03 november 2009

Van -3000 tot +1621

Net als de boeken van Dekkers en Elsschot (zie hieronder) begon ik al een paar maanden geleden aan het eerste deel van het Mozaïek van de Muziekgeschiedenis van Otto Glastra van Loon. Dat is een zesdelige muziekgeschiedenis die ik in 1993 voor een paar tientjes kocht, wel eens ter hand nam en die me boeide door de eigen stijl van Glastra van Loon, maar nooit structureel las. Eigenlijk hikte ik steeds tegen dat eerste deel aan, dat niet mijn meest favoriete deel van de muziekhistorie beslaat. Maar ik heb me erdoorheen geslagen; zeker de tweede helft van dit boek waarin de eerste renaissance-componisten aan bod komen is boeiend. En eindelijk eens goed om componisten als (oom en neef) Gabrieli, Obrecht, Ockeghem, Palestrina, Lasso, Byrd, Schütz, Schein, Sweelinck en ja, zelfs meistersinger Hans Sachs (in willekeurige volgorde, en nog vele andere) in een beknopt historisch overzicht geplaatst te zien. Zou het louter toeval zijn dat ik de laatste tijd nogal veel 'oude' muziek draai (Schütz, Monteverdi)?
De eerste helft van het boek gaat op aan een vogelvlucht door de muzikale tijd en naar alle uithoeken van de wereld. Ik heb me zitten verbazen hoe Glastra van Loon al die kennis bijeengesprokkeld heeft. Maar indrukwekkend is zijn relaas wel. Zoals gezegd: de muziekgeschiedenis tot ongeveer halverwege de Middeleeuwen heeft niet mijn grootste belangstelling, maar wel goed om het eens gelezen te hebben.

31 oktober 2009

Alles van Elsschot

Als middelbare scholier las ik de meeste romans van Willem Elsschot. Ik vond ze toen wel leuk, kan ik me herinneren. Met name Kaas is me altijd bijgebleven. Tijdens mijn studententijd kocht ik voor 35 gulden het eendelige Verzameld Werk en zette het braaf in de kast. Ergens in de afgelopen zomer trok ik het uit de boekenkast en begon de eerste bladzijde van Villa des Roses te lezen. Dat trof me zo, dat ik besloot de resterende 760 pagina's ook maar te lezen. Heerlijk! Nagenoeg iedere roman is een verrukkelijke leeservaring, door de droog-komische ironische kijk op het leven van de vertellers (meestal een ik-figuur). Echte helden zijn er niet; zelfs de onverzettelijke Boorman in Lijmen/Het been gaat voor de bijl. Die dubbelroman is naturlijk het hoogtepunt van het Verzameld Werk. Hoe fraai met name Villa des Roses, De verlossing, Kaas en Tsjip/De leeuwentemmer ook zijn, Lijmen/Het been zet ze in de schaduw. Het verhaal is een marketingroman avant la lettre, maar laat zich tegelijkertijd ook als een spannend jongensboek lezen.
De vertellers in de romans strooien hun verhalen in golven over de lezer uit, en leggen soms prachtige gedetailleerde verbanden. Het zijn vooral die kleine tussenzinnetjes waarin die verbanden met andere informatie elders worden gelegd, die het lezen van Elsschot zo'n plezierige bezigheid maakt. Eerlijk gezegd beleefde ik aan de laatste korte romans (Het dwaallicht, Pensioen en Het tankschip) wat minder plezier; ondanks dat Het dwaallicht als een meesterwerk wordt beschouwd, kon ik er niet echt wijs uit worden. Ik vlieg bij zulke droombeeldverhalen altijd uit de bocht; dan is een concreet verhaal als Kaas wél volledig aan mij besteed. Dat is net als Lijmen/Het been een klassieker, een uit één stuk gehouwen verhaal. Achterin dit dikke boek staan een aantal verzen waarmee Elsschot aanvankelijk zijn naam vestigde. 'Het schijnt een traditie te zijn, volgens welke elke beoefenaar van de schone letteren, ook degene die zich tot prozaïst of dramaschrijver ontwikkelt, zijn carrière begint met het schrijven van gedichten.' Deze opmerking van Gerard Reve geldt dus ook voor Elsschot. Ik ben niet zo'n gedichtenlezer, maar bij deze verzen zitten zeker fraaie exemplaren.

27 oktober 2009

Mens en dier

Ik kocht een klein jaar geleden in een antiquariaat van Midas Dekkers een verzameling beestenverhalen die hij in de jaren tachtig in het radioprogramma Vroege vogels voorlas: De mammoet. 144 beesten gebundeld. Ik begon er begin dit jaar aan, en het bleek een perfect nachtkastboek. Regelmatig deed ik nalachend het licht uit om te gaan slapen. Dekkers is met zijn vergelijkingen tussen mens en dier de schrijvende equivalent van Bert Haanstra. Dekkers is daarbij soms lekker sarcastisch, zeurderig en sjagrijnig. Ach, gewoon maar een lang citaat. Dat geeft het beste de aard van dit verrukkelijke boek weer.
Mensen zijn te gauw verzadigd. Menige behoefte is al bevredigd voor je er erg in hebt. (...) Binnen de kortste keren geven de darmen het signaal 'vol' en kan er niets meer bij. Van zakjes chips schijnt het maximum op dertig achter elkaar te liggen en op het tweede wereldkampioenschap tortilla-eten is het record onlangs scherp gesteld op vierenzeventig stuks, maar dan heb je het ook wel gehad. Lekker is maar een vinger lang. Van te veel lekker drinken moet je overgeven, van te veel mooie boeken lezen krijg je lelijke wallen onder je ogen, en wie zijn hele leven van zijn geliefde denkt te gaan genieten, verzandt in een huwelijk. In ieder van ons is een brok chagrijn ingebouwd dat onze behoeften haastig bevredigt om te voorkomen dat we er eens breeduit van kunnen genieten. Orgieën bestaan dan ook niet. We zijn er niet op gebouwd. Zelfs niet op de liefde. Ook de meest hartstochtelijke minnaar wordt op een gegeven moment op de verkeerde plaatsen stijf.

18 oktober 2009

Laatste dagboek

Met het uitlezen van het laatstverschenen Geheim dagboek 1998-2000 van Hans Warren is een einde gekomen aan een ruim twintigjarig leesproject. Ik kocht de eerste delen van Warrens Geheim dagboek in 1986 - er waren er toen al een paar verschenen. In juli 1989 noteerde ik in mijn net nieuwe boekenschrift deel 7 van het Geheim dagboek (1958-1962), en uit de latere notities maak ik op dat dat zevende deel toen net verschenen was. Enfin, de serie is een monument in de Nederlandse literatuur omdat het een zeldzame inkijk geeft in het overgrote deel van een mensenleven, dat deels bewogen, deels evenwichtig is, te allen tijde fijnzinnig wordt geleefd, en gedetailleerd wordt beschreven. In dit laatstverschenen deel (enkele jaren geleden verscheen al het deel van Warrens sterfjaar 2001) nemen de ongemakken vrij snel toe: de lichamelijke, maar ook de relationele. Het zal voor Mario Molegraaf niet eenvoudig zijn geweest om bij het bezorgen van dit dagboekdeel veel teksten in druk te geven waarin hij zelf niet bepaald vriendelijk beschreven wordt. Het zou eens interessant zijn de cahiers in te zien en te kijken wat er van de oorspronkelijke teksten overgebleven is. Niet dat Molegraaf niet te vertrouwen is, want ook Warren zelf schrapte veel voordat hij een nieuw deel afgaf aan de uitgeverij. Ergens maakt hij een opmerking dat er vooral toch veel geschrapt moest worden. Hoe dan ook: dit is weer een mooi dagboekdeel geworden, met veel etentjes in restaurants, ruzie, rondritjes en bezoeken aan tentoonstellingen, kunstaankopen en lichamelijk ongemak. Over een tijd maar eens proberen alle dagboeken in korte tijd achter elkaar te lezen. Want ik ben sowieso wel weer benieuwd naar die eerste delen die ik ruim twintig jaar geleden las.

