09 februari 2010

Porselein

Heel veel jaren geleden bevond ik mij eens in een rij voor een los kaartje voor een populaire operavoorstelling, en naast mij las iemand Utz van Bruce Chatwin. Ik ben die wat vreemde titel nooit echt vergeten; toen ik ruim een week geleden in Brussel langs een Engelse-boekwinkel liep en ik binnen deze titel weer zag, besloot ik het te kopen en te lezen, gevolg gevend aan de aansporing van een goede vriendin die mijn twijfels over mijn vermogen tot het lezen en begrijpen van Engelse boeken treffend tegensprak door te zeggen dat als je één keer een heel Engels boek leest en daaruit van iedere zin maximaal één woord dat je niet begrijpt opzoekt in het woordenboek, je dat daarna nooit meer hoeft te doen en je dan steeds vloeiender Engels leest. Enfin, wachtend op de trein terug las ik al bijna de helft van dit boekje van ruim 120 bladzijden, zonder woordenboek, en de rest in de dagen erna. Het gaat over Kasper Utz, een aristocratische Tsjechoslowaak die ten tijde van de Praagse Lente vanwege zijn Meissen-porseleinverzameling besluit niet naar het Westen te emigreren, maar in Praag te blijven. Hij mag weliswaar eens per jaar naar het Westen (Genève en Vichy), maar dat bevalt hem niet bepaald. Het is een stemmige roman uit de Koude Oorlog-periode. Ik weet nu wat mijn buurvrouw in die wachtrij aan het lezen was.

05 februari 2010

Asiel

Onderweg naar en van, en in Brussel - ik was er ruim 24 uur - las ik het enige nog regulier leverbare boek van Dimitri Verhulst dat ik nog niet gelezen had: Problemski Hotel. Dit boek komt voort uit een opdracht om voor een tijdschrift een artikel over asielzoekers te schrijven. Maar hij werkte zijn gegevens uit tot een boek van ruim 100 bladzijden. Daarin staat een Belgisch asielzoekerscentrum centraal en met name de verhalen van zijn bewoners. Veelal schrijnende verhalen, maar Verhulst weeft daarin ook tragikomische elementen die wederom een genot zijn om te lezen. Kom er maar eens op, wanneer je de overgang van winterweer naar dooi (zoals we onlangs weer eens hebben meegemaakt) samenvat met: 'Het gedwarrel gaat over in gezeik'. Verhulst moet maar eens een grote lijvige liefdes- of avonturenroman schrijven. Zijn kijk op de wereld is allesbehalve optimistisch en positief, maar zijn zinnen zijn groots en zijn observaties haarscherp.

25 januari 2010

RFSS

Wanneer je Heinrich Himmler. Hitlers belangrijkste handlanger van Peter Longerich uit hebt, kun je niet anders dan concluderen dat zonder Himmler de Holocaust in al zijn facetten stellig (veel) minder omvangrijk zou zijn geweest. De ondertitel doet vermoeden dat Himmler slechts uitvoerde wat Hitler beval, maar dat is een verkeerde conclusie. Hitler was bepaald geen tegenstander van de moord op de Joden, maar de meeste stappen in de ontwikkeling van de aanvankelijk geïmproviseerde naar de latere systematische moord kwamen uit de koker van Himmler, die zijn ideeën wel steeds wijselijk liet goedkeuren door zijn hoogste baas. Deze lijvige biografie is meer dan alleen een levensverhaal. In sommige stukken lijkt Himmler zelfs de grote afwezige: het boek beschrijft gedetailleerd de opkomst en organisatie van de SS, de uitvoering en impact van de vele verordeningen binnen en buiten die permanent veranderende organisatie en het onthutsende geschuif met grote groepen mensen door het Duitse rijk en de door Duitsland bezette gebieden. Himmler wist tot vlak voor het einde van de oorlog steeds meer macht naar zich toe te trekken; op een gegeven moment moest hij bepaalde taken weer afstaan omdat het ook Hitler opviel dat Himmler wel erg veel verantwoordelijkheden had. Een bedreiging voor Hitler is Himmler echter nooit geweest; zijn geloof in en trouw aan de Führer waren boven iedere twijfel verheven. Ofschoon de conclusie niet met zoveel woorden wordt getrokken – haast integendeel zelfs – lijkt het gedrag van Himmler het product van onverwerkte frustraties, obsessies en geldingsdrang. Opmerkelijk is zijn houding tot homoseksualiteit: in de jaren twintig was zijn belangrijkste voorbeeld en mentor niet Hitler, maar Röhm, de homoseksuele baas van de SA met wie in 1934 koelbloedig werd afgerekend. Dat gevoegd bij Himmlers moeizame en pas laat tot stand gekomen relaties tot vrouwen doet vermoeden dat zijn homofobie en de daaruit ontstane harde opstelling over homoseksualiteit binnen en buiten de SS (de broederschap moest niet te ver gaan) een psychische oorzaak hadden. Ook Himmlers over-harde opstelling tegen Joden, communisten, afvalligen of welke andere (in zijn ogen) tegenstanders van de eigen rechtvaardige leer en te voeren strijd dan ook, is misschien terug te voeren op vroegere onverwerkte frustraties en obsessies. Bewijzen voor die verbanden heeft Longerich niet, en speculatie daarover zou zijn biografie minder overtuigend maken. Maar als lezer probeer je toch verder te denken over wat je allemaal voorgeschotend krijgt. Het is een complete, soms haast over-complete biografie. Voor wie geïnteresseerd is in de Tweede Wereldoorlog een aanwinst. Het boek telt bijna 1000 pagina’s, waarvan driekwart verhaal en de rest noten en bibliografie. Tja, laat de Gründlichkeit maar aan een Duitser over…
Himmler blijft een mysterie; een man die bevelen gaf waarmee miljoenen mensen nodeloos de dood werden ingejaagd, valt immers nooit te begrijpen. Mysteries boeien, hoe gruwelijk ze ook in wezen ook zijn. Ik ben na het uitlezen van dit boek meteen in het in romanvorm gegoten verhaal van een van Himmlers (fictieve) ondergeschikten begonnen; dat leek me een logisch vervolg om het mysterie verder te ontrafelen. Wanneer die evenzeer ruim 900 bladzijden gelezen zijn, volgt hier uiteraard de bespreking.

22 januari 2010

Jeugdherinneringen

Vorig jaar las ik de beide privé-domeindelen van Jean-Paul Franssens en zijn briefwisseling met A.F.Th. van der Heiden. Nu zijn autobiografische roman uit 1991 Een gouden kind. Het is een bijzonder sfeervolle roman, waarin drie thema's centraal staan: herinneringen aan zijn eigenzinnige, strenge moeder, de schaamte voor zijn vader die tijdens de oorlog 'fout' was, en de hersenoperatie die hij op vijftienjarige leeftijd ondergaat. Deze drie thema's worden zowel afzonderlijk als geïntegreerd beschreven, in overwegend korte zinnen. Dat maakt de vertelling relatief luchtig, maar met indringend effect. De luchtigheid wordt versterkt door de vele uitspraken 'uit het even gegrepen' door familieleden, buren en vrienden. Geen ultiem meesterwerk, maar wel een fraaie roman van een (bijna) vergeten schrijver.

