16 september 2018

Cadeau

Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig keek ik als tiener veel televisie, en wekelijks naar Sonja op... en op die puntjes de weekdag waarop de Vara uitzond. Sonja op maandag t/m zaterdag - of er ook een Sonja op zondag was waag ik te betwijfelen. Enfin, de talkshow van Sonja Barend was wekelijkse vaste prik, ook al ergerden we ons aan haar interrupties tijdens de interviews (en bestond het woord talkshow nog niet). Ik kijk al jaren geen tv meer, dus ik kan geen vergelijking maken met de huidige latenight-talkshows die strijden om de gunst van de kijker. Ik ben jaren geleden afgehaakt omdat BN'ers BN'ers ontvangen en andersom. Dat was bij Sonja Barend wel anders - zij ontving gewone Nederlanders met een persoonlijk verhaal. Ik kocht haar vorig jaar verschenen boek Je ziet mij nooit meer terug als cadeau voor mijn moeder; zij zou dit vast graag lezen. Inderdaad: ze had het al gelezen. Dus ik nam het mee terug naar huis en las het nu zelf een klein jaar nadat ik het kocht. Het is een uitermate fraai boek waarin haar tv-carrière nauwelijks aan bod komt. Centraal staat de oorlog, waarin haar joodse vader werd weggevoerd, en haar niet-joodse moeder daarin een onopgehelderde rol speelde. De titel van het boek waren de laatste woorden die haar vader uitsprak toen hij uit huis werd gehaald. Het boek is een prachtig document over hoe de oorlog nog steeds zijn sporen nalaat - de grote getallen zijn evenzovele persoonlijke drama's. En dat maakt ze fraai en integer helder. BN'ers die (onbezoldigd) goede boeken schrijven zijn het beste medicijn tegen BN'ers op (gesubsidieerde) televisie die elkaar napraten.

14 september 2018

Raj's vrouw

Ruim een maand geleden las ik Een onberispelijke man van de Engelse schrijfster Jane Gardam (zie hier de weblog), en ik kondigde al aan dat de vervolgdelen hier snel zouden volgen. Een trouwe vrouw (oorspronkelijke Engelse titel: The Man in the Wooden Hat) is een even fraaie roman als zijn voorganger - het concentreert zich op een deel van het verhaal uit het voorafgaande boek, maar grotendeels vanuit het perspectief van Edward Feathers vrouw Elisabeth. De wijze waarop hij haar ten huwelijk vraagt, haar verhouding met zijn aartsvijand Tony Veneering, de Engelse kijk op het koloniale Hong Kong en de relatie met het moederland: het is allemaal vanuit upperclass-Engels perspectief beschreven, zonder dit te romantiseren. Ik mis weliswaar de dwingende verplettering in zowel dit boek als zijn voorganger, maar het zijn onmiskenbaar prachtige romans die in de hedendaagse Nederlandse letterkunde zeldzaam zijn. Het laatste deel van deze romancyclus volgt ongetwijfeld binnenkort.

11 september 2018

Vakantie

Nog voordat ik in 2005 deze leeslog startte las ik van Hans Maarten van den Brink het mooie Over het water. Sindsdien niks meer, totdat ik onlangs een goede recensie las over zijn nieuwe verhalenbundel Het ontbijtbuffet. 13 korte verhalen, alles bij elkaar nog geen 190 pagina's. Maar zeer lezenswaardig en fraai. In alle verhalen zijn de hoofdpersonen op reis, in het buitenland, op vakantie, en in alle verhalen is het allemaal een beetje ongemakkelijk, soms zelfs ronduit wrang. Het is verleidelijk enkele verhalen na te vertellen, maar dat zou de pret bederven. Lees deze mooie bundel, fraai serene verhalen als rijpe vruchten.

09 september 2018

Rot

Nederland staat steevast hoog op de lijst van minst corrupte landen ter wereld. Dat er desondanks een hoop mis is beschrijft onderzoeksjournalist Bart de Koning in het pas verschenen boek Vriendjespolitiek. Fraude en corruptie in Nederland. Het is een onthullend boek, waarin De Koning verschillende soorten corruptie beschrijft alsook een aantal sectoren in de samenleving die gevoelig zijn hiervoor: politiek, defensie, kartels, vastgoed, grote beursgenoteerde bedrijven, en de accountants, advocaten en notarissen. Je hebt de individuele zonnekoningen als Jos van Rey, Hubert Möllenkamp (de Maserati-man), provinciebestuurder Ton Hooijmaijers en bedrijvendokter Joep van den Nieuwenhuijzen. Maar er zijn ook de verrotte bedrijfsculturen zoals bij Ahold, de Rabobank en - zoals vorige week bleek - de ING Bank. Opvallend veel VVD'ers passeren de revue: van Robin Linschoten tot oud-voorzitter Henry Keizer. De partij van de strenge regels neemt het zelf het minst nauw met die regels. Foute advocaten, accountants en notarissen helpen al die corrupte lieden om hun duistere zaakjes geregeld en goedgekeurd te krijgen. Het vertrouwen van de gewone burger in rechtsstaat, politiek en dedemocratie loopt hierbij een flinke deuk op, en dat is op termijn zowel maatschappelijk als economisch bijzonder gevaarlijk. Goede onderzoeksjournalistiek en voldoende menskracht bij o.a. de FIOD blijven de beste wapens tegen corruptie. Een vlotlezend overzichtswerk.

30 augustus 2018

Stel dat...

