Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
18 juni 2020
Koud
Ik las in de afgelopen tien jaar al een achttal boeken van Frank Westerman (zie de auteursindex hiernaast), en was op een gegeven moment een beetje gewend aan zijn journalistiek en stijl. Maar onlangs werd me ten sterkste aangeraden zijn nieuwste boek De wereld volgens Darp te lezen. En inderdaad, een aanrader. Nieuw is de inhoud overigens niet - het boek bevat een verzameling artikelen die eerder in de NRC, de Volkskrant, HP/De tijd etc. verschenen, maar ze zijn nog steeds zeer leesbaar. De ondertitel dekt de lading van het boek: De nagalm van de Koude Oorlog sinds de val van de muur. Westerman reist naar landen en streken waar de val van het communisme op dat moment plaatsvindt (Roemenië), zijn sporen vers heeft nagelaten (Balkan) of waar de val nog niet of nooit plaatsvindt (Cuba). En naar vele andere oorden die iets te vertellen hebben over het oude communisme en/of de Koude Oorlog. Te beginnen in het Drentse Darf, waar de Amerikanen een geheime legerbasis hadden. Ik stond in 1981 als zestienjarige op schoolreis naar Berlijn aan weerszijden van de Brandenburger Tor naar de beide kanten van dezelfde muur te kijken, reed een jaar of vijf geleden met toeristenhuurauto op dezelfde weg langs de Varkensbaai op Cuba (met al die krabbetjes op de weg), maar Westerman maakt je thuis in nog zoveel andere interessante en vreemde plekken die ooit mysterieus tot de vijandige andere wereld behoorden. Toch weer een mooi boek van Westerman.
16 juni 2020
Klein
Na twee andere boeken van Gerrit Komrij over zijn leven in Portugal die ik eerder dit jaar las (hier en hier) nu een verzameling stukjes over het dorp Vila Pouca da Beira waar Komrij tot vlak voor zijn dood woonde. Ook dit boek is samengesteld uit stukjes die eerder in NRC Handelsblad verschenen. Het is wat taaiere kost dan de twee andere boeken, omdat Komrij in korte verhalen de aard van het dorp en zijn bewoners probeert te schetsen - en eigenlijk is Komrij denk ik meer een schrijver voor het langere, meliger verhaal. Maar goed, de authenticiteit spat van de pagina's en er zijn tegenwoordig maar weinig schrijvers in de Nederlandse literatuur die het niet over zichzelf hebben, maar gewoon hun omgeving proberen te verwoorden, ook al zijn zij onderdeel van die omgeving.
Het wordt tijd voor een wederopstanding van schrijvers die weer ouderwets goede verhalen vertellen, waaruit totaal niets over de schrijver zelf valt af te leiden, behoudens hooguit zijn schrijfstijl.
Het wordt tijd voor een wederopstanding van schrijvers die weer ouderwets goede verhalen vertellen, waaruit totaal niets over de schrijver zelf valt af te leiden, behoudens hooguit zijn schrijfstijl.
04 juni 2020
Jeugd
Ik las in voorbije jaren enkele zeer geslaagde boeken van Amos Oz, zie de auteursindex hiernaast, maar ik wist ook dat zijn echt grote werk nog lag te wachten. Nu dan. Een verhaal van liefde en duisternis wordt beschouwd als een meesterwerk en dat is het ook. Het is geenszins een roman, alswel een kroniek van een jeugd, van zijn familie, van de geboorte van zijn land en van een zoektocht naar menselijkheid. Net als in Judas (hier) en Zwarte doos (hier) weeft Oz meerdere verhaallijnen door elkaar, maar alles uiterst vanzelfsprekend en zelfs noodzakelijk. Als je de Nederlandse Wikipediapagina over Oz leest, dan krijg je de feiten die ook in dit boek staan. Maar in deze kroniek lees je daarnaast en vooral over ooms en tantes die in Polen en Odessa verliefd werden, op tijd naar Palestina vertrokken (sommigen niet...), over hun levenswandel in Jeruzalem, over de huichelachtige Engelsen die er de boel de boel lieten, over Ben Goerion, over Oz' depressieve moeder en autistische vader, over het leven in een kibboets, en wat niet al. Oz knoopt al deze elementen tot een coherent en vooral boeiend en meeslepend geheel. Ik deed bijna een maand over dit boek, domweg omdat je in twintig pagina's zoveel voorgeschoteld krijgt dat je tijd nodig hebt om dat te laten bezinken. Onbegrijpelijk dat Oz niet de Nobelprijs kreeg toegekend. Alleen al dit boek moest daartoe leiden.
01 juni 2020
Boos
In de onvolprezen serie privé-domein zijn meerdere uitgaven verschenen van twee schrijvers die mij om onduidelijke redenen al heel lang intrigeren: ik ken ze alleen omdát ze in die serie zijn opgenomen, maar verder niet. Bij de meeste anderen uit de serie zijn de dagboeken, memoires of brievenbundels een aanvulling op hun hoofdwerk (romans, verhalen etc.), maar van Paul Léautaud en Alexander Herzen ken ik geen ander werk. Léautaud staat nog even intrigerend in de wachtkamer; ik kocht een jaar of drie geleden bij een antiquariaat de eerste drie delen van de vijf Feiten en gedachten-delen van Herzen die als privé-domein verschenen. Ik las nu dan eindelijk, verspreid over een maand of vier, Feiten en gedachten. Memoires 1812-1838, het eerste deel van de vijf. Alexander Ivanovitsj Herzen, als bastaardkind geboren uit een Russische vader en Duitse moeder, ontpopte zich als een onafhankelijke geest en bechrijft in dit eerste deel zijn jonge jaren. De wijze waarop tsaar Nicolaas I in 1825 de Dekabristenopstand afhandelde en een repressief beleid voerde tegen iedere vorm van verzet of vermeende kritiek (Stalin deed het ruim honderd jaar later nauwelijks meedogenlozer), vormde Herzen als een scherp dissident. Als begin twintiger werd hij verbannen, en keerde pas vele jaren later terug. In dit deel beschrijft hij zijn jeugd, studentenleven en de eerste jaren van zijn verbanning. De eerste helft van het boek is wat taai, omdat Herzen veel ruimte geeft aan het beschrijven van zijn afkomst, familie, enzovoort. Maar gaandeweg wordt zijn verhaal meeslepender en bloemrijker. De volgende delen ga ik zeker ook lezen.
28 mei 2020
Homo S.
