10 december 2019

Openbaring

Ik las de laatste jaren weer eens twee romans van Simon Vestdijk, zie hier de vorige anderhalf jaar geleden. Volgens zowel de in die bespreking gelinkte website van iemand die in één jaar alle 52 Vestdijk-romans las, als de besprekingen van diezelfde 52 romans door Hugo Brandt Corstius en Maarten 't Hart (bij dit boek door HBC) is het oordeel over De kellner en de levenden uiterst positief - dit is volgens hen één van, zo niet zijn beste roman. Ivoren wachters en De held van Temesa vond ik geweldig, en ik begon dan ook vol verwachting aan deze roman. Maar helaas viel het boek me erg tegen. Vestdijk begeeft zich in de toekomst, en laat 12 bewoners van een flatgebouw zich gedwongen meevoeren naar een massabijeenkomst die al snel het Laatste Oordeel blijkt te zijn. Het aftasten van waar men terechtgekomen is en het omslachtig bespreken ervan vormt de kern van het boek, en dat kwam mij als te gedateerd over. Ellenlange uitweidingen in de schrijfwijze van de late jaren veertig: de 200 pagina's van dit boek las ik met lange tanden. Ik ga zeker meer boeken van Vestdijk lezen, maar kennelijk is mijn smaak inmiddels te individueel om louter te kunnen afgaan op die van anderen.

08 december 2019

Badminton

Ik las nog nooit eerder een boek van John Le Carré, de bekende Engelse thrillerschrijver wiens naam me al decennia bekend is, maar nog nooit aanspoorde iets van hem te lezen. Tot nu opeens in de serieuze bladen zijn nieuwste thriller als een actueel meesterwerk werd aangeprezen en Le Carré in interviews de huidige angelsaksische tijdgeest van Boris Johnson en Donald Trump hekelde. Spion buiten dienst is een vlot lezend, doorwrocht verhaal over een Engelse spion, midveertiger, die terugkeert naar zijn basis en uitgespeeld lijkt te zijn. Maar een mysterieuze tegenspeler op zijn badmintonclub vormt de aanzet tot het tegendeel. Le Carré legt die tegenspeler vanalles over de huidige rechtse tijdgeest in de mond; de klassieke thrillerelementen hebben echter de overhand - uiteindelijk is het een klassiek spionageverhaal in een 2019-jasje. Niks mis mee, en het boek leest vlot weg, maar het overstijgt het niveau van een goede thriller niet. En dat had ik wel verwacht/gehoopt.

25 november 2019

Natuur

Ik las onlangs de biografie van Jan Wolkers (zie hier) en ofschoon ik in mijn jonge jaren veel boeken van Jan Wolkers heb gelezen: zeker niet allemaal. Achter elkaar twee dunnetjes: Groeten van Rottumerplaat en De junival. In de zomer van 1971 zat Wolkers een week op het onbewoonde waddeneiland Rottumerplaat, in een soort van project van de VARA - Godfried Bomans zat er de week daarvoor. Diens Dagboek over deze week is een soort van persoonlijk requiem; hij vond het er vreselijk en hij overleed een half jaar later. Ik las dat Dagboek jaren geleden, leende het ooit uit en kreeg het nooit terug. Leen nooit boeken uit! Het boekje van Wolkers is een geweldig natuurverslag, waarin hij een overleden zwangere zeehond opensnijdt, de poot van een scholekster verbindt en in zijn blootje omheiningen aanlegt en het eiland rondzwerft. Ik kon geen goede afbeelding van het omslag van mijn exemplaar vinden, maar bijgaande foto gemaakt met een zelfontspanner siert op sommige heruitgaven. Niet te zien, maar Wolkers plakte op de deur in de omheining achter hem het bordje: Jan Wolkers 2x bellen. Heerlijk boek.
In zijn roman De junival uit 1982 staat zijn liefde voor zijn overleden poes Voske en voor zijn overleden moeder centraal. Ofwel: een weemoedig boek vol autobiografische herinneringen, maar uiterst kunstig en subtiel beschreven. Ogenschijnlijk een dweperige combinatie (poes en moeder) maar Wolkers maakte er een prachtig geheel van. Hoe fraai de openingsalinea van hoofdstuk 14: Soms dacht ik wel eens dat het wrokkige gedrag van mijn moeder na de dood van mijn vader kwam doordat ze niet als eerste gestorven was. Of ze wist dat na die wervelende symfonie van rouwbeklag om mijn vaders dood ze het zelf met een bescheiden strijkkwartet zou moeten doen. En dat was min of meer ook zo, want er komt een eind aan weldoorleefd begrafenisleed. Na een sublieme generale repetitie valt de première maar al te dikwijls tegen. En in een toneelstuk waarin te veel doden vallen slepen ze op den duur de lijken oneerbiedig aan de voeten over de planken tussen de coulissen.

17 november 2019

Er

Eigenlijk had ik niet meer gerekend op een nieuw boek van Maarten 't Hart; hij wordt 75 dit najaar en ofschoon nog levendig en eigengereid (zie zijn steeds vers aangevulde boekbesprekingen op YouTube) dacht ik dat hij na de prachtige roman Magdalena (hier) en verhalenbundel De moeder van Ikabod (hier) het erbij zou laten. Maar nee, opeens weer een verrukkelijke typische 't Hart. In De nachtstemmer vertelt de ik-figuur over zijn klus in een Zuidhollands havenstadje aan een rivier, waar hij een oud kerkorgel moet stemmen, en tegelijkertijd ook een orgel in een andere kerk erbij neemt. Hij raakt in contact met een Braziliaanse, wier dochter - zogenaamd zwakzinnig - de ideale hulp biedt. Het is een prachtig verhaal, waar 't Hart zijn gedetaillerde kennis van orgels verweeft met kleinburgerlijke tegenwerpingen door de plaatselijke bevolking. Het is allemaal uitermate onwaarschijnlijk, maar oerhollands en authentiek. Het verhaal rammelt enerzijds aan enkele kanten, maar is tegelijkertijd uit het hart geschreven. En wie anders dan Maarten 't Hart kan een vloeiende boeiende roman schrijven waar het stemmen van kerkorgels ongeveer de helft van het verhaal uitmaakt. Hij is een unieke stem in de literatuur.