Voor mijn verjaardag kreeg ik Leven na leven, een wat betreft opzet en structuur unieke roman. Ik had nog nooit van de Engelse schrijfster Kate Atkinson gehoord, maar ze behoort nu reeds tot mijn favoriete auteurs. Want dit is in vele opzichten werkelijk een grandioze roman. Het is au fond een prachtige Engelse roman waarin een familiekroniek gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw centraal staat. Ofwel waarin het oude klassieke feodale Engeland door twee wereldoorlogen verscheurd en weggebombardeerd wordt. Maar waarin Atkinson tegelijkertijd een ogenschijnlijk eenvoudig literair experiment, maar in de uitwerking pijnlijk-treffende techniek toepast: het beschrijven van dezelfde situaties en handelingen, met een verschillende afloop. Toevalligheden, hoe logisch ook, zorgen voor volledig andere wendingen - dood en leven zijn zo nauw verwant. Je leest meerdere keren dezelfde situaties, maar toch ook steeds als nieuw. Werkelijk prachtig gedaan, en dat alles in een kalm tempo. Atkinson heeft die ruim 500 pagina's nodig om die bonte familie (dochter Ursula, haar uit elkaar groeiende ouders, die gekke tante en broers en zus), het rustieke plattelandsleven en de verwoestende bomardementen op Londen in 1940-1941 het volle pond te geven, maar het kon ook niet minder. Een meesterwerk.

27 augustus 2018

Oorlog

De Tweede Wereldoorlog blijft een bron van literaire inspiratie. De boekendief is een roman uit 2007, kende in de Nederlandse vertaling al ruim 35 drukken, en toch had ik er nog niet eerder van gehoord totdat ik het onlangs cadeau kreeg. Het is een door de Australische schrijver Markus Zusak (Oostenrijkse vader, Duitse moeder) breed opgezette roman waarin de Dood de verteller is, en dat zich afspeelt vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog in een voorstad van München. Hoofdpersoon is het meisje Liesel dat door haar moeder wordt afgestaan - niet duidelijk is waarom, maar je kunt er je gedachten bij vormen. Liesel is aanvankelijk onderontwikkeld, maar leert zichzelf lezen en is gefascineerd door boeken. Enfin, de oorlog breekt uit, en Zusak beschrijft een fraai, invoelbaar beeld van het dagelijks leven aan de 'foute' kant van de oorlog. Dat vooral maakt deze roman zeer lezenswaardig; hierna volgt een roman aan de 'goede' andere kant, maar wat was eigenlijk het verschil? Korte hoofdtukken, perspectiefwisselingen, vloeiende beschrijvingen: het boek leest als een trein. Origineel en goed gedaan!

25 augustus 2018

Droom

Af en toe een erkend meesterwerk uit de wereldliteratuur: goed ter vergelijking en goed voor het aanzicht van de boekenkast. Via Murakami (zie hier) kwam ik op De grote Gatsby, in de jaren twintig van de vorige eeuw geschreven door F. Scott Fitzgerald, alom geprezen als één van de grootste Amerikaanse romans. Het is op zijn zachtst gezegd een eigenaardige roman, net 200 pagina's dik en vol schimmigheid en afstandelijke dialogen. Er wordt veel gesuggereerd, en daarom dwingt het boek je aandacht goed vast te houden. Je mist anders essentiële gebeurtenissen. Ik geef hier verder geen samenvatting - er is een gedegen wikipediapagina inclusief analyse over deze roman (zie hier). Intrigerend boek, ook al houd ik meer van meeslepender vertellingen.

19 augustus 2018

Donbass

Zijn vorig jaar verschenen Tsjaikovskistraat 40 is een enorm succes; iedereen schijnt het te lezen. Maar ik las op de literatuurblog Tzum een wat gematigde recensie over deze laatstre roman van Pieter Waterdrinker, terwijl in dezelfde bespreking werd verwezen naar het volgens de recensent wél indrukwekkende Poubelle. Enfin, dat dus maar eerst gekocht en gelezen, en het moet gezegd: het is een zeer lezenswaardige roman. Een zeer politieke, waarin de ramp met de MH17, het conflict in de Oekraïne en de wijze waarop het westen en het oosten daar anders tegenaan kijken centraal staan. Wessel Stols is de hoofdpersoon van deze roman, lid van het europarlement, columnist en schrijver in de dop. Zijn idealen brengen hem overal, maar vooral ook naar veel teleurstellingen en mislukkingen. Het duurt nogal wat pagina's voordat Stols in Rusland en Oekraïne terechtkomt, en dat is eigenlijk wat dit boek niet helemaal geslaagd maakt: het had een kwart korter gekund. Want uiteindelijk gaat het om Rusland, de Oekraïne, de beleving van het conflict aan beide zijden van het front en over de rol van de media daarin. De lange monologen van Poubelle zelf vormen de kern van het verhaal. Het gaat niet zozeer om wie gelijk heeft, of het recht aan zijn kant heeft staan, maar over hoe de gebeurtenissen geïnterpreteerd worden door overheden, straatvechters met commerciële belangen, media en de gewone burger. Het boek leest als een trein, dus ondanks die iets te overdadige garnering een zeer goede roman. Knap hoor, om zo snel na die MH17-ramp, de oorlog in het oostelijk deel van de Oekraïne en Ruslands annexatie van de Krim een roman te schrijven waarin die gebeurtenissen zo organisch centraal staan.

15 augustus 2018

Tegenstelling

Het was een tijdje uitverkocht, maar nu is er een herdruk verschenen van Het grote baggerboek, de in 2004 door Ilja Leonard Pfeijffer geschreven roman die blijkens de besprekingen op internet zowel geprezen als verguisd wordt. You love or hate it, een tussenweg lijkt er niet te bestaan. Ik heb me er kostelijk mee vermaakt, het is een verrukkelijk boekje vol tegenstellingen. Er zijn twee hoofdpersonen die ieder hun verhaal vertellen: de klinische psychiater die in bureaucratisch-wetenschappelijke taal de behandeling van zijn patiënt beschrijft, en dat van de patiënt zelf die in platvloerse spreektaal vol foutieve constructies over het uit de hand gelopen baggerproject in Kamelistan vertelt. Taalmasturbatie, pronken met eruditie, superieure vuilbekkerij: het zijn wat termen die je over dit boek leest. Dichterlijke vrijheid geldt zeker ook voor romanciers, en Pfeijffer heeft zich hier eventjes helemaal uitgeleefd. Het is zeker geen ultiem meesterwerk, maar wel een kostelijk kotsen-poep-pies-neuken-scheten-etcetera-verhaal vol foute volzinnen om je vingers bij af te likken.