Al een maand niet geblogd - wel enkele dikke doorwrochte boeken gelezen, dus een inhaalslag te maken, te beginnen met een moderne klassieker. Ik zag velen het boek lezen in de trein toen er nog dagelijks getreind werd. De Israëlische historicus Yuval Noah Harari vatte een kleine tien jaar geleden de geschiedenis van de mensheid samen in ruim 400 pagina's. Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid is tot ruim de helft van het boek een uiterst interessante en verfrissende kijk op onze afkomst. Alsook een verontrustende kijk. Er waren ooit meerdere menssoorten, maar toen de Sapiens de wereld over trok ging het mis. De andere soorten dolven het onderspit, en daarna maakte de Sapiens het zichzelf steeds moeilijker. Halverwege het boek is er een kantelpunt waar Harari de feitelijke beschrijvingen begint te voorzien van persoonlijk commentaar. De gebeurtenissen beschrijft hij vervolgens als keuzes, en die betreurt hij. Door de keuze van de Sapiens om op een plek te gaan boeren en daarbij steeds grootschaliger te worden, maakte de soort het zichzelf alleen maar moeilijker. Vergelijkbaar met de industrialisatie, waarbij steeds meer mensen een onmenselijker bestaan gingen leiden. Ik volg Harari's redeneringen, en had het boek niet willen missen. Maar het boek lijdt aan waar veel geschiedenissen aan lijden: in de eerste helft worden (tien)duizenden jaren behandeld, en in de tweede helft de laatste vijfhonderd. Daarover zijn echter al vele bibliotheken volgeschreven dus die hoeven niet opnieuw samengevat. Nu sloeg ik het boek dicht met de gedachte dat Harari een boodschap wilde meegeven over de huidige tijd, en die boodschap wilde onderbouwen door een geschiedenis van de heerszuchtige Sapiens te geven. Wanner hij ergens rond de farao's was gestopt, had ik het boek subliem gevonden. Vanwege die eerste helft daarom een zeer interessant boek.
28 april 2020
Drijfveer
Na ik afgelopen december en januari van Oek de Jong Opwaaiende zomerjurken (hier) en Cirkel in het gras (hier) las, nu zijn eerstvolgende, en pas vele jaren later verschenen roman Hokwerda's kind. Vergeleken met die twee eerste, en zeer bejubelde, romans is Hokwerda's kind veel vloeiender geschreven, leesbaarder, eigentijdser. Hoofdpersoon Lin is een mooie meid, halverwege de twintig en toe aan een vent die haar het leven en het bed in trekt. Dat gebeurt dan ook, maar er gaat voortdurend en vanalles mis. Er volgt een andere vent, een tegenovergesteld iemand, en na jaren gaat ook dat verkeerd. Ondertussen kan ze die eerste niet vergeten, en zo gaat ze van de een naar de ander. Het loopt allemaal dramatisch af. Geslaagd aan het boek is dat de aanvankelijke sympathie voor mooie geile Lin geleidelijk omslaat in antipathie. Pas nadat je het boek uit hebt voel je je beetgenomen door haar puberale gedrag. Haar twee lovers gaan verschillend met haar om, maar krijgen haar niet ontdooid. De roman kent echter ook zwakke elementen. Allereerst de uiterst onnatuurlijke, of beter: onbegrijpelijke afwezigheid van normale communicatie tussen de hoofdpersonen. Ja, iedereen heeft zo zijn eigenaardigheden, maar zelden een boek gelezen waar de hoofdpersonen zich zo zwak uiten. Verder zit er in de zo ogenschijnlijk ideale relatie met Jelmer een breuk van twee jaar. Het ging goed, vervolgens twee jaar niks, en dan opeens begint het gedonder. Op de eerste bladzijden na die twee jaar (deel vier, hoofdstuk 1) gaat het (ook romantechnisch) fout: je komt met je vriend in een café, ziet een kennis uit lang daarvoor, stuurt je relatie naar het terras en blijft vervolgens twintig minuten met die kennis kletsen. Tja, dat is het begin van het einde van je relatie. Maar zo horkerig is niemand, tenzij je van je relatie afwil. Maar dat wordt hier niet beschreven/uitgelegd. De relatie met de vader is eveneens te weinig uitgediept om het gedrag van Lin te verklaren. Op veel fronten een lekker leesboek, maar zulke missers maken het boek voor mij niet geslaagd.
19 april 2020
Actueel
In de jaren zeventig en tachtig las ik als zelfverklaard maar weinig bekwaam links-intellectuele tiener vooral Camus en Sartre. Van hun tegenstelling snapte ik niks (ook niet van henzelf), maar ik deed wel alsof: comme il faut. De vreemdeling (L'etranger) van Albert Camus stond op mijn boekenlijst bij het vak Frans, maar naast dat rare boek genoot ik veel meer van De pest (La peste) dat ik gewoon voor mezelf in het Nederlands las. Goede vriend JS las het onlangs en postte dat op fb, en het spoorde me aan mijn in 1987 gekochte exemplaar uit de boekenkast te pakken en het te lezen. Ik kocht dat exemplaar nadat ik De pest enkele jaren daarvoor al gelezen had. Ik weet nog dat het zoveel indruk maakte dat ik het in mijn verzameling boeken wilde hebben. De vertaling van Willy Corsari is wat archaïsch, maar wat een mooie zinnen, en wat een grandioos boek. Plaats van handeling: de Algerijnse havenstad Oran. De pest komt, zaait dood en verderf, en gaat. Er gebeurt eigenlijk niet veel, maar er staan zinnen in het boek die nu ook in de kranten en de online media zijn te lezen. Grappig: als je googlet op albert camus de pest vind je opvallend veel verslagen van deze en vorige maand. Een lezenswaardige en uitgebreide bespreking vind je hier. Tot slot: Camus schreef het boek tijdens (?) of in elk geval vlak van de Tweede Wereldoorlog. Het verscheen in 1947. Maar nergens wordt in het verhaal enige tijdsaanduiding gegeven. Over de oorlog wordt met geen woord gerept. De buitenwereld speelt namelijk geen rol. De stad is afgesloten, zit in quarantaine. Dus wat zich daarbuiten afspeelt doet niet ter zake. Prachtig perspectief!
13 april 2020
Olie
Na het na zijn dood samengestelde boekje Brieven uit Alvites (zie hier) nu de oorspronkelijke bundel Een zakenlunch in Sintra en andere Portugese verhalen van Gerrit Komrij; het verscheen in 1996. Het is een bundel vol verwondering over en bewondering voor de Portugese gebruiken, en over hoe hij zich, na een leven in het literaire Amsterdamse ons-kent-ons-wereldje eraan probeert aan te passen. De bureaucratie (voor alles is een formulier nodig, zelfs een formulier om een ander formulier aan te vragen), de plaatselijke politiek en het niet nakomen van afspraken: Komrij beschrijft het in droogkomisch proza. Ook grappig zijn de drie verhalen waarin hij met Nederlanders wordt geconfronteerd. Bij toeval komt hij aan de weet dat vlakbij twee Nederlandse kruidenvrouwtjes wonen die in bloemetjesjurken de maan aanbidden. In gedachten broedde ik plannen uit om die nacht wijntonnen met kokende olie de berg af te laten rollen. Om een lawine te veroorzaken, met kei op kei op kei. Om een beddenlaken over mijn kop te trekken en als fopdruïde, zwaaiend met een winterwortel, die gekkinnen de stuipen op het lijf te jagen. Gewoon een fijn boekje van een schrijver die mooie zinnen schrijft.
