21 juni 2009

Geschiedenis der mensheid

Afgelopen december las ik met groot genoegen De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst, mijn eerste boek dat ik van deze Vlaming las. Ik besloot mijn leeslog (hier) met de aankondiging dat ik meer van hem zou gaan lezen. Nu dan zijn onlangs met de Librisprijs bekroonde Godverdomse dagen op een godverdomse bol, dat ik wederom met zeer groot genoegen las. Ik vind het een meesterwerkje. Verhulst beschrijft in ongeveer 180 bladzijden de geschiedenis van de mensheid, en doet dat zonder één personage te noemen en met weinig bewondering voor wat 't allemaal tot stand heeft gebracht. Of zoals de recensent van de NRC opmerkte: 'vreten, neuken, zuipen en doden - dat zijn de Vier Ruiters van de Evolutie.' Inderdaad weinig vrolijke gebeurtenissen in dit boek. Maar gottegot, wat is dit wederom prachtig geschreven! Het boek staat vol geweldige formuleringen. Een beetje vlaams, maar dat is au fond niet de basis voor de schone stijl. Verhulst schrijft proza in poëzie-stijl. Ingekookte formuleringen, geconcentreerder dan gebruikelijk in romans. En tegelijkertijd lopen de zinnen soepel. Twee citaten, toevallig vlak bij elkaar in het boek.
Over vrouwen: 't Besluit voor het zekerste dan maar om elke vrouw de eigendom te laten zijn van een man; eerst van haar vader, zodra ze getrouwd is van haar man. Want als zij van zichzelf moet zijn komt er miserie van. Erfrechten zijn aan dat schepsel slecht besteed, men zet tenslotte ook geen geleedpotigen in een testament. En in bed hoeft 't er ook al niet veel van te verwachten. Er is altijd wel iets; hetzij het keren der jaren, hetzij hoofdpijn, hetzij ronduit geen goesting of geen halve centiem aan fantasie. Pas op, handig om in de buurt te hebben, een vrouw. Maar als 't een beetje kwalitatief van bil wil gaan dan adviseert 't stellig de herenliefde.
En over de Griekse democratie: Vrouwen worden uitgesloten van democratie, net als kinderen, vreemdelingen en slaven. Bij dezen heeft 't een politiek concept geïnstalleerd waar zo'n vijfde van de bevolking profijt aan heeft. Maar bon, beter een vijfde dag geen vijfde, aldus dat vijfde. En dat boffende vijfde deel komt één keer in de maand samen om te kletsen en te debatteren. Wie de grootste muil heeft krijgt gelijk. Wie z'n eigen leugens kan geloven en die heel goed weet te verkopen krijgt het snelst zijn ideeën doorgedrukt. Kunnen argumenteren, daar komt het voortaan op aan. En 't stort zich ogenblikkelijk op de edele kunst der retorica, de leer der blablabla, en 't smijt zich op de kloeke handboeken voor de sofist, waarin wordt uitgelegd hoe slechte en totaal geen steekhoudende argumenten louter en alleen door het abracadabra van een schone zin kunnen worden omgetoverd tot een dooslaggevend punt op de algemene vergadering.
Wie zo fraai kan schrijven is een groot schrijver.

14 juni 2009

Tsjechov 4

Vorig jaar las ik deel 2 en 3 van de nieuwe vertalingen van de verzamelde verhalen van Anton Tsjechov; de afgelopen 3 maanden deel 4 van zijn bij Van Oorschot in de Russische bibliotheek verschenen Verzamelde werken. In dit deel 21, waarvan veel lange verhalen. Het is allemaal van een grootse schoonheid. Bij Tsjechov heb je permanent het idee dat hier het ware leven in als zijn schoonheid, treurigheid, hardheid en emotionaliteit beschreven wordt. En wederom beschrijft Tsjechov dit in uiteenlopende situaties en met personages uit alle rangen en standen. Vrolijke verhalen zijn er overigens niet of nauwelijks: happy endings komen bij Tsjechov eigenlijk niet voor. Van bijna iedere bladzijde straalt de grootsheid van deze literatuur op de lezer af. Twee voorbeelden:

Uit Vrouwenheerschappij: De hors d'oeuvre was luisterrijk. Er was onder meer vers eekhoorntjesbrood in zure room en sauce Provencale van gebakken oesters en kreeftestaartjes, sterk op smaak gebracht met bittere piccalilly. Het diner zelf bestond uit feestelijke, uitgelezen schotels en de wijnen waren prachtig. Misjenka bediende vol overgave. Wanneer hij een nieuw gerecht op tafel zette en het deksel van de blinkende pan lichtte of wijn inschonk, deed hij dat met de gewichtigheid van een professor in de zwarte magie, en kijkend naar zijn gezicht en zijn manier van lopen, die op de eerste figuur van de quadrille leek, dacht de advocaat enkele malen: wat een sukkel!
En de opening van De viool van Rotschild: Het stadje was klein, armzaliger dan een dorp en er woonden bijna alleen oude mensen die zo zelden stierven dat het gewoon ergerlijk was. Het ziekenhuis en de gevangenen hadden heel weinig doodkisten nodig. Kortom, de zaken liepen beroerd.

Kom hier tegenwoordig maar eens om! Er moet nog een vijfde deel verschijnen met opnieuw vertaalde verhalen. Ik ben in blijde verwachting.

01 juni 2009

Meer Neurenberg

Neurenberg-gesprekken. Nazi's en hun psychiater Leon Goldensohn bevat ruim dertig verslagen van de gesprekken die de Amerikaanse psychiater Leon Goldensohn met de meeste beklaagden en een aantal getuigen voerde, tijdens de eerste helft van 1946 toen het proces van Neurenberg in volle gang was. Goldensohn sprak met de meeste beklaagden en getuigen meerdere keren, en maakte tijdens die gesprekken nauwkeurig aantekeningen. Deze aantekeningen werden door Goldensohn verder niet meer gebruikt. Ook na zijn voortijdige dood in 1961 bleven de aantekeningen ongebruikt; pas in de jaren negentig ging zijn broer Eli ermee aan de gang, wat resulteerde in deze verzameling, die pas in 2004 voor het eerst het licht zag. Het is een uitermate belangwekkende bundel, want het werpt een schokkend beeld op de psyche van veel beklaagden en de getuigen. Deze getuigen waren veelal hooggeplaatste uitvoerders van het nazi-beleid. De meesten proberen hun schuld af te schuiven. Ofwel voerde men slechts uit wat van hogerhand bevolen werd, ofwel heeft men zelf nooit soldaten of joden vermoord (maar wel executies geleid: maar ik heb zelf niemand gedood...). Tussen de beklaagden en getuigen ook generaals, ministers uit het nazi-regime. In de meeste gevallen bepaald geen lieverdjes. Helaas sprak Goldensohn niet met Seyss-Inquart; dan hadden we stellig meer te weten gekomen over zijn kijk op de Nederlandse bezettingstijd. Het meest schokkend is het gespreksverslag van Rudolf Höss. Hij was enkele jaren kampcommandant van Auschwitz, en heeft dat kamp in opdracht van Himmler tot de moordfabriek uitgebouwd die het uiteindelijk was. Zijn formele antwoorden geven treffend inzicht hoe de hiërarchie in het nazi-rijk werkte. Bepaald geen vrolijk boek, maar wel één van de belangrijkste die ik tot nu toe over de tweede Wereldoorlog gelezen heb.

