17 maart 2019

Toen en nu

Voordat ik aan Tsjaikovksistraat 40 begon, het boek dat zijn doorbraak betekende, las ik al twee eerdere romans van Pieter Waterdrinker: Poubelle (zie hier) en Duitse bruiloft (hier). Tsjaikovskistraat 40 is een uitermate onderhoudend, leerzaam en bont boek, dat meer een autobiografische schets dan een roman is. Waterdrinker vertelt hoe hij in de jaren 80 in de Sovjet-Unie verzeild raakte, er leter weer terugkeerde, zijn geliefde vond en er ging wonen - maar tussentijds ook weer naar Nederland terugkeerde. Een te schrijven boek over 100 jaar Russische revolutie vormt aanleiding om daarover en over vele andere ijkpunten uit de Russische geschiedenis te vertellen. Het is de kracht en tegelijkertijd de zwakte van het boek: Waterdrinker verbint heden aan verleden, en dat boeit. Maar hij vliegt ook soms ongecontroleerd van hot naar her; de schrijfstijl en structuur zijn ondergeschikt aan de drang om alles te willen vertellen. Waterdrinker is een geëngageerd auteur, maar met Tsjaikovskistraat 40 wilde hij allemaal net iets te veel. Een lezenswaardig boek is het alleszins, maar het is inhoudelijk te overdadig en stilistisch te ongepolijst.

04 maart 2019

Breukvlak

Van Stefan Zweig las ik eerder alleen diens Schaaknovelle (hier) en zijn memoires De wereld van gisteren (hier); beide superieure vertellingen. Er is veel meer van Zweig, en tijdens het lezen van de brievenbundel van Zweig met Joseph Roth (hier) nam ik mij voor stellig meer van beiden te lezen. Reis naar het verleden is eveneens een novelle, nog geen 80 pagina's, maar waarin zoveel gezegd en niet-gezegd wordt; daar kunnen vele hedendaagse schrijvers een punt aan zuigen! Een jongeling wordt verliefd op de vrouw van zijn baas en weldoener, maar door de Eerste Wereldoorlog worden ze jarenlang van elkaar gescheiden. Bij terugkeer nemen ze voor hun liefde te consumeren, maar de nieuwe duistere werelijkheid ontneemt hun op het allerlaatste moment de lust. Zweig schrijft nauwkeurig, gebalanceerd, en vooral ook mooi, artistiek. Een parel deze novelle, waarvan het manuscript pas ver na zijn dood in een archief opdook.

26 februari 2019

Goelag

In de posts hiervoor schreef ik dat ik van collega's drie boeken cadeau kreeg. Twee ervan beschreef ik reeds, en nu de derde en laatste, eveneens een boek waar ik nog niet van had gehoord, maar dat gelezen dient te worden. In Zulajka opent haar ogen beschrijft de Russische schrijfster Guzel Jachina een uit haar eigen familie opgediept verhaal van een koelakkenfamilie die rond 1930 door een verordening van Stalin met vele andere families wordt onteigend, deels vermoord en voor de rest op transport naar Siberië wordt gesteld. Na vele maanden wordt de door alle ontberingen flink uitgedunde groep in de 'middle of nowhere' aan zijn lot overgelaten. Jachina maakt er uiteindelijk een hoopvol eindigend verhaal van, maar tussen de regels door is het leed niet te beschrijven. Met dit boek probeerde ze een stem te geven aan de nog ontelbare onuitgesproken familiegeschiedenissen waar Rusland vol mee is. Als er ergens een land is met een onverwerkt verleden... Een rijk boek!

17 februari 2019

Geld

Van zowel Joseph Roth en Stefan Zweig las ik twee boeken. Radetzkymars (zie hier) en Hotel Savoy (hier) van Roth en De wereld van gisteren (hier) en Schaaknovelle (hier) van Zweig. Essentiële boeken. En nu verscheen opeens een ruim 400-pagina's dikke privé-domein met hun briefwisseling! Elke vriendschap met mij is verderfelijk. Brieven 1927-1938 is een weemoedig stemmende bundel brieven van vooral Joseph Roth aan Stefan Zweig. Zweig was een secure, nette man; Roth een rommelaar - vandaar dat de brieven van Roth bewaard gebleven zijn, en die van Zweig grotendeels verloren gingen. Beiden waren jood, publiceerden en verdienden veel in Duitsland, en raakten dat opeens kwijt toen Hitler in 1933 de macht overnam. Zweig bleef nog een poosje in Oostenrijk, en dacht dat het allemaal wel mee zou vallen. Roth zat vooral in Parijs en zag al meteen dat het fout zou lopen. Roth klaagt vooral over zijn geldzorgen - hij onderhield meerdere mensen en was alcoholicus. Zweig zag in Roth een gelijkgestemde, voorzag hem van geld, maar vertelde hem uiteindelijk ook de waarheid omtrent zijn destructieve gedrag. Prachtige brieven, vol vriendschap en eerlijkheid. En dat aan de vooravond van de holocaust die beiden ontkwamen, maar ook niet overleefden.
Op het omslag de enige foto die van beide giganten samen is gemaakt - in 1936 op een terras in Oostende.

