05 november 2021

Apart

Ook over dit privé-domeindeel van Clarice Lispector deed ik lang, ruim een maand. Net verhuisd, vrienden en familie over de vloer, en ook een weerbarstig boek dat zich niet gemakkelijk laat lezen. De ontdekking van de wereld biedt een selectie uit de 'columns' die Lispector tussen 1967 en 1973 wekelijks voor een Braziliaanse krant schreef. En in die columns (die dus geen columns waren) ging ze alle kanten op. Ze schreef over heel persoonlijke gebeurtenissen, mijmerde over van alles en nog wat, haalde herinneringen op enzovoort. Alles bij elkaar krijg je een aardig beeld van deze schrijfster (van wie ook een dikke bundel korte verhalen in het Nederlands verscheen), maar het is vooral de poëtische stijl die dit boek bijzonder maakt. Reeds na enkele pagina's heeft Lispector je zoveel voorgeschoteld, dat je het boek moet wegleggen. Bepaald geen pageturner dit boek, maar dat is niet anders dan een compliment. 

28 september 2021

Bezorgd

Ik lees niet zo veel dezer maanden. Wat ik lees lees ik traag, en verder zijn er teveel andere zaken: een verhuizing naar mijn definitieve stek in Portugal, veel planten en enkele dieren die om onderhoud vragen, druivenpluk en wat dan ook. Heel geweldig allemaal, maar het lezen schiet er dan een beetje bij in. Of ik pak voor het slapengaan een dicionário voor Portugese brugklassers om wat alledaagse woordjes te leren. Maar goed, mondjesmaat toch ook wat 'gewoons'. Ik lig bovendien enkele te beschrijven boeken achter, dus meteen weer twee tegelijk in een weblog. In juli las ik twee essaybundels: De fundamenten van Ramsey Nasr en Groter denken, kleiner doen van Herman Tjeenk Willink. In De fundamenten drie essays die Nasr tijdens de lockdowns van de coronacrisis schreef en waarin hij betoogt dat het neo-liberale denken van deze tijd de aarde uiteindelijk kapotmaakt. Een verhaal over de klimaatcrisis dat vaker gehoord wordt, maar Nasr schrijft de boodschap helder op. Ik schrijf deze weblog kort nadat bekend werd dat ook de derde informateur (Remkes) geen mogelijkheden ziet om een kabinet te formeren. Herman Tjeenk Willink was de eerste van de drie, en zijn eindverslag bevat uitspraken die hij in Groter denken, kleiner doen uit 2018 breder bespreekt. Kortgezegd draagt hij de politiek en de overheid op de kloof met de burger te dichten, dienend en 'er voor de mensen' te zijn. Hoewel Nasr en Tjeenk Willink het over verschillende onderwerpen hebben, ligt hun boodschap wel in elkaars verlengde. Bovendien schrijft Tjeenk Willink meer vanuit het hoofd, en Nasr vanuit het hart. Goed dat het opgeschreven, uitgegeven en gelezen wordt.

29 augustus 2021

Boekenweek 2021

In tijden van corona is alles anders, zo ook de Boekenweek. Die werd pas eind mei/begin juni gehouden (normaal in maart), en er was ook geen boekenbal. Wel verschenen het boekenweekgeschenk en het boekenweekessay. Ik las beide boeken na elkaar. Het boekenweekgeschenk is zelden echt goed, zo ook Wat wij zagen van Hanna Bervoets niet, maar het is wel een lezenswaardig verhaal, waarin de duistere kant van het internet een rol speelt. De gelaagdheid - ik-figuur schrijft het geheel aan haar psycholoog, en naast het werk als speurhond naar duistere posts op internet is er ook nog een liefdesverhaal met een collega - oogt interessant, maar mist diepgang en noodzakelijkheid. Eigelijk hadden die liefdesperikelen eruit gekund, om meer gewicht aan het werk-thema te kunnen geven. Maar goed, het leest allemaal vlot weg.
De genoxidefax van Roxane van Iperen is eigenlijk een veel spannender verhaal; helaas volledig op feiten gebaseerd. Op 11 januari 1994 stuurde VN-commandant Romeó Dallaire een fax naar het hoofdkantoor van de VN in New York. In die fax luidt hij de alarmklok over de ontwikkelingen in Rwanda. Eigenlijk voorspelt hij daarin wat pas enkele maanden later werkelijkheid zou worden: de massaslachting van honderdduizenden Tutsi's door de Hutu's. Van Iperen beschrijft wat er in die maanden gebeurde, of meer: wat nagelaten werd. De VN, de Amerikanen en vooral ook de Belgen deden toen in Rwanda wat nu ook in Afghanistan gebeurde: de eigen mensen evacueren, en de boel de boel laten. Moge Afghanistan zo'n genocide bespaard blijven, maar niemand die het weet. De genocidefax heeft een indringende ondertitel: Wat doe jij als het erop aankomt? (Op de afbeelding erboven staat nog het woord werkelijk in die ondertitel, maar niet op mijn exemplaar.)