24 mei 2009

Vader en moeder

Drieënhalf jaar geleden was mijn blog over Joe Speedboot van Tommy Wieringa een van de eerste van deze leeslog. Lees hier wat ik toen van dat boek vond. Gelukkig heeft hij zich door het enorme succes van dat boek niet laten verleiden tot het snel produceren van een opvolger. Ruim drie jaar deed hij dus over Caesarion, en dat is een mooi tempo. Deze nieuwe roman is niet zo goed als Joe Speedboot, maar eigenlijk kon niemand dat ook verwachten: Joe Speedboot is te goed om zomaar te evenaren of te overtreffen. De recensenten van Caesarion van de NRC en Het Parool konden zich niet over hun teleurstelling daarover heenzetten. Ikzelf vergeef het Tommy Wieringa graag. Want ik las het boek desondanks met veel aandacht en leesgenot, ofschoon het bepaald niet zo'n vrolijk boek is als Joe Speedboot. Maar het zegt veel dat ik op één avond de eerste 60 bladzijden hiervan las, en op Hemelvaartsdag de resterende 300... Het verhaal is opgebouwd rondom het klassieke thema van de relatie van de hoofdpersoon (hier de ik-figuur) met vader en moeder. Het is een indringend relaas van een zoektocht naar afkomst en identiteit. Veel elementen blijven echter onderbelicht of worden niet afgerond (bijvoorbeeld: wie is die ik-figuur nu eigenlijk?), en die doen afbreuk aan de kracht van het verhaal. Misschien had Wieringa toch nog een jaartje langer over het schrijven van dit boek moeten doen. Wat dit boek desondanks lezenswaardig maakt zijn de schrijfstijl en de unieke observaties, die sowieso alle eerder boeken van Wieringa bijzonder maken. Geen perfect boek dus, zoals Joe Speedboot wel was. Maar Wieringa blijft ook hiermee bewijzen een bijzondere schrijver te zijn, die hopelijk nog veel meer romans zal produceren.

17 mei 2009

Proces

Over Het proces van Neurenberg had ik nog niet eerder een boek gelezen; deze door Steffen Radlmaier samengestelde bundel met de gelijknamige titel is een aardig begin, maar biedt zeker geen gedetailleerd beeld van het proces. Het boek bundelt nieuwsberichten en verslagen die tijdens en rondom het proces werden geschreven door de bekendste journalisten en schrijvers van die tijd die naar Neurenberg waren afgereid om het proces te verslaan. Dat levert veel dubbellingen in feiten op, maar ook veel persoonlijke interpretaties van de gang van zaken, het belang van het proces en van beschrijvingen van de beklaagden. Bijzonder boeiend, en dikwijls aangrijpend. Maar zeker niet allesomvattend; ik zal zeker nog een degelijk overzichtswerk over dit proces ter hand moeten nemen. Wel al op mijn stapeltje te lezen boeken: het verslag van de gesprekken die psychiater Leon Goldensohn met de beklaagden had. 

11 mei 2009

Roadnovel

Met Vladiwostok! verraste P.F. Thomése twee jaar geleden: dat was een vrolijk-satirisch en vlotgeschreven verhaal. Lees hier de weblog daarvan. J. Kessels: the novel leek een opvolger in dezelfde stijl te zijn, en gedeeltelijk is dat ook zo. Ofschoon er eigenlijk weinig gebeurt ligt het verteltempo hoog, buitelen de oneliners over elkaar heen, en lijkt het boek een persiflage op een misdaadroman. Maar al snel gaat dit identieke geluid wat vervelen. Wanneer je geen liefhebber van popmuziek bent, werken al die vele citaten uit songs eerder contraproductief. Ik heb er trouwens een beetje een hekel aan: die betweterige mensen (heel vaak uit de babyboomgeneratie) die teksten uit zogenaamd klassieke popsongs gebruiken om een gemoed uit te drukken. Alsof die songs voor hen geschreven zijn... Maar goed, dit is een vlot geschreven en lezend verhaal over een trip naar Hamburg en weer terug, waarin de snackbar, voetbal, hoererij, sigaretten en een lijk voor de nodige afwisseling zorgen.

05 mei 2009

Zang

In de ramsj kocht ik een poosje geleden een boekje uit de geflopte serie Schrijvers & Klassieke muziek van 521 uitgevers. Gerrit Komrij had een boekje over Wagner geschreven, dat leek me wel interessant. Er was echter geen doorkomen aan; na 5 bladzijden was ik het spoor volledig bijster. Ik had het boekje in tweevoud gekocht en een exemplaar aan een goede vriend gegeven; hem verging hetzelfde. Kort geleden uit dezelfde serie een tweede poging gewaagd met Zang van Bas Heijne. Dit boekje is wel geslaagd. Ik kan niet zeggen dat Heijne het mysterie van de menselijke stem volledig ontleedt, maar met stukken over enkele bekende operazangers en over de grote operacomponisten Puccini, R. Strauss en Wagner doet hij wel een geslaagde poging. Voor een verloren uurtje een aardig boekje waarin hij zelfs de gewelddadige dood van wijnmaker-zanger Deon van der Walt aan de vergetelheid ontrukt.

16 april 2009

Onbetwist meesterschap

Ik ben al redelijk ver gevorderd in een nieuw deel Tsjechov-verhalen, maar het genieten daarvan onderbrak ik met groot genoegen voor het achtste deel uit de reeks Feuilletons van Jeroen Brouwers: Sisyphus' bakens, dat de uitnodigende ondertitel vloekschrift meekreeg. In dit geniaal geschreven boek legt Brouwers uit waarom hij twee jaar geleden uiteindelijk de Prijs der Nederlandse Letteren weigerde. Brouwers had alle reden om zijn weigering fijntjes uit te leggen, want de indruk die bij velen leefde dat hij dat louter deed vanwege het schamele geldbedrag dat aan de prijs verbonden was, moest flink genuanceerd worden. En dat doet Brouwers op onavolgbare wijze, in een ruim 150 pagina's tellende opeenvolging van briljante zinnen. Centraal staat het optreden van minister Plasterk, waarvoor je je plaatsvervangend schaamt. Maar ook het koningshuis en de taalunie moeten het flink ontgelden. Brouwers is verongelijkt, beledigd en gekrenkt en laat dat zowat in iedere zin uit de woorden spatten. Brouwers heeft recht op veel geld. Bij de regeringen, het hof en de taalunie werd dat niet begrepen. Maar goed, dat leverde wel een verrukkelijk boekje op. Al op de eerste bladzijde is het raak, onder de titel 'de sof van Het Hof'; als voorproefje voor wat de lezer hierna nog 150 bladzijden aan groots taalgebruik te wachten staat:
De prijs wordt uitgevaardigd door de twee aan elkaar grenzende landen waar Nederlandse literatuur wordt geschreven en eenmaal per drie jaar uitgereikt ter bekroning van het oeuvre van een Nederlandse of Vlaamse schrijfatleet. Een 'fin-de-carrière-prijs', bestemd dus voor een kunstenaar in de letteren die al tot zijn onderlip in het graf staat. Dat uitreiken geschiedt beurtelings door het Nederlandse en het Belgische staatshoofd, heden allebei eveneens ouden van dagen en nog overeind gehouden dankzij mechanische hartkleppen, kunstheupen, kniegewichtsprothesen en andere voorzieningen van monumentenzorg.
Een geriatrische aangelegenheid, die Prijs der Nederlandse Letteren.


