnen gebaseerde kroniek. Ik las nu het tweede deel van de cyclus: De man van de voorzienigheid. In dit deel, over de jaren 1925-1932, bestendigt Mussolini zijn dictatuur, wordt hij meer en meer absoluut heerser. Antonio Scurati citeert bronnen (krantenartikelen, brieven etc.) en hangt daaraan de dag-in-dag-uit levensbeschrijving van Mussolini. Net als dat eerste deel is dit een uiterst originele maar vooral: levensechte roman. Het boek eindigt niet voor niets eind 1932. Enkele weken later werd in Duitsland een andere dictatuur gevestigd die die van Mussolini in de schaduw zou stellen. Dat nog te verschijnen derde deel moet daardoor nog interessanter worden. Maar tjonge, wat een kracht hebben dat eerste en dit tweede deel!

17 april 2022

Zeven

Ik werkte tot oktober 2019 een aantal jaren bij Wijzer in geldzaken, onderdeel van het ministerie van Financiën. Vlak voordat ik er vertrok hield Joris Luyendijk een lezing (met borrel na) en dat ging over zijn onderzoek naar de voordelen die mensen in hun carrière hebben als ze aan een aantal kenmerken voldoen. Ik herinner me die lezing nog goed; het was een krachtig verhaal, en ik dacht al: daar zit een boek in. Pas onlangs verscheen het: De zeven vinkjes. Hoe mensen zoals ik de baas spelen. Kern van zijn betoog: Nederland wordt bestuurd door mensen die zes of liefst zeven van die zeven kenmerken hebben: minstens een hoogopgeleide en/of welgestelde ouder, minstens een in Nederland geboren ouder, man, hetero, wit, gymnasium of vwo, universiteit. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar inderdaad: die bevestigen de regel. De belangrijkste wetgevende, uitvoerende en controlerende organen (inclusief de media) worden geleid door mensen die zeven (soms zes) vinkjes hebben. Enfin, in het boek geeft Luyendijk voldoende voorbeelden. In tegenstelling tot wat ik me van die lezing herinner, concentreert Luyendijk zich naast deze theorie vooral op zichzelf: wat zou er van hem geworden zijn als hij niet die zeven kenmerken had kunnen aanvinken. In die lezing ging het juist vooral over de mensen die er maar twee of drie hebben, de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking. Die dus niet weten hoe je een onterecht vmbo-schooladvies over je kind moet aanvechten, die niet via connecties een huurhuis voor hun kinderen kunnen regelen, die niet een doeltreffend bezwaarschrift tegen een boete kunnen schrijven, etc. Ik hoor het hem nog zeggen tegen de verzamelde Financiën-ambtenaren: jullie behoren tot die drie procent zes/zeven-vinkers die wetten maken die die overige 97% niet begrijpt. De toeslagenaffaire is er het gevolg van (zie twee boeken hierna). Luyendijks boek viel me dus een beetje tegen, juist omdat ik zijn lezing in 2019 zo krachtig vond. Maar de kern van zijn boodschap staat er wel degelijk in. Dat zijn boek veel kritiek kreeg van mensen die zich aangesproken voelden, onderstreept die boodschap alleen maar. Overigens: niet alle vinkjes vind ik even overtuigend onderbouwd: man en hetero. Voldoende vrouwen die ook tot de elite weten door te dringen, en de seksuele geaardheid maakt veelal weinig meer uit (want geen issue bij benoemingen). Ondanks alle kanttekeningen: een boek dat duidelijk maakt dat onze maatschappij grondig (en gevaarlijk) verdeeld is. 