06 september 2009

Meer van hetzelfde

De onlangs verschenen, nieuwe roman van Maarten 't Hart is, vergeleken bij zijn recente voorgangers, niet bepaald sterk. Verlovingstijd is eigenlijk een flinterdun geheel waarin 't Hart zijn bekende stokpaardjes berijdt (Maassluis, biologie, klassieke muziek, vrouwen, kerk) maar dit keer in een nogal eendimensionaal verhaal over opgroeien en het aan de haak slaan van vriendinnetjes; van de zandbak op de bewaarschool tot de universiteit en van de kalverliefde, daarna de eerste losse scharrel via het huwelijk naar het overspel. Wanneer je dit alles in een mixer gooit en eventjes goed mengt, heb je deze roman van 't Hart in essentie klaargemaakt. Bovendien schrijft 't Hart weinig gevarieerd, en soms zelfs slordig. Op blz. 168 en 169 vindt dezelfde gebeurtenis (een verlovingsfeest) eerst in juni, en nog geen bladzijde later in juli plaats. Maar: ik heb onbedaarlijk moeten lachen om dit boek, en er dus ook enorm van genoten! 't Hart legt zijn hoofdpersonen uitspraken 'uit het leven gegrepen' in de mond. Hoe krakkemikkig alles misschien ook is: de thematiek is wel raak getroffen. Wellicht juist daardoor...? Wanneer een vriendin in het boek opbelt met het klemmende verzoek morgen langs te komen voor een belangrijke onthulling en de ik-figuur verzoekt dan even koffie te komen drinken, en deze dan niks anders als eerste kan antwoorden dan 'Ik drink nooit koffie.', dan schiet ik zwaar in de slappe lach. En tja, wanneer een flink deel van de roman in Leiden speelt waar ik nagenoeg in alle genoemde straatnamen mijn studententijd min of meer intensief beleefd heb, en wanneer een hoofdpersoon zelfs in een straatje woont waar ikzelf ook anderhalfjaar op kamers woonde (de Vrouwenkerkkoorstraat), dan kan het boek voor mij gewoonweg niet stuk.

30 augustus 2009

Meer Zuckerman

Door Exit geest dat ik vorige week las werd ik aangespoord om vroeger werk van Philip Roth te lezen. Zuckerman gebonden heeft als ondertitel Een triplogie en een epiloog, en bevat de romans De ghostwriter, De eenzaamheid van Zuckerman (Zuckerman unbound) en Les in anatomie, en de epiloog De Praagse orgie. Het is een boek over reacties en tegenstellingen, en tegelijkertijd biedt het inzicht in een haast natuurlijke ontwikkeling. In De ghostwriter is Zuckerman een jong, aanstormend talent dat een avond en nacht op bezoek is bij zijn literaire voorbeeld E.I. Lonoff - de schrijver die ook in Exit geest centraal onderwerp van gesprek is. De eenzaamheid van Zuckerman beschrijft Zuckerman net nadat zijn laatstverschenen roman een enorme hit is geworden en hij financieel een flinke klapper maakt. In Les in anatomie zit Zuckerman in een geestelijk en lichamelijke writer's block: hij krijgt geen letter op papier en lijdt al anderhalf jaar aan een mysterieuze maar allesoverheersende pijn in zijn nek. De epiloog speelt zich af in Praag in 1976, waar Zuckerman wordt geconfronteerd met de onvrije wereld en waar hij met een tegengestelde status wordt geconfronteerd. Roth is in deze pil van 666 bladzijden niet op zijn kernachtigs. Maar dat ik dit boek in precies een week uitlas zegt wel iets over de aantrekkingskracht van zijn verhalen. Er zit een enorme stuwing in, juist door het ogenschijnlijk meanderende van de gebeurtenissen, terwijl iedere situatie meer specifieke kennis oplevert over de hoofdpersoon. En dus over hoe een beginnend en later gevierd schrijver reageert op wat hem overkomt. Bij Zuckerman spelen hiernaast de verhouding tot zijn afkomst (ouders, Amerikaans-Joodse kolonie) en de politieke en sociale situatie een centrale rol. Misschien is dat wel het aantrekkelijke van dit boek en de andere boeken van Roth die ik tot nu toe gelezen heb: ze gaan altijd ergens over, maar de beschreven gebeurtenissen staan nergens vermoeiend-nadrukkelijk ten dienste van een hogere betekenis. Roth blijft overal lekker vertellen, en dat leest heerlijk.

29 augustus 2009

Parlevink

Van 5 november 1954 tot 5 februari 1955 en van 4 januari tot 10 december 1956 schreef Godfried Bomans in de Volkskrant satireachtige stukjes onder het pseudoniem Parlevink. Een aantal van deze stukjes werd in 1957 onder de naam Op het vinkentouw gebundeld. Het is een ideaal nachtkastboek; met iedere avond een twee- of drietal stukjes uit dit boek sluit je een dag prettig af. Hier niet louter de bekende Bomansiaanse meligheid, maar toch ook sluimerende kritiek op alledaagse verschijnselen. De Koude Oorlog, de verzuiling en de RK-kerk krijgen alle aandacht. Er zitten heerlijke teksten in. Over een Russische atlete als pion in de Koude Oorlog: Nina Ponomareva is een Russische Reuzin, wier historische verdienste tot dusver beperkt was tot een worp met de discus in Helsinki. Ze had daarvóór al geworpen, o.a. in Bakoe, Tiflis en andere gemeenten achter het IJzeren Gordijn, maar dit waren vermoedelijk propaganda-worpen. Het kolossale mens verscheen echter op klaarlichte dag in Helsinki en smeet het ding tot ver over de tribunes.
De verzuiling hekelt Bomans middels een verslag van een stormachtige vergadering waar de Humanistische Bond van Echoput-houders, de Katholieke Vereniging van Echoput-bezitters, de Nederlands Hervormde Bond van Echoputhouders, de Gereformeerde Putters en enige Echohouders van vrijzinnig-christelijke huize aanwezig waren. Zelfs een communistische afdeling, die slechts over twee putten beschikte, legde het oor te luisteren. Er is veel onderlinge argwaan. De heer Netelbrink voert het woord: Bovendien hebben wij langs deze weg een groeiende invloed van Rome te vrezen. Het is bekend, dat het Vaticaan zich van steeds meer putten meester maakt. Hij wees in dit verband op Spanje, waar het menig toerist was overkomen dat hij een protestantse vraag naar beneden wierp, om tot zijn bevreemding een rooms antwoord terug te krijgen. Een nader onderzoek wees uit, dat op de bodem van de put een bezoldigd Jezuïet had plaats genomen. Spreker achtte deze vorm van apostolaat zorgwekkend. Uiteindelijk verdwijnen alle onderlinge verschillen als sneeuw voor de zon in de gezamenlijke afkeer van de communisten, aangezien hier van een Vrije Put, zoals in de statuten bedoeld, geen sprake was, daar de echo tevoren door Moskou was vastgesteld.