Ik ga het boek binnenkort en daarna periodiek herlezen, het is te goed om na één keer lezen in de kast weg te zetten!

22 maart 2009

Veranderen

Vorige week raade iemand mij het boekje Onze IJsberg smelt! van John Kotter en Holger Rathgeber aan. Ik bestelde bij bolpuntcom meteen ook het zusterboekje Wie heeft mijn kaas gepikt? van Spencer Johnson en Ken Blanchard. Beide boekjes lees je binnen een uur uit, zijn met hun bijna € 20,- elk extreem duur voor de geboden leestijd, gaan over het leiding geven aan en omgaan met veranderingen in organisaties en verpakken hun verhaal in een parabel.
Ik lees zelden of nooit 'managementboeken', omdat ze nagenoeg altijd matig tot slecht geschreven zijn, dikwijls een samenzweerderig clubgevoel uitdragen (door dit boek te lezen behoor je tot de selecte groep die de niet-lezers van dit boek de baas is, en dat maakt jou succesvol), heel vaak het intrappen van open deuren als centraal thema hebben, en daarmee impliciet het bestaan van gezond verstand lijken te ontkennen.
Deze twee boekjes brengen hun boodschap in lichtverteerbare vorm, zijn niet diepgravend in hun analyses, maar geven wel de essentie van het verandermanagement weer. Niet iedere verandering is per definitie een verbetering, maar daarover doen beide boekjes geen uitspraak. Misschien moet ik daarover eens een goede studie lezen. 

15 maart 2009

Boekenweek 2009

Ik heb de laatste weken eigenlijk niet gelezen. Mijn hoofd stond er niet zo naar; bovendien bevindt mijn huidige werk zich op fietsafstand waardoor het voormalige leesuurtje in de forensentrein ontbreekt. En dat scheelt pagina's. De boekenweek vormt een mooie aanleiding mezelf aan het lezen te zetten. Dat lukte prima met het boekenweekgeschenk en -essay. Een tafel vol vlinders van Tim Krabbé is het geslaagdste boekenweekgeschenk sinds jaren. De vader en zoon-relatie van Fred en Bram (die niet elkaars vader en zoon zijn) wordt zowel in inhoud als in vorm fraai weergegeven en gedetailleertd geanalyseerd. Pieter Steinz van NRC Handelsblad stoorde zich aan de laatste 30 regels van het verhaal, waarin alles wordt geduid en het verhaal volgens hem daardoor van zijn kracht ontdoet. Ik heb me er niet aan gestoord en de vele scholieren die Krabbé graag op hun boekenlijst zetten zullen hem dankbaar zijn.
In het boekenweekessay Piep. Een kleine biologie der letteren breekt Midas Dekkers een lans voor het dier als literair personage. Daarmee ontsnappen dieren eindelijk aan het niveau van het kinder- en kookboek, waarin zij wél centraal staan. Dekkers verpakt zijn boodschap in allerlei vermakelijke anekdotes en voorbeelden uit dierenliteratuur. Dat leest gewoon lekker weg.

24 februari 2009

Gedoe

Jaren geleden beval een ex-collega de boeken van Jean-Paul Franssens aan, met name de twee uitgaven in de serie privé-domein. pas nu las in het eerste deel daarvn: Zuiderkerkhof 1. Franssens, alweer enkele jaren geleden vroegtijdig overleden, beschrijft in dit boek uit 1997 allerlei herinneringen, uit zijn jeugd, jonge jaren, maar ook uit de tijd kort voor verschijnen van dit boek. Voorts bevat dit deel een aantal brieven aan o.a. Henk Hofland en Adri van der Heiden. In zowel de brieven als de herinneringen vallen Franssens' onhandigheid op, die hij echter met een verrukkelijke lichtheid en ironie beschrijft. Zijn stijl doet soms een beetje aan die van Gerard Reve denken, maar is toch ook uniek te noemen. Ik kreeg meerdere keren tranen in mijn ogen van het lachen, vanwege het slappe doorouwehoeren van Franssens. Drankgebruik, de schone kunsten en mooie meiden, dat zijn de centrale onderwerpen van dit heerlijke boek, naast het gedoe als gevolg van zijn onhandigheid. Ik ga het andere privé-domeindeel snel opsporen.

08 februari 2009

India

Uitsluitend vanwege de omvang wordt De geschikte jongen van Vikram Seth wel eens vergeleken met Oorlog en Vrede van Tolstoj of andere grootschalige werken. Vooruit: ook dit boek met in de Nederlandse vertaling 1366 genummerde pagina's is een magnum opus, maar wat mij betreft niet door de omvang als wel door de veelomvattendheid van de inhoud. Het basisgegeven is eigenlijk heel simpel (Lata, de jongste dochter van Rupa Mehra moet aan een geschikte huwelijkskandidaat geholpen worden), maar daaraan weeft Seth een web aan aanpalende verhalen, die je door alle religieuze, sociale, economische en politieke niveaus van de Indiase maatschappij aan het begin van de jaren vijftig leiden. Kunstig, doch zeker niet gekunsteld. Net als zijn andere boeken die ik las blijkt Seth hier een humane schrijver die doet voorkomen alsof hij gewoon maar een lineair verhaal vertelt dat niet anders dan op deze manier verteld kan worden. 
Ik deed ruim een maand over dit boek, en ofschoon voorzien, naar mijn idee toch net iets te lang.  Desondanks voel ik me enigszins verloren nu het uit is. Want dit is hét voorbeeld van de roman waarin je als lezer 'woont'. Je bent getuige van parlementszittingen, ontbijtsessies van een gekke rijmzieke familie, een wolvenjacht, familietwisten, briefwisselingen, een steekpartij, crematieplechtigheden langs de Ganges, volksoproer, sollicitatiegesprekken, Shakespeare-repetities, de fabricage van schoenen, ruzies en vriendschappen, enzovoort enzovoort. Wat Seth ondertussen duidelijk maakt: dat veel mensen die allemaal louter goede bedoelingen hebben elkaar toch flink in de weg kunnen zitten.