14 augustus 2018

Raj orphan

Gelukkig pikken vrienden en vriendinnen boekentips op van tv en andere media die ik volledig mijd. En die geven ze dan soms aan mij door. Zo werd mij aangeraden Een onberispelijke man te lezen, in 2004 geschreven door Jane Gardam die toen al ver in de 70 was. Het werd pas ruim tien jaar later vertaald; ik las ergens dat de literair agent geen moeite nam het boek vertaald te krijgen omdat het thema te Engels zou zijn. Enfin, het is nu een soort van hit, en niet onterecht. De Engelse titel bleek touwens wel onvertaalbaar, vandaar de volledig eigen titel in het Nederlands. Old Filth is de bijnaam van de hoofdpersoon en staat voor: Failed In London, try Hong Kong. Edward Feathers was er een zeer gewaardeerd rechter, daarvoor topadvocaat en in deze roman wordt in korte hoofdstukken die in de tijd door de twintigste eeuw heenschieten de puzzel van zijn leven gelegd. Edward was een zogenaamde Raj Orphan, een (halve) wees uit het Britisch Empire die op jonge leeftijd naar het thuisland werd gestuurd om een keurige Engelse opvoeding en scholing te krijgen. Zowel het verleden (de kostschool, de Tweede Wereldoorlog) als het heden, waarin de bejaarde Edward Feathers na de dood van zijn vrouw nog iets van zijn leven probeert te maken, worden door Gardam tot een coherent geheel aaneengesmeed. Een bijzonder mooie roman! Gardam schreef nog twee vervolgdelen; die komen hier binnenkort zeker voorbij.

06 augustus 2018

Trommel

Van Günter Grass las ik nog niet zo veel. Meer dan tien jaar geleden zijn autobiografische roman De rokken van de ui (zie hier de leeslog), en enkele jaren eerder In krabbengang, maar daar bleef het bij. Nu dan eindelijk zijn meest beroemde boek De blikken trom over de kleine Oskar, die op driejarige leeftijd stopte met groeien en zich goedgemutst door de Duitse geschiedenis van na de Eerste Wereldoorlog heentrommelt. Ondanks de ironische toon van Oskars memoires is het een broeierig en zwaar boek, waarin het lot van de gewone mensen in de stad Danzig, op de grens van Duitsland en Polen, onlosmakelijk verbonden is met de politieke en oorlogsontwikkelingen. Het is geen eenvoudig boek. Oskar schrijft over zichzelf in de eerste en derde persoon, rijgt het ene verhaaltje aan het andere waarin vele familieleden, vrienden en kennissen de revue passeren, en er worden soms flinke sprongen in de tijd gemaakt. Het boek doet een flink beroep op je concentratie- en doorzettingsvermogen, maar dat is tegelijkertijd de kracht ervan. De Duitse geschiedenis blijft een onuitputtelijke inspiratiebron voor originele verhalen; deze van Günter Grass, zo kort na de Tweede Wereldoorlog geschreven, is daar een groots voorbeeld van.

24 juli 2018

Grens

Na Dit zijn de namen was ik een beetje klaar met Tommy Wieringa; zie hier de weblog over dat boek. Eigenlijk heeft hij het niveau van Joe Speedboot nooit echt geëvenaard. De heilige Rita werd allerwegen positief besproken dus ik waagde het erop. Tja, helaas, ik zal wellicht de enige zijn maar superlatieven kan ik er niet aan geven. Het is alleszins een lezenswaardige roman, en er staan ook fraaie observaties over het leven in de Twentse grensstreek in, maar een haarscherp getroffen schildering van het leven daar is het volgens mij bepaald niet. Daarvoor leven teveel personages grensoverschrijdender dan de gemiddelde inwoner van Twente, en zijn ook die paar mooie observaties te generiek: ze kunnen net zo goed voor uithoeken in Friesland, Limburg en Groningen gelden. Wieringa weeft enkele verschillende verhaallijnen door elkaar, en dat maakt het boek aantrekkelijk en soms zelfs een beetje spannend. De Grote Twentse Roman, zoals de NRC kopte, is het boek echter niet. Joe Speedboot blijft vooralsnog het hoogtepunt in Wieringa's oeuvre.

01 juli 2018

Ontbering

In het voorjaar van 1890 vertrekt Anton Tsjechov naar Sachalin, het onherbergzame eiland aan de oostkust van Siberië dat als verbanningsoord voor gestraften werd gebruikt. Alleen al de reis erheen zou een vuistdik verslag rechtvaardigen - al vrij snel ten oosten van Moskou hield in die tijd de begaanbare infrastructuur op, en moest Tsjechov nog duizenden kilometers door nauwelijks begaanbare landschappen reizen. Het oversteken van een rivier kon dagen duren, wachtend op een bootje dat de reizigers wilde overzetten. Uiteindelijk op het eiland Sachalin begint Tsjechov aan zijn officiële werk: het houden van een volkstelling. De reis naar Sachalin is een onthullend en treurig stemmend boek over het weinig vrolijke leven in dat verbanningsoord. Het klimaat is er verschrikkelijk: de laatste sneeuw valt ergens in juni, de eerste sneeuw alweer in augustus/september, en het aantal dagen per jaar dat men er de zon ziet komt niet boven de 50 uit. De leefomstandigheden van de verbannen gestraften zijn weinig plezierig: slecht onderdak, slecht eten en troosteloze uitzichtloosheid. Tsjechov deelde zijn reisverslag in als een bureaucratisch geschrift, de onderwerpen zakelijk gerangschikt. Dat maakt dit boek best taai om te lezen, maar de verwondering over hoe de mens ook in zulke harde omstandigheden het weet vol te houden hield me gevangen in het boek.