23 augustus 2009

Iran

Eind vorig jaar las ik De keizer van de Poolse journalist Ryszard Kapuscinski, over het einde van het bewind van de Ethiopische keizer Haile Selassi. Onlangs verscheen een herdruk van Kapuscinski's boek over de revolutie in Iran, eind jaren zeventig, die leidde tot het vertrek van de sjah en de stichting van de islamitische republiek. De sjah aller sjahs is een krachtig geschreven boek waarin twee hoofdstukken de kern vormen. In 'Daguerreotypen' beschrijft Kapuscinski een aantal oude foto's en geeft daarmee een verklaring voor het ontstaan van de revolutie. Eigenlijk was het bewind van de sjah al vanaf het begin uitermate wankel; decennialange onderdrukking rekte het bewind, maar dat het omvergeworpen zou worden was eigenlijk geen vraag. In 'De dode vlam' geeft Kapuscinski een relatief abstracte beschrijving van het verschijnsel revolutie, en koppelt de theorie aan de Iraanse praktijk. Een verhelderend boek! Staan in andere (buitenlandse) edities de beschreven foto's wél afgedrukt...?

18 augustus 2009

Literatuur over literatuur

Een jaar of vier geleden - dus nog voordat deze leeslog van start ging - las ik Het complot tegen Amerika van Philip Roth, het eerste boek dat ik van hem las. Nadien las ik ieder jaar wel een boek van hem, titels die hij daarna publiceerde. Maar Exit geest had ik overgeslagen; ik las het nu - het wordt haast een gewoonte - binnen 24 uur uit. Ik heb daardoor eigenlijk alleen de 'late' Roth tot me genomen; ik ga op zoek naar zijn vroegere boeken, want Roth's boeken zijn intrigerend en zitten steevast goed in elkaar! Over Exit geest kun je op internet wisselende beoordelingen lezen; sommigen (w.o. wijlen Michael Zeeman) vinden het boek een erg goede, anderen juist een mislukte roman. Wie het boek leest als het verhaal van een oude zeur (de ik-figuur is Roth's alter ego Nathan Zuckerman) zal inderdaad weinig plezier beleven aan dit boek. Maar je kunt het boek ook lezen als een aanklacht van Roth tegen deze tijd, en dan met name tegen de wijze waarop in zijn ogen met literatuur omgegaan wordt. Want hij laat zijn personages (en niet alleen Zuckerman) uitspraken over literatuurkritiek en biografen doen die er niet om liegen; de brief van Amy aan The New York Times is een waar hoogtepunt! Ondertussen laat hij zijn personages krachtige oordelen vellen over de regering Bush; het boek speelt in november 2004, wanneer Bush de verkiezingen van Kerry wint. Het is deze dubbele gelaagdheid die dit boek uitermate lezenswaardig maken; bovendien is het taalgebruik van een enorme kracht: gespierd, maar soepel. Tja, dan lees ik een goed boek...

17 augustus 2009

Bergen en kanalen

Van Frank Westerman had ik nog niet eerder wat gelezen, maar ik wist wel dat zijn boeken apart waren. Onlangs nam ik in de boekhandel zijn Ararat mee; ik las het binnen 24 uur geboeid uit. In het boek stapelt Westerman allerlei verschillende onderwerpen op elkaar die op de een of andere manier met de berg Ararat in Oost-Turkije van doen hebben: de zondvloed en de ark van Noach, de relatie Turkije-Armenië, de fysiologie, Westermans eigen ontkerkelijking. Uiteindelijk beklimt hij ook de ruim 5000 meter hoge berg. Ogenschijnlijk een verzameling willekeurige onderwerpen maar Westerman componeerde er een meeslepend en interessant verhaal van. Onderzoeksjournalistiek van de beste soort, goed geschreven bovendien.
Meteen na het uitlezen van Ararat op de fiets gesprongen en in de boekhandel een tweede boek van Westerman gekocht: Ingenieurs van de ziel. Daarin staat de positie van de Russische schrijvers tijdens de Stalinperiode centraal; deze auteurs moesten onder leiding van Maksim Gorki de grote waterwerken die overal in het land werden uitgevoerd lovend beschrijven. Centraal staat de positie van Konstantin Paustovksi, van wie ik al lang geleden zowal al zijn werk las dat in het Nederlands is vertaald. Daaronder ook De baai van Kara-Bogaz over de ontginning van een onherbergzame baai in de Kaspische Zee. Daarover weet Westerman allerlei onthullende achtergronden boven water te krijgen, en hij bezoekt deze onherbergzame streek (nu behorend tot Turkmenistan). In deze baai voerden de Sovjets in de jaren zeventig/tachtig een rampzalige politiek, maar ook tijdens de Stalintijd liepen de zaken daar niet zoals gewenst. Tijdens de jaren van terreur (1936-1939) verdwenen vele schrijvers en partijleden die in ongenade waren gevallen, wat tegelijkertijd tot een enorm gedoe leidde: leiders die kort daarvoor nog in alle toonaarden bejubeld waren in boeken, verdwenen van de een op andere dag van het toneel, zodat overal in het land al die boeken uit de verzamelingen vernietigd moesten worden. Wederom hangt Westerman in dit boek een aantal alfa- en bèta-onderwerpen tegen elkaar, wat net als met Ararat een bijzonder interessant en goedgeschreven boek oplevert.