03 februari 2019

Toerisme

Het nieuwe leesjaar verrukkelijk begonnen met Grand Hotel Europa, de nieuwste roman van Ilja Leonard Pfeijffer. Sinds het in december j.l. verscheen staat het bovenaan de bestsellerlijst - niet minder dan terecht. In de vele recensies die je op internet over dit boek kunt vinden, schieten de superlatieven tekort. En ja, ook die zijn terecht. Pfeijffer leverde een barokke roman af, dat overloopt van inzichten, drama, humor en waarschuwingen. Dit is niet de plek om die allemaal te duiden; daarvoor is het boek te rijk en ook: te weelderig. Soms is de eenvoud van uitdrukking uiterst kunstzinnig en verheven, maar ik denk dat er nooit eerder zo'n uit zijn oevers tredende roman in het Nederlandse taalgebied is geschreven. En hoe lekker om zoiets te lezen! Geen roman is allesomvattend, maar Pfeijffer typeert de huidige tijdgeest redelijk geslaagd met dit bonte 'spektakelstuk' (zoals een recensent dit boek typeerde). Het boek bevat vele verrukkelijke scènes, zoals de dobberende Chinezen in Giethoorn, het gesprek met de Amsterdamse gemeenteambtenaar en de onthulling van de Swarovski-verlichting in de lobby van het hotel. Het boek is bepaald geen pageturner, juist omdat er op bijkans iedere pagina zoveel krachtigs staat. Het tekent de grootsheid van deze roman!

21 januari 2019

Uitgeven

Ik werk sinds 1991 in 'de uitgeverij' - tot 2005 in vaste dienst bij een bekende kinderboekenuitgeverij, en vervolgens bij twee bekende educatieve uitgeverijen, en sindsdien als freelancer bij zowat alle andere educatieve uitgeverijen. En ook een paar wetenschappelijke. Enfin, ik ken het uitgeefvak best goed, en smulde vele jaren her - nog voor ik in 2006 deze weblog startte - van Jeroen Brouwers' Feuilletons deel 2 met de kostelijke titel Extra Edietzie, waarin hij de vloer aanveegt met snelle jongen Ronald Dietz, die zijn nieuwe uitgever werd toen Brouwers nog bij De Arbeiderspers zat. Ik had half december de reguliere en mentaal-beroepsmatig-noodzakelijke uitgevers-onder-elkaar lunch met mijn Vlaamse counterpart, die zoals het uitgevers-onder-elkaar betaamt begint rond koffietijd en minimaal tot dinertijd voortgaat; relationele of familiaire verplichtingen dwingen ons telkens nog voor het diner op te breken - als het aan ons uitgevers lag zaten we er steevast tot sluitingstijd. Enfin, we spraken de laatste keer over het klassieke, ware uitgeverschap, en toen herinnerde ik mij dit sublieme boekwerk van Jeroen Brouwers, dat au fond tot de verplichte leeslijst voor aankomende (en vele huidige) uitgevers dient te behoren. Mijn tafelgenoot kende het boekwerk niet (het zij hem vergeven), ofschoon hij van nature dagelijks de les die Brouwers in dit boek leert in praktijk brengt. Maar ik beloofde hem een exemplaar cadeau te doen, welke belofte bij onze aankomende lunch ingelost wordt. Ik herlas het onlangs met oneindig genoegen. Het is Brouwers op zijn grootst, en ook voor niet-uitgevers kostelijk en verontrustend leesvoer.

20 januari 2019

Woestijn

Het tweede boek dat ik van mijn collega's kreeg dateert al van 2001, en kende reeds 17 drukken. Ik had nog nooit van Ton van der Lee gehoord, en ook niet van Solitaire. Een thuis in de Namibische woestijn, dat een bestseller is geweest. Van der Lee was een succesvol filmmaker, liet huis en haard, en vooral het gejaagde westerse bestaan achter om rust en ruimte te vinden. Er zit een vleugje midlifecrisis-gevoel bij, alsook wat zweverigs (één worden met de aarde etc.), maar het is een opvallend goed geschreven boek over hoe hij in de woestijn van Namibië een nieuw bestaan opbouwt. Eind jaren negentig was Namibië nog pas kort onafhankelijk van Zuid-Afrika, waar de blanke regeringen het land als veiligheidsbuffer tegen Angola bezet hielden. Van der Lee vindt een stek op een kruispunt van twee wegen waar enkele huizen en een leeg kerkje staan, en transformeert dat tot een toeristische pleisterplaats - wat dus meteen ook de ondergang van de onderneming inluidt. Tussendoor maakt hij mooie reizen in het land en maakt hij duidelijk hoe het oprukkende toerisme tot enorme maatschappelijke veranderingen leiden. Alleen al het feit dat twee Europese vliegtuigmaatschappijen besluiten charters op Windhoek te laten vliegen....! Een boek dat je in korte tijd uitleest. Tenslotte: als je in Google Maps Solitaire intikt en je naar Namibië navigeert, en vervolgens wat inzoomt, dan zie je dat er nog steeds een Café Van der Lee moet zijn.

01 januari 2019

Conflict

Ik had onlangs enkele collega's te eten en ze gaven mij drie boeken. Uiterst gevaarlijk om aan een lezer boeken cadeau te doen, maar deze weblog hielp kennelijk: ik kende er geeneen! Enfin, allereerst Ali en Nino, een ergens rond 1930 geschreven liefdesroman, waarvan de persoon achter het pseudoniem Kurban Said nooit helemaal duidelijk is geworden. Zie hier de engelstalige wikipedia-pagina over de roman, vol met theorieën over wie de auteur kan zijn geweest. Het is - zeker gezien de tijd waarin het geschreven werd - een opzienbarende roman. Het Romeo- en Julia-thema is verplaatst naar de Kaukasus tussen 1913 en 1918, waarin zowel de Eerste Wereldoorlog als de Russische Revolutie een stempel drukken op de relatie tussen de moslim Ali en de christelijke Nino. Meer belangrijk echter is hun religieuze en culturele achtergrond, die hun onvoorwaardelijke liefde weliswaar niet in de weg staan, maar het er allemaal niet gemakkelijker op maken. De kracht van het boek ligt in de verhalen die ze elkaar vertellen, met name door Ali aan Nino; hij immers is de ik-persoon van de roman. Die verhalen gaan over tradities, normen en waarden en de oprukkende moderne tijd die aan de stoelpoten ervan zaagt. De Kaukasus was altijd al een broeinest van gedoe, lees ook Hajib Moerat van Tolstoj dat ik voor dit boek las (zie hier), en deze roman maakt dat allemaal uiterst voelbaar. Je hebt tijdens het lezen voortdurend de neiging een landkaart van de regio rond Bakoe erbij te pakken - wat weten we eigenlijk toch weinig van dat interessante gebied!