24 juni 2018

Japan

Ik lig zes gelezen boeken achter - laat ik proberen de achterstand snel weg te werken. Norwegian Wood is de debuutroman uit 1987 van Haruki Murakami en ook mijn eerste kennismaking met deze Japanse schrijver die naar het schijnt al een poosje Nobelprijskandidaat is. Hij schreef sinds dit debuut al vele romans en ik ga daarvan zeker enkele lezen de komende tijd. Norwegian Wood is een stemmig, soms wat weeïg, maar geslaagd verhaal over een jonge, inzichzelfgekeerde student die zijn weg in het leven en vooral de liefde probeert te vinden. Hij is verliefd op de vriendin van zijn jeugdvriend die enkele jaren terug zelfmoord pleegde, maar ofschoon wederzijds wil het allemaal maar niet van de grond komen; die vriendin gaat psychisch onderdoor aan die zelfmoord van haar vroegere geliefde. Een medestudente probeert de jonge student te versieren, maar zijn getreuzel maakt het contact er evenmin gemakkelijker op. Enfin, een hoop muggengedans tussen jongelui, en uiteindelijk ook triestig met uiteindelijk drie zelfmoorden, maar het wordt allemaal uiterst sereen en mooi verteld. En uiteindelijk gaat het daar om.

13 mei 2018

Kruiden

Met Arthur van Schendel trad ik op mijn 15e toe tot de echte literatuur. Ik las natuurlijk al veel jeugdboeken, maar toen ik naar de 4e klas van de havo ging, moest ik 'voor de lijst' gaan lezen. Mijn middelbare school had een flinke eigen bibliotheek, en tijdens een van de eerste lessen Nederlands nam leraar Jacques Kersten, zie hier een weblog over hem) ons mee naar die bibliotheek en nam ogenschijnlijk lukraak boeken uit de rekken en zei: dit is iets voor jou, en voor jou, etc. Mij gaf hij Het fregatschip Johanna Maria van Arthur van Schendel van wie ik nog nooit gehoord had. Enfin, ik schreef vervolgens scripties over hem en las enkele andere boeken. Met name de zogenaamde Hollandse romans: De waterman, Een hollands drama, maar ook andere. Die vierde Hollandse roman Jan Compagnie bleef ongelezen. Enkele jaren later kocht ik bij de Slegte in Leiden de eerste druk uit 1932, maar ik zette het ongelezen weg. Tot nu dan. En wat een geweldig boek! Hoofdpersoon Jan de Brasser groeit ergens in de zeventiende eeuw op in het uitdijende Amsterdam, is soms teveel een vechtersbaas en zoekt zijn heil ver weg. Hij monstert aan op een VOC-schip en vaart naar Indië. De schrijfstijl van Van Schendel is grandioos: afgemeten, ingekookte informatiedichtheid en tegelijkertijd beeldend en trefzeker. Je hoort de bedrijvigheid in de Amsterdamse haven, je voelt de emotie bij de Schreierstoren als er schepen vertrekken of aankomen, de ontberingen van de maandenlange reis naar de oost (zowel spanningen aan boord, de ruige zee en het onverwacht ontmoeten van Spaanse en Portugese vijanden), en tenslotte Indië zelf. Van Schendel beschrijft het allemaal op superieure wijze, en weeft een fraai verhaal over Jan de Brasser, de handelwijze van de VOC, de groei van Amsterdam etc. Met dit boek zit je eventjes helemaal ondergedompeld in de zeventiende eeuw die minder 'gouden' was dan de geschiedschrijvers ons willen doen geloven.

02 mei 2018

Rite

Afgelopen september las ik weer eens een roman van Simon Vestdijk (zie hier) en omdat met het klimmen der jaren de nostalgie steeds krachtiger om zich heen slaat en tegelijkertijd nieuwerwetsigheden minder invloed krijgen, nam ik me voor meer van deze veelschrijver te lezen. Een weblog van een jongeman die in één jaar alle 52 romans van Vestdijk las (zie hier), en de gebundelde besprekingen van Maarten 't Hart en Hugo Brandt Corstius die samen ooit voor de NRC hetzelfde deden, raadden mij sterk aan De held van Temesa te lezen, een van de romans van Vestdijk spelend in Griekse oudheid en een van zijn beste - volgens zowel deze weblogjongeman als Maarten 't Hart. Ja, een fascinerende roman! Allereerst: waar haalde Vestijk de kennis en inbeelding vandaan om in twee maanden tijd een roman te schrijven die je van begin tot eind in de Griekse oudheid (484 v. Chr.) doet verkeren? En verder: wat een geweldig verhaal, en dat opgeschreven in het best denkbare vertellersperspectief? Kort: een Olympische bokser randt in het Zuid-Italiaanse Temesa een meisje aan, wordt gestenigd, maar het orakel van Delphi gelastte dat om die steniging te verzoenen aan deze held ieder jaar een offer wordt gebracht: een bij loting uitgekozen 15-jarig meisje moet aan hem worden geofferd. Gruwelijk gebruik, maar omdat het verhaal wordt verteld door de offerpriester die jaarlijks deze rite dient te begeleiden en dus er zijn bestaan aan ontleent, is er aanvankelijk geen twijfel aan dat gruwelijke gebruik. Maar Vestdijk pelt dat gebruik langzaam maar zeker af, en het slot is meer dan spannend. Geen pageturner dit boek, maar bij zoveel casual literatuur (soms niks mis mee) is dit een roman die een nostalgicus weemoedig en dankbaar stemt.