09 augustus 2009

Revolutie

Ik kreeg een poos terug Dokter Zjivago van Boris Pasternak cadeau van een vriendin, en ik hikte nogal lang tegen deze pil van 600 bladzijden aan. Maar ik las het nu toch in twee weken uit. Het is een raar boek. Het is wereldberoemd, maar de vraag is precies waarom? Vanwege de ultieme literaire of inhoudelijke kwaliteiten, of toch ook omdat het als instrument in de Koude Oorlog is gebruikt, of vanwege de toekenning van de Nobelprijs aan alleen dit boek die Pasternak moest weigeren, vanwege de film die ervan gemaakt werk en die volle zalen trok...? Ik ken de film niet, en laat de Koude Oorlog-toestanden voor wat ze zijn. Dan blijft een bijzonder vreemd boek over: het is boeiend, rommelig, inconsistent opgebouwd, aangrijpend en leerzaam. Het hoofdverhaal gaat over Joeri Zjivago en zijn liefde voor Lara, ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, de Russische revolutie en de strijd tussen de Roden en de Witten, en de eerste jaren van bestendiging door de Sovjets. Zjivago weet zich niet staande te houden, maar zijn handelwijzen zijn voor de lezer soms onduidelijk. Naast deze hoofdlijn treden er allerlei nevenfiguren op die - zeker in de eerste helft van het boek - veel aandacht opeisen. Met name die eerste helft is soms erg verbrokkeld, en het kost de nodige concentratie om de grote lijn in de gaten te houden. Soms beschrijft Pasternak in vele tientallen pagina's de lotgevallen van personen die zij in enkele dagen meemaken, en soms springt hij in enkele pagina's vele jaren vooruit. Toch is dit boek ook bijzonder boeiend en leerzaam, want ik ken maar weinig geromantiseerde verhalen die tijdens die warrige jaren van de Russische revolutie spelen, en die een indringend beeld geven van de enorme onzekerheid en terreur waaraan gewone mensen blootstonden. Pasternak geeft fraaie sfeertekeningen, en ook zijn natuurbeschrijvingen mogen er zijn. Een roman die het vooral van zijn indringende beschrijving van een gruwelijke periode uit de geschiedenis van Rusland moet hebben, vind ik.

02 augustus 2009

Belgenland

In ruim een half jaar is Dinsdagland het derde boek dat ik van Dimitri Verhulst lees, en ook deze verzameling Schetsen van België overtuigt. Verhulst beschrijft het België van het kleine, maar dikwijls zo typische: de duivenhouderij, de Ronde van Vlaanderen, de alles-van-Eddy Merckx-verzamelaar, het Belgisch trekpaard, een Mariaprocessie, een thé-dansant op de zondagnamiddag, Spa, enzovoort. Zijn observaties zijn zelden positief; doorgaans valt er een druilerige regen en is alles versleten. Maar ook in dit boek is de stijl van Verhulst een lust voor de zintuigen. En soms moest ik ronduit schaterlachen. Het stukje over spinning en de hometrainer is verrukkelijk. Bij een komend bezoek aan de boekhandel neem ik de volgende ongelezen Verhulst mee.

27 juli 2009

Zelfmoord

De versierde dood van Jeroen Brouwers was een van de weinige nog resterende titels die ik nog niet van hem gelezen had. Het boekje is niet leverbaar en je moet goed zoeken bij antiquariaten om het te vinden. Het flutterige pandora-pocketje is een vervolg op Brouwers' grote studie naar zelfmoord in de literatuur De laatste deur (zie hier de leeslog daarvan). Brouwers behandelt een aantal aspecten van (de geschiedenis van) zelfmoord, zoals het bestaan van zelfmoordclubs, zelfmoordspelen (wat is er trouwens zo Russisch aan Russische roulette?), de invloed van films en popmuziek op het gedrag van jongeren en vermeend zelfmoordgedrag bij dieren. Het meest grappig is de 'kleine catalogus van zelfmoordspelen' waarin Brouwers voorbeelden van bewust levensgevaarlijk gedrag beschrijft. Wonderlijke bezigheden!

25 juli 2009

Harry Bosch

Stad van beenderen van Michael Connelly stond al meer dan een jaar in mijn boekenkast; ik las het ineens binnen 24 uur uit. Op deze leeslog kwamen al meerdere Bosch-thrillers van Connelly voorbij. En ook deze lees je nagenoeg zonder onderbreken uit. Bosch is geenszins de perfecte rechercheur. Juist zijn fouten in de oplossing van het raadsel maken het verhaal boeiend en gevarieerd. Die oplossing is eigenlijk niet eens zozeer het hoogtepunt van het verhaal, maar juist de bochtige weg ernaartoe. Ach, gewoon lekker lezen.

Ouwejongenskrentenbrood

In de twee privé-domeindelen van Jean-Paul Franssens die ik eerder dit jaar las, zijn enkele brieven aan A.F.Th. van der Heijden opgenomen. Speurwerk op internet leverde op dat in 2005 hun correspondentie uitgegeven is. Ik heb je nog veel te melden biedt deze nagenoeg complete correspondentie, eind jaren tachtig speciaal tussen Franssens en Van der Heijden opgezet om deze te zijner tijd te kunnen uitgeven. Want echt nodig was de briefwisseling niet: Franssens en Van der Heijden zagen elkaar zeer vaak aan de tapkast. In de inleiding schrijft Adri van der Heijden dat hun gespreksstof in het café op een gegeven moment verminderde, omdat ze hun nieuwtjes juist in hun brieven al opgetekend hadden. Enfin, het is een lekker kneuterig leesboek, dat je in een vloek en een zucht uitleest. Er zitten een aantal verrukkelijke brieven tussen, met name geschreven door Franssens vanaf zijn vakantieadressen. Maar ook vanuit het Amsterdamse schreven Franssen en Van der Heijden elkaar warme vriendschappelijke brieven. De briefwisseling stopt vrij abrupt. In 2002 pleegt een van de twee zonen van Franssens zelfmoord - het jaar daarop overlijdt Franssens zelf; hij was pas 65. In de ramsj kocht ik twee romans van Franssens, die ga ik de komende tijd zeker ook lezen. Een groot literator schijnt hij niet geweest te zijn, maar wel een aanstekelijk verteller. Van der Heijden heeft ook een herinneringsboek over Franssens geschreven; dat komt hier ook voorbij te zijner tijd.

19 juli 2009

Polen en Curaçao

Ik schreef al eerder dat Jan Brokken een goede schrijver over muziek is. Ik heb de uitgave twee jaar geelden gemist, maar tijdens een ouderwets halfuurtje scharrelen in De Slegte vond ik zijn boek met de boeiende titel Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin. Ik las het binnen twee dagen uit. In dit boek beschrijft Brokken in zo'n veertig korte hoofdstukjes de aard van de Antilliaanse muziek, met name die van Curaçao, waar hij zelf een paar jaar woonde. Het zijn nagenoeg allemaal aanstekelijke en boeiende hoofdstukjes, vol verhalen over musici en ook over de volksaard en de geschiedenis van Curaçao. En ja, er is nauwe verwantschap met Chopin. En wat te denken van deze anekdote:
Op een late middag in de jaren twintig begaf Rudolf Palm zich naar huis. Shon Dòdò had weer zeven of acht lessen gegeven, en gewoontegetrouw riep hij door de geopende luiken zijn commentaar naar de joodse meisjes die ijverig aan het klavier zaten te studeren. 'Niet zo hard', riep hij, 'piano, piano.' Of: 'Rubato, rubato.'
Uit een van de huizen klonk een polonaise. 'Let op de tempi,' riep shon Dòdò in het Papiaments. Een wilde kop haar verscheen in het venster. 'What the hell you are crying?' 'Your tempi,' herhaalde shon Dòdò. 'May I know who you are?' Shon Dòdò ging het huis binnen om zich voor te stellen. En de man zei: 'Well, nice to meet you, Arthur Rubinstein.'