01 april 2022

Natuur

Tussen 2017 en 2019 herlas ik de memoires Verhaal van een leven van Konstantin  Paustovski, in drie delen opnieuw uitgegeven in de Russische bibliotheek van Van Oorschot (zie de leeslogs hier, hier en hier). In 2020 verscheen bij dezelfde uitgeverij een dikke bundel verhalen De muziek van de herfst. Verzamelde verhalen. Ik kocht het boek eind 2020 vlak voordat ik verhuisde naar Portugal, nam het mee als reisbagage maar las het pas de afgelopen twee maanden. Het merendeel van deze 57 verhalen (tezamen ruim 600 pagina's) schreef Paustovski tijdens de Stalinperiode, dus hij moest uiterst voorzichtig formuleren. In veel verhalen staat de natuur centraal, en zoals de memoires bewijzen is Paustovski daarin op zijn best. Veel verhalen zijn in de ik-verteltrant geschreven, dus heel gemakkelijk om daarin de auteur te zien. Hij reist half Rusland door, van de koude noordelijke streken (Karelië), via de hooggebergten van de Kaukasus naar de onverbiddelijke woestijnen in het zuiden. Rivieren, zeeën, bossen: Paustovski beschrijft ze onnavolgbaar prachtig, ook al is die natuur soms bijna dodelijk. In sommige verhalen voert de verbeelding de boventoon: Mozart en Grieg krijgen een uiterst humane rol toebedeeld. En bovenal: veel verhalen zijn geen verhalen, want plotloos, gewoon een beschrijving van iets. Prachtig boek, helaas iets te slordig in de (ontbrekende) annotaties. 

22 maart 2022

Extra

Het wordt hoog tijd dat ik Gerard Reve ga herlezen. Het merendeel van zijn boeken las ik voordat ik in 2005 aan deze leeslog begon; in de auteursindex (zie hiernaast) staan wel een paar boeken, maar ook die las ik tien jaar geleden en daarvoor. Onlangs verscheen uit het niets een bundel met 19 brieven aan televisiemaker Jef Rademakers. Zeer Fijne Boy. Brieven aan Jef R. (1986-1997) is voor Reve-liefhebbers vooral een feest der herkenning en van stilistische eigenzinnigheid en schoonheid. Inhoudelijk diepgravend is het allemaal niet, maar iedere brief van Reve verdient het om gepubliceerd en gelezen te worden. 19 brieven slechts, maar zeer fraai uitgegeven en geannoteerd. De voor- en nawoorden zijn een beetje obligaat. Desondanks een zeer fijn boek.

20 maart 2022

Aanklacht

Ik had nog niet eerder van hem gehoord, maar vrienden namen een boek mee van Édouard Louis, een jonge Franse schrijver die inmiddels een paar goed ontvangen boeken op zijn naam heeft staan. Ze hebben mijn vader vermoord is een dun boekje van 72 pagina's maar biedt een uiterst krachtig verhaal. Of beter: twee verhalen, beide over de vader. In het eerste deel beschrijft Louis hoe deze thuis allesbehalve een aardige vader was: veelal dronken en agressief. In het tweede deel hoe de vader door het beleid van de opeenvolgende presidenten van Frankrijk, tot aan Macron toe, het leven zuur is gemaakt. Ik las op de boekensite Tzum een goede conclusie: politici zouden dit boekje moeten lezen als ze willen begrijpen waarom kiezers boos zijn. Ik ga de debuutroman van Louis ook lezen binnenkort. 

06 maart 2022

Knoop

De bekroonde roman De goede zoon van Rob van Essen kon mijn geenszins bekoren (zie hier), maar toen ik een uiterst lovende recensie van zijn nieuwste roman Miniapolis in NRC Handelsblad las, gaf ik die het voordeel van de twijfel. Uiterst geestig, het vertelplezier spat van de bladzijden... dat soort uitspraken in die recensie. Nou, wederom begon ik tijdens het lezen van deze roman aan mezelf te twijfelen. Twee mistroostige verhaallijnen over ieder twee personen die onderling een kleine connectie hebben, en uiteindelijk moet een vijfde personage de boel aan elkaar knopen en laten ontknopen. Grappig: recensies op Tzum (altijd een goede bron), Trouw e.a.: het verhaal wordt enigszins naverteld maar een oordeel durven de recensenten niet te vellen, angstig om de plank mis te slaan. Lees die recensies maar om dat verhaal naverteld te rijgen, maar ik besteed er verder geen woorden meer aan. 