29 december 2018

Rijp

Ruim twee jaar geleden las ik het eerste deel van de verzamelde werrken van L.N. Tolstoj uit de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot. Zie hier de weblog erover. Nu de Verzamelde werken deel 2 waarin verhalen en novellen uit de periode 1863-1910. Dit deel bevat enkele onbetwiste meesterwerken waarvan je het lezen nooit meer vergeet. Zoals je soms bij een uitzicht of wolkenpartij je ogen niet gelooft of bij een bepaald muziekstuk je oren, zo had ik iets vergelijkbaars bij het lezen van De dood van Ivan Iljitsj. Het begint als een doorsnee-Russisch verhaal van een georganiseerd huwelijk, dat al snel een ongelukig huwelijk blijkt. Maar dan valt Iwan bij het ophangen van gordijnen van een trapje en begint zijn lichamelijke aftakeling. Hij heeft overduidelijk kanker, maar geen dokter die die diagnose stelt. De hoofdpersoon maakt alle mentale fasen door die een mens schijnt door te maken als het te vroege einde zich onherroepelijk aandient. Ik las na afloop op internet dat er medische opleidingen zijn die dit verhaal verplicht stellen aan studenten: alleen zo weten ze wat patiënten psychisch doorstaan wanneer hun lichaam het langzaamaan begeeft. En Tolstoj schreef dit rond 1885! Onwaarschijnlijk en onbegrijpelijk goede literatuur. De Kreutzersonate en Hadzji Moerat zijn eveneens grandioos; totaal verschillend van aard maar wat een kracht en finesse spat er van de pagina's. In zijn laatste jaren - hij overleed in 1910 en maakte dus de (mislukte) eerste revolutiepoging in 1905 mee - schrijft hij verhalen die het standsverschil, de armoede en de noodzaak tot opstand en politieke hervormingen in zich dragen. Ik heb weinig óver Tolstoj gelezen, maar van alle grote schrijvende Russen is hij toch wel de meest geëngageerde. Ik heb nog lang niet alles van hem gelezen, dus lucky me!

28 december 2018

Hulde

Ruim zes jaar geleden las ik van David van Reybrouck zijn onvolprezen boek over Congo (zie hier de weblog erover), en nu een geheel ander boek van deze Vlaamse stilist. Odes is een fraai boek met ruim 50 huldeblijken aan van alles en nog wat: ode aan de ex, aan de lente, aan de stationsrestauratie, aan de orgaandonatie, aan David Bowie, aan de bindingsangst, aan de transgender, aan het liften etcetera. Het zijn stuk voor stuk pareltjes van inzichten in de schoonheid en diversiteit van het leven. Om eentje moest ik enorm lachen, gewoon omdat het zo fraai en raak omschreven is. In de Ode aan de vloeibare seksualiteit beschrijft hij in enkele zinnen de seksuele bevrijding. Eerst was er alleen (mannelijke) heteroseksualiteit, daarna (begrip voor) de vrouwelijke, en waren er opeens meer vakjes. Het woord holebi vatte het zo een beetje samen. In het Engels werd de afkorting LGBT de afgelopen jaren inmiddels opgetrokken tot, wacht, fasten your seatbelts, LGBTQIAP+. Naast lesbian, gay, bisexual and trans moest dat letterwoord ook onderdak verschaffen aan queers, interseksuelen, aseksuelen en panseksuelen. En om te vermijden dat we straks alle zesentwintig letters van het alfabet opgesoupeerd zouden hebben, terwijl we nog lang niet klaar waren met het catalogiseren van alle mogelijke menselijke driften, hebben ze er maar die plus aan toegevoegd. Enfin, slechts een voorbeeld van Van Reybroucks geestelijk en stilistisch meesterschap.

27 december 2018

Bijeengeraapt

Ik was onlangs bij vrienden en zij hadden een vrolijke collectie toiletliteratuur, waaronder The Beautiful Poetry of Donald Trump. Het is een grappig boekje met een fantastisch goed omslag, waarin een aantal gedichten die geen gedichten zijn, maar verzamelde uitspraken uit tweets en toespraken, door Rob Sears ogenschijnlijk lukraak door elkaar gehusseld en in dichtvorm gepresenteerd. Als niet-Amerikaan ontgaat je af en toe de pointe, maar het is vooral erg grappig en treffend gedaan. Op iedere rechterpagina een gedicht, en op de linkerpagina per regel de oorsprong van die uitspraken. Soms liggen er vele jaren tussen afzonderlijke zinnen. Een voorbeeld:

I am the most fabulous winer
I own the largest winery of the east coast
I do whine
We make the finest wine
Because I want to win
And I'm not happy about not winning
And I am a whiner
Many different kind of wines
And I'm a whiner and I keep whining and whining until i win
And I'm going to win

09 december 2018

Gezin

Onlangs herlas ik het vijfde deel van het Geheim Dagboek van Hans Warren, zie hier de weblog. Nu meteen achter elkaar deel zes en zeven. Kenmerkten de jaren in dat vijfde deel de overgang van het woeste Parijse zelfkantbestaan naar een meer kalmer gezinsleven, in Geheim Dagboek 1956-1957 komt alles in een rustiger vaarwater terecht. De relatie met zijn vrouw Mabel stabiliseert zich, en er komt een tweede dochter. Warren schrijft poëtisch over de liefde voor zijn eerste dochter, kunst, literatuur en dagelijkse beslommeringen. Gedwongen door woningnood en geldzorgen keert het gezin terug naar Zeeland.