14 juli 2021

Schubert

Klassieke muziek en een aantal componisten liggen me zo na aan het hart dat ik me voortdurend afvraag hoe die muziek tot stand kwam, en hoe die componisten zulke geniale en ontroerende muziek konden schrijven. Ik las al wel een aantal biografieën maar dikwijls bleef die vraag in het vage. Jan Caeyers kwam met zijn Beethoven-biografie een eind in de goede richting (zie hier). Veel grote componisten om nog heel veel over te weten te komen trouwens. Al heel lang hoog op mijn wensenlijst: Franz Schubert. Leeftijdgenoot van Beethoven, althans hun laatste 30 jaar, maar Schubert was wel 27 jaar jonger. Ofwel: Beethoven overleed op 57-jarige leeftijd in 1827, Schubert anderhalf jaar later. Hij werd 31. En toch componeerde hij zo'n 1000 werken, waarvan veel liederen, maar ook pianomuziek, strijkkwartetten, opera's, missen en symfonieën. Beethoven verbaast door zijn structuren, vernieuwingsdrang en energie, Schubert is intiemer, lieflijker en tegelijkertijd tragischer, en: onvoltooid. In de laatste anderhalf jaar van zijn leven componeerde Schubert als een dolle, alsof hij wist dat zijn einde naderde. Pure onzin, want dat is wijsheid achteraf. Maar mocht hem nog een jaar of vijf extra gegeven zijn geweest; wat een enorme hoeveelheid extra meesterwerken hadden we dan cadeau gekregen. Helaas, het moest zo zijn. Niet voor niets werd een jaar na zijn dood op zijn grafmonument deze tekst gebeiteld: de Dood begroef hier een rijk bezit, maar nog schonere verwachtingen.
In ruim een jaar tijd verschenen twee Nederlandstalige biografieën; ik las ze achter elkaar. De Vlaming Yves Knockaert gaf zijn boek de titel Schubert. De biografie mee. Je moet maar durven. De verwachtingen die de titel wekt worden niet waargemaakt. Knockaert geeft vooral de droge feiten, en besteedt daarnaast veel pagina's aan het antwoord op de vraag of Schubert en Beethoven elkaar nu wel of niet persoonlijk hebben ontmoet. Maar hij onderneemt geen enkele poging het 'geheim' van Schubert te ontrafelen. Een teleurstellend boek. De Nederlander Robert Joost Willink gooit het over een geheel andere boeg. In Een onvoltooid leven. Franz Schuberts Schmerz en de schaduw van Beethoven worden al die feiten eveneens gepresenteerd, maar probeert Willink Schuberts muziek en de ontwikkeling daarin te analyseren, waar mogelijk in relatie tot de studie die Schubert van zijn beroemde stadgenoot maakte - en op een gegeven moment bewust een andere weg koos. Beethoven was in Wenen en daarbuiten een bekend en (financieel) succesvol componist, ook al trok hij zich door zijn totale doofheid in zijn laatste jaren volledig uit het openbare leven terug. Schubert bleef eigenlijk zijn hele leven onbekend; slechts een luttel aantal composities werden regelmatig uitgevoerd. In 1822 liep Schubert syfilis op - toentertijd een uiteindelijk dodelijke infectieziekte. Dat heeft hij geweten, maar hij hoopte dat hij het nog een poos kon uitzingen. Willink beschrijft deze feiten diepgaand, en brengt ze waar mogelijk in relatie tot Schuberts muziek. Ook probeert Willink een verklaring te geven voor de opvallende uitbarstingen in een aantal van Schuberts latere werken. Hoe opmerkelijk: in juist de langzame delen, waarin Schubert uitermate simpele maar even aangrijpende melodieën presenteert, komen halverwege die delen enorme uitbarstingen voor, alle remmen los, je houdt je hart vast: in het strijkkwintet, het tweede pianotrio, de negende/achtste ('grote') symfonie, de pianosonate D959, zelfs al in die prachtige tweede Moment musicaux D780 in As: tragische lieflijkheid, maar opeens onverwacht complete desoriëntatie, woede, of domweg een steek recht door je hart. Willink besteedt een apart hoofdstuk aan die uitbarstingen: eindelijk een biografie die probeert het muzikale geheim te ontrafelen. Dat kan natuurlijk nooit, maat dat is de kracht van muziek. Maar ach, arme Schubert: zoveel moois gegeven, maar zo te kort geleefd. 

10 juli 2021

Trans

Ik kreeg het van een vriend mee voor onderweg, en inderdaad, ik begon er bij de gate op Schiphol in te lezen en las het halverwege de vlucht terug naar Lissabon uit. Welkom bij de club is een lichtvoetig geschreven roman door Thomas van der Meer over een ik-figuur die als meisje geboren wordt maar bij wie het al snel duidelijk is dat ze een jongen is cq wil zijn. Met zevenmijlslaarzen loopt het verhaal door de tijd, want zowel de transitie als het tijdsverloop gaan razendsnel. Dat lijkt een zwakte, maar maakt het boek juist aantrekkelijk: geen zwaarwichtig gedoe, maar een soepele vertelling over een operatie en de aanvaarding door vrienden en collega's. Op de laatste bladzijde een vrolijk lachende auteur met het onderschrift dat hij met de opbrengst van het boek de verbouwing van zijn badkamer hoopt te kunnen financieren. Een opmerking die de sfeer van het boek treffend weergeeft.

30 april 2021

Scheepsrecht

Deze eerste maanden in Portugal lees ik niet veel. Werk, huizenkoop en autoimport houden me uit de stemming om regelmatig uren achtereen geconcentreerd te lezen. Ik lees wel, maar het zijn slechts een tiental pagina's zo af en toe. Wel nog drie boeken te beschrijven, dus geheel hopeloos is het ook niet. Over een maand betrek ik mijn nieuwe huis, en na een periode van inrichten zal er in het najaar wel weer wat meer rust komen. Enfin, ik las in april Weduwe voor een jaar, dat ik al zeker vijftien jaar onuitgelezen in de kast had staan. Ik begon er ooit twee keer eerder in maar stopte na een pagina of honderd. Nu dan wel helemaal gelezen, en met groot genoegen. Voordat ik in 2006 deze weblog startte las ik enkele andere bekende titels van John Irving, steeds in sneltreinvaart: garp, hotel new hampshire, owen meany en regels ciderhuis. Die vier kenden een enorme vertellerskracht, en in Weduwe voor een jaar is dat iets minder sterk. Eigenlijk bevat de roman twee delen met elk een eigen atmosfeer en Irving moet iets teveel toeren uithalen om alles logisch aan elkaar te verbinden. Maar verder is hij ook in deze roman ouderwets op dreef door zonder schaamte alles erbij te betrekken wat er te betrekken valt; geen ingrediënt is hem teveel, en dat is gewoon lekker lezen, zo'n bont-barok verhaal. De Nobelprijs zal hij wel nooit krijgen, maar Irving is een unieke schrijver met een eigen thematiek en stijl.