09 april 2020
Opnieuw
De laatste keer dat ik een boek van Arthur Japin las, was zijn boekenweekgeschenk De grote wereld in 2006 (zie hier de weblog). Ik was toen net een klein halfjaar eerder gestart met deze leeslog. In de jaren daarvoor las ik zijn romans De zwarte met het witte hart, Een schitterend gebrek en De overgave. Die eerste twee vond ik geslaagd, de laatste allerminst, evenals dat boekenweekgeschenk. Ik vond Japin in zijn teksten ijdelheid uitstralen, bedachte esthetiek bedrijven. Ik weerhield me jarenlang het in 2008 verschenen en veelgeprezen privédomeindeel Zoals dat gaat met wonderen. Dagboeken 2000-2007 te lezen. Nu onlangs verscheen het vervolg Geluk, een geheimtaal. Dagboeken 2008-2018. Ik las beide boeken in ruim een week uit, ze lezen als een trein. Japin heeft een boeiend leven, reist de hele wereld over, ontmoet groten der aarde, staat in het literaire centrum der belangstelling, leeft samen met twee mannen die ieder aan de weg timmeren, en later dreigt zelfs een vierde allerliefst heerschap zich aan te sluiten, maar dat gaat opeens niet door. Daarna raakt Japin ernstig depressief, waar hij pas laat van herstelt.
Hoe lezenswaardig alles ook, na die 800 pagina's dagboeken heb ik - naar mijn gevoel althans - nog steeds niet de ware Japin leren kennen. Hij vertelt vrijuit over zijn activiteiten, over de harmonie met zijn twee mannen, de bezoeken aan waar dan ook, zijn warme vriendschappen met Joop en Janine van den Ende, Erwin Olaf en nou ja, met wie niet, maar de notities blijven aan de oppervlakte, lijken opgeschreven om uitgegeven te worden. De fotokaternen in beide boeken hebben een te opvallend kijk-mij-eens-gehalte. Intimiteit en huiselijkheid ontbreken, dieper inzicht in de aard van zijn schrijverschap (hij publiceert tijdens deze 18 jaar meerdere romans en ander werk) krijg je niet bepaald - daar had ik graag over willen lezen, in plaats van de bezoeken aan het Boekenbal en de uitreiking van literaire prijzen, de warme woordjes van zijn mannen en de etentjes met Joop en Janine en de goede flessen wijn erbij etc. Het doet een schrijver niet goed wanneer hij met zijn uitgever samenleeft.
Hoe lezenswaardig alles ook, na die 800 pagina's dagboeken heb ik - naar mijn gevoel althans - nog steeds niet de ware Japin leren kennen. Hij vertelt vrijuit over zijn activiteiten, over de harmonie met zijn twee mannen, de bezoeken aan waar dan ook, zijn warme vriendschappen met Joop en Janine van den Ende, Erwin Olaf en nou ja, met wie niet, maar de notities blijven aan de oppervlakte, lijken opgeschreven om uitgegeven te worden. De fotokaternen in beide boeken hebben een te opvallend kijk-mij-eens-gehalte. Intimiteit en huiselijkheid ontbreken, dieper inzicht in de aard van zijn schrijverschap (hij publiceert tijdens deze 18 jaar meerdere romans en ander werk) krijg je niet bepaald - daar had ik graag over willen lezen, in plaats van de bezoeken aan het Boekenbal en de uitreiking van literaire prijzen, de warme woordjes van zijn mannen en de etentjes met Joop en Janine en de goede flessen wijn erbij etc. Het doet een schrijver niet goed wanneer hij met zijn uitgever samenleeft.
07 april 2020
Medicijn
Vlak voordat de thuisquarantaine werd ingesteld was ik bij vrienden op bezoek en daar werd me Moord op de moestuin aanbevolen, een in een jaar tot tien drukken uitgegroeide melige thriller van Nicolien Mizee, dat ik in een paar dagen met groot plezier las. Een echtpaar gaat met een bevriend echtpaar een zomer op bezoek bij voormalige vriendinnen die een landgoed beheren, waarop een streep moestuinen gevestigd is, onderhouden door een collectie vreemde types. De echtparen, die vriendinnen, en de moeder van die vriendinnen zijn eveneens geenszins alledaags. Maar bovenal zijn allen flink van de tongriem gesneden. De dialogen zijn werkelijk verrukkelijk: Hij: Ik wil een terreinwagen. Zij: We hebben geen terrein. Alsook de terloopse verhalen over de egelopvang en het nachtelijke sjoelen. Je schiet voortdurend in de lach bij dit boek - het is zo (on)alledaags hollands lichtvoetig. Het verhaal - er vallen doden! - is te eendimensionaal om het grandioos-literair te kunnen noemen, maar ik heb me er enorm mee vermaakt.
05 april 2020
Samengevoegd
In de auteursindex ontbrak tot nu, althans totdat ik die zal hebben bijgewerkt, Gerrit Komrij. Ik las ooit voordat ik deze weblog startte twee boeken van hem: Verwoest Arcadië (waar ik - kennelijk te jong nog - niks van snapte) en direct na verschijnen De klopgeest (dat mij enorm tegenviel). Misschien moet ik Verwoest Arcadië eens gaan herlezen, maar ook zijn andere boeken in mijn boekenkast die ik ooit kocht maar nooit las. Door mijn Portugal-focus las ik op het moment van dit schrijven reeds twee andere boeken van Komrij, een derde zojuist aangekochte ligt te wachten. Brieven uit Alvites is een door Mark Schaevers samengestelde dunne bundel herinneringen aan Alvites, de eerste verblijfplaats tussen 1984 en 1988 van Gerrit Komrij en Charles Hofman. Ze huurden daar een enorm landhuis; uiteindelijk werden ze er weggepest en zochten ze hun heil elders in Portugal. Schaevers stelde de bundel samen uit dagboeken, nagelaten notities, columns, brieven, interviews etc. Het is een uitermate sfeervol en vermakelijk boekje. Grote kans dat ik pas op mijn bejaarde leeftijd ontvankelijk ben geworden voor Komrij's stijl - je moet er kennelijk een wat belegen levenshouding op nahouden. Ter illustratie een beschrijving van een kerkmis - Komrij deed er alles aan zich te mengen in het dorpse leven: Doorgaans duurt de mis een halfuur, en geen minuut langer. De zielenherders gaan van de weldadige opvatting uit dat de kerkdienst er is om de schapen te amuseren en niet om ze te vervelen, en daarom weten ze als geen ander wat afraffelen is. Wat een voorrecht in een land te wonen waar men er niet van uitgaat dat je alvast een voorschot op de hemel geniet door urenlang op een harde kerkbank het vel van je kont te schuren om, in een daarbij ook nog winderige en klamme beuk, naar een preek te luisteren waar geen einde aan lijkt te komen. Hier is het opstaan, zitten, opstaan - belletje, ouweltje, prevelementje - en, hup, de kerk uit. Ik las dit fragment op het treinstation van Utrecht, wachtend op een aansluiting. Ik schaterde de halve hal bijeen. Ach ja, toen er nog zulke missen gegeven werden en je - decennia later - nog onbezorgd met de trein kon.