06 november 2019

Ingehouden

Na de twee vorige delen memoires Verhaal van een leven van Konstantin Paustovski in de Russiche Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot (hier en hier), nu dan het derde en laatste deel, met daarin Sprong naar het zuiden en Boek der omzwervingen. Het zijn de meest ingetogen delen van de zes, waarin land- en natuurbeschrijvingen, bespiegelingen en berusting de boventoon voeren. Maar tussen de regels door lees je ook kritiek en woede op het Sovjet-regime, dat vele voor Paustovski dierbare kunstenaarsvrienden de dood injoeg. In Sprong naar het zuiden verblijft Paustovski vooral in Georgië: Tblisi en Batoemi. Ik hoorde er al prachtige verhalen over, en wil er nu zeker heen. In Boek der omzwervingen blikt hij vooral terug op zijn eigen schrijverschap en dat van anderen. Het is allemaal zo fraai en menselijk geschreven. Hoe natuurlijk ook: daarin is Paustovski uniek. Je leest een boek, maar eigenlijk ben je in persoonlijk contact met iemand die jou zijn eigen verhaal vertelt. Dat is au fond met bijna ieder boek het geval, maar bij Paustovski lijkt het alsof hij zijn verhaal alleen aan jou vertelt; dat hij naast je zit, sigaret in de hand, en alleen tot jou spreekt. Ik las deze memoires in de jaren tachtig voor het eerst, en nu opnieuw. Als de jaren mij gegeven zijn, ga ik deze memoires op hoge leeftijd nog eens lezen. Drie maal is scheepsrecht, zeker bij Paustovski.

25 oktober 2019

Protest

Allerwegen wordt geprotesteerd tegen de (objectief gezien) halfslachtige milieumaatregelen van de regering - het Malieveld wordt omgeploegd, en snelwegen lamgelegd, maar het medelijden met de voortploeterende boer doet de aandacht afleiden van het werkelijke probleem: de aarde gaat in hoog tempo naar de kloten, en als we er niet heel snel iets aan doen is het in korte tijd afgelopen met het menselijk voortbestaan. De aarde komt er na ettelijke honderduizenden jaren wel weer bovenop, maar de mens zelf niet - die steekt in ruim honderd jaar de gehele olie- en gasvoorraad in de fik, eet milieu- en klimaatverwoestend voedsel en dat kan niet zonder gevolgen blijven. Jonathan Safran Foer schreef er een confronterend boek over, vol cijfers en weetjes, op het betweterige af. Maar zijn boodschap in Het klimaat zijn wij. De wereld redden begint bij het ontbijt is helder. Het is bijna te laat, en onze (klein)kinderen zullen het ons niet vergeven. We zitten nu nog in de ontkenningsfase: we wijzen vooral naar de ander (de boeren naar Schiphol, wij allen naar China), maar de feiten zijn niet te loochenen. Wij in het westen hebben per pesoon een twee keer zoveel zware ecologische voetafdruk als een Chinees, en vooral door ons westerlingen gebruiken we per jaar twee keer zoveel als de aarde opbrengt. Tja, dat gaat een keer flink fout. De boeren protesteren, maar wanneer we met zijn allen stoppen met het eten van dierlijke producten tot aan het diner, dan scheelt dat al enorm veel, betoogt Foer. Het kost vele boeren hun werk, maar het redt vele levens die straks uitdrogen of overstroomd raken. Ik schrijf deze weblog op een door elektriciteit gevoede laptop, en las de helft van het boek in een vliegtuig op 10 kilometer hoogte, dus ik ben geen haar beter dan de rest.

12 oktober 2019

Oud en nieuw

Zomaar opeens werd mij een boek aanbevolen van een een mij volledig onbekende schrijfster. De Turkse Elif Shafak schreef Liefde kent veertig regels in 2010 in het Engels, en het werd het jaar erop in het Nederlands vertaald. Inmiddels verschenen er al negen boeken van haar in het Nederlands, dus kennelijk heeft ze hier een trouwe schare fans. Deze roman begint wat chicklitterig (Amerikaanse vrouw van middelbare leeftijd, getrouwd, drie kinderen, haalt weinig bevrediging uit haar huwelijk, man gaat vreemd en kinderen vinden haar saai etc.) maar gelukkig is dat slechts een aanleiding om het echte verhaal in het boek te vertellen, over de dertiende-eeuwse soefistische derwisj Sjams, die in het Midden-Oosten als een profetische monnik rondwandelt. Zijn verhaal wordt vanuit verschillende perspectieven verteld, en zo lees je over een bonte oriëntaalse wereld waar na de kruistochten de tegenstellingen tussen de religies al scherp afgetekend waren. Een zwoele weelderige roman over een onbekende wereld - opvallend hoe de eigentijdse verhaallijn steeds irrelevanter wordt.

04 oktober 2019

Santé

Na de eerste twee boeken die ik vorige maand van Ap Dijksterhuis las (zie hier) een meer persoonlijk en herkenbaar boek over zijn passie voor wijn. In De merkwaardige psychologie van een wijndrinker reist Dijksterhuis de hele wereld rond om wijn te proeven en te kopen, en wie zelf wel eens bij wijnboeren langsgaat om te dégusteren en te kopen herkent veel van Dijksterhuis' observaties. Hij prikt graag door ingesleten aannames heen (Parker!) en staat tegelijkertijd na een diner met wijnarrangement lallend op het balkon van zijn hotelkamer. Ook voor de niet-kenner is dit een inzichtelijk en vermakelijk boek - al was het maar om zogenaamde wijnkenners te begrijpen of te ontmaskeren. Het boek is louter tweedehands na enig speurwerk op internet te koop; schenk jezelf een ruim glas en start de zoektocht!

