03 april 2020

Extra

Ik heb zeker anderhalve meter boeken van Jeroen Brouwers in mijn kast, en ofschoon ik niet pretendeer dat die alles bevat wat hij gepubliceerd heeft, probeer ik toch redelijk bij te blijven. In zijn onlangs verschenen roman Cliënt E. Busken (zie hier de weblog) is achterin een bibliografie opgenomen en daaruit leerde ik dat ik het verschijnen van zijn tiende editie Feuilletons in 2018 gemist had. Het fraai uitgegeven Laatste plicht. Terugdenken aan Hans Roest is een niet minder fraai geschreven hommage aan een oud leidinggevende bij de Geïllustreerde Pers in Amsterdam, die Brouwers een stevige duw in de rug gaf richting het schrijverschap. Uit wat er aan geschreven nalatenschap bewaard gebleven is, stelde Brouwers een levensbeschrijving van Roest samen. Geen gemakkelijke opgave, want Roest liet weinig na, en tijdens zijn leven was hij uitermate bedreven in het niet spreken over zijn persoonlijke leven. Uit een troep losse scherven wist Brouwers desondanks een zeer lezenswaardig verhaal samen te stellen, inclusief subliem geformuleerde zinnen en een licht verwijtende ondertoon dat Roest het hem niet gemakkelijk maakte.

30 maart 2020

Boekenweek 2020

Het jaarlijkse boekenweekgeschenk betrof dit keer een unicum: Annejet van der Zijl schreef voor het eerst een non fictie-verhaal; in het nawoord werd duidelijk dat het geschenk een uittreksel van een later te verschijnen boek is dat veel omvangrijker is opgezet. Leon & Juliette is een boeiend verhaal over Leon Herckenrath, afkomstig uit het Westland, die begin negentiende eeuw zich aan de grote oversteek naar de Verenigde Staten waagt en in Charleston, South-Carolina terechtkomt. De rassenscheiding en slavernij zijn daar nog de gewoonste zaak van de wereld, maar de liberaal-nuchtere Leon raakt verliefd op een negermeisje en krijgt met haar meerdere kinderen. Alles in het geheim en met gevaar voor eigen leven. De liefde gaat voor en Leon en Juliette weten hun kinderen en zichzelf naar het koude Holland te smokkelen. Het verhaal gaat daarna een beetje als een nachtkaars uit; na het beschreven duel en het elkaar in veiligheid brengen had er eigenlijk nog een laatste spannend element toegevoegd moeten worden om dit een volledig geslaagd boekenweekgeschenk te laten zijn. Het verhaal bloedt een beetje dood helaas.
Het boekenweekessay van Özcan Akyol had al voor verschijnen het nodige stof doen opwaaien, omdat Akyol in zijn essay de boekenbranche, en met name het literaire grachtengordelwereldje zelf op de korrel neemt. Tijdens lezingen in de provincie en bezoeken op scholen viel hem op hoe belangrijk het is om mensen aan het lezen te krijgen. Zijn tv-optredens worden door de literaire inner circle afgedaan als populaire flauwekul. In Generaal zonder leger trekt Akyol ten strijde tegen dit clubje en schuwt naam en toenaam niet. Een krachtig verhaal, dat wat mij betreft zelfs nog wat scherper had mogen zijn. Niet dat ik het per se overal met hem eens ben, maar als je ten strijde trekt mag dat met volle wapenuitrusting. Desondanks een nuttig boekenweekessay.

29 maart 2020

Plannen

Ik moet doorbloggen, want ik lees (nog steeds) meer dan ik beschrijf en dat komt de accuratesse niet ten goede. Ik heb min of meer redelijk afgebakende vage plannen om op enige termijn - in elk geval wanneer we ons überhaupt weer verder mogen verplaatsen dan naar de dichtstbijzijnde supermarkt - het Amsterdamse binnen-de-ring-bestaan voor een onbestemd Portugees ruraal-basaal-geploeter te verruilen. Nog voordat we verplicht aan het huis gekluisterd werden las ik ter allereerste inleiding (er gaan meerdere boeken volgen!) een tweetal boeken van Marieke Woudstra die via bol-punt-kom als eerste zoekresultaat werden gepresenteerd. Als je terug wilt naar de natuur en naar het basale en erover wilt lezen, moet je niet te veel literaire eisen stellen, dus ik bestelde beide boeken direct en zonder vooroordeel. Thuis in Portugal verscheen in 2014, en drie jaar later Een Portugese droom; ik las beide boeken in een week uit. En: vol genoegen!
Want ofschoon geen potentiële Nobelprijswinnares, Woudstra schrijft vloeiend, zonder franje, eigenlijk best goed, en zeker niet in Libellestijl. Er wordt een huis gezocht, gevonden en gekocht in de Alentejo, contact gelegd en ge-integreerd met de inwoners van het dichtstbijzijnde dorp, een moestuin en olijfboomgaard onderhouden en veel lokale wijsheid opgedaan. Beide boeken barsten op een integere manier van de couleur locale, en bevatten zoveel weetjes - van het onderhouden van olijfbomen, het aanleggen van een waterbron, moestuin-gebruiken en de nationale wet dat je ieder jaar voor 1 juli al je grasland gemaaid moet hebben (vanwege de bosbranden) - dat ik te zijner tijd wanneer het eventueel zover is beide boeken opnieuw ga lezen om al die weetjes te markeren. Ik ben momenteel - zo'n acht boeken vooruit - met een tweede boek van Gerrit Komrij over Portugal bezig. Hij schrijft op weer een heel andere manier over Portugal.