02 januari 2009

2008: de balans + het boekenschrift (4)

Rondom de jaarwisseling maak ik steevast de balans op van het voorbije leesjaar. Wie mijn logs over mijn boekenschrift kent, zal begrijpen hoe dat zo gekomen is. Voor wie die logs wil teruglezen: lees ze achtereenvolgens hier, hier en hier. De balans opmakend over 2008 heb ik aangegrepen om de nog resterende belofte in te vullen: een staatje met de cijfers van mijn eigen leesgedrag sinds ik het boekenschrift systematisch bijhoud. Aldus:


























































































jaar#boeken#bladzijden
1990409293
19916010672
19925010458
1993256142
1994113604
1995206797
1996216977
199762316
1998166472
1999134225
2000237854
20013813017
20027623107
20035118243
20044814583
20056216189
20066818085
20074311320
20084715733



Je kunt uit deze cijfers allerlei afgeleiden maken, zoals het gemiddeld aantal bladzijden per boek, en het gemiddeld aantal gelezen bladzijden per dag. Déze harde cijfers vind ik echter het meest interessant: ze laten zien hoe grillig mijn leesgedrag eigenlijk is. En ofschoon ik met 15733 bladzijden in 2008 niet bepaald ontevreden ben, valt zo'n cijfer volledig in het niet bij de gemiddelden van Maarten 't Hart (zie de eerste link over het boekenschrift): in het getoonde staatje komt hij niet onder de 180 duizend bladzijden (en zijn top lag op ruim 500 duizend bladzijden)... per jaar! Enfin, statistiek van de koude grond natuurlijk, maar je kunt niet alleen maar boeken lezen.
Hier verder geen lijstje over de beste boeken van 2008 - wie de leeslogs leest kan mijn voorkeuren zelf afleiden. Tenslotte: het kan eventjes duren voordat hier een nieuwe leeslog verschijnt, want ik ben zopas begonnen aan een roman van bijna 1400 dichtbedrukte bladzijden. Gezien mijn leestempo van de voorbije tijd zou ik daar dus tot begin februari over moeten doen...

Iedereen een fijn leesjaar!

30 december 2008

Reetveerdegem

Ik zag Dimitri Verhulst een poosje geleden eens bij Pauw en Witteman; een programma dat ik zelden zie, maar toen toevallig wel. En de welbespraaktheid van deze mij onbekende schrijver deed me zijn naam onthouden. Zijn De helaasheid der dingen verscheen in januari 2006 en ik kocht onlangs de 35ste druk! Enfin, ik bleek wat in te halen, en ik las met dit laatste boek van 2008 één van de leukste van het voorbije jaar. Het is niet echt een roman, maar een verzameling schetsen over een ik-figuur die opgroeit tussen een bierdrinkende familie van vader en ooms, waar de armoede en uitzichtloosheid in gepaste vrolijkheid wordt weggedronken. Pure melodramatiek derhalve, die door Verhulst in prachtige volzinnen wordt verteld. En naast al die heerlijke rauwe caféhumor is het juist dat prachtige proza dat dit boek zo goed maakt. Er staan geweldige onliners in, maar ofschoon ik er een paar keer de slappe lach van kreeg vormen die niet de steunpilaren van deze verzameling, maar juist wel die prachtige stijl van Verhulst. Er zijn meer boeken verschenen van deze Vlaming; ik ga er zeker wat van lezen de komende tijd.

29 december 2008

Zijne Majesteit

Over de reportages van de in 2007 overleden Poolse journalist Ryszard Kapuscinski had ik al veel goeds gehoord, en toen ik in de boekhandel zijn boek De Keizer tegenkwam, besloot ik het te kopen; ik las het binnen 24 uur uit. De ondertitel van het boek geeft precies aan waar het over gaat: Macht en ondergang van Ras Tafari Haile Selassie I. In drie hoofdstukken behandelt Kapuscinski de aard van de macht van Haile Selassie, de eerste haarscheuren daarin en het einde. Haile Selassie was ruim 50 jaar Keizer van Ethiopië, en verwierf in het buitenland veel aanzien. In eigen land evenzeer, maar de schrijndende tegenstelling tussen de pracht en praal aan zijn hof en de hongersnoden in delen van het land werd hem noodlottig. In 1974 maakte het leger een einde aan zijn bewind; een jaar daarna overleed hij. Wat deze reportage van ruim 250 bladzijden vooral zo goed maakt is het universele karakter. Van Boris Godoenov tot de Sjah van Perzië en Robert Mugabe van Zimbabwe: in de wijze van regeren en de wijze waarop ze hun macht (nog zullen) moeten afstaan zitten veel overeenkomsten. En die lees je samengebald in dit geweldige boekje, waarin Kapuscinski veel getuigen aan het woord laat. Knap gedaan!

28 december 2008

Onvermijdelijk

Van de Hongaars-Amerikaanse historicus John Lukacs had ik al wel vaker gehoord, maar ik las nog niet eerder een boek van hem. Nu dan zijn Langs kromme lijnen - zes resterende vragen over de Tweede Wereldoorlog, dat onlangs rechtstreeks van het manuscript vertaald is en pas later in andere landen verschijnt. In het voorwoord van dit boek geeft Lukacs aan min of meer de volgende vragen te beantwoorden: 1) Was de Tweede Wereldoorlog onvermijdelijk? 2) Was de deling van Europa onvermijdelijk? 3) Was Hitler onvermijdelijk? 4) Was het maken van de atoombom onvermijdelijk? 5) Was de oorlog van Amerika tegen Duitsland onvermijdelijk? 6) Was de Koude Oorlog onvermijdelijk? Niet alle vragen worden eenduidig en helder beantwoord naar mijn idee; daarvoor waren de kwesties soms ook te complex. Maar dat is wel waar dit boek in slaagt: deze complexe kwesties uiteen rafelen. Zo kernachtig als Sebastian Haffner schrijft Lukacs niet, maar zijn inzichten zijn zeer de moeite waard. Wanneer je zijn analyses leest waarin hij duidelijk maakt dat Hitler in mei-juni 1940 bijna de oorlog gewonnen had, komen er wel enkele aanvullende vragen op: a) Waarom viel Hitler in april en mei 1940 eigenlijk West-Europa aan terwijl hij geenszins overtuigd kon zijn ook Engeland op de knieën te kunnen krijgen? Zijn focus was toch altijd op het oosten gericht? b) Waarom liet Hitler de ontsnapping van Duinkerken toe? Enfin, hoe meer je over het onderwerp leest, hoe meer aanvullende kennis je nodig hebt.

24 december 2008

Korea-oorlog

Je moet bij Philip Roth snel zijn wanneer je het over zijn nieuwste roman wilt hebben, want voor je het weet is er alweer een opvolger. Maar de nieuwste op dit moment is Verontwaardiging, en is een heus meesterwerk. Ik las hiervoor pas twee romans van deze Amerikaanse veelschrijver (Het complot tegen Amerika en Alleman), en dat waren allebei goede boeken. Verontwaardiging is minstens zo prachtig. Je leest het in enkele uren uit, maar dan heb je ook een geweldige leeservaring achter de rug. Het verhaal is grotendeels in de ik-vorm geschreven en vertelt het verhaal van Marcus Messner die aan een universiteit ver van zijn ouderlijk huis gaat studeren om aan de overbezorgde invloed van zijn vader te ontkomen. Halverwege het boek geeft Roth de feitelijke afloop al weg, maar dat heeft geen impact op de intensiteit van het verhaal. De slotzin vat alles meesterlijk samen. Tegelijkertijd maakt Roth duidelijk dat er treffende overeenkomsten zijn tussen verschillende levens en hun einde. Stilistisch en compositorisch een grootse roman.