20 januari 2010

Vriendschap

Bij uitgeverij Van Oorschot verschenen al eerder fraaie brievenboeken met oprichter Geert van Oorschot als schrijvend personage. Zijn correspondentie met Gerard Reve is natuurlijk geweldig, maar de in het najaar verschenen Briefwisseling 1951-1987 tussen dichteres M. Vasalis en Geert van Oorschot blijkt een waar hoogtepunt, en één van de mooiste brievenboeken die ik ooit las. In de eerste helft van dit boek vliegen de jaren voorbij, en zijn het vooral de integere dichteres en de uitdagende uitgever die naar elkaar schrijven, in een groeiende mate van vertrouwdheid en warmte. De tweede helft van dit boek beslaan de jaren 1985-1987, tot twee uur voor de aangekondigde dood van Van Oorschot. Deze helft en deze brieven zijn ronduit prachtig en ontroerend en laten een breekbare Van Oorschot zien die door de even oude Vasalis bij de les gehouden wordt. In deze periode schrijft Van Oorschot zijn mooiste brieven, en laat hij zich van zijn innemendste kant zien. Zijn beschrijvingen over zijn tuin zijn werkelijk bijzonder fraai; hier schrijft een groot schilder in woorden, aangemoedigd en geïnspireerd door een zelfbewuste en evenwichtige vrouw. Twee grote geesten die af en toe elkaar een brief schrijven - het recept voor een groots boek!

03 januari 2010

Oude grieken

Bij mijn favoriete (knusse en grappige) boekhandel zag ik een poosje terug een uitgave van Athenaeum-Polak & Van Gennep met twee stukken van Sofokles: Elektra en Filoktetes. De prijs (€ 14,63) deed vermoeden dat het al sinds de guldentijd daar in de kast stond. Ik ken Elektra van de opera van Richard Strauss; ik hoorde het stuk afgelopen zomer in een weiland in Friesland (zie hier de weblog daarvan), en later deze maand ga ik naar Brussel om het stuk weer te horen. Een goede aanleiding om het oorspronkelijke toneelwerk eens te lezen. Sofokles schreef ruim honderd stukken, waarvan er slechts zeven bewaard bleven, waaronder Elektra (ca 415 v.C.) en Filoktetes (409 v.C). Het laatstgenoemde stuk handelt om de wens van Odysseus om de boog van Herakles uit handen van Filoktetes te krijgen; in Elektra staat de wraak op de moord van Agamemnon centraal, uit te voeren door Orestes, de broer van Elektra. Dat eindigt (onbedoeld?) grappig. Nadat Klytaimnestra heeft moeten boeten, is Aigisthos aan de beurt:

Orestes: ... Loop naar de plaats waar je mijn vader hebt gedood, daar zul je zelf ook sterven.
(...)
Aigisthos: Ga voor.
Orestes: Jij eerst.
Aigisthos: Bang dat ik je ontloop?
Orestes: Nee, dat je een dood krijgt naar je zin. Ik moet zorgen dat je einde pijnlijk is.

Nee meneer, gaat u voor! Na u, opdat ik u pijnlijk aan uw einde kan helpen....

2009: de balans

Zo, de indexen bijgewerkt en de balans opgemaakt. 2009 was een gemiddeld leesjaar met 45 boeken en 14840 bladzijden. Zie hier hoe deze getallen zich tot eerdere jaren verhouden. Inmiddels in het nieuwe jaar in drie nieuwe boeken begonnen, dus blijf deze weblog volgen!
Een gezond en schoongeletterd 2010!

31 december 2009

Voor het lekker...


Zoals ik eerder deze week voor de tweede keer naar Puccini's opera La fanciulla del West ben geweest (zie hier de weblog daarvan), zo las ik op de valreep van 2009 voor de tweede keer Sisyphus' bakens, het eerder dit jaar verschenen vloekschrift van Jeroen Brouwers: voor het lekker. En ik heb wederom geschaterd en had tranen in mijn ogen van het lachen. Maar vooral: bewondering voor het ultieme meesterschap van Brouwers' argumentatiekunst en schrijfstijl. Dit is polemiek op het allerhoogste niveau. Bij mijn eerste leeslog schreef ik al dat ik het boek vaker zou gaan lezen. En dit was zeker niet de laatste keer!

Hollemannetje

Aan Gerardje. Notities van een Reve-liefhebber van Theodor Holman is veel op aan te merken. Allereerst de titel natuurlijk. Gerardje… Wie de hel denkt Theodorretje Hollemannetje wel dat-i is dat-i de titel van zijn boek over de grootste schrijver na de Tweede Wereldoorlog een verklein-koosnaampje kan meegeven? Holman heeft Reve een paar keer ontmoet, schijnt, maar een intimus is hij niet geweest. Verder geven veel notities in dit boek blijk van slordig- en flutterigheden. Wie schrijft nou een zin als (blz. 142): ‘We kunnen er rustig vanuit gaan dat dit klopt, aangezien Gerard zelden of nooit over zulke feiten in zijn boeken liegt.’ Op blz. 156 schrijft Holman over Jim Holmes (de Amerikaan die voor Reve erg belangrijk was bij zijn coming-out): 'Ik leerde hem een jaar of vijfentwintig geleden kennen (…). Hij kleede zich toen al helemaal in het leer.’ 2009 minus 25 is 1984; Holmes overleed in 1986 – als je twee jaar voor je dood ‘toen al’ iets deed… Blz. 162: ‘… dat de tweede Periode van Gerard behandeld.’ Blz. 260: ‘vanaf 1 mei 1971 lijkt Gerard regelmatig naar Simon Carmiggelt te schrijven. Dat is precies de periode dat zijn schrijversblok van vijf jaar voorbij lijkt, en zijn correspondentie aan Carmiggelt kan wellicht ook worden gezien als een breekijzer om dat blok te slechten.’ Twee bladzijden verder schrijft Holman over de brieven van Reve aan Carmiggelt: ‘ een complete bundeling’. Hoezo ‘vanaf 1 mei 1971 lijkt’? En de zin met ‘precies’ en ‘kan wellicht ook worden gezien’ is om te gruwen natuurlijk. Blz. 308: ‘… Hanny Michaelis, de enige vrouw met wie hij ooit getrouwd is geweest.’ Alsof het gewoon is om minstens met tig vrouwen getrouwd te zijn geweest… Holman heeft zich met dit semi-biografische schetsen-boek er met een jantje-van-leiden van afgemaakt, en het enkele maanden na dit boek verschenen eerste deel van de Reve-biografie van Nop Maas declasseert dit boek volledig. En toch heb ik dit notitiesboek dat een drietal maanden op mijn nachtkastje lag geboeid gelezen. Maar dat kwam door het onderwerp, dat zelfs tegen de flutterigste scribent stand houdt.

30 december 2009

Sex in the city

Ik kondigde al aan dat er meerdere boeken van Philip Roth voorbij zouden komen. Tijdens het lange kerstweekend las ik twee boeken van deze Amerikaanse veelschrijver. Portnoy's klacht is een voortdenderende klaagzang van een ik-figuur tegen een (fictieve) psycholoog. Centraal staat de sexuele obsessie van de ik-figuur, tijdens zijn jeugd tot aan het 'heden' in de roman, ergens eind jaren zestig. Het boek dateert van 1967 en de verteller is daarin 33 jaar oud. Het valt op dat Roth de romans die ik tot nu van hem las dikwijls in de tegenwoordige tijd van het schrijven/verschijnen van die roman laat spelen en dat de hoofdpersoon (dikwijls een ik-figuur) veelal even oud is als Roth op dat moment. Voor wat het waard is allemaal, want dat een ik-figuur niet met de schrijver geassocieerd moet worden, is bekend. Dit is de leukste roman van Philip Roth die ik las. Vooral de eerste helft, waarin het gezin centraal staat, biedt vele hilarische momenten. De strenge moeder en de deerniswekkende, aan constipatie lijdende vader: het zijn twee verrukkelijke tegenhangers van de eigenzinnige Alexander. Maar ook met 'de Aap', een vriendin van Alexander, verveel je je als lezer geen moment.