Naast deze heerlijke anekdotes ook twee stukken over Louis Moreau Gottschalk, van wie ik al enkele jaren een zevental cd's met even verrukkelijke als eigenaardige pianomuziek bezit. Ik had het boek eigenlijk vorig jaar tijdens mijn weekje zon op Curaçao moeten lezen, maar nu gingen regelmatig mijn gedachten terug naar dat fraaie eiland. Jan Brokken schreef wederom een uiterst geslaagd boek over muziek! (Bij het boek hoort een cd met stukjes muziek waar Brokken over schrijft. Deze zat er in mijn tweedehands exemplaar helaas niet bij. Wie me daarvan een kopietje kan leveren of de cd even wil uitlenen opdat ik die op mijn iPod kan zetten, graag even een berichtje.)

PS Binnen enkele dagen nadat ik deze leeslog schreef, ontving ik al een aanbod om de ontbrekende cd toegestuurd te krijgen. Hulde! Het is een fraaie cd met aanstekelijke muziek.

16 juli 2009

Internationaal GrootKapitaal

Een vriend van me werkt al een hele poos bij ABNAmro, en nog steeds overigens. Hij raadde me aan De prooi van Jeroen Smit over het einde van ABNAmro als zelfstandige bank zeker eens te lezen. Ik las het binnen een week uit. Het laat zien wat ik eigenlijk al vermoedde, maar aanvankelijk toch niet helemaal kon voorstellen: dat het management van multinationals weinig professioneler leiding geven dan in kleinere organisaties het geval is. Dat wil zeggen: je veronderstelt dat wanneer het gaat om miljarden en wereldwijde business, de bestuursleden en commissarissen met nog groter verantwoordelijkheidsgevoel en intellectueel inzicht aan het roer staan. Dat is toch de basis onder hun hogere salarissen en gevolg van de strengere selectie om op zulke posities te komen? Want waarom verdient een directeur van een bedrijf van 200 man laat ik zeggen een tonnetje of anderhalf per jaar, en de hoogste baas van een multinational een paar miljoen? Vanwege de omvang en reikwijdte van zijn verantwoordelijkheden; want beiden steken ongeveer evenveel tijd en energie in hun bedrijf...? Enfin, dit boek bevestigt dat dat allemaal onzin is, dat ook (of vooral?) op multinationaal niveau ad hoc-amateurisme en management op basis van de vraag 'wie heeft de langste' aan de orde van de dag zijn. Het boek van Jeroen Smit is alleszins lezenswaardig. De schrijver voerde vele tientallen gesprekken met de hoofdrolspelers en had inzicht in de belangrijkste documenten over de strategie van ABNAmro uit de laatste jaren. De inhoud is eigenlijk vooral een aaneenschakeling van uitspraken en citaten die Smit heeft opgetekend. Eigen analyses ontbreken. Dat maakt het boek vooral een feitenrelaas, en kun je als lezer je eigen conclusies trekken. Soms springt Smit van de hak op de tak, maar het boek leest desondanks als een trein. Daar zorgen de financials wel voor!

10 juli 2009

Gedoe II

In februari las ik Zuiderkerkhof 1 van Jean-Paul Franssens en ik besloot mijn leeslog (zie hier) met de opmerking het andere prive-domeindeel van hem op te sporen. De wereld wil bedrogen worden las ik wederom met groot genoegen. Misschien wat minder 'gedoe' in dit deel, maar wel een heleboel verhalen uit het leven gegrepen. Langere herinneringen (over het toneelgezelschap De Schmiere) worden afgewisseld met hoofdstukken (Weet je wie er ook dood is?) waarin Franssens zijn herinneringen als los strooigoed over je uitstort. Maar juist die stukjes zijn verrukkelijk. Waar die jongens van de medische wetenschap zich nu al op staan te verheugen, dat is mijn lever. Daar hoeven ze niet lang naar te zoeken. En over vrouwen: je hebt er drie keer last van. Als ze komen, als ze gaan liggen, en als ze gaan. 't Is net een pak sneeuw. Nu is het niet louter melige vrolijkheid in dit boek. Eigenlijk is het vooral een tragikomisch geheel. Er wordt veel gestorven, veel geruziet. En de wetenschap dat Franssens in 2003 veel te vroeg overleed, maakt dat allemaal nog wat tragischer. Een boek met veel tranen (van het lachten).

21 juni 2009

Geschiedenis der mensheid

Afgelopen december las ik met groot genoegen De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst, mijn eerste boek dat ik van deze Vlaming las. Ik besloot mijn leeslog (hier) met de aankondiging dat ik meer van hem zou gaan lezen. Nu dan zijn onlangs met de Librisprijs bekroonde Godverdomse dagen op een godverdomse bol, dat ik wederom met zeer groot genoegen las. Ik vind het een meesterwerkje. Verhulst beschrijft in ongeveer 180 bladzijden de geschiedenis van de mensheid, en doet dat zonder één personage te noemen en met weinig bewondering voor wat 't allemaal tot stand heeft gebracht. Of zoals de recensent van de NRC opmerkte: 'vreten, neuken, zuipen en doden - dat zijn de Vier Ruiters van de Evolutie.' Inderdaad weinig vrolijke gebeurtenissen in dit boek. Maar gottegot, wat is dit wederom prachtig geschreven! Het boek staat vol geweldige formuleringen. Een beetje vlaams, maar dat is au fond niet de basis voor de schone stijl. Verhulst schrijft proza in poëzie-stijl. Ingekookte formuleringen, geconcentreerder dan gebruikelijk in romans. En tegelijkertijd lopen de zinnen soepel. Twee citaten, toevallig vlak bij elkaar in het boek.
Over vrouwen: 't Besluit voor het zekerste dan maar om elke vrouw de eigendom te laten zijn van een man; eerst van haar vader, zodra ze getrouwd is van haar man. Want als zij van zichzelf moet zijn komt er miserie van. Erfrechten zijn aan dat schepsel slecht besteed, men zet tenslotte ook geen geleedpotigen in een testament. En in bed hoeft 't er ook al niet veel van te verwachten. Er is altijd wel iets; hetzij het keren der jaren, hetzij hoofdpijn, hetzij ronduit geen goesting of geen halve centiem aan fantasie. Pas op, handig om in de buurt te hebben, een vrouw. Maar als 't een beetje kwalitatief van bil wil gaan dan adviseert 't stellig de herenliefde.
En over de Griekse democratie: Vrouwen worden uitgesloten van democratie, net als kinderen, vreemdelingen en slaven. Bij dezen heeft 't een politiek concept geïnstalleerd waar zo'n vijfde van de bevolking profijt aan heeft. Maar bon, beter een vijfde dan geen vijfde, aldus dat vijfde. En dat boffende vijfde deel komt één keer in de maand samen om te kletsen en te debatteren. Wie de grootste muil heeft krijgt gelijk. Wie z'n eigen leugens kan geloven en die heel goed weet te verkopen krijgt het snelst zijn ideeën doorgedrukt. Kunnen argumenteren, daar komt het voortaan op aan. En 't stort zich ogenblikkelijk op de edele kunst der retorica, de leer der blablabla, en 't smijt zich op de kloeke handboeken voor de sofist, waarin wordt uitgelegd hoe slechte en totaal geen steekhoudende argumenten louter en alleen door het abracadabra van een schone zin kunnen worden omgetoverd tot een dooslaggevend punt op de algemene vergadering.
Wie zo fraai kan schrijven is een groot schrijver.