31 maart 2021

Achterhoek

In mijn overlevingsdoos met boeken die met de auto meeging naar mijn tijdelijke verblijf in Portugal stopte ik twee boeken van Jeroen Brouwers die ik in 2003 van allerliefste collega's cadeau kreeg en toen meteen las, en sindsdien direct hoog op mijn lijst van te herlezen boeken stonden. Nu dan het eerste boek: Kroniek van een karakter Deel 1 - 1976-1981 - De Achterhoek. Ik las die 400 pagina's toen in drie dagen, nu in drie weken, maar het genot was er geen spat minder om. Ik was in 2003 net begonnen om zoveel mogelijk van Brouwers te lezen, en de twee delen Kroniek van een karakter (hoe moeilijk antiquarisch toen al verkrijgbaar) waren noodzakelijk daarbij. Sindsdien las ik nog zeker een meter Brouwers, en met die bagage lees je dit eerste deel met nog meer genoegen. Hij schrijft dezer jaren de romans Zonsondergangen boven zee en Bezonken rood en legt de basis voor De laatste deur, Winterlicht en het boek over Hélène Swarth, boeken die ik alle eveneens met groot genoegen las. Nu weet ik pas de achtergrond van die peren uit Winterlicht! De meeste brieven zijn gericht aan Tom van Deel en Jaap Goedegebuure. Maar ook aan Maarten 't Hart, Angèle Manteau en Walter van den Broeck. Ik gaf ooit eens een handje aan 't Hart en Goedegebuure - ik ben er eentje verwijderd van Brouwers! In de Inleiding schrijft Brouwers over hoe de brieven zijn gepubliceerd, en dat hij het genre (brievenboeken) eigenlijk verafschuwt. Het vervolg bewijst het tegendeel. Ik gun Brouwers het eeuwige leven, maar de wetenschap dat hij tienduizenden brieven moet hebben geschreven en dat die nooit gebundeld zullen worden, vind ik een onuitstaanbare gedachte. Maar goed, dit eerste deel Kroniek van een karakter biedt de lezer het verrukkelijkste wat je in het Nederlands kunt lezen. Citeren doet afbreuk aan de context en het bouwwerk in dit boek. maar je lacht je tranen om de taalvariatie, rijker dan in welk brievenboek ook. Kan een cadeau ooit rijker zijn? Het tweede deel laat ik even liggen; op mijn leeftijd moet je het ultieme genot spreiden. Maar het volgt spoedig. De rest van Brouwers komt hopelijk spoedig uit de opslag naar Portugal - ik ga die ruime meter stellig ook herlezen. Maar eerst dat tweede deel van deze grandioze brievenbundel. 

23 maart 2021

Zang

Ik sprak met de eigenaars van mijn huurhuis in Portugal over boeken, lezen en klassieke muziek en werd me vervolgens een roman aanbevolen/opgedrongen van Ann Patchett, een mij onbekende Amerikaanse schrijfster die in Bel Canto een operazangeres centraal stelt. Deze eigenaars ontmoetten deze schrijfster eens tijdens een boottocht; enfin, ik kreeg het boek te leen, een door de schrijfster gesigneerd exemplaar. Ik lees zelden boeken in het Engels, maar nu ik permanent in het buitenland woon moet ik me maar over taalbarrières heenzetten, te beginnen met het Engels uiteraard. Een boeiend verhaal: een rijke Japanner op zakenreis in een onbenoemd Zuid-Amerikaans land geeft een party in de ambtswoning van de vice-president, waar zijn favoriete sopraan een paar liederen ten gehore brengt. Die sopraan is de absolute nummer 1 van de wereld, en was toevallig in de buurt. Tijdens de party bestormen guerrila's de ambtswoning en nemen iedereen in gijzeling. Alle vrouwen worden vrijgelaten, met uitzondering van de sopraan, en daarna volgt een wekenlange patstelling. Er vindt langzaamaan toenadering tussen de gijzelnemers en gijzelaars plaats, en dat is het sterke van deze roman: de subtiele verandering in de verhouding tussen de gijzelnemers en gijzelaars, maar ook tussen de vormelijke Japanner en zijn vertaler en de sopraan en anderen. Het is nergens spannend omtrent de afloop, maar daar gaat het in deze roman niet om. De afloop is desalniettemin een koude douche. Geen meesterwerk, maar wel een apart en boeiende roman, misschien iets te Amerikaans-eendimensionaal, maar alleszins het lezen waard.

16 maart 2021

(Geen) spijt

Na drie boeken over geld, reizen en wijn (hier en hier de weblogs erover) een andere bestseller van de Nijmeegse hoogleraar psychologie Ab Dijksterhuis. Hij heeft er ruim 300 pagina's voor nodig om de kern van geluk te beschrijven. Op naar geluk. De psychologie van een fijn leven heeft naar mijn idee teveel woorden nodig om die kern te beschrijven: je hebt zelden of nooit spijt van wat je doet, maar veel vaker of altijd van wat je niet doet (of niet hebt gedaan). Die kern kende ik al cq was ik zelf al achter gekomen, maar veel dieper gaat dit boek eigenlijk niet. Dijksterhuis strooit met onderzoeken die vanalles aantonen of ontkrachten, maar veelal betreffen het open deuren. Misschien ben ik te verlicht en zijn er velen die door dit boek hun ogen geopend hebben: ik gun het boek zijn succes. Maar in tegenstelling tot Dijkserhuis' boeken over geld, reizen en wijn las ik dit boek met moeite uit. 