04 maart 2022

Verschillen

Je hebt verschillende hondenrassen en tomatenrassen etcetera, en niemand die daar moeilijk over doet. Dat is geheel anders wanneer gaat over mensenrassen. Dat is een onderwerp dat sinds de Tweede Wereldoorlog een te zware lading heeft. Ontkennen is dan ook de beste manier om het er niet over te hebben. Midas Dekkers durfde het aan het begrip ras vanuit een zuiver biologische blik te onderzoeken. Een poedel is anders dan een herdershond, en een cherrytomaat anders dan een romatomaat. Maar lichamelijke verschillen tussen blanke, zwarte, gele mensen, of tussen noord- en zuid-Europeanen laten we liever onbesproken. Niet dat die verschillen er niet zijn, maar we zijn vooral bang dat die benoemde verschillen gebruikt worden om de ene mens boven de ander te plaatsen, zoals het verleden op verschrikkelijke wijze heeft laten zien. In Wat loopt daar? Een biologische kijk op rassen analyseert Midas Dekkers verschillen tussen soorten: mensen, dieren en planten. Hij benoemt evenzeer het misbruik ervan, niet alleen door de nazi's, maar ook door de koloniale overheersers. En ontkracht hun gebruikte redeneringen. Ik ben geen bioloog en kan niet beoordelen of Dekkers het overal bij het rechte eind heeft. Hoe dan ook: dit boek is vooral een verzameling eruditie die je met verbazing leest. Dekkers brengt in dit boek kennis uit ontelbare bronnen samen, geschreven in zijn bekende licht-humoristische stijl. Door al die kennis is dit bepaald geen pageturner, maar wel een boek dat ik met aandacht las. Tenslotte: ik las in 1999 de eerste biologische studie van Midas Dekkers: De vergankelijkheid. Daarna volgden meerdere studies over kinderen, sport, poep en bestialiteit. Ik kocht en las ze allemaal. In 24 jaar meerdere uitgaven die allemaal op dezelfde wijze uitgegeven zijn: formaat, lay-out, typografie, omslagontwerp. Alleen grote uitgevers lukt zoiets. Privé-domein van de Arbeiderspers en de Russische bibliotheek van Van Oorschot zijn de enige andere voorbeelden van uniform uitgeven over langere tijd. 

07 februari 2022

Vinger

Nederland gedraagt zich internationaal als een groot, verongelijkt kind. Wij weten wat goed is in de wereld, wat andere landen fout doen, maar voelen ons ongehoord. Dat ligt echter aan Nederland zelf. De (terechte) verbetenheid om de daders van de aanslag op de MH17 te berechten staat in schril contrast met hoe wij Nederlanders omgaan met Srebrenica en met de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië (1945-1949). Nog steeds, anno 2022, houden we in Nederland aan dat Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, het jaar waarin Nederland de soevereiniteit overdroeg. Terwijl in Indonesië de onafhankelijkheidsverklaring in 1945 als hét moment geldt en wordt herdacht. Om de soldaten die in Srebrenica en Indonesië dienden niet voor het hoofd te stoten, wordt objectieve geschiedschrijving vermeden. Het moest dus de Belg David Van Reybrouck zijn die eindelijk een helder relaas over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië schreef, inclusief ruime aandacht voor de historie daarvoor. Tekenend is de reactie van de PVV op dit boek: jij Belg, schrijf eerst eens iets over jullie eigen schanddaden in jullie kolonie. Tja, dat deed hij al (zie hier) maar PVV'ers lezen geen boeken. Mijn verzuchting in de laatste zin van die weblog uit 2012 werd door Van Reybrouck zelf ingelost. Revolusie. Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld is een noodzakelijk boek over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië, aan wat er in de lange tijd van Nederlandse overheersing aan voorafging en wat erop volgde. Dat laatste vind ik niet het sterkste deel van het boek; de conferentie van Bandung in 1955 wordt door Van Reybrouck een beetje teveel uitgemolken, terwijl de interne politiek van Soekarno en daarna Soeharto onbeschreven blijft. Het zij hem vergeven; alle hoofdstukken ervoor zijn uiterst interessant en grandioos geschreven. Met dit boek is het laatste woord over de Nederlandse rol in Indonesië geenszins gezegd, maar het is wel de eerste keer dat er een boek verschijnt waarin die rol zo objectief mogelijk (op basis van vele gesprekken met overlevenden) wordt belicht.

