Tot een jaar geleden had ik nog nooit van de Franse schrijver Édouard Louis gehoord, en nu las ik een vierde boek van hem; zie voor de weblogs van die drie eerdere boeken de auteursindex hiernaast. Geschiedenis van geweld is wederom een autobiografische roman, in Frankrijk verschenen in 2016 en zich afspelend in 2014. Na een bezoek aan vrienden op kerstavond wordt de ik-persoon vlakbij zijn huis in Parijs aangesproken door een andere jongeman die erop aandringt met de ik-persoon mee naar binnen te gaan. Dat gebeurt, ze hebben sex, maar snel daarna verandert de houding van de gast, die de ik-persoon vervolgens verkracht en bijna vermoordt. Uiteindelijk gaat de dader ervandoor. Deze gebeurtenis, de gang naar de soa-poli, de politie en het hulp zoeken bij zijn zus en vrienden wordt niet-chronologisch in flarden verteld, grotendeels door de ik-persoon maar deels ook door zijn zus die door hem wordt afgeluisterd terwijl zij het verhaal aan haar vriend vertelt. Dat brokkelige maakt dat je het boek van 200 pagina's in een vloek en een zucht uitleest. Boeiend, soms ook wel erg neurotisch allemaal. Op het achterplat enkele citaten uit recensies. Ik verbaas me enorm over zo'n uitspraak (in De Morgen): 'Wonderboy Édouard Louis laat de Franse literatuur opnieuw op haar grondvesten daveren.'
Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
29 maart 2023
23 maart 2023
Precair
06 maart 2023
Geld
De serie privé-domein breidt af en toe uit met delen die je niet aan je voorbij kan laten gaan, ook al heb je van de betreffende schrijver (nog) nooit iets gelezen. Ik wist helemaal niets van de Franse dichter Charles Baudelaire (1821-1867) maar een goede recensie van Mijn hoofd is een zieke vulkaan. Brieven wakkerde mijn interesse aan. Het is een prachtig boek, deze selectie brieven vertaald en bezorgd door Kiki Coumans. Baudelaire's vader overleed toen hij vijf jaar was, zijn moeder hertrouwde en toen hij meerderjarig werd begon hij zijn erfenisdeel er in hoog tempo doorheen te jagen. Ook werd hij niet de nette burgerman met een mooie carrière die zijn moeder, stiefvader en broer graag wilden, maar een in hun ogen spilzieke dandy in Parijs. Al snel werd hij door zijn moeder onder curatele gesteld, waar hij tot zijn vroege dood vreselijk onder geleden heeft. Veel van zijn brieven gaan dan ook over geld en de beperkingen die het tekort daaraan tot gevolg had. Wanneer hij in 1857 Les Fleurs du Mal publiceert is het schandaal geboren en zijn er ineens ook brieven van en aan Flaubert, Hugo, Manet en zelfs Wagner. Een mooie verzameling die je een goed beeld geven van deze eigenzinnige dichter. Ik ben geen gedichtenlezer, maar heb de vertaling van Les Fleurs du Mal wel onlangs gekocht.
20 februari 2023
Single
Zo'n veertig procent van de huishoudens in Nederland is een eenpersoonshuishouden. Daar zitten relatief veel ouderen en jongeren bij, maar ook bij de middenleeftijden neemt het aantal eenpersoonshuishoudens toe. Ook ik behoor daartoe. Daniel Schreiber schreef een goed ontvangen boek over het alleen zijn: Alleen. Wat betekent het om alleen te zijn. Hoewel hij ruim tien jaar jonger is dan ik, is zijn achtergrond vrij vergelijkbaar met die van mij: enkele relaties achter de rug, inclusief samenwonen, en homoseksueel. Ik meende een boek te gaan lezen dat me interessante inzichten zou bieden in het alleenstaand zijn, maar het stelde me teleur. Schreiber citeert weliswaar een aantal boeiende filosofen en psychologen, maar zijn verhaal ademt grotendeels een negatieve sfeer. Eigenlijk voelt hij zich (te) eenzaam, wil hij diep in zijn hart graag 'aan de man' of beter: een heuse warmbloedige liefdesrelatie, en de coronaperiode met de lockdowns hakte er bij hem flink in. Ikzelf heb dat allemaal niet, en de lockdowns vond ik bij tijd en wijlen zelfs prettig: hoi, ik moet verplicht alleen zijn, laat ik daar nu allerminst moeite mee hebben. Ik verheerlijk niet het alleen-zijn, iedere leefvorm cq. burgerlijke staat heeft zijn voor- en nadelen, maar het boekje van Schreiber is meer een persoonlijke zelfanalyse van een gemis dan een objectieve verhandeling over die voor- en nadelen.
05 februari 2023
Chef 1
Het nieuwe (lees)jaar begonnen met het eerste deel van de tweedelige biografie van de tweede chefdirigent van het Concertgebouworkest: Willem Mengelberg (1871-1951). Een biografie 1871-1920 was bij verschijnen in 1999 de eerste objectieve en gedegen biografie van deze grote dirigent, die van 1895 tot in de Tweede Wereldoorlog van het Concertgebouworkest een eersteklas symfonieorkest maakte, grote componisten uitnodigde om hun werk in Amsterdam te dirigeren en in Nederland een steeds populairder publieke figuur werd. In dit eerste deel beschrijft Frits Zwart in gelukkig niet al te uitgebreide hoofdstukken de jeugd, studietijd en eerste verbintenissen als dirigent, waarna al snel de aanstelling in Amsterdam volgt. Daarna reist de ster van Mengelberg snel; allerwegen wordt hij als een groot dirigent beschouwd. Een tweede chefdirigentschap in Frankfurt en uitnodigingen uit Amerika en elders onderstrepen dat. Helaas zijn er uit deze periode geen opnames voorhanden die dat kunnen bewijzen, maar Zwart citeert voldoende bronnen (recensies van concerten, uitspraken van componisten als Mahler en Richard Strauss) die bewijzen dat Mengelberg een dirigent van grote klasse was. Zwart besteedt aparte aandacht aan de nauwe band die Mengelberg met Mahler en Strauss onderhield, en eindigt dit deel met het grote Mahlerfeest in 1920, een onbetwist hoogtepunt in de carrière van Mengelberg, maar daarnaast een voor die tijd unieke en vooruitstrevende artistieke gebeurtenis. Zwart was conservator bij de muziekafdeling van het Haags Gemeentemuseum waar het Mengelbergarchief is ondergebracht. Hij beschikte dus over de belangrijkste bronnen voor deze biografie, en ofschoon hij soms iets te droog/ambtelijk schrijft, is dit een uiterst onderhoudende biografie. Het tweede deel volgt spoedig.
