06 september 2020

Bom

Vandaag een maand geleden was het precies 75 jaar geleden dat precies om kwart over acht in de ochtend plaatselijke tijd zo'n vijfhonderd meter boven het centrum van de stad een bom ontplofte die in luttele seconden tienduizenden mensen het leven kostte, de halve stad verwoestte en bij velen die die eerste klap overleefden een gruwelijk lijden veroorzaakte. Tot vele jaren na die ene ontploffing stierven mensen aan de gevolgen ervan. We kennen allemaal de feiten van die eerste op mensen afgeworpen atoombom en de rol die de bom speelde in het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog, maar wat zich direct erna in die stad afspeelde, het verhaal op de grond, kreeg weinig aandacht. Hiroshima is een journalistieke klassieker van oorlogscorrespondent John Hersey die in het voorjaar van 1946, negen maanden na 'de bom', voor The New Yorker naar Hiroshima ging en er met zes overlevenden sprak. Door hun verhaal krijg je een even huiveringwekkend als fascinerend en gevarieerd beeld van wat er zich op die ochtend van 6 augustus 1945, die verdere dag en de dagen erna afspeelde. Zijn artikel en boekpublicatie vestigden zijn roem; in 1985 ging Hersey terug naar Hiroshima en schreef een extra hoofdstuk over hoe het die zes overlevenden verder is vergaan. Een boek van slechts 180 pagina's maar met een enorme zeggingskracht; je leest het met verstokte adem.

01 september 2020

Conflict

De staat Israël heeft het sinds zijn oprichting in 1948 nooit gemakkelijk gehad, maar de steeds conservatief-agressiever koers die het land (politiek) vaart lijkt het begin van het einde. Dat leert de geschiedenis. Als er iemand is wiens betrokken en onafhankelijke mening gehoord moet worden, is het Amos Oz wel. Hij werd er ruim tien jaar voor de stichting van de staat Israël geboren in wat toen nog (onder Brits gezag) Palestina heette, en schreef meerdere boeken die de stichting en fundering van het land onderschreef, maar zijn vijandigheid jegens zijn buren ook bekritiseerde. Oz overleed eind 2018 en een half jaar daarvoor hield hij een lezing over hoe het verder moest met Israël. De laatste lezing. Hoe het verder moet met Israël is een boekje van 60 pagina's dat meer diepgang en stof tot nadenken biedt dan zoveel andere boeken over internationale politiek. Ik bezocht meerdere keren Israël, voelde er telkens de religieuze en politieke spanning maar evenzeer een historische dimensie die ik nergens anders heb ervaren. Oz bevestigt dat in deze lezing, een uitroepteken na een schrijverschap dat ertoe doet.

30 augustus 2020

Familie

Het jaar is nog lang niet voorbij, maar er zijn wel al wat thema's in mijn leesgedrag dit jaar aan te wijzen: Gerrit Komrij, Privédomein en Oek de Jong. Ik las tot afgelopen december nog nooit iets van hem, en nu chronologisch reeds de vierde van zijn vijf romans: Pier en Oceaan. De vorige drie (Opwaaiende zomerjurken (hier), Cirkel in het gras (hier) en Hokwerda's kind (hier)) werden steeds leesbaarder, maar onverdeeld positief kon ik er niet over zijn. En dat ben ik ook niet over Pier en Oceaan. In dit ruim 800 pagina's tellende familie-epos staat Abel Roorda centraal; een jongen die pas na zo'n 100 pagina's wordt geïntroduceerd. De vreemde start van het huwelijk van zijn ouders doet verwachten dat hun oudste zoon daar iets tegenin weet te brengen, maar meer dan gewoon puberaal en adolescent gedrag is er eigenlijk niet. Abel heeft meerdere broers en zussen; die spelen vreemdgenoeg geen enkele rol. Oek de Jong schotelt de gebruikelijke Nederlandse literatuurthema's voor: opgroeien, afzetten tegen cq losweken van de protestants-beklemmende opvoeding, beschrijven van wat onuitgesproken blijft enzovoort. De eerste 200 pagina's heb je een stille hoop op diepere betekenis en aanvulling op wat Reve, Hermans, Wolkers en zovele anderen tot en met Franca Treur hierover schreven. Maar uiteindelijk is dit niet meer dan een 800 pagina's lineair familieverhaal (zonder die broers en zussen dan) - het kostte me moeite het boek uit te lezen.

20 augustus 2020

Lot

Een klein jaar geleden las ik van de Turkse schrijfster Elif Shafak haar bestseller uit 2010 Liefde kent veertig regels (hier de weblog); ik had nog nooit van haar gehoord maar het boek werd me door iemand aangeraden. Onlangs verscheen een nieuwe roman van haar die tot de shortlist van de Booker Prize wist door te dringen. 10 minuten en 38 seconden in deze vreemde wereld is inderdaad een krachtige roman over een prostituee in Istanbul die reeds op de eerste bladzijden van het boek wordt vermoord. De titel verwijst naar een neurologisch verschijnsel waarin de hersenen nog doorwerken nadat de dood is ingetreden, en die tijdsspanne gebruikt de schrijfster om het verleden van deze Leila en haar haar beste vrienden te presenteren. Daarna bewijzen die vrienden met uiterste krachtsinspanning haar de laatste eer. Shafak woont in Londen, schreef dese roman in het Engels, en velt met dit boek een scherp oordeel over het huidige Turkije, dat meer en meer ten prooi valt aan dictatuur, corruptie, de islam en huichelachtigheid. Het is een prachtige roman; enerzijds een verhaal van een treurig persoonlijk lot en anderzijds van hechte vriendschap. Daarnaast ook een aanklacht tegen het oprukkende religieuze fundamentalisme tegen beter weten in, het afglijden naar een dictatoriale staat waar angst en hypocrisie gemeengoed zijn. Een sterk boek!