26 januari 2022

Sluitstuk

Ik houd al zo'n dertig jaar een boekenschrift bij waarin ik alle gelezen boeken opschrijf - de voorloper van deze weblog, maar ondanks deze weblog werk ik dat schrift nog steeds bij. Ik houd daarin onder andere het aantal gelezen pagina's per jaar bij, wat maakt dat ik rond 31 december het laatste boek van het jaar uitgelezen moet hebben. Ik had nog twee dagen over en koos een 'dunnetje' - tevens een boek dat al jaren ongelezen in de kast stond. Ook een neurotisch iets: ik wil het aantal ongelezen boeken in mijn kast verder terugdringen. Ik las de afgelopen twee jaar van Gerrit Komrij al veel boeken, maar het 96 pagina's tellende Intimiteiten bleef nog ongelezen. Het is een typische Komrij-bundel met korte, veelal persoonlijke stukjes: soms volledig onbegrijpelijk en soms lig je dubbel van het lachen. Ik moet bekennen dat de inhoud alweer grotendeels in de vergetelheid is geraakt; ik las in het nieuwe jaar alweer enkele indringende boeken. Voor de statistiek: ik las in 2021 nog geen 7000 pagina's, terwijl de laatste jaren 11-14 duizend normaal was. Maar goed, het was het jaar van de verhuizing naar Portugal - rond de kerst zijn mijn boekenkasten geïnstalleerd en gevuld, dus nu kan ik weer gemoedelijk verder lezen.

24 januari 2022

Serieus

Cadeau van mijn vader: een door Joost Prinsen samengestelde bundel met essays van Godfried Bomans gepubliceerd in de Volkskrant en Elseviers Weekblad vanaf eind jaren veertig tot vlak voor Bomans' dood in 1971. Ik heb alle zeven delen Werken van Bomans in de kast staan, en daarin staan ook al deze in In alle ernst opgenomen stukken, maar dat wist ik pas toen ik de verantwoording van Prinsen las. De titel van de bundel is goed gekozen; de gewoonlijke Bomansiaanse kneuterigheid en joligheid ontbreken, ook al lardeert hij zijn dikwijls scherpe analyses met een kwinkslag. Er zitten juweeltjes tussen, zoals die over de Tachtigers en over Lodewijk van Deyssel. Uiterst verrukkelijk is de anekdote dat Bomans regelmatig een partij schaak speelde met Van Deyssel. Deze bakte er helemaal niets van, Bomans won alle partijen die zij speelden. Ooit merkte Van Deyssel op na alweer een verloren partij: Je kunt net zo goed tegen een hond spelen. Bomans nam een gepast stilzwijgen in acht want de uitspraak was volkomen juist, waarna Van Deyssel na een lange pijnlijke stilte opmerkte: Men wordt geacht dit te ontkennen. Een fraaie bundel - die dikke zeven delen Werken moet ik absoluut nader onderzoeken...

16 januari 2022

Opkomst

Vier delen moet de roman over de Italiaanse fascistische dictator Mussolini gaan tellen; de eerste twee zijn reeds verschenen en ook al vertaald in het Nederlands. In het eerste deel M. De zoon van de eeuw beschrijft Antonio Scurati in ruim 800 pagina's de eerste jaren van Mussolini's politieke bestaan (1919-1924). In deze jaren brengt Mussolini het van voorman van een chaotisch groepje rechtsradicalen tot minister-president van Italië. Hij vormt de Fasci del combattimento - de fascistische partij - en weet een enorme ledengroei te realiseren. Zijn politieke tegenstanders worden door knokploegen geïntimideerd of vermoord, en met name de socialisten gaan aan een interne richtingenstrijd ten onder. Scurati beschrijft alles uiterst gedetailleerd in een unieke vorm. In korte hoofdstukken worden de gebeurtenissen en ontwikkelingen chronologisch in de tijd beschreven, vanuit het perspectief van de politieke hoofdrolspelers, afgewisseld met krantenartikelen, brieven, telegrammen etc. Hoewel een roman is het overgrote deel wat je leest werkelijk gebeurd - dit boek is een geschiedenisboek in romanvorm. Fascinerend en uniek. Dichter bij Mussolini kun je eigenlijk niet komen, ook niet met een biografie. Het tweede deel heb ik reeds in huis - de nog te verschijnen vervolgdelen ga ik zeker ook kopen en lezen.