14 juni 2009

Tsjechov 4

Vorig jaar las ik deel 2 en 3 van de nieuwe vertalingen van de verzamelde verhalen van Anton Tsjechov; de afgelopen 3 maanden deel 4 van zijn bij Van Oorschot in de Russische bibliotheek verschenen Verzamelde werken. In dit deel 21, waarvan veel lange verhalen. Het is allemaal van een grootse schoonheid. Bij Tsjechov heb je permanent het idee dat hier het ware leven in als zijn schoonheid, treurigheid, hardheid en emotionaliteit beschreven wordt. En wederom beschrijft Tsjechov dit in uiteenlopende situaties en met personages uit alle rangen en standen. Vrolijke verhalen zijn er overigens niet of nauwelijks: happy endings komen bij Tsjechov eigenlijk niet voor. Van bijna iedere bladzijde straalt de grootsheid van deze literatuur op de lezer af. Twee voorbeelden:

Uit Vrouwenheerschappij: De hors d'oeuvre was luisterrijk. Er was onder meer vers eekhoorntjesbrood in zure room en sauce Provencale van gebakken oesters en kreeftestaartjes, sterk op smaak gebracht met bittere piccalilly. Het diner zelf bestond uit feestelijke, uitgelezen schotels en de wijnen waren prachtig. Misjenka bediende vol overgave. Wanneer hij een nieuw gerecht op tafel zette en het deksel van de blinkende pan lichtte of wijn inschonk, deed hij dat met de gewichtigheid van een professor in de zwarte magie, en kijkend naar zijn gezicht en zijn manier van lopen, die op de eerste figuur van de quadrille leek, dacht de advocaat enkele malen: wat een sukkel!
En de opening van De viool van Rotschild: Het stadje was klein, armzaliger dan een dorp en er woonden bijna alleen oude mensen die zo zelden stierven dat het gewoon ergerlijk was. Het ziekenhuis en de gevangenen hadden heel weinig doodkisten nodig. Kortom, de zaken liepen beroerd.

Kom hier tegenwoordig maar eens om! Er moet nog een vijfde deel verschijnen met opnieuw vertaalde verhalen. Ik ben in blijde verwachting.

01 juni 2009

Meer Neurenberg

Neurenberg-gesprekken. Nazi's en hun psychiater Leon Goldensohn bevat ruim dertig verslagen van de gesprekken die de Amerikaanse psychiater Leon Goldensohn met de meeste beklaagden en een aantal getuigen voerde, tijdens de eerste helft van 1946 toen het proces van Neurenberg in volle gang was. Goldensohn sprak met de meeste beklaagden en getuigen meerdere keren, en maakte tijdens die gesprekken nauwkeurig aantekeningen. Deze aantekeningen werden door Goldensohn verder niet meer gebruikt. Ook na zijn voortijdige dood in 1961 bleven de aantekeningen ongebruikt; pas in de jaren negentig ging zijn broer Eli ermee aan de gang, wat resulteerde in deze verzameling, die pas in 2004 voor het eerst het licht zag. Het is een uitermate belangwekkende bundel, want het werpt een schokkend beeld op de psyche van veel beklaagden en de getuigen. Deze getuigen waren veelal hooggeplaatste uitvoerders van het nazi-beleid. De meesten proberen hun schuld af te schuiven. Ofwel voerde men slechts uit wat van hogerhand bevolen werd, ofwel heeft men zelf nooit soldaten of joden vermoord (maar wel executies geleid: maar ik heb zelf niemand gedood...). Tussen de beklaagden en getuigen ook generaals, ministers uit het nazi-regime. In de meeste gevallen bepaald geen lieverdjes. Helaas sprak Goldensohn niet met Seyss-Inquart; dan hadden we stellig meer te weten gekomen over zijn kijk op de Nederlandse bezettingstijd. Het meest schokkend is het gespreksverslag van Rudolf Höss. Hij was enkele jaren kampcommandant van Auschwitz, en heeft dat kamp in opdracht van Himmler tot de moordfabriek uitgebouwd die het uiteindelijk was. Zijn formele antwoorden geven treffend inzicht hoe de hiërarchie in het nazi-rijk werkte. Bepaald geen vrolijk boek, maar wel één van de belangrijkste die ik tot nu toe over de tweede Wereldoorlog gelezen heb.

24 mei 2009

Vader en moeder

Drieënhalf jaar geleden was mijn blog over Joe Speedboot van Tommy Wieringa een van de eerste van deze leeslog. Lees hier wat ik toen van dat boek vond. Gelukkig heeft hij zich door het enorme succes van dat boek niet laten verleiden tot het snel produceren van een opvolger. Ruim drie jaar deed hij dus over Caesarion, en dat is een mooi tempo. Deze nieuwe roman is niet zo goed als Joe Speedboot, maar eigenlijk kon niemand dat ook verwachten: Joe Speedboot is te goed om zomaar te evenaren of te overtreffen. De recensenten van Caesarion van de NRC en Het Parool konden zich niet over hun teleurstelling daarover heenzetten. Ikzelf vergeef het Tommy Wieringa graag. Want ik las het boek desondanks met veel aandacht en leesgenot, ofschoon het bepaald niet zo'n vrolijk boek is als Joe Speedboot. Maar het zegt veel dat ik op één avond de eerste 60 bladzijden hiervan las, en op Hemelvaartsdag de resterende 300... Het verhaal is opgebouwd rondom het klassieke thema van de relatie van de hoofdpersoon (hier de ik-figuur) met vader en moeder. Het is een indringend relaas van een zoektocht naar afkomst en identiteit. Veel elementen blijven echter onderbelicht of worden niet afgerond (bijvoorbeeld: wie is die ik-figuur nu eigenlijk?), en die doen afbreuk aan de kracht van het verhaal. Misschien had Wieringa toch nog een jaartje langer over het schrijven van dit boek moeten doen. Wat dit boek desondanks lezenswaardig maakt zijn de schrijfstijl en de unieke observaties, die sowieso alle eerder boeken van Wieringa bijzonder maken. Geen perfect boek dus, zoals Joe Speedboot wel was. Maar Wieringa blijft ook hiermee bewijzen een bijzondere schrijver te zijn, die hopelijk nog veel meer romans zal produceren.

17 mei 2009

Proces

Over Het proces van Neurenberg had ik nog niet eerder een boek gelezen; deze door Steffen Radlmaier samengestelde bundel met de gelijknamige titel is een aardig begin, maar biedt zeker geen gedetailleerd beeld van het proces. Het boek bundelt nieuwsberichten en verslagen die tijdens en rondom het proces werden geschreven door de bekendste journalisten en schrijvers van die tijd die naar Neurenberg waren afgereid om het proces te verslaan. Dat levert veel dubbellingen in feiten op, maar ook veel persoonlijke interpretaties van de gang van zaken, het belang van het proces en van beschrijvingen van de beklaagden. Bijzonder boeiend, en dikwijls aangrijpend. Maar zeker niet allesomvattend; ik zal zeker nog een degelijk overzichtswerk over dit proces ter hand moeten nemen. Wel al op mijn stapeltje te lezen boeken: het verslag van de gesprekken die psychiater Leon Goldensohn met de beklaagden had. 