29 april 2018

Zwavel

Begin deze maand was ik een weekje met vakantie: de Amalfikust, Napels en daartussen ook Pompei. De drie dagen voor vertrek las ik Pompeii, de thriller van Robert Harris over wat zich eind augustus 79 na Chr. aldaar afspeelde. Net als in zijn boek over de conferentie van München in 1938 (zie hier de weblog) koppelt Harris fictie aan feiten, en met beangstigend resultaat. Hij vertelt het verhaal vanuit het perspectief van de beheerder van het grootste aquaduct van het Romeinse rijk dat zich daar in de buurt bevond. Dat aquaduct kreeg als eerste te maken met de fysische voorbereidingen die de Vesuvius trof voor zijn meedogenloze uitbarsting op 24 en 25 augustus 79. In een thriller horen ook de nodige tegenstand en complicaties, maar dat zijn het peper en de zout op het gerecht dat wordt voorgeschoteld. Harris kon o.a. gebruikmaken van de notities van Plinius de Oude die als amateurwetenschapper in de buurt was en aantekeningen naliet die door zijn zoon gearchiveerd werden. Plinius de Oude kreeg een glansrol in het verhaal van Harris - ook zijn dood is heroïsch. Een meesterwerk is een thriller niet zo snel, maar het concept van Harris is meesterlijk en je maakt die uitbarsting helemaal mee. Dan loop je daarna toch even wat concreter door dat verbazingwekkende Pompei zelf.

18 april 2018

Op weg

Bijna vijf jaar geleden beloofde ik zeker nog eens een boek van Alain de Botton te lezen. Toen las ik De architectuur van het geluk (zie hier de weblog) - pas nu dan De kunst van het reizen. De opzet van het boek is dezelfde: veel illustraties (vooral eigen foto's) die het verhaal kracht proberen bij te zetten. De Botton onderzoekt waarom mensen op reis gaan en benoemt veel van de redenen die je als vanzelfsprekend voorkomen. Maar een cultuurfilosoof probeert overal duiding aan te geven, ook als die er niet echt is. Want er zijn vele redenen te bedenken om thuis te blijven, en de ongemakken van het reizen te vermijden. Maar net zoals je niet zeven dagen per week hetzelfde gemakkelijke voedzame gerecht bereidt, wil je ook niet eeuwig in je vaste omgeving verkeren. Verandering van spijs doet eten, en reizen maakt dat je je thuis meer waardeert, maar ook het jezelf even in een bijzondere omgeving plaatsen (van een urenlange chartervlucht in stoel 27C met te weinig beenruimte tot een terras op een Italiaans plein) houdt de geest fris. Daar is weinig diepzinnigs aan; jammer dat de Botton dat niet uitdiept. Maar verder een aardig boekje om even de basistheorie van het reizen door te nemen.
Tenslotte wat anders: de marketingafdeling van de uitgever besloot op het omslag een prijssticker te plakken die niet zonder het omslag onherstelbaar te beschadigen valt los te peuteren. Het is eigenlijk een reden geen boek van deze uitgeverij meer te kopen; ook de bibliofilie wordt opgeofferd aan de marketeers op hbo-niveau die zelf geen zin foutloos kunnen schrijven. Brrr!

16 april 2018

Game, set and match

Julian Barnes is één van de weinige hedendaagse schrijvers van wie je ieder nieuw boek zonder aanprijzing vooraf kunt kopen en lezen. De man heeft zoveel interessante noten op zijn zang, ook al heeft ook hij een eigen karakteristieke toonsoort. Hij schreef de afgelopen jaren een magistrale roman Alsof het voorbij is (zie hier), een boek over koken Wijsneus in de keuken (hier), Het tumult van de tijd over de componist Sjostakovitsj (hier) etc. Ik las vele jaren terug Flauberts papegaai, en herinner me een geweldig optreden bij Adriaan van Dis. Enfin, gewoon een schrijver waarvan er maar weinig zijn. Het enige verhaal is zijn nieuwste roman, en ik las die met groot genoegen in drie dagen uit. Het is de terugblik van een ik-figuur die op 19-jarige leeftijd een liefdesrelatie begon met een getrouwde vrouw van in de veertig, en dat in een stijf Engels dorp ergens jaren zestig, waar iedereen iedereen in de gaten hield (Hyacinth Buckett is er bij wijze van spreken niets bij). Het begint allemaal zo Engels als het maar zijn kan: op de tennisbaan met subtiel dubbelspel en de ballotagecommissie paaiend. Maar al snel wordt de romance minder romantisch, en uiteindelijk verwordt deze tot een schrijnend drama vol drank en psychisch leed. De liefde ontrafeld van fraaie zonnige buitenkant tot bittere pil aan de binnenkant. Barnes in topvorm.

09 april 2018

Boekenweek 2018

Steeds zes-en-halfjes met het boekenweekgeschenk de afgelopen jaren. Maar nu dan een enorme uitzondering, in negatieve zin helaas. Griet op de Beeck is nog geen gevestigde schrijver, maar wel veelbelovend - zo gaat de mare - dus de CPNB dacht eens gek te doen. Enfin, moge de koude kermis de CPNB behoeden voor opnieuw zulke misstappen. Gezien de feiten is een verhaal dat iedere amateurschrijver na wat moeite zelf op papier zou kunnen zetten. Van het oudere echtpaar gaat de man dood, en de vrouw wordt opeens vrijgevochten, gaat in ontwikkelingshulp en ontmoet in Afrika een allesbegrijpende man waar ze kennelijk al decennia op wachtte. Wat heen en weer gevlieg mag het geluk niet baten; het loopt in de allerlaatste alinea slecht af, want anders was dit teveel een feelgood-novelle geweest. Ik gun Op de Beeck alle literaire succes, maar kom wel met wat substantiëlers alsjeblieft. Dit is afhaalchicklit zonder enige voedingswaarde.