Het zevende deel Geheim Dagboek 1958-1962 bevat vijf jaren; het boek telt nog geen 200 pagina's. In eerdere (en latere) delen pasten daar soms net twee jaar in. Het kenmerkt deze periode: relatieve rust, een 'gewoon' bestaan zonder al te veel (letterlijk) noemenswaardige gebeurtenissen. Tja, dan valt er weinig te noteren. Warrens stijl en bespiegelingen blijven desondanks zeer lezenswaardig.

11 november 2018

Macht

Begin vorig jaar las ik het eerste deel van de drie die Robert Harris schreef over de Romeinse advocaat en politicus Cicero (zie hier de weblog daarvan). Nu dan het vervolg Lustrum; ik las het in de Nederlandse vertaling. Cicero is consul, en in feite de machtigste man van Rome. Het zijn tegelijkertijd de jaren waarin de Republiek op zijn laatste benen loopt, en waarin samenzweringen door senatoren aan de orde van de dag zijn om zoveel mogelijk persoonlijke macht te vergaren. Caesar blijkt daarin de meest doelgerichte, ook al zou het nog ruim 10 jaar duren voordat hij alle macht naar zich zou toetrekken. De rechtlijnige Cicero probeert dit alles via het woord te bestrijden, maar in dit deel wordt duidelijk dat hij de strijd gaat verliezen. Net als het eerste deel is dit geen thriller in de ware zin des woords, en dat vind ik alleen maar een voordeel. Het boek is soms best taai, met al die Romeinse namen en terminologie. Maar net als andere boeken van Robert Harris: een geweldige manier om oude tijden tot leven te brengen. Het derde deel komt hier zeker nog voorbij.

04 november 2018

Slot

Zoals aangekondigd las ik snel na het tweede deel van de trilogie van Jane Gardam het slotdeel Laatste vrienden. Lees hier en hier de weblogs over de eerste twee delen. Dit laatste deel is echt een slotdeel: de oude vijanden (en vlak voor hun dood bevriend geraakte) Edward Feathers en Terry Veneering gaan dood, en oude vrienden van hen halen herinneringen op en voegen hun eigen interpretatie aan de gebeurtenissen uit de eerdere delen toe. Een literair hoogstandje: je leest over wat je al weet, en toch wordt er een ander gezichtspunt tegenaan gehouden. Feathers oude tegenpool Veneering krijgt in dit deel veel aandacht, en ofschoon er meer tekst aan hun vriendschap aan het einde van hun leven wordt besteed dan aan hun vermaarde juridische confrontaties, blijft die oude vijandschap alomtegenwoordig. Eigenlijk een romancyclus om tijdens een (zomer)vakantie in een week geheel te herlezen. Het door Gardam geweven web is ragfijn en complex. Tja, het kan verkeren: Gardam was mij een half jaar geleden volslagen onbekend, en nu drie boeken van haar op een rij om te koesteren.

29 oktober 2018

Parijs

Ruim een jaar geleden begon ik met het herlezen van het Geheim Dagboek van Hans Warren; in december vorig jaar volgden de delen 2 t/m 4 - zie hier de leeslog. Pas nu het vijfde deel. Geheim Dagboek 1954-1955 is een 'overgangsdeel' - het leven aan de zelfkant van Place Pigalle met de hoererende Algerijnen wordt langzaamaan ingeruild voor een leven als vader met moeder en kind. Met de wetenschap hoe Warren de rest van zijn leven invulde en vanuit 21ste-eeuws perspectief is het makkelijk (ver)oordelen, maar de jaren vijftig waren relatief primitief en toch ook rijk. Warren weet dat in dit deel prachtig te vangen. Een mooi deel uit de serie!

14 oktober 2018

Tweet

Vers van de pers, de inhoud uiteraard alweer afgedaan als nepnieuws en als zoveelste nieuwe bron van verhalen over hoe het er in het Witte Huis aan toegaat alweer een beetje vergeten: Fear. Trump in the White House is een onthutsend en soms ook hilarisch boek vol gesprekken, vergaderingen en politieke gebeurtenissen, beschreven alsof good old Bob Woodward er zelf bij is geweest. Trump regeert als een directeur van een bedrijf waar winst maken en de louter voor zichzelf beste deal sluiten leidend zijn. Hij wil de militaire aanwezigheid in Zuid-Korea beëindigen omdat het de VS geld kost, niet beseffend dat het terug naar huis halen van de Amerikanen daar door die andere gek uit Noord-Korea als een regelrechte oorlogsverklaring zal worden opgevat. Er valt met hem geen afspraak te maken: hij handelt soms al binnen een uur tegengesteld aan wat hij met ministers, adviseurs en andere staatshoofden heeft afgesproken. Trump bepaalt zijn mening niet op basis van adviezen en feiten, maar op wat hij op televisie ziet en hoort - Fox news heeft meer invloed op zijn meningen dan zijn naaste adviseurs en ministers. Die zijn dan ook dikwijls ten einde raad. Trump-logica: 'I know I am right. If you disagree with me, you're wrong.' Humor heeft hij ook. Toen bekend werd dat een tweet voortaan 280 i.p.v. 140 tekens mag bevatten, merkte hij op: 'It's a good thing, but it's a bit of a shame because i was the Ernest Hemingway of 140 characters.' Woodward heeft honderden uren interviews gehouden met de meest nauw betrokkenen, met uitzondering van Trump zelf. De namen van die betrokkenen blijven uiteraard onbenoemd, maar het moet deels te achterhalen zijn wie het zijn geweest. Het boek zal ooit een vervolg krijgen, verwacht ik. Er resten nog minimaal tweeënhalf jaar Trump in het Witte Huis.