22 maart 2020

Monoloog

De nieuwste en wellicht laatste roman van Jeroen Brouwers is een meesterwerk. E. Busken zit, vastgesnoerd in een rolstoel, in een bejaardengesticht en observeert, beoordeelt, associeert, mijmert, herinnert en beschouwt dat het een lieve lust is. Cliënt E. Busken is een tragikomische monologue intérieur van ruim 250 bladzijden waarin Busken alle aspecten van de hulpbehoevende bejaarde van krachtig en soms hilarisch commentaar voorziet, en dat alles in zinnen die je dikwijls voor je plezier twee of drie keer leest. Ik moest geregeld schateren om de ironie, de valsheid en de gave van Brouwers om simpele, alledaagse dingen te beschrijven. Alleen al de scene waar Busken een spelletje vier-op-een-rij beschrijft: het is grandioos. Daarnaast verhult hij de tragiek van het lichamelijk en geestelijk onttakelen bepaald niet. Alleen Brouwers is in staat kleine details op verschillende momenten in het boek logich terug te laten keren en aan elkaar te knopen. In vorm een unieke roman, waarmee Brouwers de Nederlandse letterkunde enorm verrijkt heeft. Daarnaast een roman vol oogstrelende taal.

19 maart 2020

Liberalisme

Direct na het opbeurende boek van Rutger Bregman (hier) een minder optimistisch gestemd essay van Bas Heijne, een van de scherpste Nederlandse denkers. In Mens Onmens analyseert hij hoe we tegenwoordig omgaan met waarheid en onwaarheid, en dat we vooral geloven in wat we willen geloven. Discussiëren is geen uitwisseling van standpunten meer, maar het verkondigen van meningen zonder open te staan voor andere. Complottheorieën en nepnieuws zijn aan de orde van de dag en de voorheen serieuze en onpartijdige media doen daar vrolijk aan mee. Zij brengen ook informatie die hun afnemers graag willen horen, lezen, zien. Deze ontwikkelingen relateert Heijne aan de neergang van het oorspronkelijke liberale gedachtegoed, dat een lege huls van vrijheid en onverschilligheid is geworden. Visie is afwezig, alles is opgeofferd aan het vermeende marktdenken. Ik vind Heijne altijd wat moeilijk, ofschoon zijn boodschap helder en interessant is. Maar zijn stijl heeft wat weerbarstigs en het verband tussen zinnen en alinea's is niet altijd even vloeiend. Desondanks een nuttige verhandeling die tot nadenken stemt.

15 maart 2020

Neerlands Hoop

Ik lig negen te beschrijven boeken achter - ik zit in een enorme leesmanische periode, en dan is pas vandaag een soort van verplicht huisarrest voor het gehele land afgekondigd. Gelukkig heb ik veel boeken gehamsterd. De meeste mensen deugen was al een poosje een bestseller, en ik had het al aan twee mensen cadeau gegeven voordat ik er zelf aan begon. Ik las de ruim 500 weliswaar ruim opgemaakte pagina's in drie dagen uit. Rutger Bregman is een hoopgevend historicus en journalist - wat een kennis en kunde! - en tegelijkertijd maakt hij de lezer blij met zijn au fond positieve boodschap. Hij geeft ook enkele inzichten die tot nadenken stemmen: leiders van regeringen en bedrijven geven verkeerde signalen af over hun achterban, en hun verkeerde meningen leiden tot beslissingen met vreselijke gevolgen. Verder is de objectiviteit in de nieuwsvoorziening in hoog tempo aan het verdwijnen, waardoor ons nieuwsjunks een negatief mens- en wereldbeeld wordt opgedrongen, met eveneens vele nadelen tot gevolg. Bregman geeft heldere oplossingsrichtingen die tot zelfreflectie aansporen. Zijn verhaal gaat erin als koek. Een mooi en nuttig boek.

11 maart 2020

Onbekend

Ik ben al zeker een jaar of tien geabonneerd op Het Parool en erger me in toenemende mate aan de schrijfsels van Theodor Holman en - voor zover hij er zin in heeft om te schrijven - muziekrecensent Erik Voermans. Als hij al een concert recenseert waar ik ook heenga (zie mijn klassieke-muziekweblog), dan ben ik het eigenlijk standaard met hem oneens. Hij schijnt in de zaterdagbijlage bij deze wereldkrant voor de Amsterdamse binnen-de-ring inwoners wekelijks stukjes over klassieke muziek geschreven te hebben - ik heb ze al die jaren gemist. Maar goed, nu gebundeld in Eerste hulp bij klassieke muziek, en ondanks mijn cynische introductie van deze weblog: het is een geweldige bundel die ik vol aandacht en nieuwsgierigheid las. Voermans behandelt in zo'n 200 stukjes van gemiddeld anderhalve pagina allerlei componisten en muziekstukken die je haast standaard dwingen ze op te sporen en ernaar te luisteren, ook al betreft het veelal moderne piepknars-componisten. Maar ook over bekende componisten van het ijzeren repertoire presenteert hij nieuwe inzichten. Misschien moet Voermans zich concentreren op boeken schrijven; dat kan hij getuige deze bundel erg goed.

08 maart 2020

IJdel

Het begon in december j.l. met De man in de rode mantel van Julian Barnes (zie hier de weblog). Dat boek zette me op het spoor van het dandyisme. Tegen de keer van Huysmans (hier) was een logische eerste stap, nu nog logischer gevolgd door Het portret van Doran Gray, de enige (gepubliceerde) roman van Oscar Wilde. En wat voor een! Een succesvol schilder schildert een portret van de briljante en ultiem mooie jongen Dorian Gray die het schilderij na voltooiing thuis ophangt. Zijn stille bede dat hij altijd zo mooi mag blijven als geschilderd wordt ingewilligd, maar het portret op het schilderij veroudert. Dat zet een onomkeerbaar proces van afglijden van Gray in werking, zowel mentaal als in zijn handelen. Het is een meesterlijk verhaal, uiterst subtiel en met fijne penseelstreken opgetekend. De discussies tussen de schilder, Gray en hun gezamenlijke vriend lord Henry zijn fenomenaal - lord Henry is de vleesgeworden cynicus. Enige bedenking die ik heb is de grote knik in de tijd, halverwege het boek. Er wordt een tijdsprong van zo'n twintig jaar gemaakt. Ik vraag me nog steeds af of dat had gemoeten, Maar voor de rest een grandioos boek.