20 september 2019

Bluf

Na zijn bejubelde 14 juli (zie hier) tegelijkertijd met de Wolkers-biografie ook de eerder verschenen roman van Éric Vuillard gelezen. De orde van de dag is bijkans nog overtuigender dan 14 juli. Twee momenten tijdens de vooroorlogse nazi-tijd staan centraal: een bijeenkomst in februari 1933 van 24 Duitse groot-industriëlen waar Göring en Hitler financiële steun afdwongen, en de dag van de annexatie van Oostenrijk door Duitsland, maart 1938. Ogenschijnlijk hadden deze twee gebeurtenissen niets met elkaar te maken, maar Vuillard koppelt ze aan elkaar door duidelijk te maken wat de nazi's de tegenstand hielp overwinnen: grootspraak, bluf, een grote bek. Iedereen kan wel denken dat het niet klopt, en door te zwijgen hopen dat de storm wel zal overwaaien, maar een grote bek en bluf overwint heel veel. Door op de juiste momenten 'nee' te zeggen hadden vele miljoenen levens gered kunnen worden. Dat is de harde boodschap van dit geweldige boek - Vuillard had minder dan 150 pagina's nodig voor deze harde boodschap, die dezer dagen nog flink ter harte genomen mag worden.

16 september 2019

Basaal

Pas toen ik met deze net aangeschafte biografie van Jan Wolkers naar huis fietste, werd mij de toevalligheid gewaar. Ik kocht dit boek bij boekhandel Van Rossum in de Beethovenstraat in Amsterdam-Zuid, gevestigd in een modern winkelpand tussen de Apollolaan en de Gerrit van der Veenstraat. Voorheen zat de boekhandel er schuin tegenover in een houten barak op een soort van inham/pleintje halverwege de Beethovenstraat waar nu bankjes staan. En het was vlak bij die plek waar ik voor de eerste en laatste keer Jan Wolkers zag, ergens eind 1989/begin 1990. Ik woonde toen nabij het Olympiaplein (mijn eerste adres in Amsterdam) en fietste talloze malen via de Beethovenstraat richting stad en terug. En in die Beethovenstraat stapte voor mijn neus opeens Jan Wolkers uit zijn 'hemelblauwe Volvo', samen met de twee jongens Bob en Tom - die waren toen een jaar of 8. Ik las Wolkers al sinds mijn 15e, en vond hem van de 'grote hoeveel-ook' de meest aansprekende. Ik stopte ermee rond mijn 25ste, sindsdien dus nooit meer iets van hem gelezen. De in 2017 verschenen biografie Het litteken van de dood. De biografie van Jan Wolkers stond sinds het verschijnen op mijn lijstje, en de ruim 1000 pagina's lezen als een trein. Onno Blom is Wolkers-adept, en werd door Wolkers zelf aangewezen als zijn biograaf. Nadeel: te dichtbij en te weinig objectief. Voordeel: alle hulp van weduwe Karina en toegang tot alle bronnen - het huis op Texel barst ervan. Het boek rammelt aan veel kanten: te gedetailleerd, teveel en-toen-en-toen, en ogenschijnlijk een ordening van Wolkers-citaten. Maar hoezeer dit alles gaandeweg ook begint te ergeren: je krijgt wel een perfect beeld wat voor mens Wolkers was. Een harde werker, getekend door zijn jeugd, de oorlog, en door de dood van zijn oudste broer en van zijn dochtertje. Zijn libido, werklust en bewondering voor het schone waren grandioos. Een prachtmens dus; ik ga hem herlezen.

11 september 2019

Bestorming

Een korte maar laaiend enthousiaste bespreking in Het Parool spoorde me aan het nieuwste boek van Éric Vuillard te kopen, over dé dag van de Franse Revolutie: 14 juli 1789. Het is een in 190 bladzijden geconcentreerde reconstructie van de aanloop naar en vooral van de gebeurtenissen die dag zelf. Die paar hoofdstukjes over de voedingsbodem doen je die uitbarsting van woede, geweld en vrijheidsdrang volledig begrijpen. Je zou eraan meedoen als je in de buurt was, zo beschrijft Vuillard het. Die Bastille moest en zou vallen, en Vuillard schrijft geen woord teveel (maar vanuit een prachtig wisselend perspectief) om die impuls van volkswoede gestalte te geven. Enfin, zo werkt revolutie!

30 augustus 2019

Geld en reizen

Ik lees ondertussen een 1100-pagina's dik boek (bespreking volgt) en ondertussen ook wat dunner werk. Binnen twee weken drie boeken; eerst achter elkaar twee boeken van de Nijmeegse hoogleraar Psychologie Ap Dijksterhuis, over geld en reizen. In Maakt geld gelukkig? Een ongemakkelijk antwoord analyseert hij de rol van het (willen) hebben van geld. Veel open deuren, maar wel gestaafd door wetenschappelijk onderzoek. En ik ken veel mensen (ook heel intelligente) die door de door Dijksterhuis genoemde financiële valkuilen ongelukkig zijn. Zijn conclusies worden gestaafd door Wie (niet) reist is gek, waarin Dijksterhuis meer persoonlijk te werk gaat: minder wetenschappelijk onderzoek, en meer persoonlijke ervaringen. Maar de boodschap is dezelfde: ervaringen maken je gelukkiger dan materieel bezit. En durf jezelf daarbij uit te dagen. Inderdaad. Ik moet snel weer weg. Niet waar naar ik al geweest ben, maar naar onbekende oorden die je even helemaal uit je comfort zone halen. Daar word je namelijk het meest gelukkig van. Gefronste wenkbrauwen...? Lees deze boekjes.

10 augustus 2019

33 jaar

In mei 1986 werd ik als arm student te Leiden lid van boekenclub Boek en Plaat, omdat je als nieuw lid gratis welkomstboeken kon aanschaffen. Eén daarvan was De Kapellekensbaan, dat als het belangrijkste werk van Louis Paul Boon werd (en wordt) beschouwd. Dat boek verhuisde in de afgelopen 33 jaar ettelijke keren met mij mee, aanschouwde vanuit zijn boekenkast vele kamers in Leiden en Amsterdam, maar ik las het nooit. Tot nu, of nauwkeuriger, tot afgelopen vier weken. Want zo lang deed ik erover om de 385 dichtbedrukte pagina's van deze roman uit 1953 te lezen. Het was een ware worsteling. Oschoon ik geen moment op het idee kwam het terug in de kast te zetten - ik móest het uitlezen - bleek het een stevige uitdaging. Boontje presenteert de lezer meerdere vertelperspectieven met hun eigen verhaal, die alle niet bepaald lineair zijn opgebouwd. Ik moet bekennen dat er vele hoofdstukken zijn die ik niet of nauwelijks begreep. Vooruit, ik snap de structuur en de hoofdlijn (internet legt het je gemakkelijk uit), maar de detaillering duizelt nog flink na. Het Vlaamse taalgebruik is weelderig en bloemrijk, maar die vorm zorgde ervoor dat de meeste pagina's de uit de zeeklei getrokken kaaskop-lezer als ik ben flink op de proef stelde. En tja, een boek mag dat doen, ook al weet ik nog niet wat ik ervan moet vinden. In elk geval staat het nu niet meer ongelezen in mijn boekenkast.