De borst kocht ik een poos terug in een antiquariaat. Het is een eigenaardige novelle waarin de ik-figuur door een mysterieuze ziekte in een enorme tepel verandert. Verwarring, kwaadheid, ongeloof en berusting zijn achtereenvolgens de stemmingen van deze ik-figuur. Waar Roth meestal wel helder is in zijn thematiek, laat De borst meer ruimte voor interpretatie. Ook in dit verhaal kun je de sexuele obsessie als hoofdonderwerp benoemen, maar zo helder als in Portnoy's klacht is dat in deze novelle geenszins.

Wat De borst een beetje mist biedt Portnoy's klacht in perfectie: enorme vertelkracht.

24 december 2009

Stijl!

Mevrouw Verona daalt de heuvel af is in precies een jaar tijd het vierde boek dat ik van Dimitri Verhulst las, en na deze inhaalslag durf ik de stelling aan dat Verhulst - samen met Jeroen Brouwers - de beste Nederlandstalige auteur van dit moment is. Jeroen Brouwers bevindt zich in zijn 'fin de carrière' - Verhulst is nog geen veertig en ofschoon ik hoop dat Brouwers nog vele jaren heeft en vele boeken schrijft, is Verhulst de belofte voor de toekomst. Net als de drie eerdere boeken die ik van Verhulst las is dit boekje van ruim honderd bladzijden een parel van stilistisch meesterschap. Het verhaal is eenvoudig en staat op de achterflap samengevat, maar het zijn de details die dit boekje groots maken. Verhulst schreef dit vóór zijn bekroonde Godverdomse dagen op een godverdomse bol, en veel passages in Mevrouw Verona daalt de heuvel af lijken een oefening daarop. In die passages verlaat hij de verhaallijn en treedt hij in het abstracte, precies zoals in Godverdomse dagen. En dat alles met verbazingwekkend inzicht in het leven, geschreven in een stijl die mooier is dan mooi. Verhulsts beschrijvingen van het leven in het kleine dorpje Oucwègne zijn verrukkelijk: hoe een koe burgemeester wordt, hoe de kruidenierster aan haar pensioen komt en hoe mevrouw Verona een cello laat maken uit de boom waaraan haar geliefde zich ophing. Hoofdstuk 6 begint fenomenaal, maar omdat ik me moet beperken in het aantal citaten (het is moeilijk kiezen wat niet te citeren!) toch slechts die ene zin waar ik een kwartier lang mee bezig ben geweest, want wat is-i groots en mooi:
Want alleen alleen herinnert een mens de mens gepast aan twee.

Lezen dit boek, en de rest van Verhulst!

20 december 2009

Toneel!

Vooruitlopend op het verschijnen van het vijfde en laatste deel verhalen van Anton Tsjechow in januari las ik uit de eerste vertalingenreeks in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot uit de jaren vijftig van zijn Verzamelde werken deel zes met zijn toneel. Enkele van Tjechows toneelstukken zag ik in het theater, maar ik las ze nog niet eerder. Naast de vijf min of meer bekende grote stukken (Iwanow, De meeuw, Oom Wanja, Drie zusters en De kersentuin) bevat dit boek ook enkele eenakters die als vingeroefeningen voor het grotere werk beschouwd kunnen worden, maar waartussen ook verrukkelijke stukken zitten. Die 'grote' vijf hebben eigenlijk veel overeenkomsten: ze lopen niet goed af, er is vooral veel onvrede over de huidige situatie en er komt op De kersentuin na een arts in voor). Tsjechow laat allerlei karakters vrolijk met elkaar botsen, en naast alle tragiek levert dat ook veel hilarische momenten op. Sommige opmerkingen van personages komen ogenschijnlijk uit de lucht vallen, maar maken dat je ook thuis in je leesstoel toeschouwer van een toneelbeeld bent waar op verschillende plekken wordt geconverseerd. Deze toneelstukken bieden net als Tsjechows verhalen een brede kijk op het Russische leven aan het einde van de negentiende eeuw, met name dat van de min of meer betere klassen, in Langs de grote weg echter ook dat van de berooiden in een herberg. Dat is één van de mooiere eenakters. Hilarisch is Het huwelijksaanzoek: anders dan de titel doet vermoeden wordt er op 80% van dit ruim 20 bladzijden lange stuk alleen maar gescholden. Voor de rol van de ingehuurde generaal bij het souper in De bruiloft zou je meteen willen aanmonsteren bij een toneelgezelschap. Tenslotte een heerlijk voorbeeld van zo'n uitspraak die uit de lucht kwam vallen, gedaan door reserve-luitenant en rentmeester Sjamrajew in De meeuw:

Ik herinner me, hoe in de Opera van Moskou de beroemde Silwa op een keer de lage C nam. En uitgerekend die avond zat op het schellinkje de bas uit het koor van onze parochie-kerk en u kunt u voorstellen, hoe stomverbaasd wij stonden te kijken, toen we opeens van het schellinkje een hele octaaf lager hoorden roepen: 'Bravo, Silwa!...' Kijk zo - met een lage basstem - Bravo, Silwa! Nou toen kon je in de zaal een speld horen vallen.

07 december 2009

Vlees en vis

Jonathan Safran Foer komt na zijn twee bijzondere romans met een bijzonder non-fictie boek. Dieren eten beschrijft de wereld van de bio-industrie en wat de kennis daarover met hem heeft gedaan. Het grootste deel van dit boek gaat over de feiten; feiten die we eigenlijk in het diepste van ons hart wel kennen of vermoeden: hoe gruwelijk de bio-industrie omgaat met het dierenwelzijn, hoe milieubelastend de bio-industrie is en ook hoezeer de bio-industrie de ongelijkheid van de voedselverdeling in de wereld bevordert. Deze feiten vormen echter niet de kern van dit boek. Wel: het morele appèl dat Foer op je doet. Want als je al deze feiten kent, waarom eet je dan nog überhaupt vlees of vis? Wie vlees of vis eet, wil blijkbaar niet weten wat-i eet. Je kunt anders nauwelijks met goed fatsoen beredeneren waarom je dat dan doet.
Foers verhaal is volledig op de Amerikaanse situatie gebaseerd. Het kan zijn dat de Europese situatie milder is. Maar zeker weten doe ik dat niet, en de werkelijkheid zal waarschijnlijk altijd erger zijn dan de officiële gegevens. Ik ben altijd een vlees- en viseter geweest, en vrees dat ik dat altijd wel zal blijven. Maar ik voel na het lezen van dit boek wel de noodzaak om spaarzamer te zijn in het eten van vlees of vis en om te zoeken naar dier- en milieuvriendelijk geproduceerd vlees. Een boek dat je onherroepelijk dwingt bij jezelf te rade te gaan!

05 december 2009

Angst

De nieuwste roman van Philip Roth is meer een lang verhaal; je leest het in een twee à drie uurtjes uit. Ofschoon ik De vernedering minder indringend vind dan zijn vorige boek Verontwaardiging (zie hier de leeslog) heb ik ook dit verhaal geboeid gelezen. De hoofdpersoon lijdt aan de angst voor het ouder worden, voor de aftakeling, en die angst gaat met acute problemen gepaard. Roth's observaties zijn scherp en ogenschijnlijk zo universeel geformuleerd, dat deze iedere gedachte of situatie van zijn hoofdpersonen bijzonder maken. Er is inmiddels al veel over dit boekje geschreven; de NRC heeft zelfs een aparte pro-contra-artikelenreeks gepubliceerd. Zie hier hun interessante discussiepagina over dit boek. De Bezige Bij geeft zijn boeken successievelijk opnieuw uit. Bij ieder boekhandelbezoek overweeg ik er weer eentje van mee te nemen. Er volgen stellig meer Roth-boeken op deze log.