06 januari 2022

Lijfsbehoud

In Duitsland een bestseller, en ook in Nederland goed ontvangen: De fabriek van klootzakken is een lijvige roman over twee Duitse broers die in Letland opgroeien, een Joods stiefzusje erbij krijgen en die beiden eerst bij de SS en na de oorlog bij de CIA, en eentje zelfs voor de Mossad, werken. Deze roman van Chris Kraus is vergeleken met De welwillenden van Jonathan Littell (zie hier) maar die vergelijking gaat mank. Bij Littell staan kerngebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog centraal, terwijl De fabriek van klootzakken meer een familiekroniek is waar de hoofdpersonen uit lijfsbehoud over lijken gaan. Het is een bonte roman die enorm intrigeert, en waarbij de sympathie voor de verteller (een van de twee broers) langzaamaan omslaat in afschuw. Alleen het stiefzusje blijft menselijk, maar de twee broers worden elkaars vijanden en vijanden van de medemenselijkheid en het fatsoen. Hoe onwaarschijnlijk de levensloop van de hoofdpersonen ook overkomt: de Tweede Wereldoorlog en wat eraan voorafging en wat erop volgde maakt alles mogelijk, dus je leest het als een waar gebeurd verhaal. Het hele boek is een raamvertelling: een van de broers vertelt het verhaal aan een jonge medepatiënt in een ziekenhuis, ergens in de jaren zeventig. Dat vond ik uiteindelijk het zwakste aspect van het boek: overbodig en nodeloos afleidend. Maar goed, die ruim 800 pagina's lezen wel vlot.

30 december 2021

Familie

Voormalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem was jaren voordat hij minister werd voorzitter van een commissie die de stand van het onderwijs in Nederland onder de loep nam. Hij had wel een band met het onderwijs: in zijn familie aan zowel vaders- als moederkant zijn velen leraar geweest cq zijn dat nog steeds. Aan de hand van de levensbeschrijvingen van al die familieleden schetst Dijsselbloem in De onderwijsfamilie een beeld van het Nederlandse onderwijs in de gehele 20ste eeuw en de 21ste tot op heden, met name het basis- en middelbaar onderwijs. Een beeld dat het onderwijs vooral aan grote verandering onderhevig was en hoe die veranderingen van invloed waren op de positie van de leraar en op de aard en kwaliteit van het onderwijs. Een lezenswaardig boek waarin de rode draad een beetje verzuipt in de lange lijst van beschreven familieleden. Het zijn er tientallen. In de epiloog beschrijft Dijsselbloem wat er volgens hem moet gebeuren om het Nederlandse onderwijs een kwaliteitsimpuls te geven; naar mijn mening een te vaag en te 'politiek' advies. 

20 december 2021

Fantastique

Eerder dit jaar las ik achter elkaar twee biografieën van Franz Schubert (zie hier de weblog) en in die weblog schreef ik dat ik wil lezen om het mysterie van de componist te proberen te begrijpen, en dat er maar weinig biografieën zijn waarin dat mysterie op zijn minst een beetje onthuld wordt. Gelukkig is er nog de autobiografie, en ofschoon de auteur daarin zichzelf meestal niet objectief portretteert, krijg je een indruk 'uit de eerste hand'. Er zijn niet veel componisten die een autobiografie schreven, maar die van Hector Berlioz is werkelijk grandioos. Ik herlas na ruim dertig jaar eindelijk het eerste deel: Mijn leven 1803-1834 uitgegeven in de privé-domein serie. Ik kocht en las het direct na verschijnen in juli 1987 - ik was toen 22 en kende nog niet veel meer van Berlioz dan zijn Symphonie fantastique, Les nuits d'eté en een enkel ander werk. Nu het merendeel van zijn composities, ook zijn opera's. En altijd als ik naar zijn muziek luister overheerst bewondering en vooral: verbazing. Berlioz is enorm eigenzinnig, heeft een volstrekt unieke en onconventionele stijl. Enfin, hoogste tijd om zijn autobiografie te herlezen. In dit eerste deel beschrijft hij zijn jonge jaren, en zijn strijd voor onafhankelijkheid. Zijn karakter zoals hij zichzelf beschrijft is als de Symphonie fantastique: meeslepend, heroïsch en romantisch. Maar tegelijkertijd: gecontroleerd. Geweldige conversaties met zijn tegenwerkende conservatorium-directeur Cherubini, die hij inclusief Italiaans accent te kakken zet. Maar ook: het medisch college anatomie (de ratten pikken hun graantje mee) en zijn voettocht terug vanuit Italië - het zijn prachtige beschrijvingen van een vroeg-negentiende-eeuws bestaan. Snel het tweede deel; Berlioz is 'fantastique'.