06 augustus 2019

Risk

Veel mensen lazen het, en ik kreeg aansporingen het ook te lezen. Dus vooruit. De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen van Bart van Loo is een fascinerend boek over met name de veertiende en vijftiende eeuw, waarin achtereenvolgens Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede, Karel de Stoute en Filips de Schone (deze laatste trouwens vader van Keizer Karel, vader van Filips II) een rijk bestierden dat zich op een gegeven moment uitstrekte van Zutphen tot de Franse Alpen, maar waarvan de kern zich enerzijds rondom Dijon en anderzijds in Gent en Brugge bevond. De Bourgondische familie speelde een soort van fysiek spelletje Risk met de Franse en Engelse koningshuizen, alsook met het opkomende Heilige Roomse Rijk van de Habsburgers, en niet te vergeten met de binnen de eigen gebieden niet altijd meegaande inwoners van Vlaanderen. Die wilden vooral wol verhandelen met de Engelsen. Er werd gevochten (we zitten midden in de Honderjarige oorlog), belegerd, uitgehuwelijkt en samengespannen. Het verhaal van de Bourgondiërs begint aan het begin van de vijfde eeuw, wanneer Vandalen en wie al niet de Rijn overstaken richting het westen, en eindigt met de val van Antwerpen in 1585 ergens aan het begin van de Tachtigjarige oorlog. Met Filips de Stoute (1342-1404) begint de opmars van de Bourgondiërs pas echt; Filips had zich ten doel gesteld een eigen rijk te stichten. Zijn nazaten waren niet altijd even handig in het beheer van zijn erfenis; de kansen in het spelletje Risk keerden voortdurend. Grappige rol van de Zwitsers opeens! Alsook dat Jeanne d'Arc door het verhaal raast. Van Loo beschrijft dit alles in vloeiend proza en biedt een schat aan details, zowel over veldslagen, huwelijksdiners, moordaanslagen en over de vele kunstwerken die in opdracht werden vervaardigd (en die Van Loo aanprijst om te bezichtigen). Je grijpt voortdurend naar de stambomen, tijdlijn en kaarten in het boek; het duizelt je soms van de namen en onderlinge relaties. Maar zo moet een rijk geschiedenisboek zijn: een werk om mee aan het werk te zijn. Het leven van de gewone landarbeider of stadsbewoner komt minder uitgebreid aan de orde (hadden die überhaupt door dat ze in de langste oorlog ever zaten?), maar daar gaat dit boek dan ook niet over. Een intrigerend relaas over een periode waar ik nog nooit iets over gelezen had. Waar Van Loo ook niet over schrijft, maar wie wel in dergelijke boeken?: dat heen en weer gereis, dagenlang op paarden door bosch en veldt zonder enig kompas, van herberg naar pleisterplaats: hoe ging dat? Zat Filips de Stoute op zijn tochten kippenbout te eten en troebel bier te drinken met een landloper aan zijn tafel? Dit boek vertelt er niet over, maar mijn gedachten gingen wel vaak naar zulke mogelijke situaties.

15 juli 2019

Samenloop

Sinds 2011 lees ik de Bijbel, gewoon van kaft tot kaft. Als nachtkastje-lectuur, zo voor 't slapen. Dat gaat niet snel; ik ben nu na een jaar of acht op zo'n 40%, bij de Psalmen. Onlangs dus het boek Job daaruit, en tegelijkertijd de briefwiseling van Stefan Zweig en Joseph Roth (zie hier), waarin Roths novelle Hoab (Job) veel aandacht en lof krijgt. Joseph Roth vertelt een moderne versie van het Job-thema, waarin de eenvoudige Russische Jood Mendel Singer op eigentijdse wijze bijna alles verliest, maar uiteindelijk ook weer het verloren gewaande terugkrijgt. Roth presenteert in zo'n 200 pagina's tevens een vroeg-twintigste-eeuwse geschiedenis, inclusief de overgang van oud naar modern en de weemoed die daarmee gepaard gaat. Het verschil met Radetzkymars (zie hier) is daarmee niet eens zo groot. Literair vakmanschap.

30 juni 2019

Ingekookt

Na de teleurstelling over De goede zoon van Rob van Essen was ik toe aan iets goeds. Dat weet je natuurlijk nooit helemaal zeker als je een nieuw boek ter hand pakt, maar ik had goede hoop dat de verhalenbundel Halleluja van Annelies Verbeke een geslaagd boek was. Via mijn werk bij de uitgeverij van de VU kwam ik eerder dit jaar met haar in contact en haar essay De taal van de wereld dat we bij de uitgeverij van haar hebben uitgegeven was van hoge kwaliteit. Een paar jaar geleden was haar roman Dertig dagen ook al zo bijzonder, zie hier de weblog ervan. En ja, Halleluja is een zeer fraaie bundel korte verhalen, waarin Verbeke het beschrijven van de handeling en de menselijke interactie tot de uiterste essentie terugbrengt. Je moet uiterst geconcentreerd lezen; als je een halve zin zonder aandacht zou lezen, loop je de kans een essentiële wending te missen. 15 verhalen over personages die het einde van ioets meemaken, maar waarbij dat einde soms ook een nieuw begin inluidt. Fraaie literatuur!