27 maart 2018

Zomer

Vrienden waren er al heengeweest, en ik werd uitgenodigd mee te gaan naar de bioscoop. Ik kom daar hooguit eens per jaar, en eigenlijk altijd wel tot mijn genoegen, maar film is niet mijn meest geliefde kunstvorm. Call me by your name is een recente cultfilm over een eigenzinnige en hoogbegaafde jongen van 17 die met zijn ouders (type hoogleraar etc.) in hun riante zomervilla ergens aan de kust in Italië verblijven. Ieder jaar komen er promovendi aan hun proefschrift werken en deze zomer is dat een vlotte vent waar de jongeman verliefd op raakt. Het duurt even voordat deze beantwoord wordt, en dan is het voor de promovendus alweer bijna tijd om te vertrekken. Een zomers kalverliefdeverhaal op niveau, met veel stemmige beelden van Italiaanse dorpjes, verhitte natuur en oude auto's (het verhaal speelt ergens in de jaren tachtig). De film bleek te zijn gebaseerd op de gelijknamige roman van André Aciman - het boek dateert al van 2007. Er werden in de film enkele rake uitspraken gedaan (met name de monoloog van de vader aan het einde van de film is zeer krachtig), en mijn vermoeden bleek juist dat deze 1-op-1 uit het boek waren overgenomen. Ik las de Nederlandse vertaling Noem me bij jouw naam in drie dagen uit; het is een fraai verhaal waarin zoveel meer gebeurt dan de film laat zien. Het verhaal balanceert op het randje van kalverliefderomantiek en coming-outdiepzinnigheid, maar het leest lekker weg en de couleur locale is jaloersmakend.

23 maart 2018

Afscheid

Het voelde een beetje als een afscheid, het uitlezen van Adrian Mole. The Prostrate Years, het achtste en laatste deel van de verrukkelijke Adrian Mole-dagboekenserie van Sue Townsend. Ik las het eerste deel The Secret Diary of Adrian Mole Aged 13 3/4 ruim 7 jaar geleden (zie hier de weglog) en het voorlaatste deel Adrian Mole and the Weapons of Mass Destruction twee jaar terug (zier hier) en dan nu het allerlaatste deel. Sue Townsend was in 2014 nog wel begonnen aan een vervolgdeel, maar ze overleed voortijdig. Ze creëerde met de Mole-dagboeken een geweldige serie dat als geen ander Engelse humor en struggle for life combineert. Ook in The Prostrate Years (fraaie dubbelzinnige titel) is deze combinatie volop aanwezig. Het gaat niet goed met Adrian: hij verliest zijn baan, zijn huwelijk strandt en bij hem wordt - op zijn 39ste - prostaatkanker vastgesteld. Zijn ouders doen mee aan een platvloers tv-programma en zoals ieder jaar verloopt Kerstmis rampzalig. Ondanks al deze ellende lees je het boek met een forse glimlach; het is allemaal zo Engels en treffend. Op de allereerste pagina somt Adrian zijn zeven grootste zorgen op. De vijfde: 'Do my parents have an up-to-date funeral plan? I can't afford to bury them.'

19 maart 2018

Reizen

Ik schreef het al eerder (zie hier de laatste keer). Af en toe wat verhalen van Bob den Uyl: daar knapt een mens van op. Als ik in een antiquariaat verzeild raak, kijk ik altijd even of er nog bundeltjes Den Uyl in de kast staan die ik nog niet heb. Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam bevat enkele juweeltjes, waaronder het gedoe met zijn fiets in Keulen en bovenal het verhaal Donker Spanje over het reizen per trein en bus aldaar. Den Uyl geeft het een couleur locale dat weinigen hem nadoen. Het kopen van een buskaartje, het vergeten van een jasje met al zijn geld in diezelfde bus, het uitzoeken van de daadwerkelijke vertrektijd van de bus naar Ciudad Real... voortreffelijk gecomponeerd en grandioos leesvoer. Nogmaals: de man verdient een Verzameld Werk!

18 maart 2018

Opgeruimd

Ik lig vier te beschrijven boeken achter, dus vooruit! Vorige maand las ik de nieuwste roman van Tom Lanoye, voor mij één van de belangrijkste en beste levende Nederlandstalige schrijvers. Zijn productie is enorm groot en gevarieerd, en wat ik tot nu toe van hem las (zie de auteurslijst), las ik met groot genoegen. Zuivering is misschien niet zijn beste roman, maar wederom een zeer lezenswaardige. Het is een tragikomisch boek over een eenling die aanvankelijk moeilijk aan werk komt, maar uiteindelijk zijn heil vindt bij een schoonmaakbedrijf dat als motto heeft: 'Wij beginnen waar anderen afhaken'. Enfin, zwaar uitgewoonde huizen, kamers waar de eigenaar zich een kogel door het hoofd heeft gejaagd (de hersensmurrie verspreid over de eersteklas verzameling historische boekwerken), maar ook treinstations waar terroristen zichzelf opblazen: het bedrijf verdient kapitalen met het opruimen en schoonmaken. De ik-figuur haalt uit medemenselijkheid een (Syrische?) vluchteling in huis, en later ook diens vrouw en kinderen. En dan begint de ellende. Lanoye verbindt de maatschappelijke actualiteit aan een huiselijk drama. Uiteindelijk iets te geforceerd, maar er zijn passages waar de tranen me over de wangen liepen van het lachen; Lanoye pakt soms lekker uit in zijn beschrijving van de gruwelijkheden en smerigheden. En dat allemaal in zulke fraaie volzinnen! Weinige schrijvers die zo'n goed taalgevoel etaleren.

20 februari 2018

Chocolade

Het bleek al een tijdje een cultboek, en de aanprijzing van een collega haalde me ertoe over aan het ruim 1250 pagina's tellende Het achtste leven (voor Brilka) van de Georgische schrijfster Nino Haratischwili te beginnen. Ik las negen jaar geleden De geschikte jongen van Vikram Seth (zie hier de leeslog) - dat boek is bijna 100 pagina's dikker en bevat ook minstens twee keer zoveel letters per pagina. Ik verwachtte een kleine maand over Het achtste leven te doen, maar het is een heuse pageturner die je met moeite weglegt. Er waren dagen dat ik bijna 300 pagina's achter elkaar las. Enfin, binnen twee weken had ik het uit. Het is een geweldig familie-epos dat de hele twintigste eeuw omvat. In zeven delen staan evenzovele dochters, kleindochters, achterkleindochters etc. van een Georgische chocolademaker centraal. Haratischwili geeft een nietsontziend beeld van het leven tijdens de Sovjet-Unie - vooral de Stalinperiode is een aaneenschakeling van ellende en gruwelijkheden. Het is een grotendeels chronologisch verhaal, opgetekend door de zevende dochter in de reeks en bedoeld als brief/familierelaas voor haar nichtje Brilka, de achtste dochter. Dat deel bleef onbeschreven - dat mag Brilka te zijner tijd zelf invullen. Evenals in het epos van Vikram Seth (dat overigens een veel kortere tijdspanne omvat) gaat het hier over hoe maatschappij en politiek het leven van gewone gezinnen beïnvloedt, en hoe gezinsleden het daarbij elkaar flink lastig maken. Een geweldig boek!