28 januari 2023
Cirkel
In het nieuwe jaar heb ik inmiddels vijf boeken gelezen, maar er restte nog een tweetal die ik eind december las: twee delen Geheim dagboek van Hans Warren: Geheim dagboek 1987-1990 en Geheim dagboek 1990-1992. Hiermee is op deze weblog een cirkel voltooid: in november 2005 besprak ik hier als een van de eerste posts het deel 1987-1990 (zie hier de weblog) en in september 2006 het deel 1990-1992 (zie hier de weblog). Ik sta nog steeds achter wat ik toen over deze twee delen schreef; ik hoef er ook niet veel aan toe te voegen. De literaire zaken gaan goed, er wordt veel kunst gekeken en gekocht en de relatie met Molegraaf gaat meestal goed, maar vliegt soms volledig uit de bocht. Opvallend detail: aan royalty's komen forse bedragen binnen, maar kennelijk houden Warren en Molegraaf geen deel ervan achter voor de belasting. Iedere aanslag komt als een verrassing, en dan moet er weer bezuinigd worden. Dit jaar hoop ik de resterende delen te lezen!
02 januari 2023
3-in-1
30 december 2022
Moord
Het is alweer een tijd terug dat ik een deel las uit de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot. Ik heb inmiddels ruim een meter van die boeken gelezen maar er is nog veel te ontdekken. Van Fjodor Dostojevski las ik ooit, nog voordat ik in 2006 deze weblog begon, De gebroeders Karamazov, en daarna nooit meer iets van hem. Nu dan Misdaad en straf, in de moderne vertaling van Hans Boland. Dat moet er meteen bij gezegd, want daar is nogal het nodige over gezegd en geschreven, omdat Boland eigentijdse Nederlandse uitdrukkingen gebruikt die Dostojevski niet zo gekend kan hebben. Maar zonder op die details in te gaan: het boek leest als een trein, het Nederlands is vloeiend zoals weinig Nederlandstalige schrijvers schrijven. En voor de rest: het is een thriller (de eerste ooit, volgens sommigen) waarin treurnis en humor voortdurend stuivertje wisselen. De hoofdpersoon Raskolnikov wordt omringd door een bonte stoet kleurrijke figuren die allen een verhaal te vertellen hebben. Tja, dan kom je vanzelf op ruim 600 pagina's. In de epiloog concentreert Dostojevski zich tot de essentie, en daarin staan alinea's om in te lijsten. Ik weet niet of ik Misdaad en straf een meesterwerk vind, maar het is wel een boek dat je gelezen moet hebben. Ik heb me er drie weken enorm mee vermaakt.
28 december 2022
Opnieuw
In augustus herlas ik Bezonken rood van Jeroen Brouwers, een roman die ik rond mijn twintigste las en pas nu opnieuw (zie hier de weblog). Zo zijn er nog veel meer boeken die om herlezing vragen: toentertijd stonden ze in het middelpunt van de (of mijn) belangstelling, golden als het beste van de betreffende schrijver, maar hoe houden ze na 30 jaar stand? Ook: ik las ze toe ik rond de twintig was, soms zelfs eerder, als middelbare scholier, daarna nooit meer. Kon ik toen die boeken überhaupt op waarde schatten? Enfin, ik ga de komende tijd mijn boekenkast opnieuw ontdekken. Na Bezonken rood nu Een vlucht regenwulpen van Maarten 't Hart. Ik las het in 1982 toen ik anderhalve maand bij mijn oom en tante woonde; zij hadden een exemplaar in hun kast staan. Ik heb een uitgave uit De grote lijsters-serie van Wolters Noordhoff uit 1990, maar ik las dat exemplaar nooit, tot nu. En ja, ook deze doorbraak van Maarten 't Hart is alleszins de moeite van het (her)lezen waard. Typisch 't Hart: autobiografisch, heden en verleden vervlechtend, soms wat onbeholpen geschreven maar altijd oprecht uit het hart. En vol prachtige passages die je uit duizenden herkent, ook al heb je ze zelf niet meegemaakt. Ik zag ooit ook de verfilming, en bij vlagen kwamen passages daarvan tijdens het lezen in mijn herinnering, maar het boek is zoals bijna altijd sterker dan de verfilming ervan. Dat Maarten 't Hart nog niet de PC Hooftprijs is toegekend is een grof schandaal; hij is een schrijver die sinds eind jaren zeventig een constante stroom aan verrukkelijke boeken schreef. Ik ga zeker nog meer van zijn eerdere boeken herlezen, maar ook andere oude bekenden komen hier te zijner tijd voorbij.