30 november 2009

Buiten de maatschappij

Tijdens mijn studie in Leiden was Ton Anbeek 'mijn' hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde. Een aardige man, maar zeker niet zo inspirerend als mijn leraar Nederlands op de middelbare school was (zie hier). Dat heb ik mijn gehele studententijd een beetje teleurstellend gevonden. Als je leraar op de middelbare school al zo'n enorme inspirator was, dan zou de hoogleraar op de universiteit daar toch zeker bovenuit moeten komen, toch? Enfin, verder prima college gehad hoor. Zijn eerdere romans heb ik nooit gelezen, maar toen ik onlangs tijdens een feestje puur toevallig in gesprek raakte met Anbeeks opvolger in Leiden, en hij Anbeeks nieuwste roman Vast aanbeval, heb ik als slaafse opvolger van hooggeleerde adviezen het boek meteen gekocht. En inderdaad, het is een geslaagde roman! Het boek geeft een inkijk in de wereld van de gesloten jeugdinrichting, waar het eindeloos wachten op verdere psychische behandeling, de onderlinge pikorde en een ruwe, humorloze leefcultuur centraal staan. Het verhaal wordt verteld door een relatief slimme ik-figuur (want bijna de havo afgemaakt), en dat was nodig om de zinnen nog een beetje fatsoenlijk te maken. Want uit de monden van de anderen komt geen regulier woord, zo lijkt het. Dat vind ik wel het minst geslaagde aspect van dit boek: de balans tussen het gesproken woord en de geschreven zinnen. Ook het perspectief was me soms niet helemaal duidelijk. Maar de rauwe omgeving en de uitzichtloosheid zijn door Anbeek scherp getroffen. In een interview voor de VPRO-gids vertelt hij over zijn uitgebreide onderzoek. Lees dat hier (voor zolang het online beschikbaar is). Het zou mij niks verbazen wanneer dit boek vooral ook door jongeren aantrekkelijk gevonden wordt.

4 x toveren

Ik moet nog het juiste moment vinden om me te kunnen concentreren op De toverberg, maar in deze verhalenbundel De dood in Venetië en andere verhalen laat Thomas Mann zich zeker ook van zijn sterke kant zien. Deze vier verhalen schreef hij tussen 1903 en 1943, dus omspannen het grootste deel van zijn schrijversschap. In het vroege Tristan is sprake van een fraaie zwoele spanning; het liefdesverhaal lijkt een afgeleide van het Tristan-verhaal van de opera van Wagner en die in het verhaal ook een belangrijke rol speelt. De dood in Venetië kende ik alleen van de film; je moet bij het lezen wel die voortdurende stroom Mahler-adagio's proberen te vergeten. Het is een geweldig verhaal, vooral door de geconcentreerde, ingekookte indrukken en de afgemeten beschrijving daarvan. Het hoogtepunt van dit boek vind ik echter het sprookje De verwisselde hoofden. Een Indische legende. Het is een onwerkelijk verhaal over twee trouwe vrienden en één geliefde, en waarin de Hindoestaanse religie met al zijn goden, mythen en riten breed uitgemeten worden. Alleen al het onderzoek dat Mann gedaan moet hebben om die complexe materie onder de knie te krijgen en vervolgens in een krachtig verhaal te verwerken, is bewonderenswaardig! Maar daarnaast is het ook gewoon een boeiende vertelling. De wet beschrijft eigenlijk gehele verhaal van Mozes, die een ontwikkelingsgang doormaakt van twijfelaar tot aan de boodschapper van God en tot twee keer toe de stenen tafelen beitelt. Mooi boek!

24 november 2009

Parodie?

In Het geheim van Den Haag van Joost Heldeman vertelt de ik-figuur over het project om het ministerie waar hij werkt te transformeren tot een moderne, klantgerichte organisatie. Hij moet leiding geven aan dat project en voor de top van het ministerie een projectplan schrijven. Daarbij loopt hij tegen allerlei obstakels aan. Aan dit gegeven probeert de auteur - zelf rijksambtenaar - de cultuur binnen zijn ministerie te beschrijven. In grote lijnen zal het beeld dat bij de lezer daarvan ontstaat wel kloppen met de werkelijkheid. Maar het verhaal had meer impact kunnen hebben wanneer het minder vluchtig en met meer oog voor spanning en detail geschreven zou zijn. Dit boekje van 150 bladzijden roept eerder meer vragen op dan dat het beantwoordt. Jammer, want het uitgangspunt is aardig.

21 november 2009

Beter weg dan later niet te vinden

De eerste aflevering van de Gerard Reve-biografie die drie delen gaat omvatten is een geweldig boek. Nop Maas schreef met Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. De vroege jaren 1923-1962 een rijke biografie die je van begin tot eind in je greep houdt. Het is een uitermate gedetailleerd boek; Maas lijkt alles te hebben willen benoemen wat op de een of andere manier de kennis over het leven van Gerard Reve en zijn werk zou kunnen vergroten. Dat had een onoverzichtelijke opsomming van feiten kunnen opleveren, maar Maas maakte er een goedlopend, interessant verhaal van. Naast de inhoud wordt dat ook in de vorm ondersteund. In veel non-fictieuitgaven staan de voetnoten aan het einde van het hoofdstuk, of achterin de uitgave. Dat betekent dat je steeds moet omslaan wat niet bevorderlijk is voor het dóórlezen. De schrijver en de uitgever hebben hier echter de enige juiste en helaas zo zelden voorkomende keuze gemaakt de noten onderaan de bladzijde te plaatsen; dan kun je in een oogopslag de noten lezen en weer verder gaan met de hoofdtekst. Goed!
Zoals gezegd: het boek leest door de soepele stijl van Maas goed door, maar het is natuurlijk het onderwerp dat de show steelt. In grote lijnen wist ik natuurlijk wel al het een en ander van (de jeugd van) Gerard Reve, maar nu kom je alles te weten over zijn ouders, gezin, schooltijd, vrienden, de oorlog, de eerste relaties, het huwelijk met Hanny Michaelis, zijn eerste pennenvruchten, ingang in het literaire wereldje, baantjes, de ontluikende homoseksualiteit, verblijven in Engeland enzovoort. Opvallend is eigenlijk dat Reve in de periode die dit eerste deel omvat naast De avonden en Werther Nieland eigenlijk geen andere literaire werken van belang schreef. Vooral Reves beslissing om in het Engels te gaan schrijven was toch eigenlijk een (achteraf) te betreuren keuze; zelfs met Hanny Michaelis correspondeerde Reve in het Engels. Het was Willem Frederik Hermans die Reve duidelijk te verstaan gaf dat zijn Engels ondermaats was. Hermans legde hem de keuze voor: of weer in het Nederlands gaan schrijven, of definitief in Engeland of Amerika gaan wonen. Reve wilde het eerste niet, en door zijn huwelijk met Michaelis wilde hij ook het laatste niet. Er valt ook veel te lachen met dit boek. De droge Reve-humor kreeg hij van huis uit mee (ook Karel kon er wat van). En ja, de stijl van Reve is uniek. Maas citeert veel uit brieven (ook ongepubliceerde!), en ook dat zijn dikwijls prachtige teksten. Zo'n pil van 700 bladzijden lees je dan binnen twee weken uit!