17 augustus 2020

Eten

Het was de kookbijbel van mijn ex en mij; als er gasten kwamen kookten wij (vooral mijn ex trouwens) een van de gerechten uit het Les Halles Kookboek van Anthony Bourdain. In 2006 of 2007 namen mijn ex en ik mijn ouders mee voor een week naar New York, en we reserveerden in een van de twee Les Halles restaurants van Bourdain; op de kaart alle gerechten die ook in dat kookboek staan. Mijn ex maakte de gerechten die we bestelden beter overigens. Van diezelfde ex kreeg ik onlangs Bourdains Keukenconfessies. Met als ondertitel: Een ontluisterende kijk in de keukens van toprestaurants. Het is een rauw boek, want een onbeholpen maar goudeerlijk geschreven soort van mémoires van deze Amerikaanse icoon-kok, die in 2018 opeens een einde aan zijn leven maakte. Erg Amerikaans, ietwat dik aangezet, maar tegelijkertijd oprecht en geloofwaardig. Een topkok hoeft geen literator te zijn, maar Bourdain schreef een onderhoudend boek. En zijn Les Halles Kookboek pak ik regelmatig uit mijn boekenkast voor zijn onvolprezen recepten van Franse klassiekers als Boeuf Bourguignon, Coquilles in Champagnesaus, Coq au Vin enzovoort. Alleen voor dat varkenshaas-gerecht niet; dat kan alleen mijn ex het best.

12 augustus 2020

Lief

Al ruim een maand niet gepost, ook al liggen er drie, bijna vier, boeken te wachten om beschreven te worden. Om te beginnen Ik heb bekend. Dagboeken 1958-1965 van Paul Haenen. Het is een prachtig vormgegeven selectie uit Haenens jeugddagboek (hij werd in 1946 geboren) en biedt een verhelderende kijk in de ontluikende psyche van deze innemende persoonlijkheid. Ik keek 25 jaar geleden al naar zijn televisieshows, bezocht enkele keren zijn theateroptredens in het Betty Asfaltcomplex en ook zijn verrukkelijke en opbeurende internetuitzendingen sinds het begin van de coronacrisis. Haenen is eigelijk altijd hetzelfde gebleven, zijn types benadrukken verschillende kanten van zijn karakter, maar als zichzelf is hij me toch het liefst: ontwapenend en tegelijkertijd recht door zee. In dit fraaie boek lees je hoe hij als puber met frisse moed zijn eigen plan trekt, de moeilijke verhouding tussen zijn ouders analyseert en zijn coming-out 'uitvoert'. Geen zwaarwichtig gedoe, maar standvastig en eerlijk. Fijn om te lezen; en een mooi boek om in de hand te hebben.

09 juli 2020

Oorsprong

In 2011 las ik voor het laatst een boek van Erwin Mortier, het mij toen zeer overtuigende Gestameld liedboek (zie hier de weblog). Ik las in de jaren ervoor al meerdere romans van Mortier, maar in de afgelopen negen jaar dus niks meer. Totdat ik over zijn nieuwste roman De onbevlekte een lovende recensie las. Het is eigenlijk eerder een novelle, dit verhaal gezet in een grote letter en uitgegeven in een klein formaat boekje van 142 pagina's. Mortier schreef een soort van vervolg op zijn debuutroman Marcel (uit 1999) - deze Marcel graaft zich in in de familiegeschiedenis en met name in die van zijn oom waarnaar hij is vernoemd, en die tijdens de Tweede Wereldoorlog vol overtuiging aan Duitse zijde vocht. Mooie thematiek, maar ik vind deze roman te gefragmenteerd en te zijig geschreven. De perspectiefwisselingen en de opeens opduikende brieven van oom Marcel: ik kon er geen lijn in ontdekken. In de recensie stond dat het boek gelezen moest worden als een bundel prozagedichten, als een boek dat uiteindelijk eerder verbrokkelt en uiteen rafelt dan dat de lijnen bij elkaar komen. Een goede karakterisering, maar voor mij juist wat het niet geslaagd maakt.

28 juni 2020

Hond

Begin 2008 las ik van Gerbrand Bakker de roman waarmee hij doorbrak Boven is het stil, en meteen erna de heruitgave van zijn (jeugd)roman Perenbomen bloeien wit. Zie hier de weblog van beide boeken. Sindsdien las ik niks meer van Bakker, totdat onlangs een vervolg verscheen op zijn eerder in de serie privé-domein uitgegeven Jasper en zijn knecht. Net als bij Arthur Japin (zie hier) kocht ik beide privé-domeindelen en las ze achter elkaar uit. Jasper en zijn knecht is een dagboek uit 2014 waarin zijn leven in de Duitse Eifel en zijn eigenzinnige hond Jasper centraal staan. Geworstel met huis en hond vertelt vooral veel over Bakker zelf, en dat maakt dit boek uiterst boeiend. Het gaat hem ogenschijnlijk goed: voldoende aandacht voor en inkomsten uit zijn boeken, goede vrienden, en een huis in de Eifel en in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam. Maar er knaagt vanalles en de soms onhandelbare hond Jasper vormt een goede afleiding (en aanleiding tot geklaag). Maar: Bakker schrijft openhartig, eerlijk en zonder opsmuk.

In het onlangs verschenen 'vervolg' Knecht, alleen is hond Jasper inmiddels dood, en verhaalt Bakker in ruim 80 fragmenten vooral over zijn depressie, homoseksualiteit en familie. Ik vond het dagboek sterker, want: alledaagser. Soms is het fijn te lezen dat ondanks alle langetermijngedoe met hond en jezelf het bouwen van een muurtje in de tuin of het aanleggen van een internetverbinding ook tot het ware leven behoren. Maar goed, vergeleken met de twee privé-domeindelen van Japin zijn deze twee van Bakker een verademing, want eerlijk en ontdaan van alle protserigheid.

22 juni 2020

Generatie

Een meenemertje van de ramsjafdeling van mijn boekhandel om de hoek: Een onmiskenbare verwantschap. Brieven 1944-1965. De jonge Willem Frederik Hermans trok in juni 1944 de stoute schoenen aan en zond wat eigen werk aan de eminente F. Bordewijk. Daaruit ontstond tot de dood van Bordewijk in 1965 een beperkte briefwisseling - en er vonden enkele ontmoetingen plaats. Hoe veelbelovend deze twee giganten uit de 20-ste eeuwse literatuur op het omslag ook zijn, hun wederzijds ontzag maakte dat het een weinig interessante briefwisseling werd. Vergeleken met de briefwisseling van Reve en Van Oorschot is dit een verzameling van niks. Kattenbelletjes over aanstaande bezoeken, vriendelijkheden over nieuwe boeken, en zo meer. Niets ten nadele over de schrijfkwaliteiten van Hermans en Bordewijk natuurlijk, maar dit boekje stelt helaas teleur.