20 december 2022
Kloten
Ruim anderhalf jaar geleden las ik de roman Wildevrouw van de Vlaming Jeroen Olyslaegers, een historische roman in boeiend-archaïsche taal geschreven (zie hier de weblog). Allerwegen werd zijn eerdere roman Wil hoog aangeschreven; ik las het onlangs. Interessant: eerder dit jaar las ik De draaischijf, de jongste roman van Tom Lanoye, over de bezettingsjaren '40-'44 in Antwerpen (deels ook in Den Haag). Lanoye wilde een krachtige oorlogsroman schrijven waar er in de Vlaamse literatuur in tegenstelling tot de Nederlandse niet veel van zijn. Hoe goed dat boek ook is (zie hier de weblog), al zes jaar eerder verscheen Wil van Jeroen Olyslaegers, waarmee De draaischijf opvallend veel gelijkenissen vertoont (of beter: De draaischijf vertoont veel gelijkenissen met Wil). In beide boeken is een artistiek ik-persoon aan het woord die op late leeftijd terugkijkt naar de oorlogsjaren in Antwerpen. En beiden stellen zich moreel-ambigu op: een beetje meeheulend, en een beetje in het verzet. Wil is sterker dan De draaischijf, minder breedsprakig, kernachtiger en ook meeslepender. Het viel me tijdens het lezen op dat Olyslaegers veel Vlaamse uitdrukkingen met 'kloten' hanteert. Nadat ik het boek gelezen had en op internet wat over het boek opzocht, zag ik een Youtube waarin Olyslaegers de hoofdpersoon eveneens met een Vlaamse uitdrukking typeert: als een tweezak, iemand die niet kon kiezen tussen meeheulen en zich verzetten. Prachtig uitgewerkt in deze roman!
30 november 2022
Achtergrond
Vlak voordat en nadat ik in januari 2021 naar Portugal verhuisde las ik enkele boeken om me 'in te lezen', met name Komrij en Woudstra - zie de auteurslijst hiernaast. Een vriendin stuurde me onlangs per post een boek dat ik toen eveneens gekocht en gelezen zou hebben indien ik het had opgespoord. Maar goed, daar zijn vriendinnen voor om je verder te helpen. De suffe titel Portugal! Portugal! Portugal! (verschenen in 2019) biedt een prachtige verzameling essayistische verhalen waarin schrijfster Lieke Noorman een achttal karakteristieke facetten van het Portugese leven en de Portugese geschiedenis uitwerkt. De Fado, het studentenleven in Coimbra, Bacalhau, dictator Salazar, Fátima en nog een paar: onderwerpen die zeker niet alles vertellen over, maar wel een goede basis leggen van wat in Portugal waardevol gevonden wordt. Ik begon najaar 2020 mijn Portugese leven in Coimbra, een week waarin ik op zoek ging naar een huurplek om van daaruit verder te zoeken, en sindsdien is Coimbra - op drie kwartier rijden waar ik nu woon - voor mij een stad die ik in mijn hart gesloten heb; ik kom er zeker eens per maand. Noormans beschrijving van het studentenleven past in het beeld hoe ik de stad ervaar. Noorman maakt zich er niet gemakkelijk vanaf; ieder onderwerp krijgt gemiddeld een kleine 40 pagina's tekst. Ofwel: goede onderzoeksjournalistiek. Een mooi boek dat een vertaling in het Portugees verdient.
24 november 2022
Aanslag
Na een paar taaie boeken was ik toe aan een pageturner; zo'n boek waar je als je erin begint te lezen opeens zestig pagina's verder bent. Ik kreeg Fidelio leeft nog van een goede vriendin cadeau en het voldeed precies aan mijn leesbehoefte. De achternaam is natuurlijk goed bekend, maar van Jonathan van het Reve, kleinzoon van Karel, had ik nog niet eerder gehoord. Hij is o.a. tekstschrijver voor Arjen Lubach, en beheerst de vlotte pen. In deze roman, eigenlijk zijn eerste, staat een terroristische aanslag gelijk aan die op de redactie van Charlie Hebdo centraal, maar nu gesitueerd in Amsterdam, en deze keer op de redactie van een populair televisieprogramma. De centrale man van dat tv-programma Fidelio is de enige overlevende, net als de ik-persoon die te laat op het werk verschijnt. Het verhaal concentreert zich vervolgens op de vraag waarom Fidelio de aanslag overleefde, en hoe die persoonlijk wraak wil nemen op een van de twee terroristen die wist te ontkomen. De ik-figuur steekt tegen de flamboyante Fidelio bijzonder flets en soms zelf suf af, maar Van het Reve bouwt de spanning goed op, en zet je als lezer uiteindelijk toch op het verkeerde been. Geen meesterwerk, want er zijn wat losse eindjes, maar dit is gewoon een heerlijk boek waar ik precies aan toe was.