22 december 2008

Bomans

Ik kan regelmatig genieten van de stijl van Godfried Bomans. Er zijn een aantal cd's verschenen met zijn voordrachten en zijn antwoorden op vragen onder de noemer Kopstukken. Op de vraag of Sinterklaas bekeurd kan worden wanneer hij met zijn paard te snel rijdt, de volzin: 'Het kan natuurlijk zijn dat Sinterklaas in mei of augustus in Bussum in cognito op een paard zit en dan de bochten te snel neemt, dan is hij tegen de plaatselijke verordening en dan kan hij gewoon bekeurd worden, maar is hij in functie, rijdt hij op 5 december ambsthalve te snel, dan ressorteert hij onder het Vaticaan.' Of op de vraag van iemand hoe deze een familielid op muziekles kan krijgen, de openingszin: 'Zoals u weet heb ik nogal een uitgebreide familie, en wij zijn dus in staat om de Negende symfonie van Beethoven in familieverband te spelen, met slotkoor, dat wordt uitsluitend door tantes gezongen.' Het zijn zulke tussenwoorden als 'ambtshalve' en 'familieverband' die de teksten van Bomans de kitsch doen ontstijgen. Je moet er niet teveel van innemen, dan wordt het te melig en te kneuterig, maar ik blijf een zwak houden voor deze Haarlemse schrijver. Ik had ooit een exemplaar van Kopstukken, één van zijn beste boekjes, maar dat bleek al een poosje verdwenen. Ik kocht vorige week in een antiquariaat een nieuw exemplaar, en las het tussen de bedrijven door. De interviews met zomaar wat beroemdheden bevatten enkele juweeltjes. Natuurlijk het interview met de brandmeester (de belendende percelen), de grootmeester (de Koningin wordt gekraakt tussen e4 en g5. Hierop zal er onder de pionnen een paniek uitbreken, nog vergroot door Lf4-h6. Natuurlijk zullen de kastelen toesnellen, doch tegen h4 machteloos te pletter lopen.) en de kunstkenners (En met een dun stokje zwiepte hij een Moeder met Kind van een pilaartje af.). En ach, de Vondelherdenking te Beetsterzwaag is ook al zo prachtig. Heerlijk boekje.

21 december 2008

Booker Prize

Ik struinde door Scheltema en kon niet echt veel van mijn gading vinden; in een hoek wel een stapel exemplaren van De witte tijger, de dit najaar met de Booker Prize bekroonde debuutroman van de Indiase schrijver Aravind Adiga. Het leek me wel een pageturner, dus vooruit. En inderdaad, ik las het boek van 279 bladzijden in een zaterdag- en zondagmiddag uit. Het is een rauw verhaal over de wijze waarop de ik-figuur zich aan zijn bediendenbestaan weet te ontworstelen en zelf een rijk en manipulerende persoon wordt. Want dat is de boodschap van het boek: het moderne India is een door en door verziekt, corrupt land waar de politieke praktijk, het nimmer uit te roeien kastesysteem, machtsuitoefening en familiebanden voorkomen dat het echt de status van ontwikkelingsland weet te onstijgen. De beschrijvingen van het ouderlijk dorpje op het platteland en de hoofdstad New Delhi kwamen erg overeen met de indrukken die ik er zelf opdeed tijdens mijn reis twee jaar geleden. De grote tegenstellingen in New Delhi en andere miljoenensteden waar ik was (Jodhpur, Jaipur), en de ontelbare rondhangende mensen in de vele smerige dorpjes waar we met onze bus doorheen reden, bieden het decor voor dit verhaal waarin de rauwe werkelijkheid nergens geromantiseerd wordt. Dat maakt deze roman zeker een apart en nuttig boek, ook al was de boodschap me halverwege eigenlijk wel duidelijk. Maar goed, geenszins een miskoop.

20 december 2008

Oorlog

Mijn exemplaar van Salammbô van Gustave Flaubert stond al sinds 1999 in mijn boekenkast; pas nu las ik het. Daarmee heb ik nu alle romans en verhalen van de Franse meester gelezen. Misschien gewoon weer alles overnieuw gaan lezen, want Flaubert behoort tot mijn toppers, ook al zijn zijn geschriften niet altijd even makkelijk toegankelijk. Salammbô is daarvan een goed voorbeeld. In deze historische roman wordt verhaald over de oorlog van de Huurlingen en Barbaren tegen de stad Carthago (240-237 v.Chr.). Deze Huurlingen en Barbaren kregen van de Carthagers niet hun beloofde soldij voor hun bijdrage aan de oorlog van de Carthagers tegen de Romeinen. Deze Huurlingenoorlog geldt als één van de meest gruwelijke oorlogen uit de geschiedenis, en Flaubert spaart de lezer daarbij niet. Naast de oorlog staan ook de liefde van de Huurlingenleider voor Salammbô, de dochter van de Carthaagse legerleider, en de mystieke godenverering centraal. Flaubert vond dat zijn verhalen zo waarheidsgetrouw moesten zijn, waarbij de stem van de verteller volledig afwezig moest blijven. Hij reisde speciaal naar Carthago af om zich een indruk te vormen hoe de stad er ooit uitgezien moet hebben, als ook van de omgeving waarin de oorlog zich afspeelt. Het uitzoeken van alle religieuze details moet hem onstellend veel werk gekost hebben. Flaubert deed een jaar of vijf over het schrijven van dit boek; het werd in 1862 gepubliceerd. Het geldt als het schoolvoorbeeld van de perfecte historische roman. Ruim 140 jaar later leest het nog steeds als een modern werk. De vertaling van Hans van Pinxteren is krachtig en niet altijd even gemakkelijk (veel woorden zijn weinig gangbaar), maar doet de oorsprong denk ik alle recht. Het lezen van Salammbô kost soms wat concentratie, maar dan lees je wel een meesterwerk over een boeiende en rumoerige periode.

15 december 2008

Terloops

Nikolski is de debuutroman van de Canadese schrijver Nicolas Dickner, en die in Canada een bestseller schijnt te zijn. De Nederlandse vertaling vormde de eerste uitgave van de nieuwe literaire uitgeverij Ailantus; ik kreeg het boek van een vriendin die de uitgeefster kent, en ik las het op een grijze zondag in enkele uren uit. Het is een uitermate leuke, frisse en onderhoudende roman. In een heuse raamvertelling wordt het leven van drie jongelui verteld. Ze kennen elkaar niet, maar zijn toch familie van elkaar. Hun avontuurlijke achtergrond heeft hen tot eigenaardige, maar boeiende persoonlijkheden gemaakt, en ieder vindt broodwinning in oude spullen: de ik-verteller werkt in een antiquariaat, Noah studeert archeologie en wordt de assistent van een docent die zich in afval heeft gespecialiseerd, en Joyce legt zich toe op computerpiraterij op computers die ze zelf uit afgedankte pc's heeft samengesteld. In Montreal komen hun levens dicht bij elkaar, vinden ook terloopse ontmoetingen plaats, maar daarin ligt niet de kern van het verhaal. De terloopsheid van alles blijkt een boeiend uitgangspunt in dit boek, waarin de zee, vis, afval en het Boek met de Drie Hoofden boeiende neventhema's vormen. Geen ondubbelzinnig meesterwerk, want daarvoor zijn er nog wel wat losse eindjes. Maar voor een saaie middag of een treinretourtje naar een verre stad is dit een heerlijk boek.