18 juni 2020

Koud

Ik las in de afgelopen tien jaar al een achttal boeken van Frank Westerman (zie de auteursindex hiernaast), en was op een gegeven moment een beetje gewend aan zijn journalistiek en stijl. Maar onlangs werd me ten sterkste aangeraden zijn nieuwste boek De wereld volgens Darp te lezen. En inderdaad, een aanrader. Nieuw is de inhoud overigens niet - het boek bevat een verzameling artikelen die eerder in de NRC, de Volkskrant, HP/De tijd etc. verschenen, maar ze zijn nog steeds zeer leesbaar. De ondertitel dekt de lading van het boek: De nagalm van de Koude Oorlog sinds de val van de muur. Westerman reist naar landen en streken waar de val van het communisme op dat moment plaatsvindt (Roemenië), zijn sporen vers heeft nagelaten (Balkan) of waar de val nog niet of nooit plaatsvindt (Cuba). En naar vele andere oorden die iets te vertellen hebben over het oude communisme en/of de Koude Oorlog. Te beginnen in het Drentse Darf, waar de Amerikanen een geheime legerbasis hadden. Ik stond in 1981 als zestienjarige op schoolreis naar Berlijn aan weerszijden van de Brandenburger Tor naar de beide kanten van dezelfde muur te kijken, reed een jaar of vijf geleden met toeristenhuurauto op dezelfde weg langs de Varkensbaai op Cuba (met al die krabbetjes op de weg), maar Westerman maakt je thuis in nog zoveel andere interessante en vreemde plekken die ooit mysterieus tot de vijandige andere wereld behoorden. Toch weer een mooi boek van Westerman.

16 juni 2020

Klein

Na twee andere boeken van Gerrit Komrij over zijn leven in Portugal die ik eerder dit jaar las (hier en hier) nu een verzameling stukjes over het dorp Vila Pouca da Beira waar Komrij tot vlak voor zijn dood woonde. Ook dit boek is samengesteld uit stukjes die eerder in NRC Handelsblad verschenen. Het is wat taaiere kost dan de twee andere boeken, omdat Komrij in korte verhalen de aard van het dorp en zijn bewoners probeert te schetsen - en eigenlijk is Komrij denk ik meer een schrijver voor het langere, meliger verhaal. Maar goed, de authenticiteit spat van de pagina's en er zijn tegenwoordig maar weinig schrijvers in de Nederlandse literatuur die het niet over zichzelf hebben, maar gewoon hun omgeving proberen te verwoorden, ook al zijn zij onderdeel van die omgeving.
Het wordt tijd voor een wederopstanding van schrijvers die weer ouderwets goede verhalen vertellen, waaruit totaal niets over de schrijver zelf valt af te leiden, behoudens hooguit zijn schrijfstijl.

04 juni 2020

Jeugd

Ik las in voorbije jaren enkele zeer geslaagde boeken van Amos Oz, zie de auteursindex hiernaast, maar ik wist ook dat zijn echt grote werk nog lag te wachten. Nu dan. Een verhaal van liefde en duisternis wordt beschouwd als een meesterwerk en dat is het ook. Het is geenszins een roman, alswel een kroniek van een jeugd, van zijn familie, van de geboorte van zijn land en van een zoektocht naar menselijkheid. Net als in Judas (hier) en Zwarte doos (hier) weeft Oz meerdere verhaallijnen door elkaar, maar alles uiterst vanzelfsprekend en zelfs noodzakelijk. Als je de Nederlandse Wikipediapagina over Oz leest, dan krijg je de feiten die ook in dit boek staan. Maar in deze kroniek lees je daarnaast en vooral over ooms en tantes die in Polen en Odessa verliefd werden, op tijd naar Palestina vertrokken (sommigen niet...), over hun levenswandel in Jeruzalem, over de huichelachtige Engelsen die er de boel de boel lieten, over Ben Goerion, over Oz' depressieve moeder en autistische vader, over het leven in een kibboets, en wat niet al. Oz knoopt al deze elementen tot een coherent en vooral boeiend en meeslepend geheel. Ik deed bijna een maand over dit boek, domweg omdat je in twintig pagina's zoveel voorgeschoteld krijgt dat je tijd nodig hebt om dat te laten bezinken. Onbegrijpelijk dat Oz niet de Nobelprijs kreeg toegekend. Alleen al dit boek moest daartoe leiden.

01 juni 2020

Boos

In de onvolprezen serie privé-domein zijn meerdere uitgaven verschenen van twee schrijvers die mij om onduidelijke redenen al heel lang intrigeren: ik ken ze alleen omdát ze in die serie zijn opgenomen, maar verder niet. Bij de meeste anderen uit de serie zijn de dagboeken, memoires of brievenbundels een aanvulling op hun hoofdwerk (romans, verhalen etc.), maar van Paul Léautaud en Alexander Herzen ken ik geen ander werk. Léautaud staat nog even intrigerend in de wachtkamer; ik kocht een jaar of drie geleden bij een antiquariaat de eerste drie delen van de vijf Feiten en gedachten-delen van Herzen die als privé-domein verschenen. Ik las nu dan eindelijk, verspreid over een maand of vier, Feiten en gedachten. Memoires 1812-1838, het eerste deel van de vijf. Alexander Ivanovitsj Herzen, als bastaardkind geboren uit een Russische vader en Duitse moeder, ontpopte zich als een onafhankelijke geest en bechrijft in dit eerste deel zijn jonge jaren. De wijze waarop tsaar Nicolaas I in 1825 de Dekabristenopstand afhandelde en een repressief beleid voerde tegen iedere vorm van verzet of vermeende kritiek (Stalin deed het ruim honderd jaar later nauwelijks meedogenlozer), vormde Herzen als een scherp dissident. Als begin twintiger werd hij verbannen, en keerde pas vele jaren later terug. In dit deel beschrijft hij zijn jeugd, studentenleven en de eerste jaren van zijn verbanning. De eerste helft van het boek is wat taai, omdat Herzen veel ruimte geeft aan het beschrijven van zijn afkomst, familie, enzovoort. Maar gaandeweg wordt zijn verhaal meeslepender en bloemrijker. De volgende delen ga ik zeker ook lezen.