13 maart 2021

Val


De drie eerdere romans, alsook zijn naam, waren me ontgaan, maar het in november j.l. verschenen Wildevrouw kreeg de nodige publiciteit die me de naam van Jeroen Olyslaegers in een uithoek van mijn geheugen deed postvatten. Daar had het nog steeds gezeten ware het niet dat ik vlak voor mijn migratie naar Portugal het boek cadeau kreeg van een Vlaamse vriend. Wij werkten ooit bij een Vlaamse uitgeverij die de naam draagt van een bekende drukker tijdens de tweede helft van de zestiende eeuw (het bedrijf van die drukker bleef overigens voortbestaan tot in de negentiende eeuw, waarna het een museum werd dat ik ooit als puber tijdens een schoolreis bezocht; het was mijn eerste kennismaking met letterbakken en loden zetsel). Plantijn komt zelf niet in deze roman voor, maar het speelt wel tijdens de jaren voorafgaand aan wat we in de geschiedenisles leerden als de val van Antwerpen (1585), maar wat eigenlijk het beleg van Antwerpen was, en dat beleg was ook weer een gevolg van langdurig religieuze twisten en strijd om heerschappij, vrijheid, onafhankelijkheid; enfin: onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog. Olyslaegers beschrijft vanuit de ik-figuur Beer (herbergier te Antwerpen, gevlucht naar Amsterdam en daar zijn herinneringen optekenend) een turbulente tijd ruim een decennium voorafgaande aan dat beleg, maar je voelt dat dat beleg en de val eraan zitten te komen. Beer verliest drie vrouwen aan geboorten, waarvan alleen bij de laatste het kind overleeft, en zijn schuldgevoel, vadergevoelens, hang naar onafhankelijkheid en overlevingsdrang maken hem een ideale eigenaar van een herberg waar het vrijheidsdenken welkom is. Vaste gast is onder andere Abraham Ortelius, kaartenmaker en naamgever van de straat in Amsterdam-Bos en Lommer waarin ik drie jaar heb gewoond. Olyslaegers schrijft in een archaïsche stijl, die weliswaar niet altijd even vloeiend leest maar je wel het gevoel geeft dat je daadwerkelijk in die zestiende eeuw bent. Een strenge winter voelt ook als uiterst lang, en de martelingen voorafgaande aan het ophangen van een tweetal overvallers voel je in lijf en leden. Olyslaegers biedt je eerder een tijdsbeeld dan een verhaal met een plot, maar dat doet hij uiterst weelderig: een unieke historische roman!

07 maart 2021

Thuis

Het blijkt alweer ruim zes jaar geleden dat ik de eerste uitgave kocht van wat later een serie bleek te gaan worden. Carmiggelt gedundrukt bevatte een selectie Kronkels, fraai uitgegeven door Van Oorschot, zie hier de weblog. Er volgden andere schrijvers die ik al min of meer in Verzameld Werk in de kast heb staan of die ik even niet zo interessant vond/vind, maar nu Gerrit Komrij ook gedundrukt is kon ik de aanschaf niet laten. De ultieme vergaarbak is een fraaie bundel proza en poëzie die je doet schateren en soms ook vol onbegrip doorleest. Met zijn gedichten heb ik niet zoveel, en sommige prozastukken snap ik domweg niet, of doen me niets. Maar het merendeel van die prozastukken is grandioos, enorm goed geschreven en dikwijls uiterst vermakelijk. Ik schaterde soms de kalk van de muren, hier in mijn nieuwe tijdelijke huisje in Portugal. Voldoende stof om te citeren, maar koop en lees het boekje eigenlijk zo snel mogelijk zelf. Ik heb een haat-liefdeverhouding met dit soort verzamelbundels: ze bieden goede waar, maar ik weiger me ook neer te leggen bij de beperkte keuze van de samensteller(s). Publicatie van een Verzameld Werk zou ik zeer toejuichen en ook geheel lezen. Bepaald geen straf om dan af en toe iets te herlezen wat je al in deze verzamelbundel hebt gelezen.

27 februari 2021

Evenwicht

Het was het laatste boek dat ik uitlas in mijn Amsterdamse huis waar ik tien jaar woonde: het Geheim dagboek 1981-1982 van Hans Warren. Maar nu ruim anderhave maand later in Portugal lijkt het een eeuwigheid geleden en kan ik me er niet anders van herinneren dat Warren in deze twee jaren een gemoedelijk evenwichtig leven had met zijn jonge nieuwe liefde Mario. De bekende maar fijne elementen: een nieuwe reis naar Griekenland, veel op en neer-gereis naar Amsterdam naar Gerrit en Charles, goed eten, sex, kunstaankopen en klein-huiselijke strubbelingen. Tegelijkertijd ligt Nederland en Amsterdam opeens ver weg, maar dat zegt meer over mij dan over dit dagboekdeel. Warren in rustiger vaarwater, het was hem gegund!

21 februari 2021

Gif


Sinds de vorige post een hoop gebeurd: om kort te gaan verhuisd en geëmigreerd. Wel het nodige gelezen, inmiddels wachten er vijf boeken op beschrijving. Te beginnen met De rat van Amsterdam, de jongste roman van Pieter Waterdrinker. Misschien niet zo groots als Poubelle (zie hier), maar zeker beter dan Tsjaikovskistraat 40 (hier). Het is een lijvige roman waar Waterdrinker eens goed voor is gaan zitten. De ik-figuur schrijft in de gevangenis het hoe en waarom, en inclusief die passages over het heden in de gevangenis, maar natuurlijk vooral de opgeschreven herinneringen vormen een verrukkelijk verhaal. Breedsprakig, barok, en lekker giftig. De ik-figuur is eeuwig verliefd op een (oud)klasgenote en ondanks dat hij zelf flink in de smaak valt bij het damespubliek blijft die liefde eigenlijk min of meer onbeantwoord. Maar het verhaal bevat eigenlijk de gehele geschiedenis van geboorte tot heden van de ik-figuur en daardoor leest het tegelijkertijd als een spannend jongensboek. De verteldrift van Waterdrinker zit hem soms iets teveel in de weg, maar weinig hedendaagse Nederlandse romans die zo'n vertelplezier etaleren.

10 januari 2021

Drie

Een kleine drie jaar geleden las ik Noem me bij jouw naam van André Aciman (hier de weblog) nadat ik daarvoor naar de veelbezochte en -geroemde film Call me by your name was geweest, gebaseerd op dat boek. Het succes van de film en daarna (ruim tien jaar na verschijnen) het boek vroeg om een vervolg. En tja, daarvoor is Aciman teveel een eendagsvlieg om een goed vervolg te schrijven. De vader en de zoon uit Noem me bij jouw naam spelen in Vind me wederom, maar onafhankelijk van elkaar de hoofdrol, ofschoon ze beiden op slag verliefd raken op iemand met wie ze het daarna jaren gaan uithouden. Welja! In het slothoofdstuk is de vader inmiddels dood, en de zoon weer samen met de man die in het vorige boek zijn hart stal. De film gaat stellig volle zalen trekken, want couleurlocale (Rome, Parijs, Alexandrië) genoeg, maar literair helaas eendimensionaal.