03 april 2020
Extra
Ik heb zeker anderhalve meter boeken van Jeroen Brouwers in mijn kast, en ofschoon ik niet pretendeer dat die alles bevat wat hij gepubliceerd heeft, probeer ik toch redelijk bij te blijven. In zijn onlangs verschenen roman Cliënt E. Busken (zie hier de weblog) is achterin een bibliografie opgenomen en daaruit leerde ik dat ik het verschijnen van zijn tiende editie Feuilletons in 2018 gemist had. Het fraai uitgegeven Laatste plicht. Terugdenken aan Hans Roest is een niet minder fraai geschreven hommage aan een oud leidinggevende bij de Geïllustreerde Pers in Amsterdam, die Brouwers een stevige duw in de rug gaf richting het schrijverschap. Uit wat er aan geschreven nalatenschap bewaard gebleven is, stelde Brouwers een levensbeschrijving van Roest samen. Geen gemakkelijke opgave, want Roest liet weinig na, en tijdens zijn leven was hij uitermate bedreven in het niet spreken over zijn persoonlijke leven. Uit een troep losse scherven wist Brouwers desondanks een zeer lezenswaardig verhaal samen te stellen, inclusief subliem geformuleerde zinnen en een licht verwijtende ondertoon dat Roest het hem niet gemakkelijk maakte.
30 maart 2020
Boekenweek 2020
Het jaarlijkse boekenweekgeschenk betrof dit keer een unicum: Annejet van der Zijl schreef voor het eerst een non fictie-verhaal; in het nawoord werd duidelijk dat het geschenk een uittreksel van een later te verschijnen boek is dat veel omvangrijker is opgezet. Leon & Juliette is een boeiend verhaal over Leon Herckenrath, afkomstig uit het Westland, die begin negentiende eeuw zich aan de grote oversteek naar de Verenigde Staten waagt en in Charleston, South-Carolina terechtkomt. De rassenscheiding en slavernij zijn daar nog de gewoonste zaak van de wereld, maar de liberaal-nuchtere Leon raakt verliefd op een negermeisje en krijgt met haar meerdere kinderen. Alles in het geheim en met gevaar voor eigen leven. De liefde gaat voor en Leon en Juliette weten hun kinderen en zichzelf naar het koude Holland te smokkelen. Het verhaal gaat daarna een beetje als een nachtkaars uit; na het beschreven duel en het elkaar in veiligheid brengen had er eigenlijk nog een laatste spannend element toegevoegd moeten worden om dit een volledig geslaagd boekenweekgeschenk te laten zijn. Het verhaal bloedt een beetje dood helaas.
Het boekenweekessay van Özcan Akyol had al voor verschijnen het nodige stof doen opwaaien, omdat Akyol in zijn essay de boekenbranche, en met name het literaire grachtengordelwereldje zelf op de korrel neemt. Tijdens lezingen in de provincie en bezoeken op scholen viel hem op hoe belangrijk het is om mensen aan het lezen te krijgen. Zijn tv-optredens worden door de literaire inner circle afgedaan als populaire flauwekul. In Generaal zonder leger trekt Akyol ten strijde tegen dit clubje en schuwt naam en toenaam niet. Een krachtig verhaal, dat wat mij betreft zelfs nog wat scherper had mogen zijn. Niet dat ik het per se overal met hem eens ben, maar als je ten strijde trekt mag dat met volle wapenuitrusting. Desondanks een nuttig boekenweekessay.
Het boekenweekessay van Özcan Akyol had al voor verschijnen het nodige stof doen opwaaien, omdat Akyol in zijn essay de boekenbranche, en met name het literaire grachtengordelwereldje zelf op de korrel neemt. Tijdens lezingen in de provincie en bezoeken op scholen viel hem op hoe belangrijk het is om mensen aan het lezen te krijgen. Zijn tv-optredens worden door de literaire inner circle afgedaan als populaire flauwekul. In Generaal zonder leger trekt Akyol ten strijde tegen dit clubje en schuwt naam en toenaam niet. Een krachtig verhaal, dat wat mij betreft zelfs nog wat scherper had mogen zijn. Niet dat ik het per se overal met hem eens ben, maar als je ten strijde trekt mag dat met volle wapenuitrusting. Desondanks een nuttig boekenweekessay.
29 maart 2020
Plannen
Ik moet doorbloggen, want ik lees (nog steeds) meer dan ik beschrijf en dat komt de accuratesse niet ten goede. Ik heb min of meer redelijk afgebakende vage plannen om op enige termijn - in elk geval wanneer we ons überhaupt weer verder mogen verplaatsen dan naar de dichtstbijzijnde supermarkt - het Amsterdamse binnen-de-ring-bestaan voor een onbestemd Portugees ruraal-basaal-geploeter te verruilen. Nog voordat we verplicht aan het huis gekluisterd werden las ik ter allereerste inleiding (er gaan meerdere boeken volgen!) een tweetal boeken van Marieke Woudstra die via bol-punt-kom als eerste zoekresultaat werden gepresenteerd. Als je terug wilt naar de natuur en naar het basale en erover wilt lezen, moet je niet te veel literaire eisen stellen, dus ik bestelde beide boeken direct en zonder vooroordeel. Thuis in Portugal verscheen in 2014, en drie jaar later Een Portugese droom; ik las beide boeken in een week uit. En: vol genoegen!
Want ofschoon geen potentiële Nobelprijswinnares, Woudstra schrijft vloeiend, zonder franje, eigenlijk best goed, en zeker niet in Libellestijl. Er wordt een huis gezocht, gevonden en gekocht in de Alentejo, contact gelegd en ge-integreerd met de inwoners van het dichtstbijzijnde dorp, een moestuin en olijfboomgaard onderhouden en veel lokale wijsheid opgedaan. Beide boeken barsten op een integere manier van de couleur locale, en bevatten zoveel weetjes - van het onderhouden van olijfbomen, het aanleggen van een waterbron, moestuin-gebruiken en de nationale wet dat je ieder jaar voor 1 juli al je grasland gemaaid moet hebben (vanwege de bosbranden) - dat ik te zijner tijd wanneer het eventueel zover is beide boeken opnieuw ga lezen om al die weetjes te markeren. Ik ben momenteel - zo'n acht boeken vooruit - met een tweede boek van Gerrit Komrij over Portugal bezig. Hij schrijft op weer een heel andere manier over Portugal.