28 mei 2020

Homo S.

Al een maand niet geblogd - wel enkele dikke doorwrochte boeken gelezen, dus een inhaalslag te maken, te beginnen met een moderne klassieker. Ik zag velen het boek lezen in de trein toen er nog dagelijks getreind werd. De Israëlische historicus Yuval Noah Harari vatte een kleine tien jaar geleden de geschiedenis van de mensheid samen in ruim 400 pagina's. Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid is tot ruim de helft van het boek een uiterst interessante en verfrissende kijk op onze afkomst. Alsook een verontrustende kijk. Er waren ooit meerdere menssoorten, maar toen de Sapiens de wereld over trok ging het mis. De andere soorten dolven het onderspit, en daarna maakte de Sapiens het zichzelf steeds moeilijker. Halverwege het boek is er een kantelpunt waar Harari de feitelijke beschrijvingen begint te voorzien van persoonlijk commentaar. De gebeurtenissen beschrijft hij vervolgens als keuzes, en die betreurt hij. Door de keuze van de Sapiens om op een plek te gaan boeren en daarbij steeds grootschaliger te worden, maakte de soort het zichzelf alleen maar moeilijker. Vergelijkbaar met de industrialisatie, waarbij steeds meer mensen een onmenselijker bestaan gingen leiden. Ik volg Harari's redeneringen, en had het boek niet willen missen. Maar het boek lijdt aan waar veel geschiedenissen aan lijden: in de eerste helft worden (tien)duizenden jaren behandeld, en in de tweede helft de laatste vijfhonderd. Daarover zijn echter al vele bibliotheken volgeschreven dus die hoeven niet opnieuw samengevat. Nu sloeg ik het boek dicht met de gedachte dat Harari een boodschap wilde meegeven over de huidige tijd, en die boodschap wilde onderbouwen door een geschiedenis van de heerszuchtige Sapiens te geven. Wanner hij ergens rond de farao's was gestopt, had ik het boek subliem gevonden. Vanwege die eerste helft daarom een zeer interessant boek.

29 april 2020

Drijfveer

Na ik afgelopen december en januari van Oek de Jong Opwaaiende zomerjurken (hier) en Cirkel in het gras (hier) las, nu zijn eerstvolgende, en pas vele jaren later verschenen roman Hokwerda's kind. Vergeleken met die twee eerste, en zeer bejubelde, romans is Hokwerda's kind veel vloeiender geschreven, leesbaarder, eigentijdser. Hoofdpersoon Lin is een mooie meid, halverwege de twintig en toe aan een vent die haar het leven en het bed in trekt. Dat gebeurt dan ook, maar er gaat voortdurend en vanalles mis. Er volgt een andere vent, een tegenovergesteld iemand, en na jaren gaat ook dat verkeerd. Ondertussen kan ze die eerste niet vergeten, en zo gaat ze van de een naar de ander. Het loopt allemaal dramatisch af. Geslaagd aan het boek is dat de aanvankelijke sympathie voor mooie geile Lin geleidelijk omslaat in antipathie. Pas nadat je het boek uit hebt voel je je beetgenomen door haar puberale gedrag. Haar twee lovers gaan verschillend met haar om, maar krijgen haar niet ontdooid. De roman kent echter ook zwakke elementen. Allereerst de uiterst onnatuurlijke, of beter: onbegrijpelijke afwezigheid van normale communicatie tussen de hoofdpersonen. Ja, iedereen heeft zo zijn eigenaardigheden, maar zelden een boek gelezen waar de hoofdpersonen zich zo zwak uiten. Verder zit er in de zo ogenschijnlijk ideale relatie met Jelmer een breuk van twee jaar. Het ging goed, vervolgens twee jaar niks, en dan opeens begint het gedonder. Op de eerste bladzijden na die twee jaar (deel vier, hoofdstuk 1) gaat het (ook romantechnisch) fout: je komt met je vriend in een café, ziet een kennis uit lang daarvoor, stuurt je relatie naar het terras en blijft vervolgens twintig minuten met die kennis kletsen. Tja, dat is het begin van het einde van je relatie. Maar zo horkerig is niemand, tenzij je van je relatie afwil. Maar dat wordt hier niet beschreven/uitgelegd. De relatie met de vader is eveneens te weinig uitgediept om het gedrag van Lin te verklaren. Op veel fronten een lekker leesboek, maar zulke missers maken het boek voor mij niet geslaagd.

19 april 2020

Actueel

In de jaren zeventig en tachtig las ik als zelfverklaard maar weinig bekwaam links-intellectuele tiener vooral Camus en Sartre. Van hun tegenstelling snapte ik niks (ook niet van henzelf), maar ik deed wel alsof: comme il faut. De vreemdeling (L'etranger) van Albert Camus stond op mijn boekenlijst bij het vak Frans, maar naast dat rare boek genoot ik veel meer van De pest (La peste) dat ik gewoon voor mezelf in het Nederlands las. Goede vriend JS las het onlangs en postte dat op fb, en het spoorde me aan mijn in 1987 gekochte exemplaar uit de boekenkast te pakken en het te lezen. Ik kocht dat exemplaar nadat ik De pest enkele jaren daarvoor al gelezen had. Ik weet nog dat het zoveel indruk maakte dat ik het in mijn verzameling boeken wilde hebben. De vertaling van Willy Corsari is wat archaïsch, maar wat een mooie zinnen, en wat een grandioos boek. Plaats van handeling: de Algerijnse havenstad Oran. De pest komt, zaait dood en verderf, en gaat. Er gebeurt eigenlijk niet veel, maar er staan zinnen in het boek die nu ook in de kranten en de online media zijn te lezen. Grappig: als je googlet op albert camus de pest vind je opvallend veel verslagen van deze en vorige maand. Een lezenswaardige en uitgebreide bespreking vind je hier. Tot slot: Camus schreef het boek tijdens (?) of in elk geval vlak van de Tweede Wereldoorlog. Het verscheen in 1947. Maar nergens wordt in het verhaal enige tijdsaanduiding gegeven. Over de oorlog wordt met geen woord gerept. De buitenwereld speelt namelijk geen rol. De stad is afgesloten, zit in quarantaine. Dus wat zich daarbuiten afspeelt doet niet ter zake. Prachtig perspectief!

