Sinds 1989 houd ik een boekendagboek bij. Eerst op systeemkaartjes, daarna in een schrift. En sinds 2005 hier als weblog.
06 december 2023
Afrekening
19 november 2023
Inlossing (1)
In de vierde en vijfde klas van de havo op het Bernardinuscollege in Heerlen had ik een bevlogen leraar Nederlands, Jacques Kersten, over wie ik ooit een mooie herinneringsbundel las (zie hier de weblog). Ergens tijdens deze twee schooljaren, waarschijnlijk toen ik in de vijfde zat (schooljaar 1981-1982) noodde Kersten ons aanwezig te zijn bij een lezing van een kenner van het leven en werk van een van de Tachtigers: Lodewijk van Deyssel. En zo fietste ik op een doordeweekse avond na het avondeten terug naar school om die lezing van een zekere Harry G.M. Prick bij te wonen. Het werd een gedenkwaardige avond. Prick bleek een hoogstaanstekelijk verteller: volzinnen per strekkende meter, uitermate grappig en bevlogen... we hingen aan zijn lippen. Prick vertelde over het leven van Van Deyssel, en bij de pauze, zo ergens rond negen uur/half tien, was hij aanbeland bij het achttiende levensjaar van Van Deyssel. Aangezien Van Deyssel ruim in de tachtig is geworden, kon dat dus nachtwerk worden. Dat werd het niet, maar die avond staat in mijn geheugen gegrift, en toen ruim vijftien jaar later de tweedelige biografie over Van Deyssel van de hand van Prick verscheen, nam ik me voor die ooit te gaan lezen. Tweedehands zijn die twee vuistdikke boeken makkelijk vindbaar, en vorig jaar kocht ik ze voor tezamen 35 euro. Naast Het verzameld werk van Etty Hillesum (zie hier) was het eerste deel van deze biografie In de zekerheid van eigen heerlijkheid. Het leven van Lodewijk van Deyssel tot 1890 het tweede grote leesproject dit jaar; ik deed er een klein half jaar over. De naam Lodewijk van Deyssel is een pseudoniem voor Karel Alberdingk Thijm, geboren in 1864, jongste zoon van de grote katholieke voorman Josef Alberdingk Thijm. De architect Pierre Cuypers (o.a. Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam) was een oom van Karel, de componist Alphons Diepenbrock een neef. De jonge Karel was een lastpak, stond voortdurend (zoals Godfried Bomans zou zeggen) in gespannen verhouding met het ouderlijk gezag, werd naar het seminarie Rolduc gestuurd maar bleek ook daar niet te handhaven, had als achttienjarige een verhouding met een in die tijd beroemde toneelspeelster van in de veertig, maar werd verliefd op de huishoudster van het ouderlijk huis aan de Keizersgracht, en trouwde haar uiteindelijk ook. Prick laat geen detail onbenoemd, vandaar dat dit eerste deel over Deyssels eerste 26 levensjaren, exclusief noten- en bibliografieapparaat, ruim 900 pagina's in beslag neemt, grote en dichtbedrukte pagina's bovendien. Maar: wat een ultiem leesgenot biedt dit boek! Harry G.M. Prick is een meester in - in mijn ogen - weelderig, grandioos, barok, vloeiend, ironisch-humoristisch, mooi, afgewogen etcetc. taalgebruik. Na twintig pagina's was ik doodop na zoveel prachtigs, vandaar dat ik zo lang over dit boek deed. Doodop, maar uiterst voldaan. Ik heb zo vaak moeten schateren om zoveel verrukkelijke zinnen. Voorbeeld: Van Deyssel moest na zijn huwelijk met de huishoudster uiteraard Amsterdam uit; ver weg van de roddel. Hij ging met zijn geliefde wonen in een huurhuis te Houffalize in de Ardennen. Over het eerste bezoek van zijn ouders werd uitgebreid gecorrespondeerd (of zoals Prick meermaals schrijft: men stond met elkaar in epistolair contact), en in die correspondentie werd uitgebreid geschreven wat moest worden meegenomen. Van Deyssels moeder was zeer strak in de katholieke leer, en aldus...: Veel geschrijf, over en weer, bracht ook de aanstaande logeerpartij met zich mee. Moeder kon eenvoudig niet buiten een voetenbankje, zodat er tot in het oneindige gedelibereerd werd over het al dan niet per bode vooruitzenden van het aan moeder meest dierbare voetenbankje en over het bijzonder onthand zijn gedurende de tijdsspanne tussen het vertrek van dit bankje en het zélf afreizen naar Houffalize. Het was weer Karel die er toen moeder op wijzen moest, dat zij nog over een tweede rieten voetenbankje beschikte, dat weliswaar door zijn onaanzienlijk voorkomen niet het bankje van haar voorkeur was en dan ook op zolder een verborgen leven leidde, maar dat nu toch uitmuntend geschikt leek om per bode vervoerd te worden, en wel in het gezelschap van een prie-Dieu, een zwarte bidstoel met fraai geornamenteerd familiewapen, zonder welke bidstoel het de moeder blijkbaar niet mogelijk was zich tot haar Heer en Schepper te richten. Ja, kom er maar om tegenwoordig, zulke passages lees je zes keer voor ultiem plezier, en het staat er vol mee op bijna iedere bladzijde van dit 900-pagina's dikke boek... Tenslotte: Prick las als tiener (tijdens de oorlog) alles van Van Deyssel, raakte in de ban van hem, en durfde het aan in epistolair contact met Van Deyssel te treden, en dat leidde ertoe dat Van Deyssel - in de tachtig - de jongeling Harry G.M. Prick aanwees als zijn biograaf. Van Deyssel overleed in 1952, dit eerste deel van de biografie verscheen in 1997. Levenswerk van de beste soort. In 2024 lees ik stellig het tweede deel over de resterende zestig jaar van Van Deyssels leven. Ik verheug me er enorm op, vooral vanwege de onnavolgbaar grandioze schrijfstijl van Harry G.M. Prick.