Want ofschoon geen potentiële Nobelprijswinnares, Woudstra schrijft vloeiend, zonder franje, eigenlijk best goed, en zeker niet in Libellestijl. Er wordt een huis gezocht, gevonden en gekocht in de Alentejo, contact gelegd en ge-integreerd met de inwoners van het dichtstbijzijnde dorp, een moestuin en olijfboomgaard onderhouden en veel lokale wijsheid opgedaan. Beide boeken barsten op een integere manier van de couleur locale, en bevatten zoveel weetjes - van het onderhouden van olijfbomen, het aanleggen van een waterbron, moestuin-gebruiken en de nationale wet dat je ieder jaar voor 1 juli al je grasland gemaaid moet hebben (vanwege de bosbranden) - dat ik te zijner tijd wanneer het eventueel zover is beide boeken opnieuw ga lezen om al die weetjes te markeren. Ik ben momenteel - zo'n acht boeken vooruit - met een tweede boek van Gerrit Komrij over Portugal bezig. Hij schrijft op weer een heel andere manier over Portugal.
22 maart 2020
Monoloog
De nieuwste en wellicht laatste roman van Jeroen Brouwers is een meesterwerk. E. Busken zit, vastgesnoerd in een rolstoel, in een bejaardengesticht en observeert, beoordeelt, associeert, mijmert, herinnert en beschouwt dat het een lieve lust is. Cliënt E. Busken is een tragikomische monologue intérieur van ruim 250 bladzijden waarin Busken alle aspecten van de hulpbehoevende bejaarde van krachtig en soms hilarisch commentaar voorziet, en dat alles in zinnen die je dikwijls voor je plezier twee of drie keer leest. Ik moest geregeld schateren om de ironie, de valsheid en de gave van Brouwers om simpele, alledaagse dingen te beschrijven. Alleen al de scene waar Busken een spelletje vier-op-een-rij beschrijft: het is grandioos. Daarnaast verhult hij de tragiek van het lichamelijk en geestelijk onttakelen bepaald niet. Alleen Brouwers is in staat kleine details op verschillende momenten in het boek logich terug te laten keren en aan elkaar te knopen. In vorm een unieke roman, waarmee Brouwers de Nederlandse letterkunde enorm verrijkt heeft. Daarnaast een roman vol oogstrelende taal.
19 maart 2020
Liberalisme
Direct na het opbeurende boek van Rutger Bregman (hier) een minder optimistisch gestemd essay van Bas Heijne, een van de scherpste Nederlandse denkers. In Mens Onmens analyseert hij hoe we tegenwoordig omgaan met waarheid en onwaarheid, en dat we vooral geloven in wat we willen geloven. Discussiëren is geen uitwisseling van standpunten meer, maar het verkondigen van meningen zonder open te staan voor andere. Complottheorieën en nepnieuws zijn aan de orde van de dag en de voorheen serieuze en onpartijdige media doen daar vrolijk aan mee. Zij brengen ook informatie die hun afnemers graag willen horen, lezen, zien. Deze ontwikkelingen relateert Heijne aan de neergang van het oorspronkelijke liberale gedachtegoed, dat een lege huls van vrijheid en onverschilligheid is geworden. Visie is afwezig, alles is opgeofferd aan het vermeende marktdenken. Ik vind Heijne altijd wat moeilijk, ofschoon zijn boodschap helder en interessant is. Maar zijn stijl heeft wat weerbarstigs en het verband tussen zinnen en alinea's is niet altijd even vloeiend. Desondanks een nuttige verhandeling die tot nadenken stemt.
15 maart 2020
Neerlands Hoop
Ik lig negen te beschrijven boeken achter - ik zit in een enorme leesmanische periode, en dan is pas vandaag een soort van verplicht huisarrest voor het gehele land afgekondigd. Gelukkig heb ik veel boeken gehamsterd. De meeste mensen deugen was al een poosje een bestseller, en ik had het al aan twee mensen cadeau gegeven voordat ik er zelf aan begon. Ik las de ruim 500 weliswaar ruim opgemaakte pagina's in drie dagen uit. Rutger Bregman is een hoopgevend historicus en journalist - wat een kennis en kunde! - en tegelijkertijd maakt hij de lezer blij met zijn au fond positieve boodschap. Hij geeft ook enkele inzichten die tot nadenken stemmen: leiders van regeringen en bedrijven geven verkeerde signalen af over hun achterban, en hun verkeerde meningen leiden tot beslissingen met vreselijke gevolgen. Verder is de objectiviteit in de nieuwsvoorziening in hoog tempo aan het verdwijnen, waardoor ons nieuwsjunks een negatief mens- en wereldbeeld wordt opgedrongen, met eveneens vele nadelen tot gevolg. Bregman geeft heldere oplossingsrichtingen die tot zelfreflectie aansporen. Zijn verhaal gaat erin als koek. Een mooi en nuttig boek.
11 maart 2020
Onbekend
Ik ben al zeker een jaar of tien geabonneerd op Het Parool en erger me in toenemende mate aan de schrijfsels van Theodor Holman en - voor zover hij er zin in heeft om te schrijven - muziekrecensent Erik Voermans. Als hij al een concert recenseert waar ik ook heenga (zie mijn klassieke-muziekweblog), dan ben ik het eigenlijk standaard met hem oneens. Hij schijnt in de zaterdagbijlage bij deze wereldkrant voor de Amsterdamse binnen-de-ring inwoners wekelijks stukjes over klassieke muziek geschreven te hebben - ik heb ze al die jaren gemist. Maar goed, nu gebundeld in Eerste hulp bij klassieke muziek, en ondanks mijn cynische introductie van deze weblog: het is een geweldige bundel die ik vol aandacht en nieuwsgierigheid las. Voermans behandelt in zo'n 200 stukjes van gemiddeld anderhalve pagina allerlei componisten en muziekstukken die je haast standaard dwingen ze op te sporen en ernaar te luisteren, ook al betreft het veelal moderne piepknars-componisten. Maar ook over bekende componisten van het ijzeren repertoire presenteert hij nieuwe inzichten. Misschien moet Voermans zich concentreren op boeken schrijven; dat kan hij getuige deze bundel erg goed.
08 maart 2020
IJdel
Het begon in december j.l. met De man in de rode mantel van Julian Barnes (zie hier de weblog). Dat boek zette me op het spoor van het dandyisme. Tegen de keer van Huysmans (hier) was een logische eerste stap, nu nog logischer gevolgd door Het portret van Doran Gray, de enige (gepubliceerde) roman van Oscar Wilde. En wat voor een! Een succesvol schilder schildert een portret van de briljante en ultiem mooie jongen Dorian Gray die het schilderij na voltooiing thuis ophangt. Zijn stille bede dat hij altijd zo mooi mag blijven als geschilderd wordt ingewilligd, maar het portret op het schilderij veroudert. Dat zet een onomkeerbaar proces van afglijden van Gray in werking, zowel mentaal als in zijn handelen. Het is een meesterlijk verhaal, uiterst subtiel en met fijne penseelstreken opgetekend. De discussies tussen de schilder, Gray en hun gezamenlijke vriend lord Henry zijn fenomenaal - lord Henry is de vleesgeworden cynicus. Enige bedenking die ik heb is de grote knik in de tijd, halverwege het boek. Er wordt een tijdsprong van zo'n twintig jaar gemaakt. Ik vraag me nog steeds af of dat had gemoeten, Maar voor de rest een grandioos boek.