12 november 2022
Mysterie
Ik las de afgelopen jaren biografieën van de componisten Schubert (hier), Beethoven (hier) en Bach (hier) en een biografie van Giuseppe Verdi stond stond sindsdien bovenaan mijn verlanglijst. Op internet werd die van Mary Jane Phillips-Matz (in het Engels) als beste bestempeld, dus ik kocht het online via de Slegte in Nederland. De verzendkosten waren zelfs meer dan de prijs van het boek; ik nam de foto hierboven in april j.l. vlak nadat het was bezorgd. Verdi. A biography bleek een taaie pil van bijna 800 pagina's exclusief noten etc. waar ik een half jaar over deed. Philips-Matz verschaft slechts de feiten, verzameld uit brieven, documenten, archieven waar anderen nooit eerder toegang toe hadden. Tja, dan is het een - voor Verdi-kenners - verhelderend boek. Maar je komt helemaal niets te weten over zijn muzikale drijfveren, over de kern van zijn compositorische uniciteit. Na al die 800 lange pagina's snap ik nog steeds niet hoe Verdi tot al die geweldige stukken kwam, van het slavenkoor uit Nabucco (zijn derde opera) tot en met Otello en Falstaff. Ik raak niet uitgeluisterd op Don Carlos, Il Trovatore, MacBeth, La forza del destino, Un ballo in maschera, Ernani, Nabucco, Otello, Simone Boccanegra, Aida, La traviata, Rigoletto en andere... Geen woord in deze biografie hoe Verdi deze meesterwerken componeerde, ze waren er opeens. Wel over hoe hij zich druk maakte over de uitvoeringen, over zijn reizen naar Parijs, Londen, Sint-Petersburg, etc. Verdi's verhouding tot vrouwen, met name Strepponi (met wie hij in het geheim trouwde) en daarna Stolz (beiden ideale Verdi-sopranen, volgens hemzelf) krijgt meer aandacht dan de ontstaansgeschiedenis van welke van zijn opera's ook. Ik ben een enorme liefhebber van Verdi, hoorde twee keer in de Scala van Milaan een Verdi-opera (hier en hier), maar in mijn zoektocht om het mysterie achter die fantastische muziek te weten te komen moet ik verder zoeken. Deze vuistdikke pil van Phillips-Matz leerde me een hoop feiten, maar niets over het mysterie.
06 november 2022
Vraag
Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken, maar tegelijkertijd probeer ik eerlijkheid hoog in het vaandel te houden. Enfin, ik kreeg Socrates op sneakers. Filosofische gids voor het stellen van goede vragen cadeau, maar dit boek van Elke Wiss las ik met steeds langere tanden uit. Volgens de sticker op het voorplat en ook volgens de copyrightpagina (ik las de 43ste druk - het boek verscheen twee jaar geleden), is dit een heuse bestseller, naar ik begreep een in zakelijke kringen veelgegeven cadeauboek. De 'filosofie' van Wiss is gebaseerd op die van Socrates, waarbij het niet-weten aan de basis staat van oprechte belangstelling in kennis en voor de ander, en van een goed gesprek. Wiss kauwt deze filosofie uit over 250 pagina's, terwijl het allemaal ook in 25 voldoende overtuigend uitgelegd had kunnen worden. Maar ja, dat verkoopt niet, dus Wiss betoont zich in dit boek vooral een meester in het doorouwehoeren, samenvatten en herhalen. Op zich knap natuurlijk om met zo'n opgeblazen boek veel geld bijeen te harken. De quotes van totaal onbekende 'professionals' voorin het boek zijn achteraf beschouwd hilarisch. Hun aanprijzingen doen me twijfelen aan hun gezonde verstand.
26 oktober 2022
Fax2
Eerder dit jaar las ik het eerste deel van de Faxen aan Ger van Nicolien Mizee, zie hier de weblog. Nu het tweede deel (er staan nog twee vervolgdelen op mijn plank met te lezen boeken, terwijl een vijfde deel inmiddels verschenen schijnt te zijn). De porseleinkast. Faxen aan Ger gaat verder waar het vorige deel stopte. Nog steeds verbazingwekkend dat iemand in 2018 een boek publiceert met faxen gedateerd tussen juli 1997 en juli 1998, alleen al de vorm is apart. Verder typisch Mizee (na twee eerdere boeken van haar kan ik het wel zeggen): volledig andersdenkend, soms heel saai of doorzeikend, maar bij tijd en wijle vreselijk grappig en origineel. En juist die pagina's maken het boek essentieel. In dit deel introduceert Mizee haar nichtje Bio van vijf, die een kopie op kleuterleeftijd van haarzelf lijkt. In alles afwijkend, maar recht uit het hart. Het kind heeft een oorverstopping die haar doof maakt. Haar biologisch-dynamische ouders willen niks weten van de medische wetenschap, dus laten het zo. Totdat Mizee (zus van Bio's moeder) het kind meeneemt naar een oorarts. Die verhelpt het probleem meteen. De ouders blijven nog steeds hard tegen het kind praten, wat ze altijd al deden, die dan droogkloterig antwoordt: 'Je hoeft niet zo te schreeuwen.' Het is geen topliteratuur, maar wel uiterst onderhoudend en uniek in de Nederlandse literatuur. Op naar het vervolg!
18 oktober 2022
Vluchten
Eerder dit jaar las ik twee boeken van Édouard Louis, de coming man van de Franse literatuur. Zie hier en hier. Nu zijn meest recente roman Veranderen: methode. Het is nauwelijks een roman te noemen, eerder een autobiografie in vertelvorm. Gingen de twee boeken hiervoor over zijn rauwe kinderjaren en jeugd, in dit boek over wat erna gebeurde: hij verlaat zijn ouders en gaat studeren in Amiens, wat al een enorme stap voor hem is. En daarna de grote sprong voorwaarts naar Parijs. In Amiens heeft hij een hartsvriendin, maar hij laat haar in de steek voor Parijs, hoereert zichzelf en wordt door oudere mannen vooruit geholpen. Zoals de titel al aangeeft is Louis vooral bezig te vluchten voor de ellende van zijn jeugd. Hoe goed en meeslepend hij ook schrijft: Louis weet vooral wat hij niet wil, en niet wat wel. In hoeverre dat een bewust uitgangspunt was om dit boek te schrijven: de toekomst zal het leren. Op zichzelf beschouwd is dit een 'roman' van een twintiger die zijn ellende van zich afschrijft, maar misschien is het wel een essentieel boek in zijn schrijversontwikkeling. Nogmaals: de toekomst zal het leren.