03 februari 2018

Geweld

Vorig voorjaar herlas ik de eerste twee delen van de memoires Verhaal van een leven van Konstantin Paustovski, opnieuw uitgegeven in de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot (zie hier). Nu dan het vervolg met Begin van een onbekend tijdperk en Tijd van de grote verwachtingen. Het is een leven dat je niemand toewenst, maar gelukkig dat Paustovski het kon navertellen - en hoe! Wanneer in Nederland een storm van windkracht 11 gedurende drie uur over het land raast, staan internet en de kranten er bol van, maar lees dan het verhaal van Paustovski die 5 dagen op een versleten schip de Zwarte Zee overstak, met windkracht 11 - iedere golf gedurende die 5 dagen werd als het laatste moment beleefd. Maar verder: Paustovski reist tijdens de burgeroorlog van 1917-1920 van Moskou naar Odessa en Sebastopol, raakt ingesloten in Kiev en weet toch de stad uit te komen. Het is onmogelijk zijn belevenissen hier samen te vatten - alleen Paustovski lukte het. Hij schreef zijn memoires in de jaren vijftig, na de dood van Stalin, en je voelt dat hij zijn woorden soms op een goudschaaltje moest wegen. Maar wat een verhalen, wat een kracht van (over)leven! Dit is een serie die posthuum een Nobelprijs verdient. Wie nog niet eerder Paustovski las: begin meteen.

28 januari 2018

Computer

Het nieuwe leesjaar is voortvaren begonnen: ik heb het derde boek alweer bijna uit, en moet de twee ervoor nog beschrijven. Vooruit. Klont is een zeer grappige en eigentijdse roman over de vermeende machtsovername van de computer over de mens. Klont is, zoals de Volkskrant treffend verwoordde, een soort van tumor van data die de macht probeert over te nemen. Althans, zo probeert één van de hoofdpersonen de wereld ervan te overtuigen. De andere hoofdpersoon krijgt opdracht van de nieuwbakken minster van Veiligheid een en ander uit te zoeken. Maxim Februari probeert visionair te zijn, maar het plot is wat zwak uitgewerkt. Zijn associaties zijn echter bijzonder vermakelijk - ik moest regelmatig schateren om zijn zinnen. Maar een roman heeft meer nodig om geweldig goed te zijn, en dat is dit boek helaas niet. Het idee en de sprankelende taal maken het boek zeer lezenswaardig, maar het is ook iets eendimensionaal.

14 januari 2018

Basisschool

Tijdens de vrije dagen rondom kerst zocht ik in mijn boekenkast naar nog ongelezen boeken. Het aantal viel erg mee eerlijk gezegd, ook al zijn er nog zeker een aantal mij die mij verwijtend aanstaren. Ik kwam uit bij de boekjes van Godfried Bomans die hij halverwege jaren zestig schreef voor het basisonderwijs; ze werden prachtig en rijkelijk geïllustreerd met bijzonder gedetailleerde pentekeningen van Rien Poortvliet. Pim, Frits en Ida is een serie boekjes waarvan ook ik begin jaren zeventig op de basisschool er een aantal klassikaal gelezen heb. Met name het omslag met de geel-oranje vakjes met plaatjes uit het boekje staan in mijn geheugen gegrift. Ik kocht de boekjes twintig jaar geleden in een antiquariaat, maar zette ze ongelezen in de boekenkast. Tot nu dus. Na het eerste deeltje gelezen te hebben zocht ik op internet naar wat achtergronden van deze serie, en leerde dat er acht deeltjes verschenen waren, terwijl ik er zeven had staan. Enfin, datzelfde internet hielp me binnen twee dagen aan het ontbrekende achtste deeltje. Het is interessant en dikwijls zeer vermakelijk leesvoer. Bomans schreef met zijn kenmerkende lichte en ironische stijl, maar stopte ook de nodige levenswijsheden in de verhalen. Ida komt er in de avonturen wat bekaaid vanaf, maar Pim en Frits maken vanalles mee. Er wordt in een storm een ballonvaart gemaakt, een eeuwen geleden verborgen schat in een kasteel nabij Haarlem wordt moeiteloos opgegraven, ze drijven met een hele groep kinderen in dichte mist stuurloos op zee, er wordt stoer gelogeerd in hangmatten bij de oude zeerot oom Ferdinand, die het woord smijten meer betekenissen toekent dan Van Dale beschrijft, en in het achtste deel ontkomen de drie ternauwernood aan de dood als ze verdwalen in zuidfranse grotten. Naast oom Ferdinand speelt ook meneer Wittebol een belangrijke rol - hij was decennialang leraar in het basisonderwijs en geeft aan alle situaties duiding. In het achtste deel zegt hij wijsheden waar we de meeste politici van deze tijd mee uit het veld kunnen slaan. Eén citaatje dan, over hun bezoek aan het Binnenhof. 'Op een schoolreisje moet je ook iets nuttigs zien en in Den Haag, daar is juist het nuttige. Want ze gaan daar het Binnenhof bekijken, waar de mannen wonen, die het land regeren en waar elk jaar op Prinsjesdag de Koningin in een gouden koets komt zeggen, dat ze ermee kunnen beginnen.'