01 maart 2020
Revolutie
Een klein jaar geleden las ik van Pieter Waterdrinker zijn biografische schets Tsjaikovskistraat 40 (zie hier de weblog), en daarin vertelt hij vol vuur over de schrijfster Zindaida Hippius - hij bezoekt zelfs het huis waarin zij tijdens de Russische Revolutie in 1917 woonde. Hij verwijst tevens naar haar memoires, in het Nederlands vertaald en verschenen in de serie privé-domein. De schittering van woorden is een verzameling herinneringen, dagboekfragmenten en brieven en bestrijkt een groot deel van het leven van deze eigenzinnige Hippius (1869-1945) die op haar 19e met de filosoof en schrijver Dmitri Merezjkovski trouwde, het ruim 50 jaar met hem al discussiërend en filosoferend uithield en na de revolutie zich als emigrant in Parijs vestigde. Het boek opent met een wat doorwrocht filosofisch deel waarin de relatie met Merezjkovski wordt uitgediept, maar daarna wordt het uiterst boeiend met de dagboekfragmenten over zowel de mislukte revolutie van 1905 als die van 1917-1919. Ik ken geen ander boek waarin de Russische Revolutie zo levensecht wordt beschreven. Waar Paustovsky de revolutie romantiseert en verheerlijkt (misschien noodgedwongen), Hippius beschrijft de dagelijkse strijd om het bestaan, en de daden van de revolutionairen die bezig waren hun positie te bevestigen en zich niets gelegen lieten liggen aan de gewone mensen die aan alles gebrek hadden. Haar vlucht in 1919 via Polen naar Parijs is eveneens zeer lezenswaardig. Bijzonder boek.
15 februari 2020
Onuitgesproken
Ik stopte naast Opwaaiende zomerjurken (zie hier) van Oek de Jong ook zijn tweede roman in mijn koffer naar Sri Lanka; dat boek stond eveneens ruim 30 jaar ongelezen in mijn boekenkast. Cirkel in het gras begint als een romantisch liefdesverhaal van een Nederlandse journaliste die naar Italië wordt uitgezonden en daar een knappe vent aan de haak slaat. Zo zwierig als het boek begint (ik las de eerste 100 bladzijden vloeiend en geboeid op het station van Galle en - tweeënhalf uur staand - in de trein naar Colombo), maar de resterende 300 pagina's kostte me veel meer moeite. Het leek alsof De Jong opeens te veel erin wilde stoppen, teveel lagen wilde aanbrengen terwijl hij daarmee de oorspronkelijke frisheid teloor liet gaan. Want van het journalistieke werk van de Nederlandse vernemen we weinig meer, alsook wat Andrea beweegt. Hun relatie en waar het verzandt blijft eigenlijk een mysterie, terwijl er vele hoofdstukken aan worden gewijd. Aan het slot ontmoeten ze elkaar voor het laatst in Villa Cimbrone in Ravello, aan de Amalfikust. Laat ik juist aan die plek heel sterke herinneringen hebben - ik kan zowat ieder moment dat ik in de tuinen ervan rondliep haarscherp voor de geest halen. Dat maakte de roman aan het eind onverwacht boeiend, eigenlijk alleen omdat ik de entourage zo herkende. Maar helaas geen roman die de tand des tijds kan doorstaan.
08 februari 2020
Te rijk
In De man in de rode mantel beschrijft Julian Barnes de wereld van de dandy's en hun (vooral voor henzelf) vervelend-exuberante en larmoyante levensstijl (zie hier). Er waren in de tweede helft van de negentiende eeuw te veel dandy's en te rijke nietsnutten - het romantische levensideaal verruilden ze voor uitbundige kleding, interieurs, diners, maar haalden er ook weinig voldoening uit. Ultiem voorbeeld was Robert de Montesquiou (1855-1921), die ooit een schildpad liet bekleden met kostbare stenen; het beest was al overleden voordat het kon worden bewonderd. Marcel Proust vormde een van zijn hoofdpersonen naar De Montesquiou, alsook Joris-Karl Huysmans, die in Tegen de keer (À Rebours) de ultieme roman over de dandy en de decadentie schreef. Hoofdpersoon is Jean des Esseintes die zich terugtrekt uit het drukke Parijse leven en in zijn eentje neurotisch-esthetisch gaat zitten zijn, omgeven door de mooiste stoffen, parfums, ingebonden boeken en meubels. Hoe verveeld en vervelend de hoofdpersoon ook is, het boek is grandioos door de enorme eruditie van Huysmans over de vele interesses van zijn hoofdpersoon. Huysmans heeft zich enorm verdiept in meubels, het gregoriaans, parfums, kleding en stoffen en wat al niet, om aldus zijn hoofdpersoon er zich in te laten excelleren. De vertaling is van Jan Siebelink, gemaakt toen hij nog niet als schrijver van eigen werk bekend was. Een werkelijk prachtige vertaling met het weelderigste Nederlands dat je je kunt indenken.
28 januari 2020
Ware leven
Het is alweer ruim 5 jaar geleden dat ik voor het laatst een bundel Kronkels van Simon Carmiggelt las, zie hier de weblog. Vlak daarvoor las ik twee gelegenheidsbundels (links ernaartoe in datzelfde weblog), die me ertoe aanspoorden een greep te doen naar de serie van 24 delen uit de verzamelde bundels van Carmiggelt die ergens op een bovenste plank in mijn boekenkast prijken. Voor tijdens mijn vakantie nam ik dan eindelijk een tweede deel mee: Bemoei je d'r niet mee & De rest van je leven. Het bevat de Kronkels uit de tweede helft van de jaren zeventig, waarin Carmiggelt met pensioen gaat, grootvader is en nog steeds buurtcafé's frequenteert. En soms herineringen uit zijn verleden ophaalt. Ik heb enrom genoten van dit boek. Wie weet nog in zulke korte stukjes zo'n complete wereld te verwoorden, en zo'n tragiek en humor te verenigen? Ik las de stukjes deels hoog boven de wolken en op tropische veranda's en onder klamboes. Ik heb geschaterd! Zoals bij dit verhaaltje, over kennissen van vroeger die een dochter hadden waarvan ze dachten dat zij een groots balletdanseres zou/moest worden (maar niet was) en waarvoor ze op eigen kosten jaarlijks het Haagse Diligentia afhuurden, en alle vrienden en kennissen verplichtten de zaal te vullen. Tegen beter weten in natuurlijk. Zo martelde ze voort, totdat ze Frans ontmoette, een blok van 'n kerel met knuisten, die maar weinig zei. Maar wat hij zei was doeltreffend. Op een dag vroeg hij: 'Zou je nou niet eens met die flauwekul ophouden?' (...) Elly hield ermee op, trouwde hem en emigreerde, vlak voor de oorlog, met hem naar Canada. Daar heeft ze zes gezonde kinderen gebaard. En nooit meer gedanst. En wat een heerlijk begin van deze Kronkel: Een Haagse vriend, die schilder is en gul van natuur, schonk ons een van zijn doeken. Een prachtig cadeau, maar onpraktisch van afmetingen. Je kon het echt niet onder je arm meenemen, maar moest het met zijn tweeën dragen. Daarom besloten we per taxi terug te keren naar Amstardam. De chauffeur had iets weg van een afgeschminkte circusacrobaat, diu nu te oud was voor het gespierde vak. Meestal worden zulke mensen dan clowns. Maar hij was taxichauffeur. Hij opende de achterklep, nam het schilderij van me aan, wierp er een blik op en zei medelijdend: 'Zelf gemaakt, zeker?' Er is geen hedendaags algemeen columnist die in de schaduw kan staan van Carmiggelt. Zeker niet Theodor Holman die nu in de voetsporen van Carmiggelt dagelijks in Het Parool schrijft. Deze dubieuze scribent dient gedwongen alle Kronkels van Carmiggelt te lezen, en vervolgens een woestijn in gedreven te worden om 40 jaar bij zichzelf te rade te gaan. En de Parool-lezer met rust te laten...