02 maart 2020

Revolutie

Een klein jaar geleden las ik van Pieter Waterdrinker zijn biografische schets Tsjaikovskistraat 40 (zie hier de weblog), en daarin vertelt hij vol vuur over de schrijfster Zindaida Hippius - hij bezoekt zelfs het huis waarin zij tijdens de Russische Revolutie in 1917 woonde. Hij verwijst tevens naar haar memoires, in het Nederlands vertaald en verschenen in de serie privé-domein. De schittering van woorden is een verzameling herinneringen, dagboekfragmenten en brieven en bestrijkt een groot deel van het leven van deze eigenzinnige Hippius (1869-1945) die op haar 19e met de filosoof en schrijver Dmitri Merezjkovski trouwde, het ruim 50 jaar met hem al discussiërend en filosoferend uithield en na de revolutie zich als emigrant in Parijs vestigde. Het boek opent met een wat doorwrocht filosofisch deel waarin de relatie met Merezjkovski wordt uitgediept, maar daarna wordt het uiterst boeiend met de dagboekfragmenten over zowel de mislukte revolutie van 1905 als die van 1917-1919. Ik ken geen ander boek waarin de Russische Revolutie zo levensecht wordt beschreven. Waar Paustovsky de revolutie romantiseert en verheerlijkt (misschien noodgedwongen), Hippius beschrijft de dagelijkse strijd om het bestaan, en de daden van de revolutionairen die bezig waren hun positie te bevestigen en zich niets gelegen lieten liggen aan de gewone mensen die aan alles gebrek hadden. Haar vlucht in 1919 via Polen naar Parijs is eveneens zeer lezenswaardig. Bijzonder boek.

15 februari 2020

Onuitgesproken

Ik stopte naast Opwaaiende zomerjurken (zie hier) van Oek de Jong ook zijn tweede roman in mijn koffer naar Sri Lanka; dat boek stond eveneens ruim 30 jaar ongelezen in mijn boekenkast. Cirkel in het gras begint als een romantisch liefdesverhaal van een Nederlandse journaliste die naar Italië wordt uitgezonden en daar een knappe vent aan de haak slaat. Zo zwierig als het boek begint (ik las de eerste 100 bladzijden vloeiend en geboeid op het station van Galle en - tweeënhalf uur staand - in de trein naar Colombo), maar de resterende 300 pagina's kostte me veel meer moeite. Het leek alsof De Jong opeens te veel erin wilde stoppen, teveel lagen wilde aanbrengen terwijl hij daarmee de oorspronkelijke frisheid teloor liet gaan. Want van het journalistieke werk van de Nederlandse vernemen we weinig meer, alsook wat Andrea beweegt. Hun relatie en waar het verzandt blijft eigenlijk een mysterie, terwijl er vele hoofdstukken aan worden gewijd. Aan het slot ontmoeten ze elkaar voor het laatst in Villa Cimbrone in Ravello, aan de Amalfikust. Laat ik juist aan die plek heel sterke herinneringen hebben - ik kan zowat ieder moment dat ik in de tuinen ervan rondliep haarscherp voor de geest halen. Dat maakte de roman aan het eind onverwacht boeiend, eigenlijk alleen omdat ik de entourage zo herkende. Maar helaas geen roman die de tand des tijds kan doorstaan.

08 februari 2020

Te rijk

In De man in de rode mantel beschrijft Julian Barnes de wereld van de dandy's en hun (vooral voor henzelf) vervelend-exuberante en larmoyante levensstijl (zie hier). Er waren in de tweede helft van de negentiende eeuw te veel dandy's en te rijke nietsnutten - het romantische levensideaal verruilden ze voor uitbundige kleding, interieurs, diners, maar haalden er ook weinig voldoening uit. Ultiem voorbeeld was Robert de Montesquiou (1855-1921), die ooit een schildpad liet bekleden met kostbare stenen; het beest was al overleden voordat het kon worden bewonderd. Marcel Proust vormde een van zijn hoofdpersonen naar De Montesquiou, alsook Joris-Karl Huysmans, die in Tegen de keer (À Rebours) de ultieme roman over de dandy en de decadentie schreef. Hoofdpersoon is Jean des Esseintes die zich terugtrekt uit het drukke Parijse leven en in zijn eentje neurotisch-esthetisch gaat zitten zijn, omgeven door de mooiste stoffen, parfums, ingebonden boeken en meubels. Hoe verveeld en vervelend de hoofdpersoon ook is, het boek is grandioos door de enorme eruditie van Huysmans over de vele interesses van zijn hoofdpersoon. Huysmans heeft zich enorm verdiept in meubels, het gregoriaans, parfums, kleding en stoffen en wat al niet, om aldus zijn hoofdpersoon er zich in te laten excelleren. De vertaling is van Jan Siebelink, gemaakt toen hij nog niet als schrijver van eigen werk bekend was. Een werkelijk prachtige vertaling met het weelderigste Nederlands dat je je kunt indenken.