Baron

Er zijn twee versies van de Avonturen van de Baron Von Münchhausen. Ik las de vertaling door Jeroen Brouwers van de Wonderbare reizen ter land en ter zee, veldtochten en vrolijke avonturen van de Baron Von Münchhausen zoals hij deze in de kring zijner vrienden met de fles onder handbereik zelf pleegt te vertellen, in 1788 geschreven door Gottfried August Bürger. Hij baseerde zich op een enkele jaren daarvoor uitgegeven boekje met Baron Munchausen's Narrative of his Marvellous Travels and Campaigns in Russia van Rudolf Erich Raspe. Bürger vulde Raspe's vertelling aan met meerdere avonturen, zodat zijn versie het meest compleet is. Het ene avontuur is nog onwaarschijnlijker dan het andere, maar de ironische toets en de zorgvuldige vertaling van Jeroen Brouwers maken dit toch wel een aardig boekwerk dat zich snel laat lezen. 

10 december 2008

560 bladzijden gekanker

Reis naar het einde van de nacht stond al ruim een jaar op mijn plankje met nog te lezen boeken. En pas nu waagde ik dit beroemde boek van Louis-Ferdinand Céline te lezen. Ik deed er ruim een week over, wat eigenlijk best snel is voor zo'n dik en dichtbedrukt boek. Wanneer je nederlandse internetpagina's opslaat over dit boek, lees je vooral positieve indrukken over deze roman. Céline was weliswaar geen vrolijke man, en zijn anti-semitisme maakt hem geenszins sympathiek, maar over dit boek zelf weinig negatiefs. Onlangs vertelde iemand me echter dat het boek in Frankrijk een geheel andere status heeft. Het schijnt daar zelfs not done te zijn om Céline te lezen. Enfin, het boek is nu uit en ik kan erover meepraten... Maar echt genoten heb ik er niet van. Het is zeker een groots werk, want 560 bladzijden onafgebroken gekanker op alles en iedereen zonder enig lichtpuntje, en in zulk een ruw en modern taalgebruik - geschreven in de jaren dertig van de vorige eeuw! - tja, dan is zeker sprake van een vernieuwend werk. Het is echter ook flink vermoeiend, al dat negatieve gezeur. Ik sla nu willekeurg wat pagina's open en noteer de woorden die ik zie: stinken, hel, afschuwelijk, stommiteiten, ramp, vuilnisbelten, venijnig, opgezwollen, laf, rottigheid, catastrofe, prut, gesticht, agressief, klootzak, stikken, hufters, smerig, zwendelaar, futloos, gammel zootje, wanhoop... Het is W.F. Hermans in het kwadraat. Zeerzeker knap gedaan, maar kunst is zeker niet altijd mooi en genietbaar.

29 november 2008

Youri Egorov

In mei 1989 begon ik voor de zoveelste keer - en wederom niet voor permanent - aan een dagboek. Ik begon op de eerste pagina over de diepe indruk die een tv-programma over de toen een jaar daarvoor aan aids overleden pianist Youri Egorov bij me had achtergelaten. Dat programma kan ik me niet meer herinneren, maar de stemming van toen zal ongeveer hetzelfde zijn geweest als die ik gisteren en vandaag had bij het lezen van In het huis van de dichter van Jan Brokken. Het boek krijgt de misplaatste aanduiding 'roman' mee, maar is in feite een geschreven documentaire over het leven van Youri Egorov die op zijn 22ste de Sovjet-Unie ontvluchtte, via Rome in Amsterdam terechtkwam en hier zijn thuis vond. Hij was een briljant pianist, werd vergeleken met de grootsten, maar zoop, blowde en scharrelde als homo zich een ongeluk. Dit laatste werd hem fataal; net als vele anderen had hij het hiv-virus al onder de leden nog voordat de ziekte überhaupt bekend werd. Hij overleed op 16 april 1988, ruim een maand voor zijn 34ste verjaardag. Dit boek is een prachtige hommage aan deze grote pianist. Jan Brokken was hecht bevriend met Egorov, en als er één iemand in staat is met groot inzicht over klassieke musici te schrijven is het Brokken wel. In dit boek combineert hij vijf verhalen: van een vriendschap, van een vlucht, van een pianist, van een bestaan en van een tijd. In het boek veel achtergronden bij de Egorov-cd's in mijn kast. De meest aangrijpende is een live-opname van de Moments Musicaux van Schubert, opgenomen in de Kleine zaal van het Concertgebouw op 27 november 1987 - niet zijn laatste concert, maar zo klinkt het wel en zo zag Egorov het zelf ook. Volgens Brokken schijnt er wat afgejankt te zijn in het publiek; en als je die opname hoort begrijp je volledig waarom. Op die eerste pagina van dat dagboek schreef ik een opmerking uit dat tv-programma die Egorov over Schubert maakte en die me altijd is bijgebleven. In dit boek staat die opmerking ook; ik vind het nog steeds de meest rake typering van Schuberts muziek. 'Bij Schubert is het vaak droefenis - droefheid is het woord, niet gekweldheid, gewoon droefheid.'

27 november 2008

Koningin en Prins

Direct bij het verschijnen van Juliana en Bernhard. Het verhaal van een huwelijk. De jaren 1936-1956 van Koninklijk Huis-historicus Cees Fasseur kreeg het boek volle media-aandacht. Dat was ook wel logisch: Fasseur kon als eerste en voorlopig als enige onbeperkt en vrijuit gebruikmaken van het Koninklijk Huis Archief, en zodoende de ware aard van de Greet Hofmans-affaire achterhalen. Ook bevat het boek de integrale tekst van het rapport van de commissie-Beel, dat in 1956 in de ontknoping van de affaire voorzag. Dat rapport was altijd in het Archief gebleven, waartegen de pers nogal te hoop gelopen is (want immers een staatszaak). Echter geheel onbegrijpelijk was dit achterhouden echter niet. De commissie-Beel was geen regeringscommissie, maar een clubje mediators van ex-staatslieden die op persoonlijk verzoek van het koninklijk paar een huwelijksconflict trachtte te beslechten. Tja, zoiets hoort dan eigenlijk niet openbaar te zijn. Zoals Reinildis van Ditzhuysen opmerkte over de dieptepunten van het huwelijk: '... soms zo genant en intiem dat u het eigenlijk niet wilt weten. Van uw ouders wilt u zulke intimiteiten ook niet weten!' Dit boek ligt dus op het grensvlak van persoonlijke aangelegenheden van een (toevallig) koninklijk echtpaar enerzijds en de wettelijke openbaarheid van constitutionele zaken en de rol van het staatshoofd daarin anderzijds.
Wat dit boek vooral boeiend maakt is dat je je eigen standpunt kunt formuleren. Fasseur gunt weliswaar Prins Bernhard het gelijk van diens handelen (Bernhard bracht de zaak in 1956 aan het rollen door te lekken naar de pers), maar voor Juliana valt evenzeer begrip en vooral ook compassie op te brengen. Ik heb die Bernhard altijd al een schuinsmarcheerder gevonden, en zijn rol in dit verhaal bevestigde me in die mening. Hij voelde zich meer dan hem op grond van zijn positie toekwam, en kreeg in het conflict het vertrouwen van de kinderen. Arme Juliana: zij was de koningin, maar ze kwam als verliezer en volledig eenzame figuur uit de strijd. Fasseur laat de gevolgen van de Hofmans-affaire bij de hoofdrolspelers onbesproken; die beschrijving laat hij aan latere biografen van Juliana en Bernhard over. Juliana heeft een dagboek bijgehouden, dat niet eerder dan 50 jaar na haar dood (dus in 2054) openbaar gemaakt zou kunnen worden (als het staatshoofd dan - Amalia? - daartoe toestemming geeft). Eigenlijk bieden die pas het echte inzicht.
Net als in de twee Wilhelmina-boeken is de stijl van Fasseur verrukkelijk. Hij schrijft met een licht ironische toets, en onthoudt zich hier en daar niet van minieme commentaartjes over zaken die niet van belang zijn. Maar die juist wel grappig zijn om te lezen. En de beschrijving van de achtergrond van Greet Hofmans en haar 'paranormale ontwikkeling' leverde bij mij menig lachsalvo op. Met dit boek krijgt de lezer een unieke inkijk in het leven van onze voormalige Koningin en Prins. Met de heerlijke stijl van Fasseur levert dat een prachtboek op.