30 december 2020

Zes

Tegenwoordig heten romans die het goed doen 'cult-romans' en ik heb daar geen antenne voor. Ik lees gewoon boeken die ik wil lezen of die mij aangeraden worden. Soms is dat dan een cult-roman, zoals Max, Mischa & het Tet-offensief van de Noorse schrijver Johan Harstad. Het verscheen in 2017, werd alom geprezen, maar ik had er nog nooit van gehoord totdat onlangs een vriendin het me aanraadde. Zij is een goede lezer, dus haar adviezen kan ik niet naast me neerleggen. Een bijzondere roman, 1230 pagina's. De geschikte jongen van Vikram Seth blijft met 1366 pagina's het dikste boek dat ik ooit las (zie hier de weblog) en dat is tevens een veelomvatterder verhaal, maar Max, Mischa & het Tet-offensief is alleszins de moeite van het lezen waard. Waar in De geschikte jongen vier families als een fuga het verhaal bepalen, draait Max, Mischa & het Tet-offensief om slechts zes hoofdpersonen, en hun wederwaardigheden weten je ook voortdurend te boeien. Vijf van de zes hebben hun oorsprong in Noorwegen, de zesde in Canada, maar toch speelt het grootste gedeelte van het boek zich af in en nabij New York, en is het in feite een Amerikaans verhaal. Harstad verbindt feiten als de Vietnamoorlog, 9/11 en de orkaan Sandy met de levens van de hoofdpersonen, maar de waarde van het boek is wat mij betreft de schrijfstijl: lange meanderende zinnen, alles erbij betrekkend wat ertoe doet of nuanceert. En dat heeft iets hallucinerends, iedere zin is een druppel water in een oceaan, maar wel een druppel die benoemd en volledig geproefd moet worden. Er zijn enkele zwakke elementen om het boek een meesterwerk te noemen: ik vind de relatie tussen Max en de zeven jaar oudere Mischa te weinig glanzend om geloofwaardig te zijn, en oom Owen blijft een beetje een loser, terwijl hij dat niet is. Desondanks alleszins lezenswaardig, maar de superlatieven waarmee het boek is bewierookt zijn iets teveel cult.

18 december 2020

(On)vrijheid

Eerder dit najaar na een lange onderbreking ging ik weer verder met het herlezen van de dagboeken van Hans Warren (zie hier). Nu meteen twee delen achterelkaar gelezen. In Geheim Dagboek 1977-1978 zet het vrije leven uit het vorige deel door. Veel contact met vrienden, alcohol en wederom een reis naar Griekenland. Warren beschrijft alles gedetailleerd en uiterst lezenswaardig. Zijn roem als dichter wekt de belangstelling van jonge mannen, die hem brieven sturen en hun aanhankelijk betonen. Op één gaat Warren in; het deel sluit af op 29 juli 1978 wanneer hij hem van het station gaat halen.
Geheim Dagboek 1978-1980 staat geheel in het teken van de nieuwe relatie met Mario Molegraaf, bij hun ontmoeting 17 jaar oud, en die tot Warrens dood in 2001 met hem zal blijven samenwonen. Interessant te lezen hoe Warren balanceert tussen het geluksgevoel dat hij als oude man nog zo'n aantrekkelijke jongeling aan de haak heeft weten te slaan, de behoefte om alleen te zijn en te mijmeren, en het besef dat door het verschil in levenservaring het soms lastig communiceren is. Het geluk overheerst en Warren introduceert zijn jonge lover zonder reserves bij zijn eigen vrienden. 
Tenslotte: af en toe bekroop mij het gevoel dat de tekst flink bewerkt moet zijn voordat het werd uitgegeven. Uit latere delen kan ik me herinneren dat Warren en Molegraaf veel tijd steken in het persklaar maken van de kopij, oftewel dat ze de originele dagboekteksten van Warren niet zomaar een op een overnamen. Het zou heel interessant zijn om die originele dagboeken eens in te zien en te vergelijken met wat uiteindelijk in boekvorm verscheen.

20 november 2020

Overspel

Ik kocht het boek nagenoeg precies een jaar geleden, en begon er in januari in te lezen. Ik deed er tot eind oktober over. Het is ontegenzeggelijk een van de mooiste boeken die ik ooit las, en vanaf nu een parel in mijn boekenkast dat ik zo af en toe eruit zal halen om me te laven aan schoonheid. Fantastische nacht en andere verhalen is een ruim 600 bladzijden dikke bundel met achttien verhalen van Stefan Zweig die hij pakweg tussen 1917 en 1938 schreef. Ieder verhaal is een hoogtepunt op zich, daarom las ik ze met tussenpozen van een of meerdere weken. Klassiek vertelde verhalen, waarin ongemak en onuitgesproken emoties de boventoon voeren. En ook: (vermeend) overspel. Zoals een goede vriendin het treffend verwoordde: geen andere schrijver dan Stefan Zweig schreef zo goed over overspel. Ik kan hier niet alle achttien verhalen terugroepen, en er eentje uitpikken doet de andere zeventien tekort. Zweig wordt weleens verweten, naast al zijn kwaliteiten, een mooischrijver te zijn. Dat is hij inderdaad. Hij leeft zich uit in het beschrijven van interieurs, kleding, weersgesteldheden, natuur en ook het ongezegde. Maar het is wel erg weldadig om te lezen. Wie doet hem dat na? Ondanks die esthetiek schreef hij verhalen waar je van op het puntje van je stoel gaat zitten. Zo rijk, zo spannend, zo erudiet. Ik kan me nu even geen andere verhalenbundels voor de geest halen die zo gaaf zijn.

16 november 2020

Boos

Na Fear (zie hier de weblog) schreef Bob Woodward opnieuw een boek over de handel en wandel van Donald Trump als president van de Verenigde Staten. Rage verscheen in september en ik las het vrij snel na verschijnen. Inmiddels zijn de verkiezingen geweest en behalve Trump zelf accepteert iedereen dat er vanaf 20 januari a.s. een andere president in het Witte Huis zit. Het is een treurig én hilarisch boek. Je verbaast je bij Trump eigenlijk nergens meer over, maar Woodward wist hem in vele interviews toch te verleiden uitspraken te doen die wel te absurd zijn voor woorden. Daarnaast sprak Woodward met iedereen die maar enigszins met Trump te maken had en heeft. De love-letters van Kim Jung Un en de beginperiode van corona staan centraal in dit boek. Uitstekende onderzoeksjournalistiek, op zijn Amerikaans. Het leest lekker weg.