11 december 2021

Ongeloofwaardig

Ik had niet van de wereldwijde bestseller Middernachtbibliotheek van Matt Haig gehoord, totdat ik het cadeau kreeg. Hiervoor las ik vooral wat taaiere boeken, en was wel toe aan een soepel lezende pageturner. Helaas begon het me steeds meer te ergeren en ik las het boek met lange tanden uit. In de roman pleegt de hoofdpersoon zelfmoord en op de grens van leven en dood komt ze in een bibliotheek waar ze boeken kan inzien die een verhaal brengen over wat er met haar zou kunnen zijn gebeurd als ze tijdens haar leven op enig moment een andere keuze had gemaakt of een andere weg was ingeslagen. Een aardig gegeven waar iedereen weleens over nadenkt: hoe zou mijn leven eruitzien (of gegaan zijn) als ik toen en toen dat ene anders had gedaan: juist geen zzp'er was geworden, of wel met die Canadees was meegegaan, etc. De verzameling andere levens waar de hoofdpersoon uit kan kiezen zijn vermoeiend uiteenlopend, en maakt haar daardoor tot ongeloofwaardig karakter. Ik geloof stellig dat je leven er geheel anders uit had kunnen zien, maar ik geloof niet dat je dan ook een volledig ander persoon zou zijn geworden met een geheel ander karakter. En Haig laat zijn hoofdpersoon niet op een mentale twee- of driesprong staan, maar op een twaalf- of vijftiensprong die haar als karakter doet vervagen. Na een zestal levens weet je het wel, en dan is het boek nog lang niet uit.

05 november 2021

Apart

Ook over dit privé-domeindeel van Clarice Lispector deed ik lang, ruim een maand. Net verhuisd, vrienden en familie over de vloer, en ook een weerbarstig boek dat zich niet gemakkelijk laat lezen. De ontdekking van de wereld biedt een selectie uit de 'columns' die Lispector tussen 1967 en 1973 wekelijks voor een Braziliaanse krant schreef. En in die columns (die dus geen columns waren) ging ze alle kanten op. Ze schreef over heel persoonlijke gebeurtenissen, mijmerde over van alles en nog wat, haalde herinneringen op enzovoort. Alles bij elkaar krijg je een aardig beeld van deze schrijfster (van wie ook een dikke bundel korte verhalen in het Nederlands verscheen), maar het is vooral de poëtische stijl die dit boek bijzonder maakt. Reeds na enkele pagina's heeft Lispector je zoveel voorgeschoteld, dat je het boek moet wegleggen. Bepaald geen pageturner dit boek, maar dat is niet anders dan een compliment. 

28 september 2021

Bezorgd

Ik lees niet zo veel dezer maanden. Wat ik lees lees ik traag, en verder zijn er teveel andere zaken: een verhuizing naar mijn definitieve stek in Portugal, veel planten en enkele dieren die om onderhoud vragen, druivenpluk en wat dan ook. Heel geweldig allemaal, maar het lezen schiet er dan een beetje bij in. Of ik pak voor het slapengaan een dicionário voor Portugese brugklassers om wat alledaagse woordjes te leren. Maar goed, mondjesmaat toch ook wat 'gewoons'. Ik lig bovendien enkele te beschrijven boeken achter, dus meteen weer twee tegelijk in een weblog. In juli las ik twee essaybundels: De fundamenten van Ramsey Nasr en Groter denken, kleiner doen van Herman Tjeenk Willink. In De fundamenten drie essays die Nasr tijdens de lockdowns van de coronacrisis schreef en waarin hij betoogt dat het neo-liberale denken van deze tijd de aarde uiteindelijk kapotmaakt. Een verhaal over de klimaatcrisis dat vaker gehoord wordt, maar Nasr schrijft de boodschap helder op. Ik schrijf deze weblog kort nadat bekend werd dat ook de derde informateur (Remkes) geen mogelijkheden ziet om een kabinet te formeren. Herman Tjeenk Willink was de eerste van de drie, en zijn eindverslag bevat uitspraken die hij in Groter denken, kleiner doen uit 2018 breder bespreekt. Kortgezegd draagt hij de politiek en de overheid op de kloof met de burger te dichten, dienend en 'er voor de mensen' te zijn. Hoewel Nasr en Tjeenk Willink het over verschillende onderwerpen hebben, ligt hun boodschap wel in elkaars verlengde. Bovendien schrijft Tjeenk Willink meer vanuit het hoofd, en Nasr vanuit het hart. Goed dat het opgeschreven, uitgegeven en gelezen wordt.