13 april 2020

Olie

Na het na zijn dood samengestelde boekje Brieven uit Alvites (zie hier) nu de oorspronkelijke bundel Een zakenlunch in Sintra en andere Portugese verhalen van Gerrit Komrij; het verscheen in 1996. Het is een bundel vol verwondering over en bewondering voor de Portugese gebruiken, en over hoe hij zich, na een leven in het literaire Amsterdamse ons-kent-ons-wereldje eraan probeert aan te passen. De bureaucratie (voor alles is een formulier nodig, zelfs een formulier om een ander formulier aan te vragen), de plaatselijke politiek en het niet nakomen van afspraken: Komrij beschrijft het in droogkomisch proza. Ook grappig zijn de drie verhalen waarin hij met Nederlanders wordt geconfronteerd. Bij toeval komt hij aan de weet dat vlakbij twee Nederlandse kruidenvrouwtjes wonen die in bloemetjesjurken de maan aanbidden. In gedachten broedde ik plannen uit om die nacht wijntonnen met kokende olie de berg af te laten rollen. Om een lawine te veroorzaken, met kei op kei op kei. Om een beddenlaken over mijn kop te trekken en als fopdruïde, zwaaiend met een winterwortel, die gekkinnen de stuipen op het lijf te jagen. Gewoon een fijn boekje van een schrijver die mooie zinnen schrijft.

09 april 2020

Opnieuw

De laatste keer dat ik een boek van Arthur Japin las, was zijn boekenweekgeschenk De grote wereld in 2006 (zie hier de weblog). Ik was toen net een klein halfjaar eerder gestart met deze leeslog. In de jaren daarvoor las ik zijn romans De zwarte met het witte hart, Een schitterend gebrek en De overgave. Die eerste twee vond ik geslaagd, de laatste allerminst, evenals dat boekenweekgeschenk. Ik vond Japin in zijn teksten ijdelheid uitstralen, bedachte esthetiek bedrijven. Ik weerhield me jarenlang het in 2008 verschenen en veelgeprezen privédomeindeel Zoals dat gaat met wonderen. Dagboeken 2000-2007 te lezen. Nu onlangs verscheen het vervolg Geluk, een geheimtaal. Dagboeken 2008-2018. Ik las beide boeken in ruim een week uit, ze lezen als een trein. Japin heeft een boeiend leven, reist de hele wereld over, ontmoet groten der aarde, staat in het literaire centrum der belangstelling, leeft samen met twee mannen die ieder aan de weg timmeren, en later dreigt zelfs een vierde allerliefst heerschap zich aan te sluiten, maar dat gaat opeens niet door. Daarna raakt Japin ernstig depressief, waar hij pas laat van herstelt.
Hoe lezenswaardig alles ook, na die 800 pagina's dagboeken heb ik - naar mijn gevoel althans - nog steeds niet de ware Japin leren kennen. Hij vertelt vrijuit over zijn activiteiten, over de harmonie met zijn twee mannen, de bezoeken aan waar dan ook, zijn warme vriendschappen met Joop en Janine van den Ende, Erwin Olaf en nou ja, met wie niet, maar de notities blijven aan de oppervlakte, lijken opgeschreven om uitgegeven te worden. De fotokaternen in beide boeken hebben een te opvallend kijk-mij-eens-gehalte. Intimiteit en huiselijkheid ontbreken, dieper inzicht in de aard van zijn schrijverschap (hij publiceert tijdens deze 18 jaar meerdere romans en ander werk) krijg je niet bepaald - daar had ik graag over willen lezen, in plaats van de bezoeken aan het Boekenbal en de uitreiking van literaire prijzen, de warme woordjes van zijn mannen en de etentjes met Joop en Janine en de goede flessen wijn erbij etc. Het doet een schrijver niet goed wanneer hij met zijn uitgever samenleeft.

07 april 2020

Medicijn

Vlak voordat de thuisquarantaine werd ingesteld was ik bij vrienden op bezoek en daar werd me Moord op de moestuin aanbevolen, een in een jaar tot tien drukken uitgegroeide melige thriller van Nicolien Mizee, dat ik in een paar dagen met groot plezier las. Een echtpaar gaat met een bevriend echtpaar een zomer op bezoek bij voormalige vriendinnen die een landgoed beheren, waarop een streep moestuinen gevestigd is, onderhouden door een collectie vreemde types. De echtparen, die vriendinnen, en de moeder van die vriendinnen zijn eveneens geenszins alledaags. Maar bovenal zijn allen flink van de tongriem gesneden. De dialogen zijn werkelijk verrukkelijk: Hij: Ik wil een terreinwagen. Zij: We hebben geen terrein. Alsook de terloopse verhalen over de egelopvang en het nachtelijke sjoelen. Je schiet voortdurend in de lach bij dit boek - het is zo (on)alledaags hollands lichtvoetig. Het verhaal - er vallen doden! - is te eendimensionaal om het grandioos-literair te kunnen noemen, maar ik heb me er enorm mee vermaakt.