28 oktober 2023
Overtuiging
Ieder jaar heb ik wel een dik moeilijk boek waar ik langere tijd over doe. Vorig jaar was dat een vuistdikke biografie van Verdi (zie hier de weblog). Dit jaar zijn dat er twee, om te beginnen Het verzameld werk van Etty Hillesum. Ik las nog nooit iets van haar. Nu alles - of in elk geval tot nu toe boven water is gekomen - in een uitgave verzameld is, wilde ik me in een keer van deze tekortkoming ontdoen. Dit verzameld werk bevat bijna 600 pagina's aan dagboeken, en vervolgens ruim honderd pagina's brieven. Hillesum begon in 1941 haar dagboek, op aanraden van de Duitse handlezer Leo Spier die vlakbij in Amsterdam-Zuid woonde. Met name de eerste helft van deze dagboeken zijn niet eenvoudig. Hillesum filosofeert erop los, en citeert lange stukken in het Duits uit de boeken die ze leest (met name Rilke). Ook gesprekken met Spier noteert ze in het Duits. Deze stukken hadden wat mij betreft achterin in het boek in vertaling opgenomen mogen worden. Wanneer Hillesum vrijwillig naar Westerbork gaat worden de dagboeken steeds beklemmender. Ze is in dienst van de Joodsche Raad en kan wanneer ze wil terug naar Amsterdam. Maar ze gaat ook steeds weer terug naar Westerbork, waar ze het leed van de (tijdelijke) kampbewoners wil verzachten. Over haar overtuiging dat ze niet wil onderduiken (wat haar meerdere keren is aanbevolen en waartoe ze ook is uitgenodigd) omdat ze het lot van haar volk wilde delen, lees je in deze dagboeken en brieven niets, maar je zou je haar wel willen toeschreeuwen. Ook omdat ze op een gegeven moment heel expliciet schrijft dat iedereen die op transport naar het oosten moet, een gewisse dood tegemoet gaat. Ongelooflijk, op hemelsbreed misschien anderhalve kilometer van elkaar schreven Etty Hillesum en Anne Frank hun beroemd geworden dagboeken; als ze beiden de oorlog hadden overleefd zouden ze nog veel grandioze literatuur hebben geschreven. Hillesum ging in september 1943 zelf op transport; een klein jaar voordat Anne Frank en haar familie uit het Achterhuis werden opgepakt. Hun boeken staan nu wel naast elkaar in mijn boekenkast.
15 oktober 2023
Oorlog
Groter oorlog dan die in Atjeh heeft Nederland nooit gevoerd. In tijdsduur kan hij vergeleken worden met de tachtigjarige oorlog. In dodental (meer dan honderdduizend) is hij als militair gebeuren voor ons land onvergelijkbaar. Zo begint Paul van 't Veer zijn inleiding van het boek De Atjeh-oorlog, die ergens in 1873 begon en een kleine zeventig jaar later eindigde met de Japanse invasie van Indonesië. Atjeh (in Nederlandse benaming) is het noordelijkste deel van het Indonesische eiland Sumatra en vanuit Nederlands perspectief een opstandige provincie die met alle macht onderworpen moest worden. Van 't Veer beschrijft in vier hoofdstukken de evenzovele oorlogen die de koloniale heerser tegen tegen deze opstandige provincie uitvoerde. Op papier met succes, maar geheel onderworpen werd Atjeh nooit. Ook na de Indonesische onafhankelijkheid was Atjeh een streng-Islamitisch probleemgebied. De tsunami van 2004 verwoestte Atjeh volledig, dat terzijde. In dit boek uit 1979 beschrijft Van 't Veer de vier oorlogen vanuit Nederlands perspectief, maar wel met de nodige ironie en beschaamdheid, lang voordat 'we ons' koloniale verleden tegen het licht durfden te houden (laat staan objectief). Veel aandacht voor het bestuurlijke gedoe vanuit Nederlandse kant - de strijd te velde moest uiteindelijk ook parlementair in het verre Den Haag gedekt worden. Twee Nederlanders staan centraal: Van Heutz en Snouck Hurgronje. Volledig elkaars tegenpolen, maar toch tot elkaar veroordeeld. Een prachtig boek, ook al zal deze oorlog vanuit Indonesisch perspectief geheel anders beschreven worden, en wellicht heden ten dage ook vanuit Nederlands, laat staan vanuit objectief perspectief. Maar Van 't Veer was wel de eerste!
18 september 2023
Tussendoor
Ik was ruim een half jaar bezig in twee dikke, langzaam lezende boeken. Die zijn nu net uit (weblogs volgen), maar tussendoor moest ik zo af en toe wat lichtere kost hebben. Lichter, maar niet minder prettig om te lezen. Ik werd even tijdelijk verslaafd aan wat gouwe-ouwe thrillers. Hier komen ze, in volgorde van consumeren.
Ik las nog nooit iets van Tom Clancy, desondanks bepaald geen onbekende thrillerschrijver. De Colombia Connectie dateert van 1989 en gaat over het bestrijden van de drugsmaffia in dit Zuid-Amerikaanse land. Een speciale commando moet ter plaatse een drugsbende onschadelijk maken. Het lees vlot, maar kent ook wat onnodig uitgesponnen fragmenten. En in 1989 heel modern, maar nu hopeloos achterhaald: er wordt een diskette van 800 kb geformatteerd.
Van John Grisham staat slechts één titel in de auteurslijst, maar voordat ik in 2005 deze weblog startte had ik al een paar boeken van hem gelezen. Nu achter elkaar drie nog ongelezen titels. De verbanning is een vreemde eend in de bijt. De meeste Grishams hebben iets met rechtbanken en advocaten, maar deze totaal niet. Het gaat over een American Football-speler die in Amerika van zijn sportieve voetstuk valt en bij een Italiaanse amateurclub terecht kan. Daar wordt hij als held binnengehaald en leidt hij de club naar succes. Tegelijkertijd veel Italiaanse couleur locale: goed eten, passie en zelfs opera! Allerminst spannend, maar wel apart. En je wordt als lezer geacht de terminologie van het American Football te beheersen!