03 november 2009

Van -3000 tot +1621

Net als de boeken van Dekkers en Elsschot (zie hieronder) begon ik al een paar maanden geleden aan het eerste deel van het Mozaïek van de Muziekgeschiedenis van Otto Glastra van Loon. Dat is een zesdelige muziekgeschiedenis die ik in 1993 voor een paar tientjes kocht, wel eens ter hand nam en die me boeide door de eigen stijl van Glastra van Loon, maar nooit structureel las. Eigenlijk hikte ik steeds tegen dat eerste deel aan, dat niet mijn meest favoriete deel van de muziekhistorie beslaat. Maar ik heb me erdoorheen geslagen; zeker de tweede helft van dit boek waarin de eerste renaissance-componisten aan bod komen is boeiend. En eindelijk eens goed om componisten als (oom en neef) Gabrieli, Obrecht, Ockeghem, Palestrina, Lasso, Byrd, Schütz, Schein, Sweelinck en ja, zelfs meistersinger Hans Sachs (in willekeurige volgorde, en nog vele andere) in een beknopt historisch overzicht geplaatst te zien. Zou het louter toeval zijn dat ik de laatste tijd nogal veel 'oude' muziek draai (Schütz, Monteverdi)?
De eerste helft van het boek gaat op aan een vogelvlucht door de muzikale tijd en naar alle uithoeken van de wereld. Ik heb me zitten verbazen hoe Glastra van Loon al die kennis bijeengesprokkeld heeft. Maar indrukwekkend is zijn relaas wel. Zoals gezegd: de muziekgeschiedenis tot ongeveer halverwege de Middeleeuwen heeft niet mijn grootste belangstelling, maar wel goed om het eens gelezen te hebben.

31 oktober 2009

Alles van Elsschot

Als middelbare scholier las ik de meeste romans van Willem Elsschot. Ik vond ze toen wel leuk, kan ik me herinneren. Met name Kaas is me altijd bijgebleven. Tijdens mijn studententijd kocht ik voor 35 gulden het eendelige Verzameld Werk en zette het braaf in de kast. Ergens in de afgelopen zomer trok ik het uit de boekenkast en begon de eerste bladzijde van Villa des Roses te lezen. Dat trof me zo, dat ik besloot de resterende 760 pagina's ook maar te lezen. Heerlijk! Nagenoeg iedere roman is een verrukkelijke leeservaring, door de droog-komische ironische kijk op het leven van de vertellers (meestal een ik-figuur). Echte helden zijn er niet; zelfs de onverzettelijke Boorman in Lijmen/Het been gaat voor de bijl. Die dubbelroman is naturlijk het hoogtepunt van het Verzameld Werk. Hoe fraai met name Villa des Roses, De verlossing, Kaas en Tsjip/De leeuwentemmer ook zijn, Lijmen/Het been zet ze in de schaduw. Het verhaal is een marketingroman avant la lettre, maar laat zich tegelijkertijd ook als een spannend jongensboek lezen.
De vertellers in de romans strooien hun verhalen in golven over de lezer uit, en leggen soms prachtige gedetailleerde verbanden. Het zijn vooral die kleine tussenzinnetjes waarin die verbanden met andere informatie elders worden gelegd, die het lezen van Elsschot zo'n plezierige bezigheid maakt. Eerlijk gezegd beleefde ik aan de laatste korte romans (Het dwaallicht, Pensioen en Het tankschip) wat minder plezier; ondanks dat Het dwaallicht als een meesterwerk wordt beschouwd, kon ik er niet echt wijs uit worden. Ik vlieg bij zulke droombeeldverhalen altijd uit de bocht; dan is een concreet verhaal als Kaas wél volledig aan mij besteed. Dat is net als Lijmen/Het been een klassieker, een uit één stuk gehouwen verhaal. Achterin dit dikke boek staan een aantal verzen waarmee Elsschot aanvankelijk zijn naam vestigde. 'Het schijnt een traditie te zijn, volgens welke elke beoefenaar van de schone letteren, ook degene die zich tot prozaïst of dramaschrijver ontwikkelt, zijn carrière begint met het schrijven van gedichten.' Deze opmerking van Gerard Reve geldt dus ook voor Elsschot. Ik ben niet zo'n gedichtenlezer, maar bij deze verzen zitten zeker fraaie exemplaren.

27 oktober 2009

Mens en dier

Ik kocht een klein jaar geleden in een antiquariaat van Midas Dekkers een verzameling beestenverhalen die hij in de jaren tachtig in het radioprogramma Vroege vogels voorlas: De mammoet. 144 beesten gebundeld. Ik begon er begin dit jaar aan, en het bleek een perfect nachtkastboek. Regelmatig deed ik nalachend het licht uit om te gaan slapen. Dekkers is met zijn vergelijkingen tussen mens en dier de schrijvende equivalent van Bert Haanstra. Dekkers is daarbij soms lekker sarcastisch, zeurderig en sjagrijnig. Ach, gewoon maar een lang citaat. Dat geeft het beste de aard van dit verrukkelijke boek weer.
Mensen zijn te gauw verzadigd. Menige behoefte is al bevredigd voor je er erg in hebt. (...) Binnen de kortste keren geven de darmen het signaal 'vol' en kan er niets meer bij. Van zakjes chips schijnt het maximum op dertig achter elkaar te liggen en op het tweede wereldkampioenschap tortilla-eten is het record onlangs scherp gesteld op vierenzeventig stuks, maar dan heb je het ook wel gehad. Lekker is maar een vinger lang. Van te veel lekker drinken moet je overgeven, van te veel mooie boeken lezen krijg je lelijke wallen onder je ogen, en wie zijn hele leven van zijn geliefde denkt te gaan genieten, verzandt in een huwelijk. In ieder van ons is een brok chagrijn ingebouwd dat onze behoeften haastig bevredigt om te voorkomen dat we er eens breeduit van kunnen genieten. Orgieën bestaan dan ook niet. We zijn er niet op gebouwd. Zelfs niet op de liefde. Ook de meest hartstochtelijke minnaar wordt op een gegeven moment op de verkeerde plaatsen stijf.

18 oktober 2009

Laatste dagboek

Met het uitlezen van het laatstverschenen Geheim dagboek 1998-2000 van Hans Warren is een einde gekomen aan een ruim twintigjarig leesproject. Ik kocht de eerste delen van Warrens Geheim dagboek in 1986 - er waren er toen al een paar verschenen. In juli 1989 noteerde ik in mijn net nieuwe boekenschrift deel 7 van het Geheim dagboek (1958-1962), en uit de latere notities maak ik op dat dat zevende deel toen net verschenen was. Enfin, de serie is een monument in de Nederlandse literatuur omdat het een zeldzame inkijk geeft in het overgrote deel van een mensenleven, dat deels bewogen, deels evenwichtig is, te allen tijde fijnzinnig wordt geleefd, en gedetailleerd wordt beschreven. In dit laatstverschenen deel (enkele jaren geleden verscheen al het deel van Warrens sterfjaar 2001) nemen de ongemakken vrij snel toe: de lichamelijke, maar ook de relationele. Het zal voor Mario Molegraaf niet eenvoudig zijn geweest om bij het bezorgen van dit dagboekdeel veel teksten in druk te geven waarin hij zelf niet bepaald vriendelijk beschreven wordt. Het zou eens interessant zijn de cahiers in te zien en te kijken wat er van de oorspronkelijke teksten overgebleven is. Niet dat Molegraaf niet te vertrouwen is, want ook Warren zelf schrapte veel voordat hij een nieuw deel afgaf aan de uitgeverij. Ergens maakt hij een opmerking dat er vooral toch veel geschrapt moest worden. Hoe dan ook: dit is weer een mooi dagboekdeel geworden, met veel etentjes in restaurants, ruzie, rondritjes en bezoeken aan tentoonstellingen, kunstaankopen en lichamelijk ongemak. Over een tijd maar eens proberen alle dagboeken in korte tijd achter elkaar te lezen. Want ik ben sowieso wel weer benieuwd naar die eerste delen die ik ruim twintig jaar geleden las.