26 september 2022
Biograaf
Godfried Bomans stond in zijn jongere jaren in nauw contact met Lodewijk van Deyssel, de oude Tachtiger, eveneens woonachtig te Haarlem. Zie hier een heerlijke anekdote door Bomans over hun schaakpartijen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog legde de late tiener Harry G.M. Prick uit Vaals contact met Van Deyssel, en uit hun briefwisseling volgde een eerste bezoek enzovoort enzovoort. Later benoemde Van Deyssel de jonge Prick tot zijn officiële biograaf. Prick werd conservator bij het Letterkundig Museum in Den Haag, maar zijn levensroeping werd het schrijven van een meer dan vuistdikke tweedelige biografie van Van Deyssel. Ik kocht die twee delen onlangs, alsook wat Deysseliana, waaronder het dunne Herinneringen aan Lodewijk van Deyssel. Het is een onleesbaar langdradig geschreven boekje. Vreemd, want de luttele fragmenten die ik las in die tweedelige biografie zijn uiterst grappig en boeiend. In dit boekje vertelt Prick over hoe het contact met Van Deyssel tot stand kwam. Ooit nodigde mijn leraar Nederlands (zie hier) aan het Bernardinuscollege in Heerlen Harry G.M. Prick uit voor een vertelavond over Van Deyssel. Het was ergens in 1981/1982. Ik kan me die avond nog levendig herinneren, we hingen aan zijn lippen, een gedenkwaardige avond. Meer volgt wanneer ik hier die biografieën of wat Deysseliana bespreek.
23 september 2022
Filosofie
Ik las achter elkaar twee boeken van de Amerikaanse psychiater Irvin D. Yalom, die met zijn romans waarin bekende filosofen centraal staan groot succes heeft. In beide romans twee verhaallijnen, waarvan eentje over de betreffende filosoof, en de ander over het (relatieve) heden en waarin de waarde van de filosoof wordt uitgewerkt. Ik las allereerst Het raadsel Spinoza waarin de Amsterdamse filosoof Baruch de Spinoza (1632-1677) in zijn eigen verhaallijn handelend en sprekend wordt opgevoerd, en dat een aardig beeld geeft van zijn denkwijzen die de Joodse gemeenschap veel te ver gingen en die tot zijn excommunicatie (Cherem) leidden. In de andere verhaallijn staat nazi-ideoloog Alfred Rosenberg centraal, die alles wat Joods was per definitie minderwaardig vond, maar desondanks geïntrigeerd was door Spinoza. Een boeiend boek dat ik in sneltreinvaart uitlas.
Daarna las ik De Schopenhauerkuur waarin Yalom een zakelijk geschreven biografie van de Duitse pessimistische filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) koppelt aan de beschrijving van een lange serie (psychische) groepssessies waarin een van de deelnemers volledig in de ban is van Schopenhauer. Hoewel ik ook dit boek in een vloek en een zucht uitlas, vond ik dit minder geslaagd: de verslagen van de groepssessies vond ik veel te langdradig, en niet altijd nuttige bouwstenen in het geheel. Yalom heeft nog een andere roman geschreven, rondom Nietzsche, en dat wil ik ook wel lezen; je krijgt in een aantrekkelijke vorm toch een aardig beeld van een bekende filosoof.
05 september 2022
Meer evenwicht
Ik besprak in februari vorig jaar het Geheim Dagboek 1981-1982 van Hans Warren dat ik nog in Amsterdam las - dat was dus begin 2021 (zie hier de weblog). Ik woon alweer ruim anderhalf jaar in Portugal en meer dan een jaar in het geweldige huis dat ik hier kocht. Ik lees meer en meer, en achter elkaar de volgende delen van Warrens openhartige dagboek: Geheim Dagboek 1982-1983 en Geheim Dagboek 1984-1987. Het verschil in het omslagontwerp van beide delen is duidelijk genoeg: het deel 1982-1983 verscheen in 2000 toen Warren nog leefde, het deel 1984-1987 verscheen in 2004, drie jaar na zijn dood. Mario Molegraaf kreeg het aan de stok met Mai Spijkers van (toen nog) uitgeverij Bert Bakker - na enkele jaren verzoenden zij zich en werden de laatste delen van het Dagboek weer in de oude vormgeving uitgegeven. Inhoudelijk is er weinig verschil, dat wil zeggen: deze jaren waren wellicht Warrens gelukkigste jaren. Mooie reizen in de voetsporen van Kavafis naar Egypte en Griekenland, bezoeken aan en van dierbare vrienden (met name Gerrit Komrij en Charles Hofman), kunstaankopen, rijke diners, museumbezoeken en zo meer. Wel al de eerste haarscheuren in de relatie met Mario Molegraaf - het leeftijdverschil en -perspectief begon zich aarzelend te manifesteren. Ik schreef het al eerder: een kritische editie van de handgeschreven manuscripten en de uiteindelijke uitgaven in boekvorm zou zeer welkom zijn. Wat veranderden Warren en (zeker ook) Molegraaf aan wat Warren oorspronkelijk aan zijn tafeltje in het cahier schreef...? Ik heb er geen bewijzen voor, maar af en toe bekruipt me het gevoel dat de angels uit de teksten zijn gehaald. Desondanks: het herlezen van het Geheim Dagboek van Hans Warren is een heerlijke bezigheid; nog slechts een deel of zeven te gaan.
26 augustus 2022
Kamp
Het wordt tijd om een aantal boeken te herlezen die ik rond mijn twintigste las. Het overlijden van Jeroen Brouwers bracht me ertoe om Bezonken rood te herlezen. Dat bleek toen het in 1981 verscheen een uiterst goed verkopende roman te zijn, voor Jeroen Brouwers zijn eerste echte succes. Ik kocht het in 1984 en moet het toen ook gelezen hebben; ik kan me niet herinneren wat ik er toen van vond. Ik herlas het nu in een dag. Het is een uiterst krachtige compositie, waarin het overlijden van zijn moeder aanleiding vormt voor een verhaal over het toen en nu, en waarin Brouwers alles met elkaar laat samenhangen. Indringend zijn de beschrijvingen van het leven in het beruchte jappenkamp Tjideng, waarin hij met zijn moeder, grootmoeder en zus vanaf 1942 tot aan de bevrijding in augustus 1945 geïnterneerd zat. Brouwers schreef de laatste jaren louter meesterlijke romans, maar deze relatieve vroege (het was zijn vierde roman) behoort zonder twijfel tot zijn beste boeken.