11 juni 2019

On the road

Ik ben bepaald geen hype-lezer, ook al ren ik heel af en toe naar de boekhandel wanneer schrijvers die me eerder overtuigden een nieuw boek het licht laten zien. Dat gebeurde me onlangs nog met Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer, zie hier mijn weblog over dat grandioze boek. Die roman delfde bij de Librisprijs niettemin het onderspit tegen De goede zoon van de mij volstrekt onbekende Rob van Essen. Ik kocht het, las het, en pas daarna de vele lovende recensies. Die deden me aan mezelf twijfelen, want ofschoon een vloeiend verhaal: ik vond het geen geslaagd boek. De recensies loven de meerdere lagen in het boek die een fraaie symbiose zouden vormen, maar ik kon er juist geen touw aan vastknopen. De ik-figuur verwerkt het verlies van zijn overleden moeder, blikt terug op zijn verleden, en bevindt zich vervolgens in een zelfsturende auto die uiterst empathisch blijkt te zijn. De ik-figuur is desondanks een pion in een schaakspel van criminelen, maar waar dit alles toe leidt? Ik miste juist het cement tussen die verschillende delen, waar Pfeijffer dat juist wél geweldig voor elkaar kreeg, met veel meer levendigheid en humor beschreven bovendien. Ok, vooruit, het gedeelte waar de archiefmedewerkers het studentenhuis als een schaakbord bespieden: leuke vondst. Maar verder teveel details die er niet toe doen - het autoreizen duurt soms echt veel te lang. Waar bij Pfeijffer iedere pagina ertoe deed, had ik bij Van Essen dat er teveel pagina's weggelaten hadden kunnen worden.

08 juni 2019

Onderspit

Ruim twee jaar gelden begon ik tijdens een vlucht van Kuala Lumpur naar Hong Kong (of op de terugweg, dat weet ik niet meer) aan het eerste deel van de Cicero-trilogie van Robert Harris. (Zie hier de weblog van dat eerste deel). Afgelopen najaar het tweede deel (zie hier) en nu dan het slotdeel Dictator, waarin je als lezer getuige bent van het einde van de Romeinse Republiek op het moment dat Caesar de macht grijpt en de Senaat buitenspel zet. Cicero is steeds op de vlucht, want zijn rechtlijnige oordelen worden als te bedreigend ervaren. Hij is getuige van de moord op Caesar in 44 voor v Chr en even gloort er hoop op herstel van zijn reputatie. Maar de jongeling Octavianus (de latere keizer Augustus) die hij aanvankelijk op weg helpt, tekent zijn doodvonnis. Ik schreef het al eerder: Harris verhaalt alsof het allemaal zo gebeurd zou kunnen zijn; je twijfelt er tijdens het lezen geen moment aan, eigenlijk. Weinig boeken die de oude geschiedenis zo tot leven wekken.

05 juni 2019

Kessel

Eén van de meest indringende boeken over de Tweede Wereldoorlog is dat van Anthony Beevor over Stalingrad. Ik las het jaren voordat ik deze weblog startte. De strijd om deze stad aan de Wolga (nu: Wolgograd) is berucht en huiveringwekkend. Het Duitse Zesde leger trok op richting de olievelden en dacht en passant de stad in te nemen genoemd naar de Sovjet-baas. Het werd het begin van het einde; in militair opzicht was er in 1942 eigenlijk al geen houden meer aan, maar in moreel opzicht wist Duitsland pas door Stalingrad dat het keerpunt gekomen was. Bij toeval stuitte ik op een boek dat meteen een hoogtepunt in de oorlogsliteratuur vormt. Heinrich Gerlach was Duits soldaat en maakte het beleg, de omsingeling en overgave bij Stalingrad tijdens de winter van '42-'43 mee, ging in krijgsgevangenschap en keerde in 1950 terug naar Duitsland. Op zich al een wonder, want van de ongeveer 200.000 Duitse en gelieerde soldaten van het Zesde Leger die in november 1942 door de Russen werden omsingeld, keerden uiteindelijk slechts enkele duizenden levend terug naar het na-oorlogse Duitsland. Tijdens zijn krijgsgevangenschap (hij ging van kamp naar kamp) schreef hij een 'roman' over de maanden van het beleg tot aan de overgave, en sprak tijdens dat krijgsgevangenschap met vele medesoldaten en -officieren om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen. Gerlach is één van de hoofdpersonen in de roman, maar voor gebeurtenissen waar die hoofdpersoon niet aanwezig is baseerde Gerlach zich op die verhalen van mede-krijgsgevangenen. Bij zijn vrijlating werd het manuscript Gerlach ontnomen - terug in Duitsland ging hij in therapie bij een helderziende om het verhaal opnieuw te kunnen schrijven. Het verscheen eind jaren vijftig, en werd een bestseller. Gerlach werd leraar aan een middelbare school nabij Hannover, en overleed in 1991. Pas enkele jaren geleden kwam het oorspronkelijke manuscript van Gerlach uit een KGB-archief. Doorbraak bij Stalingrad is de vertaling van de oorspronkelijke 'roman' die Gerlach in krijgsgevangenschgap schreef - het is een huiveringwekkend boek dat de verschrikkingen van het oorlogsfront in die ijskoude Russiche winter genadeloos beschrijft, uit de eerste hand. Daar kan geen geschiedenisboek tegenop.

16 mei 2019

Boekenweek 2019

Het boekenweekgeschenk zit in een dip. Het geschenk van vorig jaar, geschreven door Griet op de Beeck was bepaald slecht (zie hier), dat van Herman Koch het jaar ervoor een gemiddeld hap-slik-weg-verhaal (zie hier) en dit jaar is het niet anders. Ik schrijf deze weblog over Jas van belofte van Jan Siebelink een week of drie nadat ik het las, en ik kan me er nu reeds weinig van herinneren. Een oude man gaat dood, en blikt terug, met name zijn roman in wording hield hem bezig. Maar de sprongen in tijd zijn enorm; duidelijk een geval van teveel willen vertellen in de opgelegde beperkte omvang. Misschien moet de CPNB het boekenweekgeschenk-concept omdraaien. Niet een gevestigd schrijver vragen zichzelf trachten te evenaren, maar een wedstrijd houden onder debutanten. En daaruit kiest een jury het beste verhaal. Veel spannender dan wat we de afgelopen jaren gratis meekregen.