16 november 2008

La Grande Guerre II

Nog meer over de Eerste Wereldoorlog in het beroemde boek van Robert Graves in de serie Oorlogsdomein van de Arbeiderspers Dat hebben we gehad (Goodbye to All That). Graves schreef het boek eind jaren twintig (hij was toen nog geen vijfendertig) en kenschetste het toen al als zijn autobiografie. En terecht! Hij had toen al zoveel meegemaakt, dat het schrijven van een autobiografie volledig gerechtvaardigd was: opgroeien in een aristocratische familie, een schoolopleiding in een conservatief-traditioneel milieu, drie jaar meevechten in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, een gebroken studie in Oxford, een huwelijk met vier kinderen die daarna op de klippen liep, en een hoogleraarschap aan de universiteit van Caïro... en ondertussen je brood verdienen als dichter. Enfin, dit is een rijk boek, waarin de kern wordt gevormd door de beschrijvingen van de loopgravenoorlog in Noord-Frankrijk. Die oorlog, dezer dagen negentig jaar geleden door de wapenstilstand beëindigd, vormt nog steeds één van de grootste mysteries van de geschiedenis. Want juist door alle machinaties die deze oorlog lieten ontstaan en zo langdurig-gruwelijk lieten zijn, is deze oorlog zo onbegrijpelijk. Als er één oorlog is waarvan gezegd kan worden dat tallozen voor niets gestorven zijn, is het deze oorlog wel. En met Van het westelijk front geen nieuws (Im Westen nichts Neues) van Remarque (hier de leeslog) en Oorlogsroes (In Stahlgewittern) van Jünger is dit nog zo'n beroemd boek over deze onbegrijpelijke strijd. Er zijn nog meer beroemde boeken, die ik niet allemaal achter elkaar kan lezen. Want je wordt er niet echt vrolijk van. Vooral ook vanwege de eigenlijk niet te begrijpen levensopvatting van de schrijver en zijn medesoldaten. Er werd soms gejuicht bij de aankondiging van de zoveelste nieuwe (en dus met voorspelbare afloop eindigende) 'uitvoering'.  

09 november 2008

La Grande Guerre

Sinds ik een jaar of zeven geleden Mijn tweede huid van Erwin Mortier las, houd ik hem voor één van de interessantste Nederlandstalige schrijvers. Zijn nieuwste roman Godenslaap is met 400 bladzijden zijn omvangrijkste tot nu toe en wijkt in perspectief ook af van zijn eerdere romans. In Godenslaap blikt een hoogbejaarde vrouw terug naar de Eerste Wereldoorlog, toen zij van meisje vrouw werd en zowel de oorlogsverschrikkingen als de liefde leerde kennen. Die jaren hebben ook haar verdere leven bepaald. In een weelderige, associërende stijl geschreven meandert het relaas van de vrouw door de tijd en koppelt ze indrukken, kleuren, oude foto's en feiten aan elkaar. Hoe rijk en origineel de roman ook is, soms werd het me wat teveel van het goede: je moet soms goed zoeken naar echte gebeurtenissen; sommige zinnen vond ik wel erg zweverig geformuleerd. Bij sommige bladzijden had ik hetzelfde gevoel als wanneer je in de auto achter het stuur mobiel hebt ziten bellen: je herinnert je weinig of niks meer van het autorijden. Maar daarnaast zijn er ook beschrijvingen van het loopgravenbestaan die tot de mooiste behoren die ik ken. Geen volledig overtuigende roman, maar zeker wel een zeer eigenzinnige. Mortier blijft een interessant auteur.

04 november 2008

Jevgeni Onegin

Meteen maar uit de Russische Bibliotheek van Van Oorschot de Verzamelde Werken deel 2 van Alexandr Poesjkin gelezen, met daarin de roman in verzen Jevgeni Onegin. Ik ken het verhaal van de opera die Tsjaikovski erop componeerde. Het blijft een apart verhaal, want de twee hoofdpersonen Tatjana en Onegin zijn beiden geen meeslepende helden. Onegin wijst de liefde van Tatjana eerst hooghartig en bot af. Daarna maakt Tatjana een rare draai door de vrouw te worden van een oude generaal. Tot elkaar komen ze niet. Voor de Russen is dit werk zowat het hoogtepunt uit hun literatuur; ik kon de kracht ervan slechts van verre beleven. Net als in het eerste deel moet je de vele noten eerst zelf in de tekst aangeven; sommige sonnetten bevatten drie of vier verklarende noten om de inhoud begrijpelijk te maken. Vooral uit die noten wordt duidelijk hoeveel Poesjkin erin heeft gestopt. De soepele vertaling van W. Jonker mag er zijn. In deze uitgave is het Russische origineel ook afgedrukt: op de linker pagina's de Russische tekst, op de rechter de Nederlandse vertaling. Er zijn ook uitgaven van alleen de Nederlandse vartaling, maar dan had ik mijn inmiddels fraaie rij uitgaven van de Russische Bibliotheek geweld aangedaan. Ja, ik ben soms een snobistisch boekenlezer.