28 januari 2020

Ware leven

Het is alweer ruim 5 jaar geleden dat ik voor het laatst een bundel Kronkels van Simon Carmiggelt las, zie hier de weblog. Vlak daarvoor las ik twee gelegenheidsbundels (links ernaartoe in datzelfde weblog), die me ertoe aanspoorden een greep te doen naar de serie van 24 delen uit de verzamelde bundels van Carmiggelt die ergens op een bovenste plank in mijn boekenkast prijken. Voor tijdens mijn vakantie nam ik dan eindelijk een tweede deel mee: Bemoei je d'r niet mee & De rest van je leven. Het bevat de Kronkels uit de tweede helft van de jaren zeventig, waarin Carmiggelt met pensioen gaat, grootvader is en nog steeds buurtcafé's frequenteert. En soms herineringen uit zijn verleden ophaalt. Ik heb enrom genoten van dit boek. Wie weet nog in zulke korte stukjes zo'n complete wereld te verwoorden, en zo'n tragiek en humor te verenigen? Ik las de stukjes deels hoog boven de wolken en op tropische veranda's en onder klamboes. Ik heb geschaterd! Zoals bij dit verhaaltje, over kennissen van vroeger die een dochter hadden waarvan ze dachten dat zij een groots balletdanseres zou/moest worden (maar niet was) en waarvoor ze op eigen kosten jaarlijks het Haagse Diligentia afhuurden, en alle vrienden en kennissen verplichtten de zaal te vullen. Tegen beter weten in natuurlijk. Zo martelde ze voort, totdat ze Frans ontmoette, een blok van 'n kerel met knuisten, die maar weinig zei. Maar wat hij zei was doeltreffend. Op een dag vroeg hij: 'Zou je nou niet eens met die flauwekul ophouden?' (...) Elly hield ermee op, trouwde hem en emigreerde, vlak voor de oorlog, met hem naar Canada. Daar heeft ze zes gezonde kinderen gebaard. En nooit meer gedanst. En wat een heerlijk begin van deze Kronkel: Een Haagse vriend, die schilder is en gul van natuur, schonk ons een van zijn doeken. Een prachtig cadeau, maar onpraktisch van afmetingen. Je kon het echt niet onder je arm meenemen, maar moest het met zijn tweeën dragen. Daarom besloten we per taxi terug te keren naar Amstardam. De chauffeur had iets weg van een afgeschminkte circusacrobaat, diu nu te oud was voor het gespierde vak. Meestal worden zulke mensen dan clowns. Maar hij was taxichauffeur. Hij opende de achterklep, nam het schilderij van me aan, wierp er een blik op en zei medelijdend: 'Zelf gemaakt, zeker?' Er is geen hedendaags algemeen columnist die in de schaduw kan staan van Carmiggelt. Zeker niet Theodor Holman die nu in de voetsporen van Carmiggelt dagelijks in Het Parool schrijft. Deze dubieuze scribent dient gedwongen alle Kronkels van Carmiggelt te lezen, en vervolgens een woestijn in gedreven te worden om 40 jaar bij zichzelf te rade te gaan. En de Parool-lezer met rust te laten...

20 januari 2020

Zomer

Ik koop en lees veel boeken, maar in de immer uitdijende boekenkasten staan nog steeds een aantal ongelezen boeken - ooit gekocht, nooit gelezen. Tijdens mijn vakantie een drietal gelezen. Het verhuisde vele malen met me mee, staat al zeker 30 jaar, ruim de helft van mijn leven, in mijn boekenkast, maar pas nu las ik het: Opwaaiende zomerjurken van Oek de Jong. Ik las nog nooit iets van hem, tot nu, hoog boven de wolken en in ligstoelen op tropische veranda's. Bij verschijnen in 1979 de hemel in geprezen - ik kocht de 21ste druk uit februari 1981. Bepaald geen meesterwerk. We volgen in drie episodes de opgroeiende Edo (kind, puber en jongeling). Treiteraar, eenling en twijfelaar. In andere romans is het vergelijkbare thema beter beschreven, ook al bevat deze roman enkele krachtige beelden. Maar als geheel gedateerd, te vaag, te bedacht en te puberaal. Meer van Oek de Jong hierna.

15 januari 2020

Dandyisme

Op vakantie geweest, veel gelezen, dus een zestal boeken te bespreken. Vlak voor vertrek in december De man in de rode mantel uitgelezen, het nieuwste boek van Julian Barnes die wederom aantoont dat hij uitblinkt in het bewandelen van zijpaden. Ofwel: Barnes houdt ervan te verrassen. Hij zag bij toeval in de National Picture Gallery het schilderij Dr Pozzi at home van de Engelse schilder Joan Singer Sargent en wilde meer weten over de geportretteerde. Dr Pozzi (1846-1918) was de topdokter van Parijs, een te mooie man en een graag geziene gast in de salons waar je gezien moest worden. Barnes beschrijft het rijke leven in Parijs tijdems de laatste decennia van de negentiende eeuw, en geeft een fraai beeld van de dandy's en spraakmakers van die tijd waar Pozzi mee omging. Het is een meanderend boek - soms vroeg ik me af waar het nu eigenlijk over ging. Ach, uiteindelijk een verslag over hoe eigenaardige Julian Barnes tegen een eigenaardige periode aankijkt. Maarten 't Hart verwoordt het au fond prima. Zie hier.

15 december 2019

Gezin (slot)

Vorig jaar rond deze tijd herlas ik twee delen van het Geheim dagboek van Hans Warren (zie hier). Nu achter elkaar de delen acht, negen en tien, bij elkaar 12 jaar beslaand. Toen ik in 1991 het Geheim dagboek 1963-1970 voor het eerst las, vond ik het het zwakste deel van de serie tot dan toe: acht jaren in ruim 220 bladzijden... Maar nu vond ik het een prachtig deel, waar Warren zich concentreert op het verzamelen van kunst en somtijds wat gedichten schrijft. Niet beschreven, maar duidelijk aanwezig: het familieleven, de opvoeding van drie kinderen; dat alledaagse bestaan is niet om beschreven te worden, maar het vreet tijd en energie.
Er ontstaat hechte vriendschap met Gerrit (Komrij) en Charles, en langzamerhand ontstaat er een opening naar vrijheid. Dat wordt steeds openlijker in Geheim Dagboek 1971-1972 en Geheim Dagboek 1973-1975; langzaamaan kiest Warren voor zijn geaardheid, verwijdert hij zich van Mabel, en is de breuk onafwendbaar. maar tegelijkertijd: veel gezamenlijke kunstaankopen, gasten op bezoek, gedoe en genegenheid met de drie kinderen. En steeds blijken Gerrit en Charles vaste bakens. Het laaste deel eindigt halverwege 1975 - Mabel vertrekt. Ik bedwing de neiging om meteen het vervolgdeel te lezen. Dat komt ergens in 2020.