28 oktober 2020

ABC

Ik lees momenteel een roman van zo'n 1100 pagina's en dat gaat traag doch gestaag. Grote kans dat ik daardoor ondertussen wel mijn weblog-achterstand van vier boeken kan wegwerken. Te beginnen met alweer een privé-domeindeel en alweer Gerrit Komrij. Uit vele interviews en toespraken, gegeven/gehouden tussen 1970 en 1994, stelde Komrij De buitenkant. Een abecedarium samen over allerhande onderwerpen, van de Achterhoek tot het Zuiden. Komrij is soms een beetje onbegrijpelijk eigengereid, maar dikwijls ontwapenend helder en dikwijls uitermate geestig. Eén van de uitspraken onder het kopje 'Homoseksualiteit': Homoseksuelen zijn een uitvinding van heteroseksuelen. En ik had tranen van het lachen bij deze uitspraak onder 'Televisie' vanwege de woordkeuze en scherpte: Ik kijk elke avond naar de televisie. Er is altijd wel een leuke schietserie op, er wordt ongelooflijk veel gemoord en geslacht en achternagezeten. Een achtervolging met een kameel of een helikopter is net weer iets anders dan een achtervolging met een auto: je wilt die eindeloze variaties allemaal zien. Met wat lawaai erbij, dat zoemen en piepen en gieren, en hoe prachtig de schurken over de kop slaan als ze worden doodgeschoten... Fantastisch is dat. Verrukkelijk boek om af en toe op een willekeurige bladzijde open te slaan.

19 oktober 2020

Mosterd

Ik miste de jubelende recensies bij het verschijnen in januari 2018 van De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld, maar nadat het boek onlangs de Internationa Booker Prize won, staat het weer onafgebroken in de bestsellerlijsten; ook ik kocht en las het pas door de hernieuwde aandacht vanwege die Engelse prijs. Ik las het boek in twee dagen, maar kan er helaas niet positief over zijn. Niks mis met een volledig naargeestig boek en goed geschreven ook. Maar de thematiek is compleet achterhaald. Kort: een streng gereformeerd boerengezin in Zeeland; de oudste zoon verongelukt bij het schaatsen en de ouders gaan er volledig aan onderdoor. De drie overgebleven kinderen - waaronder de ik-figuur - reageren er elk op hun eigen manier op. Groot leed op de Zeeuwse kleigrond. Het hechte geloof in de grote God biedt geen soelaas. Ik ben een beetje klaar met die zelfhulpliterauur over een beklemmende gereformeerde jeugd. Het lijkt alsof er inmiddels in de Nederlandse literatuur meer romans over een streng-gereformeerde jeugd zijn geschreven dan er überhaupt streng-gereformeerden zijn. Na Jan Wolkers, Maarten 't Hart, Franca Treur, Oek de Jong e.v.a. voegt Rijneveld er wat mij betreft weinig aan toe. Weinig origineel, deze roman.

14 oktober 2020

Vanouds

Ik schreef het al eerder: naast veel Gerrit Komrij en Oek de Jong ook veel Privédomein dit jaar. Een monumentale serie die al decennia bestaat en waarvan ik nog geen twintig procent las. Maar wel (bijna) altijd met groot genoegen. Plantage Muidergracht van Adriaan Morriën verscheen in 1988 en was een van de bestverkopende delen uit de serie, maar ik las het nooit. Nu dan eindelijk wel, en de vraag is gerechtigd waarom eigenlijk. Morriën overleed in 2002 en wie kent hem überhaupt nog? Ik las nooit iets van deze dichter en publicist, maar dit Privédomein-deel stond altijd al op mijn leeslijst. Het is een wat archaïsche bundel, met stukken uit de jaren dertig tot de jaren tachtig. Over een bij voorbaat mislukte liefde tot een beschrijving van een vakantie naar Portugal. Veel Privédomein-delen zijn nooit door de betreffende schrijvers als zodanig geschreven, maar door henzelf of een bezorger samengesteld. En toch behoren veel van die delen tot de meest lezenswaardige of de tand des tijds doorstane boeken uit het gepubliceerde oeuvre van die schrijvers.

05 oktober 2020

Vrijheid

Ik lig vijf te beschrijven boeken achter - ik lees me verrukkelijk suf. Enkele jaren terug begon ik de dagboeken van Hans Warren te herlezen, zie de auteursindex. Na vele maanden weer eens een volgend deel ter hand genomen. Geheim Dagboek 1975-1976 begint op het moment dat Warren - na ruim twintig jaar huwelijk - weer alleen woont. En hij geniet ervan. Mijn leven is geheel anders verlopen tot heden, maar ik herken het gevoel dat hij in juist dit deel beschrijft. Hij maakt een mooie reis naar Griekenland, en verder veel feestjes in Amsteram bij Gerrit Komrij en Charles Hofman thuis. Warren bleef het liefst in zijn eigen huis in Kloetinghe (bij Goes), maar het aantal keren dat hij per trein op en neer naar Amsterdam reisde is onvoorstelbaar. Ik kocht en las dit boek eind 1993, en nu wederom met groot genoegen.

28 september 2020

Verkeer

Een mooi cadeau van vrienden, het boek Het recht van de snelste dat Correspondent-journalist Thalia Verkade met hulp van hoogleraar stedelijke mobiliteit Marco te Brömmelstroet schreef. Het geeft inzicht in hoe de ruimtelijke ordening in dorpen en steden rondom de auto is georganiseerd. Kernvraag: moeten kinderen die op straat spelen uitkijken voor auto's, of moeten auto's uitkijken voor op straat spelende kinderen? Iets vergelijkbaars gebeurde me vorige maand. Ik was enkele dagen te gast bij vrienden in Frankrijk - die bezitten er ergens 'in het midden van niks' een kasteeltje, en ook een fraaie oude Eend. We reden even een rondje, via smalle weggetjes. En opeens sprong er een ree over de weg - het scheelde centimeters of het beest hadden we geraakt. De vraag derhalve: sprong het beest over onze weg, of reden wij door zijn territorium? Misschien een simpele vraag, makkelijk te beantwoorden, maar dit boek ontrafelt alle aspecten ervan en dat voelt soms erg ongemakkelijk. Verkade is af en toe iets te strijdbaar/heldhaftig, maar het boek nodigt uit tot nadenken, en dat alleen al maakt het geslaagd.