20 januari 2020
Zomer
Ik koop en lees veel boeken, maar in de immer uitdijende boekenkasten staan nog steeds een aantal ongelezen boeken - ooit gekocht, nooit gelezen. Tijdens mijn vakantie een drietal gelezen. Het verhuisde vele malen met me mee, staat al zeker 30 jaar, ruim de helft van mijn leven, in mijn boekenkast, maar pas nu las ik het: Opwaaiende zomerjurken van Oek de Jong. Ik las nog nooit iets van hem, tot nu, hoog boven de wolken en in ligstoelen op tropische veranda's. Bij verschijnen in 1979 de hemel in geprezen - ik kocht de 21ste druk uit februari 1981. Bepaald geen meesterwerk. We volgen in drie episodes de opgroeiende Edo (kind, puber en jongeling). Treiteraar, eenling en twijfelaar. In andere romans is het vergelijkbare thema beter beschreven, ook al bevat deze roman enkele krachtige beelden. Maar als geheel gedateerd, te vaag, te bedacht en te puberaal. Meer van Oek de Jong hierna.
15 januari 2020
Dandyisme
Op vakantie geweest, veel gelezen, dus een zestal boeken te bespreken. Vlak voor vertrek in december De man in de rode mantel uitgelezen, het nieuwste boek van Julian Barnes die wederom aantoont dat hij uitblinkt in het bewandelen van zijpaden. Ofwel: Barnes houdt ervan te verrassen. Hij zag bij toeval in de National Picture Gallery het schilderij Dr Pozzi at home van de Engelse schilder Joan Singer Sargent en wilde meer weten over de geportretteerde. Dr Pozzi (1846-1918) was de topdokter van Parijs, een te mooie man en een graag geziene gast in de salons waar je gezien moest worden. Barnes beschrijft het rijke leven in Parijs tijdems de laatste decennia van de negentiende eeuw, en geeft een fraai beeld van de dandy's en spraakmakers van die tijd waar Pozzi mee omging. Het is een meanderend boek - soms vroeg ik me af waar het nu eigenlijk over ging. Ach, uiteindelijk een verslag over hoe eigenaardige Julian Barnes tegen een eigenaardige periode aankijkt. Maarten 't Hart verwoordt het au fond prima. Zie hier.
15 december 2019
Gezin (slot)
Vorig jaar rond deze tijd herlas ik twee delen van het Geheim dagboek van Hans Warren (zie hier). Nu achter elkaar de delen acht, negen en tien, bij elkaar 12 jaar beslaand. Toen ik in 1991 het Geheim dagboek 1963-1970 voor het eerst las, vond ik het het zwakste deel van de serie tot dan toe: acht jaren in ruim 220 bladzijden... Maar nu vond ik het een prachtig deel, waar Warren zich concentreert op het verzamelen van kunst en somtijds wat gedichten schrijft. Niet beschreven, maar duidelijk aanwezig: het familieleven, de opvoeding van drie kinderen; dat alledaagse bestaan is niet om beschreven te worden, maar het vreet tijd en energie.
Er ontstaat hechte vriendschap met Gerrit (Komrij) en Charles, en langzamerhand ontstaat er een opening naar vrijheid. Dat wordt steeds openlijker in Geheim Dagboek 1971-1972 en Geheim Dagboek 1973-1975; langzaamaan kiest Warren voor zijn geaardheid, verwijdert hij zich van Mabel, en is de breuk onafwendbaar. maar tegelijkertijd: veel gezamenlijke kunstaankopen, gasten op bezoek, gedoe en genegenheid met de drie kinderen. En steeds blijken Gerrit en Charles vaste bakens. Het laaste deel eindigt halverwege 1975 - Mabel vertrekt. Ik bedwing de neiging om meteen het vervolgdeel te lezen. Dat komt ergens in 2020.
10 december 2019
Openbaring
Ik las de laatste jaren weer eens twee romans van Simon Vestdijk, zie hier de vorige anderhalf jaar geleden. Volgens zowel de in die bespreking gelinkte website van iemand die in één jaar alle 52 Vestdijk-romans las, als de besprekingen van diezelfde 52 romans door Hugo Brandt Corstius en Maarten 't Hart (bij dit boek door HBC) is het oordeel over De kellner en de levenden uiterst positief - dit is volgens hen één van, zo niet zijn beste roman. Ivoren wachters en De held van Temesa vond ik geweldig, en ik begon dan ook vol verwachting aan deze roman. Maar helaas viel het boek me erg tegen. Vestdijk begeeft zich in de toekomst, en laat 12 bewoners van een flatgebouw zich gedwongen meevoeren naar een massabijeenkomst die al snel het Laatste Oordeel blijkt te zijn. Het aftasten van waar men terechtgekomen is en het omslachtig bespreken ervan vormt de kern van het boek, en dat kwam mij als te gedateerd over. Ellenlange uitweidingen in de schrijfwijze van de late jaren veertig: de 200 pagina's van dit boek las ik met lange tanden. Ik ga zeker meer boeken van Vestdijk lezen, maar kennelijk is mijn smaak inmiddels te individueel om louter te kunnen afgaan op die van anderen.
07 december 2019
Badminton
Ik las nog nooit eerder een boek van John Le Carré, de bekende Engelse thrillerschrijver wiens naam me al decennia bekend is, maar nog nooit aanspoorde iets van hem te lezen. Tot nu opeens in de serieuze bladen zijn nieuwste thriller als een actueel meesterwerk werd aangeprezen en Le Carré in interviews de huidige angelsaksische tijdgeest van Boris Johnson en Donald Trump hekelde. Spion buiten dienst is een vlot lezend, doorwrocht verhaal over een Engelse spion, midveertiger, die terugkeert naar zijn basis en uitgespeeld lijkt te zijn. Maar een mysterieuze tegenspeler op zijn badmintonclub vormt de aanzet tot het tegendeel. Le Carré legt die tegenspeler vanalles over de huidige rechtse tijdgeest in de mond; de klassieke thrillerelementen hebben echter de overhand - uiteindelijk is het een klassiek spionageverhaal in een 2019-jasje. Niks mis mee, en het boek leest vlot weg, maar het overstijgt het niveau van een goede thriller niet. En dat had ik wel verwacht/gehoopt.