De partner is de beste van John Grisham die ik las. De laatste toegevoegde partner van het advocatencollectief zet zijn eigen dood in scène en gaat er met 90 miljoen bedrijfskapitaal vandoor. Hij wordt uiteindelijk door een allerminst zachtaardige ingehuurde detectiveclub in Brazilië opgespoord, en dan begint het ontrafelen van deze meerlaagse knoop. Tot op het einde zeer boeiend en verrassend.
In Het testament gaat het over nóg meer geld: een erfenis van 11 miljard. Heel veel kinderen en hun advocaten met dollartekens in hun ogen, maar de erfenis gaat naar een (half)dochter die als zendeling diep in het Braziliaanse Amazonewoud onvindbaar wil zijn. Minder complex dan De partner, maar eveneens zeer krachtig opgebouwd en uitgewerkt.
Mijn vader heeft in zijn boekenkast een halve meter boeken van de Zweedse schrijver Henning Mankell; ik las nu voor het eerst een thriller van hem: De terugkeer van de dansleraar. Twee ogenschijnlijk onafhankelijk van elkaar gepleegde moorden, ergens in het verlaten midden-Zweden. De puzzel wordt in 500 pagina's traag en wijdlopig gelegd, en soms ook passen de puzzelstukjes iets te toevallig.
Ik kocht ooit op het vliegveld van Johannesburg - na twee weken ondergedompeld in Zuid-Afrika - de in het Afrikaans geschreven thriller 13 uur van Deon Meijer. Een collega uit die tijd las het in die taal en zei dat het na enkele pagina's las alsof het Nederlands was. Ik probeerde het, maar dat ging niet. Nu dan in de Nederlandse vertaling. Binnen 13 uur twee eveneens onafhankelijk van elkaar gepleegde moorden en de oplossing ervan door een groot politieteam. Klassiek opgebouwd, spannend tot het einde. En tja, het speelt allemaal in Kaapstad - de genoemde straatnamen: ik heb er gelopen, gefietst...
08 september 2023
Vijg
Van Elif Shafak las ik enkele jaren geleden twee zeer geslaagde romans: Liefde kent veertig regels (hier de weblog) en 10 minuten 38 seconden in deze vreemde wereld (zie hier) en nu haar nieuwste roman Het eiland van de verdwenen bomen. Wederom een zeer goede roman, uiterst poëtisch, en heel klassiek. Centraal staat het eiland Cyprus, waar vanaf eind jaren vijftig tot ver in de jaren zeventig een in toenemende mate bloedige burgeroorlog woedde tussen de Turkse en Griekse bevolkingsgroepen. Klassiek gegeven: de liefde tussen twee jongelingen, de een met een Griekse, de ander met een Turkse achtergrond. Daartussen hoofdstukken die spelen in Londen rond 2010, waar hun dochter niet met dat zware verleden opgroeit, maar wel haar eigen besognes heeft. Als alwetende getuige de vijgenboom (en de stek ervan) die alles heeft gezien en duidt. Zwierig, oriëntaals, aangrijpend, poëtisch en gewoon erg fraai, deze roman.
28 augustus 2023
Boekenweek 2023
29 juli 2023
Whisky
Ik lig inmiddels acht te beschrijven boeken achter, dus in deze weblog meteen twee boeken tegelijkertijd, beide van F. Springer. Van hem staan tot nu toe slechts twee boeken in de auteursindex, terwijl ik eigenlijk al zijn boeken heb gelezen. Dus voordat ik in 2005 deze weblog startte. Nu achter elkaar twee romans uit de eerste helft van de jaren tachtig die hem bekend maakten bij een breder publiek. Ik herlas eerst Bougainville, en vervolgens Quissama. Ik las ze voor het eerst in respectievelijk 1985 en 1992. Ze zijn min of meer op dezelfde leest geschoeid: een diplomaat of zakenman wordt naar verweggistan gestuurd: in Bougainville is de standplaats Dacca, de hoofdstad van Bangladesh, en in Quissama de hoofdstad van Angola: Luanda. De kern van beide verhalen speelt net nadat Bangladesh en Angola onafhankelijk zijn geworden en waar de nieuwe regering probeert de chaos de kop in te drukken. De westerse diplomaten/zakenlui hangen veel in hotelbars of andere etablissementen, waar met andere westerlingen veel wordt geouwehoerd en whisky gedronken. En in beide romans is er ook nog een tweede verhaallijn, die uiteindelijk voor de tragische afloop zorgt. Typisch Springer, deze dubbele laag. En zijn vlotte stijl is eigenlijk uniek in de Nederlandse literatuur. Ik ga zeker meer Springers herlezen.
20 juni 2023
Meer 3
Meteen maar een volgend boek, nu in de serie van het herlezen van gouwe ouwe: De aanslag van Harry Mulisch. Ik kocht het boek op 20 januari 1983 (voor fl. 24,50) - dat doe ik nog altijd: ik schrijf voorin datum en prijs van aanschaf. Wat ik nooit doe, maar bij dit boek kennelijk wel: ik schreef achterin wanneer ik het boek las: van 21-27 januari 1983 (dus direct nadat ik het kocht), en van 24-26 januari 1989. Nu maar meteen ook deze derde keer erbij geschreven: van 17 tot 19 maart 2023. Deze dateringen passen wel een beetje bij deze roman, misschien wel Mulisch's meest succesvolle. Want naast die pagina achterin met de data waarop ik het boek las, staat de inhoudsopgave: een proloog en vijf episodes, ieder met een jaartal erbij. Ik hoef 'de aanslag' hier niet te beschrijven; ik denk dat iedereen dit boek ooit wel eens gelezen heeft (en/of de verfilming gezien). Maar die jaartallen van de episodes typeren de aanpak van Mulisch: momenten uit de na-oorlogse geschiedenis koppelen aan het uiteenrafelen van wat er die avond in Haarlem begin 1945 precies gebeurde. Ofwel: alles hangt met elkaar samen. Enerzijds goed geconstrueerd, en door het dramatische begin een ijzersterk boek. Maar tegelijkertijd ook wat technisch, over-gestructureerd. Enfin, alleszins het herlezen waard!