29 augustus 2021

Boekenweek 2021

In tijden van corona is alles anders, zo ook de Boekenweek. Die werd pas eind mei/begin juni gehouden (normaal in maart), en er was ook geen boekenbal. Wel verschenen het boekenweekgeschenk en het boekenweekessay. Ik las beide boeken na elkaar. Het boekenweekgeschenk is zelden echt goed, zo ook Wat wij zagen van Hanna Bervoets niet, maar het is wel een lezenswaardig verhaal, waarin de duistere kant van het internet een rol speelt. De gelaagdheid - ik-figuur schrijft het geheel aan haar psycholoog, en naast het werk als speurhond naar duistere posts op internet is er ook nog een liefdesverhaal met een collega - oogt interessant, maar mist diepgang en noodzakelijkheid. Eigelijk hadden die liefdesperikelen eruit gekund, om meer gewicht aan het werk-thema te kunnen geven. Maar goed, het leest allemaal vlot weg.
De genoxidefax van Roxane van Iperen is eigenlijk een veel spannender verhaal; helaas volledig op feiten gebaseerd. Op 11 januari 1994 stuurde VN-commandant Romeó Dallaire een fax naar het hoofdkantoor van de VN in New York. In die fax luidt hij de alarmklok over de ontwikkelingen in Rwanda. Eigenlijk voorspelt hij daarin wat pas enkele maanden later werkelijkheid zou worden: de massaslachting van honderdduizenden Tutsi's door de Hutu's. Van Iperen beschrijft wat er in die maanden gebeurde, of meer: wat nagelaten werd. De VN, de Amerikanen en vooral ook de Belgen deden toen in Rwanda wat nu ook in Afghanistan gebeurde: de eigen mensen evacueren, en de boel de boel laten. Moge Afghanistan zo'n genocide bespaard blijven, maar niemand die het weet. De genocidefax heeft een indringende ondertitel: Wat doe jij als het erop aankomt? (Op de afbeelding erboven staat nog het woord werkelijk in die ondertitel, maar niet op mijn exemplaar.)