10 december 2019

Openbaring

Ik las de laatste jaren weer eens twee romans van Simon Vestdijk, zie hier de vorige anderhalf jaar geleden. Volgens zowel de in die bespreking gelinkte website van iemand die in één jaar alle 52 Vestdijk-romans las, als de besprekingen van diezelfde 52 romans door Hugo Brandt Corstius en Maarten 't Hart (bij dit boek door HBC) is het oordeel over De kellner en de levenden uiterst positief - dit is volgens hen één van, zo niet zijn beste roman. Ivoren wachters en De held van Temesa vond ik geweldig, en ik begon dan ook vol verwachting aan deze roman. Maar helaas viel het boek me erg tegen. Vestdijk begeeft zich in de toekomst, en laat 12 bewoners van een flatgebouw zich gedwongen meevoeren naar een massabijeenkomst die al snel het Laatste Oordeel blijkt te zijn. Het aftasten van waar men terechtgekomen is en het omslachtig bespreken ervan vormt de kern van het boek, en dat kwam mij als te gedateerd over. Ellenlange uitweidingen in de schrijfwijze van de late jaren veertig: de 200 pagina's van dit boek las ik met lange tanden. Ik ga zeker meer boeken van Vestdijk lezen, maar kennelijk is mijn smaak inmiddels te individueel om louter te kunnen afgaan op die van anderen.

08 december 2019

Badminton

Ik las nog nooit eerder een boek van John Le Carré, de bekende Engelse thrillerschrijver wiens naam me al decennia bekend is, maar nog nooit aanspoorde iets van hem te lezen. Tot nu opeens in de serieuze bladen zijn nieuwste thriller als een actueel meesterwerk werd aangeprezen en Le Carré in interviews de huidige angelsaksische tijdgeest van Boris Johnson en Donald Trump hekelde. Spion buiten dienst is een vlot lezend, doorwrocht verhaal over een Engelse spion, midveertiger, die terugkeert naar zijn basis en uitgespeeld lijkt te zijn. Maar een mysterieuze tegenspeler op zijn badmintonclub vormt de aanzet tot het tegendeel. Le Carré legt die tegenspeler vanalles over de huidige rechtse tijdgeest in de mond; de klassieke thrillerelementen hebben echter de overhand - uiteindelijk is het een klassiek spionageverhaal in een 2019-jasje. Niks mis mee, en het boek leest vlot weg, maar het overstijgt het niveau van een goede thriller niet. En dat had ik wel verwacht/gehoopt.

25 november 2019

Natuur

Ik las onlangs de biografie van Jan Wolkers (zie hier) en ofschoon ik in mijn jonge jaren veel boeken van Jan Wolkers heb gelezen: zeker niet allemaal. Achter elkaar twee dunnetjes: Groeten van Rottumerplaat en De junival. In de zomer van 1971 zat Wolkers een week op het onbewoonde waddeneiland Rottumerplaat, in een soort van project van de VARA - Godfried Bomans zat er de week daarvoor. Diens Dagboek over deze week is een soort van persoonlijk requiem; hij vond het er vreselijk en hij overleed een half jaar later. Ik las dat Dagboek jaren geleden, leende het ooit uit en kreeg het nooit terug. Leen nooit boeken uit! Het boekje van Wolkers is een geweldig natuurverslag, waarin hij een overleden zwangere zeehond opensnijdt, de poot van een scholekster verbindt en in zijn blootje omheiningen aanlegt en het eiland rondzwerft. Ik kon geen goede afbeelding van het omslag van mijn exemplaar vinden, maar bijgaande foto gemaakt met een zelfontspanner siert op sommige heruitgaven. Niet te zien, maar Wolkers plakte op de deur in de omheining achter hem het bordje: Jan Wolkers 2x bellen. Heerlijk boek.
In zijn roman De junival uit 1982 staat zijn liefde voor zijn overleden poes Voske en voor zijn overleden moeder centraal. Ofwel: een weemoedig boek vol autobiografische herinneringen, maar uiterst kunstig en subtiel beschreven. Ogenschijnlijk een dweperige combinatie (poes en moeder) maar Wolkers maakte er een prachtig geheel van. Hoe fraai de openingsalinea van hoofdstuk 14: Soms dacht ik wel eens dat het wrokkige gedrag van mijn moeder na de dood van mijn vader kwam doordat ze niet als eerste gestorven was. Of ze wist dat na die wervelende symfonie van rouwbeklag om mijn vaders dood ze het zelf met een bescheiden strijkkwartet zou moeten doen. En dat was min of meer ook zo, want er komt een eind aan weldoorleefd begrafenisleed. Na een sublieme generale repetitie valt de première maar al te dikwijls tegen. En in een toneelstuk waarin te veel doden vallen slepen ze op den duur de lijken oneerbiedig aan de voeten over de planken tussen de coulissen.

17 november 2019

Er

Eigenlijk had ik niet meer gerekend op een nieuw boek van Maarten 't Hart; hij wordt 75 dit najaar en ofschoon nog levendig en eigengereid (zie zijn steeds vers aangevulde boekbesprekingen op YouTube) dacht ik dat hij na de prachtige roman Magdalena (hier) en verhalenbundel De moeder van Ikabod (hier) het erbij zou laten. Maar nee, opeens weer een verrukkelijke typische 't Hart. In De nachtstemmer vertelt de ik-figuur over zijn klus in een Zuidhollands havenstadje aan een rivier, waar hij een oud kerkorgel moet stemmen, en tegelijkertijd ook een orgel in een andere kerk erbij neemt. Hij raakt in contact met een Braziliaanse, wier dochter - zogenaamd zwakzinnig - de ideale hulp biedt. Het is een prachtig verhaal, waar 't Hart zijn gedetaillerde kennis van orgels verweeft met kleinburgerlijke tegenwerpingen door de plaatselijke bevolking. Het is allemaal uitermate onwaarschijnlijk, maar oerhollands en authentiek. Het verhaal rammelt enerzijds aan enkele kanten, maar is tegelijkertijd uit het hart geschreven. En wie anders dan Maarten 't Hart kan een vloeiende boeiende roman schrijven waar het stemmen van kerkorgels ongeveer de helft van het verhaal uitmaakt. Hij is een unieke stem in de literatuur.