Fax3
Ik lees dezer weken niet heel veel, het is druk, ik luister veel muziek, en omdat ik in twee dikke, nogal doorwrochte boeken bezig ben; allesbehalve pageturners. Maar wel mooie boeken - ooit komen ze hier voorbij. Tegelijkertijd lig ik zo'n zes weblogs achter. Allesverpletterende. Faxen aan Ger las ik in februari/maart, dus heel scherp voor de geest staan de details van dit boek van Nicolien Mizee niet meer. Wel dat het gewoon een heerlijk vervolg is op het tweede deel (zie hier). Mizee laat haar ik-persoon met dezelfde naam lekker doorkletsen, maar soms is het uiterst hilarisch, deze in faxen gegoten dagboekbrieven. Er staat nog een ongelezen vierde deel Faxen aan Ger-deel in mijn kast - dat ga ik na de twee dikkerds zeker lezen.
29 mei 2023
Boekenweek 1985
Er staan nog voldoende ongelezen boeken in mijn boekenkast, en heel af en toe lees ik er een om in ieder geval het percentage ongelezen boeken te verlagen. Het boekenweekgeschenk van Remco Campert uit 1985 kreeg ik op 24 maart van dat jaar, en verhuisde ik sindsdien ongelezen vele malen, maar pas nu las ik het, helaas met weinig plezier. Somberman's actie is een saai en sloom verhaal over een werkloze die zijn dagen in ledigheid doorbrengt, een beetje heen en weer wandelt door de stad, naar de kapper gaat en koffie drinkt bij een bejaarde buurvrouw. Zijn eigen vrouw die wel werkt krijgt steeds meer een hekel aan hem. Uiteindelijk wordt Somberman ingeschakeld door een linkse actiegroep om die toegang te verlenen tot het failliete warenhuis waar hij voorheen werkzaam was. Daar willen ze protesteren tegen de werkloosheid, en Somberman begaat daar zijn actie: het in de fik steken van wat rondslingerende paperassen. Dat brandje wordt echter al op dezelfde pagina geblust, en dat was het dan. Tja, Remco Campert werd bij zijn overlijden vorig jaar juli geprezen als een groot literator maar ik heb nog nooit iets bevredigends van hem gelezen Ok, vooruit, zoveel heb ik ook niet van hem gelezen. Maar na dit suffe boekje staat hij bepaald niet hoger op mijn lijst met (verder) te ontdekken auteurs.
13 mei 2023
Postuum

29 maart 2023
Date
Tot een jaar geleden had ik nog nooit van de Franse schrijver Édouard Louis gehoord, en nu las ik een vierde boek van hem; zie voor de weblogs van die drie eerdere boeken de auteursindex hiernaast. Geschiedenis van geweld is wederom een autobiografische roman, in Frankrijk verschenen in 2016 en zich afspelend in 2014. Na een bezoek aan vrienden op kerstavond wordt de ik-persoon vlakbij zijn huis in Parijs aangesproken door een andere jongeman die erop aandringt met de ik-persoon mee naar binnen te gaan. Dat gebeurt, ze hebben sex, maar snel daarna verandert de houding van de gast, die de ik-persoon vervolgens verkracht en bijna vermoordt. Uiteindelijk gaat de dader ervandoor. Deze gebeurtenis, de gang naar de soa-poli, de politie en het hulp zoeken bij zijn zus en vrienden wordt niet-chronologisch in flarden verteld, grotendeels door de ik-persoon maar deels ook door zijn zus die door hem wordt afgeluisterd terwijl zij het verhaal aan haar vriend vertelt. Dat brokkelige maakt dat je het boek van 200 pagina's in een vloek en een zucht uitleest. Boeiend, soms ook wel erg neurotisch allemaal. Op het achterplat enkele citaten uit recensies. Ik verbaas me enorm over zo'n uitspraak (in De Morgen): 'Wonderboy Édouard Louis laat de Franse literatuur opnieuw op haar grondvesten daveren.'
23 maart 2023
Precair
06 maart 2023
Geld
De serie privé-domein breidt af en toe uit met delen die je niet aan je voorbij kan laten gaan, ook al heb je van de betreffende schrijver (nog) nooit iets gelezen. Ik wist helemaal niets van de Franse dichter Charles Baudelaire (1821-1867) maar een goede recensie van Mijn hoofd is een zieke vulkaan. Brieven wakkerde mijn interesse aan. Het is een prachtig boek, deze selectie brieven vertaald en bezorgd door Kiki Coumans. Baudelaire's vader overleed toen hij vijf jaar was, zijn moeder hertrouwde en toen hij meerderjarig werd begon hij zijn erfenisdeel er in hoog tempo doorheen te jagen. Ook werd hij niet de nette burgerman met een mooie carrière die zijn moeder, stiefvader en broer graag wilden, maar een in hun ogen spilzieke dandy in Parijs. Al snel werd hij door zijn moeder onder curatele gesteld, waar hij tot zijn vroege dood vreselijk onder geleden heeft. Veel van zijn brieven gaan dan ook over geld en de beperkingen die het tekort daaraan tot gevolg had. Wanneer hij in 1857 Les Fleurs du Mal publiceert is het schandaal geboren en zijn er ineens ook brieven van en aan Flaubert, Hugo, Manet en zelfs Wagner. Een mooie verzameling die je een goed beeld geven van deze eigenzinnige dichter. Ik ben geen gedichtenlezer, maar heb de vertaling van Les Fleurs du Mal wel onlangs gekocht.