06 september 2009

Meer van hetzelfde

De onlangs verschenen, nieuwe roman van Maarten 't Hart is, vergeleken bij zijn recente voorgangers, niet bepaald sterk. Verlovingstijd is eigenlijk een flinterdun geheel waarin 't Hart zijn bekende stokpaardjes berijdt (Maassluis, biologie, klassieke muziek, vrouwen, kerk) maar dit keer in een nogal eendimensionaal verhaal over opgroeien en het aan de haak slaan van vriendinnetjes; van de zandbak op de bewaarschool tot de universiteit en van de kalverliefde, daarna de eerste losse scharrel via het huwelijk naar het overspel. Wanneer je dit alles in een mixer gooit en eventjes goed mengt, heb je deze roman van 't Hart in essentie klaargemaakt. Bovendien schrijft 't Hart weinig gevarieerd, en soms zelfs slordig. Op blz. 168 en 169 vindt dezelfde gebeurtenis (een verlovingsfeest) eerst in juni, en nog geen bladzijde later in juli plaats. Maar: ik heb onbedaarlijk moeten lachen om dit boek, en er dus ook enorm van genoten! 't Hart legt zijn hoofdpersonen uitspraken 'uit het leven gegrepen' in de mond. Hoe krakkemikkig alles misschien ook is: de thematiek is wel raak getroffen. Wellicht juist daardoor...? Wanneer een vriendin in het boek opbelt met het klemmende verzoek morgen langs te komen voor een belangrijke onthulling en de ik-figuur verzoekt dan even koffie te komen drinken, en deze dan niks anders als eerste kan antwoorden dan 'Ik drink nooit koffie.', dan schiet ik zwaar in de slappe lach. En tja, wanneer een flink deel van de roman in Leiden speelt waar ik nagenoeg in alle genoemde straatnamen mijn studententijd min of meer intensief beleefd heb, en wanneer een hoofdpersoon zelfs in een straatje woont waar ikzelf ook anderhalfjaar op kamers woonde (de Vrouwenkerkkoorstraat), dan kan het boek voor mij gewoonweg niet stuk.

30 augustus 2009

Meer Zuckerman

Door Exit geest dat ik vorige week las werd ik aangespoord om vroeger werk van Philip Roth te lezen. Zuckerman gebonden heeft als ondertitel Een triplogie en een epiloog, en bevat de romans De ghostwriter, De eenzaamheid van Zuckerman (Zuckerman unbound) en Les in anatomie, en de epiloog De Praagse orgie. Het is een boek over reacties en tegenstellingen, en tegelijkertijd biedt het inzicht in een haast natuurlijke ontwikkeling. In De ghostwriter is Zuckerman een jong, aanstormend talent dat een avond en nacht op bezoek is bij zijn literaire voorbeeld E.I. Lonoff - de schrijver die ook in Exit geest centraal onderwerp van gesprek is. De eenzaamheid van Zuckerman beschrijft Zuckerman net nadat zijn laatstverschenen roman een enorme hit is geworden en hij financieel een flinke klapper maakt. In Les in anatomie zit Zuckerman in een geestelijk en lichamelijke writer's block: hij krijgt geen letter op papier en lijdt al anderhalf jaar aan een mysterieuze maar allesoverheersende pijn in zijn nek. De epiloog speelt zich af in Praag in 1976, waar Zuckerman wordt geconfronteerd met de onvrije wereld en waar hij met een tegengestelde status wordt geconfronteerd. Roth is in deze pil van 666 bladzijden niet op zijn kernachtigs. Maar dat ik dit boek in precies een week uitlas zegt wel iets over de aantrekkingskracht van zijn verhalen. Er zit een enorme stuwing in, juist door het ogenschijnlijk meanderende van de gebeurtenissen, terwijl iedere situatie meer specifieke kennis oplevert over de hoofdpersoon. En dus over hoe een beginnend en later gevierd schrijver reageert op wat hem overkomt. Bij Zuckerman spelen hiernaast de verhouding tot zijn afkomst (ouders, Amerikaans-Joodse kolonie) en de politieke en sociale situatie een centrale rol. Misschien is dat wel het aantrekkelijke van dit boek en de andere boeken van Roth die ik tot nu toe gelezen heb: ze gaan altijd ergens over, maar de beschreven gebeurtenissen staan nergens vermoeiend-nadrukkelijk ten dienste van een hogere betekenis. Roth blijft overal lekker vertellen, en dat leest heerlijk.

29 augustus 2009

Parlevink

Van 5 november 1954 tot 5 februari 1955 en van 4 januari tot 10 december 1956 schreef Godfried Bomans in de Volkskrant satireachtige stukjes onder het pseudoniem Parlevink. Een aantal van deze stukjes werd in 1957 onder de naam Op het vinkentouw gebundeld. Het is een ideaal nachtkastboek; met iedere avond een twee- of drietal stukjes uit dit boek sluit je een dag prettig af. Hier niet louter de bekende Bomansiaanse meligheid, maar toch ook sluimerende kritiek op alledaagse verschijnselen. De Koude Oorlog, de verzuiling en de RK-kerk krijgen alle aandacht. Er zitten heerlijke teksten in. Over een Russische atlete als pion in de Koude Oorlog: Nina Ponomareva is een Russische Reuzin, wier historische verdienste tot dusver beperkt was tot een worp met de discus in Helsinki. Ze had daarvóór al geworpen, o.a. in Bakoe, Tiflis en andere gemeenten achter het IJzeren Gordijn, maar dit waren vermoedelijk propaganda-worpen. Het kolossale mens verscheen echter op klaarlichte dag in Helsinki en smeet het ding tot ver over de tribunes.
De verzuiling hekelt Bomans middels een verslag van een stormachtige vergadering waar de Humanistische Bond van Echoput-houders, de Katholieke Vereniging van Echoput-bezitters, de Nederlands Hervormde Bond van Echoputhouders, de Gereformeerde Putters en enige Echohouders van vrijzinnig-christelijke huize aanwezig waren. Zelfs een communistische afdeling, die slechts over twee putten beschikte, legde het oor te luisteren. Er is veel onderlinge argwaan. De heer Netelbrink voert het woord: Bovendien hebben wij langs deze weg een groeiende invloed van Rome te vrezen. Het is bekend, dat het Vaticaan zich van steeds meer putten meester maakt. Hij wees in dit verband op Spanje, waar het menig toerist was overkomen dat hij een protestantse vraag naar beneden wierp, om tot zijn bevreemding een rooms antwoord terug te krijgen. Een nader onderzoek wees uit, dat op de bodem van de put een bezoldigd Jezuïet had plaats genomen. Spreker achtte deze vorm van apostolaat zorgwekkend. Uiteindelijk verdwijnen alle onderlinge verschillen als sneeuw voor de zon in de gezamenlijke afkeer van de communisten, aangezien hier van een Vrije Put, zoals in de statuten bedoeld, geen sprake was, daar de echo tevoren door Moskou was vastgesteld.

23 augustus 2009

Iran

Eind vorig jaar las ik De keizer van de Poolse journalist Ryszard Kapuscinski, over het einde van het bewind van de Ethiopische keizer Haile Selassi. Onlangs verscheen een herdruk van Kapuscinski's boek over de revolutie in Iran, eind jaren zeventig, die leidde tot het vertrek van de sjah en de stichting van de islamitische republiek. De sjah aller sjahs is een krachtig geschreven boek waarin twee hoofdstukken de kern vormen. In 'Daguerreotypen' beschrijft Kapuscinski een aantal oude foto's en geeft daarmee een verklaring voor het ontstaan van de revolutie. Eigenlijk was het bewind van de sjah al vanaf het begin uitermate wankel; decennialange onderdrukking rekte het bewind, maar dat het omvergeworpen zou worden was eigenlijk geen vraag. In 'De dode vlam' geeft Kapuscinski een relatief abstracte beschrijving van het verschijnsel revolutie, en koppelt de theorie aan de Iraanse praktijk. Een verhelderend boek! Staan in andere (buitenlandse) edities de beschreven foto's wél afgedrukt...?