06 november 2019

Ingehouden

Na de twee vorige delen memoires Verhaal van een leven van Konstantin Paustovski in de Russiche Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot (hier en hier), nu dan het derde en laatste deel, met daarin Sprong naar het zuiden en Boek der omzwervingen. Het zijn de meest ingetogen delen van de zes, waarin land- en natuurbeschrijvingen, bespiegelingen en berusting de boventoon voeren. Maar tussen de regels door lees je ook kritiek en woede op het Sovjet-regime, dat vele voor Paustovski dierbare kunstenaarsvrienden de dood injoeg. In Sprong naar het zuiden verblijft Paustovski vooral in Georgië: Tblisi en Batoemi. Ik hoorde er al prachtige verhalen over, en wil er nu zeker heen. In Boek der omzwervingen blikt hij vooral terug op zijn eigen schrijverschap en dat van anderen. Het is allemaal zo fraai en menselijk geschreven. Hoe natuurlijk ook: daarin is Paustovski uniek. Je leest een boek, maar eigenlijk ben je in persoonlijk contact met iemand die jou zijn eigen verhaal vertelt. Dat is au fond met bijna ieder boek het geval, maar bij Paustovski lijkt het alsof hij zijn verhaal alleen aan jou vertelt; dat hij naast je zit, sigaret in de hand, en alleen tot jou spreekt. Ik las deze memoires in de jaren tachtig voor het eerst, en nu opnieuw. Als de jaren mij gegeven zijn, ga ik deze memoires op hoge leeftijd nog eens lezen. Drie maal is scheepsrecht, zeker bij Paustovski.

25 oktober 2019

Protest

Allerwegen wordt geprotesteerd tegen de (objectief gezien) halfslachtige milieumaatregelen van de regering - het Malieveld wordt omgeploegd, en snelwegen lamgelegd, maar het medelijden met de voortploeterende boer doet de aandacht afleiden van het werkelijke probleem: de aarde gaat in hoog tempo naar de kloten, en als we er niet heel snel iets aan doen is het in korte tijd afgelopen met het menselijk voortbestaan. De aarde komt er na ettelijke honderduizenden jaren wel weer bovenop, maar de mens zelf niet - die steekt in ruim honderd jaar de gehele olie- en gasvoorraad in de fik, eet milieu- en klimaatverwoestend voedsel en dat kan niet zonder gevolgen blijven. Jonathan Safran Foer schreef er een confronterend boek over, vol cijfers en weetjes, op het betweterige af. Maar zijn boodschap in Het klimaat zijn wij. De wereld redden begint bij het ontbijt is helder. Het is bijna te laat, en onze (klein)kinderen zullen het ons niet vergeven. We zitten nu nog in de ontkenningsfase: we wijzen vooral naar de ander (de boeren naar Schiphol, wij allen naar China), maar de feiten zijn niet te loochenen. Wij in het westen hebben per pesoon een twee keer zoveel zware ecologische voetafdruk als een Chinees, en vooral door ons westerlingen gebruiken we per jaar twee keer zoveel als de aarde opbrengt. Tja, dat gaat een keer flink fout. De boeren protesteren, maar wanneer we met zijn allen stoppen met het eten van dierlijke producten tot aan het diner, dan scheelt dat al enorm veel, betoogt Foer. Het kost vele boeren hun werk, maar het redt vele levens die straks uitdrogen of overstroomd raken. Ik schrijf deze weblog op een door elektriciteit gevoede laptop, en las de helft van het boek in een vliegtuig op 10 kilometer hoogte, dus ik ben geen haar beter dan de rest.

12 oktober 2019

Oud en nieuw

Zomaar opeens werd mij een boek aanbevolen van een een mij volledig onbekende schrijfster. De Turkse Elif Shafak schreef Liefde kent veertig regels in 2010 in het Engels, en het werd het jaar erop in het Nederlands vertaald. Inmiddels verschenen er al negen boeken van haar in het Nederlands, dus kennelijk heeft ze hier een trouwe schare fans. Deze roman begint wat chicklitterig (Amerikaanse vrouw van middelbare leeftijd, getrouwd, drie kinderen, haalt weinig bevrediging uit haar huwelijk, man gaat vreemd en kinderen vinden haar saai etc.) maar gelukkig is dat slechts een aanleiding om het echte verhaal in het boek te vertellen, over de dertiende-eeuwse soefistische derwisj Sjams, die in het Midden-Oosten als een profetische monnik rondwandelt. Zijn verhaal wordt vanuit verschillende perspectieven verteld, en zo lees je over een bonte oriëntaalse wereld waar na de kruistochten de tegenstellingen tussen de religies al scherp afgetekend waren. Een zwoele weelderige roman over een onbekende wereld - opvallend hoe de eigentijdse verhaallijn steeds irrelevanter wordt.

04 oktober 2019

Santé

Na de eerste twee boeken die ik vorige maand van Ap Dijksterhuis las (zie hier) een meer persoonlijk en herkenbaar boek over zijn passie voor wijn. In De merkwaardige psychologie van een wijndrinker reist Dijksterhuis de hele wereld rond om wijn te proeven en te kopen, en wie zelf wel eens bij wijnboeren langsgaat om te dégusteren en te kopen herkent veel van Dijksterhuis' observaties. Hij prikt graag door ingesleten aannames heen (Parker!) en staat tegelijkertijd na een diner met wijnarrangement lallend op het balkon van zijn hotelkamer. Ook voor de niet-kenner is dit een inzichtelijk en vermakelijk boek - al was het maar om zogenaamde wijnkenners te begrijpen of te ontmaskeren. Het boek is louter tweedehands na enig speurwerk op internet te koop; schenk jezelf een ruim glas en start de zoektocht!