06 september 2020

Bom

Vandaag een maand geleden was het precies 75 jaar geleden dat precies om kwart over acht in de ochtend plaatselijke tijd zo'n vijfhonderd meter boven het centrum van de stad een bom ontplofte die in luttele seconden tienduizenden mensen het leven kostte, de halve stad verwoestte en bij velen die die eerste klap overleefden een gruwelijk lijden veroorzaakte. Tot vele jaren na die ene ontploffing stierven mensen aan de gevolgen ervan. We kennen allemaal de feiten van die eerste op mensen afgeworpen atoombom en de rol die de bom speelde in het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog, maar wat zich direct erna in die stad afspeelde, het verhaal op de grond, kreeg weinig aandacht. Hiroshima is een journalistieke klassieker van oorlogscorrespondent John Hersey die in het voorjaar van 1946, negen maanden na 'de bom', voor The New Yorker naar Hiroshima ging en er met zes overlevenden sprak. Door hun verhaal krijg je een even huiveringwekkend als fascinerend en gevarieerd beeld van wat er zich op die ochtend van 6 augustus 1945, die verdere dag en de dagen erna afspeelde. Zijn artikel en boekpublicatie vestigden zijn roem; in 1985 ging Hersey terug naar Hiroshima en schreef een extra hoofdstuk over hoe het die zes overlevenden verder is vergaan. Een boek van slechts 180 pagina's maar met een enorme zeggingskracht; je leest het met verstokte adem.

01 september 2020

Conflict

De staat Israël heeft het sinds zijn oprichting in 1948 nooit gemakkelijk gehad, maar de steeds conservatief-agressiever koers die het land (politiek) vaart lijkt het begin van het einde. Dat leert de geschiedenis. Als er iemand is wiens betrokken en onafhankelijke mening gehoord moet worden, is het Amos Oz wel. Hij werd er ruim tien jaar voor de stichting van de staat Israël geboren in wat toen nog (onder Brits gezag) Palestina heette, en schreef meerdere boeken die de stichting en fundering van het land onderschreef, maar zijn vijandigheid jegens zijn buren ook bekritiseerde. Oz overleed eind 2018 en een half jaar daarvoor hield hij een lezing over hoe het verder moest met Israël. De laatste lezing. Hoe het verder moet met Israël is een boekje van 60 pagina's dat meer diepgang en stof tot nadenken biedt dan zoveel andere boeken over internationale politiek. Ik bezocht meerdere keren Israël, voelde er telkens de religieuze en politieke spanning maar evenzeer een historische dimensie die ik nergens anders heb ervaren. Oz bevestigt dat in deze lezing, een uitroepteken na een schrijverschap dat ertoe doet.

30 augustus 2020

Familie

Het jaar is nog lang niet voorbij, maar er zijn wel al wat thema's in mijn leesgedrag dit jaar aan te wijzen: Gerrit Komrij, Privédomein en Oek de Jong. Ik las tot afgelopen december nog nooit iets van hem, en nu chronologisch reeds de vierde van zijn vijf romans: Pier en Oceaan. De vorige drie (Opwaaiende zomerjurken (hier), Cirkel in het gras (hier) en Hokwerda's kind (hier)) werden steeds leesbaarder, maar onverdeeld positief kon ik er niet over zijn. En dat ben ik ook niet over Pier en Oceaan. In dit ruim 800 pagina's tellende familie-epos staat Abel Roorda centraal; een jongen die pas na zo'n 100 pagina's wordt geïntroduceerd. De vreemde start van het huwelijk van zijn ouders doet verwachten dat hun oudste zoon daar iets tegenin weet te brengen, maar meer dan gewoon puberaal en adolescent gedrag is er eigenlijk niet. Abel heeft meerdere broers en zussen; die spelen vreemdgenoeg geen enkele rol. Oek de Jong schotelt de gebruikelijke Nederlandse literatuurthema's voor: opgroeien, afzetten tegen cq losweken van de protestants-beklemmende opvoeding, beschrijven van wat onuitgesproken blijft enzovoort. De eerste 200 pagina's heb je een stille hoop op diepere betekenis en aanvulling op wat Reve, Hermans, Wolkers en zovele anderen tot en met Franca Treur hierover schreven. Maar uiteindelijk is dit niet meer dan een 800 pagina's lineair familieverhaal (zonder die broers en zussen dan) - het kostte me moeite het boek uit te lezen.

20 augustus 2020

Lot

Een klein jaar geleden las ik van de Turkse schrijfster Elif Shafak haar bestseller uit 2010 Liefde kent veertig regels (hier de weblog); ik had nog nooit van haar gehoord maar het boek werd me door iemand aangeraden. Onlangs verscheen een nieuwe roman van haar die tot de shortlist van de Booker Prize wist door te dringen. 10 minuten en 38 seconden in deze vreemde wereld is inderdaad een krachtige roman over een prostituee in Istanbul die reeds op de eerste bladzijden van het boek wordt vermoord. De titel verwijst naar een neurologisch verschijnsel waarin de hersenen nog doorwerken nadat de dood is ingetreden, en die tijdsspanne gebruikt de schrijfster om het verleden van deze Leila en haar haar beste vrienden te presenteren. Daarna bewijzen die vrienden met uiterste krachtsinspanning haar de laatste eer. Shafak woont in Londen, schreef dese roman in het Engels, en velt met dit boek een scherp oordeel over het huidige Turkije, dat meer en meer ten prooi valt aan dictatuur, corruptie, de islam en huichelachtigheid. Het is een prachtige roman; enerzijds een verhaal van een treurig persoonlijk lot en anderzijds van hechte vriendschap. Daarnaast ook een aanklacht tegen het oprukkende religieuze fundamentalisme tegen beter weten in, het afglijden naar een dictatoriale staat waar angst en hypocrisie gemeengoed zijn. Een sterk boek!