07 oktober 2018

Oost-west

In augustus las ik van Pieter Waterdrinker zijn geëngageerde roman Poubelle (zie hier) en nog voordat ik aan zijn nieuwste bestseller Tjaikovskistraat 40 begin, eerst een roman die hij in 2005 publiceerde en in 2015 volledig herzag. Duitse bruiloft is een hilarisch familieverhaal dat zich ergens eind jaren vijftig in Zandvoort afspeelt. Een echtpaar heeft daar een restaurant annex feestzaal, en alles wordt in gereedheid gebracht voor de aanstaande bruiloft van de oudste zoon met een Duits meisje dat die zoon een jaar ervoor in Amsterdam tegen het lijf was gelopen. Het boek begint met de aankomst van de Duitse ouders, en het gedoe kan beginnen. Via flashbacks komt de lezer alles te weten over de geschiedenis van beide families, en het kleinburgerlijke gedrag en de anti-Duitse stemming onder de dorpsgenoten maken het er allemaal niet gemakkelijker op. Een tragisch incident laat de bruiloft volledig anders aflopen dan vooraf gedacht. Waterdrinker houdt van bonte toestanden; soms lijkt het alsof je in John Irvings Hotel New Hampshire verzeild geraakt bent. Niets mis mee natuurlijk, maar de thematiek van de afkeurende houding van Nederlanders tegenover Duitsers zo vlak na de oorlog raakt wel ondergesneeuwd onder de overdaad aan zijpaden. Ook zijn de jaren vijftig bij Waterdrinker minder saai en karig dan in dit boek. Desondanks een lekker leesboek dat je flink laat lachen en dat je in sneltreinvaart uitleest. Er kan zo een typisch Nederlandse film van gemaakt worden.

01 oktober 2018

Ευρώ

Het is goed wanneer ministers en premiers, nadat ze de politiek verlaten hebben, hun memoires of bespiegelingen schrijven over de tijd dat ze hun publieke ambt vervulden. Graag ook zo snel mogelijk, opdat er weinig gelegenheid is zich te verschuilen achter ‘met de kennis van toen’-uitvluchten. In de VS schrijven afgetreden presidenten en ministers per definitie direct hun memoires; in Nederland gebeurt dit zelden of nooit. Het dient echter een dubbel doel: aan het algemene publiek verantwoording afleggen en tegelijkertijd inzicht geven in politieke besluitvorming en aanverwante processen. Goed voor de democratie bovendien. Het is onbegrijpelijk dat Jan-Peter Balkenende, die acht jaar minister-president is geweest, zich na zijn aftreden in stilzwijgen hult, terwijl hij toch het nodige heeft uit te leggen. Voormalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem gaf ongeveer een jaar geleden het stokje over aan Wopke Hoekstra, en schreef in ruim een half jaar tijd De eurocrisis. Het verhaal van binnenuit. In dit boek schrijft Dijsselbloem vooral over zijn positie als voorzitter van de eurogroep, de club van Europese ministers van Financiën die tijdens de voorbije vijf/zes jaar de ene na de andere crisis moest oplossen, met name met Cyprus en Griekenland. Het is een interessant boek, soms behoorlijk technisch en van de lezer heel wat financieel-economische kennis vergend. Soms was het mij te technisch, maar daarnaast bevat het ook veel beschrijvingen van vergaderingen, bilaterale ontmoetingen en geschakel tussen landen. Terwijl iedereen ervan overtuigd was dat het vertrek van Griekenland uit de EU (Grexit) onafwendbaar was, probeerde Dijsselbloem dit onvermoeibaar te voorkomen: een Grexit zou een kettingreactie teweeg kunnen brengen met het einde van de EU als noodlottig resultaat. Het opstappen van de onmogelijke Griekse minister van Financiën Varoufakis in juni 2015 bleek de redding. Hij was slechts 5 maanden minister, maar Dijsselbloem berekent in zijn boek de door hem aangebrachte economische schade op vele tientallen miljarden euro’s. Enfin, er is nog veel meer interessants uit dit boek te vermelden, maar lees het gewoon zelf als je geïnteresseerd bent in hoe onze economie werkt, en dan met name de Europese. Memoires zijn altijd gekleurd, dus een definitief boek over de voorbije turbulente jaren is dit niet. Maar interessant en lezenswaardig is het boek absoluut.