18 augustus 2009

Literatuur over literatuur

Een jaar of vier geleden - dus nog voordat deze leeslog van start ging - las ik Het complot tegen Amerika van Philip Roth, het eerste boek dat ik van hem las. Nadien las ik ieder jaar wel een boek van hem, titels die hij daarna publiceerde. Maar Exit geest had ik overgeslagen; ik las het nu - het wordt haast een gewoonte - binnen 24 uur uit. Ik heb daardoor eigenlijk alleen de 'late' Roth tot me genomen; ik ga op zoek naar zijn vroegere boeken, want Roth's boeken zijn intrigerend en zitten steevast goed in elkaar! Over Exit geest kun je op internet wisselende beoordelingen lezen; sommigen (w.o. wijlen Michael Zeeman) vinden het boek een erg goede, anderen juist een mislukte roman. Wie het boek leest als het verhaal van een oude zeur (de ik-figuur is Roth's alter ego Nathan Zuckerman) zal inderdaad weinig plezier beleven aan dit boek. Maar je kunt het boek ook lezen als een aanklacht van Roth tegen deze tijd, en dan met name tegen de wijze waarop in zijn ogen met literatuur omgegaan wordt. Want hij laat zijn personages (en niet alleen Zuckerman) uitspraken over literatuurkritiek en biografen doen die er niet om liegen; de brief van Amy aan The New York Times is een waar hoogtepunt! Ondertussen laat hij zijn personages krachtige oordelen vellen over de regering Bush; het boek speelt in november 2004, wanneer Bush de verkiezingen van Kerry wint. Het is deze dubbele gelaagdheid die dit boek uitermate lezenswaardig maken; bovendien is het taalgebruik van een enorme kracht: gespierd, maar soepel. Tja, dan lees ik een goed boek...

17 augustus 2009

Bergen en kanalen

Van Frank Westerman had ik nog niet eerder wat gelezen, maar ik wist wel dat zijn boeken apart waren. Onlangs nam ik in de boekhandel zijn Ararat mee; ik las het binnen 24 uur geboeid uit. In het boek stapelt Westerman allerlei verschillende onderwerpen op elkaar die op de een of andere manier met de berg Ararat in Oost-Turkije van doen hebben: de zondvloed en de ark van Noach, de relatie Turkije-Armenië, de fysiologie, Westermans eigen ontkerkelijking. Uiteindelijk beklimt hij ook de ruim 5000 meter hoge berg. Ogenschijnlijk een verzameling willekeurige onderwerpen maar Westerman componeerde er een meeslepend en interessant verhaal van. Onderzoeksjournalistiek van de beste soort, goed geschreven bovendien.
Meteen na het uitlezen van Ararat op de fiets gesprongen en in de boekhandel een tweede boek van Westerman gekocht: Ingenieurs van de ziel. Daarin staat de positie van de Russische schrijvers tijdens de Stalinperiode centraal; deze auteurs moesten onder leiding van Maksim Gorki de grote waterwerken die overal in het land werden uitgevoerd lovend beschrijven. Centraal staat de positie van Konstantin Paustovksi, van wie ik al lang geleden zowal al zijn werk las dat in het Nederlands is vertaald. Daaronder ook De baai van Kara-Bogaz over de ontginning van een onherbergzame baai in de Kaspische Zee. Daarover weet Westerman allerlei onthullende achtergronden boven water te krijgen, en hij bezoekt deze onherbergzame streek (nu behorend tot Turkmenistan). In deze baai voerden de Sovjets in de jaren zeventig/tachtig een rampzalige politiek, maar ook tijdens de Stalintijd liepen de zaken daar niet zoals gewenst. Tijdens de jaren van terreur (1936-1939) verdwenen vele schrijvers en partijleden die in ongenade waren gevallen, wat tegelijkertijd tot een enorm gedoe leidde: leiders die kort daarvoor nog in alle toonaarden bejubeld waren in boeken, verdwenen van de een op andere dag van het toneel, zodat overal in het land al die boeken uit de verzamelingen vernietigd moesten worden. Wederom hangt Westerman in dit boek een aantal alfa- en bèta-onderwerpen tegen elkaar, wat net als met Ararat een bijzonder interessant en goedgeschreven boek oplevert.

09 augustus 2009

Revolutie

Ik kreeg een poos terug Dokter Zjivago van Boris Pasternak cadeau van een vriendin, en ik hikte nogal lang tegen deze pil van 600 bladzijden aan. Maar ik las het nu toch in twee weken uit. Het is een raar boek. Het is wereldberoemd, maar de vraag is precies waarom? Vanwege de ultieme literaire of inhoudelijke kwaliteiten, of toch ook omdat het als instrument in de Koude Oorlog is gebruikt, of vanwege de toekenning van de Nobelprijs aan alleen dit boek die Pasternak moest weigeren, vanwege de film die ervan gemaakt werk en die volle zalen trok...? Ik ken de film niet, en laat de Koude Oorlog-toestanden voor wat ze zijn. Dan blijft een bijzonder vreemd boek over: het is boeiend, rommelig, inconsistent opgebouwd, aangrijpend en leerzaam. Het hoofdverhaal gaat over Joeri Zjivago en zijn liefde voor Lara, ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, de Russische revolutie en de strijd tussen de Roden en de Witten, en de eerste jaren van bestendiging door de Sovjets. Zjivago weet zich niet staande te houden, maar zijn handelwijzen zijn voor de lezer soms onduidelijk. Naast deze hoofdlijn treden er allerlei nevenfiguren op die - zeker in de eerste helft van het boek - veel aandacht opeisen. Met name die eerste helft is soms erg verbrokkeld, en het kost de nodige concentratie om de grote lijn in de gaten te houden. Soms beschrijft Pasternak in vele tientallen pagina's de lotgevallen van personen die zij in enkele dagen meemaken, en soms springt hij in enkele pagina's vele jaren vooruit. Toch is dit boek ook bijzonder boeiend en leerzaam, want ik ken maar weinig geromantiseerde verhalen die tijdens die warrige jaren van de Russische revolutie spelen, en die een indringend beeld geven van de enorme onzekerheid en terreur waaraan gewone mensen blootstonden. Pasternak geeft fraaie sfeertekeningen, en ook zijn natuurbeschrijvingen mogen er zijn. Een roman die het vooral van zijn indringende beschrijving van een gruwelijke periode uit de geschiedenis van Rusland moet hebben, vind ik.

02 augustus 2009

Belgenland

In ruim een half jaar is Dinsdagland het derde boek dat ik van Dimitri Verhulst lees, en ook deze verzameling Schetsen van België overtuigt. Verhulst beschrijft het België van het kleine, maar dikwijls zo typische: de duivenhouderij, de Ronde van Vlaanderen, de alles-van-Eddy Merckx-verzamelaar, het Belgisch trekpaard, een Mariaprocessie, een thé-dansant op de zondagnamiddag, Spa, enzovoort. Zijn observaties zijn zelden positief; doorgaans valt er een druilerige regen en is alles versleten. Maar ook in dit boek is de stijl van Verhulst een lust voor de zintuigen. En soms moest ik ronduit schaterlachen. Het stukje over spinning en de hometrainer is verrukkelijk. Bij een komend bezoek aan de boekhandel neem ik de volgende ongelezen Verhulst mee.