14 juli 2021

Schubert

Klassieke muziek en een aantal componisten liggen me zo na aan het hart dat ik me voortdurend afvraag hoe die muziek tot stand kwam, en hoe die componisten zulke geniale en ontroerende muziek konden schrijven. Ik las al wel een aantal biografieën maar dikwijls bleef die vraag in het vage. Jan Caeyers kwam met zijn Beethoven-biografie een eind in de goede richting (zie hier). Veel grote componisten om nog heel veel over te weten te komen trouwens. Al heel lang hoog op mijn wensenlijst: Franz Schubert. Leeftijdgenoot van Beethoven, althans hun laatste 30 jaar, maar Schubert was wel 27 jaar jonger. Ofwel: Beethoven overleed op 57-jarige leeftijd in 1827, Schubert anderhalf jaar later. Hij werd 31. En toch componeerde hij zo'n 1000 werken, waarvan veel liederen, maar ook pianomuziek, strijkkwartetten, opera's, missen en symfonieën. Beethoven verbaast door zijn structuren, vernieuwingsdrang en energie, Schubert is intiemer, lieflijker en tegelijkertijd tragischer, en: onvoltooid. In de laatste anderhalf jaar van zijn leven componeerde Schubert als een dolle, alsof hij wist dat zijn einde naderde. Pure onzin, want dat is wijsheid achteraf. Maar mocht hem nog een jaar of vijf extra gegeven zijn geweest; wat een enorme hoeveelheid extra meesterwerken hadden we dan cadeau gekregen. Helaas, het moest zo zijn. Niet voor niets werd een jaar na zijn dood op zijn grafmonument deze tekst gebeiteld: de Dood begroef hier een rijk bezit, maar nog schonere verwachtingen.
In ruim een jaar tijd verschenen twee Nederlandstalige biografieën; ik las ze achter elkaar. De Vlaming Yves Knockaert gaf zijn boek de titel Schubert. De biografie mee. Je moet maar durven. De verwachtingen die de titel wekt worden niet waargemaakt. Knockaert geeft vooral de droge feiten, en besteedt daarnaast veel pagina's aan het antwoord op de vraag of Schubert en Beethoven elkaar nu wel of niet persoonlijk hebben ontmoet. Maar hij onderneemt geen enkele poging het 'geheim' van Schubert te ontrafelen. Een teleurstellend boek. De Nederlander Robert Joost Willink gooit het over een geheel andere boeg. In Een onvoltooid leven. Franz Schuberts Schmerz en de schaduw van Beethoven worden al die feiten eveneens gepresenteerd, maar probeert Willink Schuberts muziek en de ontwikkeling daarin te analyseren, waar mogelijk in relatie tot de studie die Schubert van zijn beroemde stadgenoot maakte - en op een gegeven moment bewust een andere weg koos. Beethoven was in Wenen en daarbuiten een bekend en (financieel) succesvol componist, ook al trok hij zich door zijn totale doofheid in zijn laatste jaren volledig uit het openbare leven terug. Schubert bleef eigenlijk zijn hele leven onbekend; slechts een luttel aantal composities werden regelmatig uitgevoerd. In 1822 liep Schubert syfilis op - toentertijd een uiteindelijk dodelijke infectieziekte. Dat heeft hij geweten, maar hij hoopte dat hij het nog een poos kon uitzingen. Willink beschrijft deze feiten diepgaand, en brengt ze waar mogelijk in relatie tot Schuberts muziek. Ook probeert Willink een verklaring te geven voor de opvallende uitbarstingen in een aantal van Schuberts latere werken. Hoe opmerkelijk: in juist de langzame delen, waarin Schubert uitermate simpele maar even aangrijpende melodieën presenteert, komen halverwege die delen enorme uitbarstingen voor, alle remmen los, je houdt je hart vast: in het strijkkwintet, het tweede pianotrio, de negende/achtste ('grote') symfonie, de pianosonate D959, zelfs al in die prachtige tweede Moment musicaux D780 in As: tragische lieflijkheid, maar opeens onverwacht complete desoriëntatie, woede, of domweg een steek recht door je hart. Willink besteedt een apart hoofdstuk aan die uitbarstingen: eindelijk een biografie die probeert het muzikale geheim te ontrafelen. Dat kan natuurlijk nooit, maat dat is de kracht van muziek. Maar ach, arme Schubert: zoveel moois gegeven, maar zo te kort geleefd. 

10 juli 2021

Trans

Ik kreeg het van een vriend mee voor onderweg, en inderdaad, ik begon er bij de gate op Schiphol in te lezen en las het halverwege de vlucht terug naar Lissabon uit. Welkom bij de club is een lichtvoetig geschreven roman door Thomas van der Meer over een ik-figuur die als meisje geboren wordt maar bij wie het al snel duidelijk is dat ze een jongen is cq wil zijn. Met zevenmijlslaarzen loopt het verhaal door de tijd, want zowel de transitie als het tijdsverloop gaan razendsnel. Dat lijkt een zwakte, maar maakt het boek juist aantrekkelijk: geen zwaarwichtig gedoe, maar een soepele vertelling over een operatie en de aanvaarding door vrienden en collega's. Op de laatste bladzijde een vrolijk lachende auteur met het onderschrift dat hij met de opbrengst van het boek de verbouwing van zijn badkamer hoopt te kunnen financieren. Een opmerking die de sfeer van het boek treffend weergeeft.