16 september 2018

Cadeau

Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig keek ik als tiener veel televisie, en wekelijks naar Sonja op... en op die puntjes de weekdag waarop de Vara uitzond. Sonja op maandag t/m zaterdag - of er ook een Sonja op zondag was waag ik te betwijfelen. Enfin, de talkshow van Sonja Barend was wekelijkse vaste prik, ook al ergerden we ons aan haar interrupties tijdens de interviews (en bestond het woord talkshow nog niet). Ik kijk al jaren geen tv meer, dus ik kan geen vergelijking maken met de huidige latenight-talkshows die strijden om de gunst van de kijker. Ik ben jaren geleden afgehaakt omdat BN'ers BN'ers ontvangen en andersom. Dat was bij Sonja Barend wel anders - zij ontving gewone Nederlanders met een persoonlijk verhaal. Ik kocht haar vorig jaar verschenen boek Je ziet mij nooit meer terug als cadeau voor mijn moeder; zij zou dit vast graag lezen. Inderdaad: ze had het al gelezen. Dus ik nam het mee terug naar huis en las het nu zelf een klein jaar nadat ik het kocht. Het is een uitermate fraai boek waarin haar tv-carrière nauwelijks aan bod komt. Centraal staat de oorlog, waarin haar joodse vader werd weggevoerd, en haar niet-joodse moeder daarin een onopgehelderde rol speelde. De titel van het boek waren de laatste woorden die haar vader uitsprak toen hij uit huis werd gehaald. Het boek is een prachtig document over hoe de oorlog nog steeds zijn sporen nalaat - de grote getallen zijn evenzovele persoonlijke drama's. En dat maakt ze fraai en integer helder. BN'ers die (onbezoldigd) goede boeken schrijven zijn het beste medicijn tegen BN'ers op (gesubsidieerde) televisie die elkaar napraten.

14 september 2018

Raj's vrouw

Ruim een maand geleden las ik Een onberispelijke man van de Engelse schrijfster Jane Gardam (zie hier de weblog), en ik kondigde al aan dat de vervolgdelen hier snel zouden volgen. Een trouwe vrouw (oorspronkelijke Engelse titel: The Man in the Wooden Hat) is een even fraaie roman als zijn voorganger - het concentreert zich op een deel van het verhaal uit het voorafgaande boek, maar grotendeels vanuit het perspectief van Edward Feathers vrouw Elisabeth. De wijze waarop hij haar ten huwelijk vraagt, haar verhouding met zijn aartsvijand Tony Veneering, de Engelse kijk op het koloniale Hong Kong en de relatie met het moederland: het is allemaal vanuit upperclass-Engels perspectief beschreven, zonder dit te romantiseren. Ik mis weliswaar de dwingende verplettering in zowel dit boek als zijn voorganger, maar het zijn onmiskenbaar prachtige romans die in de hedendaagse Nederlandse letterkunde zeldzaam zijn. Het laatste deel van deze romancyclus volgt ongetwijfeld binnenkort.

11 september 2018

Vakantie

Nog voordat ik in 2005 deze leeslog startte las ik van Hans Maarten van den Brink het mooie Over het water. Sindsdien niks meer, totdat ik onlangs een goede recensie las over zijn nieuwe verhalenbundel Het ontbijtbuffet. 13 korte verhalen, alles bij elkaar nog geen 190 pagina's. Maar zeer lezenswaardig en fraai. In alle verhalen zijn de hoofdpersonen op reis, in het buitenland, op vakantie, en in alle verhalen is het allemaal een beetje ongemakkelijk, soms zelfs ronduit wrang. Het is verleidelijk enkele verhalen na te vertellen, maar dat zou de pret bederven. Lees deze mooie bundel, fraai serene verhalen als rijpe vruchten.

09 september 2018

Rot

Nederland staat steevast hoog op de lijst van minst corrupte landen ter wereld. Dat er desondanks een hoop mis is beschrijft onderzoeksjournalist Bart de Koning in het pas verschenen boek Vriendjespolitiek. Fraude en corruptie in Nederland. Het is een onthullend boek, waarin De Koning verschillende soorten corruptie beschrijft alsook een aantal sectoren in de samenleving die gevoelig zijn hiervoor: politiek, defensie, kartels, vastgoed, grote beursgenoteerde bedrijven, en de accountants, advocaten en notarissen. Je hebt de individuele zonnekoningen als Jos van Rey, Hubert Möllenkamp (de Maserati-man), provinciebestuurder Ton Hooijmaijers en bedrijvendokter Joep van den Nieuwenhuijzen. Maar er zijn ook de verrotte bedrijfsculturen zoals bij Ahold, de Rabobank en - zoals vorige week bleek - de ING Bank. Opvallend veel VVD'ers passeren de revue: van Robin Linschoten tot oud-voorzitter Henry Keizer. De partij van de strenge regels neemt het zelf het minst nauw met die regels. Foute advocaten, accountants en notarissen helpen al die corrupte lieden om hun duistere zaakjes geregeld en goedgekeurd te krijgen. Het vertrouwen van de gewone burger in rechtsstaat, politiek en dedemocratie loopt hierbij een flinke deuk op, en dat is op termijn zowel maatschappelijk als economisch bijzonder gevaarlijk. Goede onderzoeksjournalistiek en voldoende menskracht bij o.a. de FIOD blijven de beste wapens tegen corruptie. Een vlotlezend overzichtswerk.

30 augustus 2018

Stel dat...

Voor mijn verjaardag kreeg ik Leven na leven, een wat betreft opzet en structuur unieke roman. Ik had nog nooit van de Engelse schrijfster Kate Atkinson gehoord, maar ze behoort nu reeds tot mijn favoriete auteurs. Want dit is in vele opzichten werkelijk een grandioze roman. Het is au fond een prachtige Engelse roman waarin een familiekroniek gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw centraal staat. Ofwel waarin het oude klassieke feodale Engeland door twee wereldoorlogen verscheurd en weggebombardeerd wordt. Maar waarin Atkinson tegelijkertijd een ogenschijnlijk eenvoudig literair experiment, maar in de uitwerking pijnlijk-treffende techniek toepast: het beschrijven van dezelfde situaties en handelingen, met een verschillende afloop. Toevalligheden, hoe logisch ook, zorgen voor volledig andere wendingen - dood en leven zijn zo nauw verwant. Je leest meerdere keren dezelfde situaties, maar toch ook steeds als nieuw. Werkelijk prachtig gedaan, en dat alles in een kalm tempo. Atkinson heeft die ruim 500 pagina's nodig om die bonte familie (dochter Ursula, haar uit elkaar groeiende ouders, die gekke tante en broers en zus), het rustieke plattelandsleven en de verwoestende bomardementen op Londen in 1940-1941 het volle pond te geven, maar het kon ook niet minder. Een meesterwerk.