27 juli 2009

Zelfmoord

De versierde dood van Jeroen Brouwers was een van de weinige nog resterende titels die ik nog niet van hem gelezen had. Het boekje is niet leverbaar en je moet goed zoeken bij antiquariaten om het te vinden. Het flutterige pandora-pocketje is een vervolg op Brouwers' grote studie naar zelfmoord in de literatuur De laatste deur (zie hier de leeslog daarvan). Brouwers behandelt een aantal aspecten van (de geschiedenis van) zelfmoord, zoals het bestaan van zelfmoordclubs, zelfmoordspelen (wat is er trouwens zo Russisch aan Russische roulette?), de invloed van films en popmuziek op het gedrag van jongeren en vermeend zelfmoordgedrag bij dieren. Het meest grappig is de 'kleine catalogus van zelfmoordspelen' waarin Brouwers voorbeelden van bewust levensgevaarlijk gedrag beschrijft. Wonderlijke bezigheden!

25 juli 2009

Harry Bosch

Stad van beenderen van Michael Connelly stond al meer dan een jaar in mijn boekenkast; ik las het ineens binnen 24 uur uit. Op deze leeslog kwamen al meerdere Bosch-thrillers van Connelly voorbij. En ook deze lees je nagenoeg zonder onderbreken uit. Bosch is geenszins de perfecte rechercheur. Juist zijn fouten in de oplossing van het raadsel maken het verhaal boeiend en gevarieerd. Die oplossing is eigenlijk niet eens zozeer het hoogtepunt van het verhaal, maar juist de bochtige weg ernaartoe. Ach, gewoon lekker lezen.

Ouwejongenskrentenbrood

In de twee privé-domeindelen van Jean-Paul Franssens die ik eerder dit jaar las, zijn enkele brieven aan A.F.Th. van der Heijden opgenomen. Speurwerk op internet leverde op dat in 2005 hun correspondentie uitgegeven is. Ik heb je nog veel te melden biedt deze nagenoeg complete correspondentie, eind jaren tachtig speciaal tussen Franssens en Van der Heijden opgezet om deze te zijner tijd te kunnen uitgeven. Want echt nodig was de briefwisseling niet: Franssens en Van der Heijden zagen elkaar zeer vaak aan de tapkast. In de inleiding schrijft Adri van der Heijden dat hun gespreksstof in het café op een gegeven moment verminderde, omdat ze hun nieuwtjes juist in hun brieven al opgetekend hadden. Enfin, het is een lekker kneuterig leesboek, dat je in een vloek en een zucht uitleest. Er zitten een aantal verrukkelijke brieven tussen, met name geschreven door Franssens vanaf zijn vakantieadressen. Maar ook vanuit het Amsterdamse schreven Franssen en Van der Heijden elkaar warme vriendschappelijke brieven. De briefwisseling stopt vrij abrupt. In 2002 pleegt een van de twee zonen van Franssens zelfmoord - het jaar daarop overlijdt Franssens zelf; hij was pas 65. In de ramsj kocht ik twee romans van Franssens, die ga ik de komende tijd zeker ook lezen. Een groot literator schijnt hij niet geweest te zijn, maar wel een aanstekelijk verteller. Van der Heijden heeft ook een herinneringsboek over Franssens geschreven; dat komt hier ook voorbij te zijner tijd.

19 juli 2009

Polen en Curaçao

Ik schreef al eerder dat Jan Brokken een goede schrijver over muziek is. Ik heb de uitgave twee jaar geelden gemist, maar tijdens een ouderwets halfuurtje scharrelen in De Slegte vond ik zijn boek met de boeiende titel Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin. Ik las het binnen twee dagen uit. In dit boek beschrijft Brokken in zo'n veertig korte hoofdstukjes de aard van de Antilliaanse muziek, met name die van Curaçao, waar hij zelf een paar jaar woonde. Het zijn nagenoeg allemaal aanstekelijke en boeiende hoofdstukjes, vol verhalen over musici en ook over de volksaard en de geschiedenis van Curaçao. En ja, er is nauwe verwantschap met Chopin. En wat te denken van deze anekdote:
Op een late middag in de jaren twintig begaf Rudolf Palm zich naar huis. Shon Dòdò had weer zeven of acht lessen gegeven, en gewoontegetrouw riep hij door de geopende luiken zijn commentaar naar de joodse meisjes die ijverig aan het klavier zaten te studeren. 'Niet zo hard', riep hij, 'piano, piano.' Of: 'Rubato, rubato.'
Uit een van de huizen klonk een polonaise. 'Let op de tempi,' riep shon Dòdò in het Papiaments. Een wilde kop haar verscheen in het venster. 'What the hell you are crying?' 'Your tempi,' herhaalde shon Dòdò. 'May I know who you are?' Shon Dòdò ging het huis binnen om zich voor te stellen. En de man zei: 'Well, nice to meet you, Arthur Rubinstein.'

Naast deze heerlijke anekdotes ook twee stukken over Louis Moreau Gottschalk, van wie ik al enkele jaren een zevental cd's met even verrukkelijke als eigenaardige pianomuziek bezit. Ik had het boek eigenlijk vorig jaar tijdens mijn weekje zon op Curaçao moeten lezen, maar nu gingen regelmatig mijn gedachten terug naar dat fraaie eiland. Jan Brokken schreef wederom een uiterst geslaagd boek over muziek! (Bij het boek hoort een cd met stukjes muziek waar Brokken over schrijft. Deze zat er in mijn tweedehands exemplaar helaas niet bij. Wie me daarvan een kopietje kan leveren of de cd even wil uitlenen opdat ik die op mijn iPod kan zetten, graag even een berichtje.)

PS Binnen enkele dagen nadat ik deze leeslog schreef, ontving ik al een aanbod om de ontbrekende cd toegestuurd te krijgen. Hulde! Het is een fraaie cd met aanstekelijke muziek.

16 juli 2009

Internationaal GrootKapitaal

Een vriend van me werkt al een hele poos bij ABNAmro, en nog steeds overigens. Hij raadde me aan De prooi van Jeroen Smit over het einde van ABNAmro als zelfstandige bank zeker eens te lezen. Ik las het binnen een week uit. Het laat zien wat ik eigenlijk al vermoedde, maar aanvankelijk toch niet helemaal kon voorstellen: dat het management van multinationals weinig professioneler leiding geven dan in kleinere organisaties het geval is. Dat wil zeggen: je veronderstelt dat wanneer het gaat om miljarden en wereldwijde business, de bestuursleden en commissarissen met nog groter verantwoordelijkheidsgevoel en intellectueel inzicht aan het roer staan. Dat is toch de basis onder hun hogere salarissen en gevolg van de strengere selectie om op zulke posities te komen? Want waarom verdient een directeur van een bedrijf van 200 man laat ik zeggen een tonnetje of anderhalf per jaar, en de hoogste baas van een multinational een paar miljoen? Vanwege de omvang en reikwijdte van zijn verantwoordelijkheden; want beiden steken ongeveer evenveel tijd en energie in hun bedrijf...? Enfin, dit boek bevestigt dat dat allemaal onzin is, dat ook (of vooral?) op multinationaal niveau ad hoc-amateurisme en management op basis van de vraag 'wie heeft de langste' aan de orde van de dag zijn. Het boek van Jeroen Smit is alleszins lezenswaardig. De schrijver voerde vele tientallen gesprekken met de hoofdrolspelers en had inzicht in de belangrijkste documenten over de strategie van ABNAmro uit de laatste jaren. De inhoud is eigenlijk vooral een aaneenschakeling van uitspraken en citaten die Smit heeft opgetekend. Eigen analyses ontbreken. Dat maakt het boek vooral een feitenrelaas, en kun je als lezer je eigen conclusies trekken. Soms springt Smit van de hak op de tak, maar het boek leest desondanks als een trein. Daar zorgen de financials wel voor!
Meer Leeslog in eerdere maanden - zie de 'archives' in de rechterkolom.