11 mei 2009

Roadnovel

Met Vladiwostok! verraste P.F. Thomése twee jaar geleden: dat was een vrolijk-satirisch en vlotgeschreven verhaal. Lees hier de weblog daarvan. J. Kessels: the novel leek een opvolger in dezelfde stijl te zijn, en gedeeltelijk is dat ook zo. Ofschoon er eigenlijk weinig gebeurt ligt het verteltempo hoog, buitelen de oneliners over elkaar heen, en lijkt het boek een persiflage op een misdaadroman. Maar al snel gaat dit identieke geluid wat vervelen. Wanneer je geen liefhebber van popmuziek bent, werken al die vele citaten uit songs eerder contraproductief. Ik heb er trouwens een beetje een hekel aan: die betweterige mensen (heel vaak uit de babyboomgeneratie) die teksten uit zogenaamd klassieke popsongs gebruiken om een gemoed uit te drukken. Alsof die songs voor hen geschreven zijn... Maar goed, dit is een vlot geschreven en lezend verhaal over een trip naar Hamburg en weer terug, waarin de snackbar, voetbal, hoererij, sigaretten en een lijk voor de nodige afwisseling zorgen.

05 mei 2009

Zang

In de ramsj kocht ik een poosje geleden een boekje uit de geflopte serie Schrijvers & Klassieke muziek van 521 uitgevers. Gerrit Komrij had een boekje over Wagner geschreven, dat leek me wel interessant. Er was echter geen doorkomen aan; na 5 bladzijden was ik het spoor volledig bijster. Ik had het boekje in tweevoud gekocht en een exemplaar aan een goede vriend gegeven; hem verging hetzelfde. Kort geleden uit dezelfde serie een tweede poging gewaagd met Zang van Bas Heijne. Dit boekje is wel geslaagd. Ik kan niet zeggen dat Heijne het mysterie van de menselijke stem volledig ontleedt, maar met stukken over enkele bekende operazangers en over de grote operacomponisten Puccini, R. Strauss en Wagner doet hij wel een geslaagde poging. Voor een verloren uurtje een aardig boekje waarin hij zelfs de gewelddadige dood van wijnmaker-zanger Deon van der Walt aan de vergetelheid ontrukt.

16 april 2009

Onbetwist meesterschap

Ik ben al redelijk ver gevorderd in een nieuw deel Tsjechov-verhalen, maar het genieten daarvan onderbrak ik met groot genoegen voor het achtste deel uit de reeks Feuilletons van Jeroen Brouwers: Sisyphus' bakens, dat de uitnodigende ondertitel vloekschrift meekreeg. In dit geniaal geschreven boek legt Brouwers uit waarom hij twee jaar geleden uiteindelijk de Prijs der Nederlandse Letteren weigerde. Brouwers had alle reden om zijn weigering fijntjes uit te leggen, want de indruk die bij velen leefde dat hij dat louter deed vanwege het schamele geldbedrag dat aan de prijs verbonden was, moest flink genuanceerd worden. En dat doet Brouwers op onavolgbare wijze, in een ruim 150 pagina's tellende opeenvolging van briljante zinnen. Centraal staat het optreden van minister Plasterk, waarvoor je je plaatsvervangend schaamt. Maar ook het koningshuis en de taalunie moeten het flink ontgelden. Brouwers is verongelijkt, beledigd en gekrenkt en laat dat zowat in iedere zin uit de woorden spatten. Brouwers heeft recht op veel geld. Bij de regeringen, het hof en de taalunie werd dat niet begrepen. Maar goed, dat leverde wel een verrukkelijk boekje op. Al op de eerste bladzijde is het raak, onder de titel 'de sof van Het Hof'; als voorproefje voor wat de lezer hierna nog 150 bladzijden aan groots taalgebruik te wachten staat:
De prijs wordt uitgevaardigd door de twee aan elkaar grenzende landen waar Nederlandse literatuur wordt geschreven en eenmaal per drie jaar uitgereikt ter bekroning van het oeuvre van een Nederlandse of Vlaamse schrijfatleet. Een 'fin-de-carrière-prijs', bestemd dus voor een kunstenaar in de letteren die al tot zijn onderlip in het graf staat. Dat uitreiken geschiedt beurtelings door het Nederlandse en het Belgische staatshoofd, heden allebei eveneens ouden van dagen en nog overeind gehouden dankzij mechanische hartkleppen, kunstheupen, kniegewichtsprothesen en andere voorzieningen van monumentenzorg.
Een geriatrische aangelegenheid, die Prijs der Nederlandse Letteren.


Ik ga het boek binnenkort en daarna periodiek herlezen, het is te goed om na één keer lezen in de kast weg te zetten!

22 maart 2009

Veranderen

Vorige week raade iemand mij het boekje Onze IJsberg smelt! van John Kotter en Holger Rathgeber aan. Ik bestelde bij bolpuntcom meteen ook het zusterboekje Wie heeft mijn kaas gepikt? van Spencer Johnson en Ken Blanchard. Beide boekjes lees je binnen een uur uit, zijn met hun bijna € 20,- elk extreem duur voor de geboden leestijd, gaan over het leiding geven aan en omgaan met veranderingen in organisaties en verpakken hun verhaal in een parabel.
Ik lees zelden of nooit 'managementboeken', omdat ze nagenoeg altijd matig tot slecht geschreven zijn, dikwijls een samenzweerderig clubgevoel uitdragen (door dit boek te lezen behoor je tot de selecte groep die de niet-lezers van dit boek de baas is, en dat maakt jou succesvol), heel vaak het intrappen van open deuren als centraal thema hebben, en daarmee impliciet het bestaan van gezond verstand lijken te ontkennen.
Deze twee boekjes brengen hun boodschap in lichtverteerbare vorm, zijn niet diepgravend in hun analyses, maar geven wel de essentie van het verandermanagement weer. Niet iedere verandering is per definitie een verbetering, maar daarover doen beide boekjes geen uitspraak. Misschien moet ik daarover eens een goede studie lezen. 

15 maart 2009

Boekenweek 2009

Ik heb de laatste weken eigenlijk niet gelezen. Mijn hoofd stond er niet zo naar; bovendien bevindt mijn huidige werk zich op fietsafstand waardoor het voormalige leesuurtje in de forensentrein ontbreekt. En dat scheelt pagina's. De boekenweek vormt een mooie aanleiding mezelf aan het lezen te zetten. Dat lukte prima met het boekenweekgeschenk en -essay. Een tafel vol vlinders van Tim Krabbé is het geslaagdste boekenweekgeschenk sinds jaren. De vader en zoon-relatie van Fred en Bram (die niet elkaars vader en zoon zijn) wordt zowel in inhoud als in vorm fraai weergegeven en gedetailleertd geanalyseerd. Pieter Steinz van NRC Handelsblad stoorde zich aan de laatste 30 regels van het verhaal, waarin alles wordt geduid en het verhaal volgens hem daardoor van zijn kracht ontdoet. Ik heb me er niet aan gestoord en de vele scholieren die Krabbé graag op hun boekenlijst zetten zullen hem dankbaar zijn.
In het boekenweekessay Piep. Een kleine biologie der letteren breekt Midas Dekkers een lans voor het dier als literair personage. Daarmee ontsnappen dieren eindelijk aan het niveau van het kinder- en kookboek, waarin zij wél centraal staan. Dekkers verpakt zijn boodschap in allerlei vermakelijke anekdotes en voorbeelden uit dierenliteratuur. Dat leest gewoon lekker weg.