27 augustus 2018

Oorlog

De Tweede Wereldoorlog blijft een bron van literaire inspiratie. De boekendief is een roman uit 2007, kende in de Nederlandse vertaling al ruim 35 drukken, en toch had ik er nog niet eerder van gehoord totdat ik het onlangs cadeau kreeg. Het is een door de Australische schrijver Markus Zusak (Oostenrijkse vader, Duitse moeder) breed opgezette roman waarin de Dood de verteller is, en dat zich afspeelt vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog in een voorstad van München. Hoofdpersoon is het meisje Liesel dat door haar moeder wordt afgestaan - niet duidelijk is waarom, maar je kunt er je gedachten bij vormen. Liesel is aanvankelijk onderontwikkeld, maar leert zichzelf lezen en is gefascineerd door boeken. Enfin, de oorlog breekt uit, en Zusak beschrijft een fraai, invoelbaar beeld van het dagelijks leven aan de 'foute' kant van de oorlog. Dat vooral maakt deze roman zeer lezenswaardig; hierna volgt een roman aan de 'goede' andere kant, maar wat was eigenlijk het verschil? Korte hoofdtukken, perspectiefwisselingen, vloeiende beschrijvingen: het boek leest als een trein. Origineel en goed gedaan!

25 augustus 2018

Droom

Af en toe een erkend meesterwerk uit de wereldliteratuur: goed ter vergelijking en goed voor het aanzicht van de boekenkast. Via Murakami (zie hier) kwam ik op De grote Gatsby, in de jaren twintig van de vorige eeuw geschreven door F. Scott Fitzgerald, alom geprezen als één van de grootste Amerikaanse romans. Het is op zijn zachtst gezegd een eigenaardige roman, net 200 pagina's dik en vol schimmigheid en afstandelijke dialogen. Er wordt veel gesuggereerd, en daarom dwingt het boek je aandacht goed vast te houden. Je mist anders essentiële gebeurtenissen. Ik geef hier verder geen samenvatting - er is een gedegen wikipediapagina inclusief analyse over deze roman (zie hier). Intrigerend boek, ook al houd ik meer van meeslepender vertellingen.

19 augustus 2018

Donbass

Zijn vorig jaar verschenen Tsjaikovskistraat 40 is een enorm succes; iedereen schijnt het te lezen. Maar ik las op de literatuurblog Tzum een wat gematigde recensie over deze laatstre roman van Pieter Waterdrinker, terwijl in dezelfde bespreking werd verwezen naar het volgens de recensent wél indrukwekkende Poubelle. Enfin, dat dus maar eerst gekocht en gelezen, en het moet gezegd: het is een zeer lezenswaardige roman. Een zeer politieke, waarin de ramp met de MH17, het conflict in de Oekraïne en de wijze waarop het westen en het oosten daar anders tegenaan kijken centraal staan. Wessel Stols is de hoofdpersoon van deze roman, lid van het europarlement, columnist en schrijver in de dop. Zijn idealen brengen hem overal, maar vooral ook naar veel teleurstellingen en mislukkingen. Het duurt nogal wat pagina's voordat Stols in Rusland en Oekraïne terechtkomt, en dat is eigenlijk wat dit boek niet helemaal geslaagd maakt: het had een kwart korter gekund. Want uiteindelijk gaat het om Rusland, de Oekraïne, de beleving van het conflict aan beide zijden van het front en over de rol van de media daarin. De lange monologen van Poubelle zelf vormen de kern van het verhaal. Het gaat niet zozeer om wie gelijk heeft, of het recht aan zijn kant heeft staan, maar over hoe de gebeurtenissen geïnterpreteerd worden door overheden, straatvechters met commerciële belangen, media en de gewone burger. Het boek leest als een trein, dus ondanks die iets te overdadige garnering een zeer goede roman. Knap hoor, om zo snel na die MH17-ramp, de oorlog in het oostelijk deel van de Oekraïne en Ruslands annexatie van de Krim een roman te schrijven waarin die gebeurtenissen zo organisch centraal staan.

15 augustus 2018

Tegenstelling

Het was een tijdje uitverkocht, maar nu is er een herdruk verschenen van Het grote baggerboek, de in 2004 door Ilja Leonard Pfeijffer geschreven roman die blijkens de besprekingen op internet zowel geprezen als verguisd wordt. You love or hate it, een tussenweg lijkt er niet te bestaan. Ik heb me er kostelijk mee vermaakt, het is een verrukkelijk boekje vol tegenstellingen. Er zijn twee hoofdpersonen die ieder hun verhaal vertellen: de klinische psychiater die in bureaucratisch-wetenschappelijke taal de behandeling van zijn patiënt beschrijft, en dat van de patiënt zelf die in platvloerse spreektaal vol foutieve constructies over het uit de hand gelopen baggerproject in Kamelistan vertelt. Taalmasturbatie, pronken met eruditie, superieure vuilbekkerij: het zijn wat termen die je over dit boek leest. Dichterlijke vrijheid geldt zeker ook voor romanciers, en Pfeijffer heeft zich hier eventjes helemaal uitgeleefd. Het is zeker geen ultiem meesterwerk, maar wel een kostelijk kotsen-poep-pies-neuken-scheten-etcetera-verhaal vol foute volzinnen om je vingers bij af te likken.