12 mei 2019

Veel

In het nawoord schrijft Marita Mathijsen over het onderwerp van haar biografie: 'Toen ik in Amsterdam Nederlands ging studeren, leerde ik de schrijver Jacob van Lennep vooral kennen als de schurk die Multatuli gecensureerd had.' Bij mij gebeurde precies hetzelfde, alleen dan in Leiden. Mijn ouders hadden (en hebben) zijn roman Ferdinand Huyck in de kast staan, maar die roman las ik nooit. Ik leerde Van Lennep (1802-1868) beter kennen door het door Marita Mathijsen en Geert Mak in modern Nederlands hertaalde De zomer van 1823. Lopen met Van Lennep. Dagboek van zijn voetreis door Nederland, dat ik begin 2001 las. Nu dan zijn biografie: Jacob van Lennep. Een bezielde schavuit, en dat is zo'n boek waarvan je geen genoeg krijgt. Mathijsen schrijft vloeiend en persoonlijk, gunt zichzelf ironische toespelingen, en biedt een fraai beeld van de negentiende eeuw. Maar bovenal was Jacob van Lennep een leuke man, die wel hield van een grap en een grol, bepaald niet rechtlijnig was in de huwelijkse leer, en daarnaast een onvoorstelbare werkdrift tentoonspreidde. Hij schreef onvoorstelbaar veel (toneelwerk, gedichten, romans, geschiedenissen - in totaal bijna 60.000 pagina's drukwerk...), bezorgde de eerste volledige uitgave van het werk van Vondel, en deed dit allemaal naast zijn reguliere werk als rijksadvocaat. Hij zat in ontelbare commissies, was een termijn lang lid van de Tweede Kamer, voorkwam dat de Ridderzaal werd afgebroken, was de drijvende kracht achter de aanleg van de duinwaterleiding naar Amsterdam, legde de basis voor de bouw van het Rijksmuseum en zorgde ervoor dat Vondel zijn standbeeld kreeg in het park dat daarna diens naam zou dragen. Armlastige vrienden, zoals Gerrit van de Linde (De Schoolmeester) hielp hij zonder baatzucht. En vanuit zijn eigen perspectief ook Eduard Douwes Dekker, ook al keek mijn universitair docent Moderne Letterkunde in Leiden daar ruim dertig jaar geleden anders tegenaan. Van Lennep leefde een rijk en gevarieerd leven, en Mathijsen schreef er een prachtig boek over. Grappige afbeelding van het briefje van Van Lennep aan zijn uitgever, van wie hij van te corrigeerde proeven een blad miste. Amice! Blad élf! blad 11!! XI!!! VL. Vooruit, hieronder de enige bekende foto van Van Lennep (als je erop klikt wordt hij groter, en daarna nog een keer):

29 april 2019

Tegenstellingen

Ik lees niet veel boeken, maar wel goede dikke die tijd vergen. Inmiddels al een dikkerd hierna uitgelezen, maar daarvoor Het rood en het zwart, de klassieke roman uit 1830 van Stendhal dat hij de ondertitel Kroniek van 1830 meegaf. De roman verhaalt over de jonge Julien, die als buitenbeentje het ouderlijk huis ontvlucht, gouverneur wordt in het huis van de burgemeester in het plattelandsdorpje in de Franche-Comté, en tegelijk voorbestemd is priester te worden. Maar zijn jonge bloed gaat waar het niet gaan kan. Hij weet te ontvluchten en via via komt hij in de hoge kringen in Parijs terecht waar een vergelijkbare geschiedenis zich ontvouwt. Aan het einde komen beide verhalen tezamen, wat de ondergang van Julien betekent. Het rood (de vurige soldaat) en het zwart (de vrome priester) is een geweldige roman van tegenstellingen: tussen arm en rijk, het platteland en Parijs, geestelijkheid en aardse verleidingen, geconditioneerd gedrag en het onconventionele. En over het niet kunnen kiezen daartussen. Tegelijkertijd geeft Stendhal een prachtige inkijk in het leven van 1830 waar de grootse daden van Napoleon nog naijlen, en waar de kleinburgerlijkheid, zowel op het platteland als in de Parijse salons, alomtegenwoordig is. Het is bepaald geen pageturner, maar een roman vol rijkdom.

17 maart 2019

Toen en nu

Voordat ik aan Tsjaikovksistraat 40 begon, het boek dat zijn doorbraak betekende, las ik al twee eerdere romans van Pieter Waterdrinker: Poubelle (zie hier) en Duitse bruiloft (hier). Tsjaikovskistraat 40 is een uitermate onderhoudend, leerzaam en bont boek, dat meer een autobiografische schets dan een roman is. Waterdrinker vertelt hoe hij in de jaren 80 in de Sovjet-Unie verzeild raakte, er later weer terugkeerde, zijn geliefde vond en er ging wonen - maar tussentijds ook weer naar Nederland terugkeerde. Een te schrijven boek over 100 jaar Russische revolutie vormt aanleiding om daarover en over vele andere ijkpunten uit de Russische geschiedenis te vertellen. Het is de kracht en tegelijkertijd de zwakte van het boek: Waterdrinker verbindt heden aan verleden, en dat boeit. Maar hij vliegt ook soms ongecontroleerd van hot naar her; de schrijfstijl en structuur zijn ondergeschikt aan de drang om alles te willen vertellen. Waterdrinker is een geëngageerd auteur, maar met Tsjaikovskistraat 40 wilde hij allemaal net iets te veel. Een lezenswaardig boek is het alleszins, maar het is inhoudelijk te overdadig en stilistisch te ongepolijst.