20 februari 2023
Single
Zo'n veertig procent van de huishoudens in Nederland is een eenpersoonshuishouden. Daar zitten relatief veel ouderen en jongeren bij, maar ook bij de middenleeftijden neemt het aantal eenpersoonshuishoudens toe. Ook ik behoor daartoe. Daniel Schreiber schreef een goed ontvangen boek over het alleen zijn: Alleen. Wat betekent het om alleen te zijn. Hoewel hij ruim tien jaar jonger is dan ik, is zijn achtergrond vrij vergelijkbaar met die van mij: enkele relaties achter de rug, inclusief samenwonen, en homoseksueel. Ik meende een boek te gaan lezen dat me interessante inzichten zou bieden in het alleenstaand zijn, maar het stelde me teleur. Schreiber citeert weliswaar een aantal boeiende filosofen en psychologen, maar zijn verhaal ademt grotendeels een negatieve sfeer. Eigenlijk voelt hij zich (te) eenzaam, wil hij diep in zijn hart graag 'aan de man' of beter: een heuse warmbloedige liefdesrelatie, en de coronaperiode met de lockdowns hakte er bij hem flink in. Ikzelf heb dat allemaal niet, en de lockdowns vond ik bij tijd en wijlen zelfs prettig: hoi, ik moet verplicht alleen zijn, laat ik daar nu allerminst moeite mee hebben. Ik verheerlijk niet het alleen-zijn, iedere leefvorm cq. burgerlijke staat heeft zijn voor- en nadelen, maar het boekje van Schreiber is meer een persoonlijke zelfanalyse van een gemis dan een objectieve verhandeling over die voor- en nadelen.
05 februari 2023
Chef 1
Het nieuwe (lees)jaar begonnen met het eerste deel van de tweedelige biografie van de tweede chefdirigent van het Concertgebouworkest: Willem Mengelberg (1871-1951). Een biografie 1871-1920 was bij verschijnen in 1999 de eerste objectieve en gedegen biografie van deze grote dirigent, die van 1895 tot in de Tweede Wereldoorlog van het Concertgebouworkest een eersteklas symfonieorkest maakte, grote componisten uitnodigde om hun werk in Amsterdam te dirigeren en in Nederland een steeds populairder publieke figuur werd. In dit eerste deel beschrijft Frits Zwart in gelukkig niet al te uitgebreide hoofdstukken de jeugd, studietijd en eerste verbintenissen als dirigent, waarna al snel de aanstelling in Amsterdam volgt. Daarna reist de ster van Mengelberg snel; allerwegen wordt hij als een groot dirigent beschouwd. Een tweede chefdirigentschap in Frankfurt en uitnodigingen uit Amerika en elders onderstrepen dat. Helaas zijn er uit deze periode geen opnames voorhanden die dat kunnen bewijzen, maar Zwart citeert voldoende bronnen (recensies van concerten, uitspraken van componisten als Mahler en Richard Strauss) die bewijzen dat Mengelberg een dirigent van grote klasse was. Zwart besteedt aparte aandacht aan de nauwe band die Mengelberg met Mahler en Strauss onderhield, en eindigt dit deel met het grote Mahlerfeest in 1920, een onbetwist hoogtepunt in de carrière van Mengelberg, maar daarnaast een voor die tijd unieke en vooruitstrevende artistieke gebeurtenis. Zwart was conservator bij de muziekafdeling van het Haags Gemeentemuseum waar het Mengelbergarchief is ondergebracht. Hij beschikte dus over de belangrijkste bronnen voor deze biografie, en ofschoon hij soms iets te droog/ambtelijk schrijft, is dit een uiterst onderhoudende biografie. Het tweede deel volgt spoedig.
28 januari 2023
Cirkel
In het nieuwe jaar heb ik inmiddels vijf boeken gelezen, maar er restte nog een tweetal die ik eind december las: twee delen Geheim dagboek van Hans Warren: Geheim dagboek 1987-1990 en Geheim dagboek 1990-1992. Hiermee is op deze weblog een cirkel voltooid: in november 2005 besprak ik hier als een van de eerste posts het deel 1987-1990 (zie hier de weblog) en in september 2006 het deel 1990-1992 (zie hier de weblog). Ik sta nog steeds achter wat ik toen over deze twee delen schreef; ik hoef er ook niet veel aan toe te voegen. De literaire zaken gaan goed, er wordt veel kunst gekeken en gekocht en de relatie met Molegraaf gaat meestal goed, maar vliegt soms volledig uit de bocht. Opvallend detail: aan royalty's komen forse bedragen binnen, maar kennelijk houden Warren en Molegraaf geen deel ervan achter voor de belasting. Iedere aanslag komt als een verrassing, en dan moet er weer bezuinigd worden. Dit jaar hoop ik de resterende delen te lezen!
02 januari 2023
3-in-1
30 december 2022
Moord
Het is alweer een tijd terug dat ik een deel las uit de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot. Ik heb inmiddels ruim een meter van die boeken gelezen maar er is nog veel te ontdekken. Van Fjodor Dostojevski las ik ooit, nog voordat ik in 2006 deze weblog begon, De gebroeders Karamazov, en daarna nooit meer iets van hem. Nu dan Misdaad en straf, in de moderne vertaling van Hans Boland. Dat moet er meteen bij gezegd, want daar is nogal het nodige over gezegd en geschreven, omdat Boland eigentijdse Nederlandse uitdrukkingen gebruikt die Dostojevski niet zo gekend kan hebben. Maar zonder op die details in te gaan: het boek leest als een trein, het Nederlands is vloeiend zoals weinig Nederlandstalige schrijvers schrijven. En voor de rest: het is een thriller (de eerste ooit, volgens sommigen) waarin treurnis en humor voortdurend stuivertje wisselen. De hoofdpersoon Raskolnikov wordt omringd door een bonte stoet kleurrijke figuren die allen een verhaal te vertellen hebben. Tja, dan kom je vanzelf op ruim 600 pagina's. In de epiloog concentreert Dostojevski zich tot de essentie, en daarin staan alinea's om in te lijsten. Ik weet niet of ik Misdaad en straf een meesterwerk vind, maar het is wel een boek dat je gelezen moet hebben. Ik heb me er drie weken enorm mee vermaakt.