05 april 2020

Samengevoegd

In de auteursindex ontbrak tot nu, althans totdat ik die zal hebben bijgewerkt, Gerrit Komrij. Ik las ooit voordat ik deze weblog startte twee boeken van hem: Verwoest Arcadië (waar ik - kennelijk te jong nog - niks van snapte) en direct na verschijnen De klopgeest (dat mij enorm tegenviel). Misschien moet ik Verwoest Arcadië eens gaan herlezen, maar ook zijn andere boeken in mijn boekenkast die ik ooit kocht maar nooit las. Door mijn Portugal-focus las ik op het moment van dit schrijven reeds twee andere boeken van Komrij, een derde zojuist aangekochte ligt te wachten. Brieven uit Alvites is een door Mark Schaevers samengestelde dunne bundel herinneringen aan Alvites, de eerste verblijfplaats tussen 1984 en 1988 van Gerrit Komrij en Charles Hofman. Ze huurden daar een enorm landhuis; uiteindelijk werden ze er weggepest en zochten ze hun heil elders in Portugal. Schaevers stelde de bundel samen uit dagboeken, nagelaten notities, columns, brieven, interviews etc. Het is een uitermate sfeervol en vermakelijk boekje. Grote kans dat ik pas op mijn bejaarde leeftijd ontvankelijk ben geworden voor Komrij's stijl - je moet er kennelijk een wat belegen levenshouding op nahouden. Ter illustratie een beschrijving van een kerkmis - Komrij deed er alles aan zich te mengen in het dorpse leven: Doorgaans duurt de mis een halfuur, en geen minuut langer. De zielenherders gaan van de weldadige opvatting uit dat de kerkdienst er is om de schapen te amuseren en niet om ze te vervelen, en daarom weten ze als geen ander wat afraffelen is. Wat een voorrecht in een land te wonen waar men er niet van uitgaat dat je alvast een voorschot op de hemel geniet door urenlang op een harde kerkbank het vel van je kont te schuren om, in een daarbij ook nog winderige en klamme beuk, naar een preek te luisteren waar geen einde aan lijkt te komen. Hier is het opstaan, zitten, opstaan - belletje, ouweltje, prevelementje - en, hup, de kerk uit. Ik las dit fragment op het treinstation van Utrecht, wachtend op een aansluiting. Ik schaterde de halve hal bijeen. Ach ja, toen er nog zulke missen gegeven werden en je - decennia later - nog onbezorgd met de trein kon.

03 april 2020

Extra

Ik heb zeker anderhalve meter boeken van Jeroen Brouwers in mijn kast, en ofschoon ik niet pretendeer dat die alles bevat wat hij gepubliceerd heeft, probeer ik toch redelijk bij te blijven. In zijn onlangs verschenen roman Cliënt E. Busken (zie hier de weblog) is achterin een bibliografie opgenomen en daaruit leerde ik dat ik het verschijnen van zijn tiende editie Feuilletons in 2018 gemist had. Het fraai uitgegeven Laatste plicht. Terugdenken aan Hans Roest is een niet minder fraai geschreven hommage aan een oud leidinggevende bij de Geïllustreerde Pers in Amsterdam, die Brouwers een stevige duw in de rug gaf richting het schrijverschap. Uit wat er aan geschreven nalatenschap bewaard gebleven is, stelde Brouwers een levensbeschrijving van Roest samen. Geen gemakkelijke opgave, want Roest liet weinig na, en tijdens zijn leven was hij uitermate bedreven in het niet spreken over zijn persoonlijke leven. Uit een troep losse scherven wist Brouwers desondanks een zeer lezenswaardig verhaal samen te stellen, inclusief subliem geformuleerde zinnen en een licht verwijtende ondertoon dat Roest het hem niet gemakkelijk maakte.

30 maart 2020

Boekenweek 2020

Het jaarlijkse boekenweekgeschenk betrof dit keer een unicum: Annejet van der Zijl schreef voor het eerst een non fictie-verhaal; in het nawoord werd duidelijk dat het geschenk een uittreksel van een later te verschijnen boek is dat veel omvangrijker is opgezet. Leon & Juliette is een boeiend verhaal over Leon Herckenrath, afkomstig uit het Westland, die begin negentiende eeuw zich aan de grote oversteek naar de Verenigde Staten waagt en in Charleston, South-Carolina terechtkomt. De rassenscheiding en slavernij zijn daar nog de gewoonste zaak van de wereld, maar de liberaal-nuchtere Leon raakt verliefd op een negermeisje en krijgt met haar meerdere kinderen. Alles in het geheim en met gevaar voor eigen leven. De liefde gaat voor en Leon en Juliette weten hun kinderen en zichzelf naar het koude Holland te smokkelen. Het verhaal gaat daarna een beetje als een nachtkaars uit; na het beschreven duel en het elkaar in veiligheid brengen had er eigenlijk nog een laatste spannend element toegevoegd moeten worden om dit een volledig geslaagd boekenweekgeschenk te laten zijn. Het verhaal bloedt een beetje dood helaas.
Het boekenweekessay van Özcan Akyol had al voor verschijnen het nodige stof doen opwaaien, omdat Akyol in zijn essay de boekenbranche, en met name het literaire grachtengordelwereldje zelf op de korrel neemt. Tijdens lezingen in de provincie en bezoeken op scholen viel hem op hoe belangrijk het is om mensen aan het lezen te krijgen. Zijn tv-optredens worden door de literaire inner circle afgedaan als populaire flauwekul. In Generaal zonder leger trekt Akyol ten strijde tegen dit clubje en schuwt naam en toenaam niet. Een krachtig verhaal, dat wat mij betreft zelfs nog wat scherper had mogen zijn. Niet dat ik het per se overal met hem eens ben, maar als je ten strijde trekt mag dat met volle wapenuitrusting. Desondanks een nuttig boekenweekessay.

29 maart 2020

Plannen

Ik moet doorbloggen, want ik lees (nog steeds) meer dan ik beschrijf en dat komt de accuratesse niet ten goede. Ik heb min of meer redelijk afgebakende vage plannen om op enige termijn - in elk geval wanneer we ons überhaupt weer verder mogen verplaatsen dan naar de dichtstbijzijnde supermarkt - het Amsterdamse binnen-de-ring-bestaan voor een onbestemd Portugees ruraal-basaal-geploeter te verruilen. Nog voordat we verplicht aan het huis gekluisterd werden las ik ter allereerste inleiding (er gaan meerdere boeken volgen!) een tweetal boeken van Marieke Woudstra die via bol-punt-kom als eerste zoekresultaat werden gepresenteerd. Als je terug wilt naar de natuur en naar het basale en erover wilt lezen, moet je niet te veel literaire eisen stellen, dus ik bestelde beide boeken direct en zonder vooroordeel. Thuis in Portugal verscheen in 2014, en drie jaar later Een Portugese droom; ik las beide boeken in een week uit. En: vol genoegen!
Want ofschoon geen potentiële Nobelprijswinnares, Woudstra schrijft vloeiend, zonder franje, eigenlijk best goed, en zeker niet in Libellestijl. Er wordt een huis gezocht, gevonden en gekocht in de Alentejo, contact gelegd en ge-integreerd met de inwoners van het dichtstbijzijnde dorp, een moestuin en olijfboomgaard onderhouden en veel lokale wijsheid opgedaan. Beide boeken barsten op een integere manier van de couleur locale, en bevatten zoveel weetjes - van het onderhouden van olijfbomen, het aanleggen van een waterbron, moestuin-gebruiken en de nationale wet dat je ieder jaar voor 1 juli al je grasland gemaaid moet hebben (vanwege de bosbranden) - dat ik te zijner tijd wanneer het eventueel zover is beide boeken opnieuw ga lezen om al die weetjes te markeren. Ik ben momenteel - zo'n acht boeken vooruit - met een tweede boek van Gerrit Komrij over Portugal bezig. Hij schrijft op weer een heel andere manier over Portugal.