04 maart 2019

Breukvlak

Van Stefan Zweig las ik eerder alleen diens Schaaknovelle (hier) en zijn memoires De wereld van gisteren (hier); beide superieure vertellingen. Er is veel meer van Zweig, en tijdens het lezen van de brievenbundel van Zweig met Joseph Roth (hier) nam ik mij voor stellig meer van beiden te lezen. Reis naar het verleden is eveneens een novelle, nog geen 80 pagina's, maar waarin zoveel gezegd en niet-gezegd wordt; daar kunnen vele hedendaagse schrijvers een punt aan zuigen! Een jongeling wordt verliefd op de vrouw van zijn baas en weldoener, maar door de Eerste Wereldoorlog worden ze jarenlang van elkaar gescheiden. Bij terugkeer nemen ze voor hun liefde te consumeren, maar de nieuwe duistere werkelijkheid ontneemt hun op het allerlaatste moment de lust. Zweig schrijft nauwkeurig, gebalanceerd, en vooral ook mooi, artistiek. Een parel deze novelle, waarvan het manuscript pas ver na zijn dood in een archief opdook.

26 februari 2019

Goelag

In de posts hiervoor schreef ik dat ik van collega's drie boeken cadeau kreeg. Twee ervan beschreef ik reeds, en nu de derde en laatste, eveneens een boek waar ik nog niet van had gehoord, maar dat gelezen dient te worden. In Zulajka opent haar ogen beschrijft de Russische schrijfster Guzel Jachina een uit haar eigen familie opgediept verhaal van een koelakkenfamilie die rond 1930 door een verordening van Stalin met vele andere families wordt onteigend, deels vermoord en voor de rest op transport naar Siberië wordt gesteld. Na vele maanden wordt de door alle ontberingen flink uitgedunde groep in de 'middle of nowhere' aan zijn lot overgelaten. Jachina maakt er uiteindelijk een hoopvol eindigend verhaal van, maar tussen de regels door is het leed niet te beschrijven. Met dit boek probeerde ze een stem te geven aan de nog ontelbare onuitgesproken familiegeschiedenissen waar Rusland vol mee is. Als er ergens een land is met een onverwerkt verleden... Een rijk boek!

17 februari 2019

Geld

Van zowel Joseph Roth en Stefan Zweig las ik twee boeken. Radetzkymars (zie hier) en Hotel Savoy (hier) van Roth en De wereld van gisteren (hier) en Schaaknovelle (hier) van Zweig. Essentiële boeken. En nu verscheen opeens een ruim 400-pagina's dikke privé-domein met hun briefwisseling! Elke vriendschap met mij is verderfelijk. Brieven 1927-1938 is een weemoedig stemmende bundel brieven van vooral Joseph Roth aan Stefan Zweig. Zweig was een secure, nette man; Roth een rommelaar - vandaar dat de brieven van Roth bewaard gebleven zijn, en die van Zweig grotendeels verloren gingen. Beiden waren jood, publiceerden en verdienden veel in Duitsland, en raakten dat opeens kwijt toen Hitler in 1933 de macht overnam. Zweig bleef nog een poosje in Oostenrijk, en dacht dat het allemaal wel mee zou vallen. Roth zat vooral in Parijs en zag al meteen dat het fout zou lopen. Roth klaagt vooral over zijn geldzorgen - hij onderhield meerdere mensen en was alcoholicus. Zweig zag in Roth een gelijkgestemde, voorzag hem van geld, maar vertelde hem uiteindelijk ook de waarheid omtrent zijn destructieve gedrag. Prachtige brieven, vol vriendschap en eerlijkheid. En dat aan de vooravond van de holocaust die beiden ontkwamen, maar ook niet overleefden.
Op het omslag de enige foto die van beide giganten samen is gemaakt - in 1936 op een terras in Oostende.

03 februari 2019

Toerisme

Het nieuwe leesjaar verrukkelijk begonnen met Grand Hotel Europa, de nieuwste roman van Ilja Leonard Pfeijffer. Sinds het in december j.l. verscheen staat het bovenaan de bestsellerlijst - niet minder dan terecht. In de vele recensies die je op internet over dit boek kunt vinden, schieten de superlatieven tekort. En ja, ook die zijn terecht. Pfeijffer leverde een barokke roman af, dat overloopt van inzichten, drama, humor en waarschuwingen. Dit is niet de plek om die allemaal te duiden; daarvoor is het boek te rijk en ook: te weelderig. Soms is de eenvoud van uitdrukking uiterst kunstzinnig en verheven, maar ik denk dat er nooit eerder zo'n uit zijn oevers tredende roman in het Nederlandse taalgebied is geschreven. En hoe lekker om zoiets te lezen! Geen roman is allesomvattend, maar Pfeijffer typeert de huidige tijdgeest redelijk geslaagd met dit bonte 'spektakelstuk' (zoals een recensent dit boek typeerde). Het boek bevat vele verrukkelijke scènes, zoals de dobberende Chinezen in Giethoorn, het gesprek met de Amsterdamse gemeenteambtenaar en de onthulling van de Swarovski-verlichting in de lobby van het hotel. Het boek is bepaald geen pageturner, juist omdat er op bijkans iedere pagina zoveel krachtigs staat. Het tekent de grootsheid van deze roman!

21 januari 2019

Uitgeven

Ik werk sinds 1991 in 'de uitgeverij' - tot 2005 in vaste dienst bij een bekende kinderboekenuitgeverij, en vervolgens bij twee bekende educatieve uitgeverijen, en sindsdien als freelancer bij zowat alle andere educatieve uitgeverijen. En ook een paar wetenschappelijke. Enfin, ik ken het uitgeefvak best goed, en smulde vele jaren her - nog voor ik in 2006 deze weblog startte - van Jeroen Brouwers' Feuilletons deel 2 met de kostelijke titel Extra Edietzie, waarin hij de vloer aanveegt met snelle jongen Ronald Dietz, die zijn nieuwe uitgever werd toen Brouwers nog bij De Arbeiderspers zat. Ik had half december de reguliere en mentaal-beroepsmatig-noodzakelijke uitgevers-onder-elkaar lunch met mijn Vlaamse counterpart, die zoals het uitgevers-onder-elkaar betaamt begint rond koffietijd en minimaal tot dinertijd voortgaat; relationele of familiaire verplichtingen dwingen ons telkens nog voor het diner op te breken - als het aan ons uitgevers lag zaten we er steevast tot sluitingstijd. Enfin, we spraken de laatste keer over het klassieke, ware uitgeverschap, en toen herinnerde ik mij dit sublieme boekwerk van Jeroen Brouwers, dat au fond tot de verplichte leeslijst voor aankomende (en vele huidige) uitgevers dient te behoren. Mijn tafelgenoot kende het boekwerk niet (het zij hem vergeven), ofschoon hij van nature dagelijks de les die Brouwers in dit boek leert in praktijk brengt. Maar ik beloofde hem een exemplaar cadeau te doen, welke belofte bij onze aankomende lunch ingelost wordt. Ik herlas het onlangs met oneindig genoegen. Het is Brouwers op zijn grootst, en ook voor niet-uitgevers kostelijk en verontrustend leesvoer.