24 februari 2009

Gedoe

Jaren geleden beval een ex-collega de boeken van Jean-Paul Franssens aan, met name de twee uitgaven in de serie privé-domein. pas nu las in het eerste deel daarvn: Zuiderkerkhof 1. Franssens, alweer enkele jaren geleden vroegtijdig overleden, beschrijft in dit boek uit 1997 allerlei herinneringen, uit zijn jeugd, jonge jaren, maar ook uit de tijd kort voor verschijnen van dit boek. Voorts bevat dit deel een aantal brieven aan o.a. Henk Hofland en Adri van der Heiden. In zowel de brieven als de herinneringen vallen Franssens' onhandigheid op, die hij echter met een verrukkelijke lichtheid en ironie beschrijft. Zijn stijl doet soms een beetje aan die van Gerard Reve denken, maar is toch ook uniek te noemen. Ik kreeg meerdere keren tranen in mijn ogen van het lachen, vanwege het slappe doorouwehoeren van Franssens. Drankgebruik, de schone kunsten en mooie meiden, dat zijn de centrale onderwerpen van dit heerlijke boek, naast het gedoe als gevolg van zijn onhandigheid. Ik ga het andere privé-domeindeel snel opsporen.

08 februari 2009

India

Uitsluitend vanwege de omvang wordt De geschikte jongen van Vikram Seth wel eens vergeleken met Oorlog en Vrede van Tolstoj of andere grootschalige werken. Vooruit: ook dit boek met in de Nederlandse vertaling 1366 genummerde pagina's is een magnum opus, maar wat mij betreft niet door de omvang als wel door de veelomvattendheid van de inhoud. Het basisgegeven is eigenlijk heel simpel (Lata, de jongste dochter van Rupa Mehra moet aan een geschikte huwelijkskandidaat geholpen worden), maar daaraan weeft Seth een web aan aanpalende verhalen, die je door alle religieuze, sociale, economische en politieke niveaus van de Indiase maatschappij aan het begin van de jaren vijftig leiden. Kunstig, doch zeker niet gekunsteld. Net als zijn andere boeken die ik las blijkt Seth hier een humane schrijver die doet voorkomen alsof hij gewoon maar een lineair verhaal vertelt dat niet anders dan op deze manier verteld kan worden. 
Ik deed ruim een maand over dit boek, en ofschoon voorzien, naar mijn idee toch net iets te lang.  Desondanks voel ik me enigszins verloren nu het uit is. Want dit is hét voorbeeld van de roman waarin je als lezer 'woont'. Je bent getuige van parlementszittingen, ontbijtsessies van een gekke rijmzieke familie, een wolvenjacht, familietwisten, briefwisselingen, een steekpartij, crematieplechtigheden langs de Ganges, volksoproer, sollicitatiegesprekken, Shakespeare-repetities, de fabricage van schoenen, ruzies en vriendschappen, enzovoort enzovoort. Wat Seth ondertussen duidelijk maakt: dat veel mensen die allemaal louter goede bedoelingen hebben elkaar toch flink in de weg kunnen zitten.

02 januari 2009

2008: de balans + het boekenschrift (4)

Rondom de jaarwisseling maak ik steevast de balans op van het voorbije leesjaar. Wie mijn logs over mijn boekenschrift kent, zal begrijpen hoe dat zo gekomen is. Voor wie die logs wil teruglezen: lees ze achtereenvolgens hier, hier en hier. De balans opmakend over 2008 heb ik aangegrepen om de nog resterende belofte in te vullen: een staatje met de cijfers van mijn eigen leesgedrag sinds ik het boekenschrift systematisch bijhoud. Aldus:


























































































jaar#boeken#bladzijden
1990409293
19916010672
19925010458
1993256142
1994113604
1995206797
1996216977
199762316
1998166472
1999134225
2000237854
20013813017
20027623107
20035118243
20044814583
20056216189
20066818085
20074311320
20084715733



Je kunt uit deze cijfers allerlei afgeleiden maken, zoals het gemiddeld aantal bladzijden per boek, en het gemiddeld aantal gelezen bladzijden per dag. Déze harde cijfers vind ik echter het meest interessant: ze laten zien hoe grillig mijn leesgedrag eigenlijk is. En ofschoon ik met 15733 bladzijden in 2008 niet bepaald ontevreden ben, valt zo'n cijfer volledig in het niet bij de gemiddelden van Maarten 't Hart (zie de eerste link over het boekenschrift): in het getoonde staatje komt hij niet onder de 180 duizend bladzijden (en zijn top lag op ruim 500 duizend bladzijden)... per jaar! Enfin, statistiek van de koude grond natuurlijk, maar je kunt niet alleen maar boeken lezen.
Hier verder geen lijstje over de beste boeken van 2008 - wie de leeslogs leest kan mijn voorkeuren zelf afleiden. Tenslotte: het kan eventjes duren voordat hier een nieuwe leeslog verschijnt, want ik ben zopas begonnen aan een roman van bijna 1400 dichtbedrukte bladzijden. Gezien mijn leestempo van de voorbije tijd zou ik daar dus tot begin februari over moeten doen...

Iedereen een fijn leesjaar!

30 december 2008

Reetveerdegem

Ik zag Dimitri Verhulst een poosje geleden eens bij Pauw en Witteman; een programma dat ik zelden zie, maar toen toevallig wel. En de welbespraaktheid van deze mij onbekende schrijver deed me zijn naam onthouden. Zijn De helaasheid der dingen verscheen in januari 2006 en ik kocht onlangs de 35ste druk! Enfin, ik bleek wat in te halen, en ik las met dit laatste boek van 2008 één van de leukste van het voorbije jaar. Het is niet echt een roman, maar een verzameling schetsen over een ik-figuur die opgroeit tussen een bierdrinkende familie van vader en ooms, waar de armoede en uitzichtloosheid in gepaste vrolijkheid wordt weggedronken. Pure melodramatiek derhalve, die door Verhulst in prachtige volzinnen wordt verteld. En naast al die heerlijke rauwe caféhumor is het juist dat prachtige proza dat dit boek zo goed maakt. Er staan geweldige onliners in, maar ofschoon ik er een paar keer de slappe lach van kreeg vormen die niet de steunpilaren van deze verzameling, maar juist wel die prachtige stijl van Verhulst. Er zijn meer boeken verschenen van deze Vlaming; ik ga er zeker wat van lezen de komende tijd.
Meer Leeslog in eerdere maanden - zie de 'archives' in de rechterkolom.