20 september 2019

Bluf

Na zijn bejubelde 14 juli (zie hier) tegelijkertijd met de Wolkers-biografie ook de eerder verschenen roman van Éric Vuillard gelezen. De orde van de dag is bijkans nog overtuigender dan 14 juli. Twee momenten tijdens de vooroorlogse nazi-tijd staan centraal: een bijeenkomst in februari 1933 van 24 Duitse groot-industriëlen waar Göring en Hitler financiële steun afdwongen, en de dag van de annexatie van Oostenrijk door Duitsland, maart 1938. Ogenschijnlijk hadden deze twee gebeurtenissen niets met elkaar te maken, maar Vuillard koppelt ze aan elkaar door duidelijk te maken wat de nazi's de tegenstand hielp overwinnen: grootspraak, bluf, een grote bek. Iedereen kan wel denken dat het niet klopt, en door te zwijgen hopen dat de storm wel zal overwaaien, maar een grote bek en bluf overwint heel veel. Door op de juiste momenten 'nee' te zeggen hadden vele miljoenen levens gered kunnen worden. Dat is de harde boodschap van dit geweldige boek - Vuillard had minder dan 150 pagina's nodig voor deze harde boodschap, die dezer dagen nog flink ter harte genomen mag worden.

16 september 2019

Basaal

Pas toen ik met deze net aangeschafte biografie van Jan Wolkers naar huis fietste, werd mij de toevalligheid gewaar. Ik kocht dit boek bij boekhandel Van Rossum in de Beethovenstraat in Amsterdam-Zuid, gevestigd in een modern winkelpand tussen de Apollolaan en de Gerrit van der Veenstraat. Voorheen zat de boekhandel er schuin tegenover in een houten barak op een soort van inham/pleintje halverwege de Beethovenstraat waar nu bankjes staan. En het was vlak bij die plek waar ik voor de eerste en laatste keer Jan Wolkers zag, ergens eind 1989/begin 1990. Ik woonde toen nabij het Olympiaplein (mijn eerste adres in Amsterdam) en fietste talloze malen via de Beethovenstraat richting stad en terug. En in die Beethovenstraat stapte voor mijn neus opeens Jan Wolkers uit zijn 'hemelblauwe Volvo', samen met de twee jongens Bob en Tom - die waren toen een jaar of 8. Ik las Wolkers al sinds mijn 15e, en vond hem van de 'grote hoeveel-ook' de meest aansprekende. Ik stopte ermee rond mijn 25ste, sindsdien dus nooit meer iets van hem gelezen. De in 2017 verschenen biografie Het litteken van de dood. De biografie van Jan Wolkers stond sinds het verschijnen op mijn lijstje, en de ruim 1000 pagina's lezen als een trein. Onno Blom is Wolkers-adept, en werd door Wolkers zelf aangewezen als zijn biograaf. Nadeel: te dichtbij en te weinig objectief. Voordeel: alle hulp van weduwe Karina en toegang tot alle bronnen - het huis op Texel barst ervan. Het boek rammelt aan veel kanten: te gedetailleerd, teveel en-toen-en-toen, en ogenschijnlijk een ordening van Wolkers-citaten. Maar hoezeer dit alles gaandeweg ook begint te ergeren: je krijgt wel een perfect beeld wat voor mens Wolkers was. Een harde werker, getekend door zijn jeugd, de oorlog, en door de dood van zijn oudste broer en van zijn dochtertje. Zijn libido, werklust en bewondering voor het schone waren grandioos. Een prachtmens dus; ik ga hem herlezen.

11 september 2019

Bestorming

Een korte maar laaiend enthousiaste bespreking in Het Parool spoorde me aan het nieuwste boek van Éric Vuillard te kopen, over dé dag van de Franse Revolutie: 14 juli 1789. Het is een in 190 bladzijden geconcentreerde reconstructie van de aanloop naar en vooral van de gebeurtenissen die dag zelf. Die paar hoofdstukjes over de voedingsbodem doen je die uitbarsting van woede, geweld en vrijheidsdrang volledig begrijpen. Je zou eraan meedoen als je in de buurt was, zo beschrijft Vuillard het. Die Bastille moest en zou vallen, en Vuillard schrijft geen woord teveel (maar vanuit een prachtig wisselend perspectief) om die impuls van volkswoede gestalte te geven. Enfin, zo werkt revolutie!

30 augustus 2019

Geld en reizen

Ik lees ondertussen een 1100-pagina's dik boek (bespreking volgt) en ondertussen ook wat dunner werk. Binnen twee weken drie boeken; eerst achter elkaar twee boeken van de Nijmeegse hoogleraar Psychologie Ap Dijksterhuis, over geld en reizen. In Maakt geld gelukkig? Een ongemakkelijk antwoord analyseert hij de rol van het (willen) hebben van geld. Veel open deuren, maar wel gestaafd door wetenschappelijk onderzoek. En ik ken veel mensen (ook heel intelligente) die door de door Dijksterhuis genoemde financiële valkuilen ongelukkig zijn. Zijn conclusies worden gestaafd door Wie (niet) reist is gek, waarin Dijksterhuis meer persoonlijk te werk gaat: minder wetenschappelijk onderzoek, en meer persoonlijke ervaringen. Maar de boodschap is dezelfde: ervaringen maken je gelukkiger dan materieel bezit. En durf jezelf daarbij uit te dagen. Inderdaad. Ik moet snel weer weg. Niet waar naar ik al geweest ben, maar naar onbekende oorden die je even helemaal uit je comfort zone halen. Daar word je namelijk het meest gelukkig van. Gefronste wenkbrauwen...? Lees deze boekjes.

10 augustus 2019

33 jaar

In mei 1986 werd ik als arm student te Leiden lid van boekenclub Boek en Plaat, omdat je als nieuw lid gratis welkomstboeken kon aanschaffen. Eén daarvan was De Kapellekensbaan, dat als het belangrijkste werk van Louis Paul Boon werd (en wordt) beschouwd. Dat boek verhuisde in de afgelopen 33 jaar ettelijke keren met mij mee, aanschouwde vanuit zijn boekenkast vele kamers in Leiden en Amsterdam, maar ik las het nooit. Tot nu, of nauwkeuriger, tot afgelopen vier weken. Want zo lang deed ik erover om de 385 dichtbedrukte pagina's van deze roman uit 1953 te lezen. Het was een ware worsteling. Oschoon ik geen moment op het idee kwam het terug in de kast te zetten - ik móest het uitlezen - bleek het een stevige uitdaging. Boontje presenteert de lezer meerdere vertelperspectieven met hun eigen verhaal, die alle niet bepaald lineair zijn opgebouwd. Ik moet bekennen dat er vele hoofdstukken zijn die ik niet of nauwelijks begreep. Vooruit, ik snap de structuur en de hoofdlijn (internet legt het je gemakkelijk uit), maar de detaillering duizelt nog flink na. Het Vlaamse taalgebruik is weelderig en bloemrijk, maar die vorm zorgde ervoor dat de meeste pagina's de uit de zeeklei getrokken kaaskop-lezer als ik ben flink op de proef stelde. En tja, een boek mag dat doen, ook al weet ik nog niet wat ik ervan moet vinden. In elk geval staat het nu niet meer ongelezen in mijn boekenkast.