20 januari 2019

Woestijn

Het tweede boek dat ik van mijn collega's kreeg dateert al van 2001, en kende reeds 17 drukken. Ik had nog nooit van Ton van der Lee gehoord, en ook niet van Solitaire. Een thuis in de Namibische woestijn, dat een bestseller is geweest. Van der Lee was een succesvol filmmaker, liet huis en haard, en vooral het gejaagde westerse bestaan achter om rust en ruimte te vinden. Er zit een vleugje midlifecrisis-gevoel bij, alsook wat zweverigs (één worden met de aarde etc.), maar het is een opvallend goed geschreven boek over hoe hij in de woestijn van Namibië een nieuw bestaan opbouwt. Eind jaren negentig was Namibië nog pas kort onafhankelijk van Zuid-Afrika, waar de blanke regeringen het land als veiligheidsbuffer tegen Angola bezet hielden. Van der Lee vindt een stek op een kruispunt van twee wegen waar enkele huizen en een leeg kerkje staan, en transformeert dat tot een toeristische pleisterplaats - wat dus meteen ook de ondergang van de onderneming inluidt. Tussendoor maakt hij mooie reizen in het land en maakt hij duidelijk hoe het oprukkende toerisme tot enorme maatschappelijke veranderingen leiden. Alleen al het feit dat twee Europese vliegtuigmaatschappijen besluiten charters op Windhoek te laten vliegen....! Een boek dat je in korte tijd uitleest. Tenslotte: als je in Google Maps Solitaire intikt en je naar Namibië navigeert, en vervolgens wat inzoomt, dan zie je dat er nog steeds een Café Van der Lee moet zijn.

01 januari 2019

Conflict

Ik had onlangs enkele collega's te eten en ze gaven mij drie boeken. Uiterst gevaarlijk om aan een lezer boeken cadeau te doen, maar deze weblog hielp kennelijk: ik kende er geeneen! Enfin, allereerst Ali en Nino, een ergens rond 1930 geschreven liefdesroman, waarvan de persoon achter het pseudoniem Kurban Said nooit helemaal duidelijk is geworden. Zie hier de engelstalige wikipedia-pagina over de roman, vol met theorieën over wie de auteur kan zijn geweest. Het is - zeker gezien de tijd waarin het geschreven werd - een opzienbarende roman. Het Romeo- en Julia-thema is verplaatst naar de Kaukasus tussen 1913 en 1918, waarin zowel de Eerste Wereldoorlog als de Russische Revolutie een stempel drukken op de relatie tussen de moslim Ali en de christelijke Nino. Meer belangrijk echter is hun religieuze en culturele achtergrond, die hun onvoorwaardelijke liefde weliswaar niet in de weg staan, maar het er allemaal niet gemakkelijker op maken. De kracht van het boek ligt in de verhalen die ze elkaar vertellen, met name door Ali aan Nino; hij immers is de ik-persoon van de roman. Die verhalen gaan over tradities, normen en waarden en de oprukkende moderne tijd die aan de stoelpoten ervan zaagt. De Kaukasus was altijd al een broeinest van gedoe, lees ook Hajib Moerat van Tolstoj dat ik voor dit boek las (zie hier), en deze roman maakt dat allemaal uiterst voelbaar. Je hebt tijdens het lezen voortdurend de neiging een landkaart van de regio rond Bakoe erbij te pakken - wat weten we eigenlijk toch weinig van dat interessante gebied!

29 december 2018

Rijp

Ruim twee jaar geleden las ik het eerste deel van de verzamelde werrken van L.N. Tolstoj uit de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot. Zie hier de weblog erover. Nu de Verzamelde werken deel 2 waarin verhalen en novellen uit de periode 1863-1910. Dit deel bevat enkele onbetwiste meesterwerken waarvan je het lezen nooit meer vergeet. Zoals je soms bij een uitzicht of wolkenpartij je ogen niet gelooft of bij een bepaald muziekstuk je oren, zo had ik iets vergelijkbaars bij het lezen van De dood van Ivan Iljitsj. Het begint als een doorsnee-Russisch verhaal van een georganiseerd huwelijk, dat al snel een ongelukig huwelijk blijkt. Maar dan valt Iwan bij het ophangen van gordijnen van een trapje en begint zijn lichamelijke aftakeling. Hij heeft overduidelijk kanker, maar geen dokter die die diagnose stelt. De hoofdpersoon maakt alle mentale fasen door die een mens schijnt door te maken als het te vroege einde zich onherroepelijk aandient. Ik las na afloop op internet dat er medische opleidingen zijn die dit verhaal verplicht stellen aan studenten: alleen zo weten ze wat patiënten psychisch doorstaan wanneer hun lichaam het langzaamaan begeeft. En Tolstoj schreef dit rond 1885! Onwaarschijnlijk en onbegrijpelijk goede literatuur. De Kreutzersonate en Hadzji Moerat zijn eveneens grandioos; totaal verschillend van aard maar wat een kracht en finesse spat er van de pagina's. In zijn laatste jaren - hij overleed in 1910 en maakte dus de (mislukte) eerste revolutiepoging in 1905 mee - schrijft hij verhalen die het standsverschil, de armoede en de noodzaak tot opstand en politieke hervormingen in zich dragen. Ik heb weinig óver Tolstoj gelezen, maar van alle grote schrijvende Russen is hij toch wel de meest geëngageerde. Ik heb nog lang niet alles van hem gelezen, dus lucky me!
Meer Leeslog in eerdere maanden - zie de 'archives' in de rechterkolom.