28 december 2022
Opnieuw
In augustus herlas ik Bezonken rood van Jeroen Brouwers, een roman die ik rond mijn twintigste las en pas nu opnieuw (zie hier de weblog). Zo zijn er nog veel meer boeken die om herlezing vragen: toentertijd stonden ze in het middelpunt van de (of mijn) belangstelling, golden als het beste van de betreffende schrijver, maar hoe houden ze na 30 jaar stand? Ook: ik las ze toe ik rond de twintig was, soms zelfs eerder, als middelbare scholier, daarna nooit meer. Kon ik toen die boeken überhaupt op waarde schatten? Enfin, ik ga de komende tijd mijn boekenkast opnieuw ontdekken. Na Bezonken rood nu Een vlucht regenwulpen van Maarten 't Hart. Ik las het in 1982 toen ik anderhalve maand bij mijn oom en tante woonde; zij hadden een exemplaar in hun kast staan. Ik heb een uitgave uit De grote lijsters-serie van Wolters Noordhoff uit 1990, maar ik las dat exemplaar nooit, tot nu. En ja, ook deze doorbraak van Maarten 't Hart is alleszins de moeite van het (her)lezen waard. Typisch 't Hart: autobiografisch, heden en verleden vervlechtend, soms wat onbeholpen geschreven maar altijd oprecht uit het hart. En vol prachtige passages die je uit duizenden herkent, ook al heb je ze zelf niet meegemaakt. Ik zag ooit ook de verfilming, en bij vlagen kwamen passages daarvan tijdens het lezen in mijn herinnering, maar het boek is zoals bijna altijd sterker dan de verfilming ervan. Dat Maarten 't Hart nog niet de PC Hooftprijs is toegekend is een grof schandaal; hij is een schrijver die sinds eind jaren zeventig een constante stroom aan verrukkelijke boeken schreef. Ik ga zeker nog meer van zijn eerdere boeken herlezen, maar ook andere oude bekenden komen hier te zijner tijd voorbij.
20 december 2022
Kloten
Ruim anderhalf jaar geleden las ik de roman Wildevrouw van de Vlaming Jeroen Olyslaegers, een historische roman in boeiend-archaïsche taal geschreven (zie hier de weblog). Allerwegen werd zijn eerdere roman Wil hoog aangeschreven; ik las het onlangs. Interessant: eerder dit jaar las ik De draaischijf, de jongste roman van Tom Lanoye, over de bezettingsjaren '40-'44 in Antwerpen (deels ook in Den Haag). Lanoye wilde een krachtige oorlogsroman schrijven waar er in de Vlaamse literatuur in tegenstelling tot de Nederlandse niet veel van zijn. Hoe goed dat boek ook is (zie hier de weblog), al zes jaar eerder verscheen Wil van Jeroen Olyslaegers, waarmee De draaischijf opvallend veel gelijkenissen vertoont (of beter: De draaischijf vertoont veel gelijkenissen met Wil). In beide boeken is een artistiek ik-persoon aan het woord die op late leeftijd terugkijkt naar de oorlogsjaren in Antwerpen. En beiden stellen zich moreel-ambigu op: een beetje meeheulend, en een beetje in het verzet. Wil is sterker dan De draaischijf, minder breedsprakig, kernachtiger en ook meeslepender. Het viel me tijdens het lezen op dat Olyslaegers veel Vlaamse uitdrukkingen met 'kloten' hanteert. Nadat ik het boek gelezen had en op internet wat over het boek opzocht, zag ik een Youtube waarin Olyslaegers de hoofdpersoon eveneens met een Vlaamse uitdrukking typeert: als een tweezak, iemand die niet kon kiezen tussen meeheulen en zich verzetten. Prachtig uitgewerkt in deze roman!
30 november 2022
Achtergrond
Vlak voordat en nadat ik in januari 2021 naar Portugal verhuisde las ik enkele boeken om me 'in te lezen', met name Komrij en Woudstra - zie de auteurslijst hiernaast. Een vriendin stuurde me onlangs per post een boek dat ik toen eveneens gekocht en gelezen zou hebben indien ik het had opgespoord. Maar goed, daar zijn vriendinnen voor om je verder te helpen. De suffe titel Portugal! Portugal! Portugal! (verschenen in 2019) biedt een prachtige verzameling essayistische verhalen waarin schrijfster Lieke Noorman een achttal karakteristieke facetten van het Portugese leven en de Portugese geschiedenis uitwerkt. De Fado, het studentenleven in Coimbra, Bacalhau, dictator Salazar, Fátima en nog een paar: onderwerpen die zeker niet alles vertellen over, maar wel een goede basis leggen van wat in Portugal waardevol gevonden wordt. Ik begon najaar 2020 mijn Portugese leven in Coimbra, een week waarin ik op zoek ging naar een huurplek om van daaruit verder te zoeken, en sindsdien is Coimbra - op drie kwartier rijden waar ik nu woon - voor mij een stad die ik in mijn hart gesloten heb; ik kom er zeker eens per maand. Noormans beschrijving van het studentenleven past in het beeld hoe ik de stad ervaar. Noorman maakt zich er niet gemakkelijk vanaf; ieder onderwerp krijgt gemiddeld een kleine 40 pagina's tekst. Ofwel: goede onderzoeksjournalistiek. Een mooi boek dat een vertaling in het Portugees verdient.
24 november 2022
Aanslag
Na een paar taaie boeken was ik toe aan een pageturner; zo'n boek waar je als je erin begint te lezen opeens zestig pagina's verder bent. Ik kreeg Fidelio leeft nog van een goede vriendin cadeau en het voldeed precies aan mijn leesbehoefte. De achternaam is natuurlijk goed bekend, maar van Jonathan van het Reve, kleinzoon van Karel, had ik nog niet eerder gehoord. Hij is o.a. tekstschrijver voor Arjen Lubach, en beheerst de vlotte pen. In deze roman, eigenlijk zijn eerste, staat een terroristische aanslag gelijk aan die op de redactie van Charlie Hebdo centraal, maar nu gesitueerd in Amsterdam, en deze keer op de redactie van een populair televisieprogramma. De centrale man van dat tv-programma Fidelio is de enige overlevende, net als de ik-persoon die te laat op het werk verschijnt. Het verhaal concentreert zich vervolgens op de vraag waarom Fidelio de aanslag overleefde, en hoe die persoonlijk wraak wil nemen op een van de twee terroristen die wist te ontkomen. De ik-figuur steekt tegen de flamboyante Fidelio bijzonder flets en soms zelf suf af, maar Van het Reve bouwt de spanning goed op, en zet je als lezer uiteindelijk toch op het verkeerde been. Geen meesterwerk, want er zijn wat losse eindjes, maar dit is gewoon een heerlijk boek waar ik precies aan toe was.