30 oktober 2008

Van alles en nog wat

Oktober was geen leesmaand; over de Verzamelde werken deel 1 van Alexandr Poesjkin deed ik precies een maand. Maar de 700 bladzijden die dit deel uit de Russische Bibliotheek van Van Oorschot telt bieden wel veel prachtigs, over van alles en nog wat. Het boek bevat toneelwerken en proza. Van het toneel had Boris Godoenov mijn speciale belangstelling vanwege de geweldige opera die Moessorgsky erop componeerde (en die ik juist deze maand twee keer bij De Nederlandse Opera bezocht). Het proza bevat enkele korte verhalen en twee kleine romans. Allemaal meer dan de moeite waard. Want zo'n alineaatje uit het geweldig droogkomische Het dorp Gorjoechino wil je toch niet missen: "De mannen huwden gewoonlijk op hun 13e jaar met 20-jarige meisjes. De vrouwen sloegen hun mannen vier of vijf jaar lang. Daarna begonnen de mannen hun vrouwen reeds te slaan, aldus hadden beide seksen hun machtsperiode en werd het evenwicht bewaard." De romans Doebrowski en De kapiteinsdochter hebben een heerlijk romantische en avontuurlijke lading. Zulke verhalen worden tegenwoordig niet meer geschreven! Het geldt eigenlijk voor alles in deze dikke bundel: prachtige verhalen uit het leven gegrepen, alles bijna 200 jaar geleden geschreven, maar nergens oubollig of verouderd. Een minpuntje: achterin het boek veel nuttige noten, maar daarnaar wordt vanuit de tekst niet via een sterretje o.i.d. verwezen. Voordat je gaat lezen moet je dus eerst zelf flink wat sterretjes in de tekst plaatsen; dat kost je een klein uurtje ongeveer.
Binnenkort volgt zijn roman in verzen Jevgeni Onegin.

28 september 2008

Satan

De meester en Margarita van Michael Boelgakov is een uiterst complex boek. Boelgakov werkte er 12 jaar aan, en door zijn dood in 1940 heeft hij de roman niet helemaal kunnen afmaken zoals hij wellicht gewild had. Maar ondanks de enkele losse eindjes is het een afgerond verhaal; het verscheen pas in de jaren zeventig voor het eerst in een volledige ongecensureerde versie, waarna het boek zijn zegetocht als één van de belangrijkste romans uit de twintigste eeuw begon. Ik heb de roman niet als dat meesterwerk ervaren, ook al snap ik wel waarom het boek die kwalificatie heeft. Er lopen drie verhalen door elkaar, waarbij de surrealistische (of magisch-realistische) gebeurtenissen je soms flink op het verkeerde been zetten. De meest eenduidige uitleg over het boek vond ik hier. Om echter de complexiteit van het boek volledig te doorgronden moet je hier zijn: een Vlaming heeft een complete website aan het boek gewijd en alleen al de omvang van deze prachtige site geeft aan dat het boek veel meer bevat dan ik eruit heb weten te halen. Ik houd uiteindelijk meer van rechtlijniger verhalen, ofschoon ik dit zeker een bijzonder boek vind. En de Russische Bibliotheek-uitgaven van Van Oorschot blijven een genot om in de hand te hebben.

21 september 2008

McCain of Obama?

Op deze vraag geeft Michael Moore in zijn grappige en schokkende Mike's Election Guide 2008 een helder antwoord. Grappig omdat zijn inzichten soms flink indruisen tegen wat algemeen wordt aangenomen en hij die common sense graag belachelijk maakt. Maar die inzichten zijn tegelijk ook schokkend. Beste voorbeeld in dit boekje: de positie van McCain als Vietnam-oorlogsheld. Dat maakt hem populair en volgens de peilingen de man bij wie de veiligheid van Amerika in goede handen is, want hij heeft immers vijf jaar lang krijgsgevangenschap overleefd. Maar Michael Moore vraagt zich af: is McCain wel een oorlogsheld als we weten dat hij gevangen werd genomen nadat zijn vliegtuig uit de lucht was geschoten waarmee hij net zijn 23ste bommenvlucht had uitgevoerd, een elektrische installatie bombarderend die midden in een dichtbevolkte woonwijk van Hanoi stond. En zouden wij Amerikanen net zo aardig tegen krijgsgevangen bemanningen zijn, wanneer die zoiets in onze buitenwijken hadden gedaan...? Geen enkele Vietnamees heeft trouwens ooit Amerkikaans grondgebied aangevallen. Enfin, de boodschap is helder, en typisch voor de stijl van Michael Moore. In dit boek ook veel ruimte voor de andere verkiezingen die in november gehouden worden: die voor de senaat en het huis van afgevaardigden. Moore beschrijft kandidaat voor kandidaat de kansen van de Democraten om in het congres flinke meerderheden te behalen. Er is zelfs een hele kleine kans dat de Democraten een tweederde meerderheid kunnen behalen, wat ieder veto van een foute president ongedaan kan maken. Enfin, het wordt spannend in november, en ter voorbereiding is dit een boeiend boekje.

Amerikaans Dagboek

Duitsland heeft me nooit met rust gelaten. Amerikaans Dagboek 1940-1948 biedt een selectie uit de dagboeken van Thomas Mann en is na De Buddenbrooks pas het tweede boek dat ik van de Duitse literaire grootmeester las. Mann werd ook toen al gezien als de grootste levende Duitse schrijver, en hij werd dan ook door de Amerikanen ingehuurd om lezingen te geven over de oorlog en over Duitsland, maar ook om regelmatig radioboodschappen in te spreken die uiteindelijk op radio's in Duitsland te horen zouden zijn. De titel van deze dagboek-selectie zegt dus veel over de inhoud van de aantekeningen, maar daarnaast ook veel huiselijke onderwerpen, en opmerkingen over het ontstaan van Doktor Faustus, de roman die hij in deze jaren schreef. Dit alles wordt vaak in telegramstijl verwoord, waardoor de dagboekaantekeningen een zeer geconcentreerde informatiedichtheid hebben. Het boek geeft een geweldig inzicht in de persoon van deze grote schrijver. Snel maar weer een roman van hem lezen, want net als wat ik me van De Buddenbrooks herinner bezitten de zinnen van Thomas Mann een enorme zeggingskracht die je maar bij weinig schrijvers tegenkomt.

19 augustus 2008

Smakelijk leven van James en Kay Salter is volgens het opslag een literaire eetkalender voor levensgenieters. Wat het specifiek literaire aan dit verder zeer geslaagde boek is, kan ik niet zeggen. Het boek is opgezet als een kalender; iedere dag van iedere maand heeft een eigen verhaaltje waarin eten en drinken centraal staat. En af en toe is dat verhaaltje opgehangen een de herinnering van een schrijver. Maar dat maakt dit boek nog niet literair. Los van dat: ik heb het boek met erg veel plezier gelezen. De Salters zijn levensgenieters en ze boekstaafden al hun kook- en eetwetenswaardigheden gedurende vele jaren in een kookschrift; dit boek is de nette versie daarvan. Het behandelt kriskras onderwerpen over eten, kookboekenschrijvers, chef-koks, beroemdheden die iets speciaals met eten hadden, en ook veel recepten. Vanwege de Amerikaanse invalshoek staan er soms wat rare en overbodige adviezen in, maar dat doet verder geen afbreuk aan de optimistische en warme sfeer die dit boek uitstraalt. Door de indeling kun je er precies een jaar over doen om het te lezen; ik las het in een paar dagen.
Meer Leeslog in eerdere maanden - zie de 'archives' in de rechterkolom.