22 maart 2020

Monoloog

De nieuwste en wellicht laatste roman van Jeroen Brouwers is een meesterwerk. E. Busken zit, vastgesnoerd in een rolstoel, in een bejaardengesticht en observeert, beoordeelt, associeert, mijmert, herinnert en beschouwt dat het een lieve lust is. Cliënt E. Busken is een tragikomische monologue intérieur van ruim 250 bladzijden waarin Busken alle aspecten van de hulpbehoevende bejaarde van krachtig en soms hilarisch commentaar voorziet, en dat alles in zinnen die je dikwijls voor je plezier twee of drie keer leest. Ik moest geregeld schateren om de ironie, de valsheid en de gave van Brouwers om simpele, alledaagse dingen te beschrijven. Alleen al de scene waar Busken een spelletje vier-op-een-rij beschrijft: het is grandioos. Daarnaast verhult hij de tragiek van het lichamelijk en geestelijk onttakelen bepaald niet. Alleen Brouwers is in staat kleine details op verschillende momenten in het boek logich terug te laten keren en aan elkaar te knopen. In vorm een unieke roman, waarmee Brouwers de Nederlandse letterkunde enorm verrijkt heeft. Daarnaast een roman vol oogstrelende taal.

19 maart 2020

Liberalisme

Direct na het opbeurende boek van Rutger Bregman (hier) een minder optimistisch gestemd essay van Bas Heijne, een van de scherpste Nederlandse denkers. In Mens Onmens analyseert hij hoe we tegenwoordig omgaan met waarheid en onwaarheid, en dat we vooral geloven in wat we willen geloven. Discussiëren is geen uitwisseling van standpunten meer, maar het verkondigen van meningen zonder open te staan voor andere. Complottheorieën en nepnieuws zijn aan de orde van de dag en de voorheen serieuze en onpartijdige media doen daar vrolijk aan mee. Zij brengen ook informatie die hun afnemers graag willen horen, lezen, zien. Deze ontwikkelingen relateert Heijne aan de neergang van het oorspronkelijke liberale gedachtegoed, dat een lege huls van vrijheid en onverschilligheid is geworden. Visie is afwezig, alles is opgeofferd aan het vermeende marktdenken. Ik vind Heijne altijd wat moeilijk, ofschoon zijn boodschap helder en interessant is. Maar zijn stijl heeft wat weerbarstigs en het verband tussen zinnen en alinea's is niet altijd even vloeiend. Desondanks een nuttige verhandeling die tot nadenken stemt.

15 maart 2020

Neerlands Hoop

Ik lig negen te beschrijven boeken achter - ik zit in een enorme leesmanische periode, en dan is pas vandaag een soort van verplicht huisarrest voor het gehele land afgekondigd. Gelukkig heb ik veel boeken gehamsterd. De meeste mensen deugen was al een poosje een bestseller, en ik had het al aan twee mensen cadeau gegeven voordat ik er zelf aan begon. Ik las de ruim 500 weliswaar ruim opgemaakte pagina's in drie dagen uit. Rutger Bregman is een hoopgevend historicus en journalist - wat een kennis en kunde! - en tegelijkertijd maakt hij de lezer blij met zijn au fond positieve boodschap. Hij geeft ook enkele inzichten die tot nadenken stemmen: leiders van regeringen en bedrijven geven verkeerde signalen af over hun achterban, en hun verkeerde meningen leiden tot beslissingen met vreselijke gevolgen. Verder is de objectiviteit in de nieuwsvoorziening in hoog tempo aan het verdwijnen, waardoor ons nieuwsjunks een negatief mens- en wereldbeeld wordt opgedrongen, met eveneens vele nadelen tot gevolg. Bregman geeft heldere oplossingsrichtingen die tot zelfreflectie aansporen. Zijn verhaal gaat erin als koek. Een mooi en nuttig boek.

11 maart 2020

Onbekend

Ik ben al zeker een jaar of tien geabonneerd op Het Parool en erger me in toenemende mate aan de schrijfsels van Theodor Holman en - voor zover hij er zin in heeft om te schrijven - muziekrecensent Erik Voermans. Als hij al een concert recenseert waar ik ook heenga (zie mijn klassieke-muziekweblog), dan ben ik het eigenlijk standaard met hem oneens. Hij schijnt in de zaterdagbijlage bij deze wereldkrant voor de Amsterdamse binnen-de-ring inwoners wekelijks stukjes over klassieke muziek geschreven te hebben - ik heb ze al die jaren gemist. Maar goed, nu gebundeld in Eerste hulp bij klassieke muziek, en ondanks mijn cynische introductie van deze weblog: het is een geweldige bundel die ik vol aandacht en nieuwsgierigheid las. Voermans behandelt in zo'n 200 stukjes van gemiddeld anderhalve pagina allerlei componisten en muziekstukken die je haast standaard dwingen ze op te sporen en ernaar te luisteren, ook al betreft het veelal moderne piepknars-componisten. Maar ook over bekende componisten van het ijzeren repertoire presenteert hij nieuwe inzichten. Misschien moet Voermans zich concentreren op boeken schrijven; dat kan hij getuige deze bundel erg goed.