12 november 2022
Mysterie
Ik las de afgelopen jaren biografieën van de componisten Schubert (hier), Beethoven (hier) en Bach (hier) en een biografie van Giuseppe Verdi stond stond sindsdien bovenaan mijn verlanglijst. Op internet werd die van Mary Jane Phillips-Matz (in het Engels) als beste bestempeld, dus ik kocht het online via de Slegte in Nederland. De verzendkosten waren zelfs meer dan de prijs van het boek; ik nam de foto hierboven in april j.l. vlak nadat het was bezorgd. Verdi. A biography bleek een taaie pil van bijna 800 pagina's exclusief noten etc. waar ik een half jaar over deed. Philips-Matz verschaft slechts de feiten, verzameld uit brieven, documenten, archieven waar anderen nooit eerder toegang toe hadden. Tja, dan is het een - voor Verdi-kenners - verhelderend boek. Maar je komt helemaal niets te weten over zijn muzikale drijfveren, over de kern van zijn compositorische uniciteit. Na al die 800 lange pagina's snap ik nog steeds niet hoe Verdi tot al die geweldige stukken kwam, van het slavenkoor uit Nabucco (zijn derde opera) tot en met Otello en Falstaff. Ik raak niet uitgeluisterd op Don Carlos, Il Trovatore, MacBeth, La forza del destino, Un ballo in maschera, Ernani, Nabucco, Otello, Simone Boccanegra, Aida, La traviata, Rigoletto en andere... Geen woord in deze biografie hoe Verdi deze meesterwerken componeerde, ze waren er opeens. Wel over hoe hij zich druk maakte over de uitvoeringen, over zijn reizen naar Parijs, Londen, Sint-Petersburg, etc. Verdi's verhouding tot vrouwen, met name Strepponi (met wie hij in het geheim trouwde) en daarna Stolz (beiden ideale Verdi-sopranen, volgens hemzelf) krijgt meer aandacht dan de ontstaansgeschiedenis van welke van zijn opera's ook. Ik ben een enorme liefhebber van Verdi, hoorde twee keer in de Scala van Milaan een Verdi-opera (hier en hier), maar in mijn zoektocht om het mysterie achter die fantastische muziek te weten te komen moet ik verder zoeken. Deze vuistdikke pil van Phillips-Matz leerde me een hoop feiten, maar niets over het mysterie.
06 november 2022
Vraag
Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken, maar tegelijkertijd probeer ik eerlijkheid hoog in het vaandel te houden. Enfin, ik kreeg Socrates op sneakers. Filosofische gids voor het stellen van goede vragen cadeau, maar dit boek van Elke Wiss las ik met steeds langere tanden uit. Volgens de sticker op het voorplat en ook volgens de copyrightpagina (ik las de 43ste druk - het boek verscheen twee jaar geleden), is dit een heuse bestseller, naar ik begreep een in zakelijke kringen veelgegeven cadeauboek. De 'filosofie' van Wiss is gebaseerd op die van Socrates, waarbij het niet-weten aan de basis staat van oprechte belangstelling in kennis en voor de ander, en van een goed gesprek. Wiss kauwt deze filosofie uit over 250 pagina's, terwijl het allemaal ook in 25 voldoende overtuigend uitgelegd had kunnen worden. Maar ja, dat verkoopt niet, dus Wiss betoont zich in dit boek vooral een meester in het doorouwehoeren, samenvatten en herhalen. Op zich knap natuurlijk om met zo'n opgeblazen boek veel geld bijeen te harken. De quotes van totaal onbekende 'professionals' voorin het boek zijn achteraf beschouwd hilarisch. Hun aanprijzingen doen me twijfelen aan hun gezonde verstand.
26 oktober 2022
Fax2
Eerder dit jaar las ik het eerste deel van de Faxen aan Ger van Nicolien Mizee, zie hier de weblog. Nu het tweede deel (er staan nog twee vervolgdelen op mijn plank met te lezen boeken, terwijl een vijfde deel inmiddels verschenen schijnt te zijn). De porseleinkast. Faxen aan Ger gaat verder waar het vorige deel stopte. Nog steeds verbazingwekkend dat iemand in 2018 een boek publiceert met faxen gedateerd tussen juli 1997 en juli 1998, alleen al de vorm is apart. Verder typisch Mizee (na twee eerdere boeken van haar kan ik het wel zeggen): volledig andersdenkend, soms heel saai of doorzeikend, maar bij tijd en wijle vreselijk grappig en origineel. En juist die pagina's maken het boek essentieel. In dit deel introduceert Mizee haar nichtje Bio van vijf, die een kopie op kleuterleeftijd van haarzelf lijkt. In alles afwijkend, maar recht uit het hart. Het kind heeft een oorverstopping die haar doof maakt. Haar biologisch-dynamische ouders willen niks weten van de medische wetenschap, dus laten het zo. Totdat Mizee (zus van Bio's moeder) het kind meeneemt naar een oorarts. Die verhelpt het probleem meteen. De ouders blijven nog steeds hard tegen het kind praten, wat ze altijd al deden, die dan droogkloterig antwoordt: 'Je hoeft niet zo te schreeuwen.' Het is geen topliteratuur, maar wel uiterst onderhoudend en uniek in de Nederlandse literatuur. Op naar het vervolg!
18 oktober 2022
Vluchten
Eerder dit jaar las ik twee boeken van Édouard Louis, de coming man van de Franse literatuur. Zie hier en hier. Nu zijn meest recente roman Veranderen: methode. Het is nauwelijks een roman te noemen, eerder een autobiografie in vertelvorm. Gingen de twee boeken hiervoor over zijn rauwe kinderjaren en jeugd, in dit boek over wat erna gebeurde: hij verlaat zijn ouders en gaat studeren in Amiens, wat al een enorme stap voor hem is. En daarna de grote sprong voorwaarts naar Parijs. In Amiens heeft hij een hartsvriendin, maar hij laat haar in de steek voor Parijs, hoereert zichzelf en wordt door oudere mannen vooruit geholpen. Zoals de titel al aangeeft is Louis vooral bezig te vluchten voor de ellende van zijn jeugd. Hoe goed en meeslepend hij ook schrijft: Louis weet vooral wat hij niet wil, en niet wat wel. In hoeverre dat een bewust uitgangspunt was om dit boek te schrijven: de toekomst zal het leren. Op zichzelf beschouwd is dit een 'roman' van een twintiger die zijn ellende van zich afschrijft, maar misschien is het wel een essentieel boek in zijn schrijversontwikkeling. Nogmaals: de toekomst zal het leren.
