17 juni 2015

Poen, poen poen poen

Korte tijd geleden las ik van Correspondent-journalist Rutger Bregman een aardig essay over de welvaartsverdeling; hij schreef dat samen met Jesse Frederik (zie hier). Al daarvoor verscheen van Bregman dit krachtig pleidooi in boekvorm voor het basisinkomen. Gratis geld voor iedereen is echter meer dan louter een pleidooi voor het basisinkomen. Het is een pleidooi voor open grenzen, voor vooruitgang, voor vertrouwen etc. Want ja: vroeger was alles slechter, en we leven hier in West-Europa in een Luilekkerland waar onze overgrootouders, en helemaal hun voorouders, niet eens van konden dromen. Bregman behandelt niet de als vanzelf oprijzende vraag waarom politici, die de oude tijden willen doen herleven, zoveel steun hebben. Maar als lezer ontkom je daar niet aan; wat zijn wij mensen toch sukkels. Maar goed: Bregman kijkt juist vooruit en staaft zijn beweringen met vele bronnen. Een gemiddeld hoofdstuk van 20 pagina's kent minstens 30 eindnoten naar studies. Open de grenzen, geef zwervers geld in plaats van zes hulpverlenende instanties, houd op met koopkrachtplaatjes en BBP-berekeningen (want er is zoveel essentieels in het leven dat daarin niet wordt meeberekend), etc etc. De (be)rekenende economen zijn aan de macht, en daarmee doen we ons flink tekort. Bregman is echter een optimist: ooit komt het inzicht en dan gaat het snel. Dit boek van 200 pagina's stemt hoopvol. Vanwege de inhoud, maar ook omdat er 26-jarigen als Bregman zijn die zulke boeken kunnen schrijven...

13 juni 2015

Storm in een glas wijn

Wijnboer en wijnschrijver Ilja Gort begaf zich een paar jaar geleden op het pad der fictie (zie hier) en nu een vervolg met een 500 pagina's dikke thriller. Ch√Ęteau Fatale is een recht-toe-recht-aan thriller waarin de drugs- en wijnmaffia in de Provence bestreden wordt door een journaliste, een wijnboer en een bekeerde crimineel. Uiteraard loopt het af zoals je verwacht, maar Gort maakt er een bonte toestand van. Hij heeft zich grondig verdiept in wapens, want hij laat zijn personages kennis over wapentypes en hun specifieke eigenschappen uitdragen die niet iedereen in huis heeft. Het boek is vooral grappig door de vergelijkingen. Ik heb er soms flink om moeten lachen: Haar 'executive room' had het formaat van een ruim uitgevallen toilet en was voorzien van het soort meubilair waar zelfs de kringloopwinkel zijn neus voor zou ophalen. (...) De bak van de douchecabine was zo dik begroeid met schimmel dat je er met succes champignons in zou kunnen kweken. Of deze: De vislucht vermengde zich nu met een zware zweetlucht en een knoflookadem waar je plakken van kon snijden. Nog eentje: Zijn tanden stonden in zijn mond als de deurtjes van een keukenkastje waarvan de scharnieren het hadden begeven. De laatste dan, ook leuk: Die nacht bedreven zij de liefde op een bewonderenswaardig onhoorbare manier. Onhoorbaar, maar met een intensiteit die de aarde beslist enkele centimeters uit haar baan gebracht moet hebben.
Meer Leeslog in eerdere maanden - zie de 'archives' in de rechterkolom.