25 november 2019
Natuur
Ik las onlangs de biografie van Jan Wolkers (zie hier) en ofschoon ik in mijn jonge jaren veel boeken van Jan Wolkers heb gelezen: zeker niet allemaal. Achter elkaar twee dunnetjes: Groeten van Rottumerplaat en De junival. In de zomer van 1971 zat Wolkers een week op het onbewoonde waddeneiland Rottumerplaat, in een soort van project van de VARA - Godfried Bomans zat er de week daarvoor. Diens Dagboek over deze week is een soort van persoonlijk requiem; hij vond het er vreselijk en hij overleed een half jaar later. Ik las dat Dagboek jaren geleden, leende het ooit uit en kreeg het nooit terug. Leen nooit boeken uit! Het boekje van Wolkers is een geweldig natuurverslag, waarin hij een overleden zwangere zeehond opensnijdt, de poot van een scholekster verbindt en in zijn blootje omheiningen aanlegt en het eiland rondzwerft. Ik kon geen goede afbeelding van het omslag van mijn exemplaar vinden, maar bijgaande foto gemaakt met een zelfontspanner siert op sommige heruitgaven. Niet te zien, maar Wolkers plakte op de deur in de omheining achter hem het bordje: Jan Wolkers 2x bellen. Heerlijk boek.
In zijn roman De junival uit 1982 staat zijn liefde voor zijn overleden poes Voske en voor zijn overleden moeder centraal. Ofwel: een weemoedig boek vol autobiografische herinneringen, maar uiterst kunstig en subtiel beschreven. Ogenschijnlijk een dweperige combinatie (poes en moeder) maar Wolkers maakte er een prachtig geheel van. Hoe fraai de openingsalinea van hoofdstuk 14: Soms dacht ik wel eens dat het wrokkige gedrag van mijn moeder na de dood van mijn vader kwam doordat ze niet als eerste gestorven was. Of ze wist dat na die wervelende symfonie van rouwbeklag om mijn vaders dood ze het zelf met een bescheiden strijkkwartet zou moeten doen. En dat was min of meer ook zo, want er komt een eind aan weldoorleefd begrafenisleed. Na een sublieme generale repetitie valt de première maar al te dikwijls tegen. En in een toneelstuk waarin te veel doden vallen slepen ze op den duur de lijken oneerbiedig aan de voeten over de planken tussen de coulissen.
In zijn roman De junival uit 1982 staat zijn liefde voor zijn overleden poes Voske en voor zijn overleden moeder centraal. Ofwel: een weemoedig boek vol autobiografische herinneringen, maar uiterst kunstig en subtiel beschreven. Ogenschijnlijk een dweperige combinatie (poes en moeder) maar Wolkers maakte er een prachtig geheel van. Hoe fraai de openingsalinea van hoofdstuk 14: Soms dacht ik wel eens dat het wrokkige gedrag van mijn moeder na de dood van mijn vader kwam doordat ze niet als eerste gestorven was. Of ze wist dat na die wervelende symfonie van rouwbeklag om mijn vaders dood ze het zelf met een bescheiden strijkkwartet zou moeten doen. En dat was min of meer ook zo, want er komt een eind aan weldoorleefd begrafenisleed. Na een sublieme generale repetitie valt de première maar al te dikwijls tegen. En in een toneelstuk waarin te veel doden vallen slepen ze op den duur de lijken oneerbiedig aan de voeten over de planken tussen de coulissen.
17 november 2019
Er
Eigenlijk had ik niet meer gerekend op een nieuw boek van Maarten 't Hart; hij wordt 75 dit najaar en ofschoon nog levendig en eigengereid (zie zijn steeds vers aangevulde boekbesprekingen op YouTube) dacht ik dat hij na de prachtige roman Magdalena (hier) en verhalenbundel De moeder van Ikabod (hier) het erbij zou laten. Maar nee, opeens weer een verrukkelijke typische 't Hart. In De nachtstemmer vertelt de ik-figuur over zijn klus in een Zuidhollands havenstadje aan een rivier, waar hij een oud kerkorgel moet stemmen, en tegelijkertijd ook een orgel in een andere kerk erbij neemt. Hij raakt in contact met een Braziliaanse, wier dochter - zogenaamd zwakzinnig - de ideale hulp biedt. Het is een prachtig verhaal, waar 't Hart zijn gedetaillerde kennis van orgels verweeft met kleinburgerlijke tegenwerpingen door de plaatselijke bevolking. Het is allemaal uitermate onwaarschijnlijk, maar oerhollands en authentiek. Het verhaal rammelt enerzijds aan enkele kanten, maar is tegelijkertijd uit het hart geschreven. En wie anders dan Maarten 't Hart kan een vloeiende boeiende roman schrijven waar het stemmen van kerkorgels ongeveer de helft van het verhaal uitmaakt. Hij is een unieke stem in de literatuur.
06 november 2019
Ingehouden
Na de twee vorige delen memoires Verhaal van een leven van Konstantin Paustovski in de Russiche Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot (hier en hier), nu dan het derde en laatste deel, met daarin Sprong naar het zuiden en Boek der omzwervingen. Het zijn de meest ingetogen delen van de zes, waarin land- en natuurbeschrijvingen, bespiegelingen en berusting de boventoon voeren. Maar tussen de regels door lees je ook kritiek en woede op het Sovjet-regime, dat vele voor Paustovski dierbare kunstenaarsvrienden de dood injoeg. In Sprong naar het zuiden verblijft Paustovski vooral in Georgië: Tblisi en Batoemi. Ik hoorde er al prachtige verhalen over, en wil er nu zeker heen. In Boek der omzwervingen blikt hij vooral terug op zijn eigen schrijverschap en dat van anderen. Het is allemaal zo fraai en menselijk geschreven. Hoe natuurlijk ook: daarin is Paustovski uniek. Je leest een boek, maar eigenlijk ben je in persoonlijk contact met iemand die jou zijn eigen verhaal vertelt. Dat is au fond met bijna ieder boek het geval, maar bij Paustovski lijkt het alsof hij zijn verhaal alleen aan jou vertelt; dat hij naast je zit, sigaret in de hand, en alleen tot jou spreekt. Ik las deze memoires in de jaren tachtig voor het eerst, en nu opnieuw. Als de jaren mij gegeven zijn, ga ik deze memoires op hoge leeftijd nog eens lezen. Drie maal is scheepsrecht, zeker bij Paustovski.
Abonneren op:
Posts (Atom)




