26 september 2022
Biograaf
Godfried Bomans stond in zijn jongere jaren in nauw contact met Lodewijk van Deyssel, de oude Tachtiger, eveneens woonachtig te Haarlem. Zie hier een heerlijke anekdote door Bomans over hun schaakpartijen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog legde de late tiener Harry G.M. Prick uit Vaals contact met Van Deyssel, en uit hun briefwisseling volgde een eerste bezoek enzovoort enzovoort. Later benoemde Van Deyssel de jonge Prick tot zijn officiële biograaf. Prick werd conservator bij het Letterkundig Museum in Den Haag, maar zijn levensroeping werd het schrijven van een meer dan vuistdikke tweedelige biografie van Van Deyssel. Ik kocht die twee delen onlangs, alsook wat Deysseliana, waaronder het dunne Herinneringen aan Lodewijk van Deyssel. Het is een onleesbaar langdradig geschreven boekje. Vreemd, want de luttele fragmenten die ik las in die tweedelige biografie zijn uiterst grappig en boeiend. In dit boekje vertelt Prick over hoe het contact met Van Deyssel tot stand kwam. Ooit nodigde mijn leraar Nederlands (zie hier) aan het Bernardinuscollege in Heerlen Harry G.M. Prick uit voor een vertelavond over Van Deyssel. Het was ergens in 1981/1982. Ik kan me die avond nog levendig herinneren, we hingen aan zijn lippen, een gedenkwaardige avond. Meer volgt wanneer ik hier die biografieën of wat Deysseliana bespreek.
23 september 2022
Filosofie
Ik las achter elkaar twee boeken van de Amerikaanse psychiater Irvin D. Yalom, die met zijn romans waarin bekende filosofen centraal staan groot succes heeft. In beide romans twee verhaallijnen, waarvan eentje over de betreffende filosoof, en de ander over het (relatieve) heden en waarin de waarde van de filosoof wordt uitgewerkt. Ik las allereerst Het raadsel Spinoza waarin de Amsterdamse filosoof Baruch de Spinoza (1632-1677) in zijn eigen verhaallijn handelend en sprekend wordt opgevoerd, en dat een aardig beeld geeft van zijn denkwijzen die de Joodse gemeenschap veel te ver gingen en die tot zijn excommunicatie (Cherem) leidden. In de andere verhaallijn staat nazi-ideoloog Alfred Rosenberg centraal, die alles wat Joods was per definitie minderwaardig vond, maar desondanks geïntrigeerd was door Spinoza. Een boeiend boek dat ik in sneltreinvaart uitlas.
Daarna las ik De Schopenhauerkuur waarin Yalom een zakelijk geschreven biografie van de Duitse pessimistische filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) koppelt aan de beschrijving van een lange serie (psychische) groepssessies waarin een van de deelnemers volledig in de ban is van Schopenhauer. Hoewel ik ook dit boek in een vloek en een zucht uitlas, vond ik dit minder geslaagd: de verslagen van de groepssessies vond ik veel te langdradig, en niet altijd nuttige bouwstenen in het geheel. Yalom heeft nog een andere roman geschreven, rondom Nietzsche, en dat wil ik ook wel lezen; je krijgt in een aantrekkelijke vorm toch een aardig beeld van een bekende filosoof.
05 september 2022
Meer evenwicht
Ik besprak in februari vorig jaar het Geheim Dagboek 1981-1982 van Hans Warren dat ik nog in Amsterdam las - dat was dus begin 2021 (zie hier de weblog). Ik woon alweer ruim anderhalf jaar in Portugal en meer dan een jaar in het geweldige huis dat ik hier kocht. Ik lees meer en meer, en achter elkaar de volgende delen van Warrens openhartige dagboek: Geheim Dagboek 1982-1983 en Geheim Dagboek 1984-1987. Het verschil in het omslagontwerp van beide delen is duidelijk genoeg: het deel 1982-1983 verscheen in 2000 toen Warren nog leefde, het deel 1984-1987 verscheen in 2004, drie jaar na zijn dood. Mario Molegraaf kreeg het aan de stok met Mai Spijkers van (toen nog) uitgeverij Bert Bakker - na enkele jaren verzoenden zij zich en werden de laatste delen van het Dagboek weer in de oude vormgeving uitgegeven. Inhoudelijk is er weinig verschil, dat wil zeggen: deze jaren waren wellicht Warrens gelukkigste jaren. Mooie reizen in de voetsporen van Kavafis naar Egypte en Griekenland, bezoeken aan en van dierbare vrienden (met name Gerrit Komrij en Charles Hofman), kunstaankopen, rijke diners, museumbezoeken en zo meer. Wel al de eerste haarscheuren in de relatie met Mario Molegraaf - het leeftijdverschil en -perspectief begon zich aarzelend te manifesteren. Ik schreef het al eerder: een kritische editie van de handgeschreven manuscripten en de uiteindelijke uitgaven in boekvorm zou zeer welkom zijn. Wat veranderden Warren en (zeker ook) Molegraaf aan wat Warren oorspronkelijk aan zijn tafeltje in het cahier schreef...? Ik heb er geen bewijzen voor, maar af en toe bekruipt me het gevoel dat de angels uit de teksten zijn gehaald. Desondanks: het herlezen van het Geheim Dagboek van Hans Warren is een heerlijke bezigheid; nog slechts een deel of zeven te gaan.










