02 augustus 2022
Theater
Nu Jeroen Brouwers onlangs overleed, acht ik Tom Lanoye de beste Nederlandstalige schrijver met een rijk oeuvre - wie anders? Hij is uiterst veelzijdig, en ofschoon ik zeker niet alles van hem heb gelezen overtuigt hij al lange tijd. Dit voorjaar verscheen zijn nieuwe roman, het lijvige De draaischijf. In interviews benoemt hij dit boek tot zijn belangrijkste roman tot nu toe, waarin hij naar eigen zeggen een flinke stap wilde zetten in het schrijven over de Duitse bezetting van Vlaanderen (met name: Antwerpen). In Nederland voldoende literatuur daarover, in Vlaanderen het tegenovergestelde. Het is een rijke, boeiende roman waarin Alex Desmedt vanuit zijn graf terugkijkt op zijn carrière als de toneelpaus van Antwerpen, voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Hij heeft een Nederlandse vriendin, joods, die op miraculeuze wijze de bezetting doorkomt, en een broer, dirigent, en sterk collaborerend. Desmedt vertelt een bont en van arrogantie volgezogen verhaal over zijn theatersuccessen, de relatie met zijn vriendin en zijn broer en over hoe hij zich door alle tegenslagen worstelt. Tegelijkertijd krijg je als lezer colleges over de Vlaamse literatuur en over het ensceneren van toneelstukken. Lanoyes opzet om een krachtige roman te schrijven over de oorlogstijd in Vlaanderen/Antwerpen vind ik niet voldoende geslaagd. Daarvoor krijgt het theateraspect teveel nadruk en krijgen de overleving van zijn joodse vriendin en de relatie met zijn collaborerende broer teveel een bijrol, terwijl die ieder apart een roman rechtvaardigen. Ook het bombardement op Mortsel Oude God krijgt alle aandacht, maar Neske Beks beschreef het al eerder veel indringender (zie hier). De inspiratie van Lanoye spat van de pagina's, en dat maakt dit boek alleszins leesbaar, maar naar mijn idee wilde hij teveel ineen.
26 juli 2022
Trás-os-Montes
Gerrit Komrij verhuisde in 1984 van Amsterdam naar Portugal, en huurde daar een groot landhuis in Alvites, een dorpje in de afgelegen noordoostelijke regio van Portugal Trás-os-Montes. Dat bleek geen succes; Komrij en zijn man Charles Hofman werden er uiteindelijk weggepest en ze vluchtten na vier jaar halsoverkop naar een andere streek. Uit de na Komrij's dood samengestelde bundel Brieven uit Alvites krijg je een aardig beeld van die vier jaar (zie hier de weblog). Vanwege 'Portugal' las ik de afgelopen twee jaar meerdere boeken van Komrij (zie de auteursindex - link rechts hiernaast), maar nog niet de roman waarvan ik dacht dat het zijn meest bekende en beste was: Over de bergen. Toen ik het boek uit had las ik op internet wat recensies, en die waren nagenoeg allemaal zeer negatief. Het zij zo, ik heb erg genoten van dit boek. Een begin-veertiger verruilt het stadse bestaan in Lissabon voor een geïsoleerd leven in een landhuis dat aan hem en zijn broers en zusters door een overleden tante is nagelaten. Een stichting geleid door de dorpspastoor mag nog een aantal jaren 'vruchtgebruiken' van wat het landgoed opbrengt, maar de hoofdpersoon kan er wel al gaan wonen. Aanvankelijk wordt hij warm onthaald. Maar zodra hij zich in het testament van tante gaat verdiepen en ziet hoe daarmee de hand wordt gelicht, slaat de stemming om. Een geweigerd huwelijksaanzoek doet de rest. Dit boeiende proces wordt door Komrij uiterst subtiel en gedetailleerd beschreven. In de eerste helft van het boek is er eigenlijk niets aan de hand, maar de ragfijne beschrijvingen van het huis, de schilderijen, het meubilair, de omgeving en de omgang met (notabele) dorpsbewoners leggen een prachtige basis voor het drama dat zich daarna ontvouwt. Proust of Couperus zouden misschien een nóg fijner en noodlottiger verhaal geschreven hebben, maar ik heb Over de bergen (in het Portugees: trás-os-montes) met groot genoegen gelezen.
11 juli 2022
Rauw
05 juli 2022
Boekenweek 2022
Boekenweekgeschenken zijn zelden goed. Hooguit zes en een halfje, meer niet. Ik denk dat het precies tien jaar geleden is dat het boekenweekgeschenk echt goed was (Heldere hemel van Tom Lanoye, zie hier de weblog). Maar nu dan eindelijk weer eens een prima boek: Monterosso mon amour. Een novelle van Ilja Leonard Pfeijffer. Veel reguliere boekenweekgeschenklezers haken waarschijnlijk in de eerste tien pagina's al af. Pfeijffer weeft daar een duister web waar zelfs ik moeite mee had. Maar dat begin heeft een functie, en daarna ontrolt een prachtig meerlaags verhaal dat tot op het eind stand houdt. De ontknoping in het vliegtuig terug naar Nederland is werkelijk een vondst, die uiteindelijk het hele verhaal draagt. Ja, een truc wellicht, maar wel eentje die ik nog niet eerder tegenkwam. Gewoon erg goed gedaan. Die Pfeijffer verrast enorm. Ik kijk al uit naar zijn volgende boek.