08 maart 2020

IJdel

Het begon in december j.l. met De man in de rode mantel van Julian Barnes (zie hier de weblog). Dat boek zette me op het spoor van het dandyisme. Tegen de keer van Huysmans (hier) was een logische eerste stap, nu nog logischer gevolgd door Het portret van Doran Gray, de enige (gepubliceerde) roman van Oscar Wilde. En wat voor een! Een succesvol schilder schildert een portret van de briljante en ultiem mooie jongen Dorian Gray die het schilderij na voltooiing thuis ophangt. Zijn stille bede dat hij altijd zo mooi mag blijven als geschilderd wordt ingewilligd, maar het portret op het schilderij veroudert. Dat zet een onomkeerbaar proces van afglijden van Gray in werking, zowel mentaal als in zijn handelen. Het is een meesterlijk verhaal, uiterst subtiel en met fijne penseelstreken opgetekend. De discussies tussen de schilder, Gray en hun gezamenlijke vriend lord Henry zijn fenomenaal - lord Henry is de vleesgeworden cynicus. Enige bedenking die ik heb is de grote knik in de tijd, halverwege het boek. Er wordt een tijdsprong van zo'n twintig jaar gemaakt. Ik vraag me nog steeds af of dat had gemoeten, Maar voor de rest een grandioos boek.

02 maart 2020

Revolutie

Een klein jaar geleden las ik van Pieter Waterdrinker zijn biografische schets Tsjaikovskistraat 40 (zie hier de weblog), en daarin vertelt hij vol vuur over de schrijfster Zindaida Hippius - hij bezoekt zelfs het huis waarin zij tijdens de Russische Revolutie in 1917 woonde. Hij verwijst tevens naar haar memoires, in het Nederlands vertaald en verschenen in de serie privé-domein. De schittering van woorden is een verzameling herinneringen, dagboekfragmenten en brieven en bestrijkt een groot deel van het leven van deze eigenzinnige Hippius (1869-1945) die op haar 19e met de filosoof en schrijver Dmitri Merezjkovski trouwde, het ruim 50 jaar met hem al discussiërend en filosoferend uithield en na de revolutie zich als emigrant in Parijs vestigde. Het boek opent met een wat doorwrocht filosofisch deel waarin de relatie met Merezjkovski wordt uitgediept, maar daarna wordt het uiterst boeiend met de dagboekfragmenten over zowel de mislukte revolutie van 1905 als die van 1917-1919. Ik ken geen ander boek waarin de Russische Revolutie zo levensecht wordt beschreven. Waar Paustovsky de revolutie romantiseert en verheerlijkt (misschien noodgedwongen), Hippius beschrijft de dagelijkse strijd om het bestaan, en de daden van de revolutionairen die bezig waren hun positie te bevestigen en zich niets gelegen lieten liggen aan de gewone mensen die aan alles gebrek hadden. Haar vlucht in 1919 via Polen naar Parijs is eveneens zeer lezenswaardig. Bijzonder boek.

15 februari 2020

Onuitgesproken

Ik stopte naast Opwaaiende zomerjurken (zie hier) van Oek de Jong ook zijn tweede roman in mijn koffer naar Sri Lanka; dat boek stond eveneens ruim 30 jaar ongelezen in mijn boekenkast. Cirkel in het gras begint als een romantisch liefdesverhaal van een Nederlandse journaliste die naar Italië wordt uitgezonden en daar een knappe vent aan de haak slaat. Zo zwierig als het boek begint (ik las de eerste 100 bladzijden vloeiend en geboeid op het station van Galle en - tweeënhalf uur staand - in de trein naar Colombo), maar de resterende 300 pagina's kostte me veel meer moeite. Het leek alsof De Jong opeens te veel erin wilde stoppen, teveel lagen wilde aanbrengen terwijl hij daarmee de oorspronkelijke frisheid teloor liet gaan. Want van het journalistieke werk van de Nederlandse vernemen we weinig meer, alsook wat Andrea beweegt. Hun relatie en waar het verzandt blijft eigenlijk een mysterie, terwijl er vele hoofdstukken aan worden gewijd. Aan het slot ontmoeten ze elkaar voor het laatst in Villa Cimbrone in Ravello, aan de Amalfikust. Laat ik juist aan die plek heel sterke herinneringen hebben - ik kan zowat ieder moment dat ik in de tuinen ervan rondliep haarscherp voor de geest halen. Dat maakte de roman aan het eind onverwacht boeiend, eigenlijk alleen omdat ik de entourage zo herkende. Maar helaas geen roman die de tand des tijds kan doorstaan.

08 februari 2020

Te rijk

In De man in de rode mantel beschrijft Julian Barnes de wereld van de dandy's en hun (vooral voor henzelf) vervelend-exuberante en larmoyante levensstijl (zie hier). Er waren in de tweede helft van de negentiende eeuw te veel dandy's en te rijke nietsnutten - het romantische levensideaal verruilden ze voor uitbundige kleding, interieurs, diners, maar haalden er ook weinig voldoening uit. Ultiem voorbeeld was Robert de Montesquiou (1855-1921), die ooit een schildpad liet bekleden met kostbare stenen; het beest was al overleden voordat het kon worden bewonderd. Marcel Proust vormde een van zijn hoofdpersonen naar De Montesquiou, alsook Joris-Karl Huysmans, die in Tegen de keer (À Rebours) de ultieme roman over de dandy en de decadentie schreef. Hoofdpersoon is Jean des Esseintes die zich terugtrekt uit het drukke Parijse leven en in zijn eentje neurotisch-esthetisch gaat zitten zijn, omgeven door de mooiste stoffen, parfums, ingebonden boeken en meubels. Hoe verveeld en vervelend de hoofdpersoon ook is, het boek is grandioos door de enorme eruditie van Huysmans over de vele interesses van zijn hoofdpersoon. Huysmans heeft zich enorm verdiept in meubels, het gregoriaans, parfums, kleding en stoffen en wat al niet, om aldus zijn hoofdpersoon er zich in te laten excelleren. De vertaling is van Jan Siebelink, gemaakt toen hij nog niet als schrijver van eigen werk bekend was. Een werkelijk prachtige vertaling met het weelderigste Nederlands dat je je kunt indenken.
Meer Leeslog in eerdere maanden - zie de 'archives' in de rechterkolom.