17 augustus 2020

Eten

Het was de kookbijbel van mijn ex en mij; als er gasten kwamen kookten wij (vooral mijn ex trouwens) een van de gerechten uit het Les Halles Kookboek van Anthony Bourdain. In 2006 of 2007 namen mijn ex en ik mijn ouders mee voor een week naar New York, en we reserveerden in een van de twee Les Halles restaurants van Bourdain; op de kaart alle gerechten die ook in dat kookboek staan. Mijn ex maakte de gerechten die we bestelden beter overigens. Van diezelfde ex kreeg ik onlangs Bourdains Keukenconfessies. Met als ondertitel: Een ontluisterende kijk in de keukens van toprestaurants. Het is een rauw boek, want een onbeholpen maar goudeerlijk geschreven soort van mémoires van deze Amerikaanse icoon-kok, die in 2018 opeens een einde aan zijn leven maakte. Erg Amerikaans, ietwat dik aangezet, maar tegelijkertijd oprecht en geloofwaardig. Een topkok hoeft geen literator te zijn, maar Bourdain schreef een onderhoudend boek. En zijn Les Halles Kookboek pak ik regelmatig uit mijn boekenkast voor zijn onvolprezen recepten van Franse klassiekers als Boeuf Bourguignon, Coquilles in Champagnesaus, Coq au Vin enzovoort. Alleen voor dat varkenshaas-gerecht niet; dat kan alleen mijn ex het best.

12 augustus 2020

Lief

Al ruim een maand niet gepost, ook al liggen er drie, bijna vier, boeken te wachten om beschreven te worden. Om te beginnen Ik heb bekend. Dagboeken 1958-1965 van Paul Haenen. Het is een prachtig vormgegeven selectie uit Haenens jeugddagboek (hij werd in 1946 geboren) en biedt een verhelderende kijk in de ontluikende psyche van deze innemende persoonlijkheid. Ik keek 25 jaar geleden al naar zijn televisieshows, bezocht enkele keren zijn theateroptredens in het Betty Asfaltcomplex en ook zijn verrukkelijke en opbeurende internetuitzendingen sinds het begin van de coronacrisis. Haenen is eigelijk altijd hetzelfde gebleven, zijn types benadrukken verschillende kanten van zijn karakter, maar als zichzelf is hij me toch het liefst: ontwapenend en tegelijkertijd recht door zee. In dit fraaie boek lees je hoe hij als puber met frisse moed zijn eigen plan trekt, de moeilijke verhouding tussen zijn ouders analyseert en zijn coming-out 'uitvoert'. Geen zwaarwichtig gedoe, maar standvastig en eerlijk. Fijn om te lezen; en een mooi boek om in de hand te hebben.

09 juli 2020

Oorsprong

In 2011 las ik voor het laatst een boek van Erwin Mortier, het mij toen zeer overtuigende Gestameld liedboek (zie hier de weblog). Ik las in de jaren ervoor al meerdere romans van Mortier, maar in de afgelopen negen jaar dus niks meer. Totdat ik over zijn nieuwste roman De onbevlekte een lovende recensie las. Het is eigenlijk eerder een novelle, dit verhaal gezet in een grote letter en uitgegeven in een klein formaat boekje van 142 pagina's. Mortier schreef een soort van vervolg op zijn debuutroman Marcel (uit 1999) - deze Marcel graaft zich in in de familiegeschiedenis en met name in die van zijn oom waarnaar hij is vernoemd, en die tijdens de Tweede Wereldoorlog vol overtuiging aan Duitse zijde vocht. Mooie thematiek, maar ik vind deze roman te gefragmenteerd en te zijig geschreven. De perspectiefwisselingen en de opeens opduikende brieven van oom Marcel: ik kon er geen lijn in ontdekken. In de recensie stond dat het boek gelezen moest worden als een bundel prozagedichten, als een boek dat uiteindelijk eerder verbrokkelt en uiteen rafelt dan dat de lijnen bij elkaar komen. Een goede karakterisering, maar voor mij juist wat het niet geslaagd maakt.

28 juni 2020

Hond

Begin 2008 las ik van Gerbrand Bakker de roman waarmee hij doorbrak Boven is het stil, en meteen erna de heruitgave van zijn (jeugd)roman Perenbomen bloeien wit. Zie hier de weblog van beide boeken. Sindsdien las ik niks meer van Bakker, totdat onlangs een vervolg verscheen op zijn eerder in de serie privé-domein uitgegeven Jasper en zijn knecht. Net als bij Arthur Japin (zie hier) kocht ik beide privé-domeindelen en las ze achter elkaar uit. Jasper en zijn knecht is een dagboek uit 2014 waarin zijn leven in de Duitse Eifel en zijn eigenzinnige hond Jasper centraal staan. Geworstel met huis en hond vertelt vooral veel over Bakker zelf, en dat maakt dit boek uiterst boeiend. Het gaat hem ogenschijnlijk goed: voldoende aandacht voor en inkomsten uit zijn boeken, goede vrienden, en een huis in de Eifel en in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam. Maar er knaagt vanalles en de soms onhandelbare hond Jasper vormt een goede afleiding (en aanleiding tot geklaag). Maar: Bakker schrijft openhartig, eerlijk en zonder opsmuk.

In het onlangs verschenen 'vervolg' Knecht, alleen is hond Jasper inmiddels dood, en verhaalt Bakker in ruim 80 fragmenten vooral over zijn depressie, homoseksualiteit en familie. Ik vond het dagboek sterker, want: alledaagser. Soms is het fijn te lezen dat ondanks alle langetermijngedoe met hond en jezelf het bouwen van een muurtje in de tuin of het aanleggen van een internetverbinding ook tot het ware leven behoren. Maar goed, vergeleken met de twee privé-domeindelen van Japin zijn deze twee van Bakker een verademing, want eerlijk en ontdaan van alle protserigheid.
Meer Leeslog in eerdere maanden - zie de 'archives' in de rechterkolom.