27 juni 2022
Fax1
Ruim twee jaar geleden las ik het uiterst verrukkelijke Moord op de moestuin van Nicolien Mizee (zie hier de weblog), en aldus de belangstelling in deze apart denkende schrijfster gewekt (Hij: Ik wil een terreinwagen. Zij: Maar we hebben geen terrein.) ging ik op zoek naar meer van haar. Er waren inmiddels enkele delen Faxen aan Ger verschenen en ook lovend besproken, dus ik kocht het eerste deel De kennismaking. Al na twintig pagina's was ik het spoor volledig bijster en legde ik het boek teleurgesteld weg. Onlangs facetimede ik met een dierbare vriendin die naast het opvoeden van drie kinderen en een drukke baan meer tijd aan het lezen van boeken besteedt dan ik, en we kwamen over dit eerste deel Faxen aan Ger te spreken. Soms moet je gewoon naar goede vriendinnen luisteren, dus pakte ik het boek uit de kast, begon opnieuw erin te lezen en raakte ik vervolgens een beetje verslaafd aan dit gekke boek. Want: welke schrijver komt er in 2017 op om een soort-van brievenboek te schrijven met faxen gericht aan een niet-antwoordend persoon, gedateerd tussen 1994 en 1997? Wie onder de veertig jaar oud weet überhaupt wat een fax is en hoe dat ding werkte? Het is typisch Nicolien Mizee: volledig andersdenkend (niet: tegendraads of out-of-the-box), maar gewoon redenerend op een andere golflengte. En dat maakt deze faxen zo enorm boeiend. De ik-figuur (genaamd Nicolien Mizee) is in alles anders, poseert naakt voor amateur-kunstschilders, schaaft eindeloos aan een filmscript, doet aan lesbisch stijldansen met een ex, en probeert afgekeurd te worden (want ze vindt zichzelf volledig ongeschikt om ergens te werken). Ze psychologiseert er soms iets te diepgravend op door, maar opeens beland je in situaties of volzinnen die je vol verrukking leest. Zoals deze (over een vriend van haar): Ook Evert is namelijk op zoek naar het allesomvattend geweldig ongelofelijke, maar hij zoekt het niet bij de messenjongens maar in het paranormale. Hij praat vol ontzag over vorige levens, over 'boodschappen van boven', over die 'vreemde liefde voor Spanje die hij heeft, waardoor hij vóelt dat Spanje iets bijzonders voor hem in petto heeft...' over zijn eeuwige verlangen zichzelf nou eens echt hélemaal in iets te verliezen... en dan duwt hij me weer een of ander door een zekere Sjaloem Sjaloom geschreven boekwerk in de hand dat De zeven chakra's van het succes heet, of Het Tiende Inzicht en van welks achterflap een gemene misdadiger met een Armanipak en een tulband ons allergriezeligst toegrijnst. Zulke zinnen maken boeken lezen tot het verrukkelijkste wat je kan doen.
12 juni 2022
Helft
04 juni 2022
Toeslag
Hier in Portugal ben ik nog niet in een hogere leesversnelling geraakt, ik lees eerder minder dan toen ik nog in Amsterdam woonde, maar die hogere versnelling gaat zeker wel komen. Er liggen vier gelezen boeken te wachten op bespreking, terwijl ik de eerste daarvan al eind maart/begin april las. In Zo hadden we het niet bedoeld. De tragedie achter de toeslagenaffaire analyseert Correspondent-journalist Jesse Frederik hoe het zo uit de hand kon lopen met hoe de overheid onschuldige burgers als criminelen ging beschouwen. Die affaire is tot op de dag van vandaag nog steeds niet opgelost, maar dit boek is een prima eerste analyse van de oorzaken. Sinds zo ongeveer drie jaar geleden de toeslagenaffaire een daadwerkelijke affaire werd, ligt de zwarte piet vooral bij de ambtelijke molens van de belastingdienst en het ministerie van Financiën. Degenen die die zwarte pieten uitdelen, de politici (van met name oppositiepartijen) en de media vergeten daarbij de eigen, minstens zo dubieuze rol. Frederik geeft enkele ontluisterende voorbeelden van journalisten en politici die binnen enkele jaren hun mening volledig omkeerden, en zich nu de ellende van de gedupeerden toe-eigenen, terwijl ze indertijd mede voor een keiharde behandeling van overtreders pleitten. Inclusief Pieter Omtzigt. Frederik is naar mijn mening soms een iets te rechtlijnige analist, maar zijn research is uiterst bewonderenswaardig. En bij journalisten helaas steeds zeldzamer. Ik beluister af en toe zijn podcast (met Rutger Bregman) en sta steeds weer versteld waar hij de tijd vandaan haalt om al die informatie tot zich te nemen en te gebruiken in zijn analyses. Dit boek is daar een sterk staaltje van. Erg knap.
22 mei 2022
Bestendiging
Een paar maanden geleden las ik het eerste deel van wat een cyclus van vier delen over de Italiaanse fascistische dictator Benito Mussolini moet worden (zie hier de weblog over dat eerste deel). Een geweldig boek, een roman, maar eveneens een op ware bronnen gebaseerde kroniek. Ik las nu het tweede deel van de cyclus: De man van de voorzienigheid. In dit deel, over de jaren 1925-1932, bestendigt Mussolini zijn dictatuur, wordt hij meer en meer absoluut heerser. Antonio Scurati citeert bronnen (krantenartikelen, brieven etc.) en hangt daaraan de dag-in-dag-uit levensbeschrijving van Mussolini. Net als dat eerste deel is dit een uiterst originele maar vooral: levensechte roman. Het boek eindigt niet voor niets eind 1932. Enkele weken later werd in Duitsland een andere dictatuur gevestigd die die van Mussolini in de schaduw zou stellen. Dat nog te verschijnen derde deel moet daardoor nog interessanter worden. Maar tjonge, wat een kracht hebben dat eerste en dit tweede deel!