14 augustus 2018

Raj orphan

Gelukkig pikken vrienden en vriendinnen boekentips op van tv en andere media die ik volledig mijd. En die geven ze dan soms aan mij door. Zo werd mij aangeraden Een onberispelijke man te lezen, in 2004 geschreven door Jane Gardam die toen al ver in de 70 was. Het werd pas ruim tien jaar later vertaald; ik las ergens dat de literair agent geen moeite nam het boek vertaald te krijgen omdat het thema te Engels zou zijn. Enfin, het is nu een soort van hit, en niet onterecht. De Engelse titel bleek touwens wel onvertaalbaar, vandaar de volledig eigen titel in het Nederlands. Old Filth is de bijnaam van de hoofdpersoon en staat voor: Failed In London, try Hong Kong. Edward Feathers was er een zeer gewaardeerd rechter, daarvoor topadvocaat en in deze roman wordt in korte hoofdstukken die in de tijd door de twintigste eeuw heenschieten de puzzel van zijn leven gelegd. Edward was een zogenaamde Raj Orphan, een (halve) wees uit het Britisch Empire die op jonge leeftijd naar het thuisland werd gestuurd om een keurige Engelse opvoeding en scholing te krijgen. Zowel het verleden (de kostschool, de Tweede Wereldoorlog) als het heden, waarin de bejaarde Edward Feathers na de dood van zijn vrouw nog iets van zijn leven probeert te maken, worden door Gardam tot een coherent geheel aaneengesmeed. Een bijzonder mooie roman! Gardam schreef nog twee vervolgdelen; die komen hier binnenkort zeker voorbij.

06 augustus 2018

Trommel

Van Günter Grass las ik nog niet zo veel. Meer dan tien jaar geleden zijn autobiografische roman De rokken van de ui (zie hier de leeslog), en enkele jaren eerder In krabbengang, maar daar bleef het bij. Nu dan eindelijk zijn meest beroemde boek De blikken trom over de kleine Oskar, die op driejarige leeftijd stopte met groeien en zich goedgemutst door de Duitse geschiedenis van na de Eerste Wereldoorlog heentrommelt. Ondanks de ironische toon van Oskars memoires is het een broeierig en zwaar boek, waarin het lot van de gewone mensen in de stad Danzig, op de grens van Duitsland en Polen, onlosmakelijk verbonden is met de politieke en oorlogsontwikkelingen. Het is geen eenvoudig boek. Oskar schrijft over zichzelf in de eerste en derde persoon, rijgt het ene verhaaltje aan het andere waarin vele familieleden, vrienden en kennissen de revue passeren, en er worden soms flinke sprongen in de tijd gemaakt. Het boek doet een flink beroep op je concentratie- en doorzettingsvermogen, maar dat is tegelijkertijd de kracht ervan. De Duitse geschiedenis blijft een onuitputtelijke inspiratiebron voor originele verhalen; deze van Günter Grass, zo kort na de Tweede Wereldoorlog geschreven, is daar een groots voorbeeld van.

24 juli 2018

Grens

Na Dit zijn de namen was ik een beetje klaar met Tommy Wieringa; zie hier de weblog over dat boek. Eigenlijk heeft hij het niveau van Joe Speedboot nooit echt geëvenaard. De heilige Rita werd allerwegen positief besproken dus ik waagde het erop. Tja, helaas, ik zal wellicht de enige zijn maar superlatieven kan ik er niet aan geven. Het is alleszins een lezenswaardige roman, en er staan ook fraaie observaties over het leven in de Twentse grensstreek in, maar een haarscherp getroffen schildering van het leven daar is het volgens mij bepaald niet. Daarvoor leven teveel personages grensoverschrijdender dan de gemiddelde inwoner van Twente, en zijn ook die paar mooie observaties te generiek: ze kunnen net zo goed voor uithoeken in Friesland, Limburg en Groningen gelden. Wieringa weeft enkele verschillende verhaallijnen door elkaar, en dat maakt het boek aantrekkelijk en soms zelfs een beetje spannend. De Grote Twentse Roman, zoals de NRC kopte, is het boek echter niet. Joe Speedboot blijft vooralsnog het hoogtepunt in Wieringa's oeuvre.

01 juli 2018

Ontbering

In het voorjaar van 1890 vertrekt Anton Tsjechov naar Sachalin, het onherbergzame eiland aan de oostkust van Siberië dat als verbanningsoord voor gestraften werd gebruikt. Alleen al de reis erheen zou een vuistdik verslag rechtvaardigen - al vrij snel ten oosten van Moskou hield in die tijd de begaanbare infrastructuur op, en moest Tsjechov nog duizenden kilometers door nauwelijks begaanbare landschappen reizen. Het oversteken van een rivier kon dagen duren, wachtend op een bootje dat de reizigers wilde overzetten. Uiteindelijk op het eiland Sachalin begint Tsjechov aan zijn officiële werk: het houden van een volkstelling. De reis naar Sachalin is een onthullend en treurig stemmend boek over het weinig vrolijke leven in dat verbanningsoord. Het klimaat is er verschrikkelijk: de laatste sneeuw valt ergens in juni, de eerste sneeuw alweer in augustus/september, en het aantal dagen per jaar dat men er de zon ziet komt niet boven de 50 uit. De leefomstandigheden van de verbannen gestraften zijn weinig plezierig: slecht onderdak, slecht eten en troosteloze uitzichtloosheid. Tsjechov deelde zijn reisverslag in als een bureaucratisch geschrift, de onderwerpen zakelijk gerangschikt. Dat maakt dit boek best taai om te lezen, maar de verwondering over hoe de mens ook in zulke harde omstandigheden het weet vol te houden hield me gevangen in het boek.
Meer Leeslog in eerdere maanden - zie de 'archives' in de rechterkolom.