01 januari 2018

Suggestie

Een kleine vijf jaar geleden las ik Kind van een vreemde, de (toen) laatste roman van Alan Hollinghurst. Zie hier de weblog over die prachtige roman. Hollinghurst deed een jaar of vier over zijn nieuwste roman, een wederom geweldig goed boek. De Sparsholt-affaire kent nagenoeg dezelfde opbouw als zijn voorganger. In vijf delen omspant het verhaal zo'n 70 jaar, en staan eerst David Sparsholt, en later zijn zoon Jonathan centraal. Alle hoofdpersonen in het eerste deel komen in de latere delen terug; alle onderlinge verhoudingen worden verdiept, ontrafeld of juist weerlegd. Daarnaast is er die onuitgesproken zaak van David Sparsholt halverwege de tijdlijn waar de lezer zijn eigen invulling aan mag geven, maar die wel steeds in de conversaties terugkeert. Het eerste deel is aanvankelijk wat weerbarstig, en ik was even geneigd het boek weg te leggen. Wat een domme daad zou dat zijn geweest! Bij Hollinghurst speelt homoseksualiteit altijd een belangrijke rol, maar ik denk niet dat het voor hetero's een barrière vormt dit boek te kunnen waarderen. Hollinghurst combineert de grote chronologie van generaties over tientallen jaren enerzijds en de smalltalks tijdens etentjes en feestjes, een gedachte tijdens een gewone werkdag of een uitstapje enz. anderzijds tot één geheel waar alles met alles samenhangt. Ik dacht er zeker twee weken mee bezig te zijn, maar ik las deze roman in een dag of vier, als verslaafd, uit. Net als bij Kind van een vreemde schreef Bas Heijne ook over dit boek een fraaie analyse. De link in die weblog is inmiddels dood, dus wacht niet te lang met het lezen van zijn analyse over De Sparsholt-affaire: hier.

30 december 2017

Verraad

Begin dit jaar las ik voor het eerst een thriller van Robert Harris (over Cicero, zie hier de leeslog) waarin hij historische feiten het decor laat zijn voor een roman/thriller. Dat eerste Cicero-boek heeft nog twee vervolgdelen, dus die ga ik nog zeker lezen. Nu eerst zijn nieuwste boek waarin de conferentie en het verdrag van München eind september 1938 centraal staan. Er is een wikipediapagina over dit verdrag: zie hier. Harris neemt twee hoofdpersonen, eentje aan Engelse en eentje aan Duitse kant. Deze twee hebben elkaar in hun studententijd gekend en bevinden zich in de periferie van de machthebbers van hun land. In ieder volgend hoofdstuk wisselt het perspectief van de Engelse naar de Duitse kant en andersom. Enfin, op deze manier brengt Harris je dichtbij Chamberlain en bij het aarzelend Duitse verzet tegen Hitler en het spel met de geheime dienst en de SS. Deze opzet levert een uitermate boeiende roman op; een thriller zou ik het niet willen noemen, want dat genre houd ik gereserveerd voor moordzaken, terrorisme etc. Van de term literaire thriller krijg ik al helemaal ernstige jeukverschijnselen. München 1938 is gewoon een roman, gebaseerd op een historische gebeurtenis. Interessant voor de geschiedschrijvers: Neville Chamberlain is de geschiedenis ingegaan als de Britse premier die zwichtte voor de eisen van Hitler en Tsjecho-Slowakijke verraadde. Harris geeft een ander beeld: Chamberlain wist wel degelijk dat Hitler op oorlog aanstuurde, maar omwille van Tsjecho-Slowakijke zijn poot stijf houden zou al in oktober 1938 tot een nieuwe wereldoorlog leiden, terwijl Engeland en Frankrijk (de twee grote bondgenoten) daar totaal niet op waren voorbereid. Een boek dat dus ook tot nadenken stemt, maar verder gewoon heerlijk wegleest.

29 december 2017

Hoogte

Begin november was ik met enkele vrienden op wijnreis naar Piemonte, en vanuit onze agroturismo nabij Trieso en Barbaresco hadden we bij het wakker worden een grandioos uitzicht op de Alpen - ik denk dat het het mooiste beeld was dat ik ooit aanschouwde (de foto die ik nam geeft slechts een fractie weer van de daadwerkelijke indruk - zie onder deze leeslog; klik erop voor een groter formaat). Pas daarna las ik De acht bergen, een in Italië en ook Nederland zeer goed ontvangen en verkochte roman van Paolo Cognetti. Na de Warren-dagboeken was ik toe aan een krachtige roman, en dit bleek een schot in de roos. De ik-figuur gaat als jongen met zijn ouders mee naar de Italiaanse Alpen - ergens nabij de Monte Rosa (net niet op de foto hieronder), waar zij een hut huren. Ze komen er jaarlijks terug, en hij maakt er kennis met een boerenzoon wiens actieradius slechts het dorp en de alpenweiden betreft. Zowel de vader als zijn vriend de boerenzoon hebben een mysterieus karakter, maar op de verteller maken ze beiden een diepe, ofschoon niet altijd positieve indruk. De ik-figuur leeft zijn eigen warrige leven, maar dat verlaten plekje in de bergen - en ook het huis dat hij er met zijn vriend bouwt - blijven een ijkpunt in zijn bestaan. De onstuimige zomers, de hardnekkige winters, de namen van de bergtoppen - ze vormen alle het decor voor krachtige menselijke verhoudingen. Cognetti beschrijft het in geconcentreerde hoofdstukken; het boek heeft nog geen 240 pagina's. Mijn eerste echte buitenlandse vakantie was toen ik 11 of 12 jaar oud was - we gingen naar Saas-Fee in Zwitserland, precies aan de Zwitserse kant van de Monte Rosa. We liepen tot boven de boomgrens, over gletsjers en weer naar beneden; later herhaalden we dat in Grindelwald en enkele jaren geleden liep ik bij Zermatt ook een eindeloze tocht op de helling van de Matterhorn van de eeuwige sneeuw tot het dal. Dit boek verwoordt de invloed van de bergen op de mens op grandioze wijze.

Meer Leeslog in eerdere maanden - zie de 'archives' in de rechterkolom.