17 april 2022
Zeven
Ik werkte tot oktober 2019 een aantal jaren bij Wijzer in geldzaken, onderdeel van het ministerie van Financiën. Vlak voordat ik er vertrok hield Joris Luyendijk een lezing (met borrel na) en dat ging over zijn onderzoek naar de voordelen die mensen in hun carrière hebben als ze aan een aantal kenmerken voldoen. Ik herinner me die lezing nog goed; het was een krachtig verhaal, en ik dacht al: daar zit een boek in. Pas onlangs verscheen het: De zeven vinkjes. Hoe mensen zoals ik de baas spelen. Kern van zijn betoog: Nederland wordt bestuurd door mensen die zes of liefst zeven van die zeven kenmerken hebben: minstens een hoogopgeleide en/of welgestelde ouder, minstens een in Nederland geboren ouder, man, hetero, wit, gymnasium of vwo, universiteit. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar inderdaad: die bevestigen de regel. De belangrijkste wetgevende, uitvoerende en controlerende organen (inclusief de media) worden geleid door mensen die zeven (soms zes) vinkjes hebben. Enfin, in het boek geeft Luyendijk voldoende voorbeelden. In tegenstelling tot wat ik me van die lezing herinner, concentreert Luyendijk zich naast deze theorie vooral op zichzelf: wat zou er van hem geworden zijn als hij niet die zeven kenmerken had kunnen aanvinken. In die lezing ging het juist vooral over de mensen die er maar twee of drie hebben, de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking. Die dus niet weten hoe je een onterecht vmbo-schooladvies over je kind moet aanvechten, die niet via connecties een huurhuis voor hun kinderen kunnen regelen, die niet een doeltreffend bezwaarschrift tegen een boete kunnen schrijven, etc. Ik hoor het hem nog zeggen tegen de verzamelde Financiën-ambtenaren: jullie behoren tot die drie procent zes/zeven-vinkers die wetten maken die die overige 97% niet begrijpt. De toeslagenaffaire is er het gevolg van (zie twee boeken hierna). Luyendijks boek viel me dus een beetje tegen, juist omdat ik zijn lezing in 2019 zo krachtig vond. Maar de kern van zijn boodschap staat er wel degelijk in. Dat zijn boek veel kritiek kreeg van mensen die zich aangesproken voelden, onderstreept die boodschap alleen maar. Overigens: niet alle vinkjes vind ik even overtuigend onderbouwd: man en hetero. Voldoende vrouwen die ook tot de elite weten door te dringen, en de seksuele geaardheid maakt veelal weinig meer uit (want geen issue bij benoemingen). Ondanks alle kanttekeningen: een boek dat duidelijk maakt dat onze maatschappij grondig (en gevaarlijk) verdeeld is.
01 april 2022
Natuur
Tussen 2017 en 2019 herlas ik de memoires Verhaal van een leven van Konstantin Paustovski, in drie delen opnieuw uitgegeven in de Russische bibliotheek van Van Oorschot (zie de leeslogs hier, hier en hier). In 2020 verscheen bij dezelfde uitgeverij een dikke bundel verhalen De muziek van de herfst. Verzamelde verhalen. Ik kocht het boek eind 2020 vlak voordat ik verhuisde naar Portugal, nam het mee als reisbagage maar las het pas de afgelopen twee maanden. Het merendeel van deze 57 verhalen (tezamen ruim 600 pagina's) schreef Paustovski tijdens de Stalinperiode, dus hij moest uiterst voorzichtig formuleren. In veel verhalen staat de natuur centraal, en zoals de memoires bewijzen is Paustovski daarin op zijn best. Veel verhalen zijn in de ik-verteltrant geschreven, dus heel gemakkelijk om daarin de auteur te zien. Hij reist half Rusland door, van de koude noordelijke streken (Karelië), via de hooggebergten van de Kaukasus naar de onverbiddelijke woestijnen in het zuiden. Rivieren, zeeën, bossen: Paustovski beschrijft ze onnavolgbaar prachtig, ook al is die natuur soms bijna dodelijk. In sommige verhalen voert de verbeelding de boventoon: Mozart en Grieg krijgen een uiterst humane rol toebedeeld. En bovenal: veel verhalen zijn geen verhalen, want plotloos, gewoon een beschrijving van iets. Prachtig boek, helaas iets te slordig in de (ontbrekende) annotaties.
22 maart 2022
Extra
Het wordt hoog tijd dat ik Gerard Reve ga herlezen. Het merendeel van zijn boeken las ik voordat ik in 2005 aan deze leeslog begon; in de auteursindex (zie hiernaast) staan wel een paar boeken, maar ook die las ik tien jaar geleden en daarvoor. Onlangs verscheen uit het niets een bundel met 19 brieven aan televisiemaker Jef Rademakers. Zeer Fijne Boy. Brieven aan Jef R. (1986-1997) is voor Reve-liefhebbers vooral een feest der herkenning en van stilistische eigenzinnigheid en schoonheid. Inhoudelijk diepgravend is het allemaal niet, maar iedere brief van Reve verdient het om gepubliceerd en gelezen te worden. 19 brieven slechts, maar zeer fraai uitgegeven en geannoteerd. De voor- en nawoorden zijn een beetje obligaat. Desondanks een zeer fijn boek.





