06 augustus 2019

Risk

Veel mensen lazen het, en ik kreeg aansporingen het ook te lezen. Dus vooruit. De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen van Bart van Loo is een fascinerend boek over met name de veertiende en vijftiende eeuw, waarin achtereenvolgens Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede, Karel de Stoute en Filips de Schone (deze laatste trouwens vader van Keizer Karel, vader van Filips II) een rijk bestierden dat zich op een gegeven moment uitstrekte van Zutphen tot de Franse Alpen, maar waarvan de kern zich enerzijds rondom Dijon en anderzijds in Gent en Brugge bevond. De Bourgondische familie speelde een soort van fysiek spelletje Risk met de Franse en Engelse koningshuizen, alsook met het opkomende Heilige Roomse Rijk van de Habsburgers, en niet te vergeten met de binnen de eigen gebieden niet altijd meegaande inwoners van Vlaanderen. Die wilden vooral wol verhandelen met de Engelsen. Er werd gevochten (we zitten midden in de Honderjarige oorlog), belegerd, uitgehuwelijkt en samengespannen. Het verhaal van de Bourgondiërs begint aan het begin van de vijfde eeuw, wanneer Vandalen en wie al niet de Rijn overstaken richting het westen, en eindigt met de val van Antwerpen in 1585 ergens aan het begin van de Tachtigjarige oorlog. Met Filips de Stoute (1342-1404) begint de opmars van de Bourgondiërs pas echt; Filips had zich ten doel gesteld een eigen rijk te stichten. Zijn nazaten waren niet altijd even handig in het beheer van zijn erfenis; de kansen in het spelletje Risk keerden voortdurend. Grappige rol van de Zwitsers opeens! Alsook dat Jeanne d'Arc door het verhaal raast. Van Loo beschrijft dit alles in vloeiend proza en biedt een schat aan details, zowel over veldslagen, huwelijksdiners, moordaanslagen en over de vele kunstwerken die in opdracht werden vervaardigd (en die Van Loo aanprijst om te bezichtigen). Je grijpt voortdurend naar de stambomen, tijdlijn en kaarten in het boek; het duizelt je soms van de namen en onderlinge relaties. Maar zo moet een rijk geschiedenisboek zijn: een werk om mee aan het werk te zijn. Het leven van de gewone landarbeider of stadsbewoner komt minder uitgebreid aan de orde (hadden die überhaupt door dat ze in de langste oorlog ever zaten?), maar daar gaat dit boek dan ook niet over. Een intrigerend relaas over een periode waar ik nog nooit iets over gelezen had. Waar Van Loo ook niet over schrijft, maar wie wel in dergelijke boeken?: dat heen en weer gereis, dagenlang op paarden door bosch en veldt zonder enig kompas, van herberg naar pleisterplaats: hoe ging dat? Zat Filips de Stoute op zijn tochten kippenbout te eten en troebel bier te drinken met een landloper aan zijn tafel? Dit boek vertelt er niet over, maar mijn gedachten gingen wel vaak naar zulke mogelijke situaties.

15 juli 2019

Samenloop

Sinds 2011 lees ik de Bijbel, gewoon van kaft tot kaft. Als nachtkastje-lectuur, zo voor 't slapen. Dat gaat niet snel; ik ben nu na een jaar of acht op zo'n 40%, bij de Psalmen. Onlangs dus het boek Job daaruit, en tegelijkertijd de briefwiseling van Stefan Zweig en Joseph Roth (zie hier), waarin Roths novelle Hoab (Job) veel aandacht en lof krijgt. Joseph Roth vertelt een moderne versie van het Job-thema, waarin de eenvoudige Russische Jood Mendel Singer op eigentijdse wijze bijna alles verliest, maar uiteindelijk ook weer het verloren gewaande terugkrijgt. Roth presenteert in zo'n 200 pagina's tevens een vroeg-twintigste-eeuwse geschiedenis, inclusief de overgang van oud naar modern en de weemoed die daarmee gepaard gaat. Het verschil met Radetzkymars (zie hier) is daarmee niet eens zo groot. Literair vakmanschap.

30 juni 2019

Ingekookt

Na de teleurstelling over De goede zoon van Rob van Essen was ik toe aan iets goeds. Dat weet je natuurlijk nooit helemaal zeker als je een nieuw boek ter hand pakt, maar ik had goede hoop dat de verhalenbundel Halleluja van Annelies Verbeke een geslaagd boek was. Via mijn werk bij de uitgeverij van de VU kwam ik eerder dit jaar met haar in contact en haar essay De taal van de wereld dat we bij de uitgeverij van haar hebben uitgegeven was van hoge kwaliteit. Een paar jaar geleden was haar roman Dertig dagen ook al zo bijzonder, zie hier de weblog ervan. En ja, Halleluja is een zeer fraaie bundel korte verhalen, waarin Verbeke het beschrijven van de handeling en de menselijke interactie tot de uiterste essentie terugbrengt. Je moet uiterst geconcentreerd lezen; als je een halve zin zonder aandacht zou lezen, loop je de kans een essentiële wending te missen. 15 verhalen over personages die het einde van ioets meemaken, maar waarbij dat einde soms ook een nieuw begin inluidt. Fraaie literatuur!
Meer Leeslog in eerdere maanden - zie de 'archives' in de rechterkolom.